Deze filognostische presentatie is in aanbouw

Aristoteles

Socrates: Ik weet dat ik niets weet.
Aristoteles: Als de mens al zijn innerlijke talenten op de juiste wijze heeft ontplooid, zijn intellectuele eigenschappen, en zijn karaktertrekken, dan heeft hij het goede leven bereikt en is hij gelukkig.
Alles wat in de ziel zit, is slechts een weerspiegeling van voorwerpen in de natuur.
Albert Schweitzer Één ding weet ik zeker: de enigen onder u die gelukkig zullen zijn, zijn degenen die het dienen in hun leven gezocht en het in de praktijk gebracht hebben.
Charles Darwin: Onwetendheid leidt vaker tot overmoed dan kennis.
Franklin D. Roosevelt: Only Thing We Have to Fear Is Fear Itself.
Abram de Swaan Wat de formule is in de natuurwetenschap, dat is de formulering in de mensenwetenschap: de nauwkeurigste, de meest beknopte én de breedst mogelijke verwoording van iemands constateringen.

Antieke filosofie (Griekse mythologie, Micro - en Macrokosmos, Zelfreinigend vermogen)

Socrates toont zich met zijn dialogen een evenwichtskunstenaar. Socrates is leraar noch meester. De Socratische dialoog biedt een houvast om door het stellen van de juiste vragen dichter bij de waarheid, een synthese, een oplossing te komen. Maar de kernvraag blijft of degene die het goede kent het alleen daardoor ook doet?
De leuze Ken u zelf, Γνωθι σεαυτον (Gnoothi seauton), leek zijn leidmotief bij de benadering van kennis over de werkelijkheid. Hoe kan iemand iets kennen, als hij zichzelf niet kent? Wie kent er dan? En wat is de waarde van zulke ongegronde kennis? Hij leek vooral zelf op zoek naar die ultieme kennis van het diepste zelf, waarzonder men niets echt kent. En als men dat kent, dan weet men tenminste wie er niets kent, en kan vandaaruit reële kennis worden opgediept.
Socrates was de eerste van de drie invloedrijkste filosofen (naast Plato en Aristoteles) uit de Griekse oudheid, vooral bekend als uitvinder van de socratische methode. Hij was de eerste die het handelen van de mens centraal stelde in zijn wereldbeschouwing vanuit de vraag: hoe moeten wij zo verantwoord mogelijk leven?

Aristoteles Deugdethiek
Het goede en deugdzame leven volgens Aristoteles
Aristoteles verstaat onder een goed en deugdzaam leven de levensvorm waarbij men zich verwerkelijkt (heeft) in de zin van de vervolmaking van zichzelf. Het gaat uiteindelijk bij deze levenskunst dan ook om het leven als geheel. Daarbij is van belang dat de ethiek een leer der praxis is: het gaat om de praktische vaardigheid (phronesis). Een deugd is een voortreffelijke realisatie van zo’n vaardigheid. Het gaat daarbij om de voortreffelijkheden van de ziel (psuchê), niet van uitwendige goederen zoals rijkdom of van het lichaam. Al het bewuste menselijk handelen is op een doel (telos) gericht en om al het menselijk streven niet zinledig te laten zijn moet er een laatste en hoogste doel zijn: dit hoogste (en daarmee aangenaamste) goed dat (impliciet) slechts omwille van zichzelf wordt nagestreefd is het geluk (eudaimonia). Het geluk is het principe (archê), in de betekenis van de (doel)oorzaak, van al het goede handelen en als zodanig het einddoel van de verschillende concrete doelen van het menselijk handelen. Het is bovendien niet transcendent, maar kan verwerkelijkt worden in een leven dat voltooid is: geluk betekent een gelukt, dus een geslaagd leven. Dit volmaakte leven impliceert een zekere autarkie. Uitwendige lotgevallen hebben wel invloed en bepaalde uitwendige goederen zijn wel noodzakelijk, maar het ware geluk is als een handelen vanuit een deugdelijke grondhouding in de kern van de zaak bestendig.

Aristoteles trachtte door zijn ervaring en wat hij zag verklaringen te vinden voor de wereld en het bestaan. Voor Aristoteles draait de Zon om de Aarde. Dit is wat je kan zien, daar hoef je niet aan te twijfelen. Voor 'ons' klinkt dit achterlijk, liever geloven we nu onze leraar van de lagere school die beweert dat de Aarde om de Zon draait, ook al zien we het tegendeel. (Zuiver natuurkundig gezien is er geen centrum waarom iets draait, dus beide beweringen kunnen waar zijn. Het één rekent wat makkelijker dan het andere.) Aristoteles onderscheidde 4 oorzaken voor alle substanties:
de stofoorzaak; waarvan is het gemaakt, waaruit bestaat het?
de vormoorzaak; wat is het?
de werkoorzaak; waardoor is het tot stand gekomen?
de doeloorzaak; waartoe, omwille waarvan is het tot stand gekomen?
De laatste oorzaak voltooit de eerste drie oorzaken. Het is een merkwaardige oorzaak. Bij oorzaak denken we aan iets in de verleden tijd dat de aanleiding is voor het ontstaan van iets in het heden. Een oorzaak-gevolg relatie. een doeloorzaak vraagt echter naar iets in de toekomst dat de reden is voor het bestaan van een substantie in het nu.
Bij een voorwerp als een brood kunnen we de doeloorzaak makkelijk aanwijzen: het doel (en de rechtvaardiging) van een brood is de nuttiging ervan. Bij dingen uit de natuur wordt het lastiger, ook omdat het een inteligenter groter plan veronderstelt. Het doel van een bij kan zijn de onderlinge bestuiving van planten. Wat is het doel van de natuur en wat is het doel van de mens zelf? Hierover kunnen we alleen: of gissen, of het onderwerp vermijden (waar het ons verstand betreft), of te rade gaan bij geopenbaarde bronnen, of ons dusdanig ontwikkelen dat we zelf een bron van openbaring worden voor onszelf. Van de vier genoemde oorzaken voor elke substantie, is de doeloorzaak de krachtigste en de finale oorzaak. Deze vermijden omdat deze niet 'geweten' kan worden lijkt een pad dat ons hele wezen geweld aandoet. Bij alles tracht de huidige mens zijn daden met rede en een doel te doen, maar zijn wezenlijke bestaan lijkt hij niet te kunnen rechtvaardigen.
Deze encyclopedie en site gaat uit van een doel voor het leven en het bestaan van de schepping. Maar probeert een middenweg te vinden tussen geopenbaarde theologieën en rationele waarschijnlijkheid gesteunt door waarneming, logica en ervaring. De belangrijkste bronnen van geopenbaarde theologie die hier gebruikt worden zijn de westerse esoterische bronnen, waarvan de Hermetica, Gurdjieff en meest recent die van Leo Armin (waarover artikelen in de Tafelen). Via Mevrouw Blavatsky en de theosofie is er veel Boeddhistische en Hindoeïstisch materiaal in het westerse denken gekomen.

Aristoteles, leerling van Plato heeft beschreven dat het er in het leven om gaat het juiste midden te vinden tussen twee extremen. Het menselijk verstand begrijpt de dingen slechts door contrast. In alles ligt het tegendeel besloten. Kortom, het dualisme is een kunstmatig door het denken aangebrachte scheiding, die in feite niet bestaat. De ‘Gulden middenweg’, is een bewustwordingsproces, dat er van uitgaat dat de waarheid in het midden ligt.

Jan Wicherink boek Ontheemde Zielen Ontwaken:
77: In de Griekse oudheid geloofden Griekse wetenschappers en filosofen dat de natuur vier elementen telde: aarde, water, vuur en lucht. De atomen, zo geloofde men, waren de bouwblokken van deze vier elementen van het universum. Aristoteles voegde er een vijfde element aan toe, de ether en hij postuleerde dat de planeten en de sterren gemaakt waren van deze ether.
28: De attractoren van de chaostheorie zetten het hele idee van oorzaak en gevolg op hun kop. Causaliteit is gebaseerd op de idee dat voor ieder effect een oorzaak moet bestaan in de tijd die voorafgaat aan het effect. In de chaostheorie is de attractor echter de oorzaak, de ongeziene kracht in de natuur die het effect, de gebeurtenissen uit zowel het verleden als uit het heden naar zich toe trekt. De attractoren in chaostheorie vormen de kracht die de Griekse filosoof Aristoteles entelechie (doelgerichtheid) noemde, het doel dat de gebeurtenissen naar zich toe trekt.

Kernpunten van de antroposofie/Mens- en wereldbeeld:
Bij Aristoteles (384-322 v.Chr.), die een leerling van Plato was, is er geen sprake van wederbelichaming van de menselijke geest omdat deze pas bij de geboorte ontstaat. Deze geest is volgens Aristoteles tweevoudig: de passieve geest is met de sterfelijke mens – als eenheid van ziel en lichaam – verbonden; de actieve geest is onstoffelijk en onsterfelijk en werkt vanuit de goddelijke sfeer op de passieve geest in. Voor zover de mens die inwerking heeft ontvangen, zal zijn geest na de dood eeuwig voortbestaan. Het waarnemen van de natuur is mogelijk door het lichaam, het behouden van herinneringen is mogelijk door de ziel en het vinden van de waarheid geschiedt door de geest (‘nous’). In de filosofie van Aristoteles is de trichotomie dus duidelijk te onderkennen.

