| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
Zelfreinigend vermogen
Inhoud
2 IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid!
3 Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon?
4 Het ene geslacht gaat en het andere geslacht komt, maar de aarde blijft altoos staan.
5 De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt.
6 De wind gaat naar het Zuiden en draait naar het Noorden, aldoor draaiend gaat hij voort en op zijn kringloop keert de wind weer terug.
7 Alle beken stromen naar de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats waarheen de beken stromen, daarheen stromen zij altijd weer.
8 Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen.
9 Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.
10 Is er iets, waarvan men zegt; ziehier, dat is nieuw - het was er al in verre tijden, die vóór ons waren. (1: 2-11)
35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.
37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven?
38 Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed?
39 Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?
40 En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft...
Verlossing
De definitie Meta-leren plaats de ander centraal. De bijbel leert ons dat er slechts één weg is tot het behoud en dat is Jezus Christus, die zegt:
Ik ben de Weg, de Waarheid, en het Leven... Niemand komt tot de Vader dan door mij!
De Bijbel gebruikt voor het ongemanifesteerde Zelf de metafoor van het Lam Gods.

Het altaarstuk van de schilders en gebroeders Hubert en Jan van Eyck in de St.-Baafskathedraal te Gent toont het uit zijn hals bloedende lam dat symbool staat voor Jezus, die zijn leven offert om de mensheid van zijn zonden te verlossen.
Wanneer de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden loopt het marktmechanisme tussen koper en verkoper vast.
Het zondebokmechanisme laat zien dat het tussen Pilatus en het Volk om een vergelijkbaar soort fenomeen gaat.
Om de aardse met de hemelse werkelijkheid te verbinden kan het kompaskwadrant worden gebruikt.
Uit de Bijbel blijkt wie God is. God schiep de hemel en de aarde. De hemel is de onzichtbare werkelijkheid. In de hemel daar woont God. Hemel duidt op het absolute van God. De hemel is boven ons, we leven op moeder aarde. De Heilige Geest is de geest van God. Bij de Heilige Geest is er geen verschil meer tussen de Vader en de Zoon. De Heilige Geest maakt ons meer mens. Het is het intuïtief waarnemen van totaliteit en samenhang. Bij het proces van verinnerlijking gaat het om de Geest der Waarheid. Jezus leert ons dit te verstaan als het werk van de Heilige Geest, die een diepte en samenhang toont welke te maken hebben met God en onze diepste levensbestemming. God staat voor wat absoluut transcendent en immanent is.
Volgens de predestinatieleer worden de levensomstandigheden van het individu als graadmeter geïnterpreteerd voor de mate van het uitverkoren zijn door God. Hoe groter iemands welvaart en economisch succes is, des te waarschijnlijker is het dat hij na zijn dood naar de hemel zal gaan. Terwijl de katholieken hun heil in het contemplatieve leven achter kloostermuren zagen, was het voor de aanhangers van Calvijn juist belangrijk om actief deel te nemen aan het economische leven. Op die manier heeft het calvinisme wezenlijk bijdragen tot de bloei van de Republiek in de zeventiende eeuw.
Door religie bij het huisvuil te zetten is daarmee niet automatisch ook het kwaad uit de wereld verdwenen. De aarde is wat het is, we zijn zodanig geschapen dat we ook geneigd zijn tot het kwade. De manicheeër Aurelius Augustinus heeft zich tot het christendom bekeerd en heeft met zijn erfzondeleer voor verwarring gezorgd. De Rooms-katholieke Kerk heeft zijn standpunt herzien. Overgenomen uit dit artikel Hoe vrij zijn wij onder Gods genade?:
Op verscheidene concilies heeft de Kerk dit extreme standpunt veroordeeld. Het concilie van Orange, in 529, veroordeelde de leer van de dubbele predestinatie: dat God zowel de rechtvaardigen als de verdoemden zou hebben voorbestemd. Dit concilie leert twee belangrijke dingen:
- Niemand kan God beminnen, in Hem geloven en het goede doen, indien God zelf hem daartoe de genade niet geeft: "Een mens kan zich niets toeëigenen, tenzij het hem vanuit de hemel gegeven is" (Joh. 3,27).
- Als iemand zondigt, dan is hij het zelf die dat doet; alles wat slecht is, komt louter en alleen van de mens. Doet hij iets goeds, dan is het Gods genade die het in hem bewerkt, maar zó dat het tegelijk ook menselijke wil is. Want de genade respecteert de menselijke vrijheid volkomen.
Augustinus maakte, ruim tweehonderd jaar na Irenaeus, niet Gods liefde, maar de zondigheid van de mens tot kern van de verzoeningsleer. Het concilie van Orange, in 529, rehabiliteert min of meer Irenaeus. Zijn hoofdwerk Ontmaskering en weerlegging van de valselijk dusgenaamde gnosis (gewoonlijk geciteerd onder de Latijnse titel Adversus haereses) geeft inhoud en strekking van de toenmaals bloeiende gnostieke stelsels op objectieve wijze weer, zoals opnieuw gebleken is uit de vondst van gnostieke geschriften te Nag Hammadi in Egypte.
Het kompaskwadrant belicht de 5e dimensie, de quintessens van het aardse ruimte/tijd-continuüm. Het is mogelijk de predestinatieleer aan de hand van het kompaskwadrant toe te lichten.
| Kompaskwadrant: | Christendom: | |||
| Monade | Lemniscaat | Eeuwige verandering(en) | Bijbel | Vrede |
| Duade | Verticale as | Derde weg | 'Predestinatie' | ‘Wat gij niet wilt’ |
| Triade | Kwalitatieve as (+/-) | Tegendelen vormen eenheid | Verlossing | Kwaad met Goed vergelden |
| Tetrade | Kwantitatieve as (+/-) | Tegenstellingen | Zondeval | Onvrede, Kwaad met Kwaad vergelden |
Palmyre Domen Wetenschap en geloof: een schitterend contrast:
Met gevoel voor ironie laat John Brooke (Engels historicus die de geschiedenis van religie en science beschrijft) zien hoe de twee kampen elkaar bevechten, waarbij bepaalde feiten dan weer voor en dan weer tegen het geloof gebruikt worden. Vindingen van de natuurwetenschap leidden bijvoorbeeld tot de atheïstische conclusie: "gelovigen dachten tot op heden dat God nodig was voor de correctie van de planetenbanen in het zonnestelsel, maar wij weten nu beter, dit is namelijk vanuit de natuur zélf te verklaren" (Pierre Laplace 1749-1827). En na enige tijd als reactie daarop van de kant van de gelovigen: "dat er een mechanisme in de natuur bestaat voor zelfcorrectie bijvoorbeeld wijst toch juist op de grote wijsheid van de schepper" (William Whewell 1839). En zo lijkt het conflict bezworen. Om dan dan enige tijd weer op een ander punt en indringender de kop op te steken.
Asymmetrische verhouding
Van groot belang is het om die dia-loog eens vanuit de twee gesprekspartners te bekijken. Dat levert namelijk een zeer ander zicht op, omdat de relatie van geloof/theologie en natuurwetenschap wezenlijk asymmetrisch is.
Als theologen de relatie van God tot mens en wereld willen verhelderen, zullen ze daar het beste weten omtrent die wereld in moeten betrekken. Dus heeft de theologie (althans dat zou ze moeten hebben) een intrinsiek belang bij de natuurwetenschappen (en zo ook bij de mens- en maatschappijwetenschappen overigens). Maar vanuit de natuurwetenschap bezien is er niet een dergelijke in de eigen wetenschap verankerde relatie met de theologie. De natuurwetenschap ais zodanig heeft geen intrinsiek belang bij de theologie (heeft veeleer een belang zich daaruit te emanciperen). Onderzoek naar fundamentele eigenschappen van de materie of naar hersenfuncties kan prima zonder theologie, of beter: moet zonder theologie, zonder God in het verhaal.
Vandaar dat ik dat ik de asymmetrie in de relatie tussen theologie en natuurwetenschap beklemtoon.
(En toch ... is er ook vanuit de natuurwetenschappen op een bepaalde manier een intieme relatie -al wordt die zelden expliciet benoemde: historisch hebben bepaalde religieuze opvattingen de wetenschappelijke activiteit sterk gestimuleerd. Bijvoorbeeld de theologische opvatting van de natuur als geschapen door God, verschafte de grond voor het wetenschappelijk uitgangspunt dat er een orde te vinden moest zijn in de veelheid van verschijnselen.)
Ik heb in het begin gezegd: of je theologie nu precies wetenschap mag noemen vind ik een minder interessante vraag. Wel interessant is echter dat theologie een belangrijke trek gemeen heeft met (andere) wetenschap: in zekere zin is ook theologie namelijk een hypothetische onderneming. De theologie poogt geloofsinhouden en -ervaringen te verhelderen, te interpreteren, te duiden. Theologie is dus ten diepste een hermeneutische bezigheid. Zo'n interpretatie nu kun je vanuit de wetenschapstheorie zien als een vorm van hypothese. De interpretatie is dus een hypothese, die dan ook niet de status van eeuwige waarheid heeft.
Ik heb hier sterk de asymmetrie benadrukt: theologie heeft de andere wetenschappen nodig, andersom niet.
In het rapport ‘E i V’ wordt er van uitgegaan dat het ‘onbewust absoluut bewustzijn’ een synoniem is voor non-lokaal bewustzijn.
Het zelfbewustzijn en het non-lokale bewustzijn zijn net als het persoonlijk bewustzijn en het Christusbewustzijn complementair.
Middenweg (Hoofdroute, Goed en Kwaad, Leraar en leerling, Levensboom, Individualiteit)
15 Beeld van God, de onzichtbare, is hij,
eerstgeborene van heel de schepping:
16 in hem is alles geschapen,
alles in de hemel en alles op aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
vorsten en heersers, machten en krachten,
alles is door hem en voor hem geschapen.
17 Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
En gij zult uw naaste liefhebben als uzelf (22:34-40).
Matteüs: Waar twee of drie verenigd zijn in mijn naam, ben Ik in hun midden (18,20).
Matteüs: U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand (22:37-4).
Matteüs: Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden (7:1).
Wat je ook in De Geheime Leer wilt bestuderen , houd steeds de volgende denkbeelden voor ogen, die de basis moeten zijn van je ideeën-vorming:
(d) Het vierde en laatste basis-idee dat je moet vasthouden is dat wat uitgedrukt wordt in het grote Hermetische axioma. Het somt alle anderen op en vat ze samen:
Zo binnen, zo buiten
zo groot, zo klein
zo boven, zo beneden
er is slechts één Leven en Wet
en de besturende Kracht is één
Er is geen binnen, geen buiten
geen groot, geen klein
geen hoog, geen laag
in het goddelijk bestel
Om de 'torens van Babel' tegen instorten te behoeden, zal in de toekomst aan risicobeheersing meer aandacht dienen te worden besteed.
