|
Definities
van filognostische
termen
"Door
te analyseren hoe de verschillende onderdelen en
beginselen van de spirituele kennis samenhangen
en in strijd verkeren, hoe ze ontstaan en weer
verloren gaan, moet men de aandacht er steeds
bijhouden totdat de geest zijn vervulling heeft
bereikt." (S.B.
11.29: 22)
(w): aleen beschikbaar in de Game
of Order Wiki
"Snappen,
kappen en eruit stappen"
Zie ook de
filognostische
gids of
de gids
checklijst
(een snelle referentie plaatje voor plaatje) voor de
interrelaties tussen de termen en de definities
pagina van de
GameWiki.
Apollinische
waarden. eng:
luciditeit, rust en rationele, intellectuele onthechting.
Uitgebreid (spiritueel/vedisch): waarheid, eeuwigheid,
gelukzaligheid, schoonheid, goedheid en bewustzijn.
Eveneens geassociëerd met ordelijk en zonder te
wedijveren bestaan. Filosofisch: de samenvattende term
voor al hetgeen in wereldbeschouwing, levensleer en kunst
de kenmerken draagt van het stabiele en evenwichtige
intellect, voor al wat streeft naar orde en harmonie.
Waarden geassocieerd met de griekse god Apollo.
Tegenhanger: de dionysische waarden, het hedonistische
levensgenieten (zie Wikipedia
en een artikel).
Bede:
Een
filognostisch gebed is een mantra, ofwel een
klankvibratie ter bevrijding van de geest. De meest
primaire mantra die geldt voor iedere taal en dus ook
voor de filognosie
is de klank AUM, de oerklank die alle andere klanken
verenigt. Het basisgebed van de vedische reformatie in de
filognosie zegt: 'waarheidlievend (satya) in
mededogen (dayâ), boetvaardig (tapas)
trouw zijn in reinheid (s'auca)'. Dit is in het
Sanskriet de formulering overeenkomstig de regulerende
beginselen van het zich verenigen in de yoga
met de z.g. vidhi. Filognostisch luidt het
dan:
(zie ook:
logo,
afbeeling):
Laat vrede met de
natuurlijke orde (pax)
over de wereld heersen in respect voor de
waarheid (veritas),
alles in matiging delend met een
ieder (temperantia),
trouw aan de zaak der eenheid
(patria).
- Andere filognostische
gebeden zijn de grote verzen (groot: zowel
individueel als samen, als in stilte en hardop te
doen):
Met de ether, met de
tijd,
met elkaar zo bevrijd.
Samen zingen, luisteren, eten,
praten uitgaan, werken weten.
Goed afwegen, feiten
waarheid,
snappen kunst, als één erboven,
ken de Beste, spreek in vrijheid,
alle zes, wil ik beloven.
De
meditatie-mantra voor de ether
(uitgesproken als men yoga-oefeningen doet):
'Aum..., aarde, de
ether, de hemel;
dat vitaal dat bidden wij;
de genade van God voor iedereen;
denken zuiver in harmonie.'
En het
etensgebed, uit te spreken voordat men gezamenlijk
de maaltijd gebruikt:
"Dit lichaam dat op
zich niets weet,
de zinnen zinloos in het zweet.
De ziel overdekt door lusten het eerst,
de eetlust is dan niet beheerst.
De tong zo is van heel het lijf,
het lastigst te doen dat staat buiten kijf."
"Zo goed voor ons o Lieve heer,
gunt U dit eten telkens weer.
Zelfbeheerst dan nu deze tong bedaard,
dit eten nu door ons aanvaard.
Uw goedheid danken wij dit al,
de dank die van U twee zijn zal.
Ere Zang, ere Steeds,"
"Met de ether met de tijd,
met elkaar zo bevrijdt.
Samen zingen, luisteren, eten,
praten, uitgaan, werken, weten!"
- "Het eten van de Liefde!"
- "Cakra!"
Filognostisch hertaald
vanuit
de vedische vaishnava
versie)
Luister naar dit gebed
in MP3: Etenslied.
De vedische referentie
voor de laatste mantra is de zogenaamde Gâyatrî-mantra.
Zie verder de indiase
bhajans en de
filognostische
samenzang voor
meer verzen.
Bevrijding:
verlossing, het doel van de geestelijke oefeningen. Vaak
geassociëerd met het begrip verlichting. Terwijl
verlichting het (soms plotselinge) resultaat is van
onthechting (denk aan "een zucht van verlichting" als
iets van je afvalt) heeft bevrijding een ruimere
betekenis in de zin van ook nog komen tot een idee van
dienstbaarheid aan datgene wat de verlichting
bewerkstelligt. Waar verlichting bij gebrek aan
formulering van wat er voor de last in de plaats komt een
gevaar van psychische ontsporing in zich houdt wordt
bevrijding als een hoger doel gezien omdat ze het idee
van dienst aan het ideaal, God, de ziel, de Orde of de
gemeenschap insluit. Het begrip bevrijding heeft vooral
betrekking op het realiseren van een dienstbare relatie
op het geestelijk vlak. Op het materiële vlak
spreekt men van gehechtheid als dat niet is onderworpen
aan het geestelijk doel (b.v. t.v. kijken uit 'liefde
voor de medemens' kan een bevrijding zijn, mits men op
geestelijk gezag ook een dagje nee kan zeggen tegen die
afstandelijkheid.).
Bewustzijn:
staat van zijn; gewaar zijn van verschil. Men is op een
zekere golflengte, met een zekere tijd-modus of een
paradigma (een denkmodel) gewaar met een manier van
onderscheid maken of differentiëren die afhankelijk
is van de kennis van het zelf (identificaties), het
lichaam (relaties) en de cultuur (vertoog).
(afb.)
Filognostisch spreken we van een cultureel en een
natuurlijk bewustzijn: cultureel een relatief en
instabiel, materialistisch bewustzijn dat op basis van
materiële motieven de tijd manipuleert, en
natuurlijk een meer absoluut bewustzijn op basis van het
respect voor de in de hemel waargenomen orde van de zon,
de maan en de sterren (zie ook cakra-orde).
Men kan ook spreken van
egobewustzijn en zielbewustzijn. Egobewustzijn is een
vorm van onbewust zijn dat typisch is voor een beperkte
visie
(darshana) gebaseerd op een enkelvoudige
logica.
Het bewustzijn van de ziel
is meer filognostisch
van al de verschillende vormen van logica tezamen. Het
bewustzijn in de zin van een bewustzijn van de Absolute
Waarheid van de wetmatige natuurlijke orde kenmerkt zich
door evenwicht - het evenwicht tussen de basisvisies
(guna-avatâra's, zie ook geaardheden)
en de graden
van ervaring of
betrokkenheid
(adhikâri) - en wordt traditioneel vermeld
in combinatie met de kwaliteiten van het constant of
eeuwig zijn, en het gelukzalig zijn. Bewustzijn,
eeuwigheid en gelukzaligheid (vedisch:
sat-cit-ânanda) vormen traditioneel de drie
basiskenmerken van de ziel
(âtmâ). Het bewustzijn van het
ego
bestaat uit een beperkte vorm van logica
die valt onder een enkele dualiteit van religieus versus
wetenschappelijk denken waar men niet zonder meer de
gelukzaligheid vindt die stabiel is en natuurbewust.
Andere visies als het spirituele, politieke, filosofische
en analytische denken worden dan weerstreefd als zijnde
primitiever, zweveriger, materialistischer,
speculatiever, of zondiger en dergelijke. Het
egobewustzijn komt meer overeen met het materialistisch
bewustzijn dat we hierboven ookwel het cultureel
bewustzijn hebben genoemd. Het is een bewustzijn dat -
modern/postmodern - niet stabiel is en gekenmerkt wordt
door een psychologisch
tijdbeleven of
door de neurose
van een bewustzijnsprobleem. Het bewustzijn van de
ziel
is meer het natuurlijke bewustzijn van een zelf in
wijsheid dat ruimte biedt aan al de verschillende vormen
van logica,
causaliteit,
en intelligentie
met inbegrip van het ego
dat dan niet meer vals (ahankâra) of
materieel in de dualiteit gevangen heet te zijn. In
schema zien de twee vormen van bewustzijn er zo
uit:
Bewust
of Onbewust?

Op basis van dit schema
wordt duidelijk dat de ziel
als het bewuste
zelf van de regulerende
beginselen
(vidhi) gevonden wordt als er evenwicht (de blauwe
velden) en integratie (al de velden wit en blauw) bestaat
in de drie basiswaarden van het goddelijke van de
eeuwigheid, de gelukzaligheid en het bewustzijn. Is men
van de ziel,
dan noemt men zich bewust. Is men van het ego (de witte
velden) dan noemt men dat repressief, onbewust, vernauwd,
reductionistisch of minder bewust. De filognostische
integratie van de afzonderlijke visies vormt dan het
evenwicht, het bewuste van de volledigheid van de ziel
die in alle visies gelijkelijk aanwezig is als de stille
getuige in het hier en nu met de (in het blauw) genoemde
kenmerken. Waar het dus op aankomt in de
zelfverwerkelijking - of het in emancipatie
ontwikkelen van het bewustzijn - is de juiste vervulling
met iedere graad
of met ieder stadium van de ontwikkeling van de ervaring
te vinden met de bijbehorende basisvisie.
- Het
zelf (psychoanalytisch: het es) vindt
zijn vervulling in het onpersoonlijke van de
natuurlijke waarheid en is dan stabiel of eeuwig. In
het principe is het zelf spiritueel maar niet stabiel
en in de politiek is het zelf ook niet op zijn plaats
of van bewustzijn wat betreft de persoon.
- Het ego in cultuur gebracht als een vorm van
wetenschap of religie geeft een ik-besef dat zijn
vervulling vindt in de gelukzaligheid van het
principiële
dat de werkelijkheid van de ziel fundeert. In de
wetenschap met zijn paradigmatische strijd en
onzekerheid vindt het ego in het onpersoonlijke niet
echt de voldoening van het evenwicht en persoonlijk
opgevat wordt het ego een religie die niet direct
strookt of vrede heeft met andere ego's in dat verband
(analytisch is het dan: superego).
- De wijsheid is het best op zijn plaats in het
persoonlijke omdat het dan een bewustzijn oplevert dat
zowel bovenzinnelijk
als concreet herkenbaar in de materie zijn plaats en
zin heeft. Samen met het onpersoonlijke zelf dat
eeuwig is en het gelukzalige ik-besef dat
principieel
is, is dan het bewustzijn volkomen of filognostisch
(âtmatattva, van de liefde voor de kennis
of van de werkelijkheid van de ziel).
De wijsheid onpersoonlijk opgevat wordt een eindeloze
filosofische discussie van waarheden, feiten en
meningen die, ondanks zijn stabiliteit, steeds op zoek
is naar zijn volkomenheid en integriteit. Naar het
principe kan men met de wijsheid veel analyseren maar
is ook dan, ondanks de in de meditatie
gevonden
voldoening, de integratie ervan de vraag omdat steeds
het ego van de ene analyticus botst met de andere (de
schoolstrijd). Er is in de analyse niet zomaar respect
voor de integriteit van de kennis, ofwel voor de
persoon.
Wat betreft de
integratie van de ziel in de
filognosie is
het ook waar dat verstoken van geluk en stabiliteit de
wijsheid die men leeft al te persoonlijk is; dat
verstoken van bewustzijn en stabiliteit de gelukzaligheid
van een principieel ego is dat niet verder komt dan de
morele les; en dat zonder het bewustzijn van de persoon
en de gelukzaligheid van het principe de stabiliteit
onpersoonlijk en in feite een volkomen droog, materieel
zinledig zelf is. Zo wordt duidelijk dat er met de visies
in combinatie met de kwaliteiten van de ziel
alleen echt sprake is van een alomvattende filognostische
intelligentie
die door transcendentie
vrij is van een vervreemding die het resultaat is van
vals ego of identificatie, als de integratie van die
filognosie via de verschillende niveaus
tot stand komt middels het bestrijden van de
hypocrisie
of de
illusie van het
egoïsme van ieder van de twaalf vormen van
bewust/onbewust zijn.
Zie verder ook onder
materialisme
en veldcorruptie.
Burgerdeugden:
de regulatie van de lust, het geld, de religiositeit en
de bevrijding in het dienen van de filognostische zaak,
in samenhang met het evenwichtig zijn met de orde van de
tijd in de velden van handelen.
- De
lust: als een jong volwassene, maar ook later,
bestrijd je het gehecht zijn met regulatie, in achting
voor de orde van de tijd; het verlangen, de lust, de
seksuele gehechtheid overwin je geleidelijk aan
middels regulatie. In het vrijwillig aanvaarden van de
frustratie van de lust, heeft men zoals gezegd een
geest van boete nodig.
- Het geld:
het verlangen naar geld wordt afgeroepen door de
economie. De samenleving belast de geldverdiener en
dwingt hem ertoe zich verantwoordelijk te gedragen met
de ruilmiddelen. Geld en verantwoordelijkheid, middel
en doel, moeten gekoppeld. Geld vormt een last, een
verantwoordelijkheid welke, zoals ook Jezus dat
bevestigde, een ernstige hindernis kan vormen in je
gang naar de hemel. Dus is dit gereguleerd. In de
bijstand mag je niet meer dan zoveel bezitten, met een
eigen zaak mag je niet de belasting ontduiken en met
een salaris moet je er voor oppassen dat je hypotheek
niet te hoog uitvalt. Aldus bekommert men zich gepast
om de materiële behoeften en
verlangens.
- De
religiositeit: ook is er de religie om je op te
linken en je helpen te herinneren aan de
schriftuurlijke waarheid die je geneigd bent te
vergeten in je materiële bestaan. Hou je focus is
de boodschap in de vroege stadia van de emancipatie.
Ook het opdragen van de arbeid aan de zaak der
transcendentie vormt een belangrijke
richtlijn.
- De
bevrijding: het baatzuchtige ego kan haaks staan
op de geestelijke motivatie, en daarom is er het zich
verenigen in het werken voor het goede doel als een
vrijwilliger. Ten minste een deel van je tijd moet je
eraan besteden, alleen maar om de poort naar de hemel
open te houden en gemotiveerd te blijven terwille van
de levensvreugde die je deelt met alle levende wezens.
Maar die bevrijding houdt dus ook in het bewust
tegengaan van het tijdsysteem van geld verdienen en
conflicten hebben in politieke
tegenstellingen.
De burgerdeugden alzo,
van het reguleren van de lust, het geld, de religie en de
bevrijding, werken enkel progressief als men de
eigenlijke orde in gedachten houdt. De religie biedt de
cultuur, de traditie der heugenis, de bevrijding biedt de
oorspronkelijke orde van de natuur en de menselijkheid,
van de filognosie dus, als een keuzemogelijkheid
daarnaast, die men dan van dienst moet zijn als men ook,
dan wel uitsluitend, onbaatzuchtig zijn bijdrage wil
leveren in de samenleving. Als je dat niet doet zal je
een slachtoffer zijn van de moderne neurose met al de
psychische symptomen van een lage zelfwaardering,
onbeheerste emoties, angsten en wat al niet. Over het
algemeen is het goed om in gedachten te houden dat de
hindernissen van de cultuur (seks geld, vergeten en ego),
van de natuur (de geaardheden, het klimaat, rampen) en
als gevolg van je eigen gebrek aan discipline (je
ongeloof, je psychologie) moeten worden
overwonnen.
De regulatie in de
tijd ervan in de velden van handelen: Deze regulatie
in de tijd van de burgerdeugden, vindt, in samenhang met
de regulerende principes, plaats in de B, P, C and
S-velden van handelen.
Vrij
ondernemen
• 1) B
(van business - artha). De economie wordt
geregeld met het zakelijk veld dat een kwart
van je leven beslaat: zes uren werk, zes dagen van de
week, leveren praktisch gesproken een zesendertigurige
werkweek op waarvan we er achtenveertig in een jaar
hebben. De B-dagen die extra staan aangegeven op de
maankalender zijn er ter contrastering van de S-dagen
van je verenigingsleven. Op deze B-dagen kom je samen
om praktische zaken te bespreken in de zakelijke sfeer
of, als je op jezelf bent, je te verdiepen in deze of
gene praktische kwestie.
Het
privébelang
•2) P
(van privé - dharma). De religiositeit
is er vervolgens als een individuele, dagelijkse
plicht om je te verzekeren van de kwaliteit van je
persoonlijke leven welke gedekt wordt met het
privéveld waarin men:
a - zorgt voor zichzelf
voor de duur van zes uren actief zijn per dag,
b - waarin men zorg
draagt voor de eigen aard en het lichaam met het zes
uren slapen per dag en men
c - zorg draagt voor de
persoonlijke meditaties losstaande van de omgang die
men heeft in de vereniging, de kerk, de moskee of de
tempel.
De religiositeit bestaat uit het talent je
oorspronkelijke aard en verantwoordelijkheid terug te
vinden. De natuur en de natuurlijke tijd is de vorm
van God die je aanbidt in de privésfeer. De
meeste mensen mediteren op de tv om een hart te hebben
voor de verhalen van de wereld en betrokken te zijn
met wat er gaande is. Er komt niet veel ego bij
kijken, men mediteert op de universele gedaante van de
Heer zogezegd in de vorm van Zijn diversiteit in de
wereld, met in het achterhoofd de stille hoop dat de
lieve persoon van God zijn tweearmige gedaante voor je
zal manifesteren als je vriend in de strijd des
levens. Men is bevrijd, vindt zijn toewijding, in het
hierna besproken S-veld van de club van je voorkeur,
maar men vindt verlichting in de privésfeer
waarin men de verantwoordelijkheid voor zichzelf
aanvaardt en men afstand neemt van de wereld. Dit kan
alleen stabiel worden gerealiseerd bij de genade van
de controle van een klok die op de zon is ingesteld
(zie de tabel achterin zowel als de tempometer op
theorderoftime.org). Zonder dat zal het
karma-tijdsysteem dat je in je opneemt middels de tv
en de politieke treintijdenklok je te pakken nemen met
een soapserie b.v. of een film die je te laat nog uit
wil kijken. De tv is een communicatiemiddel met vele
voordelen, maar kan ook, de cycloop zijn, het monster,
dat je opsluit in huis - zoals Odysseus was opgesloten
in de grot - in een vals idee van eenheid, van
vervreemding, eenzaamheid en illusie. Aldus kan je dit
privébelang uitleven voor maximaal zes dagen
per week, maar de zevende dag moet je van respect zijn
voor het C-veld van de sociale cakradagen.
Gehuwde mensen
moeten er voor zorgen dat ze ten minste
één avond vrij maken om een goede tijd
te hebben met het gezin en vrijgezellen moeten ten
minste één dag in de week een avond
thuis doorbrengen met een vriend of vriendin, een
verwant of een ander vertrouwd iemand of, het zonder
hen stellend, ten minste de tv één dag
afzetten om tijd voor zichzelf te vinden in een
innerlijke vereniging met behulp van een goed boek
b.v. Dit zijn de P-dagen op de cakrakalender die
nimmer samen vallen met de C-dagen van het de stad
ingaan. De cakrakalender is de kalender die de orde
van de maan geprojecteerd op de zonnekalender
weergeeft. Ook moet je op de vijftiende dag dit veld
behartigen maar dan zonder het materiële
ondernemen van het verrichten van arbeid. Dit is een
dag van extra studeren en vasten in de
privésfeer waarop je met je schema's
terugschrikkelt naar de dynamiek van het universum.
Doe je dat niet dan ligt je levenstempo te hoog t.o.v.
de orde van de maan met 52 i.p.v. 48 weken in het
jaar.
Vrije
associatie
• 3) C
(van cakra - kâma). Vervolgens spaar je
je vakantiedagen niet op tot een 'dertiende maand' van
vier weken waarin je dan luiert op een buitenlands
strand aan het eind van het jaar dat je werkte. Deze
afdeling van de lust van een natuurlijk,
ongeregeld bestaan vrij van culturele dictaten, wordt
geregeld met de zevende en de veertiende dag van de
cakrakalender.