Hoofdstuk 5 Herstel van een oude wetenschap - Recapitulatie (of p. 74 Jan Wicherink boek Ontheemde Zielen Ontwaken):
Dit hoofdstuk was een les in de Heilige Geometrie. Ik zou het niet in dit boek geïntroduceerd hebben, ware het niet dat het zo’n belangrijke rol speelt in een nieuwe fysica die vorm begint te krijgen. Wetenschappers zijn de betekenis van geometrische en fractalpatronen aan het ontdekken in ons fysieke universum, zoals in de gravitatie en elektromagnetische velden van de aarde, de structuur van het atoom en het energieveld van het menselijke lichaam.

Harry Massey en Peter Fraser DE ONDERSTE STEEN BOVEN Een revolutie in de preventieve gezondheidszorg (p. 35)
Negatieve entropie en het etherische vlak
Dr. William Tiller verklaart psychische en etherische fenomenen in termen van ‘negatieve ruimte/tijd’. Dr. Tiller gebruikte Einsteins vergelijking van de relatie tussen energie en materie om het bestaan te voorspellen van het etherische vlak. Richard Gerber, M.D., legt dr. Tillers hypothese uit in zijn klassieke boek Handboek Energetische Geneeskunde.
36: De meest opvallende uitzondering in het materiële universum op de entropiewet wordt volgens dr. Gerber in levende systemen gevonden. Ze nemen grondstoffen en energie op die minder gestructureerd zijn en vormen daar systemen mee die meer gestructureerd zijn. De levenskrachten die dat in menselijke wezens doen, komen voort uit de etherische en astrale lichamen die in de negatieve ruimte/tijd bestaan. In het lichaam is de negatieve entropie (structuur en organisatie) gelijkgesteld aan gezondheid. Entropie – de neiging van cellen om terug te keren naar hun onafhankelijke, ongestructureerde staat – is gelijkgesteld met ziekte.

De Amerikaanse internist Richard Gerber heeft in het boek Handboek Energetische Geneeskunde diverse geneeswijzen op een rijtje gezet waarbij hij als rode draad heeft gekozen: de energie. Dit kan zijn licht, geluid, elektriciteit, magnetisme, straling e.d.: allerlei vormen van energie die in diverse geneeswijzen worden gebruikt. Na een inleidende uitleg over energie in het algemeen komt hij als vanzelf op de homeopathie, kruidengeneeskunde, helderziendheid, accupunctuur en kristaltherapie. Bij al deze geneeswijzen onderzoekt hij de rol van de energie.
Al lezende kom je tot de conclusie dat het eigenlijk dus geen verschillende geneeswijzen zijn, alleen de interpretaties van energie verschillen.

De onderzoeksresultaten op het terrein van 'Nature en Nurture' bieden een kader voor het 'Incarnatie en Reïncarnatie' debat. Zelfreferentie vormt daarbij de spil. Het is en blijft allemaal mensenwerk. Centraal staat dat de toekomst wel degelijk het heden kan bepalen, hoe richten wij onze energie? Bij leven gaat het om de entelechie van Aristoteles, de emergente (noogenesis) eigenschap zelfgelijkvormigheid. De vier oorzaken-leer van Aristoteles is nog steeds actueel. Pythagoras had de kwintessens, de onderliggende eenheid achter de verscheidenheid al te pakken, de chaos. Het zijn onze conditioneringen die bepalen hoe we de wereld zien.

Enérgeia is, in tegenstelling tot kínèsis, uitdrukking van volmaaktheid, d.w.z. impliceert entelechie. Enérgeia is dus op elk ogenblik "af" (téleia) - daarom is ze de zijnswijze van de Godheid. Ze is bijgevolg niét "in de tijd", maar is een aaneenschakeling van identieke, tijdloze en ondeelbare "nu's" - zodat ze reversiebel is. De enérgeia àls enérgeia is bijgevolg verbonden met "bewegingloosheid" (akinèsía) - waaronder iets anders te verstaan is dan "rust" (als gestopte beweging, die zelf onder de categorie van de "beweging" valt).
Uit deze voorbeelden blijkt duidelijk dat Aristoteles de vraag naar de psuchè hanteert als de vraag naar het specifieke érgon, d.w.z. de (soortspecifieke) functie of nuttigheid, zeg maar: de "gebruikswaarde", van het levend wezen in kwestie. M.a.w. de psuchè is in eerste instantie niet méér dan het kunnen-functioneren van een levend lichaam. Aristoteles noemt de psuchè daarom de eerste "entelechie". Het daadwerkelijk functioneren van dat levende lichaam is de "tweede entelechie".
Fractals vertonen drie eigenschappen tegelijkertijd: iteratie (recursiefproces), gebroken dimensie en zelfgelijkvormigheid. Enkel het laatste is visueel zichtbaar. De zelfgelijkvormigheid is de eigenschap dat als men een stukje van een fractal vergroot men terug de oorspronkelijke figuur verkrijgt. Deze eigenschap heeft ook nog andere gevolgen : als men slechts een stukje kent van een fractal, kan men hieruit de volledige fractal terug verkrijgen (zie ook geschiedenis van fractals).
Chaostheorie (kies: Classificatie, 'Driehoek en vierkant van Sierpinski', 'Bomen van Pythagoras').
Wet van drie: Groei, proces en beweging (universele wetten).
Het begrip dynergy is door György Doczi geïntroduceerd. Dynergie vindt in het centrum, het Akasha-veld plaats. Het zet de potentie van creatieve energie tegenover de verwerkelijking, de realisatie ervan. Dynergie brengt beter tot uitdrukking dat het gaat om de genererende kwaliteit van opposities. Polariteit en dualiteit benadrukken tegenstelling en conflict. Dynergie legt de nadruk op samengaan, het samenwerken, de wisselwerking, maar impliceert niet direct opposities.

Bij een graancirkel die bij Picked Hill (Wilcot) is verschenen merkt Judith K. Moore op: ‘De Graal is in feite een wetenschappelijke formule van kwantumfysica en heilige fractale geometrie…

De gebroken symmetrie zorgt voor het onderscheidingsvermogen van onze ziel en risicobeheersing om de crises van menselijke makelij te bezweren.

Bob Hoogenboom Politieke afrekeningen werken averechts (Vokskrant 18 december 2009): Een deel van de oorzaken ligt in structuren, processen en verantwoordelijkheden, maar een deel ligt ook in de grillige spelingen van het lot. Geen kritisch incident is hetzelfde. Kritische incidenten passen in de ‘zwartezwanentheorie’ van Nassim Nicholas Taleb. Kort gezegd: achteraf wordt in gebeurtenissen een orde aangebracht om daar identificeerbare oorzaken aan toe te kunnen schijven. Die ‘orde’ was er op het moment zelf niet, zeker niet voor de direct betrokkenen. Taleb spreekt over de illusie van het begrijpen van een gebeurtenis.
‘Barbertjes ophangen’ heeft een politieke (symbolische) functie. De tragiek van dergelijke ‘rituele slachtingen’ is dat dieperliggende oorzaken en constanten in het politiewerk niet wezenlijk worden geraakt. Ik begrijp de politieke realteit, maar ik ben ook geïnteresseerd in de constitutionele context van kritische incidenten. En daarin zitten duivelse dilemma’s.

Freek van Leeuwen Geestkunde hoofdstuk 5.2.2 Het gewaarworden (p. 208)
Wat er om de mens heen gebeurt, prikkelt de vijf zintuigen van het lichaam: tast, smaak, reuk, gezicht en gehoor. In de zintuigcellen worden mechanische prikkels (tast, gehoor), chemische prikkels (smaak, reuk) en elektromagnetische prikkels in de vorm van licht (gezicht) opgevangen. Deze prikkels veroorzaken snelle veranderingen van het spanningsverschil tussen de binnen- en buitenkant van de zintuigcellen, zogenaamde ‘potentiaalsprongen’: een elektrisch verschijnsel dat zich voordoet in het membraan van de cel door het heen en weer bewegen van elektrische ladingen in de vorm van elektrisch geladen natrium-, kalium- en chlooratomen, zogenaamde ‘ionen’.

Benjamin Adamah Aristoteles’ Wiedergutmachungsfilosofie over de verwekking en bestrijding van het Orwelliaanse ‘ding’…
Pragmatisme blijft de empowerment van het moderne denken, dat de mystieke correlatief dialectische “wiskunde” van de natuurlijke balans tussen oorzaak 1+3 en 2+4 van Aristoteles structureel verstoort en daarmee de synergie tussen macro en microkosmos vervangt door ‘the American way of life’. Hiermee ontkoppelt het pragmatisme de ‘ik’ van de mens duurzaam van zijn hoger zelf of Amakua, de interface tussen bewustzijn van bewustzijn en de interactie involutie-evolutie. Dit proces verkankert zich in elk samenlevingsfacet, zelfs in de meest goedbedoelde toekomstgerichte initiatieven en vrijwel altijd vind de uitzaaiing plaats via een veel te grote invloed van industrie en bedrijfsleven op de overheid met de glamourterm ‘innovatie’ als ziekmaker.