De stroom van complexe causaliteiten, met schijnbare a-causaliteiten is de uitkristalisatie van de Negentropie en is de ordening van Informatie, waaruit indirect het "ongemanifesteerde" afgeleid kan worden, het is "verborgen" of zelfs bewust "geheim gehouden". Het "reflecteert" in de "materie".
In risk management, negentropy is the force that seeks to achieve effective organizational behavior and lead to a steady predictable state.
De boodschap, het nieuwe inzicht van Jezus ‘Keer dan ook uw andere wang toe’ is de keerzijde van het ‘Oog om oog, tand om tand’ uit het Oude Testament en berust op ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook de ander niet’.
In het Nieuwe Testament van de Bijbel, staat de gelijkenis van de talenten.
Om de kwaliteit van besluiten te verbeteren is het niet nodig embryo’s te manipuleren. We moeten er wel moeite voor willen doen om de talenten die we hebben ontvangen tot ontplooiing te brengen.
Verhaal (Matteüs 25: 14 - 30)
"Het is als met iemand die op reis ging. Hij riep zijn dienaars bij zich en vertrouwde hun zijn eigendommen toe. Aan de ene gaf hij vijfduizend goudstukken, aan een andere tweeduizend en aan een derde duizend; ieder kreeg wat hij aankon. Toen vertrok hij. Onmiddellijk ging de dienaar die vijfduizend goudstukken had gekregen, er zaken mee doen en hij verdiende er vijfduizend bij. Zo deed ook de tweede en hij verdiende er tweeduizend bij. Maar de dienaar die duizend goudstukken had gekregen, ging een gat graven en verstopte het geld van zijn heer daarin.
Een hele tijd later keerde de heer van die dienaars terug en hij riep hen ter verantwoording. De dienaar die vijfduizend goudstukken had gekregen, kwam naar hem toe en overhandigde hem er nog vijfduizend: Heer, u hebt mij er vijfduizend gegeven, kijk, ik heb er nog vijfduizend bijverdiend. Uitstekend, zei zijn heer. Je bent een goed en trouw dienaar. Iets kleins heb je goed beheerd, nu zal ik je over iets groots aanstellen. Kom binnen en vier feest met mij. Toen kwam de dienaar die er tweeduizend had gekregen: Heer, u hebt mij er tweeduizend gegeven, kijk, ik heb er tweeduizend bijverdiend. Uitstekend, zei zijn heer. Je bent een goed en trouw dienaar. Iets kleins heb je goed beheerd, nu zal ik je over iets groots aanstellen. Kom binnen en vier feest met mij. Toen kwam ook de man die er duizend had gekregen: Heer, ik weet dat u streng bent; u maait waar u niet gezaaid hebt, en u oogst waar u niet hebt uitgezet. Ik was bang en ben daarom uw geld in de grond gaan verstoppen. Hier hebt u het weer terug. Jij slechte, luie dienaar! Antwoordde zijn heer hem. Je wist dus dat ik maai waar ik niet gezaaid heb, en oogst waar ik niet heb uitgezet. Waarom heb je mijn geld dan niet op de bank gezet? Dan had ik het bij mijn thuiskomst met rente kunnen opvragen. Neem hem die duizend goudstukken af en geef ze aan hem die er al tienduizend heeft! Want iedereen die iets heeft, krijgt nog meer en heeft overvloed. Maar wie niets heeft, hem zal wat hij heeft nog worden afgenomen. En gooi die nutteloze dienaar eruit, de duisternis in! Daar zal hij huilen en knarsetanden!"
Dit zijn de geheime woorden, welke Jezus de Levende gesproken heeft en welke Didymus Judas Thomas heeft opgeschreven.
Verklaring:
Er zijn twee redenen waarom de leringen geheim waren. De belangrijkste is dat ze indruisen tegen alle gevestigde belangen, alle heilige huisjes omvergooien en alles wat de mensen voor waar houden ontzenuwen. De tweede is wellicht dat de leerlingen, omdat ze het niet echt begrepen, van mening waren dat er iets geheimzinnigs aan was.
Dat ze Jezus "de levende" noemden, betekent alleen maar dat hij opgestaan was uit het dodenrijk (of zich losgemaakt had uit de schaduwwereld).
3
Jezus sprak: "Als uw leiders zeggen: ziet, het Koninkrijk is in de hemel, dan zullen de vogelen des velds u voorgaan.
Als zij zeggen: het is in de zee, dan zullen de vissen u voorgaan. Maar het Koninkrijk is binnen in u en buiten u."
Als gij uzelf zult kennen, dan zult gij gekend worden, en gij zult beseffen dat gij zonen van de levende Vader zijt.
Als gij uzelf echter niet zult kennen, dan zijt gij in armoede, en gij zijt zelf die armoede."
Verklaring:
Geloof de woorden van jullie leiders niet. Zij zeggen dat de hemel de beloning en de hel de straf na de dood is.
De ware hel is de wereld van de doden, de onbewusten, de slapenden hier op aarde. De hemel is de toestand van de ontwaakten. Als je jezelf kent voel je je een met de hele schepping en met alle mensen. Als "Jezus" praat over het Koninkrijk en de Vader, probeert hij het onuitsprekelijke in een metafoor te vangen. Waarover je niet kunt praten, daarover moet je zwijgen. Het heeft geen zin om over het onuitsprekelijke einddoel te praten, het is voldoende om de weg te wijzen. Als je jezelf niet kent leid je maar een armetierig leven. Misschien rijk voor de wereld, maar arm voor jezelf.
5
Jezus sprak: "Herken wat voor uw aangezicht is, en wat verborgen is voor u zal u duidelijk worden. Want niets is verborgen wat niet geopenbaard zal worden."
Verklaring:
Alles zul je begrijpen als je jezelf kent. Als je je binnenwereld begrijpt, begrijp je de buitenwereld. Mensen zeggen dat ze zichzelf kennen met al hun fouten en tekortkomingen. Als je je fouten kent, waarom doe je ze dan nog en waarom accepteer je je tekortkomingen? Pas je je aan de maatschappij aan, dan doe je jezelf tekort en zondig je tegen jezelf. Luister je naar jezelf, dan pas je niet in de maatschappij. Wat goed is voor de natuur, is slecht voor de cultuur en wat goed is voor de cultuur, is slecht voor de natuur.
11
Jezus sprak: "Deze hemel zal vergaan, en de hemel daarboven zal vergaan. En de doden leven niet, en de levenden zullen niet sterven. In de dagen dat gij at wat dood is, maakte gij het tot iets wat leeft. Als gij tot het licht zult komen, wat zult gij dan doen? Toen gij één waart, werd gij tot twee. Als gij echter twee zijt, wat zult gij dan doen?"
Verklaring:
Hij verkondigt de eeuwigdurende waarheid dat de mens mens is, wat hij ook denkt dat hij is en hoe onnatuurlijk hij zich ook gedraagt. De mens is gedoemd om gelukkig te zijn, hoezeer hij zich daar ook tegen verzet, en kan alleen tot zich zelf terugkeren. De ontaarde mens leeft niet echt en als je eenmaal wakker geworden bent, kun je nooit meer inslapen. Als je tot verlichting gekomen bent, wat zul je dan doen? Als klein kind was je één, door je aanpassing aan de maatschappij werd je leven gespleten en vol tegenstrijdigheden. Tussen karakter en natuur, tussen je binnen- en je buitenkant, tussen je masker en je ware gezicht. Waar kies je voor?
82
Jezus sprak: "Wie dicht bij mij is, is dicht bij het vuur. En wie ver van mij is, is ver van het Koninkrijk."
Verklaring:
Wie dicht bij zichzelf is, is dicht bij de verlichting, maar hoe groter de kloof tussen binnen en buiten, hoe onechter en hoe groter duisternis.
Een moderne versie van de Barmhartige Samaritaan stond in NRC van 24 december 2007, het essay De Ander als spiegel van Ryszard Kapuscinski. Ook Kapuscinski schetst dat bij elke ontmoeting met anderen uit drie mogelijkheden kan worden gekozen. Een wilde aanval inzetten op de vreemdelingen? Hen onverschillig passeren en doorlopen? Of toch maar proberen kennis te maken en met hen te communiceren? De Ander bepaalde voor hem de zin van het reizen, het verhaal dat geschreven moest worden.
Kapuscinski haalt ook de door Bronislaw Malinowski:
gelanceerde stelling aan: er bestaan noch hogere noch lagere culturen, er is slechts sprake van verschillende culturen die op verscheidene manieren aan de behoeften en verwachtingen van haar deelnemers voldoen.
Y. Sarasvati boek Wetenschap van de ziel - aanschouwing van de innerlijke wereld door yoga
Veel wijsheid uit heilige boeken over yoga, de weg tot zelfverwerkelijking, staat ons reeds ter beschikking. Een volgende stap is een beschrijving van het met yoga beoogde stadium van gegrondvest zijn in het meest innerlijke zelf; de toestand van volledig bewustzijn, kennis en gelukzaligheid. Over de tocht naar dit meest innerlijke zelf gaat dit boek van Swami Yogeshvarananda Sarasvati. Hij heeft zelf tientallen jaren het koninklijk pad van de yoga bewandeld, om tenslotte een innerlijke aanschouwing van de individuele en collectieve ziel deelachtig te worden. Alvorens tot de ziel door te dringen worden uitvoerige beschrijvingen gewijd aan de drie 'omhullingen': het fysieke, het astrale en het causale lichaam. Van deze lichamen worden diverse onderdelen, functies en relaties in een heel bijzonder daglicht gesteld. Belicht worden o.a. zintuigen, zenuwstelsel, intellect, egoprincipe, chakra's, processen van gewaarwording en handeling, relaties met kosmische elementen. Bovendien wordt ingegaan op atma vyana, een praktische uiteenzetting van een oude methode tot visualisatie van de ziel. De geheimen van deze heilige wetenschap worden ontsluierd door openbaring van alle ijle elementen van de ziel, hun karakteristieken, onderlinge verschillen, lokaties en subtiele functies. Tenslotte geeft een beschrijving van de opperste vormen van onthechting en bevrijding aan hoe de ware gelukzaligheid en vrede, die verborgen is in het hart van ieder mens, verworven kan worden door het kennen van de ziel 'kennis van het zelf'.