Ze zijn ongeveer ingesteld op de orde zoals we die
hadden met de afgeschafte romeinse, juliaanse kalender
met zijn signaaldagen van een solaire ides, kalends en
nones. De cakradagen of vakantiedagen gespreid over
het jaar zijn er voor de regulatie van je lusten. Je
gaat zogezegd met de hond wandelen in de stad en laat
het beestje op een natuurlijke manier zijn rondje
snuffelen. Dit bouwt en onderhoudt de gemeenschapszin
en zo maak je dan met de sociale cakradagen
vrienden.
Spirituele
associatie
• 4) S
(van spiritueel - moksha). De bevrijding is
tenslotte geregeld met de maankalender op de
signaaldagen van de astronomische maanfasen die
contrasteren en nooit samenvallen met de specifieke
B-dagen ervan. Op deze spirituele en/of sportieve
S-dagen in het clubveld maakt men een studie
van de fixaties. In de vorm van boeken en liederen,
maar ook in de vorm van verenigingen als de sport van
je voorkeur, acht men de rituelen van de gefixeerde
routines die men er op nahoudt met het oefenen van het
respect; het respect dat nodig was om terug te keren
naar het begrip van de ether dat werd vastgelegd door
de spelregels, het heilige boek of een andere fixatie,
zoals b.v. een vaststaande wandelroute. Aldus ben je
bevrijd van alle materialistische beslommeringen,
aangezien je het niet waagt op deze dagen om toe te
voegen aan, iets te veranderen of het elders te
zoeken. Maar vergissingen mag je altijd rechtzetten.
Dit zijn je feitelijke zondagen van niet naar je werk
gaan voor het geld of om een ander resultaat te
behalen. Je maakt je er dan alleen maar druk over om
samen te komen om je te herinneren hoe het allemaal
behoort te zijn in het dharma, de oorspronkelijke
plicht naar de aard van de ziel, in het met de moksha
bevrijd zijn van dat karma, de last, het kruis dat je
draagt in het zakelijke veld.
In het kort stellen we:
het zaken- en verenigingsleven brengt met de maan de
deugd van de belangen van het financiële en de
bevrijding in evenwicht; en het private en het sociale
egobelang brengt met de zon het deugdzaam zijn met de
belangen van het religieuze en het lustmatige in
evenwicht. De vijftiende dagen zijn er om te vasten en te
studeren en de tweemaandelijkse schrikkeldagen om
feestelijk te zijn. Je normale werkdagen moeten, zoals ik
al zei dus, in evenwicht worden gebracht met het voor de
duur van twaalf uren actief zijn voor jezelf en voor
anderen en een gelijk aantal uren van rusten en mediteren
voor de andere helft van de dag. Als je niet zo
systematisch bent, en faalt in het respect voor de
regulerende beginselen, zal je door de cycloop worden
verslonden, het eenogige monster dus van de
commerciële tv-tijd van het karmische systeem dat
jou als zelfverwerkelijkend individu diskwalificeert.
Begrijp goed dat dit schema maar een richtlijn is; als je
andere deelnemers hieraan uit de weg wilt gaan moet je
alles een dag later plannen b.v., maar als je iedereen
ervan en ermee wil tegenkomen, ook iedereen die op een
andere golflengte zit, dan is dit de manier.
Vedisch equivalent:
purushârta's
bestaande uit artha, dharma, kâma,
moksha.
Zie verder ook:
De
velden van handelen intern en
extern; De
cakra-orde;
de html-pagina
van de veldentabel.
Cakra-orde,
de orde van het 'wiel' van het universum, is de orde die
wordt gedefinieerd door de orde van de zon, d.w.z. de
gregoriaanse kalender met zijn data verdeeld in 12
zonnemaanden en vierentwintig halve maanden van vijftien
dagen - twee weken plus een schrikkeldag- aan de ene
kant, en de orde van de maan, zoals gedefinieerd door de
signaaldagen van de maanfasen, aan de andere kant.
Integraal onderdeel van deze orde is de Tempometer,
de klok die naar de zon loopt. De cakra-orde definieert
het bewustzijn dat men natuurlijk noemt. Het staat
tegenover het bewustzijn dat men cultureel noemt, ofwel
gedefinieerd wordt door de tegennatuurlijke ritmen van de
lineaire weekorde en de standaardtijd-klok die samen, in
een materialistische filosofie van leven op pragmatische,
economische gronden, het principe weerstaan van het
schrikkelen zoals men dat wel toepast op het zonnejaar en
de zonnemaand. De cakra-orde is van fundamenteel belang
voor het uitbalanceren van iemands leven in de velden van
handelen en het tegengaan van de instabiliteit van
iemands culturele tijdbewustzijn ofwel van iemands
psychologische
tijd. De
cakra-kalender
geeft de weekorde ingesteld op de zon weer met daarnaast
de maanorde.
Causaliteit
Het was de griekse filosoof Aristoteles (384-322 v.Chr.)
die in zijn Fysica vier verschillende vormen van
causaliteit onderscheidde: naar de substantie,
zoals in 'het brons gaat aan het bronzen beeld vooraf',
naar de bepalende vorm zoals in 'de vorm een paard
is essentieel voor alle paarden en er de oorzaak van dat
we ze zo noemen', naar de doener zoals in 'de
kunstenaar vormt de oorzaak van zijn schepping' en de
causaliteit van de norm zoals in 'ik wandel voor
mijn gezondheid en dat vormt de oorzaak van mijn
wandelen'. In de vedische logica vinden we alle vier deze
vormen van causaliteit terug in de vorm van de
purusha als de ziel, de essentie van de
persoon als beginsel van de schepping, die in de
schepping aan het ego vooraf gaat als de substantie
ervan, in de avatâra, de god die de
vorm van de mens aannam en zo bevrijdde, in
kâla als de doener die alles beweegt, schiep
en conditioneerde en in dharma, de norm van
de noodzaak van de gerechtigheid van God die de oorzaak
vormt van de vroomheid en de vrome persoon van kennis. Zo
ook is dan filognostisch ook niet zonder meer gezegd dat
(normatief) enkel de religie ofwel het dharma
leidt tot de wetenschap van de spirituele persoon,
aangezien omgekeerd de purusha ofwel de
(oorspronkelijke) persoon van kennis er zelf ook weer de
oorzaak van is volgens de illusie van de (substantieve)
causaliteit die we hier dan lineair aanhouden. Zo ook is
de avatâra er telkens weer opnieuw als een
boom van kennis waaraan (formatief), zoals vanaf de
index-pagina
van de site,
alle filosofie, spiritualiteit en religie met Hem als de
stam en kern ontspruit en is er ook het onpersoonlijke
van de spiritualiteit in relatie tot de tijdfactor
kâla die, zoals aangewend in de op zichzelf
staande artikelen van de site bij dit boek, de
(constructieve) oorzaak van het intuïtieve leren
vormt. Zo kent de filognosie dan
verschillende
vormen van opeenvolging naar emanciperen en
ervaring opdoen
(zie ook logica
en de interne
velden, als ook
ronde
zestien over logica en
causaliteit).
Denken:
(Sanskriet:
manas) het innerlijk of psychisch overwegen van
belangen en inzichten, met auditieve of visuele,
persoonlijke of onpersoonlijke, concrete of abstracte,
voorstellingen of cognities naar een zekere logica of
methodische orde van afweging, een denkmodel of een
bepaalde causaliteit; de rede of het verstand inzetten;
voorgestelde communicatie; associatie van denkbeelden met
of zonder peinzen en piekeren om het richting te geven
terwille van een resultaat, een oplossing, een verschil,
een overeenkomst of een oorzakelijk verband; de mentale
sturing voor het lichaam vanuit bepaalde motieven, dan
wel de respons op zintuigelijke prikkeling. Het
resultaat, in de vorm van intern waargenomen geluid in de
ether, gebaseerd op het zich identificeren met het
lichaam, ofwel het valse ego. Het resultaat in
hersenactiviteit te meten van het niet in het hier en nu
georiënteerd of gesitueerd zijn van de geest. Het
niet gestuurde denken, d.w.z. het niet tijd-bewust
mediterende, contemplerende, dan wel godsbewust biddende
denken, loopt, zich hechtend aan materiële zaken,
met de erbij behorende verlangens op gedachten uit van
lust, woede en vrees, waarna met het als gevolg daarvan
verbijsteren van de geest er een staat van illusie tot
stand komt en er zo sprake is van intelligentieverlies.
Gedachten kunnen ook in het bewustzijn opborrelen als
gevolg van het vrijkomen, het zich herinneren, van
verdrongen of vergeten denkinhouden, zowel door
intuïties als door ervaringen. Het opgeven van
verlangens zal alleen het denken tot vrede brengen als
het wordt gestuurd terwille van een vorm van dienst aan
het belang van de ziel. Volgens de rationele filosofie
vormt denken het bewijs van een persoonlijke existentie.
Volgens de filognosie,
is het denken behalve het voorgaande ook een vorm van
waarnemen in de zin van het ontlenen van indrukken of
intuïties aan een zesde zintuig, een basis-element
van het bestaan nauw verbonden met het verbindende
element van de ether, dat eensluidend functionerend met
of zonder mantra's een basis vormt voor spirituele
vereniging (mantra wordt vedisch afgeleid van
manas en trâyate: de geest bevrijden;
zie ook geest,
ziel,
God,
meditatie
en hety emancipatiebegrip
waarin het authentieke en zelfverantwoordelijke denken in
feite een einduitkomst van het negenvoudig process van
opklimmen tot en dienen van je ware zelf is.)
Disciplines:
de disciplines worden de sadhanas genoemd in
de
vedische referentie.
Ze bestaan uit de drie basisdisciplines van het omgaan
met:
• de feiten - wetenschap en filosofie (vedisch:
brahman);
• de discipline van het omgaan met de principes -
spiritualiteit en analyse (vedisch:
paramâtmâ);
• de discipline van het omgaan met de persoon - het
persoonlijke (religieus, profaan) en de politiek
(vedisch: bhagavân).
Ze vormen de basis voor het zesvoudige van de zes visies
of filosofieën van de filognosie.
De drie disciplines zijn in
de filognostische
bekentenis
geassocieerd met de drie basismiddelen der kennis of
basis-elementen van de natuur, van de schepping: de
ruimte (ether, het onpersoonlijke), de materie, (het
lokale) en de tijd(persoonlijk in de zin van een zekere
conditionering;akasha, prakrti en
kâla).
Vedisch equivalent: trisâdhana; besproken in
S.B. 1.2:
11 (Zie ook
onder: leraren
en
emancipatie).
Ego:
het bewustzijn van een zelf. Het begrip van een ik. Het
wordt onderscheiden van een ziel als potentieel zijnde
zonder een geweten. Het wordt vaak vals genoemd als het
ik geïdentificeerd is met de materie. Het ware van
het ego wordt gevonden in de zelfrealisatie van de ziel
die gerijpt naar zelfverantwoordelijkheid niet langer
afhangt van een plaatsvervangende autoriteit. Het is de
zetel van de angst daar de geneigdheid zich te
identificeren met de materie de garantie is voor
mislukking aangezien niets materieels zijn vorm voor
eeuwig behoudt. De notie van een superego heeft
betrekking op een sociale constructie van gedragsregels
die de maatschappelijke werkelijkheid rondom een ideaal
ik moet definiëren.
Er is filognostisch sprake van een
cultuur-neurotisch ego als door een gebrek aan verschil
in de culturele tijd er een vals ego ontstaat dat
krampachtig, op zoek naar een identiteit, zich
identificeert met zaken van relatief belang en zo
verschil wil maken naar plaats en tijd, waar dat van
nature - naar leeftijd, roeping, functioneren en ervaring
- niet nodig is: de identieke tijd of gelijktijdigheid
als identiteitscrisis (identieke-tijds-crisis; zie ook
tijd-filosofisch).
Emancipatie:
het proces van de geleidelijke verheffing van of
bevrijding in dienst aan de ziel.
Het betreft de stapsgewijze ontwikkeling van de
persoonlijkheid
van een op zichzelf vertrouwend, volwassen individu. Al
het goede onderwijs begeleidt in de richting van een
volwassen zelfstandigheid en zelfverwerkelijking.
Materieel bezien betekent het een gelijke te worden
overeenkomstig een zekere standaard van beschaving.
Spiritueel heeft het betrekking op het proces van
geleidelijke bevrijding beginnend met luisteren, praten
en herinneren eindigend in vriendschap en ten slotte
overgave aan de dictaten van de ziel (afb.).
Filognostisch houdt het het internaliseren van het gezag
van de verschillende leraren op wetenschappelijk,
spiritueel en religieus gebied in. Emancipatie is zo het
ontwikkelen van toewijding in relatie tot de verlichting.
Deze bestaat uit negen activiteiten die het resulaat zijn
van het combineren van de drie verschillende vormen van
het je verenigen in je bewustzijn (in de kennis, de
arbeid en het vrijwilligers dienen) en de drie
disciplines (van het persoonlijke -de tijd-, het
onpersoonlijke -de ether- en het lokale -de
materie).

Een meer klassieke
verdeling in overeenstemming met de vedische formulering
is die zoals weergegeven in de filognostische
afbeelding
ervan.
Stadia van ontwikkeling
in toewijding, de emancipatoire activiteiten ervoor en
het vedische equivalent.
Ether: een
chemische stof bekend als 1) dimethylether CH3-O-CH3, 2)
een term doorgaans gebruikt om het medium van de radio
aan te duiden, en 3) klassiek gezien het element van de
geest. Hieronder de overwegingen betreffende de tweede en
de derde klassieke definitie.
Historisch: een
klassieke term voor het medium van de geest. Volgens de
oude Grieken was het de substantie waaruit het licht
voortkwam. In de griekse mythologie is de god Aether de
ziel van de wereld. Dit wordt door de vedische cultuur
onderschreven waarin de ether als de hemel ook wel
akasha wordt genoemd, het element dat het
vijfde deel van de schepping vormt na vuur, aarde water
en lucht. De Hoogste persoonlijkheid van God in de
vedische theologie mag, volgens de Bhâgavata
Purâna 11.5:
19
b.v., worden beschouwd als de personificatie van de
ether en mag als een element worden beschouwd als de
vertegenwoordiging van de superziel, zoals bij de
Grieken. De Chinezen, met name de neo-confucianisten,
noemen de ether qi en zien het als de basis voor
het ontstaan van de schepping en als datgene waarin die
ook weer oplost. Naar de weg der menselijke deugd moet
volgens hen de vertroebeling van de ether worden
opgeheven.
De moderne
natuurkunde hierover in debat: in de moderne tijd,
bouwde Einstein zijn theorie op basis van de ontkenning
van de ether aangezien die nog niet zo makkelijk kon
worden bewezen middels een experiment. Aldus formuleerde
hij zijn theorie van de constanten, de zogenaamde
relativiteitstheorie die hij zelf liever een 'theorie van
invarianten' noemde. Een theorie inderdaad, daar iets wat
moeilijk te meten is, nog wel kan bestaan. Zo vormen dan
variaties in de snelheid van het licht gevonden in een
experiment een aanduiding voor een vast referentiekader
als de ether. Sedert Einstein zijn theorie had geopperd,
zijn er twijfels geweest onder natuurkundigen of de
snelheid van het licht in de lege ruimte nou wel zo'n
absolute constante is. De klassieke filosoof Herakleitos
zei dat in principe alles in beweging is, dat alles
stroomt (panta rhei) en de latere filosoof
René Descartes stelde dat de lege ruimte niet
bestaat, daar volgens zijn zeggen alles in de kosmos
verbonden is met krachtvelden. Aldus, met voor ogen de
sterren die hun plaats behouden terwijl ze ronddraaien in
het sterrenstelsel, is het moeilijk het krachtveld te
ontkennen van de melkweg die ze bijeenhoudt en
mogelijkerwijze de snelheid van het licht beïnvloed.
Ook kan, zoals werd aangetoond door moderne experimenten,
licht sneller gaan, b.v. laserlicht onder speciale
omstandigheden. En zo is, ernst makend met het bewijs dat
de lichtsnelheid alzo niet altijd constant is, het feit
dat de sterren zich rondbewegen in de melkweg en het
inzicht van mogelijke en plausibele nieuwe verklaringen,
van b.v. Maurizio Consoli, wat betreft het Michelson en
Morly experiment om de ether te meten, het bestaan van
een gefixeerde achtergrond door middel van theorie en
observatie bevestigd. De vaststaande achtergrond kan
inderdaad worden beschreven middels het begrip van de
ether, ofwel door het idee van de ether als een effect
van de zwaartekracht in ons sterrenstelsel, het effect
dat de ruimte ervan definieert. Anders gezegd leidt deze
theoretische positie tot het idee dat de ether ons
leven is, dat de ether, via de conditionering aan de
cyclische tijd die ermee is verbonden, met name bepalend
is voor ons geestelijke en materiële leven. Om die
reden spreken we als we ons verhouden tot dat krachtveld
en we onze geest ervaren in die sfeer over het 'geluid in
de ether', zoals het klassieke hindoe-geschrift de
Bhagavad Gîtâ dat bevestigt. De geest aldus
bezien, ontspringt aan de ether in ons
geïdentificeerd zijn met het cyclische van de timing
van onze materiële levens en vindt anderzijds zijn
rust weer in de meditatieve expansie van ons zielen
onthechtend met de tijdruimtelijke oer-ether.
Hoewel Einstein op grond van de
absolute lichtsnelheid en zijn speciale
relativiteitstheorie opgevoerd wordt als zijnde de
aanstichter van de weerlegging van de ether als een
bestaand element, zit de zaak toch iets anders. Einstein
kwam later in 1920 terug op het onderwerp van de ether
dat hij toen omschreef met 'according to the general
theory of relativity space is endowed with physical
qualities; in this sense, therefore, there
exists an ether.' Zijn idee van de ether als
zijnde de ruimte met eigenschappen van zwaartekracht, is
relativistisch i.t.t. tot dat van H. Lorentz die meer
uitging van een absoluut begrip van de tijd met de ether.
Einstein's inzicht leidde tot het idee van het bestaan
van verschillende vormen van ether die historisch terug
te vinden zijn in de drie vormen van Vishnu, te weten
Garbho- Kârano- en Kshirodakas'âyi Vishnu
(Satvata Tantra), welke de drie representaties van
de ether van de tijdruimte, de galactische ruimte en de
gekromde ruimte van materiële objecten als planeten
en sterren voor zich vormen. De eerste, de
tijdruimtelijke ether, is expansief lineair, de tweede,
de galactische, is contraherend, cyclisch en creatief, en
staat bekend als 'Schepper', 'Iets' of de 'Kracht' en de
derde, de planetaire of lokale ether, is
electromagnetisch bepaald door de eigenschappen van het
object in de ruimte en staat ook wel bekend als de
radio-ether. Het inzicht van Lorentz wat betreft de ware
tijd van de cyclische natuur met de ether helpt ter
bevestiging van de filognostsche stelling dat als de
klokketijd samenvalt met de ware tijd, dan de
instabiliteit van de tijdervaring of de psychologische
tijd ten einde is (zie ook de definitie
van de tijd).
Zo dienen Einstein en Lorentz filognostisch niet elkaars
weerlegging, maar dienen ze, beiden voor de ether, ter
ondersteuning van filognostisch verenigbare argumenten.
Wat echter sneuvelt in dit debat is de constante
lichtsnelheid in een vacuum.
Zo moet dan
samenvattend filognostisch, d.w.z. de kennis
liefhebbend, worden gezegd: de ether, als het effect van
het krachtveld van het sterrenstelsel, de tijdruimte en
de gekromde ruimte, welke een gefixeerde achtergrond
vormt die mogelijk van invloed is op de lichtsnelheid,
bestaat op grond van klassieke overwegingen zowel als op
grond van de rede en de logica, en het waarnemen van de
orde van de sterren die ronddraaien in de melkweg (de
universele ether), de roodverschuiving van het spectrum
van sterrenstelsels (de oer-ether) en de lens-werking van
zwaartekrachtvelden rondom sterren (de lokale ether); een
bestaan dat wo9rdt bevestigd door de omschrijving van
Einstein en de natuurkundige interpretaties van de
verrichte experimenten. Aldus vormt de ether, in het zich
verhouden tot de cyclische tijd, een haalbaar paradigma.
