Deze filognostische presentatie is in aanbouw

8. Ethiek

Paulus: En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.
(Corinthiërs, 13: Statenvertaling)
De liefde is lankmoedig,
de liefde is goedertieren,
zij is niet afgunstig,
de liefde praalt niet,
zij is niet opgeblazen,
zij kwetst niemands gevoel,
zij zoekt zichzelf niet,
zij wordt niet verbitterd,
zij rekent het kwade niet toe.
Zij is niet blijde over ongerechtigheid,
maar zij is blijde met de waarheid.
Alles bedekt zij,
alles gelooft zij,
alles hoopt zij,
alles verdraagt zij
.
(Corinthiërs 13:4-8a)
Gulden regel: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Confucius: Doe nooit anderen aan wat je niet zou willen dat ze jou aan zouden doen.
Mattheüs 7:7-12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten.
Matteüs (22:37-4): U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Matteüs (7:1): Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden.

Archetypen ('Mythos en Theos')

Nieuwe Testament: De Drie-eenheid die in 325 op het Concilie van Nicaea officieel is vastgesteld laat het absolute zien (Triniteit). Zo zien we in de H. Schrift de drieëenheid in samenhang met de tetrade van de dualistische strijdvraag tussen het goed en kwaad van de kennis en de traagheid (zie geaardheden). De klassieke triade van het Christendom geeft als tegenstelling Satan te zien.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II (p. 575), hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan?

Hermeneutische Cirkel Oude Testament: Nieuwe Testament:
IntuïtieDenkenGoedheid  Geest
1. Holos, Anagogisch ----3. Logos, LetterlijkWijze >>>>GoddelozeGod ----Heilige geest
||||||
4. Mythos, Allegorisch ----2. Theos, Moreel (Ethos)Dwaas <<<<RechtvaardigeSatan ----Zoon
VoelenGewaarwordenJaloezie Lichaam

Met behulp van een kwadrant (rechter) is het mogelijk de relatie, de weerspiegeling, de transformatie tussen de diagonaal ‘God - Geest - Zoon’ en de diagonaal ‘Geest - Ziel - Lichaam’ uit te beelden.

In het rapport ‘E i V’ draait het om het principe van de ‘eenheid der tegendelen’, het overbruggen van tegenstellingen, het complementariteitsprincipe dat al door Heraclitus naar voren is gebracht. Het denkmodel geeft niet een volledig sluitend plaatje van de éne werkelijkheid, een werkelijkheid (oerbron) achter de werkelijkheid, de absolute waarheid maar beoogt wel, door de hoofdroute aan te geven en de verborgen imaginaire 5e dimensie, de kwintessens te belichten, een tipje van de sluier op te lichten.

Jung noemde de mandala het archetype van de totaliteit of heelheid en ontdekte dat cliënten mandala's begonnen te tekenen als het genezingsproces begon. De mandala heeft dan een heelmakend of genezend effect.

R.J. van Helsdingen C.G. Jung (p. 83): Het is alsof de behoefte aan een godsvoorstelling in de mens leeft. Deze inwonende drang heeft Jung een archetype genoemd. Is de uitgebeelde god een vadergodheid, dan zal de mens tegenover god dezefde gevoelens hebben als een vader, die hetzelfde aspect vertoont, ook al zullen de gevoelens van meer verheven aard zijn. Zo komen wij er toe de aspecten 'Wijze, Goddeloze, Rechtvaardige en Dwaas' van het vaderarchetype te beschrijven. De vier onderstaande aspecten sluiten bij het Oude Testament aan.

Wijze
P. 85: Ook de God van het Nieuwe Testament is een oude wijze (3e aspect), die als liefdevolle vader vele woningen heeft in zijn huis, van wie wij allen kinderen zijn, die ons onze schulden vergeeft en maakt, dat wij onbezorgd kunnen zijn als de leliën des velds. P. 86: Nietzsche beschreef in “Zarathoestra” een oude wijze, een superieure geest, opgeroepen om als drager en verkondiger van zijn Dionysische extase te fungeren.

Goddeloze
P. 83: Hij (1e aspect) is de oerhorde-vader, reeds door Darwin beschreven als het sterkste, oudere mannetjesdier van de kudde, die alle wijfjesdieren als zijn persoonlijk bezit beschouwt en de altijd opstandige jongere mannetjesdieren ontzag inboezemt. P. 89: Ook een ander aspect van het vaderarchetype kan de zon vertegenwoordigen namelijk dat van de levensvenietigende vader.

Rechtvaardige
P. 84: Het 2e aspect van het vaderbeeld is milder. Het is de strenge doch rechtvaardige vader, de gezagsdrager, die zijn voorschriften oplegt, met krachtige hand regeert, maar ook de verantwoordelijkheid van zijn daden op zich neemt. P. 85: Dit aspect van de strenge doch rechtvaardige vaderfiguur doet bij de mens ook de gewetensfunctie en het verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen.

Dwaas
P. 87: Een 4e en laatste aspect van het vaderarchetype is de vaderlijke vader, uitsluitend lief en goed, helpend en steunend. Een dergelijke vader loopt een kans door zijn kinderen als een alleen maar goede sul te worden beschouwd.

Jiddu Krishnamurti: De eerste stap is de laatste
De eerste stap is de laatste stap. De eerste stap is waarnemen, waarnemen wat je denkt, neem je ambities waar, neem je angsten, eenzaamheid, vertwijfeling, dit buitengewone gevoel van smart waar, zie het zonder het te veroordelen of te rechtvaardigen, zonder het te willen veranderen. Zie het, gewoon zoals het is. Als je het ziet zoals het is dan vindt er een totaal verschillend soort actie plaats, en die actie is de laatste actie. Dat betekend dat als je iets ziet als onecht of onwaar, is die waarneming de laatste actie, de laatste stap. Luister ernaar. Ik zie het volgen van een ander, van de instructies van een ander als bedrieglijk – Krishna, Boeddha, Christus, het maakt niet uit om wie het gaat. Ik constateer de waarneming dat het volgen van de waarheid van een ander uitermate verkeerd is. Omdat je rede, je logica en alles je duidelijk maakt hoe absurd het is om iemand te volgen. Die waarneming is de laatste stap, en als je het gezien hebt, verlaat je dat pad omdat je het volgende moment opnieuw moet waarnemen en dat is opnieuw de laatste stap.

Universele kennis, de universele wetten zijn complementair aan de natuurwetten.
De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
Wegens de eindigheid van de lichtsnelheid kan alles in de kosmos niet met elkaar verbonden zijn.