André van der Braak boek Goeroes en Charisma - Het riskante pad van leerling en leraar
Loskomen uit de houdgreep van spirituele leermeesters
Een onderzoek naar de magische ban van de goeroe
Van oudsher zijn mensen op zoek naar de zin van het leven en manieren om het goede leven te bereiken. Ingewijde experts - meestal mannen - staan te trappelen om hun de weg naar het heil te wijzen. Hun grootste troef: charisma, het vermogen om anderen te betoveren en tot grote daden aan te sporen.
Vanaf de jaren zestig heeft een golf van goeroes uit India, Tibet en Japan het Westen overspoeld, maar sommigen bleken in de praktijk verrassend minder 'heilig', getuige de vele schandalen rondom machtsmisbruik, hypocrisie, seks en geweld.
Filosoof, psycholoog én ervaringsdeskundige André van der Braak gaat in zijn boek uitvoerig in op de gevaarlijke aspecten
in de relatie goeroe-leerling. Gelukkig zijn er ook goeroes van onbesproken gedrag. Aan het onderscheid tussen 'gezonde' en 'ongezonde' goeroes is een apart deel gewijd.
André van der Braak was van 1987 tot 1998 leerling van de Amerikaanse goeroe Andrew Cohen. Hij schreef er een prikkelend boek over: Enlightenment Blues. In 2004 promoveerde hij op Nietzsches opvattingen over levenskunst: Hoe men wordt, wat men is.
André van der Braak Goeroes en Charisma - Het riskante pad van leerling en leraar (samenvatting)
Socrates (deel 2) inspireert André bij het formuleren van wat een goede leraar is, omdat Socrates geen overgave maar reflectie vraagt. Er is een zekere magnetische werking vanuit de leraar, maar deze blijft ook leerling. Socrates heeft toch wel een bepaald doel voor ogen. Hem gaat het om het goede leven vanuit de deugd als voortreffelijkheid. Nietzsche is de tweede filosoof die als goede leraar wordt aangehaald. Hij heeft in allerlei fasen verschillende visies naar voren gebracht, maar in zijn laatste boek spreekt hij van het zich als een leeuw losmaken van de leraar. Als men als een spelend kind zijn lot accepteert blijft toch de eros behouden.
Deze balans van eros en scepsis werkt André in het derde deel verder uit. Er zal een evenwicht moeten zijn tussen de horizontale uitwisseling (leraar als reisgenoot) en verticale uitwisseling (zelfoverstijging), tussen logos (dialectiek en kritiek) en mythos (werking van symbolen, verhalen), tussen idealisering van de leraar en de de-idealisering, kortom: tussen eros en scepsis. Dit zijn belangrijke inzichten. Redelijkheid en gegrepen worden door een perspectief zijn samen onmisbaar op een spiritueel pad.
André van der Braak Goeroes en Charisma - Het riskante pad van leerling en leraar (recensie van Henk Hogeboom van Buggenum)
In de analyse gaat Van der Braak uitvoerig in op zowel het wezen van de goeroe als op de motivatie van mensen deze te volgen. Aan de goeroe worden ten onrechte bovennatuurlijke gaven toegeschreven. Jongeren sluiten zich - vaak in tijden van crisis - bij hem aan, geven zich aan hem over en ontvluchten zo min of meer de eigen verantwoordelijkheid. Wat de leerlingen drijft is eros in de socratische zin van een passie voor het goede, het verlangen naar een diepere betekenis in het leven, die het eigenbelang overstijgt. Wat zij echter missen is de scepsis. Autoritair ingestelde goeroes als Andrew Cohen laten die echter ook niet toe. Dit in tegenstelling tot Socrates en Zarathoestra. Als gezonde goeroes weten zij de balans tussen eros en scepsis te vinden en de leerling diegene te laten worden die hij in wezen is. Zij worden als het ware dienstbare verloskundigen. Maar ja, beiden zijn zij slechts in de literatuur fungerende gestalten, filosofische idolen. Zo niet Andrew Cohen. Bij hem was alles erop gericht je eigen ego te onderdrukken en hem te gaan zien als het narcistisch bewonderde spiegelbeeld van jezelf. Hoe dat in de commune praktisch gestalte kreeg, ervaren we niet. Het lijkt uitgesloten dat men met zo'n instelling nog iets voor anderen kan betekenen.
Bram Moerland: Gnosis en Christusbewustzijn Wij hebben als mens twee naturen.
Er is hier een grote verwantschap met het boeddhistische begrip 'boeddha-natuur'. Elk mens, alle wezens en alle dingen hebben boeddha-natuur, leert het boeddhisme. Het spirituele pad van het boeddhisme heeft als doel het bewustzijn van de individuele mens te verenigen met zijn eigen boeddha-natuur, die tegelijk ook de boeddha-natuur is van de ganse werkelijkheid.
Precies zoals in het boeddhisme wordt verteld dat een mens die de boeddha-natuur in zichzelf heeft gerealiseerd, tegelijkertijd ook de innerlijke vereniging met de boeddha-natuur van de ganse werkelijkheid zal ervaren, zo leert de gnostiek dat kennis van het zelf tegelijkertijd ook kennis van het Al is: Wie zichzelf kent, kent het Al.
In het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus door Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt werd. Op dat moment, zo gaat de vertelling, daalt de Heilige Geest op hem neer. De Jordaan staat hier symbool voor de stroom van het zijn die voortvloeit uit de oerbron, het levenswater. (Zie 'Scheppingsmythe' hierboven.) De historische mens Jezus wordt hier dus met zijn persoonlijke natuur symbolisch ondergedompeld in de oerstroom van het zijn, en ervaart op dat moment zijn tijdloze Christusbewustzijn. Hij is een Christus geworden en zal voortaan zijn discipelen leren hoe ook zij een Christus kunnen worden, dat wil zeggen, zich bewust worden van de Christusnatuur die reeds in hen, en in alle mensen, aanwezig is. En zijn discipelen kunnen op hun beurt die blijde boodschap weer doorvertellen aan iedereen die het horen wil, en: 'Wie oren heeft die hore.'
In oecumenische zin zijn gnostiek, boeddhisme en hindoeisme en vele andere spirituele tradites slechts variaties op hetzelfde thema. Ze kunnen elkaar aanvullen en verrijken. Alleen wie meent in het exclusieve bezit te zijn van de enige zaligmakende waarheid plaats zich buiten dat spirituele deelgenootschap.
Daniel Ofman boek Bezieling en Kwaliteit in Organisaties
Jaap Voigt stipt in zijn nawoord de kern van het vraagstuk aan waar het in het rapport 'E i V' om draait.
Toch is het noodzakelijk om in dit nawoord stil te staan bij een aspect dat in dit boek niet aan de orde is gekomen, namelijk het 'alleen zijn' en het lijden dat daarmee gepaard gaat. Met dit onderwerp wordt het hart geraakt van de relatie tussen de weg van de individuele mens en de weg van een collectiviteit als een organisatie.
Onze samenleving, en daarmee vrijwel iedere organisatie, is nog steeds gebouwd op het principe dat het individu ondergeschikt is aan de groep. etc.
Het luisteren naar die stem van het geweten leidt ertoe dat hij minder vatbaar wordt voor de conditionering van de groepscultuur.
Tijdens het individuatieproces wordt de balans van het verleden opgemaakt. Materiële en immateriële schulden worden vereffend en door een hernieuwd inzicht in eigen functioneren ontstaat een nieuw soort zelfvertrouwen.
Gottfried de Purucker boek Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel I, Hoofdstuk 12 Psychologische natuur van de mens
Want als de mens zichzelf begrijpt, begrijpt hij dat waaruit hij voortkwam en dat wat hijzelf is – begrijpt het heelal in de mate waarin zijn geest en denken zich hebben ontwikkeld, en zijn waarnemingsvermogens zich door die ontwikkeling hebben verscherpt.
Hoofdstuk 15: Goed en kwaad ontstaan uit de tegenstrijdige werking van de multimyriaden willen in de verschijningswereld.
Het goede is relatief; er is geen absoluut goed. Het kwade is relatief; er is geen absoluut kwaad.
Beide zijn evenwel relatieve begrippen. ..etc.
Zij contrasteren met elkaar.
Deze beide groepen representeren twee fundamentele Paden in de Natuur, het ene het Pad der Rechter -, het andere dat der Linkerhand en worden aldus in het Oude Occultisme genoemd. Het ‘Pad der Linkerhand’ is Pratyeka-Yâna; en wij kunnen Pratyeka in dit verband door de omschrijving ‘ieder voor zich’ vertalen.
Het ‘Pad der Rechterhand’ is Amrita-Yâna; dat het Onsterfelijk Voertuig of Pad der Onsterfelijkheid wordt genoemd. Het ene, het eerstgenoemde, is het pad der persoonlijkheid; het andere het laatstgenoemde, is het pad der individualiteit; het ene is het pad der stof, het andere is het pad van de geest; het ene leidt naar beneden; het andere Pad verliest zich in de onuitsprekelijke glorie van het bewuste onsterfelijke in de ‘eeuwigheid’.
Dit nu zijn de twee groepen van wezens, die de beide zijden der Natuur vertegenwoordigen, en de conflicten en tegenstellingen van deze beide zijden der Natuur, tezamen met de strijd van wil tegen wil van de scharen wezens in het gemanifesteerde bestaan, veroorzaken het zogenaamde kwaad in de wereld, dat uit de zelfzuchtige werkzaamheid van de lagere of minder ontwikkelde of geëvolueerde wezens ontstaat.
H.P. Blavatsky beschrijft Kosmos en mens, respectievelijk de macrokosmos en microkosmos in de Delen I en II van De Geheime Leer.
De beide boeken dragen als ondertitel: ‘De synthese van wetenschap, godsdienst en wijsbegeerte’.
In het informatie registrerende en overdragende Akasha-veld van het universum worden de correlaties tussen de micro - en macrokosmos tot stand gebracht. Het 'Hoe en Wat' in de aardse microkosmos, de mens staat tegenover het 'Wat en Hoe' in de hemelse macrokosmos, het universum.
De ziel, de natuurlijke schakel tussen lichaam en geest, tussen micro en macro.