Dit filognostisch paradigma wordt verdedigd op deze site,
als het verenigende idee van de gecombineerde cyclische
natuurlijke tijd, de expanderende tijdruimte en het
stabiele zelfbewustzijn van het hebben van een ziel van
evenwicht - of getuige zijn van de tijd - ermee, dat als
een denkmodel wetenschappelijk, spiritueel en persoonlijk
correct gerespecteerd, zowel ruimte biedt aan de
klassieke filosofie en de theologie, als aan een
analytische, artistieke en spirituele vereniging, alsook
aan een recht-toe-recht-aan empirisch waarnemen,
theoretiseren en experimenteren in mechanistische zin. In
feite zijn de twee schijnbaar tegenstrijdige afdelingen
van de methodische wetenschap en de religieus gekleurde
en retorische politiek in onze culturen verenigd als we
met de aanname van een filognostische, ofwel syncretische
spiritualiteit zonder speculaties, niet langer het
bestaan van de ether ontkennen.
Conclusie: het
begrip van de ether zoals bekend van de klassieken
impliceert een nieuw paradigma voor de cultuur van de
eenentwintigste eeuw die stelt dat, na het geocentrisch
denkmodel van Ptolemaeus en de heliocentrische denktrant
die we er sindsdien op nahouden met Galileo Galilei, er
de orde van het leven en het denken is zoals afgeleid uit
het galactocentrisch zich verhouden tot zich verhouden
tot de gefixeerde achtergrond van het krachtveld van de
planeet en de ster, het sterrenstelsel van ons universum,
en al de sterrenstelsels van de kosmos die tezamen de
werkelijkheid van de ene, maar verdeelde, ether vormen,
de Kracht zogezegd. Het is om die reden dat de
Hindoes spreken van de berg Meru waarop de schepper
Brahmâ zich bevindt in het midden van het
universum. Sedert wij foto's maakten van deze berg van
sterren in het midden van de melkweg zich ophopend rondom
het zwarte gat ter hoogte van Sagittarius A, is de
Bhâgavata Purâna
5.16: 7,
die hem omschrijft als zich naar boven even zover
uitstrekkend als naar beneden, in het geheel niet zo
allegorisch meer.
Implicaties: met
de aanname van de volledige werkelijkheid van de ether,
die altijd al gerespecteerd werd in spirituele en
religieuze oefeningen naar het cyclische van de tijd,
moet, dat in praktische zin wensend als een algemeen idee
van burgerlijke orde en nuchtere cultuur, in de
meditaties op de kosmische, tijdruimtelijke expansie
ermee, de ether tevens als een stabiele tijdbasis in
gedachten worden gehouden voor b.v. een z.g.
cakrakalender. Men krijgt dan, naast het respect voor de
orde van de zon en de maan, b.v. verjaardagen gevierd met
aandacht voor de precessie van de equinox - de sterren
schuiven ieder jaar zo'n twintig minuten verder door op
de kalender -, en/of een dag ingesteld op het centrum van
de melkweg waarop we ons het dichtst bevinden bij dat
draaipunt, zodat er van een galactische nieuwjaarsdag
sprake kan is (in 2000, 0 uur 6-7 juli). De ether als de
stabiele tijdbasis leidt ook tot de notie van 1) de
tempometer (zie daar) als een verbetering op de
standaardtijdklokken, en 2) een deregulering van die
wettelijke tijdregelingen die de natuurlijke orde van de
cyclische tijd weerstreven. Zo in de cultuur, en verder
vanzelf dan ook in het onderwijs, gerespecteerd,
weerspiegelt het begrip van de ether dan het belang van
de persoonlijke en collectieve integriteit van het
wetenschappelijke, spirituele, religieuze, en dus ook het
politieke van een waarachtige strategie van cultuurbehoud
en orde in relatie tot de natuurkrachten, in dit boek de
filognosie genoemd: de rechtstreekse liefde voor de
kennis in culturele volledigheid.
Filognosie:
liefde voor de
kennis der zelfverwerkelijking zoals die wordt ingegeven
door zowel de oosterse als de westerse begrippen van
emancipatie
die tezamen de integriteit uitmaken van de verschillende
gezichtspunten,
vormen van logica
en intelligentie
die men aantreft in de moderne samenleving op mondiale
schaal.
De term betekent
letterlijk: liefde voor de kennis. De term wordt gebruikt
in contrast met de term filosofie om aan te geven dat
niet enkel de liefde voor de wijsheid en haar
ontwikkeling het doel is, maar meer de liefde voor de
kennis, de christelijke spirituele kennis of gnosis zo u
wilt, zoals ze is in haar geheel. De filognosie vormt een
inclusieve manier van denken die niets probeert uit
sluiten. Praktisch gesproken impliceert de term het
teweegbrengen van eenheid en harmonie van bewustzijn op
het gebied van de feiten (methode/ wetenschap), de
principes (analyse/spiritualiteit) en de persoon
(persoonlijk/politiek) middels
contemplatie, vertoog en dienst aan de natuurlijke orde
van de tijd in samenhang met de ether, als de methode
voor het bieden van tegenwicht tegen de moeilijkheden van
het niet weten
(zie ook de
instructie-site
Filognosie).
Geschiedenis. De
filognosie, opgezet door Aadhar (René
P. B. A. Meijer)
begon als een meditatie-oefening in een New Age centrum
in het begin van de negentiger jaren in Enschede, in
Nederland. Later ontwikkelde het, met name op het
internet, de status van een leidraad in de
wetenschappelijke, spirituele en religieuze hervorming in
het algemeen, die is gebaseerd op de vedische kennis
zoals doorgegeven vanaf de indiase filosoof en wijze
Vyãsadeva, die ruim vijfduizend jaar geleden
leefde. Aadhar vertaalde het S'rîmãd
Bhãgavatam
gewetensvol, indachtig zijn voorganger in Nederland
S'rî
Hayes'var das
(H. v. Teylingen), en presenteerde het heilige boek op
het internet. De filognosie als zodanig vormt zijn
commentaar en uitleg van de vedische kennis die een rol
speelde in het hervormen van zijn leven naar de waarden
van de yogafilosofie in engere zin en, met achting voor
het hele veld van het westerse, wetenschappelijke denken,
de spiritualiteit en de door de persoon bepaalde politiek
in een ruimere zin.
Klassieke
referentie. De
klassieke referentie voor de indeling wordt gevormd door
de zes darshana's of visies waar de indiase
filosofie uit is opgebouwd die de basis vormt voor de
structuur van de kennis van de Bhâgavata
Purâna
van Vyâsadeva. Naar de filognostische versie van
het zesvoudige van de filosofische methode, de
paradigmatische wetenschap, de kunstminnende analyse, de
overstijgende spiritualiteit, het religieus geassocieerde
persoonlijke en het politieke van commentaren en tot
compromis bereidde aanpassingen, is het zo, zoals dat is
met de oorspronkelijke darshana's, dat de visies
gemeenschappelijk hebben:
- 1) Het begrip van
een bewust en continuerend zelf of een
ziel.
- 2) Het begrip van
het kruis of de werklast te dragen door een individu,
familie of volk.
- 3) Het perspectief
van een oplossing van bevrijd zijn in
dienstbaarheid.
- 4) Het onderkennen
van de autoriteit van een gevestigde cultuur van
schriftuurlijke referentie.
In de westerse
filosofie vinden we bij D.
Hume in zijn
Verhandeling over de Menselijke Natuur (I.III-1
- Over kennis) een zeven-deling waarmee min of meer
de filognosie kan worden beschreven als de
identiteit van de gelijkenis in
filosofische overwegingen wat betreft de natuurlijke orde
van de relaties van tijd en plaats, waarbij de
verhoudingen van kwantiteit, het getal, de
schoonheid en de kunst van de analyse, in combinatie met
de kwaliteit van het niveau van overstijging en
verbondenheid in verzaking, leiden tot de
oorzaak-en-gevolg-redeneringen in de religie en de
biografie van de persoonskunde, zodat uiteindelijk de
tegenstelling van de politiek van maatschappelijk
verantwoording nemen wordt bereikt. Met die politieke
tegenstelling is de filognost,
i.t.t. de zich eenzijdig identificertende
materialist,
dan verenigd in zijn bewustzijn
van de dualiteiten. Hij overziet de structuur, de
samenhang ervan. Uiteindelijk is de filognost een
yoga-beoefenaar
met als motto: 'eenheid in verscheidenheid'.
Politieke
relevantie. De filognostisch gevonden tegenstelling
tussen politieke partijen en kiesgroepen
vormt de sociale en persoonlijke afspiegeling van de
speurtocht naar de integriteit van:
- 1) Het
evenwicht tussen de volheden van het fortuin en de
zes basisvisies die ook het materialisme met de erbij
behorende strijdigheid van het ego der materiële
compensatie en duisternis definieert.
- 2) De deugd
van de kwaliteit versus de kwantiteit in de
interne en externe velden van handelen.
- 3) De
vertegenwoordiging van het persoonlijke versus het
onpersoonlijke t.o.v. de bron der kennis in de vorm
van de leraren.
- 4) De
identiteit van status en beroeps-oriëntaties
en graden van ervaring waarmee het spel van de
maatschappelijke orde wordt gespeeld door een ieder.
Het gaat er kort gezegd
politiek in de filognosie dus om het evenwicht van de
deugd van de vertegenwoordiging van de identiteit te
vinden.
Etymologie: Het
woord filognosie is afgeleid van het griekse woord filo -
liefde en gnosis - kennis. Aldus de betekenis van de term
in de zin van liefde voor de kennis.
Filosofische
klassificatie: filosofisch kan de filognosie worden
gekenschetst als naturalistisch idealisme.
Vedische
equivalent: De spirituele kennis van de filognosie
komt het meest overeen met de term âtmatattva;
hetgeen letterlijk het principe, of de werkelijkheid van
de ziel betekent, die ook wel als de spirituele kennis in
het algemeen wordt omschreven.
Logo: Symbolisch
weergegeven ziet, naar aanleiding van de
bede der filognosie,
de integriteit van het filognostisch streven er zo
uit:
Zie verder:
- De definitie van het materialisme,
waarin de filognostische definitie een centrale ordenende
rol
- Filognosie
of de Orde van de Tijd
- Hoe jezelf op de agenda te zetten? Een goede inleiding
in het veld van de filognosie wordt gevormd door de
inleidingen en de synopsis van de verschillende secties
van de site De Orde van de Tijd.
- Filognosie
- basis instructie site die defenities biedt, de z.g.
ronden, filognostische kunst, een lijst van basistermen
en meer.
- De
Filognostische
Bekentenis - de
basisbeginselen van de filognostische strekking in 170
artikelen.
- Zie ook De
Kleine Filosofie van de
Vereniging
- waarin de implicaties van de filognosie voor het
politiek bedrijf aan de orde komen.
- De hypocrisie
als men niet integer is met de velden, de burgerdeugden
en de principes.
- GameWiki-pagina
over de filognosie.
Filognosten:
mensen geassocieerd in de toewijding van de filognosie.
Er zijn er, naar gelang de graden van ervaring of
betrokkenheid, drie soorten: de beginners, de gevorderden
en de erkende of 'zuivere' filognosten. Hoewel de
filognosten gewoonlijk worden aangetroffen onder de
toegewijden van de tradities, de gelovigen,
vertegenwoordigt de filognost het respect voor en de
integratie van al de negen leraren.
Na een jaar van omgaan met ervaren filognosten, onder
leiding staande van een zuivere filognost, kan men worden
ingewijd in de status van een ervaren toegewijde door het
afleggen van de gelofte: 'waarachtig en gewetensvol
beloof ik te zullen delen en te helpen'. Bij die
gelegenheid kan men ook zijn 'bijnaam', of geestelijke
naam, bevestigd krijgen die staat voor iemands stijl van
omgang hebben zoals dat te zien is in de filognostische
betrokkenheid.
Vedische referentie:
Adhikâri;
Beginner: kanishthha, gevorderde: madhyama
en uttama, een zuivere toegewijde. Zie ook
de
afbeelding en
de filognostische
bede en de
Filognostische
Associatie.
Galactisch
jaar: jaar
beschreven door één draaiing van de aarde
om de zon in verhouding tot het centrum van de melkweg
(gelokaliseerd in Sagittarius A). Dit jaar is eigenlijk
een galactische dag want het duurt ongeveer 226 miljoen
jaar voordat ons zonnestelsel één keer echt
een jaar heeft rondgedraaid om het centrum van de
melkweg. Het galactisch jaar is van belang i.v.m. het
respect voor de ether en het cultuur- en persoonsbehoud
ermee op lange termijn omdat ze in zo'n 71 jaar slechts
één dag verschuift vooruit op de kalender
(zie galactische
tijdpagina's).
Geaardheden.
Er zijn drie geaardheden. Ze staan voor de
graden
van ervaring van een speler in het
Spel van de Orde.
De drie graden zijn: zelf-modus, ego-modus and
wijsheids-modus. De geaardheden vertegenwoordigen de drie
basis disciplines van de filognosie. Ze heten ook de
natuurlijke geaardheden die overeenkomen met de
hartstocht of de beweging, de onwetendheid of de
traagheid en de goedheid of de kennis. Een derde
overeenkomst is de drie verschillende vormen van
goddelijkheid ermee geassocieerd: het behoud, de
vernietiging en de schepping. Kies een geaardheid en surf
naar uw missie. Het vedisch equivalent heet
guna's
(zie ook afb.).
Geest:
het mentale van het zich gelijkrichtend ego, richting
en/of integriteit van het mentale; eveneens vergeleken
met programma. Beschreven als leven gevend en van een
zekere gemoedstoestand. Een manier van zien, een
conditionering. Men spreekt in het Nederlands ook wel van
het denken, de manier van denken en de verstandhouding
(zie verder onder denken
en een
artikel over de definitie van
spiritualiteit).
Gelofte:
De gelofte van de filognosie van 'waarheidlievend
en trouw beloof ik te delen en te helpen' is ontleend
aan de yoga-gelofte:
yama zowel als aan de basiswaarden
van de menselijkheid in dharma van de
bewustzijnsvereniging. Op deze waarden en op deze gelofte
dus, zijn de
spelregels van het Spel van de orde
gebaseerd (zie
ook bede,
principes,
artikel De
filognostische
bekentenis).
Gehechtheid:
de staat van geconditioneerd zijn aan een emotionele
voorkeur eveneens geassociëerd met een legale en/of
persoonlijke band. Weerstaat de logica en de rede. Wordt
beschouwd als de bron van de lust die aanleiding geeft
tot intelligentieverlies, woede, waanzin en ziekte.
Gehechtheid wordt gewoonlijk gezien als een zwakheid van
het ego leidend tot neurose ofwel ineffectief gedrag,
terwijl hetzelfde geassociëerd met de ziel wordt
beschouwd als beheersbare liefde die wordt vergeven en
begenadigd als een vorm van dienst aan God.
Gelijkrichten:
letterlijk betekent het je op één lijn
plaatsen met. De term wordt gebruikt om de positie van
het ego in overeenstemming met de waarden van de ziel en
de positie van de ziel in overeenstemming met de
werkelijkheid van het Ideaal(God) te beschrijven.
Synoniem daarmee zou je ook kunnen spreken van eenheid
zonder erin op te lossen, verbonden zijn zonder het
verschil te ontkennen, en rangschikken zonder een dubbele
standaard (engelse term: aligning) (afb.).
Gelofte:
de gelofte van de filognosie van 'waarheidlievend en
trouw beloof ik te delen en te helpen' is ontleend
aan de yoga-gelofte: yama (zie ook
bede,
waarden,
filognosten,
yoga,
visies),
zowel als aan de basiswaarden
van de menselijkheid in het dharma van de
bewustzijnsvereniging. Op deze waarden en op deze gelofte
dus, zijn de spelregels
van het Spel van de Orde
gebaseerd (zie ook principes
en bekentenis
artikel 167).
God:
meestentijds wordt God begrepen als zijnde een
persoon
van bovenzinnelijke aard, eveneens de Heer genaamd.
Aangezien verschillende Heren het belang benadrukten van
het feit God zelf niet te zijn maar juist de profeet,
zoon of leraar
van God, refereert de term onpersoonlijk gesproken aan
een mystiek alomtegenwoordig en aanbiddelijk Opperwezen
of Superziel. Wetenschappelijk schijnt de term te
refereren aan de macht (of ziel)
van de (alomtegenwoordige, alwetende en te respecteren)
conditionerende cyclische tijd
in samenhang met de ether,
of de 'Kracht', die de materiële structuur en het
bewustzijn bepaalt van ieder levend wezen. Het is
duidelijk dat God alles of iedereen kan zijn terwijl het
omgekeerde niet waar is, slechts een element zijnde en
niet de categorie. Aldus is God een Persoon, terwijl
tegelijkertijd de persoon God niet is (zie ook
afb.
van soorten goddelijkheid & afb.
van de volheden of weelde van God).
• Er zijn
drie kenmerken van de goddelijkheid: behoud, schepping
en vernietiging (zie geaardheden)
• Er zijn drie kwaliteiten: eeuwigheid (van de
constante getuige die de ziel
is), bewustzijn
(door de natuurlijke
orde van de zon, de
maan en de
sterren) en gelukzaligheid (van het doen van je plicht
- het dharma).
• Er zijn drie schaduwen: dwaasheid door
gehechtheid, dictatuur door vals gezag en waanzin door
een gebrek aan discipline.
God kan filognostisch,
naar de graden van ervaring, ook worden beschreven als
het Zelf der zelven, het Ego der ego's en de Ziel van de
zielen. God als de Kracht of als 'iets' wordt
multicausaal begrepen als de verpersoonlijking van de
ether, of omgekeerd de ether als de afspiegeling van de
integriteit van de godspersoon (zie ook: geaardheden).
Graad
van
ervaring/betrokkenheid:
Er zijn, overeenkomstig de drie geaardheden
(guna's) van de natuur, drie
graden van ervaring
en betrokkenheid.
Allereerst is er met het ervaring opdoen in
het
Spel van de Orde
der emancipatie het zelf van het lichaam, dan is er het
ego van de identificatie en verantwoordelijkheid ermee,
en vervolgens is er de ziel of de wijsheid van de
intelligentie en de ervaring. Het zelf is van de
traagheid en onwetendheid met de materie of van het
bewustzijn ermee, het ego is er van het creatief zijn,
van de zelfgerealiseerde orde met de beweging in de
natuur, en de ziel komt in zicht met het zelfbehoud en de
goedheid in de kennis, bevrijd zijnd in de principes van
de menselijkheid. De ervaring wordt gekend als een zekere
mate van betrokkenheid: men is een beginner, een
gevorderde, dan wel een persoon erkend als zijnde ervaren
of wijs. Filognostisch is er positief- substantief naar
de persoon (purusha) redenerend eerst de
creativiteit van het ego (filosofie/wetenschap), dan de
zelfrealisatie in de verlichting der meditatie
(analyse/spiritualiteit) en dan de wijsheid van het
respecteren van de persoon en met een zeker commentaar
(religie/politiek). Normatief-subnstantief naar de
persoon redenerend is er in het Spel
van de Orde een
andere logica van opeenvolgen; dan gaat men van persoon
naar ego naar zelfrealisatie (zie causaliteit
en logica).
Hypocrisie:
Hypocrisie
of evenwicht?
Hypocriet
is men als men de schijn zit op te houden, dat men maar
doet alsof terwijl men in feite niet weet of wist hoe men
het uiterlijk correcte moet laten samengaan met de
innerlijke harmonie en evenwicht van een wezenlijke
deugd. Zo wordt dan duidelijk dat de tegenhanger van de
hypocrisie de deugd
van een innerlijk evenwicht is; dat men op de juiste
manier deugdzaam is met het uiterlijk gedrag op
verschillende terreinen of velden
van handelen.