De resultaten van het onderzoek van de primatoloog en etholoog Frans de Waal sluiten aan op de bevindingen op het terrein van de biofysica, evolutiepsychologie en moraalfilosofie door Juleon Schins:, R.C. Smaniotto respectievelijk Ellen Comhaire.

Juleon Schins: 'Hoeveel geest kan de wetenschap verdragen? Een grondslag voor de unificatie van natuur- en geesteswetenschappen
Met zijn boek hoeveel geest kan de wetenschap verdragen? Werpt Schins nieuw licht op een eeuwenoude discussie. Centrale vraag is of de natuurwetenschappelijke gegevens van de twintigste eeuw te rijmen zijn met het bestaan van geest, opgevat als een onafhankelijk principe dat buiten de natuurwetenschappelijke beschrijving valt, maar toch invloed uitoefent op de realiteit. Deze geest vanouds de zetel van menselijke vrijheid, denkkracht, moraliteit en zelfbewustzijn, is door vele filosofen in het verleden zorgvuldig beschreven, maar lijkt een wetenschappelijk onderzoek te zijn met de uitgangspunten, is door vele filosofen in het verleden zorgvuldig beschreven, maar lijkt in tegenspraak te zijn met de uitgangspunten van het wetenschappelijk onderzoek in de twintigste eeuw. Tot een harde tegenspraak is het echter nog niet gekomen. De neurowetenschappen hebben bijvoorbeeld nog steeds geen vooruitgang van betekenis geboekt inzake de precieze locatie van het menselijke zelfbewustzijn.

In een hoofdstuk gewijd aan ethiek zegt Juleon Schins, dat "handelingen in overeenstemming met de morele wetmatigheid de menselijke geest verrijken" en anders verarmen (p. 125). Teilhard de Chardin ziet deze verrijking in de toenadering tot de ander, de convergentie van het bewustzijn in personen en stromingen, culminerend in het totale bewustzijn Omega. Dan begeven we ons al op het vlak van de theologie. Schins volgt Teilhard ook hier. Hij wijdt een hoofdstuk aan de theodicee en presenteert een natuurwetenschappelijk geïnspireerd Godsbewijs.

Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.

Ellen Comhaire Moraliteit tussen vrijheid en determinisme. Een filosofisch onderzoek naar de causaliteit van altruïsme en egoïsme.
De centrale vraag die ik wil onderzoeken, is of altruïsme ooit losstaat van egoïsme. Altruïsme en egoïsme zijn termen die voornamelijk begrepen worden in het kader van motivaties, intenties en doelstellingen. Wat leidt ons in de keuzes die we maken en die uiteindelijk ons gedrag bepalen? Hoe komt het dat we doen wat we doen? Uitgaande van een materialistisch standpunt – met een amorele kosmos – moeten we op zoek gaan naar de manier waarop wij mensen zelf waarden creëren en onderscheiden. Hierbij maak ik een onderscheid tussen de onbewuste (als het ware automatische) en de bewuste mechanismen.

Ien Oud Boomstambeelden
Ethiek. De theosofische leringen zijn in wezen door en door ethisch. Het is onmogelijk de verheven Wijsheid van de Goden, de archaïsche Wijsheid-Godsdienst van de Ouden te begrijpen als men niet duidelijk beseft dat de Ethiek als een gouden draad door het hele systeem of weefsel van leringen en ideeën van de Esoterische Wijsbegeerte heen loopt. Waarachtig Occultisme, los van de ethiek, is eenvoudig ondenkbaar omdat het onmogelijk is. Er bestaat geen waarachtig Occultisme dat niet de hoogste ethiek in zich sluit die het moreel besef van de mens kan omvatten, en op dat belangrijke feit kan men niet sterk genoeg de nadruk leggen.
In de theosofische wijsbegeerte is de Ethiek niet iets dat alleen uit het menselijk denken voortkomt en uit een formulering van afgesproken regels bestaat die voor het menselijk gedrag geschikt zijn. Ze is gebaseerd op de structuur en de aard van het heelal zelf. Het hart van het heelal is wijsheid-liefde en deze beide zijn in wezen ethisch, want er kan geen wijsheid bestaan zonder Ethiek, evenmin kan er liefde bestaan zonder Ethiek, en ook kan er geen Ethiek bestaan zonder liefde of wijsheid.
De filosofische reden waarom de Ouden zoveel waarde hechtten aan wat bij de Romaanse volken algemeen bekend was als virtus, waarvan het Engelse woord 'virtue' (deugd) is afgeleid, ligt hierin dat zij, door de leringen die afkomstig waren van de grote mysteriescholen, wisten dat deugd en Ethiek voortsproten uit het morele instinct in de mens, die deze op zijn beurt ontleende aan het hart van het heelal - aan de kosmische harmonie. Het wordt hoog tijd dat de Westerse wereld het denkbeeld dat de Ethiek niet meer is dan een overeengekomen zedelijk gedrag, dat de mens heeft uitgevonden om de scherpe kanten en gevaren in de omgang tussen mensen te verminderen, voor altijd naar het rijk van het ontzenuwd bijgeloof verwijst.
Natuurlijk weet iedere student dat de woorden moraal en Ethiek respectievelijk aan het Latijn en het Grieks zijn ontleend, en de gewoonten en gebruiken aanduiden die men in een beschaafde samenleving in acht behoort te nemen. Maar dit onbetwistbare feit is in zekere zin beschamend, want het lijkt er bijna op alsof we nog niet een woord hebben voortgebracht dat op bevredigende wijze het instinctieve gevoel weergeeft voor recht, waarheid, trouw, rechtvaardigheid, eer, wijsheid en voor liefde - dat we nu zo zwak uitdrukken met de woorden 'Ethiek' of 'moraal'. 'Theosoof is wie theosofisch handelt', schreef H. P. Blavatsky en nooit heeft zij wijzer en edeler woorden geschreven. Niemand kan een theosoof zijn als hij niet ethisch voelt, ethisch denkt en ethisch leeft in de ware betekenis van het woord, zoals hierboven is uiteengezet.