Deze weinige voorbeelden, naast de vele daden van vriendelijkheid die dagelijks plaatsvinden, helpen bij het aantonen van de goedheid die één van de diepste eigenschappen is van de menselijke ziel, want de ziel heeft geen nationaliteit, geen geloof, geen kleur, geen sekse en geen vooroordeel. Al degenen die grote dienaren van de mensheid werden, gaven in hun leven in een diepgaande mate uitdrukking aan goedheid, omdat goedheid de natuurlijke uitdrukking is van een hart en een denkvermogen die totaal doordrongen zijn van de ervaring dat alle leven één is.
| Regelkringen: | |||||||
| Invoer - | Verwerking - | Uitvoer - | Feedback | ||||
| Leraar (Wat) - | Opvoeden (Hoe) - | Leerling (Wat) - | Gedogen (Hoe) | ||||
| Oude Testament | Wijze - | Jodendom (Orde) - | Rechtvaardige - | Chaos | |||
| God - | Heilige geest - | Christus (Mens) - | Satan | ||||
| Welzijn - | Volmaaktheid - | Welvaart - | Onvolmaaktheid | ||||
| Manager - | Gedragsregels - | Professional - | Vrijblijvend | ||||
| Verkoper - | Dader | Koper - | Slachtoffer | ||||
| Kwantiteit - | Kwantum | Kwaliteit - | Exuberatie |
Geheime Leer Deel I Inleiding (p. 3):
Eeuwigheden van onnoemelijke duur moeten zijn verstreken vóór de benaming ‘Boeddha’ bij wijze van spreken zó was vermenselijkt, dat deze mocht worden toegepast op stervelingen en tenslotte werd bestemd voor iemand van wie de ongeëvenaarde deugden en kennis hem de titel bezorgden van ‘de Boeddha van onbewogen wijsheid’. Bodha betekent het aangeboren bezit van goddelijk verstand of ‘begripsvermogen’; ‘buddha’ het verkrijgen daarvan door persoonlijke inspanning en verdienste; terwijl ‘buddhi’ het vermogen is zich bewust te worden van het kanaal waarlangs goddelijke kennis het ‘ego’ bereikt en om goed en kwaad te onderscheiden; het is ook het ‘goddelijke geweten’ en de ‘geestelijke ziel’, het voertuig van atma. ‘Wanneer buddhi ons ego-isme opneemt (en vernietigt) met al zijn vikara’s, verschijnt Avalokiteshvara aan ons en nirvana of mukti wordt bereikt’; ‘mukti’ is hetzelfde als nirvana, namelijk vrij zijn van de kluisters van ‘maya’ of zinsbedrog. ‘Bodhi’ is eveneens de naam van een bijzondere trancetoestand, samadhi genoemd; tijdens deze bereikt het subject het hoogtepunt van geestelijke kennis.
Geheime Leer Deel I Proloog (p. 47):
Bovendien leert de Geheime Leer:
(c) De fundamentele gelijkheid van alle zielen met de Universele Overziel, die zelf een aspect is van de Onbekende Wortel; en de verplichte pelgrimstocht voor iedere ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de cyclus van incarnatie (of ‘noodzakelijkheid’) in overeenstemming met de cyclische en karmische wet gedurende het hele tijdperk. Met andere woorden, geen zuiver geestelijke buddhi (goddelijke ziel) kan een onafhankelijk (bewust) bestaan hebben voordat de vonk die voortkwam uit de zuivere essentie van het universele zesde beginsel – of de OVERZIEL – (a) door iedere grondvorm van de verschijnselenwereld van dat manvantara is heengegaan en (b) individualiteit heeft verkregen, eerst door een instinct en daarna door zelf teweeggebrachte en zelf bedachte krachtsinspanningen (beperkt door haar karma), terwijl zij zo opklom door alle graden van intelligentie heen, van het laagste tot het hoogste manas, van delfstof en plant tot aan de heiligste aartsengel (Dhyani-Boeddha). De kernleer van de esoterische filosofie erkent geen voorrechten of bijzondere gaven van de mens, behalve die zijn eigen ego heeft verkregen door persoonlijke inspanning en verdienste gedurende een lange reeks van zielsverhuizingen en reïncarnaties. Daarom zeggen de hindoes dat het Heelal Brahma en Brahma is, want Brahma is in ieder atoom van het heelal, omdat de zes beginselen in de Natuur alle het resultaat zijn – de verschillend gedifferentieerde aspecten – van het ZEVENDE en ENE, de enige werkelijkheid in het Heelal, hetzij kosmisch of microkosmisch. Daarom ook worden de omzettingen (psychische, geestelijke en stoffelijke) van het zesde (Brahma, het voertuig van Brahma) op het gebied van manifestatie en vorm door metafysische antifrase opgevat als bedrieglijk en mayavisch.
47/48: Als iets absoluuts is het Ene Beginsel onder zijn twee aspecten (van Parabrahmam en Mulaprakriti) geslachtloos, onvoorwaardelijk en eeuwig. Zijn periodieke (manvantarische) emanatie – of oorspronkelijke uitstraling – is ook Een, androgyn en als verschijnsel eindig. Wanneer de uitstraling op haar beurt uitstraalt, zijn al haar uitstralingen ook androgyn, om in hun lagere aspecten mannelijke en vrouwelijke beginselen te worden. Na de pralaya, hetzij de grote of de kleine pralaya (de laatste laat de werelden in statu quo, is het eerste dat opnieuw tot werkzaam leven ontwaakt, het plastische akasa, vader-moeder, de geest en de ziel van de ether, of
het gebied op het oppervlak van de Cirkel. De Ruimte wordt vóór haar kosmische activiteit de ‘moeder’ genoemd en vader-moeder op de eerste trap van het opnieuw ontwaken. (Zie Toelichtingen, Stanza II.) In de Kabbala is zij ook vader-moeder-zoon. Maar terwijl deze in de oosterse leer het zevende beginsel van het gemanifesteerde Heelal zijn, of zijn ‘atma-buddhi-manas’ (geest, ziel en intelligentie), de triade die zich vertakt en verdeelt in de zeven kosmische en zeven menselijke beginselen, is zij in de westerse Kabbala van de christelijke mystici de triade of drieëenheid en voor hun occultisten de mannelijk-vrouwelijke Jehova, Jah-Havah. Hierin ligt het hele verschil tussen de esoterische en de christelijke drieëenheid. De mystici en de filosofen, de oosterse en de westerse pantheïsten, vatten hun aan de wereldvorming voorafgaande triade samen in de zuivere goddelijke abstractie. De orthodoxen vermenselijken haar. Hiranyagarbha, Hari en Sankara, de drie hypostasen van de zich manifesterende ‘geest van de opperste geest’ (met deze benaming begroet Prithivi – de aarde – Vishnu in zijn eerste Avatar), zijn de zuiver metafysische abstracte eigenschappen van vorming, instandhouding en vernietiging; het zijn de drie goddelijke Avastha’s (letterlijk: hypostasen) van dat wat ‘niet vergaat met de geschapen dingen’ (of Achyuta, een naam van Vishnu). De orthodoxe christen daarentegen scheidt zijn persoonlijke scheppende godheid in de drie personen van de drieëenheid en erkent geen hogere godheid.
Geheime Leer Deel I Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 213):
1. ‘Iedere vorm op aarde en elk stofje (atoom) in de Ruimte volgt bij zijn streven naar zelf-vorming zoveel mogelijk het model, dat daarvoor in de ‘HEMELSE MENS’ is gegeven. . . . Zijn involutie en evolutie (nl. van het atoom), zijn uiterlijke en innerlijke groei en ontwikkeling, hebben alle één en hetzelfde doel – de mens; de mens als de hoogste stoffelijke en uiteindelijke vorm op deze aarde; DE MONADE, in haar absolute totaliteit en haar ontwaakte toestand – als de culminatie van de goddelijke incarnaties op aarde.’
Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 293):
Evenmin gaat de individualiteit verloren – noch zelfs de essentie van de persoonlijkheid, als daarvan iets wordt achtergelaten – omdat zij weer wordt opgenomen. Want hoe grenzeloos – vanuit menselijk standpunt beschouwd – de paranirvanische toestand ook is, toch heeft deze een grens in de eeuwigheid. Als deze toestand eenmaal is bereikt, zal dezelfde monade daaruit weer te voorschijn komen als een nog hoger wezen op een veel hoger gebied, om opnieuw te beginnen met haar cyclus van vervolmaakte werkzaamheid. Het menselijke denkvermogen kan in zijn tegenwoordige stadium van ontwikkeling dit gebied van denken niet te boven gaan, en zelfs nauwelijks bereiken. Hier wankelt het op de rand van het onbegrijpelijke Absolute en Eeuwige.
294: Zo daalden, zoals de stanza het uitdrukt, de Wachters neer op aarde en regeerden over de mensen – ‘die zijzelf zijn’. De regerende koningen hadden hun cyclus op aarde en op andere werelden in de voorafgaande Ronden beëindigd. In de toekomstige manvantara’s zullen ze zijn gestegen tot hogere stelsels dan onze planeetwereld; en de uitverkorenen van onze mensheid, de pioniers op de zware en moeilijke weg van de vooruitgang, zullen de plaatsen van hun voorgangers innemen. Het volgende grote manvantara zal ervan getuige zijn dat de mensen van onze eigen levenscyclus de gidsen en leraren van een mensheid worden, waarvan de monaden nu misschien nog – halfbewust – gevangen zijn in de meest verstandelijke dieren, terwijl hun lagere beginselen de hoogste soorten van de plantenwereld van leven zullen voorzien.
De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken.
302: Omdat wat met ‘persoonlijkheid’ wordt bedoeld een beperking en een relatie inhoudt of, zoals Coleridge het definieert, ‘individualiteit die op zichzelf bestaat maar met een aard als ondergrond’, kan die term natuurlijk niet worden toegepast op niet-menselijke wezens. Maar het is een feit, door generaties van zieners volgehouden, dat geen enkel van die wezens, hoog of laag, een individualiteit of een persoonlijkheid als een afzonderlijke eenheid bezit; d.w.z. ze hebben geen individualiteit in de zin waarin een mens zegt: ‘ik ben mijzelf en geen ander’; met andere woorden, ze zijn zich niet bewust van zo’n duidelijke afgescheidenheid als mensen en dingen op aarde hebben. Individualiteit is de kenmerkende eigenschap van hun respectievelijke hiërarchieën, niet van hun eenheden; en deze eigenschappen variëren alleen met de graad van het gebied waartoe die hiërarchieën behoren: hoe dichter bij het gebied van homogeniteit en het Ene goddelijke, des te zuiverder en minder scherp omlijnd is die individualiteit in de hiërarchie. Ze zijn in alle opzichten eindig, met uitzondering van hun hogere beginselen – de onsterfelijke vonken die de universele goddelijke vlam weerkaatsen – die alleen op de gebieden van zinsbedrog geïndividualiseerd en gescheiden zijn door een differentiatie die evengoed zinsbedrog is als al het overige. Het zijn ‘levenden’, omdat zij de stralen zijn uit het ABSOLUTE LEVEN, die worden geprojecteerd op het Kosmische scherm van de illusie; wezens in wie het leven niet kan worden uitgeblust voordat het vuur van onwetendheid is uitgedoofd in diegenen die deze ‘levens’ waarnemen. Plotseling ontstaan onder de levenwekkende invloed van de ongeschapen straal, de weerkaatsing van de grote centrale zon die de oevers van de levensrivier beschijnt, behoort hun innerlijke beginsel tot de wateren van onsterfelijkheid, terwijl hun gedifferentieerde omhulsel even vergankelijk is als het menselijke lichaam.