Evenwicht is er
met de 'hemelse principes' (zie Confucianisme van
Zhi
Xi) als men
deugd en veld (oorsprong: Hindoeïsme -
kshetra) in overeenstemming krijgt met de orde van
de tijd (zie filognosie
en Islam); ofwel als de ether niet meer troebel is.
Zakelijk is men dan plichtmatig met het geld, in het
privé heeft men dan inzicht in de religieuze zin,
wat betreft het ego
is er dan medemenselijkheid en vertrouwen en in het
verenigingsleven heerst er dan de zekerheid en
behoorlijkheid van een ritueel respect.
Hypocrisie
daarentegen is er als men de ether
vertroebelt door zich niet aan de regulerende
beginselen (zie
ook waarden)
te houden, zodat er een ego ontstaat gekenmerkt door
valse schijn. Zakelijk bestaat de schijn der
plichtmatigheid er dan ter maskering van misleiding,
uitbuiting en prijsafspraken. Privé bestaat de
schijn van het begripvolle er dan ter maskering van
calculatie, gehechtheid en dwaasheid. Op het gebied van
het ego bestaat de schijn der medemenselijkheid er dan
ter maskering van de hysterie, de ongelijkheid en de
persoonscultus. Op het gebied van de vereniging bestaat
de schijn van een vormelijke correctheid er dan ter
maskering van de seksuele obsessie, de institutionle
macht en de bevoordeling. Ieder van de twaalf vormen van
hypocrisie impliceert een politiek van misleiding waarin
men deugdzaam is op het verkeerde terrein of waarin men
vanuit één enkel bepaald veldbelang alle
deugd probeert te dekken. Zo is dan op zakelijk gebied
religieuze deugd misleiding, lustregulatie uitbuiting en
een streven naar bevrijding (van wedijver) een valse
prijsafspraak. Zo is dan geld verdienen willen in het
privébereik calculatie, lustregulatie in het
privé gehechtheid
en het streven naar bevrijding
in het privé dwaasheid. Het ego
gezond krijgen
op basis van geld is aandachttrekkerij of ongewenste
reclame, op basis van religiositeit het ego
behartigen is
het een vorm van ongelijkheid en er bevrijding
in willen vinden is persoonsverheerlijking. Op het vlak
van het zich verenigen is het streven naar
lustbevrediging een seksuele
obsessie, vormt
het religieuze een harteloze institutionele macht, en is
het streven naar geld een vorm van bevoordeling. Je zou
ook simpelweg kunnen stellen dat hypocrisie het resultaat
is van nevenmotieven.
Zie ook:
Velden,
waarden,
principes,
filognosie,
materialisme.
Identiteit:
identiek zijn
aan jezelf, aan het zelfde voortdurende leven, de
gelijkheid van essentieel karakter. Het heeft gewoonlijk
betrekking op het beeld dat mensen van je hebben en de
overeenkomst van dat beeld met het beeld dat je van
jezelf hebt of zou willen hebben. Vertrouwd met jezelf
zijn er positieve identificaties. Het tegendeel is
gedefiniëerd als vervreemding. Formele identificatie
wordt problematisch genoemd daar de echte (unieke)
persoon schijnt te verdwijnen in de uniformiteit van een
groep. Materieel heeft de term betrekking op het op de
juiste wijze georiënteerd zijn in je zelfbeeld naar
het hier en nu in de tijdruimte van je lichaam. Hierin
gestoord zijn behoort tot de definitie van geestesziekte:
men is gedepersonaliseerd of gedesoriënteerd niet
bewust van de eigen verantwoordelijkheid voor de plaats
en timing van het eigen lichaam. Filognostisch weet men
dat de mensheid lijdt onder een identiteitscrisis
-politiek- gespleten (verdeeld) zijnde in het bewustzijn
van plaats en tijd: het internationale pragmatische
tijdsysteem dreigt de persoon in zijn culturele
authentieke identiteit te verslinden wat betreft zijn
gevoel voor natuurlijke timing overeenkomstig zijn plaats
(waarvan de ziel als slecht of nationalistisch wordt
veroordeeld). Derhalve wordt men filognostisch als
zelfbewust beschouwd als er sprake is van realisatie van
een formele identiteit zonder zich in de uniformiteit of
ander gedrag van een groep verloren te hebben. Het
formele van de zestienvoudige identiteit van de
status-oriëntatie wordt bepaald door de vier
beroepsoriëntaties (een vriend, verschaffer,
intitiatiefnemer of begeleider zijn) en de vier
leeftijdsgroepen die de status vormen (jeugd,
jong-volwassen, middelbaar en bejaard; zie ook
kleurencode,
de afb.
en het
Spel van de Orde).
De valsheid van de
burgerlijke statusoriëntatie van de identiteit wordt
beheerst in de acht niveaus van abstractie die de
overstijging of transcendentie bieden en zo de
keuzevrijheid en relativering bevorderen om niet in
klassenstrijd en kastenstelsel te vervallen. Deze
overstijging gaat gepaard met een zeker inzicht in de
noodzaak van de verschillende
functies van de identiteit op ieder van de acht niveaus
en in ieder van
de drie graden graad
van ervaring of
betrokkenheid
(zelf-ego-ziel)
waarmee er dan een verfijning is in 24
identiteitsfuncties. Identificatie buiten de motieven van
de ziel om wordt beschouwd als de oorzaak van gehechtheid
(welke leidt tot een verlies van intelligentie). Vedisch:
varnâs'rama-dharma (zie verder de
Wiki-pagina
over identiteit).
Identiteitsfuncties:
basisfuncties van de identiteit
van een persoon naar gelang het niveau
van abstractie en de graad
van ervaring.
Er zijn er vierentwintig (zie het Spel
van de Orde: Niveaus).
Illusie:
iets wat vals is voor echt aanzien. Gewoonlijk toegepast
op het verschil tussen materieel geïdentificeerd
zijn en spiritueel gericht zijn. Het tijdelijke of
materiële wordt als illusoir beschouwd aangezien het
gedoemd is te veranderen terwijl het bestuur van de vorm,
de geest die resulteert uit het gelijkrichten met de
ziel, en de ziel zelf, wordt beschouwd als zijnde eeuwig
daar ze refereert aan de onveranderlijkheid van het
zelfbewustzijn en de werkelijkheid der verandering, de
tijd zelf. Zo heeft men naar het concrete van de natuur
de drie
basiselementen
waar we zeker van zijn en zijn er ook de drie
disciplines van
het respect voor de integriteit van het geheel ervan.
Tegen elkaar afgezet krijg je dan een schema dat negen
kennisgebieden toont waar dan sprake is van illusie
danwel van waarheid,
afhankelijk van de kwalitieit van het evenwicht dat men
heeft naar de burgerdeugden
van het zich
gelijkrichten
met de ziel:
Met de
tijdorde
respecteren we feitelijk de tijd.
Met de wet zijn we principieel met de
tijd.
Met de religie zijn we persoonlijk met de
tijd.
Met de macht zijn we feitelijk voor onze
leefruimte.
Met de intelligentie zijn we principieel met de
ruimte.
Met het ego zijn we persoonlijk met de
ruimte.
In de arbeid zijn we feitelijk met de
materie
begaan.
In de politiek zijn we principieel met de
materie.
Met het kapitaal zijn we persoonlijk
materieel
verzorgd.
In deze kennisgebieden
is er dan sprake van illusie of van waarheid; m. a.w. de
tijdorde kan vals zijn (standaardtijd) of waar zijn (de
natuurlijke
orde); de wet
kan vals zijn (wettelijke tijdregeling) of waar zijn
(naar de menselijke waarden en de geboden); de religie
kan vals zijn (naar de lineaire weekorde) of waar zijn
(naar de zon en maan ingericht); de macht kan vals zijn
(tegen de natuur in) of waar zijn (met respect voor de
natuur); de intelligentie kan vals zijn (paradigmatisch
verdeeld) of waar zijn (in het syncretisch gelijkgericht
zijn in de filognosie);
het ego
kan vals zijn (in identificatie met het materieel belang)
of waar zijn (als het ik van de ziel); de arbeid kan vals
zijn (met een nevenmotief) of waar zijn (vrijwillig
zonder nevenmotief); de politiek kan vals zijn (naar een
partijbelang) of waar zijn (naar het belang van de
kiesgroep
en de orde der kiesgroepen);
en het kapitaal kan vals zijn (ten dienst van de
zelfzucht) en waar zijn (ten dienst van de
rechtvaardigheid).
Vedisch bezien is het
het 'niet-dit'-bewustzijn (mâyâ).
De mantra voor de bestrijding ervan: neti,
neti ofwel:
noch dit, noch dat.
Illusie in de
filognosie: filognostisch spreken we ook wel van
illusie als men denkt dat een enkele vorm van logica de
enige vorm van logica zou zijn in samenhang met de drie
basisdisciplines van een van de vier werkzame oorzaken
van de persoon, de vorm, de norm en de doener: de logica
is dan wel waar en geldig misschien, maar toch een
perfecte causale illusie omdat ze niet door heeft
dat er even zo goed, met een andere opeenvolging van
redeneren, een net zo geldige logica te vinden is. In het
materialisme
is deze vorm van illusie gebruikelijk.
Intelligentie:
kortweg de som der ervaring. Het verstand. Psychometrisch
is het het nivo van presteren in verhouding tot dat van
leeftijdgenoten. Spiritueel is het het vermogen zich
gelijk te richten met de belangen en waarden van de ziel.
Hieruit wordt de definitie van domheid afgeleid: het is
dom, onverstandig het ideaal te weerstaan.
Met de intelligentie
als een vorm van, of soort van, onderscheidingsvermogen,
spreken we in de filognosie van drie hoofdsoorten van
intelligentie:
a) de
interne intelligentie van de
velden
van handelen
die samenhangen met de verschillende
hersengebieden,
b) de externe intelligentie die
samenhangen met de velden van handelen in de
buitenwereld en
c) de integratieve of filognostische
intelligentie die zich betrekt op de
verschillende vormen van logica
en causaliteit.
Zo is er dan
intern:
1 - een
intellectuele, abstractie-intelligentie van de
grijze cellen, de cortex,
2 - een emotioneel-motorische intelligentie van
de lagere centra en de kleine hersenen,
3 - een waarnemingsintelligentie van de
achterhersenen,
4 - een intelligentie van de persoonlijkheid en
het initiatief frontaal en
5 - een ruimtelijke intelligentie, of het
ruimtelijk voorstellingsvermogen van de rechter
hemisfeer die nogal parallel en "mannelijk", is en
6 - een taalbewuste, taalvaardige intelligentie
van de linkerhemisfeer die nogal "vrouwelijk" en
serieel is.
Extern hebben we
dan:
1- een
materiële, praktische intelligentie van
rekenen en handigheid in het ondernemen,
2 - een morele of religieuze intelligentie die
van de bevrijding in individuele verantwoordelijkheid
is,
3 - een spirituele intelligentie die van de
verlichting in het zich verenigen is en
4 - een sociaal concrete intelligentie die meer
van het ego is dat zijn lusten botviert om een goede
tijd te hebben.
Naar de integratie
van de intelligentie hebben we dan
kentheoretish:
A) de zes
vormen van filognostische intelligentie die
samenhangen met de visies van de logica naar de
disciplines en de causaliteit, samen met
B) een zevende, te weten de constructieve
intelligentie, die evolutionair of emancipatoir is en
een gelijktijdige ontwikkeling inhoud van al de visies
van de intelligentie. (zie logica)
C) Verder zijn er kentheoretisch ook nog de, in
materieel opzicht, niet-valide vormen van
intelligentie die de vijf vormen van meditatieve
intelligentie voorstellen: de drie visies die
positief-formatief, verlicht-normatief
en bevrijd-substatief ieder voor zichzelf
filosoferen voor hun eigen werkelijkheid met een eigen
intelligentie, samen met de in de twee vormen van de
constructieve, evolutionaire logica uiteengevallen
intelligenties van: 1) een intelligentie die gericht
is op het verleden, ofwel een retrospectieve
intelligentie voorstelt, en 2) een die het
mediteren op de toekomst inhoudt, d.w.z. een z.g.
prospectieve intelligentie inhoudt.
Met al deze vormen van
intelligentie evenwichtig ontwikkeld kan men
filognostisch gezien heel intelligent zijn, maar toch
slechts gemiddeld scoren op een prestatie-gerichte
intelligentietest.
Kiesgroepen:
politieke partijen in zestien verdeeld die 1)
representatief zijn voor de status-oriëntaties van
de burger-identiteit in de maatschappij zoals ingedeeld
naar de vier beroepsgroepen (varna) en
leeftijdsgroepen (âs'rama), 2) aansluiten
bij een soortgelijke indeling van de ministeries, 3) de
basis vormen voor de zetelverdeling in het parlement en
4) in de grondwet zijn vastgelegd en in hun organisatie
behartigd worden door de zittende regering als zijnde
onafhankelijk van de vrije vereniging van komende en
gaande parlementsleden georganiseerd in de meer
nepotistisch georiënteerde politieke partijen.
Het is de politieke partijen
logischerwijze er bij de verkiezingen om begonnen zoveel
mogelijk kamerleden voor de verschillende kiesgoepen te
organiseren en te leveren en zo maximaal van invloed te
zijn. Dit is bevorderlijk voor hun programmatische
integriteit. Individuele burgers, die zo, eveneens
noodzakelijkerwijze met achting voor hun abstractieniveau
en ervaring, bekrachtigd worden in hun identiteit van
functioneren, kunnen onafhankelijk van de partijen ook
kiezen voor onafhankelijke kamerleden van hun kiesgroep
en/of kunnen zelf politiek carrière maken door
bekendheid te verwerven als verdedigers van het belang
van hun kiesgoep. Een burger verandert normaliter, gezien
de leeftijd, minimaal drie keer in zijn leven van
kiesgroep, maar mag ook vasthouden aan het dienst leveren
aan een groep die voor een andere leeftijdscategorie
en/of beroepsgroep staat (b.v. in het onderwijs dat
overwegend voor het belang van de ontwikkeling van de
jeugd staat). De kiesgroepen staan voor een doelbewust
mensenrechten identiteitsbestuur dat eenzijdige
besluitvorming, repressie en verwaarlozing van bepaalde
bevolkingsgroepen uitsluit. Ze staan garant voor een
terwille van het burgervertrouwen in de politiek optimaal
afstemmen van de wetgevende en de uitvoerende macht van
de staat. (zie verder het ontwerp voor een
filognostisch
verantwoord politiek
programma en
een grafische voorstelling van de burgeridentiteiten).
Leraar/goeroe/filognost:
iemand die onderricht verschaft in woord en/of geschrift
en zo, door liefde voor de kennis te tonen - ofwel door
de filognosie voor te leven - een voorbeeld vormt van een
intellectuele, spirituele dan wel geestelijke discipline.
De leraren, die allen tot de begeleiders in de
samenleving behoren (zie identiteit) worden onderscheiden
naar de bron van de kennis en de discipline
van de zienswijze. De drie bronnen zijn :
a)
de boeken,
b) de leraren of geleefde tradities zelf
en
c) de gelijkgestemde medeleerlingen.
Zo zijn er dan leraren
van de intuïtie (de 'ongeziene' goden manifest in de
heilige boeken, vedisch: de brahmanen), de leraren
van instructie (de autoriteiten, vedisch:
sis'ya-guru's) en de leraren van inwijding, (je
oudere broer of zus, je vader of moeder, etc. ; vedisch
diksha-guru's). De drie disciplines zijn die van:
a)
het onpersoonlijke (de wetenschap; vedisch
brahman),
b) het persoonlijke (de traditie, de
religie; vedisch bhagavân) en
c) het lokale hier en nu beginsel
(van de mystiek, de gnostiek, de esoterie, het
meditatieve, het spirituele; vedisch:
paramâtmâ).
Zo
zijn er dan negen leraren: drie wetenschappelijke,
drie spirituele en drie traditionele. De drie van de
wetenschap zijn: 1) de therapeut (de 'ouderling',
de opvoeder, de raadsman), 2) de professor en zijn
intellectuelen en vertegenwoordigers in het normale
onderwijs, en 3) de 'Heilige Geest', de
'ongeziene', ofwel concreet de persoon van het positieve
homologisch denken (het denken dat we vroom delen en
volhouden kunnen), ofwel de nuchtere zin van de
overgeleverde kennis der natuurwetenschap die, als een
persoon, voor de 'Schepper' staat. De drie leraren van de
spiritualiteit zijn 4) de new age leraren of
spiritueel toegewijden, 5) de esoterische goeroes,
de spirituele filosofen, de verlichte zielen en de
mystici en 6) de 'Zoon', de persoonlijkheid van God zoals
we die uit de geschriften kennen als de leider van deze
of gene religie die de obstakels wegneemt, ofwel de
'Vernietiger' is. De drie leraren van de traditie zijn:
7) de volgelingen van de tradities ofwel de gelovigen (de
filognosten ook wel vaak), 8) de priesters en andere
leraren van het voorbeeld (âcârya's)
van deze of gene leerschool van een bepaalde traditie, en
9) de 'Vader' ofwel de 'Behouder' in het voorbije, de
Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God.
Hoewel de filognosten
meestal onder de toegewijden van de tradities, ofwel
onder de gelovigen te vinden zijn, vormt de ware
filognost het respect voor en van de integratie van al
deze negen leraren. De verpersoonlijking van alle leraren
heet de Fortuinlijke, de Heer ofwel de avatar, die zowel
de intuïtieve als manifeste leraar is, alsook de
leerling of toegewijde is. De 'normale' filognost maakt
steeds deel van Hem uit, van Hem als de Heer van, of
Integratie van, de Filognosten.
Zie ook het
artikel
over goeroes op de afdeling
Persoonlijk.
Logica:
In de filognosie spreken we, overeenkomnstig de zes
gezichtspunten ervan, over zeven vormen van logica die
zich onderscheiden wat betreft de werkzame oorzaak - te
weten een van de vier vormen van causaliteit - en de
discipline van waaruit men redeneert. Aangezien ieder van
de drie basisdisciplines
staat voor een bepaalde oorzakelijkheid, redeneert men
dus logisch gesproken van de ene discipline naar de
andere op verschillende manieren. De disciplines
van waaruit men redeneert noemen we voor het aanduiden
van de vom van logica:
1) vanuit de feiten,
positief,
2) vanuit de principes verlicht
en
3) vanuit de persoon geredeneerd
bevrijd.
Wat betreft
causaliteit
heet de logica
1) naar de feiten toe geredeneerd
formatief
2) naar de principes toe geredeneerd
normatief
3) naar de persoon toe geredeneerd
substantief, en
4) naar alle drie tegelijk toe
geredeneerd constructief, d.w.z. geleidelijk
opbouwend evolutionair of emancipatoir.
De drie basis
disciplines wat
betreft de a) feiten, b) de principes en
c) de persoon zowel fungerend als uitgangspunt als
beoogd doel leveren dan een permutatie op van de
abc-volgorde die zo ieder van de zes filognostische
zienswijzen definieert als een bepaalde vorm van
logica:
• abc: de
positief-substantieve logica typisch voor de
politiek.
• bac: de verlicht-substantieve logica typisch
voor de religie.
• acb: de positief-normatieve logica typisch voor
de analyse.
• cab: de bevrijd-normatieve logica typisch voor
de spiritualiteit.
• bca: de verlicht-formatieve logica typisch voor
de filosofie
• cba: de bevrijd-formatieve logica typisch voor
de wetenschap.
De zevende vorm van
logica naar de constructieve oorzaak vanuit alle drie de
basisvisies is een naar zichzelf verwijzende logica die
in feite een einde maakt aan zichzelf: het is de logica
van de meditatieve
geest die zijn
rust vind in de realisatie van de werkelijkheid van het
hier en nu. Andere vormen van logica zoals de naar
zichzelf verwijzende bevrijd-substatieve, de
verlicht-normatieve en de
positief-formatieve logica zijn soortgelijke
zelfrefererende cirkelredeneringen die gewoon de logica
van de zelfbevestiging van een visie vormen en
filosofisch gezien als vormen van logica eigenlijk niet
geldig zijn omdat ze aan zichzelf referen. Ook dat zien
we dan als vormen van meditatief denken geschikt voor de
zelfcorrectie van een zienswijze.