Moraliteit. Wat is de grondslag van de Moraal? Dat is de belangrijkste vraag die met betrekking tot elk gedachtenstelsel kan worden gesteld. Is Moraliteit gebaseerd op uitspraken van de mens? Berust Moraliteit op de overtuiging in het hart van de meeste mensen, dat het voor de menselijke veiligheid noodzakelijk is bepaalde abstracte regels te bezitten die we maar beter kunnen volgen? Zijn we alleen maar opportunisten? Of steunt de Moraliteit, de ethiek, op Waarheid en is het voor de mens niet alleen raadzaam om die te volgen, maar ook noodzakelijk? Stellig het laatste! Moraliteit is juist gedrag, gebaseerd op juiste inzichten, juist denken.
In de derde grondstelling van De Geheime Leer vinden we de ware beginselen, de ware grondslagen van een zedelijk stelsel dat groter, diepzinniger, overtuigender is dan wat men zich maar zou kunnen voorstellen.
Waarop berust dan Moraliteit? En met Moraliteit wordt niet alleen de opvatting bedoeld van sommige pseudo-filosofen, die menen dat Moraliteit min of meer datgene is wat 'goed voor de samenleving' is, gebaseerd op de letterlijke betekenis van het Latijnse woord mores, 'goede gewoonten', als tegenstelling tot slechte. Nee! Moraliteit is het instinctieve verlangen van het menselijk hart om rechtvaardig te zijn en het goede te doen jegens ieder mens, omdat het goed is dat te doen, omdat het voldoening schenkt en verheffend werkt.
Wanneer de mens beseft dat hij één is met al wat is, innerlijk en uiterlijk, hoog en laag; dat hij één is met alles, niet alleen zoals leden van een gemeenschap dat zijn, niet zoals soldaten in een leger, maar zoals de moleculen van ons eigen vlees, zoals de atomen van een molecule, zoals de elektronen van een atoom, die een eenheid vormen - niet louter een verbinding, maar een geestelijke eenheid - dan ziet hij de Waarheid.

Ellen Comhaire Moraliteit tussen vrijheid en determinisme. Een filosofisch onderzoek naar de causaliteit van altruïsme en egoïsme.
De centrale vraag die ik wil onderzoeken, is of altruïsme ooit losstaat van egoïsme. Altruïsme en egoïsme zijn termen die voornamelijk begrepen worden in het kader van motivaties, intenties en doelstellingen. Wat leidt ons in de keuzes die we maken en die uiteindelijk ons gedrag bepalen? Hoe komt het dat we doen wat we doen? Uitgaande van een materialistisch standpunt – met een amorele kosmos – moeten we op zoek gaan naar de manier waarop wij mensen zelf waarden creëren en onderscheiden. Hierbij maak ik een onderscheid tussen de onbewuste (als het ware automatische) en de bewuste mechanismen.
Onbewuste automatismen
In de eerste plaats steunt ons gedrag op disposities - neurale patronen die op een bepaalde stimulus steeds eenzelfde reactie vertonen. Maar elke prikkel die gedurende ons leven tot ons zenuwstelsel doordringt, beïnvloedt onze disposities, waardoor ze kunnen veranderen en zich aanpassen aan de externe omgeving waarin we leven. Wanneer een prikkel binnenkomt in het zenuwstelsel, van buiten het lichaam of van in het lichaam zelf (inclusief de hersenen), wordt een reactie gegenereerd. Het kan zowel een neurale als een chemische reactie zijn, en die brengt op haar beurt opnieuw andere processen op gang wat uiteindelijk tot gedrag kan leiden. Aan welke prikkels (bewust of onbewust) aandacht wordt besteed en hoe ermee omgegaan wordt, hangt opnieuw af van onze aangeboren en individueel ontwikkelde disposities. Zij bepalen hoe belangrijk deze binnengekomen informatie voor ons is of lijkt, voornamelijk op basis van onze emoties.
Bewuste beslissingen
Onze bewuste beslissingen, die voortspruiten uit onze cognitieve vaardigheden, blijven gebaseerd op fundamentele neurale waarderingsmechanismen. We kunnen wel de deductieve vaardigheden gebruiken waarover we beschikken, maar onze emoties helpen steeds om voorkeuren te ordenen. Wanneer we de mogelijke consequenties van onze keuzes overlopen, gaat ons verwachtingssysteem daar op basis van ons emotioneel geheugen een waarde aan toekennen die ervoor zorgt dat enerzijds bepaalde uiterst ongewenste alternatieven onmiddellijk uitgesloten worden en anderzijds dat we bepaalde zaken die geen eenduidige voorspelling mogelijk maken meer bewuste overweging vragen. Het zijn deze evaluaties die samen met andere fundamentele regulatiesystemen (voor overleving) onze verlangens rudimentair zullen richten. De nuances in verlangens en de manier waarop aan deze tegemoet gekomen zal worden, hangen af van de culturele omgeving waarin men opgroeit. Onze sociale omgeving is immers de belangrijkste factor die onze identiteit – ons zelfconcept – zal bepalen. De maatschappij waarin we leven voorziet ons van waarderingskaders die een rol spelen in de overweging van de gevolgen van onze daden.
Op bewust niveau streven we genot na, zonder dat we hoeven te beseffen dat evolutionaire behoeften aan de onbewuste basis liggen. Ook aangeleerde, cultuurspecifieke, contextgebonden factoren en toevallige gebeurtenissen hebben een cruciale invloed in de overwegingen van het individu. Aangezien al deze factoren onze waarderingen (o.a. in de vorm van emoties) en daarmee ons gedrag bepalen via evolutionaire ‘trial and error’ en ontogenetische ‘straf en beloning’, kunnen we concluderen dat ons gedrag altijd een grondslag heeft van eigenbelang. Maar dit betekent niet noodzakelijk dat we bewust dit eigenbelang nastreven! ‘Echt altruïsme’ schuilt namelijk daarin dat de altruïst het verhogen van het welzijn van de andere vooropstelt zonder daarbij eigen voordelen in rekening te brengen op het moment van de beslissing. In een dergelijke definitie staat echt altruïsme lijnrecht tegenover egoïsme – dat dan prioriteit geeft aan het eigen belang (ondanks het mogelijks vertonen van prosociaal gedrag). De ware altruïst bestaat dus: het is die persoon die anderen helpt zonder stil te staan bij zijn eigen winst. Het is hij/zij die ‘het goede’ doet voor de ander omwille van de ander. Zwart-witte benaderingen zijn hier uit den boze en men moet voorzichtig zijn met zijn oordeel wanneer het om de morele waardering van een bepaalde individuele gekozen optie gaat. Ons gedrag blijft immers steeds zeer contextgebonden, waarbij zowel de interne lichaamstoestand als de externe omgevingssituatie zeer grote verschillen kunnen teweegbrengen in de beslissingen die we maken.
Dit artikel is een zeer beknopte samenvatting van mijn eindverhandeling ingediend tot het behalen van de graad Master in Moraalwetenschappen: ‘Moraliteit tussen vrijheid en determinisme. Een filosofisch onderzoek naar de causaliteit van altruïsme en egoïsme.’