Ko van Diemen Materie, patronen en klank (deel 2):
In de verschillende spirituele werelden blijken de ideeën over het begin der schepping elkaar te overlappen. In de Koran staat bijvoorbeeld dat alles geschapen is in paren, een gedachte die ook terug te vinden is bij de Pers Zarathustra (leer der tegenstellingen), die op zijn beurt Pythagoras onderwees. De heilige getallen van Pythagoras staan in nauw verband met de leer der tegenstellingen. Ook vinden we deze getallen terug in de Joodse Kabbala en uiteraard in Egypte. Ook wordt in de Koran gesproken over ‘Saute Soermat’ (het abstracte geluid der schepping).
1 + 1 = 3 (aldus sprak Pythagoras).
Het begin der getallenleer impliceert het beginsel van de ‘Heilige Drieëenheid’, een beginsel dat ook tot basis dient van het Christendom. Heilige Drieëenheid: Vader, Moeder en Zoon. In het Christendom werd na enkele eeuwen het vrouwelijke vervangen door ‘Heilige Geest’. Een fundamenteel verschil tussen Christendom en de Egyptische religie is dat er in Egypte sprake is van een scheppingsleer. Het verhaalt in eerste instantie niet over een lang vervlogen geschiedenis, maar beschrijft eerder het scheppingsprocedé zoals dat in het hier en nu plaatsvindt. In dit zelfde licht moeten we alles zien wat Pythagoras zegt over het begin van schepping.
Bij Pythagoras gaat aan de Heilige Drieëenheid een soort goddelijke eenheidsstatus vooraf. Deze meest perfecte goddelijke oertoestand definieerde hij als ‘de absolute eenheid’, het ongeopenbaarde in zichzelf verenigde mannelijke en vrouwelijke. Om tot schepping te komen (zich mede te delen in de driedimensionale realiteit, het ‘geopenbaarde’ leven) brengt dit goddelijke een offer; het splitst zich om zijn eenheid te verbreken. Door deze splitsing ontstaan twee componenten die door hun interactie een derde kracht creëren.
Deze gedachte laat zich wederom vertalen via de Fibonaccireeks (recursie, leerproces):

Anaximander wijt zijn bekendheid vooral aan zijn kosmologie. Net als zijn tijdgenoten was hij op zoek naar de archè (Oud-Grieks: ἀρχή) van het universum, een eerste principe als begin van de wereld. Bij Anaximander was de ene elementaire substantie, waaruit alles was ontstaan, niet het water zoals bij Thales en ook niet een andere stof die we kennen. Geen van deze elementen zou in staat zijn om alle tegenstellingen in de natuur te kunnen verklaren. Het principe dat hij als oersubstantie poneerde was oneindige, eeuwige en tijdloze massa, die hij het apeiron (Oud-Grieks: τὸ ἄπειρον) noemde. Deze oersubstantie, die niet direct waarneembaar is, maar wel in staat is een antwoord te bieden op alle bestaande tegenstellingen, vormde de basis voor alle stoffen die wij kennen. Hij werkte zijn principe niet gedetailleerd uit, maar het principe van het apeiron werd door Anaxagoras, een leerling van Anaximander, verder uitgewerkt. Deze zag het Apeiron als een oorspronkelijke oerchaos. Ook Plato en Augustinus vatten later de theorie van Anaximander op die manier op.

Op Thomas van Aquino (1225-1274), een middeleeuwse denker, wordt vandaag nog veel gestudeerd. Boeken, lezingen, studiedagen, instituten worden aan zijn denken gewijd. Dit is een goed inleidend boek om kennis te nemen van zijn ideeën aangaande de metafysica (door Aristoteles 'eerste filosofie' genoemd. Het streeft naar een visie op het geheel van het zijn en de zijnden). Om de waarheid te leren kennen beziet Thomas de begrensdheid van het menselijk kennen anders dan Kant:
De begrenzing van de rede wijst er volgens Thomas op dat de rede de condities van zijn autonomie niet in zichzelf heeft liggen. Het rationeel-discursieve (=verstandelijk redenerend) denken wordt naar zijn overtuiging gedragen door een ontvankelijkheid van de menselijke geest voor het zijn. (p.7)
Thomas is in het algemeen goed te volgen in dit boek, zijn gedachten komen helder op mij over. Hij overdrijft de zaken niet, maar brengt nuances aan waar dat nodig is. Niet alles is duidelijk voor mij, maar dat stimuleert tot verder nadenken. De teksten van Aristoteles uit zijn Metaphysica sluiten het boek af. Thomas die Aristoteles gebruikt om de werkelijkheid te begrijpen. Hij neemt daarbij niet klakkeloos alles van hem over, maar 'schaaft' hem bij, buigt zijn ideeën om tot de zijne, Thomas die als mens en christen de waarheid zoekt omwille van de waarheid.

Gulden middenweg (Logos, Triade, 3e Aanzicht, Individu en Collectiviteit)

Buurtzorg Nederland: ‘back to basics’ Interview met directeur Buurtzorg Nederland, Jos de Blok
Succesfactoren
“Bezig blijven met de basale zaken is misschien wel de belangrijkste succesfactor”. Ik blijf zeer dichtbij de teams staan en ga continu met hen in gesprek. Zo ga ik elke week zeker bij 5 of 6 teams langs. Daarnaast loop ik steevast één dag in de week zelf mee in de wijk. Ik verpleeg dan zelf mensen en hoor uit eerste hand wat de effecten van onze formule zijn. Cliënten zijn heel blij met het persoonlijk contact en de deskundigheid van onze mensen.

Het onderstaande kernkwadrant is geënt op het eerder vermelde concept HET GULDEN MIDDEN van Aristoteles en op hoofdstuk 2.9 ‘Kernkwaliteiten’ bij stress uit het boek (3e druk uit 1994) van Ofman. De jubileumeditie uit 2006 geeft in hoofdstuk 2.9 Kernkwaliteiten bij stress nu een ander kernkwadrant.

Aristoteles: 1. "wezen(lijk)-zijn" 
Moed >>>>Roekeloosheid7. bv. gezeten-zijn (positie)9. "doende-zijn" (actie)
4. Doeloorzaak ----2. Werkoorzaak5. "wààr?-zijn" (plaats)3. "hoedanig?-zijn" (kwaliteit)
|||| 
1. Stofoorzaak ----3. Vormoorzaak2. "hoe groot?-zijn" (kwantiteit)4. "met betrekking tot iets-zijn" (relatie)
Lafheid <<<<Bedachtzaamheid10. "ondergaande-zijn" (passie)8. bv. geschoeid-zijn (habitus)
   6. "wanneer?-zijn" (tijd); Snijpunt 2./3. en 4./5.

Vijf individuele - en collectieve dimensies, 1. Emotionele flexibiliteit:

  Individueel(Kernkwadrant):Collectief (Kernkwadrant):
1. Emotionele flexibiliteit 1. Moed >3. OvermoedigZwakke onzekerheidsvermijding >Woede
(Weloverwogen moed) ||||
  4. Vermijden <2. WeloverwogenAngst <Sterke onz.

Balancerend leiderschap:
Geert Hofstede, booek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen:
Hofstede maakt gebruik van 5 dimensies om verschillen tussen nationale culturen te identificeren.
Dimensie 1: Onzekerheidsvermijding is de mate waarin de leden van een cultuur zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties; dit gevoel wordt onder andere uitgedrukt in nerveuze spanning en in een behoefte aan voorspelbaarheid: aan formele of informele regels. Sterke - en zwakke onzekerheidsvermijding hebben beide hun specifieke voor- en nadelen.
Dimensie 1 is met het rechter kernkwadrant weergegeven. Het kernkwadrant kan voor een individu, maar kan ook voor het onderzoeken van een cultuur worden gebruikt. In de bijlage Vijf Individuele - en Collectieve dimensies komen de andere dimensies van Hofstede ter sprake. Om een vergelijking met het kernkwadrant te vergemakkelijken zijn ook twee extremen situaties onderkend. Uitgangspunt is dat de kenmerken van een organisatie weerspiegeld worden in de kenmerken van een individu of vice versa. Leiders worden door werknemers geïmiteerd.
Geert Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben: het universele niveau in onze mentale programmering. Wij erven deze via onze genen. In de culturele antropologie is cultuur een trefwoord voor al die patronen van denken, voelen en handelen.
Antropologische cultuurbegrip: de collectieve mentale programmering die de leden van één groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere.
Nationale cultuur: de collectieve mentale programmering die het gevolg is van het opgroeien in een bepaald land.

Het pedagogische denkmodel geeft niet een compleet plaatje van de éne werkelijkheid, de absolute waarheid maar beoogt wel, door de hoofdroute aan te geven en de verborgen 5e Dimensie, de kwintessens te belichten, een tipje van de sluier op te lichten. Een kaart is, zoals zo mooi gezegd is door Alfred Korzybski, niet het terrein. What's in a name? De éne werkelijkheid verandert niet door er andere etiketten op te plakken.
Synthese ontstaat door these + antithese. Net als de drie-eenheid kunnen tijd, ruimte en materie wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden.
Om de werkelijkheid te duiden biedt de chaostheorie een interessant perspectief.