Materie:
het voorwerp der zintuiglijkheid dat per definitie moet
veranderen (van plaats en vorm). De materie kennen we in
drieën: vast, vloeibaar en gas. Licht is de ijlste
vorm van materie. Lichtdeeltjes kunnen,
quantum-mechanisch, ook golven zijn. Het zijn in feite
energiepakketjes die zich gedragen zoals je er mee
omgaat. Dat is wat de quantum-mechanica natuurkundig
inhoudt.
Hoe de materie
ontstond en waar de materie deel van
uitmaakt:
-
Basiselementen: de materie vormt een basiselement
van de natuur; er zijn er drie in werkelijkheid: de
tijd,
de ruimte die als krachtveld ookwel de
ether
wordt genoemd, en de materie. Deze elementen
zijn verder niet tot iets anders te herleiden, en
daarom heten ze basiselementen; een soort van heilige
drie-eenheid die ten grondslag ligt aan de hele
schepping van geest,
leven en vorm (zie
afb.).
- Een verdichting
van energie: de materie ziet men wel als een
verdichting van energie in vele verschillende vormen
of atomen: de oerether of oerpotentie van het
krachtveld van de tijdruimte balde zich in het begin
van de schepping electromagnetisch samen, stolde als
het ware tot groepen sterrenstelsels en planeten
rondom de sterren, omdat de oerenergie van de oerknal,
als reactie op de aanvankelijke uitbreiding, aan de
condities van de cyclische tijd onderworpen raakte.
Dus na een aanvankelijke uitbreiding - de oerknal -
ontstond er een tegenkracht, de aantrekking, die toen
de energie in het universum samenbalde en in patronen
van draaiing conditioneerde tot levensvormen.
- Tegengestelde
krachten: de materie bestaat dus dankzij het feit
van de twee tegengestelde natuurkrachten van
aantrekking en uitbreiding die tesamen het evenwicht
van een relatief stabiel universum vormen. De materie
is een manifestatie van het principe van de
aantrekking in het universum die berust op de
cyclische tijd. Daarom is de materie altijd in
beweging, zoals de griekse filosoof Herakleitos zei:
panta rhei, alles is in beweging. In samenhang
met de materie spreekt men ook wel van
aantrekkingskracht: grote hoeveelheden materie als de
planeet aarde vormen een soort magneet die de energie
bij elkaar houdt en voorwerpen als de maan in de
ruimte aantrekt.
- De materie als
een eenzijdige opvatting: we spreken van
[[materialisme]] als er cultureel
sprake van is dat geen of onvoldoende rekening
gehouden houdt met de andere basiselementen van de
natuur, te weten de factoren 1) leven (de
drievoudigheid van de natuurlijke tijd)
en 2) geest
(die resultaat is van het verschil gevormd onder de
invloed van de ether),
en men zich daarbij bovendien ten derde afzet tegen,
of in ontkenning verkeert van, de integriteit van de
drie basis-elementen: de persoon
in enge zin of God
in de ruime zin (zie verder onder materialisme).
Vedische
referentie: Materie heet prakriti, de oerether
van ongedifferentieerde energie heet
pradhâna, de ether heet akasha en
kâla is de tijd die drievoudig ookwel
trikâlika heet, en de persoon
van
God, de
integriteit van het z.g. volkomen geheel (om
purnam) heet de purusha. All deze termen zijn
fundamentele begrippen in de vedische
filosofie.
Zie ook: de
geaardheden
van de natuur als
de natuurlijke basis van ons bestaan. De definitie
van
filognosie als
een uitbreiding, of variatie, of vorm van
logica,
met de drievoudigheid van het universum.
Materialisme:
is de filosofie die alles terugvoert op materiële,
kwantificeerbare grootheden. Materialisme kenmerkt zich
door een zekere moraal die simpelweg neerkomt op het
vooropstellen van de dierlijke waarden van het 'ik' en
'mijn' van het primaire eten, slapen, vechten en
voortplanten, waarbij vechten dan staat voor een in
wedijver geobsedeerd zijn met seks, geld en macht als de
gedroomde levensdoelen die het geluk en de vrijheid
moeten brengen. Dit denken staat tegenover het idealisme
dat zijn geluk meer zoekt in het dienen van geestelijke
idealen van kennis, saamhorigheid en bewustzijn,
verlichting, evolutie en emancipatie, en dat, met een
metafysische, spirituele of gedroomde werkelijkheid naast
de bestaande imperfecte wereld der materie, uitgaat van
de meer klassiek filosofische en theologische, goddelijke
waarden en doelen van de mens als het toppunt van de
evolutie. Die waarden zijn filognostisch te omschrijven
als het menselijk moeten delen, helpen, waarachtig zijn
en trouw blijven als voorwaarden voor een bevredigende
menselijke samenleving. In de filognosie vormen de beide
opvattingen van het idealisme en het materialisme de
onvermijdelijke keerzijden van een meervoudig
causaliteitsbegrip dat, bij gebrek aan discipline in het
tijdbeheer en de vereniging, niet alleen materieel (naar
de vorm) en ideëel (naar de norm of de aard) in
tegenstelling kan verkeren, maar ook persoonlijk
(substantief) en onpersoonlijk (qua doener) in
tegenstelling politiek strijdig zijnde scheef kan lopen.
De basis voor de filognostische integratie van het
causale denken vindt men bij de Grieken bij Aristoteles
en bij de Indiërs bij Vyâsadeva. De
meervoudige causaliteit kent ook een ziekteleer: een
crimineel (een psychopaat, sociopaat of zedendelinquent)
is een doorgedraaide materialist, een gek of schizofreen
is een doorgedraaide idealist, een doorgedraaide
impersonalist is een dwangneuroot met een
privé-religie en een doorgedraaide personalist is
een fobicus of angstneuroot die achterdochtig met zijn
respect voor de normale medemens kwijt in niemand
vertrouwen stelt en neigt tot verslaving. Doordraaien is
het gevolg van de controle kwijt zijn als de compensaties
in de eenzijdigheid van de discipline falen.
Onwetendheid, een gebrek aan kennis van de verzaking
b.v., is de fundamentele oorzaak van het menselijk
lijden, en de genezing is de filognosie, de liefde voor
de kennis, te dienen - zoals collectief vrijwel iedereen,
maar helaas niet al te bewust, via het uitkeringsstelsel
en de V.N. b.v, wettelijk verplicht uit achting voor de
mensenrechten reeds min of meer doet.
Met als antoniem de term
transcendentalisme of idealisme, is materialisme,
filognostisch gezien, de geestelijke aandoening van het
verwarren van het middel en het doel. Kennis, macht,
schoonheid, verzaking, roem en rijkdom zijn geen doelen
maar slechts middelen om te komen tot de persoon, eerijk
delen en dienstbaarheid, vereniging, analyse, orde en de
juiste afwegingen. De bevrijding in dienstbaarheid aan de
integriteit van die idealen, ofwel de Hoogste Persoon van
God, is het persoonlijk doel, vrijheid van illusie, het
nuchter zijn, is het wetenschappelijk doel en verlichting
in liefde voor de regulerende principes is het spirituele
doel. Als ziekte, of ontregelde staat van zijn, wordt de
materialistische aandoening, naast de drie andere
genoemde typen van geestesziekte op basis van een falende
logica wat betreft het idealisme, het personalisme en het
impersonalisme, omschreven in vier syndromen
overeenkomstig het falen in de vier regulerende principes
van waarheid, zuiverheid, boetvaardigheid en mededogen,
die door de normale gezonde mens wèl worden
nageleefd. Deze syndromen, die je ook kan aanduiden als
ziekelijke, tot psychopathologie neigende, fixaties van
de politieke geest in weerwil van de wet van de tijd -
die alles dynamisch en bewust of momentaan houdt -,
zijn:
1) In
relatie tot de waarheid: het chronisch
uitputtingssyndroom: door vervreemding van de
natuur, met name van de dynamiek van natuurlijke
ritmen, zingt men - 'de leugen regeert' -0 los van het
krachtveld van de natuurlijke ether en genetisch,
evolutionair vastgelegde conditioneringen en put men
zich uit in compensaties als managerssyndromen die de
entropie aan de basis niet kunnen terugdraaien,
onbeheersbare zorgsystemen die, als waren het mislukte
religies, iatrogeen steeds meer een probleem voor
zichzelf vormen en mislukkende scholingsstructuren die
een ontredderde jeugd en thuissituatie niet kunnen
verhelpen; men spreekt ook wel van een cultuurneurose
in dit verband, van een niet meer effectief
functionerende cultuur. Het gevaar, door sommigen
gevoeld als een constante bedreiging, van min of meer
plotselinge persoonlijke, dan wel collectieve
decompensaties in individueel-sociale, en
collectief-nationale en internationale politieke en
maatschappelijke chaos, crisis en burgeroorlog,
verslavingen en zelfmoorden, ligt met name met dit
syndroom op de loer.
2) In relatie
tot de zuiverheid: het perversiesyndroom: door
tegennatuurlijk gedrag ontwikkelt men
karakterafwijkingen die bestaan uit rechtvaardigingen
en cultiveringen van zwakheden en dwangmatig,
mechanisch en chemish, seksueel gedrag dat een
bedreiging vormt voor de persoonlijke integriteit, de
algemene gezondheid, de intelligentie en de
stabiliteit van duurzame relaties en de
huwelijkstrouw; het syndroom werkt behalve soa's, de
zelfzucht in de hand en ondermijnt met zedeloosheid de
professionele en vrijwillige zorgstaat of algemene
dienstbaarheid in naastenliefde.
3) In relatie tot de
boetvaarigheid: het economisch
onevenwichtigheidssyndroom; doordat men met een
gebrek aan boetvaardigheid het geld vooropstelt als de
god der bevrijding raakt men in de illusie dat veel
geld en/of bezit hebben of verwerven, inclusief een
mentaliteit van concurreren, gokken en speculeren, de
vrijheid geeft. Hierdoor ontstaat echter
maatschappelijke ongelijkheid, nationale en
internationale politieke spanning, een overspannen
veiligheidsstreven en een slecht lopende economie met
werkeloosheid gekenmerkt door een overmaat aan passief
kapitaal enerzijds en armoede anderzijds. Eveneens
draagt een gebrek aan boetvaardigheid in deze
categorie bij tot chronische ziekten als gevolg van
overgewicht omdat men niet vast en offert, algemene
arbeidstress a.g.v. eenzijdige en door sleur
gekenmerkte leefstijlen, en hart- en vaatziekten als
gevolg van ongezond eten en te weinig lichamelijke
oefening enerzijds en een tekort aan rust en slaap
anderzijds.
4) In relatie tot
het mededogen: het chronisch geweldsyndroom;
door structureel niet-noodzakelijk geweld jegens plant
en dier gaat individueel voor de mens de levensvreugde
die voortkomt uit het met alle levende wezens delen
van de planeet (het 'paradijs') verloren, neemt in de
geest van het roofdier zijn geluk zoekend in andere
zaken het onderlinge wantrouwen toe en het mededogen
met elkaar af en neemt, met de behoefte aan meer
levensruimte of jachtgebied, de kans toe op
persoonlijke ontreddering als mensen buiten de boot
vallen, de kans toe op zinloos geweld thuis en op
straat met het uitleven van de verkeerde geest alsook
de kans op collectieve conflicten om dezelfde 'ik' en
'mijn'-reden. Verder raakt op mondiaal niveau te veel
landbouwgrond opeisend van de vrije natuur, de
ecosfeer verstoord, neemt de woestijnvorming toe
(vecht daartegen en niet tegen de woestijnbewoners),
de biodiversiteit op land en in de zee af, en ontstaan
er zo ook meer natuurrampen.
Het
materialisme kan filognostisch als een verwarring van
doelen en middelen ook gezien worden als 1) een gebrek
aan evenwicht, of foute koppeling, tussen de volheden of
vormen van fortuin enerzijds en de orde van het leven en
denken dat daar bij hoort, en 2) als een vorm van
corruptie in het aanzien van het middel voor het doel.
Het denken, onevenwichtig in en corrupt met de velden van
handelen en de burgerdeugden, erodeert dan tot een -isme,
een eenzijdige opvatting, die, ten koste van anderen, is
gefixeerd op een bepaald idee van geluk dat juist het
gebrek van de opvatting in kwestie illustreert. Filosofie
is in evenwicht als ze bestaat uit liefde voor de kennis,
maar gericht op, of gedreven door, de macht b.v. verwordt
het tot een verwerpelijke vorm van relativisme, een
neiging om uit behoefte aan de controle over alles, alle
absoluten die die controle in de weg staan, weg te
wuiven. Zo zijn er dan dertig vormen van corrupte en
niet-corrupte materialistische onevenwichtigheid te
constateren in relatie tot de zes vormen van evenwicht
die staan voor de integriteit van de volheden in relatie
tot de zes visies van de filognosie als formule: 'De
methode van de intelligentie, is de macht van de
wetenschap, waarin de analyse van de harmonie, (//),
verenigd is in de verzaking, zodat de roem van de
persoon, zich doet gelden als de rijkdom.' (zie ook
volheden,
hypocrisie,
een bespreking
van de -ismen,
en de synopsis).
Meditatie:
serieuze overweging overeenkomstig een plan. Het tot het
hier en nu terugleiden van de geest. De bewuste handeling
van het gelijkrichten van de geest met de (waarden,
kennis, individuele en sociale werkelijkheid van de)
ziel. Omdat met meditatie een proces van deconditionering
op gang wordt gebracht, wordt de energie die door het
proces vrijkomt gewoonlijk gebonden middels oefeningen:
gebed, lichaamshoudingen en rituelen. De klassieke
waarschuwing is dat meditatie zonder het juiste binden
van de energie in overeenstemming met de ether en zijn
natuurlijke orde van de tijd, het gevaar geeft mentaal en
sociaal te ontsporen. Het juiste binden van de energie
vormt het alternatief voor het je afreageren dat het ego
met het lichaam verbindt als de energie zonder plan wordt
losgelaten (afb.).
Filognostisch
spreken we van vijf vormen van meditatie:
1 - de
meditatie op de feiten (hier en nu),
2 - de meditatie op de principes,
3 - de meditatie op de persoon,
4 - de meditatie op het verleden,
5 - de meditatie op de toekomst.
De eerste vorm is de
uiteindelijke doorslaggevende vorm (zie ook
intelligentie).
Neurose:
betekent
letterlijk het hebben van zwakke zenuwen; het is de meer
of minder chronische staat van onzeker zijn van zichzelf
die regelmatig uitloopt op angsttoestanden. Het wordt
beschouwd als de normale bewustzijnstoestand van de
moderne mens die geconfronteerd wordt met het gespletene
(schizoïde) van de ego-samenleving die verkeert in
tegenstellingen en daardoor ineffectief is. Vaak wordt
psychotherapie geopperd als de beste genezing, maar het
wordt algemeen betwijfeld of therapeutische discussie ook
maar iets zal veranderen aan de gespletenheid van
aangepast zijn aan de moderne maatschappij. De
filognostische remedie houdt in dat er een ander
tijdbewustzijn wordt ontwikkeld waarmee men een weerstand
beheerst tegen de normale ziekmakende macht van de
conditioneringen der materiële
gehechtheid.
Niveau:
niveaus
zijn er acht. Ze vertegenwoordigen het abstractieniveau
voor een individu of een individuele identiteit. Deze
niveaus leiden tot identiteitsfuncties die de
verschillende graden
van ervaring of
geaardheid
definiëren
kenmerkend voor een speler van het Spel
van de Orde
(zie verder
transcendentie).
Persoon:
het zelf van de logica en de rede; de eenheid of
integriteit van het bewustzijn
van de tijd.
In die tweede zin is de notie van de persoon verwant met
het begrip van de ether.
De persoon kennen we
filognostisch ook wel als de integriteit van de
drie-eenheid van ziel,
geest en
ego.
De ziel is het (in heiligheid) gedeelde zelfbewustzijn,
de geest heeft de vrije keuze en het ego is de
identificatie met het eigenbelang, het
ik-besef.
Het persoonlijke vormt
een van de drie basisvisies
in de filognosie.
De andere twee zijn het denken terwille van de
feitelijkheid en het denken terwille van de principes.
Filognostisch bestaat de dualiteit van de persoon uit de
tegenstelling tussen de kerk en de staat, tussen het
persoonlijke religieuze beleven enerzijds en de politiek
van de vrije meningsuiting anderzijds. Dezen staan voor
de dualiteit van de visie op het poersoonlijke die men
ontwikkelt met de volheden van de tijd: de rijkdom en de
roem als de kennismiddelen om tot zelfverwerkelijking te
komen.
De
logica ten
behoeve van, in de richting van of terwille van, of naar
de persoon noemen we substantief.
De logica van het
denken vanuit de persoon in de richting van de werled of
the essentie noemen we bevrijde logica.
* Vedische referentie:
purusha
* Zie ook:
Psyche
| God
| Visies
| Tetrade
en Triade
Principes:
de vuistregels voor goed gedrag in de filognosie. Ze zijn
afgeleid van de fundamentele waarden en vormen als het
ware de basisgeboden. In het spel en de drievoudigheid
van de filognostische disciplines vormen de principes de
kern van de spirituele discipline die bestaat uit
transcendentie in gnosis en bewustzijn van dualiteit in
analyse. Als regulerende principes gelden ze als: niet
liegen en geen intoxicatie, geen promiscuiteit, niet
stelen, en geen vleeseten. Als de basiswaarden voor de
menselijkheid en de ziel als: waarheidliefde, zuiverheid,
boetvaardigheid en mededogen.
De principes bepalen de regels van het Spel
van de Orde:
• Respecteer de waarheid, geen escapisme.
• Blijf trouw, bedrieg niet en maak geen
misbruik.
• Deel wat je hebt, gok niet op enige winst.
• Respecteer alle levende wezens.
Het overtreden van de basisprincipes maakt van iemand een
profiteur
- het filognostisch equivalent voor een zondaar - die
zijn schuld moet inlosssen, moet afdoen om stabiliteit en
geluk te bereiken.
Christelijke basis: de geboden niet te liegen, niet te
stelen, niet ontuchtig te zijn, en niet te doden.
Vedische referentie: vidhi
- satya, dayâ, tapas,
sauca.
Profiteur:
filognostisch equivalent voor zondaar of gevallen ziel.
Afgemeten aan het ideaal van volle
zelfverantwoordelijkheid is iedereen een profiteur die
meer neemt dan geeft. Zoals met het klassieke begrip
zonde wordt profijt trekken verondersteld de motor te
zijn van het morele geweten: het maakt schuldig morele en
materiële belastingpenningen te betalen in de vorm
van betrokkenheden en geld.
Psyche:
menselijke zelfreflectie. Kan ego zijn, kan ziel zijn.
Eveneens gebruikt voor het mentale, de vitale essentie en
de geest. Van de psyche weet men dat ze betrekking heeft
op vier afdelingen van reflectie: denken, voelen, willen
en handelen (afb.).
Zie ook onder Ziel.
Psychologische
tijd: is de
instabiliteit van iemands tijdbewustzijn. Het kan worden
gedefinieerd als het verschil dat de klok vormt met de
zonnewijzer. Als zodanig is het een kwantificeerbare
variabele die zich leent voor gedragswetenschappelijk
onderzoek. In een bredere context heeft de term
betrekking op de ervaring van de tijdloze tijd of sacrale
tijd. Verzonken in activiteiten of mediterend, is men
geneigd de tijd te vergeten. Verstrikt in materiële
activiteiten kan men onder de tijd lijden. Aldus kan er
instabiliteit zijn in iemands tijdsbewustzijn. De
instabiliteit van de psychische ervaring van de tijd
welke resulteert in de psychische moeilijkheden van het
hebben van symptomen van neurotische onzekerheid en
compensatie zoals men dat aantreft in het verstrikt zijn,
zijn toe te schrijven aan het culturele kader van de
materialistische samenleving die manipulatief zijnde met
de tijd zorg draagt voor een vervreemding van de
natuurlijke tijd, die resulteert in culturele frictie of
systeem-stress. De genezing van het negatieve van de
psychologische tijd wordt gevonden in de cakra-orde en de
filognosie die erbij hoort welke leidt tot het herstel
van het natuurlijke bewustzijn (zie ook de
definitie van de tijd].