Jaloezie, gerelateerd aan afgunst maar niet synoniem daaraan (zie onder), is een gemoedstoestand of emotie waarbij men datgene wenst te krijgen wat een ander reeds heeft gekregen, of wenst dat de ander datgene niet had. Dit kan zowel om materie, eigenschappen als om relaties gaan.

William Q. Judge boek De Oceaan van heosofie hoofdstuk Theosofie en de meesters
De religie van nu is slechts een reeks door de mens opgestelde dogma’s zonder een wetenschappelijke basis voor de verkondigde ethiek. Onze wetenschap laat het ongeziene nog buiten beschouwing en omdat ze weigert het bestaan te erkennen van een volledig stel innerlijke waarnemingsvermogens in de mens, staat ze buiten het enorme en werkelijke gebied van ervaringen dat achter de zichtbare en tastbare werelden ligt.
En terwijl theosofie – de leer van deze grote loge – zoals gezegd zowel wetenschappelijk als religieus is, hebben we aan de ethische kant nog meer bewijzen. Een machtig drietal, dat werkt op het gebied van en door middel van de ethiek, wordt gevormd door Boeddha, Confucius en Jezus. De eerste, een hindoe, stichtte een religie die nu veel meer aanhangers omvat dan het christendom, en onderwees eeuwen vóór Jezus eenzelfde ethiek, die zelfs eeuwen vóór Boeddha bekend was. Jezus komt om zijn volk te hervormen en herhaalt deze oude ethiek; Confucius doet hetzelfde voor het oude en eerwaardige China.

Waar zit de volgende zeepbel? (Pieter Klok, Volkskrant 28 november 2009): Voor bankiers zijn bubbels leuke speeltjes, zolang de rit omhoog gaat. Maar als ze knappen, kunnen zeepbellen het hele financiële stelsel laten wankelen. Het is dus zaak te weten waar de volgende zit.
Sep van der Voort (analist bij SNS Securities) heeft niet de illusie dat hij zeepbellen kan herkennen. Nee, want je weet nooit wat een goede waardering is. De een verwacht economische groei en vindt de hoge waarderingen dus terecht, de ander verwacht minder economische groei of krimp en spreekt daarom van een bubbel.
Han de Jong (hoofdeconoom ABN Amro): ‘Je kunt zeepbellen hartstikke goed herkennen. Achteraf. Maar dan heb je er niets meer aan.’

Het 5Ddenkraam, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de eigen evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.

Goed en Kwaad (Herkenning en Regulering, Waarden en Normen, Winst of Verlies)

Gulden regel: Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Mattheüs 7:7-12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten.
Léon Hanssen, ‘Want alle verlies is winst’ (biografie over Menno ter Braak):
Ter Braak maakte met een verwijzing naar het boek Prometheus, dat heel dit proces van zelfbevrijding voor hem had ingeluid, de balans op en hij noteerde met één enkele regel in zijn agenda deze Heraclitische gedachte:
Want alle verlies is winst, alle nedergang opgang.
Bertolt Brech: Erst kommt das Fressen, dann die Moral.

'De Tweede Kamer moet pensioenakkoord corrigeren' (Volkskrant 29 juni 2011)
Alexander Pechtold vindt dat de sociale partners en het kabinet het algemeen belang uit het oog verliezen en in het pensioenakkoord alleen naar eigenbelang kijken.
De polder is geen doel op zich, maar kan waardevol zijn als het een plek is waar alle belangen, ook van toekomstige generaties, zorgvuldig worden gewogen. Nu Jongerius en Wientjes dat niet doen, moeten politici geen stempel van goedkeuring geven. Uiteindelijk gaat het hier om leiderschap. De vakbonden moeten hun vergrijsde achterbannen vertellen dat het niet onredelijk is om een paar maanden langer te werken, niet over tien jaar, maar morgen. De werkgevers moeten niet alleen hengelen naar subsidies, maar aandringen op structurele versterkingen van de economie. En beide moeten zich als bestuurders van pensioenfondsen niet rijk rekenen, maar financiële problemen durven benoemen. Het kabinet staat nu toe dat de polder het algemeen belang onder water zet. Omwille van toekomstige generaties mag de Tweede Kamer dat niet laten gebeuren.

'De zorgen van de mensen zijn terecht' ( Volkskrant 29 juni 2011)
Het onbehagen van veel Nederlanders moet ook het onbehagen zijn van een volkspartij als het CDA. Dat zei Maxime Verhagen gisteren tijdens een toespraak.
Een fors kritiekpunt richting Wilders en de PVV is de positie van Nederland in de wereld. De PVV wil het zogenaamde heartland creëren, een Nederland met een hek er omheen. En zeker, de internationale vraagstukken zijn niet niks. Maar het is kansloos en een illusie te denken dat een hek om Nederland alles oplost. We kunnen het ons niet veroorloven om alleen met ziekenhuis, straat en school bezig te zijn. Europa, euro, een open economie, handel, een vrij verkeer van kapitaal en mensen zijn cruciaal! Nederland wordt sterker door Europa en door samen met onze bondgenoten op te komen voor onze gedeelde waarden.
Het op afstand houden van populisme doet politieke pijn. Dat besef ik terdege. Toch ben ik ervan overtuigd dat dit op den duur waardering zal oogsten. Juist in een tijd van onbehagen zoeken zwevende kiezers partijen met principes. En dan is het zijn van een volkspartij het beste wapen tegen populisme.

Nausicaa Marbe Nee tegen het herdenkingsrelativisme (Volkskrant 13 mei 2011)
De vraag is niet hoe het goede het kwade kan overwinnen, maar hoe het kwaad zoveel mogelijk beperkt blijft tijdens maatschappelijke veranderingen. De les is om idealen te koesteren die niet zo onhaalbaar zijn dat ze pas door terreur gestalte kunnen krijgen. Hoe dat lukt of mislukt, leren we uit de vele historische feiten, die hun betekenis verliezen bij inhoudsloze herdenkingen.