303: ‘De mens kan de deva’s niet gunstig stemmen en ze ook niet bevelen’, wordt er gezegd. Maar door zijn lagere persoonlijkheid te bedwingen en daardoor te komen tot de volledige kennis van het niet afgescheiden zijn van zijn hogere ZELF van het ene absolute ZELF, kan de mens zelfs tijdens zijn aardse leven ‘een van ons’ worden. Zo wordt de mens door het eten van de vrucht van de kennis, die de onwetendheid verdrijft, als een van de Elohim of van de Dhyani’s; en eenmaal op hun gebied gekomen, moet de geest van saamhorigheid en van volmaakte harmonie, die in iedere hiërarchie heerst, zich over hem gaan uitstrekken en hem in ieder opzicht beschermen.
319: (2.) JNANASAKTI . . . De kracht van het verstand, van werkelijke wijsheid of kennis. Deze heeft twee aspecten:
Hier volgen enkele van haar manifestaties wanneer ze onder de invloed of beheersing van stoffelijke omstandigheden wordt gebracht. (a) Het vermogen van het verstand om onze gewaarwordingen te interpreteren. (b) Zijn vermogen om denkbeelden van vroeger terug te roepen (geheugen) en om toekomstverwachtingen te wekken. (c) Zijn vermogen zoals dat aan de dag treedt in wat de moderne psychologen ‘de wetten van associatie’ noemen, dat het denken in staat stelt blijvende verbanden te leggen tussen verschillende groepen van gewaarwordingen en mogelijke gewaarwordingen, en zo het begrip of denkbeeld van een uiterlijk voorwerp doet ontstaan. (d) Zijn vermogen om onze denkbeelden met elkaar te verbinden door de geheimzinnige schakel van het geheugen en om zo het begrip van het zelf of de individualiteit te doen ontstaan; enkele van haar manifestaties, wanneer zij is bevrijd van de binding aan de stof, zijn (a) helderziendheid en (b) psychometrie.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte (p. 360):
En zolang de tegenstelling tussen subject en object voortduurt – namelijk zolang wij over onze vijf zintuigen beschikken en meer niet, en niet weten hoe we ons alles waarnemende Ego (het hogere Zelf) van de slavernij van deze zintuigen moeten bevrijden – zolang zal het voor het persoonlijke ego onmogelijk zijn de barrière te doorbreken die het scheidt van een kennis van de dingen op zichzelf (of substantie). Dat ego, dat voortgaat op een boog van toenemende subjectiviteit, moet de ervaringen van ieder gebied volledig doormaken. Maar pas wanneer de eenheid is opgegaan in het AL, op dit of op een ander gebied, en wanneer zowel subject als object verdwijnen in de toestand van de absolute ontkenning, d.i. nirvana (ontkenning, ook hier alleen vanuit ons gebied), wordt die top van alwetendheid beklommen – de kennis van dingen op zichzelf, en komt men dichter bij de oplossing van het nog ontzagwekkender raadsel, waarvoor zelfs de hoogste Dhyan-Chohan in stilte en onwetendheid moet buigen – het onuitsprekelijke mysterie van wat de aanhangers van de Vedanta PARABRAHMAM noemen.
Omdat dit zo is, hebben allen die probeerden aan het onkenbare beginsel een naam te geven, het eenvoudig verlaagd. Alleen al door te spreken over de kosmische verbeelding – behalve wat haar fenomenale aspect betreft – is het alsof men probeert de oorspronkelijke Chaos te bottelen, of om op de EEUWIGHEID een gedrukt etiket te plakken.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 708):
Hoe dichter de sterveling, van wie de persoonlijkheid door zijn eigen persoonlijke godheid (het zevende beginsel) als aardse verblijfplaats was gekozen, zijn oervorm ‘in de hemel’ benaderde, des te beter het voor hem was. Want bij iedere wilsinspanning tot loutering en tot vereniging met die ‘Zelf-god’, breekt een van de lagere stralen en komt de spirituele entiteit van de mens steeds hoger, aangetrokken tot de straal die de eerste vervangt, totdat de innerlijke mens, van straal tot straal gaande, in de ene en hoogste straal van de Moeder-zon wordt getrokken. Zo ‘lopen de lotgevallen van de mensheid inderdaad gelijk op met de getalvormen’, omdat de afzonderlijke eenheden van die mensheid alle voortkomen uit dezelfde bron – de centrale zon en zijn schaduw, de zichtbare zon. Want de dag- en nachteveningen en zonnestilstanden, de perioden en verschillende fasen van de baan van de zon, sterrenkundig en numeriek uitgedrukt, zijn slechts de concrete symbolen van de eeuwig levende waarheid, hoewel zij voor niet-ingewijde stervelingen toch abstracte denkbeelden schijnen. En dit verklaart de merkwaardige numerieke overeenkomsten met meetkundige verhoudingen, die door verschillende schrijvers zijn aangetoond.
713: En even onverstandig zijn zij die geloven dat de godin door welke offers en gebeden ook, gunstig kan worden gestemd, of dat haar wiel kan worden afgebracht van het pad dat het eenmaal heeft ingeslagen. ‘De drievormige schikgodinnen en de altijd waakzame furiën’ zijn alleen op aarde haar attributen, en ze zijn door onszelf voortgebracht. Van de paden van haar kringloop is geen terugkeer mogelijk; toch hebben wij die paden zelf gemaakt, want wij zelf, collectief of individueel, bereiden ze voor. Karma-Nemesis is synoniem met voorzienigheid, zonder vooropgezet plan, goedheid en iedere andere eindige eigenschap en kwalificatie, die zo onfilosofisch aan deze laatste wordt toegeschreven.
714: Onze onwetendheid over die wegen van karma zou ongetwijfeld verdwijnen, als we deze slechts aan de juiste oorzaak zouden toeschrijven. Met de juiste kennis, of in ieder geval met de vaste overtuiging dat onze buren er evenmin naar streven om ons te benadelen, als wij de bedoeling zouden hebben om hen kwaad te doen, zou tweederde van het kwaad in de wereld in het niet verdwijnen. Als niemand zijn broeder kwaad deed, zou karma-Nemesis geen reden hebben tot handelen, en geen wapens om te gebruiken. De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, Stanza 3 Pogingen tot het scheppen van de mens (p. 88):
Geen enkele entiteit, hetzij engel of mens, kan de toestand van nirvana of van absolute zuiverheid bereiken, behalve door het doormaken van eonen van lijden en door de kennis van zowel het KWADE als het goede, omdat het laatste anders onbegrijpelijk zou blijven.
De Geheime Leer Deel II, Het maagdelijke derde Ras (p. 153):
Herhaaldelijk is de tegenwerping gemaakt dat, hoe hoog het metafysische denken in het oude India ook stond, de oude Egyptenaren zich toch op niets anders konden beroemen dan op grove afgodendienst en dierenverering, terwijl Hermes zoals men beweert het werk is van Griekse mystici die in Egypte woonden. Hierop kan één antwoord worden gegeven: een rechtstreeks bewijs dat de Egyptenaren in de Geheime Leer geloofden, is dat zij daarin bij de inwijding werden onderwezen. Laat de opponenten de ‘Eclogae Physicae et Ethicae’ van Stobaeus raadplegen, de Griekse verzamelaar van oude fragmenten, die in de vijfde eeuw n.Chr. leefde. Het volgende is een door hem gemaakt afschrift van een oud Hermetisch fragment, dat de Egyptische theorie over de ziel bevat. Woordelijk vertaald staat er:
‘Uit één ziel, die van het AL, ontstaan alle zielen, die zich verspreiden alsof ze opzettelijk over de wereld werden verdeeld. Deze zielen ondergaan veel vormveranderingen; de al kruipende dieren veranderen in waterdieren; uit deze waterdieren komen landdieren voort, en uit deze de vogels. Uit de wezens die hoog in de lucht (de hemel) wonen, worden mensen geboren. Bij het bereiken van de staat van mens, ontvangen de zielen het beginsel van (bewuste) onsterfelijkheid, worden geesten, en worden dan opgenomen in het koor van de goden.’
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de zweetgeborenen (p. 171):
Analogie is de leidende wet in de Natuur, de enige ware draad van Ariadne, die ons langs de onontwarbare wegen van haar domein kan voeren naar haar eerste en laatste mysteriën. De Natuur is als scheppend vermogen oneindig, en geen enkele generatie van natuurkundigen kan zich er ooit op beroemen de lijst van haar middelen en methoden te hebben uitgeput, hoe uniform de wetten die zij volgt ook zijn.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 9 DE LAATSTE EVOLUTIESTADIA VAN DE MENS (p. 216):
(a) De ‘zondeval’ vond volgens de oude wijsheid en de oude geschriften plaats, zodra Daksha (de gereïncarneerde schepper van mensen en dingen in het begin van het derde Ras) verdween om plaats te maken voor dat deel van de mensheid dat zich had ‘gescheiden’.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Edens, slangen en draken (p. 230):
Maar dit is niet het Eden uit Genesis; en ook niet de kabbalistische Hof van Eden. Want het eerstgenoemde – Eden Illa-ah – is in één betekenis wijsheid, een toestand zoals die van nirvana, een paradijs van gelukzaligheid; terwijl het in een andere betekenis betrekking heeft op de verstandelijke mens zelf, die het Eden bevat waarin de boom van de kennis van goed en kwaad groeit: op de mens als kenner (knower, knowing, and known) daarvan.
241/242: Als het alleen licht was, niet-actief en absoluut, dan zou het menselijke denkvermogen het niet kunnen waarderen of zelfs beseffen. Schaduw is dat, wat het licht in staat stelt zich te manifesteren en wat het objectieve werkelijkheid geeft. Daarom is schaduw niet iets kwaads, maar het noodzakelijke en onmisbare gevolg, dat het licht of het goede volledig maakt: zij is de schepper ervan op aarde.