Realiteit:
staat van zijn. Voor de ziel is God de werkelijkheid,
voor de geest de ruimte, voor het leven de tijd en voor
de vorm is de materie de werkelijkheid.
De ganse
gemanifesteerde werkelijkheid kunnen we, in
overeenstemming met René
Descartes,
beschouwen als een omvorming van de ether,
ofwel van de ruimte met materiële eigenschappen
zoals Einstein de relatieve ether definieerde. Die
ruimte-energie drukt zich vedisch, overeenkomstig de z.g.
purusha-avatâra's'',
de drie gedaanten van Vishnu,
uiteindelijk in de manifestatie van elementaire deeltjes
uit die beheerst worden door de vier fundamentele
natuurkrachten.
Vishnu beschouwt men in de Bhâgavata
Purâna
als de belichaming van de ether, het eerste effect van de
schepping. In die zin kennen we de werkelijkheid als
bestaande uit de kosmische orde (de tijdruimte) de
universele orde (de buitenruimte tussen de sterren ofwel
het uitspansel) en de lokale orde (de gekromde ruimte
rondom hemellichamen).
De dualiteit van het
manifeste (''apara'') en niet-manifeste
(''para'') van de tijd, de ruimte en de materie,
de heilige drie-eenheid van de natuurkunde, vormt het
kennismiddel van de volheden
dat leidt tot de zelfrealisatie van de mens in zijn zes
fundamentele gezichtspunten.
De tijd vormt het leven van het universum, de ruimte is
het klassieke bereik van de geest en de materie vormt het
object voor de analyse en de transcendentie.
- Leven: De
tijd vormt de dualiteit van de roem en rijkdom die
leidt tot de religie en de politiek van de 5Dkompas-as
van de [[persoon]].
- Vorm: De
materie vormt de dualiteit van de schoonheid en de
verzaking die leidt tot de artisticiteit en de analyse
enerzijds en de transcedentie anderzijds van de
5Dkompas-as der
[[principes]].
- Geest: De
ruimte leidt in tweeën gezien langs de
5dkompas-as der feiten tot de intelligentie en de
macht van de feitencultuur die zich doet kennen in de
vorm van de filosofie (de methodische denkwijze) en de
wetenschap (het pardigmatisch beheersen met
machines)
* Vedische referentie:
''brahman'', ''prakriti'', ''purusha'',
''avatâra'' en ''guna''.
Zie ook:
materie,
volheden,
filognosie,
geaardheden,
Het
paradigma van de Relatieve
Ether
9hoofdstuk 5 uit het Pamflet voor een Nieuwe
Energiepolitiek), (5D)Kompaskwadrant:
een ruimtelike voorstelling van de filognostische orde.
(afb.).
Schizoîdie
(gespletenheid): de mentale staat van de innerlijke
verdeeldheid. Het wordt beschouwd als de staat die
voorafgaat aan de psychotische ontsporing waarin het
individu uitloopt op een chaos van zelfreflectie.
Eveneens gebruikt voor de moderne samenleving in
oppositie tegen de natuur en zichzelf, bij tijden
belandend in de chaos van oorlogvoering. Materialisme,
met het ego van oppositie er eigen aan, vormt zo de
voedingsbodem.
Schizofrenie:
de mentale toestand die resulteert uit verlichting zonder
discipline. Het wordt beschouwd als een ernstige
geestesziekte waarvoor geen medische genezing bestaat
daar de realisatie van spirituele zelfreflectie niet
ongedaan kan worden gemaakt tenzij zwaar geblokkeerd door
psychopharmaca die een andere hel van bestaan vormen.
Afkerig van discipline en de autoriteit die erbij hoort
vervreemdt het individu van de spirituele werkelijkheid
die wordt waargenomen als zijnde ongecontroleerd en
demonisch. Deze mensen werden vroeger tevens als zijnde
bezeten door boze geesten beschouwd. Een andere manier
het te definiëren is: de staat van verdeeld en
begoocheld zijn in het bewustzijn van tijd en plaats
waarin men geen gevoel van richting heeft in het leven.
Het kan ook de ziekte genoemd worden van de misvatting
van het niet-dit-bewustzijn van materiële
identificatie. De genezing ligt in het aanvaarden van de
geestelijke uitdaging de discipline te leren van het zich
gelijkrichten naar de ziel in het hier en nu van een
geestelijke autoriteit.
Tempometer:
een klok die met de zon gelijk staat. Het is formeel
gezien een astronomische klok (zie ook de
webpagina ervoor).
De tempometer vertegenwoordigt in de filognosie de
mûrti, de beeltenis, of het beeld van God,
dat tevens de moeilijkheid vormt, een abstractie
voorstellende van de wijsheid die daarachter wordt
gevonden in woorden en realisaties van een grotere
reikwijdte.
Tijd:
de opeenvolging van momenten. Heel nuchter is tijd
afstand gedeeld door snelheid daar snelheid wordt
uitgedrukt door het delen van de afstand door de tijd.
Voor statische objecten is tijd dus een uitdrukking van
afstand. In zekere mate is het culturele begrip van tijd
problematisch dat een gemeenschappelijke snelheid negeert
en de afstand ontkent en elektronisch overbrugt aangezien
noch afstand, noch de dynamiek of het bewustzijn van
snelheid aan het begrip gerelateerd schijnt te zijn.
Derhalve, psychologisch gezien, wordt de tijd cultureel
gekend als een identiteits-conflict waarin de persoon is
gedesoriënteerd naar de getimede plaats en de ware
tijd van de gebeurtenissen in de natuur. De instabiliteit
van de tijd-ervaring wordt psychologische
tijd genoemd
terwijl de gemeenschappelijke beweging van de draaiende
planeet het ware van de tijd aangeeft. Culturele tijd
wordt gekend als de klokkentijd. De drie begrippen van
tijd die tezamen zijn totale definitie uitmaken kunnen
worden verenigd in de formule Tp=Tw-Tk. In normale taal:
psychologische tijd kan worden herkend als het product
van de negatieve relatie - het verschil - tussen
klokkentijd en natuurlijke tijd (afb.)
Vedisch
spreekt men van trikâlika
bij de driedeling van de tijd (kâla).
Doorgaans wordt daar het verleden, het heden en de
toekomst mee bedoeld, maar er zijn ook andere indelingen
die hiermee verband houden: de drie zich herhalende
seizoensgebonden viermaandelijkse perioden van het jaar
(winter, zomer en lente/herfst); het creatieve,
destructieve en behoudende van de tijd; het natuurlijke,
culturele en psychologische van de tijd; het cyclische,
lineaire en de eenheid van de tijd en, meer empirisch en
specifiek cyclisch, de orde van de zon, de maan en de
sterren (afb.).
Religieus
gezien is tijd de (onpersoonlijke) gedaante van God die
in zijn totaliteit het bestaan van alle levende wezens
overheerst eveneens orde en vrede gevend, aanbiddelijk
zijnde als de Heer zelve.
Wetenschappelijk wordt de term
dualistisch beheerst reductionistisch slechts refererend
aan een absolute meeteenheid (de electromagnetische
definitie Tk) of klassiek refererende aan de draaiing van
hemelse objecten (de dynamische definitie Tw).
De filognostische definitie
benadrukt de psychologische aard van de tijd, daarbij het
dualistisch konflikt van wetenschappelijke benaming
beëindigend door simpelweg een praktijk van respect
te beschrijven terwille van het bewustzijn van beide
begrippen van wetenschappelijke tijd. Op die manier wordt
het psychologisch probleem van de tijd-identiteit
opgelost.
Filosofisch is de tijd, met het
tijdelijke, het per definitie voortdurend bewegen van het
universum dat, per plaats verschil makend, het moment is
dat steeds hetzelfde is. Zo bestaat er dan wel een
etherische, momentane eenheid, maar geen
gelijktijdigheid.
Tijdsvereffening:
het dynamisch verschil tussen de klok en de zonnewijzer,
bepaald door de scheve aardas en de niet cirkelvormige
baan van de aarde om de zon. De vereffening is een
samengestelde curve die van november tot en met februari
maximaal een verschil van een half uur oplevert met een
niet gecorrigeerde klok. De z.g. Tempometer
is de - astronomische - klok die rekening houdt met de
vereffening, zodat hij altijd twaalf uur aangeeft als de
zon door het zuiden gaat (zie ook de de pagina voor
vereffening).
Transcendentie:
overstijging; bovenzinnelijk bewustzijn; het zich boven
de dualiteit van het zinnelijke vereenzelvigen met de
getuige; keuzevrijheid; het hier en nu bewustzijn.
Overstijging is van essentieel belang in de filognosie om
niet verstrikt te raken in het ego van de
maatschappelijke identiteit die bestaat uit iemands
burgerlijke status en beroep. Door de functie van het ego
op een hoger niveau van abstractie te ontwikkelen in een
proces van emanciperen, wordt de valsheid van het
geïdentificeerd zijn tegengegaan, gerelativeerd
ofwel bevrijd. Door transcendentie ontstaat de vrije
keuze en kan de persoon zijn vrije wil uitoefenen, zo
niet, dan spreekt men van gehechtheid in het dienen van
het zintuiglijke. Transcenderen doet men in dienst aan de
principes van de ziel. Het valse ego kent men in de vorm
van de politieke partijen die met de burgerdeugden in
oppositie verkeren in de velden van handelen. De
individuele ziel of het ware ego kent men spiritueel door
meditatie en politiek in de kiezersgroepen
die overeenkomen met het op een hoger niveau in evenwicht
verkeren en verantwoording nemen voor de zestien
verschillende burger-identiteiten. Er zijn acht niveaus
van overstijging: die van de lust, de oefening, de
uitvoering, het socialiseren, het helpen, het praten, het
begrijpen en beheersen. Ze zijn zijn afgeleid van de acht
klassieke onderdelen van de bewustzijnsvereniging (de
yoga): de eed, de regulatie, de houding, de
adembeheersing, het inwaarts gericht zijn, het
concentreren, het mediteren en de verzonkenheid (vedisch:
ashthânga,
de acht leden van de
yoga).
Velden:
samengevat zijn in essentie vier (externe) velden
van handelen: het sociale veld van het valse ego zoals
ingesteld door de cakra-orde van iemands vrije
associatie; het fysieke veld van de materiële
elementen als geregeld in iemands individuele ondernemen
of zaken doen; het individuele veld van de
privé-sfeer zoals geregeld door de religie of
religieuze plicht; en het spirituele veld van iemands
verenigingsleven dat iemands bevrijding of sociale
dienstverlening definieert. De religie dekt de laatste
twee velden en iemands concrete materiële belang
wordt gedekt door eerste twee. De velden zijn het
resultaat van een combinatie van het vergelijken van de
kwaliteit van iemands leven met de kwantiteit. Er zijn
ook innerlijke velden van handelen die betrekking hebben
op de verschillende dimensies van het functionerende
brein. (zie
afb.)
De externe velden
van handelen hebben betrekking op de burgerdeugden en
het verschil tussen de kwantiteit en de kwaliteit naar de
vaishnava zegswijze: 'de mens is kwalitatief gelijk,
maar kwantitatief ongelijk aan God'. De innerlijke
velden hebben betrekking op het verschil in hersenfunctie
dat de dualiteit vormt met het causale. De externe velden
resulteren in een vierdeling met de dualiteit van zowel
1) de kwaliteit van het concreet of materieel zijn
enerzijds, met het abstract, transcendentaal of
metafysisch, of ideëel zijn anderzijds; en 2) de
tweevoudige natuur van de kwantiteit van het enkelvoudig
of individueel zijn aan de ene kant en het talrijk of
sociaal zijn aan de andere kant. De vier opties in een
matrix gezet resulteren in vier typen van velden die
worden herkend als het individuele belang van het
concrete en het ideale, en het sociale belang van het
concrete en het ideale. Deze vier komen overeen met de
vier velden zoals vermeld door Vyâsadeva in zijn
vers in de Bhagavad Gitâ(13:
5-7) wat
betreft de velden: het ongemanifesteerde (sociaal
ideaal), het valse ego (sociaal concreet), de
materiële elementen (het individueel concrete) en de
intelligentie (het individueel ideële). Deze velden
dekken ook de vier fundamentele burgerlijke deugden
(vedisch: de purushârtha's) van het
afregelen van de omgang in een club of vereniging (het
ideëel sociale), de lust (het sociaal concrete) de
economie (het individueel concrete), en de religiositeit
(het individueel ideële). De vier velden evenwichtig
beheerst maken deel uit van de cakra-orde die de dagen
van de zonnekalender toewijst aan het individueel
ideële en het sociaal concrete veld, terwijl de
dagen van de maan zijn toegekend aan het individueel
concrete en het sociaal ideële veld. Een ander
belangrijk filognostisch kenmerk van de velden is het
idee dat de mens niet evenwichtig zijnde met de velden
van handelen zichzelf isoleert in fixaties naar een van
de velden en aldus komt tot zijn politieke partijen die
in oppositie in het parlement het nimmer eens zijn over
een rechtvaardige verdeling van de zetels voor de
volksvertegenwoordigers, zodat de zogenaamde
status-oriëntatie kiesgroepen
(varnâs'rama) en een overeenkomstige
herverdeling van ministeries nodig is. De velden in
egotistische sociale oppositie staan dan voor de
socialisten (sociaal ideëel ), de extreem-rechtse of
nationalistisch rechtse partijen (het sociaal concrete),
de rechtse liberalen van het zakenbelang (het individueel
concrete), en de religieuze,
privé-georiënteerde partijen van de
conservatieven (het individueel ideële). Deze
verschillende partijen in geval van materiële
corruptie
vervallen in de vier dictaturen van het communisme
(sociaal ideëel), militaristisch fascisme (concreet
sociaal), elitair kapitalisme (individueel concreet), en
het dictatoriaal en terroristisch fundamentalisme
(individueel ideëel). Coalities van deze vormen van
'neigen naar de duistere kant' resulteren in
wereldoorlogen. De remedie om al deze ellende te
voorkomen bestaat uit de filognostische discipline van
het leven van het evenwicht naar de velden van handelen
v0lgens de cakra-orde,
hetgeen alleen echt goed mogelijk is met de regulerende
beginselen (verzaking,
yama) en de
transcendentie naar de niveaus (de acht leden,
ashthânga;
zie ook het plaatje
van de waarden
en de
niveaus van
transcendentie).
Zie ook
de pagina wat betreft
de
velden,
de
cakra-orde,
de
synopis
(I-b)
en de
volledige kalender van orde
De interne velden
bestaan uit de drie dimensies van het functionerende
brein en hebben betrekking op de verdeling van iemands
uren gedurende een dag. Deze dimensies betreffen de
dualiteit van de frontale/occipitale gebieden van het
initiatief of de persoonlijkheid en de ontvankelijkheid
of de gebieden van waarnemen (vedisch karmendriya's
en jñânendrîya's), het
vedische belang van het intellect tegenover dat van de
emotionele centra (het jñâna-belang
tegenover het bhakti-belang van de yoga) en het
laterale, ruimtelijke belang tegenover het tijd-belang
(het belang van de ether-beheersing of van akasha,
versus de geconditioneerde orde van de tijd genaamd de
cakra-orde ofwel van kâla). Ook in
deze velden moet het gezonde individu evenwicht houden
ten einde niet te corrumperen in persoonlijke perversies
of psychopathologie. Met de ontvankelijke gebieden
verdeeld naar het laterale komt men uit op de belangen
van de natuur (de tijdwaarneming) versus de vorm
(ruimte-waarneming) terwijl de actieve gebieden
betrekking hebben op de persoon (ruimte-beheersing) en de
doener (tijd-beheer). Deze vier afgezet tegen de
verticale dimensie van het mentale tegenover het fysieke
of emotionele belang resulteert in de acht verschillende
hoofdactiviteiten van een normale dag van handelen van
een individu: passief mentaal - mediteren naar de natuur
en dromen naar de vorm; actief mentaal - studeren en
vrijwillige arbeid; ontvankelijk lichamelijk - hobby's
naar de eigen aard en het huishouden naar de eigen
gedaante; en het actief fysieke - socialiseren naar de
persoon en werken voor anderen naar de doener. Het gebrek
aan evenwicht tussen de innerlijke velden van handelen
van een normaal dagschema - hetgeen resulteert in
psychische klachten - maakt de verschillende dagen van
studie, vasten en vieren noodzakelijk die compenseren
voor een gebrek aan actie wat betreft met name de velden
van het vrijwilligers werk of de liefdadige arbeid, het
studeren en mediteren, en het socialiseren buitenshuis.
Deze worden eveneens gedekt met de cakra-orde
van de filognosie
(zie
ook onder de
burgerdeugden
in relatie tot de velden van handelen en de tijd, en
onder causaliteit).
Zie eveneens
de
pagina betreffende de
velden, en de
tempometer
en
de maantabel
voor het timen van uw dagen naar de zon en de
maan.
Vereniging:
de filognosie kent
vele vormen van vereniging in het sociaal/ideële
veld van het verenigingsleven; m.n. sportief en religieus
(zie velden
van handelen).
De bewustzijnsvereniging kent men, naar de drie vormen
van de yoga,
als
• de vereniging in de arbeid
(karma),
• het vrijwillig werken
(upâsana) en
• de spirituele kennis
(jñana).
Kortom bestaat vereniging in de filognosie uit bidden,
werken en weten. Upâsana is de vedische
term voor toegewijde, devotionele activiteiten ofwel
bhakti. In termen van arbeid heet het ook wel
akarma (niet-werken, 'werkeloosheid', vrijwillig
werk, ongemotiveerde arbeid). Er is een illegale vierde
vorm van het zich verenigen in de arbeid en dat is het
zich verenigen in adharma of onrechtgeaard
handelen, oftewel de misdaad. Men noemt het vedisch
vikarma.
Seksuele vereniging,
tantra. Zich vereniging in het seksuele noemt men
vedisch tantra yoga of gewoon tantra. Het gebruik
van deze term bestaat naast de alternatieve vedische
betekenis van 'ritueel-mystiek geschrift' (zie
van
Dale). Klassiek
wordt de tantrische seks, waarbij men is gericht op de
meditatie ervan en niet zozeer op een orgasme, ingedeeld
in drie gedeelten:
• heldhaftig (vira) wisselende partners, maar
minder gehechtheid.
• dierlijk (pas'u) trouw aan een partner,
maar bezitteriger van aard.
• goddelijk (divya) alleen sex voor het
nageslacht, de rest subliminaal,
Maar filognostisch onderscheiden we vijf vormen van
seksueel gedrag waarop men kan mediteren voor het
verenigen van lichaam en geest.
• liberaal - zie boven heldhaftig (want
onthecht) of gewoon promiscue en ontrouw.
• loyaal - zie boven: dierlijk of gewoon
monogaam en trouw.
• heilig - zie boven: goddelijk of
celibatair.
• passief - onwillekeurige sex in dromen en
sex passief beleefd door anderen aangekaart, meditatief
zonder verlangen ernaar.
• deviant - perversies, fantasieën,
masturbatie, homoseksualiteit (zie
afb.).
Het zich seksueel meditatief verenigen behoort, op basis
van de regulerende principes
en de waarden,
wat betreft de actieve vormen, tot de spirituele
discipline. Religieus is men ofwel onervaren, passief
seksueel van instelling, ofwel heilig van beheersing en
intentie. De rest van het zich niet aan de regels houden
met de seks, is dan misbruik en zonde in religieuze
termen. Filognostisch spreken we dan van profiteren dat
afdoen (religieus: boete of tapas) noodzakelijk
maakt. Heilig van beheersing zijn, maar dan zonder dharma
of discipline, d.w.z. wel de verlichting ervan willen
maar niet de verplichting, leidt tot demonische
bezetenheid (valse vereniging, zie ook vikarma
hierboven en schizoïdie en schizofrenie).