Kader Abdolah Leve de val van het kabinet (Volkskrant 22 februari 2010):
Het maakt even niet meer uit op wie de kiezers straks zullen gaan stemmen, want de val van dit kabinet heeft een reservoir van energie vrijgemaakt
Afgelopen zaterdag in de vroege ochtend is het vierde kabinet Balkenende gevallen. De PvdA-ministers stapten op en premier Balkenende kondigde de val van zijn kabinet aan. Hij zei het volgende: ‘Het voortbestaan van een kabinet kan nooit een doel in zichzelf zijn. Het zou moeten gaan om werk en welzijn in Nederland – nu en in de toekomst. En om de bijdrage die Nederland in redelijkheid kan leveren aan een betere wereld. Die intentie hadden mijn collega’s en ik drie jaar geleden bij de start. We ervaren het collectief en individueel als een nederlaag dat we hierin zijn tekortgeschoten.’
Ware woorden
Het waren mooie ware woorden, je kunt zeggen dat het jammer is dat het kabinet gevallen is, maar het tegengestelde is waar. De val van dit kabinet zal een gezond psychisch effect op het land hebben. Indien Balkenende door had geregeerd, was het schadelijk voor de bevolking geweest. Dit kabinet leerde ons en onze kinderen dat principes niet belangrijk zijn in het leven, dat je je nooit aan je beloftes hoeft te houden en dat de normen en waarden van Balkenende flauwekul zijn. Ik dank de ministers van de PvdA die niet meer met Balkenende samen wilden werken Als de PvdA en het CDA waren blijven samenwerken, zouden zij ons slechts leugens hebben moeten verkopen. Bos heeft ons en zichzelf gered met zijn beslissing om afstand te nemen van het bedrog en de valse compromissen.
Toen het kabinet viel, begon diezelfde ochtend een frisse wind door het land te waaien. Het was essentieel dat Nederland onomwonden nee tegen de politiek van Jaap de Hoop Scheffer zei. Zulke politici laten een zwak, onwaar gezicht van Nederland aan de rest van de wereld zien. Ze creëren een karakterloze bevolking om zo hun politiek te kunnen blijven verkopen.
Afgelopen zaterdag heeft Nederland zich van dit soort valse politiek gedistantieerd.
Verlengstuk
De tijden zijn veranderd. Nederland hoeft niet meer een verlengstuk van een ander te zijn. We moeten waakzaam blijven dat zulke beschouwingen niet als ‘karakteristieke Nederlandse politiek’ aan onze studenten op de universiteiten worden gedoceerd door grijze politici als Jaap de Hoop Scheffer. Het maakt ons kleingeestig en dat zijn we niet.
De beslissing die we in Nederland hebben genomen, zal vele andere politici in Europa, Canada en Australië inspireren.
Ik dank Bos, hij kan nu weer in de spiegel kijken. Ik dank de ministers van de PvdA die niet meer met Balkenende samen wilden werken. Ze hebben historische moed getoond. De boodschap is helder, we hebben niets in Afghanistan te zoeken. Ooit zijn we daar heengegaan om bruggen, scholen en ziekenhuizen te bouwen. Maar de geschiedenis en onze eigen ervaring hebben ons het volgende geleerd: ‘Het kan niet.’
Niemand gelooft in de oorlog in Afghanistan, ook Balkenende niet.
We houden onze soldaten in Uruzgan gevangen. Het is genoeg geweest, er mag daar geen enkele Nederlandse soldaat meer vallen.
Het maakt even niet meer uit op wie de kiezers straks zullen gaan stemmen, want de val van dit kabinet heeft een reservoir van energie vrijgemaakt. Kijk naar Bos, Geert Wilders, Pechtold, Femke Halsema en zelfs Balkenende; ze lopen met een rechte rug en lachen allemaal weer. Nederland is niet klein. Het land is onafhankelijk.

Susan Neiman ‘De eerste levensbehoefte van de mens’, Volkskrant 4 juni 2005: ‘Waarachtige godsdienst en ethiek zijn één in hun vastbeslotenheid om aan te blijven dringen op iets beters dan de wereld zoals we die kennen – of ons misschien zelfs voor kunnen stellen. Dit is de messianistische impuls, maar het is een impuls die vasthoudt aan een messias die nooit komt… We moeten dus ophouden de wereld te verdelen langs de scheidslijn seculier-religieus.’ Maar stellen dat de bijbel, ondanks de schijn van het tegendeel, alleen maar over de rede gaat is net zo vruchteloos als stellen dat de bijbel, ondanks de schijn van het tegendeel , alleen maar over geloof gaat. Het is veel beter te erkennen dat een deel van de grootheid van het boek schuilt in de manier waarop het kan spreken tot beide neigingen die zo diep verankerd zijn in de mensheid. Wij zijn allemaal verscheurd tussen de neiging de belangrijkste zaken aan de rede over te laten en de neiging om ze aan het geloof over te laten. Bij het denken over rationele religie haalt Neiman een fragment uit Candide van Voltaire aan. Het is de enige plek waar Voltaire ophoudt met klagen over alles in de echte wereld en zich een betere wereld probeert voor te stellen. Zijn held komt aan in het legendarische Eldorado, een land waar het leven zo volmaakt is dat alles wat de koning zegt grappig is. In die volmaakte wereld is religie gezuiverd, maar verre van afgeschaft. Etc.

Candide wilde weten wat de mensen in Eldorado van God afsmeken.
Wij smeken God niets af, zei de goede eerbiedwaardige wijze. Wij hebben hem niets te vragen. Hij heeft ons alles gegeven dat wij nodig hebben.
Wij danken hem onophoudelijk.

Hemingway The old man and the sea:
Een oude visser, wiens geluk lijkt te zijn uitgedoofd na vierentachtig dagen zonder vangst, vaart de volgende dag in alle vroegte toch weer uit. Na weer een lange ochtend van nutteloos wachten, keert aan het begin van de middag plotseling het tij. Op een van de lijnen die oude man heeft uitgezet, blijkt een vis te hebben toegehapt. Hoewel hij geen idee heeft om wat voor vis het gaat, beseft hij dat het dier enorm moet zijn, want het sleept zijn boot mee over zee. Een paar dagen en nachten blijft de strijd tussen de twee onbekende tegenstanders onbeslist. Dan verschijnt de uitgeputte vis aan de oceaanoppervlakte. Het blijkt groter dan enig ander die de oude man ooit heeft gevangen. Groter zelfs dan zijn boot. Door listig met de lijn te manoeuvreren weet hij de vis tenslotte zo dicht in de buurt van de boot te halen, dat hij het dier met een enkel schot uit zijn harpoengeweer kan doden. Omdat in de boot laden onmogelijk is, besluit hij de dode vis, als ware het een drijver, tegen de bood aan te binden, het zeil te hijsen en terug te varen naar de kust. Op die terugtocht gaan zijn gedachten regelmatig naar het ontzag en het geld dat zijn grootste vangst ooit hem op zal leveren. Maar de afstand is aanzienlijk, de vis heeft hem ver de zee opgesleept. Haaien pikken het bloedspoor van de dode vis op en halen de boot in. Als de oude man zijn thuishaven bereikt, rest van de enorme buit slechts een meterslang geraamte en een vissenkop. De grootste vangst blijkt het grootste verlies, de grootste overwinning de grootste nederlaag. Wat de oude man uiteindelijk mee aan land neemt, is slechts een onuitwisbaar gevoel van schaamte. Schaamte over zoveel vernietiging uit ambitie en hebzucht. Want, zo beseft hij, wat hij daar op zee heeft gedaan was niet ondanks zichzelf, niet tegen heug en meug. Maar dankzij zichzelf. Hij heeft gedaan wat hij, zijn natuur volgend, moest doen. En geen instantie ter wereld die hem voor zijn daad zal straffen.