Volgens de opvattingen van de gnostici zijn deze twee beginselen onveranderlijk licht en schaduw, want goed en kwaad zijn feitelijk één en hebben in alle eeuwigheid bestaan, en ze zullen altijd blijven bestaan zolang er gemanifesteerde werelden zijn.
Dit symbool verklaart de verering door deze sekte van de slang, als de Verlosser; gekronkeld om het offerbrood of om een tau, het fallische embleem. Als eenheid zijn Ennoia en Ophis de logos. Als ze zijn gescheiden, is de ene de Boom van het leven (geestelijk), de andere de Boom van kennis van goed en kwaad. Daarom zien we dat Ophis het eerste mensenpaar – het stoffelijke voortbrengsel van Ilda-Baoth, dat echter zijn geestelijke beginsel te danken had aan Sophia-Achamoth – aanspoort van de verboden vrucht te eten, hoewel Ophis de goddelijke wijsheid voorstelt.
De slang, de boom van kennis van goed en kwaad, en de boom van het leven zijn symbolen die van Indiase bodem werden overgeplant. De arasamaram, de waringinboom, die voor hindoes zo heilig is (omdat Vishnu tijdens een van zijn incarnaties onder zijn machtige schaduw rustte en daar menselijke filosofie en wetenschappen onderwees), wordt de boom van kennis en de boom van het leven genoemd. Onder het beschermende gebladerte van deze koning van de wouden geven de goeroes hun leerlingen de eerste lessen over de onsterfelijkheid en wijden hen in de mysteriën van leven en dood in.
243: Zo weinig hebben de eerste christenen (door wie de joden van hun bijbel werden beroofd) de esoterische betekenis van de eerste vier hoofdstukken van Genesis begrepen, dat zij nooit bemerkten dat met deze ongehoorzaamheid niet alleen geen zonde werd bedoeld, maar dat de ‘slang’ in werkelijkheid ‘de Heer God’ zelf was, die evenals de Ophis, de logos of de drager van goddelijke, scheppende wijsheid, aan de mensheid leerde op hun beurt scheppers te worden29. Zij hebben nooit beseft dat het kruis zich heeft geëvolueerd uit de ‘boom en de slang’ en zo de verlossing van de mensheid werd. Hierdoor zou het het eerste fundamentele symbool van de Scheppende Oorzaak worden, toepasbaar op de meetkunde, op getallen, op de sterrenkunde, op maten en op dierlijke voortplanting. Volgens de Kabbala kwam de vloek over de mens bij het vormen van de vrouw30. De cirkel werd gescheiden van zijn middellijn. ‘Uitgaande van het bezit van het dubbele beginsel in één, dat is de androgyne toestand, had de scheiding van het tweevoudige beginsel plaats, waaruit twee tegengestelden ontstonden, die bestemd waren eeuwig te zoeken naar hereniging tot de oorspronkelijke ene toestand.
29) De lezer wordt eraan herinnerd dat in de Zohar en ook in alle kabbalistische boeken wordt beweerd dat ‘Metatron verenigd met Shekinah’ [of Shekinah als de sluier (genade) van Ain-Soph] die de logos voorstelt, de boom van kennis zelf is; terwijl Shamaël – het duistere aspect van de logos – alleen de schors van die boom bewoont, en alleen de kennis van het KWADE heeft. Zoals Lacour, die in het schouwspel van de val (hfst. iii, Genesis) een voorval zag dat tot de Egyptische inwijding behoorde, zegt: ‘De boom van de waarzeggerij of van de kennis van goed en kwaad . . . is de wetenschap van Tzyphon, de genius van de twijfel; Tzy is onderwijzen en phon is twijfel. Tzyphon is een van de aleim; we zullen hem straks tegenkomen onder de naam Nach, de verleider.’ (Les OEloim, Deel II, blz. 218.) Hij staat nu bij de kenners van de symboliek bekend onder de naam JEHOVA.
30) Dit is de opvatting die alle kerkvaders hebben aanvaard, maar het is niet de werkelijke esoterische leer. De vloek begon niet bij het vormen van man of vrouw, want hun scheiding was een natuurlijk gevolg van de evolutie, maar bij het overtreden van de wet (zie boven).

244: ‘De boom van kennis van goed en kwaad groeit uit de wortels van de boom van het leven.’ (Toel.) Maar ook: ‘In de Kabbala is duidelijk te vinden dat ‘de boom van het leven’ het ansatakruis in zijn seksuele aspect was, en dat de ‘boom van kennis’ de scheiding en het weer samenkomen was om de noodlottige voorwaarde te vervullen. De waarden van de letters die het woord otz (עץ), boom, vormen, zijn 7 en 9; de zeven is het heilige vrouwelijke getal en de negen het getal van de fallische of mannelijke energie. Dit ansatakruis is het symbool van de Egyptische vrouw-man, Isis-Osiris, het kiembeginsel in alle vormen, gebaseerd op de eerste manifestatie, die in elke richting en in elke betekenis kan worden toegepast:
Dit is de kabbalistische opvatting van de westerse occultisten, en deze verschilt van de meer filosofische oosterse of Arische denkbeelden over dit onderwerp. De scheiding van de geslachten was onderdeel van het programma van de natuur en van de natuurlijke evolutie; en het scheppende vermogen in man en vrouw was een geschenk van de goddelijke wijsheid.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel II Stanza 10 Vervolg (p. 309):
De legende van de ‘gevallen engelen’ bevat in haar esoterische betekenis de sleutel tot de talrijke tegenstrijdigheden in het karakter van de mens; zij wijst op het geheim van het zelfbewustzijn van de mens; zij is de hoeksteen waarop zijn hele levenscyclus is gebaseerd – de geschiedenis van zijn evolutie en groei.
Het juiste begrip van de esoterische antropogenese hangt af van een goede beheersing van deze leer. Deze geeft een aanwijzing voor de oplossing van het lastige vraagstuk van de oorsprong van het kwaad, en laat zien dat de mens zelf het ENE scheidt in verschillende tegengestelde aspecten.
Geheime Leer Deel II Zijn de reuzen een verzinsel? (p. 315):
Bossuet (Elévations, blz. 56) ziet de oorzaak van de latere universele afgodendienst in de ‘erfzonde’. ‘Gij zult als goden zijn’, zegt de slang van Genesis tegen Eva, en legt zo de eerste kiem voor de verering van valse godheden. Daaruit ontstond de afgodendienst, denkt hij, of de cultus en de aanbidding van beelden, van vermenselijkte of menselijke figuren. Maar als men de afgodendienst op het laatstgenoemde baseert, dan zijn de twee kerken, de Griekse en vooral de Latijnse, even afgodisch en heidens als iedere andere religie2. Pas in het vierde Ras gingen de mensen, die alle recht hadden verloren om als goddelijk te worden beschouwd, over tot lichaamsverering, met andere woorden, tot fallisme.
2) En dat ondanks het formele verbod van het grote kerkconcilie van Elyrus in 303 n.Chr., toen werd verklaard dat ‘de vorm van God, die onstoffelijk en onzichtbaar is, niet zal worden beperkt door gestalte of vorm’. In 692 had ook het concilie van Constantinopel verboden ‘Jezus als een lam af te beelden of voor te stellen’ en ook ‘om te knielen in gebed, omdat dit een daad van afgodendienst is’. Maar het concilie van Nicaea (787) bracht deze afgodendienst terug, terwijl dat van Rome (883) Johannes, de patriarch van Constantinopel, excommuniceerde, omdat hij zich een openlijke tegenstander van beeldenverering toonde.
Geheime Leer Deel II De rassen met het derde oog (p. 330):
Dit is weer een allegorie en een symbool dat alleen door de oriëntalisten verkeerd wordt begrepen; die zien in deze vogel ‘een incarnatie van de bliksem’, en zeggen dat zijn lied ‘vaak werd opgevat als een uitspraak van een god en een openbaring’, en wat al niet meer. Karshipta is de menselijke denk-ziel en de godheid daarvan, die bij de oude magiërs werd gesymboliseerd door een vogel, en bij de Grieken door een vlinder. Zodra Karshipta de vara of mens was binnengetreden, begreep hij de wet van Mazda of de goddelijke wijsheid. In het ‘Book of Concealed Mystery’ wordt over de boom, die de boom van kennis van goed en kwaad is, gezegd: ‘In zijn takken (van de boom) wonen de vogels en bouwen zij hun nesten’, of hebben de zielen en de engelen hun plaats! Daarom was de boom bij de kabbalisten een soortgelijk symbool. ‘Vogel’ was een Chaldeeuws, en werd later een Hebreeuws synoniem en symbool voor engel, een ziel, een geest of deva; en het ‘vogelnest’ was bij beiden de hemel, en is in de Zohar de schoot van God. De volmaakte messias treedt Eden binnen ‘op de plaats die het vogelnest wordt genoemd’ (Zohar, ii, 8b). ‘Zoals een vogel die van zijn nest vliegt, en dat is de ziel van wie de shekinah (goddelijke wijsheid of genade) zich niet verwijdert’ (Zohar, iii, 278a; Qabbalah van Myer, 217). ‘Het nest van de eeuwige vogel, van wie het klapwieken leven voortbrengt, is grenzeloze ruimte’, zegt de Toelichting, die Hansa, de vogel van de wijsheid betreft.
Adam Kadmon is de boom (van de sephiroth) en hij wordt esoterisch de ‘boom van kennis van goed en kwaad’. En die ‘boom heeft om zich heen zeven zuilen (zeven pilaren) van de wereld, of bestuurders’; dezelfde ‘voorouders’ of ‘sephiroth’ die weer ‘werkzaam zijn door middel van de respectievelijke orden van engelen in de sferen van de zeven planeten’, enz.; een van die orden verwekt reuzen (nephilim) op aarde.
342: De wet van KARMA is onontwarbaar verweven met die van reïncarnatie.