Vedisch equivalent voor
de driedeling van de yoga: kânda (lett.:
sectie, gedeelte; zie verder nog het artikel
'Tijd
voor Seks').
* De zuiverheid van het
zich verenigen in divya tantra heet
s'auca.
Verlichting:
vrijheid van
verlangen, overgave aan de innerlijke stem van rede en
logica, de soevereine, zelf-verantwoordelijke houding met
de wijsheid in zelfverwerkelijking. Zie ook het begrip
van bevrijding welk betrekking heeft op het van dienst
zijn dienst met of dienen van deze positie en het begrip
schizofrenie als de mislukking van de verlichting. Het
vedische equivalent: kailavalya.
Visies
('gezichtspunten, zienswijzen, filosofieën,
darshana's) Een visie, of gezichtspunt houdt in
dat men in verhouding tot een bepaalde cultureel
overgedragen vorm van kennis, in dienstbaarheid daaraan,
met een eigen positieve kijk daarop, bevrijding vindt van
een zekere individuele werklast die zowel genetisch als
cultureel inherent is aan het als een continue ziel - of
zelf van principes - getuige zijn van wisselende
materiële omstandigheden.
De syncretie van de filognosie,
ofwel het naar elkaar toevertalen van de verschillende
menselijke zienswijzen in de liefde voor de kennis,
resulteert erin dat de kerngedachte ervan als een atoom
ingebed is tussen de twee meest opvallende zienswijzen in
het leven, de religie enerzijds en de wetenschap
anderszijds. De nederlandse expert in de gnosis,
Gilles
Quispel,
formuleerde de gnosis ook als zodanig (zie afb.).
Een derde gezichtspunt dat daarbij in
de filognostische hang naar volledigheid naar voren
treedt, is die van de methodische overwegingen van de
filosofie in relatie tot de menselijke en grotere natuur
als onderdeel van het feitenbelang van de wetenschap, en
een vierde gezichtspunt is dat van de moderne
democratische politiek waarin de commentaren en inzichten
van de verlichting in reactie op de meer traditionele,
religieuze sociale samenhang en dogmatiek, tot een
zelfverantwoordelijk, praktisch, maatschappelijk leiding
geven komen. De gnosis immers kan, filognostisch gezien,
niet alleen een vorm van denken zijn. De filognosie aldus
compleet zijnde als een speciale, uitgebreide vorm van
gnosis, als een vorm van spiritualiteit rondom de
regulerende principes
- het vertalen van de menselijke waarden
in gedragsregels -, bestaat in de engere,
principiële zin zelf, dualistisch gezien, dan weer
uit enerzijds:
1) Een visie
die de relatie tussen geest en de stof, tussen de
leerling en de leraar beschrijft. Dit noemen we de
analytische relatie die model staat voor de
fundamentele dualiteit van geest en stof die in liefde
voor de kennis, de filognosie dus, tevens een
artistieke en educatieve/therapeutische opdracht
inhoudt om harmonie en schoonheid tot uitdrukking te
brengen en over te dragen en geestelijke en
lichamelijke gezondheid te bewerkstelligen en te
bekrachtigen.
2) Anderzijds is er
gnostisch de spiritualiteit als een cultuur op zich
van het niet enkel maar een vorm van transcendentaal
weten of ontleden in dualiteiten en elementen zijn,
maar ook een discipline zijn om tot stabiliteit in het
geluk met die transcendentie te komen.
Traditioneel religieus
hadden de monniken die discipline christelijk met de
regel van Benedictus in hun greep: gehoorzaamheid,
armoede en kuisheid gecombineerd met een vegetarisch
dieet. In de twintigste eeuw meer soorten van geestelijk
leraren leren kennend drong het tot de Christelijkheid
door dat deze regel als twee druppels water lijkt op de
yoga-gelofte (de yama)
zoals we die van Patañjali
kennen.
Aldus intuïtief
doorredenerend hebben we samenvattend te maken met zes
verschillende visies in en rondom het filognosiebegrip.
De filognosie, die 1) naar het principe van de dualitieit
van geest en stof analyse heet en 2) naar de
transcendentie in de discipline bestaat uit de
spiritualiteit van een zekere verbondenheid
daarin, beoogt dus ook nog twee zienswijzen die op de
persoon zijn gericht: 3) de politiek van het
toepassen van de commentaren en 4) de religie van
de eredienst voor de held en de heilige persoon, en kent
daarnaast verder nog de twee resterende op de feiten
gerichte visies van 5) de filosofische redeneertrant van
het naar methode rationeel bezig zijn met onze
natuur en 6) de paradigmatische wetenschap die
daarmee eenduidigheid zoekt in denkmodellen en
meetmethoden. In India vinden we deze zes gezichtspunten
terug in de z.g. darshana's.
De darshana's:
De zes systemen van indiase filosofie worden syncretisch
beschouwd als zijnde meer complementair dan in strijd met
elkaar, ondanks de uiteenlopende en somtijds
tegenstrijdige aard in het neerzetten van de
uitgangspunten met de begrippen van âtmâ
en brahma
(zie ook 12.13:
11-12). Deze
orthodoxe zienswijzen delen, samen met de heterodoxe
religiositeit van de Boeddhisten, Jains en S'ankaristen
waartegen zij in het geweer kwamen ten tijde van de
opkomst van het Christendom, a) de upanishadische
notie van de cyclische tijd in yuga's
en reïncarnaties en b) het begrip
moksha
of bevrijding van die wedergeboorte middels emancipatie
en overstijging. De zes worden vaak samengenomen in de
drie fundamentele dualiteiten of basisvisies van de
filosofie: de eenheids/methodische (wetenschappelijke),
de analytisch/verbondene (spirituele) en de
rituele/exegetische (religieuze) benaderingen. Er is ook
een suggestie van progressie in de emancipatie van laag
naar hoog in deze volgorde.
* A: Naar de
feiten:
- 1 De Nyâya-visie
van de methodische benadering. Filognostisch valt hier
ook de filosofie in zijn geheel onder met als het
perfecte evenwicht de geest van de hindoe-cultuur zelf
waar deze zes filosofieën de kern van vormen.
- 2 Vais'eshika,
de atomistische, onverdeelde, illusievrije visie op de
werkelijkheid. Paradigmatisch een wetenschappelijk
model, een meetsysteem of een wetenschap.
* B: Naar de principes:
- 3 De Sânkhya-visie
van analyse in tattva's
in tegenstelling met de purusha.
Ook de kunsten vallen hier filognostisch onder.
- 4 De Yoga-visie
van overstijging door meditatie in acht 'leden' of
anga's.
Filognostisch culmineert de yoga bij het Christendom
in de gnosis. Het is de bovenzinnelijke verbondenheid
in de spiritualiteit.
* C: Naar de persoon:
- 5 De Mîmâmsâ-notie
van geregelde plechtigheden en rituele diensten. De
normale religie. Hier valt filognostisch ook de
autobiografie en andere persoonlijkheidscultuur
onder.
- 6 De Vedânta-visie
van de samenvattende en naar tijd en plaats zich
aanpassende bovenzinnelijke commentaren op de
purâna,
itihâsa
en upanishadische
literatuur. Deze visie omvat filognostisch ook de
politiek.
- De Nyâya
en Vais'eshika
visies zijn deel van de wetenschap zoals we die ook in
het Westen kennen, de Karma-mîmâmsâ
is terug te vinden in de praktijken van de burgerlijke
Hindoe met zijn mandirs en pundits, de Yoga
is de populaire versie van de geestelijke discipline van
het zich verbinden met het Absolute en het analytische
van de Sânkhya
visie is opgenomen in de vedântische
uttara-mîmâmsâ
benadering die we in het Westen kennen als de Hare
Krishna's (zie ook Kapila
en yoga;
Wikipedia-hindoeïstische
filosofie).
Gemeenschappelijke
kenmerken van de visies: het is zo, zoals dat is met
de oorspronkelijke darshana's,
dat ze, naar de omschrijving van wat een visie inhoud,
gemeenschappelijk hebben:
1) Het begrip
van een bewust en continuerend zelf of een
ziel
(vedisch: âtmâ
).
2) Het begrip van het kruis of de werklast te dragen
door een individu, familie of volk (karma).
3) Het perspectief van een oplossing van bevrijd zijn
in dienstbaarheid (moksha).
4) Het onderkennen van de autoriteit van een
gevestigde cultuur van schriftuurlijke referentie
(paramparâ).
Zie voor de
westers-filosofische aspecten van de visies verder de
bespreking van de klassieke
referentie onder
filognosie (zie
verder ook onder
logica,
disciplines
en materialisme).
Volheden:
de zes vormen van fortuin die men, als de kennismiddelen,
in gedachten heeft met het hooghouden van de zes
zienswijzen van de filognosie. Bij iedere visie hoort een
bepaald specifiek kennismiddel: de filosofie (de methode
of het argumenteren) berust op het hebben van
kennis. De wetenschap berust op macht, de
greep van een paradigma of meetmethode; de analyse berust
op de ideale verdeling, de schoonheid en harmonie;
de vereniging van de spiritualiteit berust op de
verzaking; de religie of religiositeit berust op
de roem; en de commentaren ofwel de politiek bouwt
op het belang van de rijkdom (zie afb.).
Koppelt men een volheid
aan een andere
visie dan
resulteert dat in de onevenwichtigheid van een -isme, een
materialistisch,
eenzijdig idee dat een compensatie vormt en
maatschappelijk niet stabiel is. Men is corrupt met de
volheden als men deze kennismiddelen als het doel ziet.
Evenwicht of juiste koppeling met de volheden resulteert,
niet corrupt, in de zes wetenschappen ter verdediging
daarvan die (enkel) tezamen de integriteit van de
filognosie vormen: het Hindoeïsme (de
kennis-cultuur), het Boeddhisme (het cultiveren van de
nuchterheid): het Taoïsme (de cultuur van de
harmonie in de dualiteit), het gnosticisme (de cultuur
van de spirituele verzaking en vereniging tussen de
wetenschap en de persoonscultuur in), het Soefisme (de
cultuur van de integratie van de religiositeit) en het
Vaishnavisme (de eigenlijke politieke cultuur van de
commentaren om integer te zijn - Vishnu - met de rijkdom-
Lakshmî). Vedisch equivalent: bhaga,
klassiek gnostisch equivalent: pleroma.
Waarden:
de basibegrippen van fundamenteel belang in de
filognosie. De morele basis van het
Spel van de Orde
en de reguolerende beginselen of principes.Tegenover
de dierlijke waarden, van eten, slapen, vechten en
voortplanten, staan de apollinische waarden van de
persoon begiftigd met rede en logica. De filognosie
baseert zich daarbij op de vedische formulering van de
waarden van de yoga zoals uitgedrukt in de yogagelofte
(yama), van geweldloosheid, waarheidliefde, niet
stelen, celibaat, en geen bezit nastreven (ahimsa,
satyâsteya, brahmacârya aparigraha yama).
De regulerende principes die rechtstreeks samenhangen met
deze waarden zijn gebaseerd op de formulering van
Vyâsadeva aangaande de yama yogawaarden van
de vedische kennis in de vorm van de vier poten van de
stier van het dharma: satya, tapas, sauca,
dayâ, ofwel waarheidliefde, boetvaardigheid,
reinheid, en mededogen. Dit zijn de vier basisgeboden.
Niet de gebruikelijke tien geboden dus, maar enkel deze
vier waar je voldoende aan hebt om mee te beginnen; dezen
vormen de grondslag.
Waarheid
Het eerste
principe van de waarheid, satya, is een kwestie
van het respecteren van de feiten van de schepping
zoals ze zijn. Geen illusies hebben is de bedoeling
van de wetenschap en in dat verband hadden we het
reeds over het onderwerp van de tijd die je nodig hebt
om jezelf in de hand te hebben. Het houdt eveneens in
dat je niet voor de waarheid op de vlucht slaat door
je toevlucht te zoeken in alcohol, drugs of andere
bedwelmende middelen. Zelfs cafeïne en zwarte
thee, bruine chocola en frisdranken waar stimulerende
middelen in zitten moet je in de gaten houden. Je moet
de dingen zien zoals ze zijn, en niet afgaan op
kunstmatige zaken die je een vals geluk voorspiegelen.
Laat je gelukzaligheid echt zijn. Het is ook wijs om
regelmatig de geschriften te respecteren zoals het
luisteren naar de Bhagavad
Gîtâ
iedere ochtend voordat je aan je werk begint. Richt je
naar de leidraad van de klassieke waarheden der
wijsheid. Met hun standhouden bewezen ze van de
eeuwigheid te zijn. De absolute en duurzame waarheid
van de werkelijkheid die je niet kan veranderen, van
de werkelijkheid van zielen, de materiële
elementen, de ether en de tijd, overtreft de relatieve
waarheden van de wolk van gedachten wat betreft de
zaken en vormen die van jouw beheersing afhankelijk
zijn. Zo waren we dus reeds aangeland bij het respect
voor de natuurlijke orde als de manier om boven de
tijden van de baatzuchtige arbeid uit te komen die
door de mens zelf werden verzonnen. Heel de klassieke
wijsheid is gebaseerd op die natuurlijke orde.
Zuiverheid
De tweede
regel is die van de zuiverheid, s'auca.
Gewoonlijk betekent het het aanvaarden van seksuele
frustratie ofwel het celibaat, of je nu getrouwd bent
of niet; maar het dekt ook de betekenis van
dâna: delen, communiceren en wegschenken.
Seksuele frustratie is een normaal iets, het is er
niet enkel voor de menselijke wezens. Dieren groeien
er hoorns en bossen veren mee en mensen ontwikkelen er
een cultuur mee. Maar begrijp me niet verkeerd, seks
is niet slecht. Je moet eenvoudigweg dat hondse en
aapachtige lijf aan de lijn zien te krijgen. Op de
eerste plaats ben je een menselijk wezen of een
individuele ziel van respect voor de Superziel van God
in den hoge die boven dat alles staat, die de
zuiverheid is die we moeten delen. Maar zuiverheid is
nog meer dan het delen en het celibaat. Het betekent
ook dat je de geest gericht moet houden met de
mantra's waar we het over hadden. Hoedt je voor het
nevenmotief. De lust verschaft ook inspiratie en leidt
de geest af. Lust vereist regulatie, ontkennen helpt
niet echt. Seks is goed als je verliefd bent en je de
natuur zijn gang wilt laten gaan. Zo krijgen we nu
eenmaal kinderen. Maar als een gewoonte, een vorm van
dwangmatigheid, een soort van lol en als een
mechanisch iets moet je er nee tegen zeggen; het is
dan niet echt meer het delen, het is dan zelfzuchtig
en destructief. Bederf het natuurlijke niet met zo'n
bedorven geest of steen van gehechtheden in je hart.
En tenslotte betekent zuiverheid ook het schoon zijn
natuurlijk, mentaal zowel als fysiek. Niet enkel geen
bedorven en afgeleide geest van begeerte, maar ook het
altijd maar weer doen van de afwas, schoon ondergoed
aan hebben iedere dag, iedere ochtend douchen, je
handen wassen na de stoelgang, je wassen voordat je
gaat slapen, het grondig drie maal daags je tanden
poetsen en het regelmatig de was doen en andere
huishoudelijke taken. Aldus is s'auca ook het
letterlijk schoon zijn. De mentale en fysieke
zuiverheid, met het delen en al, is je trouw zijn of
anders ben je ontrouw in verraad en neergang. Geloof
erin.
Boetvaardiheid
Het derde
principe is dat van de boete, tapas. Je hebt
vrijwillige boete en opgelegde boete. Je kan het maar
beter niet aan God of het lot overlaten om de boete op
te leggen. Met alles wat je doet moet je van ophouden
weten; zelfs met het ophouden moet je ophouden, zoals
het is met 's nachts je bed uit moeten komen om een
plas te doen. Niet van ophouden weten betekent dat je
feitelijk ook niet in staat bent ergens goed mee bezig
te zijn. Zo werkt die auto nou eenmaal die je lichaam
is. Het rijbewijs van de boete is wat je nodig hebt zo
gezegd. Dat is de beheersing die je nodig hebt met de
ether en daar hebben we dan weer de noodzaak van de
orde van de tijd. Dus voor je eten, is er vasten:
iedere nacht doe je dat en ook iedere vijftiende dag
op de cakrakalender
moet je dat doen zodat je niet zit te vasten op een
dag dat je sociaal moet zijn (dat je uitgaat, je
actief bent op het vlak van het valse ego, als je je
gezicht moet laten zien), hetgeen, formeel, de zevende
en de veertiende cakradag is van een 15-daagse periode
met twee werkweken die bestaan uit zes werkdagen.
Vasten kan je het best doen door helemaal niet te
eten, enkel maar water drinkend, melk of vruchtensap.
Het lichaam moet je zo nu en dan in de reservestand
zetten om het zo maar te zeggen. Als je gezond wil
blijven moet je regelmatig en met een goede planning
die schakelaar omgooien. Teveel eten is een van de
grote problemen van de moderne samenleving. Mensen
consumeren maar, met een valse, geconditioneerde
schreeuwhonger, maar hebben niet de beheersing met de
ether zonder meer. Ze ontwikkelen allerlei soorten
ziekten omdat ze vergeten hun schakelaar om te zetten.
Je eet toch ook de kliekjes op die je in de koelkast
hebt? Dit is hetzelfde. Ruim die koelkast uit, leef
een dagje op je reservevet. Verder heeft boete ook
betrekking op handelingen, met name baatzuchtige
handelingen. Op cakrazondagen van socialiseren, op de
signaaldagen van de maan van studeren en/of religieus
vieren en op de zonnedagen van schrikkelen (de
vijftiende cakradag en de tweemaandelijkse extra dag
om de cakramaand te schrikkelen), zou je je niet bezig
moeten houden met productieve of baatzuchtige arbeid.
Maar onthoudt, jezelf corrigeren is iets van alle
dagen, precies zoals je ouders je ook alle dagen op
moesten voeden. En let er ook goed op dat je je
lichaam niet gaat kwellen door te lang te vasten, niet
genoeg te slapen of andere vormen van zelfontkenning.
Het is allemaal een kwestie van regulatie op een
zodanige manier dat het aangenaam blijft en natuurlijk
voor je is. Het normale eten is ook beperkt tot de
tijden die er voor vastgesteld zijn. Door je zaakjes
goed te regelen vermoei je jezelf niet en hoef je om
die reden dan ook niet zo veel te slapen. Een moeder
die d'r kind niet goed opvoed, krijgt een dreinend
kind waar ze doodmoe van wordt. Dus, met achting voor
wat we hierboven behoorlijk noemden in het
filognostisch niet vergooien van je leven met
nevenmotieven, probeer in dezen altijd de natuurlijke
orde aan te houden: de dagen van de zon en de maan en
de klok die op de zon is ingesteld; het gezag van de
natuur is het juiste gezag, het dharmische gezag, de
rest is compensatie van een mindere kwaliteit.
Mislukkend in deze meer gewetensvolle zelfregulatie
zal je vroeg of laat de prijs ervoor moeten betalen in
de vorm van een opgelegde boete. Je zal ziek worden of
anderszins geplaagd worden door je psyche en door
wendingen van het lot. Tijdens een oorlog b.v. kan je
zien wat er gebeurt in de vorm van een opgelegde
boete: de lol van het consumeren is eraf, alles wordt
dan gerantsoeneerd, oftewel boetvaardig delen moet dan
opgelegd worden. Boete is, niet meer nemend dan nodig
is, dus ook delen. Blijf dus het lot voor, doe het uit
eigen beweging of naar eigen inzicht. Je weet wel
beter.