Ludwig_Wittgenstein boek Tractatus Logico-Philosophicus - Relatie taal en werkelijkheid
Volgens Wittgenstein kan over ethiek en waarden logischerwijze helemaal niets gezegd worden (stelling 7). De reden hiervoor is, volgens Wittgenstein, dat men in de taal niets kan uitdrukken dat niet 'in de wereld' is. Ethiek is transcendentaal en laat zich dus niet 'uitspreken' (Zie stelling 6.4 en verder). Wittgenstein wordt vaak verkeerd begrepen, alsof hij ethiek niet belangrijk zou vinden.

Interview met Simon Vinkenoog:
Watch out for fanatics! Doorschouw illusies en hoed je voor valse profeten, doemdenkers en andere slachtoffers van het dualisme, de tunnelvisie van WIJ tegen ZIJ! ZIJ bestaan niet: Wij zijn het zelf.
De sigma-gedachte van Alexander Trocchi is een coup du monde, een spiritueel anarchistische greep – niet om macht, maar om het bewustzijn. Voorbij Scientology, voorbij het virus van de taal, elkaar vrijuit ontmoeten in ons meest creatieve zelf, dat spel om leven en dood, waarvan iedereen de uitkomst kent, niemand wint of verliest, en wij allen gelijken zijn; ware dat zo in de boze mensen – buiten – maatschappij. Als iedereen, ook de zogenaamde 'machthebbers', daarvan bewust zou zijn, was er geen oorlog, armoede, honger en uitbuiting. Wat wij eraan kunnen doen?
In de doos van Pandora bleef de hoop achter. Hoop doet leven.

Jan Wicherink, boek Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 202):
De channelling van de ‘Law of One’ door Carla Rueckert, hoewel zeer opmerkelijk, is zeker niet uniek. In 1969 stelde Jane Roberts een boek samen ‘Seth speaks’ van een vijfde dimensie entiteit die zichzelf identificeerde als Seth. Verrassend genoeg schetsen de leer van Ra en Seth nauwgezet en consistent een wetenschap en kosmologie die in deze tijd lijkt te worden bevestigd door de wetenschap.
Volgens de channeling van zowel Seth als de ‘Law of One’ heeft de mensheid altijd hulp ontvangen van buitenaards leven verkerend in hogere bewustzijnsdimensies in het universum. Deze entiteiten zijn verder ontwikkeld in de cycli van reïncarnatie naar de eenheid met God. Zij willen ons helpen in onze evolutie. In hun begripsvorming heeft het concept van gescheidenheid opgehouden te bestaan en door ons te helpen, helpen ze hun eigen evolutie! Om dit te kunnen inzien moeten we begrijpen dat we feitelijk multidimensionale wezens zijn die in meerdere dimensies tegelijkertijd bestaan, maar de mensheid is zijn bewustzijn hiervan verloren, aldus Ra.
P. 211: De globalisering heeft de wereld in een groot dorp veranderd zodat we niet langer kunnen negeren wat in afgelegen delen van de wereld gebeurt; het nieuws wordt in enkele minuten wereldwijd uitgezonden. Het probleem van de globalisering is dat lokale economieën nu zwaar afhankelijk zijn van de wereldeconomie; onrust waar ook ter wereld draagt het potentieel in zich om onze lokale economieën te verstoren. De economische ontwikkeling van China is een serieuze bedreiging voor de werkgelegenheid in alle Westerse landen. Naties zijn niet langer in staat om alle milieuproblemen waar ze voor staan zelf op te lossen. De oorlog tegen terrorisme kan niet gewonnen worden indien we het kernprobleem niet herkennen - onze foute ‘hullie en zullie’ redenering, de foutieve overtuiging dat wij aan de ‘juiste’ zijde staan van de ‘as van het kwaad’.

Diemer Vercayie Bedrijfsethiek of –retoriek? De zin of onzin van ethiek in het bedrijfsleven (p. 6):
“Concerns investeren enorme bedragen om het image van hun merken te cultiveren. Dat kunnen ze door te besparen op de arbeidskosten. Gevolg: erbarmelijke arbeidsomstandigheden, armoede en schending van de mensenrechten. Sociaal engagement is daarbij niet meer dan een reclameslogan.” Dit citaat is een typisch voorbeeld van de kritiek op praktijken van bedrijven en scepticisme ten opzichte van bedrijfsethiek. Bedrijfsethiek en termen als ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ zijn in, maar vanuit vele hoeken wordt er heftige kritiek op geformuleerd als zou het niet meer zijn dan retoriek van bedrijven om hun imago en daarmee het vertrouwen van de klant hoog te houden. De titel van deze verhandeling, Bedrijfsethiek of –retoriek, de zin of onzin van ethiek in de bedrijfswereld, wijst op deze kritiek en wat ik zou willen nagaan.