HET GULDEN MIDDEN
Benedict Broere brengt op zijn website de vraag naar voren of wij een wereld bewonen -- AOS -- die doortrokken is van een algemene zin en samenhang, in die zin dat zij zich ontwikkelt op basis van een creatief samenwerken van de complementaire tegenstellingen analyse en synthese, en een zoeken daarin naar een grotere ontplooiing en betere kwaliteit van wereld -- omega? De volgende drie alinea's zijn van deze website overgenomen:

"In elke gemeenschap zal altijd sprake zijn van tegenstellingen en conflicten, die niet ten gunste van een van beide kampen kunnen worden opgelost. De gemeenschap heeft bijvoorbeeld zowèl stabiliteit àls verandering, zowèl orde àls vrijheid, zowèl traditie àls vernieuwing nodig. Die onvermijdelijke conflicten kunnen beter door middel van een dynamische balans worden opgelost dan door een rigide besluit." Fritjof Capra, Het levensweb [The Web of Life]. Levende organismen en systemen: verbluffend nieuw inzicht in de grote samenhang, Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht/Antwerpen, 1996, p. 301.

Je zou ook kunnen zeggen dat de betere vorm van samenleven en visie op de werkelijkheid zich voedt vanuit beide vormen van ervaring: vanuit enerzijds de individuele, rationele, activistische, analytische, objectiverende en zich op wetenschap concentrerende ervaring, en vanuit anderzijds de meer empathische, emotionele, integratieve en zich op mystiek en kunst oriënterende beleving. Om aldus in een wederzijds uitzuiveren van extreme opvattingen te komen tot een modus vivendi, een meest vruchtbaar evenwicht ergens in het midden, een waarschijnlijk genuanceerde, agnostische, maar toch ook bezielde kijk op de wereld.

Het doet in ieder geval zeer denken aan het concept van Het Gulden Midden, zoals Aristoteles dat omschreven heeft: dat het in het leven vaak gaat om een zoeken naar de meest kwaliteitsvolle positie tussen twee vormen van gedrag of denken of zijn, zoals bijvoorbeeld 'moed' het meest wenselijke is tussen 'lafheid' en 'roekeloosheid'. Waarmee de vraag naar de zin van het leven te maken heeft met dus het zoeken naar de gulden middenweg tussen analyse en synthese. Specifiek zou hier de verbinding van AOS met het door Aristoteles gegeven voorbeeld betekenen dat 'lafheid' ingeval van bijvoorbeeld een conflict staat voor een gebrek aan motivatie (synthese, besef van een groter goed) en een teveel aan zelfbescherming (analyse, zelfbesef), waarnaast 'roekeloosheid' juist staat voor een teveel aan motivatie (synthese) en een gebrek aan zelfbescherming (analyse).

Blavatsky: ’Stel u eerst EENHEID voor door uitbreiding in Ruimte en oneindig in Tijd’. Deze opmerking zegt dat we het denkvermogen moeten uitbreiden, maar waarom? Dit is nodig om de geconcentreerdheid op het zelf op te geven en het besef van tijd te verliezen. Zoals J. Krishnamurti herhaaldelijk zei ‘Het besef van tijd is gebaseerd op gedachte’ en we ervaren dat in die staat van universaliteit en eeuwigheid het denken stil en rustig wordt zonder beelden om mee te werken. Verderop in haar diagram zegt HPB dat de normale staat van ons bewustzijn gevormd moet worden door ‘het door de verbeeldingskracht voortdurend aanwezig zijn in alle Ruimte en Tijd’. Dit kan lijken op alleen maar fantasie, maar het diagram geeft aan dat er door dit te doen een verandering wordt voortgebracht in het bewustzijn:
Hieruit ontstaat een onderlaag van herinnering die blijft bestaan bij waken en slapen. De uiting ervan is moed. Door de herinnering aan universaliteit verdwijnt alle vrees tijdens gevaren en beproevingen van het leven.
Deze laatste vaststelling is erg duidelijk omdat we als we in onszelf kijken zullen zien dat angst ontstaat uit het gevoel van afgescheidenheid, door de identificatie van ons bewustzijn met dit sterfelijke kleine zelf.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Fohat: Het kind van de zevenvoudige hiërarchieën (p. 140):
(c) Omdat fohat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste rol speelt in de esoterische kosmogonie, moet hij nauwkeurig worden beschreven. Evenals in de oudste Griekse kosmogonie, die sterk verschilde van de latere mythologie, Eros de derde persoon is in de oorspronkelijke drie-eenheid: Chaos, Gaea, Eros – die overeenkomt met het kabbalistische En-Soph (want Chaos is RUIMTE, [chaino]), ‘leegte’), het grenzeloze AL, Shekinah en de Oude van Dagen, of de Heilige Geest – zo is fohat in het nog ongemanifesteerde Heelal iets anders dan in de kosmische wereld van de verschijnselen. In laatstgenoemde is hij die occulte elektrische levenskracht die, door de wil van de scheppende logos, alle vormen verenigt en samenbrengt en deze de eerste impuls geeft, die te zijner tijd wet wordt. Maar in het ongemanifesteerde Heelal is fohat dit niet, evenmin als Eros de latere schitterende gevleugelde Cupido of LIEFDE is.

H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Zonder hulp faalt de natuur (p. 70):
(a) De tijd voor haar korstvorming was gekomen. De wateren hadden zich gescheiden en het proces was begonnen. Het was het begin van een nieuw leven. Dit is wat één sleutel ons openbaart. Een andere sleutel leert ons de oorsprong van het water, zijn vermenging met vuur (vloeibaar vuur wordt het genoemd), en gaat in op de alchimistische beschrijving van het nageslacht van die twee – vaste stoffen, zoals delfstoffen en aarden. Uit de ‘wateren van de Ruimte’ is het nageslacht van het mannelijke geest-vuur en het vrouwelijke (gasachtige) water, de uitgestrektheid van de oceanen op aarde geworden. Varuna is uit de oneindige Ruimte naar omlaag getrokken om als Neptunus over de eindige zeeën te heersen. Zoals altijd, blijkt de volksverbeelding te zijn gebaseerd op een strikt wetenschappelijke grondslag.
Water is overal het symbool van het vrouwelijke element; mater, waaraan de letter M is ontleend, is als afbeelding afkomstig van , een hiërogliefe voor water. Het is de universele baarmoeder of de ‘Grote Diepte’. Venus, de grote moedermaagd, komt tevoorschijn uit de golven van de zee, en Cupido of Eros is haar zoon. Maar Venus is de latere mythologische variant van Gaia (of Gaea), de aarde, die in haar hogere aspect de Natuur is (prakriti), en metafysisch aditi, en zelfs mulaprakriti, de wortel van prakriti of haar noumenon.
Daarom is Cupido of de liefde in zijn oorspronkelijke betekenis Eros, de goddelijke wil, of het verlangen om zich door zichtbare schepping te manifesteren. Vandaar dat fohat, het prototype van Eros, op aarde de grote kracht ‘levenselektriciteit’ of de geest van het ‘leven schenken’ wordt. Laten wij denken aan de Griekse theogonie en doordringen in de geest van haar filosofie. De Grieken leren ons (zie ‘Ilias’ IV, 201, 246) dat alle dingen, de goden inbegrepen, hun bestaan danken aan de Oceaan en zijn vrouw Tethys; de laatste is Gaea, de Aarde of de Natuur. Maar wie is Oceaan? Oceaan is de onmetelijke RUIMTE (geest in Chaos), die de godheid is (zie Deel I); en Tethys is niet de aarde, maar oorspronkelijke stof tijdens het vormingsproces. In ons geval is het niet langer Aditi-Gaea die Ouranos of Varuna voortbrengt, de voornaamste aditya onder de zeven planeetgoden, maar Prakriti, verstoffelijkt en gelokaliseerd. De maan, mannelijk in haar theogonische karakter, is alleen in haar kosmische aspect het vrouwelijke voortbrengende beginsel, zoals de zon het mannelijke embleem daarvan is. Water is de nakomeling van de maan, die bij alle volkeren een androgyne godheid is.

Ken Wilber, boek Zonder grenzen:
Aristoteles klassificeerde vrijwel elk verschijnsel en voorwerp in de natuur met zoveel precisie en overtuiging dat het de Europese mens eeuwen zou kosten eer hij zelfs maar aan de geldigheid van die grenzen durfde te twijfelen. Aristoteles definiëerde een 1e en fundamentele grens. Pythagoras ontdekte eerder dat hij verschillende klassen of groepen kon tellen. Door middel van abstrakte getallen lukte het de mens zich te bevrijden van concrete dingen. Het was een grens op een grens, een meta-grens. De 2e grens geeft je een klasse van klassen van dingen. En omdat grenzen politieke en technologische macht met zich meebrengen, had de mens daarmee zijn vermogen tot beheersing van de natuurlijke wereld vergroot. Deze nieuwe en machtige grenzen hadden echter niet alleen de mogelijkheden van een hoger ontwikkelde technologie in zich, maar ook een grotere vervreemding en verbrokkeling van de mens en zijn wereld. De mens ontdekte dat hij nu in twee werelden leefde – de concrete tegenover de abstracte, de ideale tegenover de reële, de universele tegenover de bijzondere. Het werd een strijd van het rationele tegen het romantische, ideeën tegen ervaring, intellect tegen instinct, orde tegen chaos, geest tegen materie. Met de komst van algebra kwam een 3e grens, de meta-meta-grens. Zo ontstonden tientallen wetenschappelijke wetten. Met de relativiteitstheorie van Einstein en het onzekerheidsprincipe van Heisenbeg begin vorige eeuw viel het solide fundament van de fysica uiteen. Omdat de ‘kleinste bouwstenen’ van het universum geen duidelijke grenzen hadden, konden ze niet precies worden gemeten. De quantummechanica ontdekte dat de realiteit niet langer meer gezien kon worden als een samenstel van afzonderlijke dingen en grenzen. Om de een of andere vreemde reden leken alle dingen en verschijnselen in het universum verbonden te zijn met ieder ander ding en verschijnsel in het universum. Omdat er geen echte scheidslijnen tussen de dingen zijn, stelt men dat elke entiteit doordringt in elke andere entiteit in de wereld. Het universum wordt nu gezien als een een onderling verbonden web van relaties, waarvan de delen alleen gedefinieerd kunnen worden in betrekking tot het geheel. Het Oosten zag eerder dan het Westen dat alle grenzen illusies waren.