Andere noodzakelijke
vormen van boete zijn het vasten van melkproducten
voor een maand (in mei b.v.) en het afzien van de
televisie, ten minste een dag in de week, teneinde te
kunnen deconditioneren van, het af te leren met, die
dictatoriale tegenstreving van het lokale principe. De
griekse Odysseus moest zich ook aan de schapen (de
lokale gemeenschap) vastklampen om aan de cycloop (de
tv) die hem gevangen hield te ontsnappen. Dat,
geconditioneerd als je bent, zal je niet meevallen
zonder een alternatieve kalender en klok; het systeem
heeft de neiging je te verslinden en je niets toe te
staan wat er buiten valt. Wil je een systeem verslaan
en weerstaan, dan heb je een systeem nodig.
Mededogen
Zeker is een
goede yogi een mens vol mededogen. Hij herkent zijn
eigenbelang in dat van anderen en lijdt als anderen
lijden. Dus helpt hij. Dat is mededogen,
dayâ. Ik moet wel dom zijn als ik ervan
geniet als een ander te lijden heeft. Wens dat een
ander niet toe en aanvaard niet voor anderen wat je
voor jezelf ook niet accepteert. De wet van het karma
is die van de actie en de reactie. Het slaat altijd
weer op jezelf terug. Je belandt in de wereld die
jezelf hebt opgebouwd. Om die reden zegt men: zet je
in voor de hemel en een betere wereld. Maar natuurlijk
is het deze wereld, maar dan beter gedaan. Dat wat
beter is omsluit zonder repressie het goede van dat
wat eraan voorafging; wat is een boom nu zonder zijn
wortels? Mededogen is het vredes-principe, dat is hoe
de menselijke zaak recht wedervaart. Zinloze
zelfvernietiging is de moordenaar van alle geloof.
Onnodig geweld moet koste wat het kost worden
vermeden. Het is erg genoeg om van noodzakelijk geweld
te moeten zijn, in de zelfverdediging, met het wapen
van je vijand. De Gîtâ (2:
32), waarin
Heer Krishna zijn vriend Arjuna ertoe aanzet zijn
wapens op te pakken en te vechten zegt het op deze
manier: 'gezegend zijn zij die het op zich af zien
komen, aan hen is het koninkrijk der hemelen.' Ook is
het van belang om van liefdadigheid te zijn: geef hen
die behoeftig zijn waar ze om verlegen zitten:
voeding, onderdak, kleding, zekerheid en andere
basisbenodigdheden. Zorg ervoor dat niemand te klagen
heeft. Aldus volgt dit principe vanzelf het principe
dat eraan vooraf gaat. Zonder delen en helpen is de
menselijke samenleving helemaal niet menselijk, maar
bevindt ze zich op de weg van de zelfvernietiging. De
vier principes genoemd definiëren de
menselijkheid, en dat is niet de dierlijkheid die
zwakheid ermee is, die misleidt, doodt, promiscue is
en steelt. En niet op de laatste plaats is er dan ook
het mededogen met andere schepselen. Wees ook met hen
geweldloos. Het is niet nodig om dieren voor het
voedsel te doden. De levensvreugde die je hen gunt zal
de jouwe zijn als je ze hun volle leven laat leven. Je
doodt toch ook niet je moeder als ze jou niet meer te
eten geeft? Waarom zou je dan wel moedertje koe doden
als ze geen melk meer geeft, is dat niet immoreel? En
laat ook de andere dieren leven. Deel in de
levensvreugde, niet zozeer in de levenslust, dat is de
weg naar God. Vermijdt niet-noodzakelijk geweld. Ik
zeg het je nog eens: de noodzaak voorbij ben je een
dwaas die stap voor stap afglijdt in de hel.
In feite bestaat er in
de filognosie een samenhang tussen waarden, regulerende
principes, hun politieke werkelijkheid en hun deugd. De
werkelijkheid ervan is matiging, voorbehoeding,
regulatie en compensatie. Hun deugd bestaat uit
eerlijkheid, trouw, delen en helpen. De deugd van
de waarden vormt de basis voor de filognostische
gelofte van
'waarachtig en trouw beloof ik te zullen delen
en helpen' (filognostische
bekentenis art.
167), die ook de spelregels van het Spel van de Orde
bepalen (zie hoofdpagina).
De werkelijkheid ervan vormt de filognostische politiek
zoals die gangbaar is in de moderne democratie als het
gangbare gezonde verstand. De regulerende
principes
vormen de spirituele stelregels die de menselijkheid en
het begrip van de ziel
zekeren (Zie afb).
Zie ook:
visies;
burgerdeugden;
sarva-dharma
waarden; de
bede;
De
Kleine Filosofie van de
Vereniging;
De
filognostische
bekentenis;
Het
Filognostisch Manifest).
Wonder:
een uitzondering op de natuurwetten die ontsnapt aan
wetenschappelijke verificatie omdat het niet naar eigen
wil kan worden herhaald maar afhankelijk is van de
noodzaak van genade. Ze vormt het bewijs van God dat een
Heer kan leveren daar, wetenschappelijk gezien,
incidenteel de macht van de tijdconditioneringen sterker
kan blijken te zijn dan een natuurwet. Eveneens hangt de
macht van goochelaars af van het vermogen tot manipulatie
van de geconditioneerde verwachtingen van de toeschouwers
door afleiding en de juiste timing. Dit maakt het
moeilijk te onderscheiden tussen wonderen en herhaalbare
goocheltrucs. Een andere manier om wonderen te
definiëren is ze te zien als een verbeelding van de
werkelijkheid zelf ('de werkelijkheid zelf verbeeldt
zich') er bewijs van leverend dat materie slechts een
soort gedachte is; een idee dat aansluit bij de
kwantummechanische onbepaaldheid.
Yoga:
vedische term die letterlijk vereniging of eenheid
inhoudt. Het gaat om het verenigen van het bewustzijn.
Het is filognostisch de discipline van de spiritualiteit,
die tot stabiliteit in de wijsheid (gnosis),
gelukzaligheid en bewustzijn
leidt.
Men onderscheidt vele
vormen van yoga maar meestal spreekt men in drieën
(trikânda) van
1 bhakti
yoga, de yoga van de toewijding,
2 jñana yoga, de yoga van de kennis
en
3 karma yoga, de yoga van de arbeid.
Hatha yoga, dat
wat men populair meestal onder yoga verstaat, is het zich
verenigen in de lichaamskracht met zithoudingen. In dat
verband spreekt men ook wel van de achtvoudige
ashtânga yoga bestaande uit de acht
onderdelen die hieronder besproken zullen worden. Raja
yoga, een specifieke school daarmee, is daar dan weer
een onderdeel van. Aadhar yoga , de
yoga van Anand Aadhar,
de grondvesting van het geluk letterlijk, is de integrale
benadering van de yoga in de zesvoudige benadering van de
filognosie.
Yoga is de
kerndiscipline van het Hindoeïsme, waar in alle
heilige schriften aan gerefereerd wordt, en maakt formeel
vast onderdeel uit van de
zes zienswijzen van
India, de
darshana's (Zie verder vereniging).
Basis waarden:
de basiswaarden van de yoga waarin men controle krijgt
door volhouden en onthechten (abhyâsa en
vairagya), staan bekend als de poten van de stier
van dharma of de vidhi: het zijn satya
(waarheid), dayâ (mededogen), s'auca
(reinheid) en tapas (boete). Deze waarden zijn in
de filognosie van toepassing als de grondvesting voor de
morele werkelijkheid ervan, de principes en de
deugden.
De yoga-gelofte:
De basisbekentenis van boete in de yoga wordt genoemd
yama en luidt in het Sanskriet: ahimsa
satyâsteya brahmâcarya âparigraha
yama; hetgeen betekent: geweldloos, waarachtig,
zonder te stelen en celibatair, niet streven naar het
verwerven van bezittingen.
De anga's, als
niveaus van bewustzijn. De acht niveaus van
transcendentie waar men in de filognosie van spreekt zijn
afgeleid van de acht angas of leden van de
yoga:
Zoals men in de yoga
eerst acht wat men niet doet volgens de gelofte om de
principes te volgen (yama) en dan wat men wel doet
ter regulering van de handelingen (niyama), je
daarna gaat zitten in houdingen (âsana) om
je ademhaling te reguleren
(prânâyâma), je je dan naar
binnen keert (pratyâhâra), om je te
concentreren met een mantra (dhâranâ)
om te mediteren (dhyâna) en dan
verzonkenheid (samâdhi) te vinden in het
zelf, is ook je hele leven in de filognosie een proces
dat overeenkomt met een dergelijke individuele oefening.
Denk hierbij niet al te lineair over de nu volgende
opsomming.
- 1) Het
yama-niveau: in het begin kan je nogal
lichamelijk zijn jong als je bent en begerig om een
leven op te bouwen, anderen aan te trekken en met
jezelf voor de dag te komen. Het beginnersniveau is
een worsteling met de gelofte van de yoga om zuiver te
zijn in dezen met het geweldloos, waarheidlievend,
niet-bezitterig en niet stelend van boetvaardigheid
zijn in het celibataire, zelfs in geval je getrouwd
bent.
- 2) Het
niyama-niveau: op het volgende niveau of veld
van respect in de overstijging, worstel je met de orde
van een geregelde praktijk. Je moet aan het studeren
raken, rein zijn, de zaak dienen, offers brengen,
gastvrij zijn, tevreden zijn, liefdadig zijn, trouw
zijn en van aanwezigheid. Het kost wat tijd om dit in
je leven zo in te richten met het zoeken van evenwicht
met de orde van de tijd. Het is als een sport die je
beoefent om de handelingen op elkaar af te stemmen.
Het valt zwaar in het begin, maar gaat fijn op den
duur.
- 3) Het
âsana-niveau: bij het volgende belang van
de bovenzinnelijkheid leer je de juiste houding van
dienstbaarheid aan te nemen met het beheersen van je
lichaam. De zaken uitproberen in wedijver, wedijverend
met de zwakkere benadering van je voorgaande leven,
moet je het leren om samen te werken, naar de algemene
aanwijzingen van de klassieke wetenschap. Naast de
meditatiehouding om de lichaamskracht te beheersen, is
het ook de levenshouding in het algemeen die je
ontwikkelt om sportief te zijn in het gezag over de
hond die je lichaam is. Het is nog niet zo makkelijk
als het wel lijkt om jezelf de baas te zijn. Wat je er
voor nodig hebt is de gelofte en de oefening van het
niveau hiervoor. Je moet dus de verzaking in de
praktijk brengen, de houding ontwikkelen en zo de
beheersing hebben.
- 4) Het
prânâyâma-niveau: op het
volgende niveau leer je het je adem te beheersen zodat
je je kan concentreren. In de werkelijkheid van je
leven is dit gewoonlijk de adem die je bezigt in het
beheersen van je spraak. Je moet het juiste zien te
zeggen zodat je vertrouwelijkheid kan vinden met
anderen, gehuwd kan raken en een betrouwbare partner
kan zijn die zichzelf in de hand heeft. En daar ben je
dan weer; teneinde relaties op te kunnen bouwen en te
kunnen onderhouden, heb je de gelofte nodig, de
regulatie en de beheersing over je lichaam als de
voorwaarde. Op dit niveau nu, in dit veld van
yogabelang, komen we, van het private ons in het
publieke begevend, boven de gordel uit om het zo te
zeggen, en bouwen we moreel gemotiveerd met het
lichaam onder controle een formele samenleving op van
verantwoordelijke en trouwhartige mensen.
- 5) Het
pratyâhâra-niveau: het volgende
niveau is het niveau waarop je je naar binnen keert.
Je kan jezelf niet enkel op de verscheidenheid van de
buitenwereld richten zonder je concentratie te
verliezen, zonder je gerichtheid op de zaak van een
gelukkig leven voor allen kwijt te raken. Nu moet je
betekenis ontwikkelen in je relaties. Je moet je
daarop concentreren en verantwoord bezig zijn,
betrouwbaar, aanspreekbaar, als een baken van
helderheid om een betekenisvolle ander te zijn. Je zou
kunnen denken dat de yoga een zelfzuchtige praktijk is
van je blik naar binnen richten, maar filognostisch
zie je in dat je geen enkele kwaliteit kan ontwikkelen
zonder de betekenis in te zien van de ziel als de
realiteit van de waarden en de God die je deelt met
anderen. Zelfs de strengste yogi die probeert in het
bos te mediteren voor zijn verlichting moet in relatie
tot zijn omgeving een leven opbouwen op een zodanige
manier, dat een zekere kwaliteit tot stand komt die
liefde en vrede inhoudt voor al het leven binnen in
hem en buiten hem. De mediteerder kan zich niet
afscheiden van het leven. Hij is het leven en ziet het
gelijkelijk overal om zich heen; dat gezichtspunt van
de ziel is de concentratie op de innerlijke realiteit
die er nodig is. In feite wordt men meer reëel,
wordt men werkelijker, als men zich verdiept in het
zinnig bezig zijn met andere levende wezens; niet als
men meer afstand ontwikkelt als een escapist en een
vreemdeling wordt die op de vlucht is voor
maatschappelijke verantwoordelijkheden. 'Laat deze
yoga niet ten koste gaan van voorgeschreven plichten'
schrijft de wijze Vyâsa in de Gîtâ.
Aldus concentreert men zich op de ziel in het in
contact blijven staan met anderen middels afspraken
naar de oorspronkelijke orde van de tijd, en zo maak
je het leven zinvol, zo maak je een verschil. Dit
niveau is cruciaal, hier draagt men zorg, vestigt men
zich en heeft men lief als de filognost, als de
persoon van begrip en overzicht, met een hart dat je
hebt om vol van leven te zijn, echt als je bent met de
yoga.
- 6) Het
dhâranâ-niveau: verder
transcenderend
in emancipatie
begint de kennis een rol te spelen. Een meer
nauwkeurig omschreven overeenkomst met jezelf en met
anderen te hebben, jezelf te doen gelden, besprekingen
te hebben en je te bezinnen, is van doorslaggevend
belang voor de samenleving waar je deel van uitmaakt
en waar je verantwoordelijkheid voor moet leren
dragen. Dit is de feitelijke concentratie die jou als
persoon vormt en je leven uitmaakt. Strikt individueel
bezien is het de praktijk van de mantra's, de beknopte
zegswijzen van je wijsheid en ervaring. Maar om met
anderen samen in overeenstemming van dienst zijn voor
de filognostische zaak en daarin een voorbeeld voor
anderen te vormen, moet je je concentreren op alles
wat bevorderlijk is voor de menselijkheid en de
gerechtigheid voor alle levende wezens en de hele
planeet. Dat is het verlichte eigenbelang ervan
waarvoor je jezelf moet doen gelden in discussies en
het moet leren de zaken geconcentreerd in overweging
te nemen.
- 7) Het
dhyâna-niveau: hierna volgt de
meditatie
waarin men komt tot begrip, tot het weten-hoe. Nu is
het menens met de zaak, is het een wetenschap van
handelen zonder te handelen; van aanwijzingen geven
zonder te dirigeren. Je leerde het een hart te hebben
en een model te zijn. Nu, om een stille getuige te
kunnen zijn, moet je onderzoek doen, en betwijfelen
wat haaks op de zaak zou staan. Nu vindt de
concentratie zijn functie. Als je eenmaal deze meer
onthechte positie van de stille getuige hebt bereikt,
reik je tot het volgende niveau.
- 8) Het
samâdhi-niveau: wat volgt als gevolg van
de gelofte, de regulatie, de oefening, de praktijk, de
relaties, het hart, de gelding en het verstaan, is de
verzonkenheid van de zelfrealisatie waarin het
ongewenste zijn vernietiging vindt, het gewenste tot
stand wordt gebracht en de cultuur zijn viering
bereikt in het handhaven. Het als een ziener in het
moment van het hier en nu met de ether stabiliteit
vinden in deze positie van bovenzinnelijkheid, vormt
de praktijk van het volledig mens zijn in het
alledaagse leven met achting voor de velden waarin men
zijn evenwicht heeft gevonden met de principes. Het
gaat er niet om als zodanig een naam te hebben; men
kan heel goed op de achtergrond met de traditionele
heren der schepping, vernietiging en handhaving zijn
rol spelen in de aangelegenheid van de wijsheid en de
trans-cendentie. In dit laatste sta- dium gaat het om
de stabiliteit van je verzonkenheid in het
gelukzalige, het duurzame en het bewuste van de
verbondenheid in de yoga.
Je mag je van laag naar
hoog bewegen, van de materie naar het etherische, met
deze niveaus of gebieden van belang van de achtvoudige
yoga in je leven opklimmend naar de hemel, maar even zo
goed kan je van concrete handelingen en aanwezigheid zijn
op deze manier. Dit vermogen om je opwaarts en neerwaarts
te bewegen is de (âroha/avaroha) kwaliteit van het
gerijpt zijn in de filognosie, of van het hebben van die
liefde voor de kennis die jij en de rest van de wereld
nodig heeft om te overleven, gemotiveerd te zijn en je te
verheugen (zie ook: vereniging,
waarden,
principes,
niveaus;
De
yoga-sûtra's van Patañjali
voorgelezen)
Ziel:
het zelf van de principes van het menszijn - niet liegen,
niet ontuchtig zijn, niet stelen en niet doden; de meest
gebruikte definitie is niet het vage "essentie van de
mens" die men in het woordenboek vindt, maar de definitie
die relateert aan de zelfherinnering (zoals in: "ik
verloor mijn ziel") en het gelijkgericht zijn (zoals in:
"een trouwe ziel"). De definitie is dynamisch, dat wil
zeggen, geïdentificeerd met het leven en het
levende; ieder moment herdefinieert de ziel zichzelf in
het licht van zelfherinnering en geweten. Filosofisch
wordt de ziel bezien als een psyche of spiegel van het
zelf bestaande uit rede, geest en verlangens en vedisch
wordt het verdeeld in de goddelijkheid van de hartstocht,
de onwetendheid en de goedheid met een individuele ziel
de hartstocht en de goedheid met een individuele ziel
(jîva-âtmâ), een gelokaliseerd
persoonsaspect of superziel
(paramâtmâ), en een godspersoon van
volheden (bhagavân of de Heer). Vaak wordt
het idee van continuering geïntroduceerd om het
belang te benadrukken van de eeuwige waarde en
overstijging van de fysieke dood, met de ziel als de
herinnering die niet persé in de eigen hersenen is
gelokaliseerd, maar is gegoten in de vorm van een
cultureel/biologisch spoor ("mijn kinderen zijn mijn
leven en ziel", "ik heb mijn ziel en zaligheid in dat
werk gestoken"). Ook is het idee van onveranderlijkheid
en volledigheid belangrijk voor de, vaak religieuze,
definitie als zijnde de culturele noemer van geluk,
bewustzijn en eeuwigheid, gegrondvest op de eeuwige
waarden (waarheid, reinheid, medeleven en soberheid
<afb.>)
die het idee overstijgt van het individuele ego
geïdentificeerd met het lichaam. Samenvattend zou de
definitie kunnen zijn: het stabiele en continuerende
gewetensvol herinnerende ware zelf.
Zondag:
de zevende of veertiende dag van een vijftiendaagse
periode die de helft vormt van een maan- danwel een
zonnemaand. Met de zondag als onderdeel van de
meet-eenheid die de week vormt, ontkomt men dus, met de
week als onderdeel van de daaropvolgende meeteenheid die
de maand vormt, niet aan het invoegen van dagen om de
indeling van de tijd geldig te houden in verhouding het
objectief vertrekpunt van de metingen. De maand als
onderdeel van het jaar vereist weer een jaar als
onderdeel van een eeuw en een eeuw als onderdeel van een
millennium en eonen van een bepaald aantal millennia die
terugleiden naar het beginpunt van de schepping. De
gehele kwestie handelt dus over een eenduidige indeling
van de tijd in strak gedefinieerde meeteenheden. We
kunnen dus met het serieus bespreken van de orde van de
tijd het er niet bij laten te zeggen dat een week bestaat
uit zeven dagen, men moet dan ook uitleggen wat de
relatie van de week met de maand is of zeggen wanneer er
sprake is van een eerste dag van de week, dan pas weet
men wanneer het zondag is, een sabbat of een vrijdag,
zuiver lineair vanaf het begin van de tijd bezien.
Een
deel van deze definities
is gepubliceerd in het Boek
De Ether bestaat!
|