De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 211/212):
Uit de voorafgaande diagrammen, die mutatis mutandis kunnen worden toegepast op de Ronden, de bollen of de rassen, zal men zien dat het vierde lid van een reeks een unieke plaats inneemt. In tegenstelling tot de andere, heeft de vierde op hetzelfde gebied geen tweede bol naast zich, en hij vormt dus het steunpunt van de ‘balans’ die door de hele keten wordt voorgesteld. Dit is de sfeer waar de evolutionaire aanpassingen uiteindelijk plaatshebben, de wereld van de karmische weegschalen, de zaal van de gerechtigheid, waar de balans wordt opgemaakt die de toekomstige loop van de monade bepaalt tijdens de haar resterende incarnaties in de cyclus. En daarom kunnen geen monaden meer het mensenrijk binnengaan, nadat dit centrale keerpunt in de grote cyclus is gepasseerd, – d.w.z. na het midden van het vierde Ras in de vierde Ronde op onze bol. Wat betreft deze cyclus is de deur gesloten en de balans opgemaakt. Want als het anders zou zijn – als er een nieuwe ziel zou zijn geschapen voor elk van de talloze miljarden mensen die zijn heengegaan, en als er geen reïncarnatie zou zijn geweest – dan zou het ongetwijfeld moeilijk worden om ruimte te maken voor de ontlichaamde ‘geesten’, en de herkomst en de oorzaak van het lijden zouden nooit kunnen worden verklaard. Het ontstaan van het materialisme en het atheïsme, als protest tegen de beweerde goddelijke orde van de dingen, moet worden toegeschreven aan onbekendheid met occulte leringen en aan het opdringen van onjuiste opvattingen onder het mom van religieuze opvoeding.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 220/221):
(a) Alleen op gezag van de Toelichtingen wordt gezegd, dat met de kwalificatie de ‘vierde’, de ‘vierde Ronde’ wordt bedoeld. Deze kan evengoed de vierde ‘eeuwigheid’ als de ‘vierde Ronde’, of zelfs de vierde (onze) bol betekenen. Want, zoals herhaaldelijk zal worden aangetoond, is deze de vierde sfeer op het vierde of laagste gebied van het stoffelijke leven. En we zijn nu eenmaal in de vierde Ronde, op het keerpunt waarvan geest en stof tot volmaakt evenwicht moesten komen1. De Toelichting zegt als uitleg van het vers:
De heilige jongelingen (de goden) weigerden zich te vermenigvuldigen en soorten te scheppen naar hun gelijkenis, naar hun aard. Het zijn geen geschikte vormen (rupa’s) voor ons. Zij moeten groeien. Zij weigeren de chhaya’s (schaduwen of beelden) van hun minderen in te gaan. Zo heerste er vanaf het begin zelfzucht, zelfs onder de goden, en zij kwamen de karmische lipika’s onder ogen.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10 Boom, slang- en krokodilverering (p. 449):
De slang werd pas in de Middeleeuwen het symbool van het kwaad en van de duivel. De eerste christenen – en ook de gnostische ofieten – hadden hun tweevoudige logos: de goede en de slechte slang, de Agathodaemon en de Kakodaemon. Dit wordt bewezen door de geschriften van Marcus, Valentinus en veel anderen, en vooral in de Pistis Sophia – ongetwijfeld een geschrift uit de eerste eeuwen van het christendom. Op de marmeren sarcofaag van een graf, dat in 1852 bij de Porta Pia werd ontdekt, ziet men het tafereel van de aanbidding door de wijzen uit het oosten, ‘of anders’, zoals wijlen C.W. King in The Gnostics opmerkt, ‘het prototype van dat tafereel, de geboorte van de nieuwe zon’. De mozaïekvloer vertoonde een merkwaardige tekening die een voorstelling zou kunnen zijn, òf (a) van Isis die het kind Harpocrates voedt, òf (b) van de madonna die het kind Jezus voedt. In de kleinere sarcofagen die de grote omringden, vond men elf als boekrollen opgerolde loden platen, waarvan er drie zijn ontcijferd. De inhoud hiervan moet men beschouwen als een afdoend antwoord op een breedvoerig besproken vraag, want deze toont aan dat òf de eerste christenen tot de zesde eeuw bona fide heidenen waren, òf dat het dogmatische christendom op grote schaal van anderen was geleend en in zijn geheel naar de christelijke kerk was overgegaan – met zon, boom, slang, krokodil en al.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 450/451):
Deze symbolische zin is in zijn veelzijdige vormen in de ogen van alle latere dualistische religies – of liever theologieën – en vooral in het licht van het christendom, ongetwijfeld hoogst gevaarlijk en destructief. Toch is het niet gerechtvaardigd en ook niet juist te zeggen dat het christendom satan heeft bedacht en voortgebracht. SATAN heeft altijd bestaan als ‘tegenstander’, de tegenwerkende kracht die nodig is voor het evenwicht en de harmonie van de dingen in de Natuur – zoals de schaduw nodig is om het licht nog helderder te laten uitkomen, zoals de nacht die meer reliëf geeft aan de dag en zoals de kou die ons de weldaad van de warmte meer laat waarderen. Homogeniteit is één en ondeelbaar. Maar als het homogene Ene en Absolute niet alleen maar een manier van zeggen is en als de heterogeniteit met haar twee aspecten daarvan afstamt – en dus zijn in tweeën vertakte schaduw of weerspiegeling is – dan moet zelfs die goddelijke homogeniteit in zichzelf de essentie van zowel goed als kwaad bevatten. Als ‘God’ absoluut, oneindig en de universele wortel van alles in de Natuur en haar heelal is, waar komt dan het kwaad of de duivel vandaan, als het niet is uit dezelfde ‘gouden schoot’ van het absolute? Zo worden we gedwongen om òf de emanatie van goed en kwaad, van Agathodaemon en Kakodaemon te aanvaarden als loten van dezelfde stam van de Boom van het Zijn, òf ons neer te leggen bij de ongerijmdheid van een geloof aan twee eeuwige Absoluutheden!
452/453: Het is de vermenselijkte Demiurg, de schepper van hemel en aarde, als deze los wordt gezien van de gezamenlijke menigten van zijn medescheppers, die hij om zo te zeggen vertegenwoordigt en waarvan hij de synthese vormt. Nu is het de god van de theologieën. ‘De gedachte is de vader van de wens.’ Eens een filosofisch symbool dat werd overgelaten aan een ontaarde menselijke fantasie; daarna vervormd tot een duivelse, bedriegende, listige en jaloerse god.