Het punt is, dat wanneer wordt ingezien dat er in de ware wereld geen grenzen zijn, alle dingen en verschijnselen – net zoals alle tegenstellingen – dan gezien kunnen worden als onderling afhankelijk en van elkaar doordrongen. Net zoals genot verbonden is met pijn, goed met kwaad, en leven met dood, zo zijn alle dingen verbonden ‘met dat wat ze niet zijn.’
Maar de essentie van het inzicht dat de realiteit onbegrensd is, is heel eenvoudig. Voor je directe en concrete bewustzijn zijn er geen afzonderlijke dingen, geen grenzen. Je kan je concentreren, wat alleen maar betekent dat je in je bewustzijn een grens aanbrengt. De werkelijkheid heeft geen grenzen. Elke grens is slechts een abstractie van de naadloze jas van het universum. Vandaar dat alle grenzen niet meer zijn dan een illusie voor zover ze scheidingen veroorzaken (en uiteindelijk strijd) die er niet zijn.
Zowel de grenzen tussen tegenstellingen als de grenzen tussen dingen en verschijnselen, zijn uiteindelijk niet meer dan bedrog op hoog niveau. Door te laten zien dat de realiteit geen grenzen heeft, laat je zien dat alle conflicten berusten op illusies. En dit uiteindelijke besef wordt nirvana, verlossing, bevrijding genoemd – bevrijd van de tegenstellingen, bevrijd van de betoverende opvatting van gescheidenheid, bevrijd van de ketenen van denkbeeldige grenzen.
Onbegrensd-bewustzijn dat gewoonlijk ‘eenheids-bewustzijn’ wordt genoemd.
Negatief gesteld: Je wordt bevrijd van lijden als je inziet dat het deel een illusie is – er is geen apart zelf dat kan lijden. Positief gesteld: Je bent altijd het Geheel, dat slechts vrijheid, bevrijding en uitstraling kent. In het eeuwige licht van het onbegrensde-bewustzijn, blijkt dat wat we eens zagen als het afzonderlijke zelf hier binnen, één geheel vormt met de kosmos daarbuiten. Het huidige moment is een tijdloos moment, en een tijdloos moment is een eeuwig ogenblik – een moment dat verleden nog toekomst kent. Dit heden is dus een samenvallen van twee tegenstellingen, een eenheid van geboorte en dood, zijn en niet-zijn, leven en sterven.

Kwaliteit behoort tot één van de tien categorieën van Aristoteles. Op p. 21 is een bloemlezing van het begrip kwaliteit opgenomen. Kwaliteit is een begrip dat zich niet laat definiëren.

Moed en Bedachtzaamheid

Moed is het tegengestelde van vermijden, lafheid. Maar de ware moed staat in het midden tussen angst en overmoed. Aan vermijdingsgedrag ligt angst ten grondslag. Moed en angst horen bij elkaar. Ware moed is niet geen angst hebben doch zijn angst te overwinnen. Moed is bevroren angst. Moed zorgt ervoor dat je de moeilijkheden overziet en niet bij de pakken gaat neerzitten. De kern van moed is boven jezelf en je eigen onzekerheden uitstijgen. Jezelf opzij zetten. Zowel in fysieke als in figuurlijke zin. Echte helden hebben vaak niet eens doorgehad dat ze moedig waren. Ze vonden dat er iets moest gebeuren en hebben het gedaan. Met knikkende knieën. En juist dan is het moedig. Echte moed betekent de durf pijnlijke waarheden onder ogen te zien, en angst kan zo'n pijnlijke waarheid zijn. Voor te moedige mensen geldt vaak meer moed dan beleid. Bedachtzaamheid impliceert een sterke onzekerheidsvermijding, het zoeken naar veiligheid. De spanning is in evenwicht. Een beetje angst of stress maakt immers dat mensen betere beslissingen nemen. Er is sprake van beheerste angst. Als je geen angst had was je roekeloos. Een gezonde portie angst werkt heel goed tegen zelfoverschatting. Het helpt je aan een realistische kijk op de zaak. Natuurlijk zijn er mensen die altijd al stressbestendig zijn, die meer draagkracht hebben dan anderen, niet gauw bang zijn. Angst is een normaal verschijnsel. De creatieve manier om met angst om te gaan is: de angst serieus nemen. Dat wil zeggen nuchter uitzoeken, welk signaal in de angst verborgen zit. Je kunt anderen niet het werk laten doen. Zeer sterke gevoelens van onzekerheid betekenen dat situaties worden vermeden. Gemakkelijkste manier om geen moed te tonen. Vermijdingsgedrag berust op angst, stress. Stress is de reactie op geestelijke en lichamelijke belasting. Het is als het ware het scharnier in de koppeling tussen lichaam en geest. Een van de manieren waarop de persoonlijkheid van invloed is op ziekte en gezondheid, is gelegen in de mate waarin het bepaalt hoe we omgaan met stress, met de emotionele spanningen waarmee het leven ons onvermijdelijk opzadelt. Stress is echter het zout des levens. Zonder een zekere spanning is er ook geen actie. Door stress wordt het evenwicht van lichaam en geest aangetast. Stress bestaat in verschillende gradaties: angst, faalangst, angst voor de angst, fobie. Angst ontstaat bij de beweging van de pool Bedachtzaamheid naar de pool Moed.

De neurofysiologie (of zenuwfysiologie) onderzoekt de werking en functies van het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit twee soorten neuronen: neuronen die activeren en neuronen die informatie verzamelen. Deze twee werken nauw samen.
Wellicht vormt de 6e Chakra de sleutel voor het tijdsbesef, van het reflexieve bewustzijn. De hypothalamus, het centrale regelcentrum voor het autonoom zenuwstelsel maakt gebruik van twee complementaire zenuwstelsels. Het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel, die een regulerende, reflexieve werking hebben. Beide zenuwstelsels sturen het functioneren van een groot aantal onbewust plaatsvindende functies in ons lichaam. De zenuwstelsels maken reflexieve emoties van eustress of distress, reacties van vechten of vluchten mogelijk. Het tegengestelde parasympathische zenuwstelsel bevordert de gezondheid via herstel en rust na inspanning en heeft een homeostatische functie en zorgt zodoende voor psychisch of lichamelijk evenwicht.

Lafheid en Roekeloosheid

Edward Strecker en Kenneth Appel: Een belangrijke oorzaak van vrees is overheersing. Overheersing is één van de voornaamste dreigingen voor het voortbestaan van zijn gevoel dat hij iemand is. Op gelijke wijze is vrees een beschermend mechanisme,zonder welk de primitieve mens door wilde dieren zou zijn verslonden en uitgestorven.
In onze beschaving is men geneigd zowel vrees als woede als een negatieve factor te beschouwen.
De emoties van vrees, woede, liefde, en verering gaan met diepe fysiologische veranderingen in het lichaam gepaard. Vrees verhindert zeker niet heldhaftig te zijn; vrees en moed gaan hand in hand, en het algemeen verbreide geloof dat helden onbevreesd zijn, is een dwaling. De vermetelste daden van heldhaftigheid die opgetekend staan, zijn vaak bedreven door mensen bij wie het hoofdmotief was, zichzelf en anderen te bewijzen niet dat zij geen vrees hadden, maar dat zij hun vrees konden overwinnen. Zoals er situaties zijn waarin hetgeen men moet doen , vechten is, zo zijn er andere situaties waarin hetgeen men doen moet, er vandoor gaan is. Etc…

Emoties en gevoelens leveren de energie die de geest doet werken. Het doel van woede is de mens te voorzien van energie om een gevecht te overleven. Moederliefde levert energie opdat de jongen beschermd kunnen worden en zo in leven zullen blijven De seksuele emotie levert energie, opdat de soort door de voortplanting kan voortbestaan.