Alleen de leer die hieronder kort wordt samengevat, kan ons het geheimzinnige vraagstuk van goed en kwaad verklaren en de mens verzoenen met de vreselijke en schijnbare onrechtvaardigheid van het leven. Deze leer omvat de kennis van de voortdurende wedergeboorten van één en hetzelfde individu door de hele levenscyclus heen, en de overtuiging dat dezelfde MONADEN, onder wie veel Dhyan-Chohans of de ‘goden’ zelf zijn, door de ‘kringloop van noodzakelijkheid’ moeten gaan en door zo’n wedergeboorte worden beloond of gestraft voor het ondergane lijden of de gepleegde misdaden in het vorige leven. Verder zegt deze leer dat juist die monaden die binnengingen in de lege, onbezielde schillen of astrale vormen van het eerste Ras, die door de pitri’s waren geëmaneerd, dezelfde zijn die nu in ons midden zijn – ja, misschien zelfs wij zelf zijn. Slechts de zekerheid die zo’n leer biedt, kan ons in opstand gekomen gevoel van rechtvaardigheid tot rust brengen. Het kan zijn dat iemand die deze edele leer niet kent, om zich heen ziet en de ongelijkheid van geboorte en lot, van verstand en capaciteiten waarneemt en dat hij constateert dat eer wordt bewezen aan dwazen en losbollen, die alleen tengevolge van hun geboorte door het lot met gunsten zijn overladen, terwijl hun naaste buurman met al zijn verstand en edele deugden – die in ieder opzicht veel grotere verdiensten heeft – omkomt van armoede en door gebrek aan sympathie. Wanneer hij dit alles ziet en zich moet afwenden – niet in staat om het onverdiende lijden te verlichten, terwijl de kreten van pijn om hem heen in zijn oren weerklinken en zijn hart ontroeren – dan weerhoudt alleen die gezegende kennis van karma hem ervan zowel het leven en de mensen als hun veronderstelde schepper te vervloeken.
343/344: Vergelijk dit blinde geloof met het filosofische geloof aan Karma-Nemesis, of de wet van de vergelding, dat is gebaseerd op louter redelijke bewijzen en op levenservaring. Deze wet, of die nu bewust of onbewust werkt, beschikt niets en niemand tot iets vóór. Zij bestaat werkelijk van en in eeuwigheid, want zij is de EEUWIGHEID zelf; en omdat geen handeling kan samenvallen met de eeuwigheid, kan men niet zeggen dat zij handelt, want zij is de HANDELING zelf. Iemand verdrinkt niet door de golf, maar door de persoonlijke daad van deze ongelukkige, die weloverwogen handelt en zich blootstelt aan de onpersoonlijke werking van de wetten die de bewegingen van de oceaan beheersen. Karma schept niets en beraamt niet. De mens maakt plannen en schept oorzaken en de karmische wet past de gevolgen erbij aan. Deze aanpassing is geen handeling, maar universele harmonie, die er steeds toe neigt om naar de oorspronkelijke toestand terug te keren, zoals een tak die te sterk wordt neergebogen, met overeenkomstige kracht terugspringt.
345: Nauw of beter onverbrekelijk verbonden met karma is de wet van de wedergeboorte, of van de reïncarnatie van een en dezelfde geestelijke individualiteit in een lange, bijna eindeloze reeks van persoonlijkheden. Deze laatsten zijn als de verschillende kledingstukken die door dezelfde acteur worden gedragen en de rollen die door hem worden gespeeld, met elk waarvan die acteur zich enkele uren identificeert en door het publiek wordt geïdentificeerd.
Geheime Leer Deel II Stanza 12 De oorsprong van de mythe van satan (p. 433):
‘Ons . . . fragment heeft betrekking op de schepping van de mensheid, die Adam wordt genoemd; als (de mens) in de bijbel wordt hij volmaakt geschapen . . . maar later verenigt hij zich met de draak van de afgrond, het beest van Tiamat, de geest van de Chaos, en zondigt tegen zijn god, die hem vervloekt en al het kwaad en de moeilijkheden van de mensheid op zijn hoofd laat neerdalen.’
‘Hierop volgt een oorlog tussen de draak en de machten van het kwaad, of de chaos aan de ene kant en de goden aan de andere.’
Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras, goddelijke leermeesters (p. 475):
Omdat de geestelijke evolutie niet in staat was de stoffelijke bij te houden, toen de homogeniteit ervan eenmaal door de vermenging was verbroken, werd het geschenk de belangrijkste oorzaak, zo niet de enige oorsprong, van het kwaad16.
16) De filosofische opvatting van de Indiase metafysica plaatst de wortel van het kwaad in de differentiatie van het homogene in het heterogene, van het ene in het vele.
439: Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur22. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille.
22) In de demonologie is satan de leider van de oppositie in de hel, waarvan Beëlzebub de vorst was. Hij behoort tot de vijfde soort of klasse van demonen (waarvan er volgens de middeleeuwse demonologie negen zijn) en hij staat aan het hoofd van heksen en tovenaars. Maar zie in de tekst de ware betekenis van Baphomet, de satan met de geitenkop, die één is met Azazel, de zondebok van Israël. De Natuur is de god PAN.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de gevallen engel (p. 542/543):
Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of Ferouer) van Ahura Mazda.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 579):
De kabbalisten zeggen dat de ware naam van satan het omgekeerde is van die van Jehova, want ‘satan is geen zwarte god, maar de ontkenning van de witte godheid’ of het licht van de waarheid. God is licht en satan is de noodzakelijke duisternis of schaduw om dit licht te laten uitkomen, want zonder deze schaduw zou het zuivere licht onzichtbaar en onbegrijpelijk zijn.
583: De val was het gevolg van de kennis van de mens, want zijn ‘ogen werden geopend’. Inderdaad had de ‘gevallen engel’ hem wijsheid en de verborgen kennis geleerd; want de eerstgenoemde was vanaf die dag zijn manas, denkvermogen en zelf-bewustzijn geworden. In ieder van ons is die gouden draad van voortgaand leven – dat periodiek wordt verdeeld in actieve en passieve cyclussen van zintuiglijk bestaan op aarde en bovenzinnelijk bestaan in devachan – vanaf het begin van ons verschijnen op deze aarde aanwezig. Het is de sutrātma, de lichtende draad van onsterfelijk onpersoonlijk monadeschap, waaraan onze aardse levens of voorbijgaande ego’s als evenzoveel kralen zijn geregen – volgens de prachtige uitdrukking van de Vedantafilosofie.
585: De theologie en ook de wetenschap zeggen ons dat het dier veel eerder op aarde was dan de mens. Dan vragen wij aan de theologie: hoe plantte het dier zijn soort voort, voordat de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad was geplukt? Zoals gezegd: ‘De christenen – die veel kortzichtiger waren dan de grote mysticus en bevrijder van wie zij de naam hebben aangenomen, van wie zij de leringen verkeerd hebben begrepen en er een karikatuur van hebben gemaakt en van wie zij de nagedachtenis door hun daden hebben beklad – namen de joodse Jehova zoals hij was, en streefden er natuurlijk tevergeefs naar om het evangelie van licht en vrijheid in overeenstemming te brengen met de godheid van duisternis en onderwerping.’ (War in Heaven7.)
584/585: Maar het is nu voldoende bewezen dat alle zogenaamde kwade geesten, van wie men zegt dat zij oorlog voerden tegen de goden, als persoonlijkheden identiek zijn; en bovendien dat alle oude religies dezelfde lering verkondigden, met uitzondering van de eindconclusie, die van de christelijke verschilt. De zeven oorspronkelijke goden hadden allen een tweevoudig aspect, het ene essentieel, het andere bijkomstig. In hun essentiële aspect waren ze allen de ‘bouwers’ of vormgevers, de onderhouders en de heersers van deze wereld, en in het bijkomstige aspect, waarbij ze zich in zichtbare lichamelijkheid hulden, daalden ze op aarde neer en regeerden er als koningen en leraren van de lagere menigten, die daar opnieuw als mensen waren geïncarneerd.
Zo laat de esoterische filosofie zien dat de mens inderdaad de gemanifesteerde godheid is in haar beide aspecten – goed en kwaad, maar de theologie kan deze filosofische waarheid niet erkennen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 631):
Zou Plato, de grootste leerling van de archaïsche wijzen, zelf een wijze, voor wie er maar één enkel doel in dit leven was – werkelijke kennis – ooit hebben geloofd in een godheid die mensen bij de kleinste aanleiding voor eeuwig vervloekt en verdoemt20?
20) De kreet van wanhoop die werd geslaakt door graaf De Montlosier in zijn Mystères de la Vie Humaine, blz. 117, bewijst dat de oorzaak van ‘voortreffelijkheid en goedheid’, die volgens Plato het Heelal doordringt, noch zijn godheid noch onze wereld is. ‘Au spectacle de tant de grandeur opposé à celui de tant de misère, l’esprit qui se met à observer ce vaste ensemble, se représente je ne sais quelle grande divinité qu’une divinité, plus grande er plus pressante encore, aurait comme brisée et mise en pièces en dispersant les débris dans tout l’Univers.’ De ‘nog grotere en nog veeleisender godheid’ dan de god van deze wereld, die wordt verondersteld zo ‘goed’ te zijn – is karma. En deze ware godheid bewijst duidelijk dat de kleinere, onze innerlijke god (die voorlopig nog persoonlijk is), niet de kracht heeft om de machtige hand van deze grotere godheid tegen te houden, de oorzaak die in het leven is geroepen door onze daden, die kleinere oorzaken voortbrengt en die de wet van de vergelding wordt genoemd.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 662):
Pythagoras, die zijn wijsheid uit India had meegebracht, heeft aan het nageslacht een glimp van deze waarheid nagelaten. Zijn school beschouwde het getal 7 als een samenstelling van de getallen 3 en 4, die zij op een tweevoudige manier verklaarden. Op het gebied van de noumenale wereld was de driehoek, als eerste voorstelling van de gemanifesteerde godheid, haar beeld: ‘vader-moeder-zoon’; en het viertal, het volmaakte getal, was de noumenale, ideële wortel van alle getallen en dingen op het stoffelijke gebied.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 672):
Deze heilige getallen (3, 4, 7) zijn de heilige getallen van licht, leven en eenmaking – vooral in het tegenwoordige manvantara, onze levenscyclus, waarvan het getal zeven de bijzondere vertegenwoordiger of het factorgetal is. Dit moet nu worden aangetoond.
674/5: De getallen 3 en 4 zijn respectievelijk mannelijk en vrouwelijk, geest en stof, en hun vereniging is het embleem van het eeuwige leven in de geest op zijn opgaande boog, en in de stof als het steeds herrijzende element – door voortplanting en voortbrenging. Zoals die alchemisten het uitdrukken: ‘Wanneer de drie en de vier elkaar kussen, voegt het viertal zijn middelste natuur bij die van de driehoek’ (of triade, d.w.z. het oppervlak van een van zijn vlakken wordt het middenvlak van de andere), ‘en wordt een kubus; dan pas wordt hij (de uitgevouwen kubus) het voertuig en het getal van het leven, de vader-moeder zeven.’
684/5: Plutarchus verklaart (de Plac. Phil., blz. 878) dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. Bij de broeders van het rozenkruis vormde de figuur van het kruis of de uitgeslagen kubus het onderwerp van een verhandeling in een van de theosofische graden van Peuvret, en werd behandeld volgens de fundamentele beginselen van licht en duisternis, of goed en kwaad.