Vrees is gemobiliseerde energie, die beschikbaar komt om iemand in staat te stellen weg te rennen. Als het biologische doel van vrees is het voorbestaan te verzekeren, dan zal vrees worden opgewekt als het voortbestaan van de persoon in gevaar wordt gebracht.
Van woede 21 zelfstandig naamwoorden: agresie, rancune, frustratie, haat, furie, verontwaardiging, grofheid, toorn, verzet, koppigheid, vijandigheid, bitterheid, anarchie, boosaardigheid, wrok, woestheid, minachting, verachting, vijandschap, kwaadwilligheid, uitdaging.
Van woede 28 bijvoegelijke naamwoorden: woedend, kwaad, boos, bitter, razend, gefrustreerd is, er genoeg van heeft, het te pakken heeft, nijdig is, een heethoofd is, dat hij opgewonden (wind je asjeblieft niet op!), ziedend, kokend, getart, verbitterd, geërgerd, verontwaardiging, furieus, uitgelokt, gekwetst, verveeld, geprikkeld, vijandig, woest, wild, dodelijk, gevaarlijk, beledigend is.
Van woede 44 werkwoorden: vechten, haten, verwonden, beschadigen, vernietigen, verafschuwen, verachten, minachten, walgen, belasteren, vervloeken, beroven, ruïneren, vernielen, verfoeien, afschuw tonen, verwoesten, belachelijk maken, pesten, bedotten, betaald zetten, uitlachen, vernederen, prikkelen, beschaamd maken, kritiseren, grieven, kwellen, te keer gaan tegen, uitschelden, uitfoeteren, uitkafferen, irriteren, opjagen, op de kast jagen, boycotten, slaan, bedwingen, wedijveren, bruut bejegenen, verpletteren, beledigen en tiraniseren.
Van vrees 12 zelfstandige naamwoorden: Angst, ontmoediging, zorg, ontsteltenis, verlegenheid, bedeesdheid, schrik, ontzetting, alarm, paniek, verschrikking en afgrijzen.
Van vrees 18 bijvoegelijke naamwoorden: bang, angstig, gealarmeerd, zenuwachtig, ontsteld, bezorgd, overstuur, in de war, geschrokken, laf, verlegen, bedeesd, beschroomd, ingetogen, bescheiden, ontzet, vreesachtig of onthutst.
Van vrees 2 werkwoorden: vluchten, vlieden (er van door gaan, de benen nemen). De werkwoorden ontmoedigd worden, sidderen, ineenkrimpen, terugdeinzen, vermijden, zich verstoppen, zich verbergen, ontwijken, zich terugtrekken, zijn woorden die zeker vaak zinspelen op gedrag door vrees opgewekt, maar die aan de andere kant niet noodzakelijkerwijs vrees impliceren.

Geloof en Secularisme (Creatielemniscaat, Meta-leren, Twee kanten van één medaille)

En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen in de zee en over het gevogelte aan de hemel en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte dat op de aardbodem kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. (Genesis 1:26; vergelijk 9:6)
Lex Hoogduin: Buffers zijn voor banken geen dood geld. Een dijk is toch ook geen dood kapitaal.

De grote leraren van de mensheid, zoals Christus, Boeddha, Plato en Confucius, hebben over ethiek eigenlijk hetzelfde gedacht ‘Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de Wet van de Profeten’. Om met het Grote Mysterie van het leven tot eenheid te komen wordt in het rapport ‘E i V’ de esoterische hermeneutiek als sleutel gebruikt.

Aan welke 'supertoezichthouder' of inspiratiebron (Vicar of Christ) geven we de voorkeur en welke visie van het 'Goede - Ware - Schone' wordt uitgedragen?

Elasticiteit (materiaalkunde) Veerkracht op Microscopische - en Macroscopische schaal
Op microscopisch niveau berust de stabiliteit van een vaste stof op een stabiele evenwichtspositie van atoomkernen. Hierbij bewegen de elektronen zich ofwel vrij tussen de kernen (scheikundigen spreken van een covalente binding) of hoofdzakelijk rond één kern (ionbinding). Met iedere mogelijke onderlinge positie van de atoomkernen komt een minimale kwantummechanische energietoestand van de elektronen overeen; deze minimale toestand bepaalt de potentiële energie van het geheel (kernen + elektronen). Een stabiel evenwicht betekent dat iedere kleine verandering van de positie van één of meer kernen, een verhoging van de potentiële energie vereist.
De veerkracht van materiaal op macroscopische schaal, die gepaard gaat met een kleine vervorming van het vaste lichaam, komt overeen met de gradiënt (ruimtelijke eerste afgeleide) van de energie.

Kwantummechanisch is elke materie golf of deeltje, deeltje of golf. Het is materie of antimaterie, het is steeds ongrijpbaar, onvoorspelbaar. Elk deeltje is een grote zee van mogelijkheden zowel wat plaats als wat vorm betreft.

Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 183):
Erich Jantsch maakte mij attent op het werk – en later ook de persoon – van de uit Rusland afkomstige Nobelprijsdrager en thermodynamica-expert Ilya Prigogine. Diens concept van ‘dissipatieve structuren’ die onderhevig zijn aan periodieke bifurcaties (‘tweesprongen’) leverde mij de evolutionaire dynamiek die ik nodig had. Nadat ik dit concept met Prigogine had besproken, concentreerde ik mijn werk op wat ik de ‘algemene evolutietheorie’ noemde.

Het ‘en-en’/‘of-of’-mechanisme, de tegenstelling tussen ‘Entropie en Negentropie’ kan met de tegenstelling tussen 'Sat-Asat' worden vergeleken. Sat is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel (Oer-chaos, oerbron, oerstof), waaruit en waardoor alles voortkomt. Sat wordt geboren uit Asat, en Asat wordt voortgebracht door Sat. Het mechanisme ‘Sat-Asat' (Karma-Nemesis) brengt de eigenschap emergentie van de chaostheorie al tot uitdrukking.

Verleden en Toekomst, de eeuwige wederkeer verbonden door het NU. Gebroken symmetrie heeft betrekking op dat God niet schiep, maar scheidde (Ellen van Wolde). Het 5Ddenkraam (Kwintessens) biedt een kader om Jodendom, Christendom en Islam met elkaar te verbinden. Door aan te geven wat de verschillende levensbeschouwingen in de kern gemeenschappelijk (oerbron) hebben is het mogelijk aan de onderlinge consensus, aan de eenheid in verscheidenheid, aan een culturele trendbreuk, aan de levensstrategie op aarde een steentje bij te dragen. Door tegenstellingen te verkleinen, twee tegendelen meer in balans te brengen, te integreren ontstaat een hogere waarheid. In zijn algemeenheid gaat het om het scheppen van eenheid in verscheidenheid.

Een van de vijf cultuurdimensies, die Geert Hofstede in zijn boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen bespreekt heeft op de universele normen en waarden (natuurrecht, deugdethiek, rechten van de mens, die in alle culturen is terug te vinden betrekking. Prof. Hofstede: De menselijke natuur is wat alle menselijke wezens met elkaar gemeen hebben. De kwintessens van het verhaal 'E i V' gaat over de verborgen 5e dimensie Axis mundi, de zingeving van het leven.

Juist door de niet directe beheersbaarheid van de wisselwerking tussen het verticale en horizontale bewustzijn, het bewustzijn van het bewustzijn, het dialectisch bewustzijn, komen we tot begrip en uit het begrip komt de mogelijkheid van de beheersing voort. Het basismodel van de systeemleer laat zien dat ook na de secularisatie nog steeds het principe van ‘Zaaien en Oogsten’, de reciprociteit geldt. Volgens een in de systeemleer bekende regel ‘Garbage in - garbage out’ is het voor het verkrijgen van de gewenste uitvoer nodig eerst de invoer te veranderen.

Bij een eenmanszaak is er sprake van een echt ondernemersrisico. In de door de overheid gefinancierde publieke sector is er van echt ondernemersrisico voor 0,0% sprake. Bij het groter en bureaucratischer worden van door politici aangestuurde organisaties neemt ook de kans toe dat mismanagement met de mantel der liefde wordt bedekt. De vuile was wordt niet buiten gehangen. Dit geldt zowel in de private als de publieke sector. Met marktwerking wordt het probleem van groupthink onvoldoende opgelost. De marktwerking van dienen en verdienen leidt tot succes wanneer ook aan de moraal van het verhaal aandacht wordt besteed.

De risicobeheersing van spanningen in een multiculturele samenleving die onder invloed van het secularisme wordt nagestreefd staat tegenover de investeringen in de niet directe beheersbaarheid van het geloof. Wetenschappelijk onderzoek op het terrein van ‘Zien met de geest’ (boek van Russell Targ/Harold Puthoff) laat zien dat er meer is tussen hemel en aarde dan een mens kan bevroeden. Het leven op deze aarde speelt zich af tussen tegendelen, goed en kwaad, zonzijde en schaduwzijde. Het gaat er om je ogen te openen voor het leven in al zijn volheid.

Geloof laat - net als emergentie - zien dat het geheel meer is dan de som van de delen. Of met andere woorden de ‘objectieve resultaten’ van theologisch speurwerk kunnen nooit het complete plaatje in beeld brengen. In de chaostheorie is enkel zelfgelijkvormigheid visueel zichtbaar. Om de éne werkelijkheid te duiden biedt de chaostheorie een bruikbaar model.

Op aarde vinden analoge energetische processen plaats (Wet van analogie: ‘Zo Boven zo Beneden’).

Karma is niet het onontkoombare lot, het zijn nog altijd mensen die besluiten om de ‘trekker’ (trekkermechanisme) over te halen. Door gerichte feedforward besturing kunnen grote schommelingen worden vermeden.
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.

Aanhangers van het darwinisme, de atheïsten staan tegenover gelovigen, de theïsten die het ontstaan van leven als een wonder ervaren. Darwin heeft gelijk wanneer hij stelt dat het leven de 'natuurlijke selectie' ('Survival of the fittest') continu richting hogere, meer complexe vormen ontwikkelt. Dit geldt echter niet alleen voor de materie maar ook voor een zich ontwikkelend bewustzijn, de geest. Het innerlijke bewustzijn (zelfbewustzijn, reflexief bewustzijn, bewustzijn van bewustzijn) is een levenscyclus (Huwelijksquaterniteit) die in de kringloop van het universele bewustzijn ligt besloten.

De levensstrategie survival of the fittest heeft op goed en kwaad, de grondbeginselen van de ethiek die nooit veranderen betrekking. Binnen de zeer lange tijdperken van de mensheid zijn er voortdurend opkomende en neerdalende perioden van wijsheid (dwaasheid). De dwaasheid wint het op dit moment van de wijsheid.

Om in de huidige stressmaatschappij op langere termijn te overleven is het wenselijk dat we ons gedrag aanpassen. Het lemniscaatdenken, het complementaire denken levert een morele bijdrage aan het overleven van het individu, de samenleving en het leven op aarde. Deze dimensie is echter al millennia bekend. De ‘Law of One’ heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling van de theosofie betrekking. Er is niets nieuws onder de zon.

Karen Armstrong, ‘Volkskrant 12 mei 2001’: Armstrong komt in het boek ‘The Battle for God’ tot de conclusie dat het huidige fundamentalisme geen exotische of historische curiositeit is, maar een uiting van angst en onvrede die onlosmakelijk verbonden is met de moderniteit en de secularisatie. Het is geen incidentele vlam in de pan, hoe graag de media het zo ook willen voorstellen.Het is er en het zal bij ons blijven. Terwijl de moderne samenleving zich vormde en gaandeweg seculier werd, heeft zich tegelijkertijd daarmee een religieuze reactie ontwikkeld. Die is er als het ware mee opgegroeid. Fundamentalistische religieuze bewegingen claimen nooit origineel te zijn in de betekenis die wij aan dat woord geven: zij willen terug naar de oorsprong. Wij hebben veranderingen geïnstitutionaliseerd, zij gingen het liefst terug naar de eerste scheppingsdag om dat ongedaan te maken. Het protestantse verlangen naar de letterlijke authenticiteit van de Bijbel stamt uit de late 19de eeuw en ontstond op hetzelfde moment dat de katholieke kerk de doctrine van de onfeilbaarheid van de paus tot leerstuk verhief. Beide zochten naar een onfeilbare bron van de waarheid als respons op de onzekerheden die de moderniteid had gebracht. Het Midden-Oosten heeft op alle fronten een totale wederopleving gezien van de godsdient. De ergste vormen van fundamentalisme ontwikkelen zich juist in samenhang met een modernisme dat beleefd wordt als agressief , onderdrukkend en arrogant. Iedere fundamentalistische beweging die ik heb bestudeerd (jodendom, christendom en islam), in alledrie de godsdienstige tradities, is ervan overtuigd dat de moderne seculiere samenleving hen wil wegvagen. Het joodse fundamentalisme bloeide pas echt op na de holocaust. Het fundamentalisme is het gevolg van angst.

Armstrong denkt dat een zekere mate van tolereren en negeren veel beter is dan proberen het te onderdrukken. Een beetje laissez faire is verstandig. We moeten leren ze te respecteren. We zijn toch zo trots op de compassie en de tolerantie van de seculiere samenleving? Je kan niet met een magische bezwering zeggen ‘wordt gemoderniseerd!’ Zo werkt dat niet: het heeft ons 400 jaar gekost, in ons eigen tempo en volgens ons eigen program. We hebben uitgevonden dat de enige manier om een kapitalistische maatschappij te runnen seculier en tolerant is. Landen die economisch afhankelijk zijn van het Westen en waar geen karakteristiek van onafhankelijkheid en autonomie bestaat, kennen niet onze vormen van innovatie. Zij hebben niet dezelfde ervaring als wij en bovendien gaat de versnelling waarin ze terecht zijn gekomen met stress en spanning gepaard. Zij proberen ons op verschillende, vaak heel slechte manieren in te lichten over hun angsten. Het voetbalgeweld is net zo’n reactie op de moderniteit. De mix die zich daarin uitdrukt, dat heilloze brouwsel van een gevoel van verlies van status en het verlangen bij een helder gedefinieerde groep te horen, lijkt er op. Het hooliganisme is een seculier fundamentalisme, een nieuwe volksgodsdienst. Dat is waar ze hun identiteit krijgen, hun momenten van transcendentie beleven, en hun gevoel van gemeenschap opdoen

Omgekeerd evenredig risico
Dr. Hans Jansen haalt in zijn boek Diagnose van racisme en antisemitisme in Europa Titus Ensink aan: ‘Wie zich wil verzetten tegen iets dat hij gevaarlijk acht (racisme/antisemitisme), loopt altijd het risico op oordeelsfouten. In feite doen zich, niet alleen in theorie, maar zeker ook in de praktijk, de volgende vier mogelijkheden voor: (1) er is feitelijk gevaar, dat je ook als zodanig beoordeelt, en je verzet je tegen dat gevaar, (2) er is feitelijk geen gevaar, je ziet dat ook zo, en je doet dan ook niets, (3) er is feitelijk gevaar, maar je onderkent dat niet, en je verzuimt er iets tegen te doen, (4) er is geen gevaar, maar je denkt dat het er is en je verzet je ertegen, maar dat betekent: tegen iets vermeends. In een kernkwadrant:

1. Feitelijk gevaar >>>>3. Feitelijk gevaar
Verzet ertegenGeen verzet
||
4. Feitelijk geen gevaar <<<<2. Feitelijk geen gevaar
Verzet ertegenGeen verzet

Het is duidelijk dat de reactie op de feitelijke situatie juist is in de gevallen 1 en 2. Maar in de gevallen 3 en 4 gaat er iets mis. In geval 3 kan er sprake zijn van nalatigheid, achteloosheid, laksheid, of andere vormen van onverantwoordelijk handelen.

In geval (4) echter is er sprake van tegen schimmen, demonen vechten, of erger: onschuldige slachtoffers maken. Het is belangrijk in te zien dat in de hier geschetste situatie er een omgekeerd evenredig risico bestaat tussen beide: wie nalatigheid of achteloosheid wil vermijden zal zeer waakzaam zijn, maar grote waakzaamheid roept het risico van vals alarm op. En wie, omgekeerd, vals alarm wil vermijden, zal pas in actie komen bij volstrekte zekerheid over het gevaar, maar daarmee loop je groter risico te laat te reageren, ook als dat had gemoeten.
Uiteraard is deze schets in theorie veel helderder dan de praktijk ooit is. In de praktijk bestaat met name het onderscheid tussen “er is feitelijk gevaar” en “je denkt dat er gevaar is” niet zoals hier geponeerd. In de praktijk van de waarneming bestaat het theoretische onderscheid tussen “een feit” en de “waarneming van het feit” niet: in zekere zin is het feit de waarneming ervan.

Opmerking Titus Ensink: De mogelijkheden 1 en 2 zijn vormen van juist gedrag, en de mogelijkheden 3 en 4 zijn vormen van onjuist (inefficiënt, contra-productief en vaak onrechtvaardig) gedrag. Daarom wil je graag gedrag van de typen 3 en 4 vermijden, maar (en dit is het tragische mechanisme van de omgekeerde evenredigheid): als je probeert het risico op mogelijkheid 3 wilt verkleinen vergroot je automatisch het risico op mogelijkheid 4, en omgekeerd.

Thomas L. Friedman schrijft in zijn column De VS, de majoor en de strijd tegen Het Verhaal voor The New York Times, die in de Volkskrant van 1 december 2009 is overgenomen over dit mechanisme van omgekeerd evenredig risico. Tot slot stelt hij de vraag ‘Wat te doen?’
In zijn Caïrotoespraak sloeg president Obama afgelopen juni echt een brug met doorsneemoslims. Mischien zou hij het debat kunnen aanwakkeren door hetzelfde publiek deze vraag te stellen.
‘Wanneer iets als Fort Hood gebeurt, zeggen jullie: ‘Dit is niet de islam.’ Ik geloof dat. Maar als dit niet de islam is, waarom stromen dan een miljoen moslims de straat op om te protesteren tegen Deens spotprenten van de profeet Mohammed, maar niet één om te protesteren tegen islamitische zelfmoordterroristen die andere moslims opblazen? Jullie moeten dat aan ons uitleggen – en aan jullie zelf.’

Het was Goethe die meer dan wie dan ook een heldhaftige poging heeft gewaagd de wetenschap te integreren met de traditionele wijsheid.
Een wetenschap van de gehele persoon, de basis voor een ééngeworden cultuur. Het verenigen van de tegenstellingen gebeurt op een hoger niveau.
Carl Jung spreekt in dit kader van het “Gegensatzprinzip” en Goethe van “Die geeinte Zweinatur”.

Het gemanifesteerde is in de kern gebaseerd op dualiteit, want er kan geen enkele dynamiek zijn zonder polariteit, zonder de voortdurende wisselwerking van de positieve en negatieve aspecten. De Jungiaanse psychologie maakt van het concept van de ‘schaduw’ als een element van het onbewuste, complementair aan het ‘licht’ van het Zelf gebruik . Dit is in principe hetzelfde concept als de ‘tegenstander’.