688/689: De innerlijke mens bestaat eveneens uit vier samenstellende delen, maar deze worden verschaft door de opstandige aeonen van de sferen, die de kracht zijn – een deel van het goddelijke licht (‘divinae particula aurae’) dat nog in hen is overgebleven; de ziel (het vijfde) ‘gevormd uit de tranen van hun ogen en het zweet van hun kwellingen; het Ἀντίμιμον Πνεύματοϛ, nabootsing van de geest (die schijnt overeen te komen met ons geweten), (het zesde); en tenslotte de Μοῖρα, het lot5 (het karmische ego), dat tot taak heeft de mens naar het voor hem bestemde einde te brengen; als hij door het vuur moet sterven, hem naar het vuur te leiden; als hij door een wild beest moet sterven, hem naar het wilde beest te leiden, enz.6’ – het ZEVENDE!
5) Μοῖρα is in dit geval bestemming, niet ‘lot’, omdat het een benaming en geen eigennaam is. (Zie de vertaling van Wolf in Odyssee 22, 413.) Maar Moira, de godin van het lot, is een godheid ‘die evenals Ἀῖσα aan allen hun deel van goed en kwaad geeft’, en is dus karma (zie Liddell). Met deze afkorting wordt echter de aan het lot of karma onderworpene bedoeld, het ZELF of ego en dat wat wordt herboren. Evenmin is Ἀντίμιμον Πνεύματοϛ ons geweten, maar ons buddhi; ook is het niet de ‘nabootsing van de geest’ maar ‘daarnaar gevormd’ of een tegenhanger van de geest – wat buddhi is, als het voertuig van ātman (zie Ar. Thesm. 17, en de definities van Liddell).
6) C.W. King, Gnostics, blz. 38.
De Geheime Leer Deel III (p. 417):
Dit feit is wederom gegrond op die geheimzinnige overgang van de goddelijke gewezen persoonlijkheid samengesmolten met de onpersoonlijke individualiteit – thans in haar volledige drieledige vorm – van de Monade als Âtmâ-Buddhi-Manas in een nieuw lichaam, hetzij zichtbaar of subjectief.
De boodschap, het nieuwe inzicht van Jezus ‘Keer dan ook uw andere wang toe’ is de keerzijde van het ‘Oog om oog, tand om tand’ uit het Oude Testament en berust op ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook de ander niet’. Jezus was bij uitstek een pacifist.
Het fundamentele beginsel van moraliteit verhief Immanuel Kant tot zijn befaamde categorische imperatief. Er is niets nieuws onder de zon.
Het verschijnsel dat Jeroen Dijsselbloem in het eindrapport Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen signaleert namelijk dat de verantwoordelijke bewindslieden een tunnelvisie vertoonden is niet nieuw. Een tunnelvisie toont een duidelijke overeenkomst met het Pontius Pilatus-syndroom.
In de publicatie Waarom is er iets en niet niets? van Klaas Landsman komt de visie van Hans Küng: naar voren dat natuurwetenschap en religie complementair zijn.
Door de toenemende globalisering zal het individu eerder meer dan minder onder druk komen te staan. Alleen door het voeren van een transparant beleid is het mogelijk te voorkomen dat individuen of groepen tussen de wal en het schip terechtkomen. Om de harmonie binnen onze samenleving te waarborgen vormt juist de culturele verscheidenheid een hoeksteen. Door een open samenleving met een sterke debatcultuur kunnen tunnelvisies en hokjesgeest tussen de verschillende partijen worden voorkomen.
Door de secularisatie en de daarmee samenhangende ontzuiling zijn de verticale bindingen tussen de maatschappelijke lagen voor een belangrijk deel verloren gegaan. Naast het thema vierde macht verdient ook het fenomeen organisatiecultuur meer wetenschappelijke aandacht.
G. de Purucker boek '' Aspecten van de
Occulte Filosofie'', HET ABSOLUTE
De leer zegt dat, om een volledig bewust goddelijk wezen te worden – ja zelfs het hoogste – de oorspronkelijke geestelijke intelligenties door het menselijke stadium moeten gaan. En wanneer we zeggen menselijk, dan heeft dit niet alleen betrekking op onze aardse mensheid, maar ook op de stervelingen die elke andere wereld bewonen . . . Hegel, de grote Duitse denker, moet deze waarheid hebben gekend of intuïtief hebben aangevoeld, toen hij zei dat het Onbewuste het heelal slechts ontwikkelde ‘in de hoop een helder zelfbewustzijn te bereiken’, met andere woorden, om mens te worden . . .
De fundamentele waarheid is dat er maar één oneindige Schepper, een oerbron is. Het is voor de mensheid niet mogelijk het 5D-concept experimenteel vast te stellen. Er is maar van één scheppingsgolf, één eeuwige cybernetische kringloop sprake.
Wanneer zal de wetenschap bereid zijn met dit universele mechanisme rekening te houden?
Dat de 5e dimensie experimenteel niet valt te bewijzen wil nog niet zeggen dat er van een illusie sprake is. Juist de verscheidenheid aan 5D-concepten laat zien dat de verschillende puzzelstukjes naadloos in elkaar passen en de waarheid zeer dicht naderen.
Voor 'Winst of Verlies' geldt de spreuk van Titus Maccius Plautus (254-184 v.Chr.) dat de kost gaat voor de baat uit.
Voor een gezonde boekhouding dienen inkomsten en schulden in balans te zijn.
In hoeverre is het slim geweest het de kost gaat voor de baat uit volledig voor live now pay later in te ruilen?
Palmyre Domen stelt ik heb hier de asymmetrie sterk benadrukt: theologie heeft de andere wetenschappen nodig, andersom niet.
Zie ook:
Boeken:
- Rene V. Arcilla Mediumism: A Philosophical Reconstruction of Modernism for Existential Learning
- Kybalion
- S.W. Couwenberg Karma, reïncarnatie en de roep om zingeving
- Marja de Vries De Hele Olifant in Beeld Inzicht in het bestaan en de werking van Universele wetten en de Gulden Snede
- Andreas Weber Biokapitaal De verzoening van economie, natuur en menselijkheid
- Marcel Messing en Erik van Ruysbeek Het evangelie van Thomas
- André van der Braak Hoe men wordt, wat men is (dissertatie over Nietzsche), Damon, juni 2004
- André van der Braak Goeroes en Charisma - Het riskante pad van leerling en leraar (recensie Henk Hogeboom van Buggenum)
- André van der Braak Goeroes en Charisma - Het riskante pad van leerling en leraar (recensie Pieter Hilhorst)
- André van der Braak Goeroes en Charisma - Het riskante pad van leerling en leraar (samenvatting)
Externe Links
- Waarheid Engelse versie
- Occultisme KEN DE VIJAND EN ZIJN LISTIGE WEGEN Een verzameling van Pseudo Religieën die satan gebruikt om de Gemeente te beïnvloeden!
- Wat is waarheid?
- Wim G.J. van Dijk Mijn Naam is Waarheid HET LEVEN VAN SATHYA SAI BABA
- Dr. Ryke Geerd Hamer Informatie over de ontdekking van de biologische natuurwetten
- Biologische natuurwetten
- Messias
- Complementaire-, alternatieve en aanvullende behandeling
- The All (Kybalion)
- The Kybalion A Study of The Hermetic Philosophy of Ancient Egypt and Greece
- Summum
- Global Environment Outlook
- Sustainable development
- Template Stichting
- Welcome to the Emin Website
- Roland van Vliet Academie voor Persoonlijk Meesterschap en Sociale Kunst
- Roland van Vliet Duurzaamheid van de geest als basis voor maatschappelijke duurzaamheid van People, Planet en Profit.
- Sander Funneman Gezond verstand en verandering
- Willem B. Drees Over wijsbegeerte van de godsdienst en haar object: Twee formules (Waarheid)
- Frank Visser NIEUW LICHT OP DE BIJNA-DOOD ERVARING? Uniek onderzoek van cardioloog Van Lommel trekt wereldwijd de aandacht
- Martin van Staveren Pim van Lommel over hersenen en bewustzijn
- Fouten in het boek van Pim van Lommel (3)
- H. Verbrugh Antroposofische geneeskunde
- Bijbelstudie
- Zielsverhuizing
- Francis Heylighen: Het transcenderen van de conceptueel-symbolische kode
- In de publicatie Dubbele Poort worden de vijf bewustzijnsniveaus van Francis Heylighen toegelicht.
- Palmyre Domen Wetenschap en geloof: een schitterend contrast
- Kees Voorhoeve DE ZONDEVAL en DE VERLOSSING Een Kabbalistische Interpretatie
- Bram Moerland Verzoeningsleer
- Een Hemel op Aarde
- Lam Gods
- Evangelie van Thomas
- Bram Moerland Thomas evangelie
- Johan Pameijer Mani, een Gnostisch Apostel van Jezus Christus Een Wereldreligie roept om erkenning
- Mystiek
- Theosofie De grote ketterij van afgescheidenheid
- Bio energetica
- Spiritualiteit
- Anselmus van Canterbury
- Concilie van Chalcedon
- James M. Pryse Apocalypse ontsluierd / een esoterische uitleg van de Openbaring van Johannes
- Pupul Jayakar Krishnamurti (Volmaakte eenvoud)
- OERvitamine der vitamines
- Sheldon Ptaschevitch Stoff & Jesse Andrew Stoff Onderwijs voor spirituele groei Verder gaan dan het voor de hand liggende
- Epigenetica Engelse versie
- Nucleosoom
- Buitenhof
- Herman De Ley Wat is Religie? Een Inleiding.
- Ali Ritsema Dharma van het hart
- Daoïsme
- Jacob Slavenburg Gnosis
- Gnosis
- Meditatie Engelse versie
- Mary Anderson Meditatie-Diagram van Blavatsky
- Spiral dynamics Naar een Integrale Visie
- Kees Voorhoeve DE ZONDEVAL en DE VERLOSSING Een Kabbalistische Interpretatie
- Rob Nanninga EVOLUTIONAIR LEIDERSCHAP De goeroes van Herman Wijffels KLAAR OM TE WENDEN?
- Energy medicine
- Gebedsgenezing
- Stichting Merkawah Bijna-doodervaringen
- Spirituele evolutie, Spiritual evolution (Engelse versie)
- Draad van Arianne
- II Religie: Eenheid in Verscheidenheid (Waarheid)
- Archeus
- Thank God It’s Monday
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 3406 keer bekeken.