Individuatie is het algemene begrip dat Carl Jung gebruikte voor het leren kennen van de totaliteit van de psyche en het toekennen van de centrale plaats aan het ‘Zelf’, en die niet uit te leveren aan het ego. De theosofie maakt daarentegen van het begrip individualiteit gebruik.

Cursus theosofie: In de Jungiaanse psychologie vindt u het concept van de ‘schaduw’ als een element van het onbewuste, complementair aan het ‘licht’ van het Zelf. Dit is in de basis hetzelfde concept als de ‘tegenstander’. De hele poging van het bewustzijn, van de evolutie in het algemeen, is gericht op het tot bewustzijn, (tot) ‘vol licht’ brengen van alle bewustzijnselementen in zichzelf. Dit is analoog aan ‘verlossing’ want het is het verlossen van onze aard, zodat het volledig deel kan nemen aan het Zelf. Met andere woorden: de schaduw moet erkend worden en vervolgens getransformeerd en geassimileerd, tot deelgenoot gemaakt worden tijdens onze spirituele onderneming.

Net als elke organisatie is ook de overheid een afspiegeling van de maatschappij. De dubbele moraal is een andere manier om het spel van de 'dubbele’, de bewust of onbewust verborgen agenda's van zowel links als rechts tot uitdrukking te brengen. Het loopt mis wanneer we andere maatstaven aanleggen voor mensen die iets met ons gemeen hebben dan voor vreemden. Sommige mensen zijn niet meer gelijk dan anderen.

De negatieve as van het kernkwadrant toont de schaduw (asymmetrie) van de persona. Het maskerkwadrant brengt als het ware de asymmetrie van de asymmetrie in beeld. De persoon wordt in een dergelijke situatie volgens Ofman een gespleten persoon die een dubbelleven gaat leiden. Het gedrag verstoort het natuurlijke evenwicht, het is tegennatuurlijk. De symbolische orde wordt door de diabolische uitzichtloze wereld vervangen waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt. Genezing is echter mogelijk wanneer de blokkade van de creatieve energie wordt opgeheven.

Daniel Ofman: Een maskerkwadrant is een kwadrant dat aan de oppervlakte lijkt op een kernkwadrant, maar in realiteit precies het omgekeerde is.

Het korte termijn denken prevaleert bij politici en bedrijven. Bij marktdenken gaat het niet om collectieve, maar om deeloplossingen. Het op de korte termijn gefixeerde marktdenken bevordert de graaicultuur. Het wordt tijd om het dilemma markt versus moraal te doorbreken. Er is niets nieuws onder de zon. Door alle eeuwen heeft de ontkenning van de waarheid tot lijden en dood geleid. Het zijn in hoofdzaak de onschuldigen die van menselijk falen de prijs betalen. Zaken lopen mis wanneer in de politiek de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden. Of met andere woorden daar waar het meeste behoefte aan is wordt in de struisvogelpolitiek het minste aandacht aan besteed.

De bonnetjesaffaire kostte de Britse parlementsvoorzitter de kop. In de Middeleeuwen gebeurde dat ook, letterlijk. De financiële crisis is een afspiegeling van de bonnetjesaffaire.

Uitgangspunt is dat een conjunctuurcyclus zich binnen de marges van het ‘kernkwadrant’ beweegt, daarentegen een grote schommeling zoals de kredietcrisis speelt zich binnen het ‘maskerkwadrant’ af. Het marktmechanisme faalt wanneer de individuele verantwoordelijkheid, de ethische drijfveren van zowel verkopers als kopers, van zowel overheid als burgers uit beeld verdwijnt. In hoeverre is de overheid zowel de oorzaak als de oplossing van het probleem? Een ding is zeker de overheid is te veel gefocussed op de korte in plaats van op de lange termijn. In hoeverre zijn we bereid van de ervaringen uit het verleden te leren?

Het maskerkwadrant laat zien dat we in een loop terecht kunnen komen wanneer we niet meer met onze spirituele oerbron, het ’verticaal bewustzijn’ in het Ei van Roberto Assagioli zijn verbonden. De transformatie van het 'horizontale bewustzijn' naar het ’verticaal bewustzijn’ in het 'Ei van Roberto Assagioli' laat zien hoe het mogelijk is van de vaak onbewuste werking van het maskerkwadrant te worden verlost.

H.P. Blavatsky: Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 655):
Het getal 5 was samengesteld uit een tweetal en een drietal; dat tweetal bracht alles met een volmaakte vorm in wanorde en verwarring. De volmaakte mens, zeiden zij, was een viertal en een drietal , of vier stoffelijke en drie onstoffelijke elementen; deze drie geesten of elementen vinden we ook in 5, als deze de microkosmos voorstelt. Deze laatste is een samenstelling van een tweevoud dat rechtstreeks in verband staat met de grove stof, en van drie geesten: ‘want 5 is de slim bedachte vereniging van twee Griekse accenten ‘, geplaatst boven klinkers die al of niet moeten worden geaspireerd. Het eerste teken ‘ wordt de ‘sterke geest’ of hogere geest genoemd, de geest van god, geaspireerd (spiratus) en geademd door de mens. Het tweede teken ’ – het lagere – is de geest van de liefde, die de secundaire geest voorstelt; het derde omvat de hele mens. Het is de universele quintessens ('Reflexief Bewustzijn'), het levensfluïdum of het leven.’ (Ragon.)

De dichotomieën worden met behulp van het fenomeen Complementariteit tot uitdrukking gebracht. De een bestaat bij gratie van de ander. Uiteindelijk kan er maar één waarheid, ‘De blijde boodschap’ zijn. Door de interacties ('these + antithese', dialectische filosofie van Hegel en Engels) tussen de 'alfa- en de bètawereld' kan synthese ontstaan. De gammawetenschappen (sociologie, economie en politicologie) zijn als het ware de schakel tussen de alfa- en bètawetenschappen. Zij nemen dus een tussenpositie in tussen alfa- en bèta-wetenschappen.

Kennis maakt ons in de war (interview met bestuurskundige Roel in ’t Veld Volkskrant 5 september 2009):
‘De meeste beleidsmakers, en trouwens ook de meeste wetenschappers, hebben een lineair beeld van de verhouding tussen kennis en beleidsvorming. Je zoekt uit hoe het zit en neemt vervolgens de juist maatregelen. Maar zo gaat het in werkelijkheid natuurlijk helemaal niet. Kennis is maar één factor in beleidsvorming. En het gaat niet zozeer om waarheidsvinding, zoals in de wetenschap. De meeste vraagstukken op de politieke agenda’s van nu zijn kwaadaardig van aard, omdat noch over de waarden noch over de kennis overeenstemming bestaat. Dan is een speurtocht naar Het Ware nutteloos. Het gaat om het vinden van een maatschappelijk handelingsperspectief.’
‘De aard van de politiek en het politieke bedrijf verandert. De marketeers regeren, van de politiek tot de media. Beslissingen zijn ingegeven door overwegingen rond de kiezersgunst of van de kiezers.’
‘We zijn met zijn allen beter opgeleid dan ooit. Dat leidt ertoe dat het gezag van overheden niet meer vanzelfsprekend is, en dat is misschien maar goed ook. Maar het heeft ook een paradoxale kant. Naarmate er meer kennis in de samenleving zit, lijkt de hang naar simplificatie alleen maar toe te nemen. Kennis maakt ons ook in de war. De agenda’s in media en politiek worden bepaald door de onderbuik van de populisten, terwijl we best weten dat de wereld ingewikkelder is dan dat. Dat is onrustbarend lijkt me.’
Tot slot stelt In ’t Veld: ‘Ik ben al sinds mijn 16e een seculiere hindoe. Het spectrum tussen goed en slecht is altijd interessanter dan de uiteinden.’

Het is mogelijk door effectief van de regelkring gebruik te maken kwantitatieve zaken te transformeren in kwalitatieve. De uitdaging kan door een geleidelijke, kwantitatieve opeenhoping van kleine veranderingen uiteindelijk een kwalitatieve sprong ondergaan.

De natuur streeft naar evenwicht. De blauwdruk, het Onkenbare, zorgt voor evenwicht tussen Ruimte en Tijd. Balans van de ‘weegschaal’ ontstaat door tegenwicht. Het terugkoppelingsmechanisme (Rechterhand) maakt het mogelijk het evenwicht te herstellen. Maar feedback kan ook de onbalans versterken. Het is onze vrije wil die aan de integratie (synthese) cq. desintegratie, tussen het hemelse en het aardse (goed en kwaad) sturing geeft.

Het kompaskwadrant biedt een nieuw inzicht, schept een kader voor het uitzetten van een nieuwe koers. Er wordt van uitgegaan dat 5D een steentje aan een holistisch beeld van de werkelijkheid kan bijdragen. Om de positie te bepalen en een nieuw perspectief op de toekomst te ontwikkelen kan het kompaskwadrant als hulpmiddel worden gebruikt. Om de aarde met de hemel te verbinden wordt de omgekeerde route afgelegd.

De zeven wijsheidssleutels, de Delen I t/m VII van dit rapport, laten zien hoe in het bewustwordingsproces probleem en oplossing met elkaar zijn verbonden. De onderlinge wisselwerking tussen individu en groep komt in de delen IV t/m V, en de wisselwerking tussen welvaart en welzijn in de delen VI t/m VII ter sprake.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige ||volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 5316 keer bekeken.