Omdat draken en andere gevallen engelen elders in dit boek worden beschreven, zullen een paar woorden over de veel belasterde satan voldoende zijn. De onderzoeker zal er goed aan doen te bedenken dat de duivel bij elk volk, behalve de christelijke volkeren, tot op de dag van vandaag geen slechter wezen is dan het tegenovergestelde aspect in de tweevoudige natuur van de zogenaamde schepper. Dit is alleen maar natuurlijk. Men kan niet beweren dat god de synthese van het gehele Heelal is, alomtegenwoordig, alwetend en oneindig, en hem dan van het kwade scheiden. Omdat er in de wereld veel meer kwaad dan goed is, volgt hieruit op logische gronden dat god òf het kwade in zich moet bevatten, dan wel er de directe oorzaak van moet zijn, òf dat hij zijn aanspraken op absoluutheid moet opgeven. De Ouden begrepen dit zo goed, dat hun filosofen – nu nagevolgd door de kabbalisten – het kwade definieerden als de schaduwzijde van god of het goede: demon est deus inversus is een heel oud gezegde. Inderdaad is het kwade alleen maar een tegenwerkende blinde natuurkracht; het is reactie, weerstand en tegenstelling – kwaad voor sommigen, goed voor anderen. Er bestaat geen kwaad op zichzelf: alleen de schaduw van het licht; zonder deze zou het licht niet kunnen bestaan, zelfs niet in onze waarnemingen. Als het kwade verdween, zou het goede tegelijk daarmee van de aarde verdwijnen.
453 Het goede is alleen oneindig en eeuwig in het eeuwig voor ons verborgene, en daarom stellen wij het ons als eeuwig voor. Op de gemanifesteerde gebieden houdt het ene het andere in evenwicht.
456: In de menselijke natuur wijst het kwade alleen op de polariteit van stof en geest, een strijd om het bestaan tussen de twee gemanifesteerde beginselen in Ruimte en tijd; deze beginselen zijn uit zichzelf één, omdat ze zijn geworteld in het Absolute. In de Kosmos moet het evenwicht bewaard blijven. De werkingen van de twee tegengestelden brengen harmonie voort, evenals de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende krachten, die onderling afhankelijk en voor elkaar noodzakelijk zijn – ‘opdat beide kunnen leven’. Indien de ene wordt tegengehouden, zal de werking van de andere onmiddellijk tot zelfvernietiging leiden.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 Oeroude gedachten in een modern kleed (p. 639):
De hele Natuur is een gewijde plaats, zoals Young zegt:
‘Elk van deze sterren is een geheiligd huis’ . . .
Zo kan men aantonen dat alle exoterische religies de vervalste kopieën zijn van de esoterische leer. De priesters moeten verantwoordelijk worden gesteld voor de reactie ten gunste van het hedendaagse materialisme. Door het vereren, en door aan de massa de verering op te dringen, van de lege omhulsels – ten behoeve van de allegorie verpersoonlijkt – van heidense ideeën, heeft de laatste exoterische religie van de westerse landen een pandemonium gemaakt, waarin de hogere klassen het gouden kalf aanbidden en de lagere en onwetende massa ertoe wordt gebracht een afgod met lemen voeten te aanbidden.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 751):
Het kunnen Hermetische boeken zijn, maar geen boeken die door een van de twee Hermessen zijn geschreven – of beter gezegd door Thot (Hermes), de leidende intelligentie van het Heelal (zie het Dodenboek, hfst. xciv'') of door Thot, zijn aardse incarnatie die Trismegistus wordt genoemd, van de steen van Rosette.
Maar alles is twijfel, ontkenning, beeldenstorm en ruwe onverschilligheid in onze eeuw van honderden ‘ismen’ en geen religie. Elke afgod is verbrijzeld, behalve het gouden kalf.
Helaas kan geen volk of kunnen geen volkeren aan hun karmische lot ontkomen, evenmin als eenheden en individuen. De geschiedenis zelf wordt door de zogenaamde geschiedkundigen even weinig scrupuleus behandeld als kennis van legenden.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon.
35: ‘Elke wereld heeft haar moederster en zusterplaneet. Zo is de Aarde het geadopteerde kind en de jongere broer van Venus, maar haar bewoners hebben hun eigen aard . . . Alle bewuste voltooide wezens (volledig zevenvoudige mensen of hogere wezens) worden bij hun aanvang voorzien van vormen en organismen, geheel in harmonie met de aard en toestand van de sfeer die zij bewonen17.
De sferen van het Zijn of levenscentra, die afgezonderde kernen zijn die hun mensen en hun dieren voortbrengen, zijn talloos; niet één heeft ook maar enige gelijkenis met haar gezellin of met enige andere van haar eigen speciale nageslacht18.
‘Alle hebben een dubbele stoffelijke en geestelijke natuur.’
37: ‘Zeven schijnt bij alle beschaafde volkeren van de oudheid het bij uitstek heilige getal te zijn geweest. Waarom? Elk afzonderlijk volk heeft er een andere verklaring voor gegeven, overeenkomstig de bijzondere leerstellingen van zijn (exoterische) religie. Er is geen twijfel dat dit het getal van de getallen was voor de in de heilige mysteriën ingewijden. Pythagoras . . . noemt het het ‘voertuig van het leven’ dat lichaam en ziel bevat, omdat het is gevormd uit een viertal, dat wijsheid en intellect is, en uit een drie-eenheid of handeling en stof. Keizer Julianus drukt zich in ‘In matrem, enz.’ als volgt uit: ‘Als ik zou spreken over de inwijding in onze heilige mysteriën – waarvan door de Chaldeeën Bacchusdiensten werden gemaakt – betreffende de god met zeven stralen, die door middel daarvan de ziel verlicht, dan zou ik dingen zeggen die aan het gewone volk onbekend zijn, volstrekt onbekend, maar die goed bekend zijn aan de gezegende beoefenaars van de theürgie’ (blz. 141).’
42: In de Sepher Jezirah of ‘getallen van de schepping’ wordt het hele evolutieproces in getallen weergegeven. In de daarin voorkomende ‘32 paden van wijsheid’ wordt het getal 3 vier keer herhaald, en het getal 4 vijf keer. De wijsheid van God ligt dus besloten in getallen (sephrim of sephiroth), want sepher (of zonder klinkers s-ph-ra) betekent ‘in cijferschrift overbrengen’. En daarom zegt ook Plato dat de godheid meetkundig te werk gaat bij het bouwen van het Heelal.
Het kabbalistische boek, de Sepher Jezirah, begint met een verklaring over de verborgen wijsheid van Alhim in sephrim, d.i. de Elohim in de sephiroth.
‘In tweeëndertig paden vestigde de verborgen wijsheid Jah, JHVH, Tzabaoth, Elohi van Israël, Alhim van het leven, El van genade en barmhartigheid – verheven bewoner van de hemel en koning van het eeuwige, heilig zij zijn naam – en wel in drie sephrim, nl.: B-S’ph-r, V-S’ph-r, V-Siph-o-r.’
43: ‘Deze toelichting zet ‘de Verborgen Wijsheid’ van de oorspronkelijke tekst uiteen door middel van verborgen wijsheid, dat wil zeggen door het gebruik van woorden die een speciaal stel getallen en een speciale manier van uitdrukken meebrengen, die dat verklarende stelsel tot uiting laten komen, dat ook zo nauwkeurig op de Hebreeuwse bijbel blijkt te passen . . . Bij het uiteenzetten van zijn stelsel, en om dit door te voeren en zijn uitvoerige verklaring af te ronden tot een algemeen postulaat, nl. het ene woord sephrim (sephiroth) van het Getal Jezirah, verklaart de schrijver de splitsing van dit woord in de drie ondergeschikte vormen, een woordspeling op een gemeenschappelijk woord, s-ph-r, of getal.’
43/44: De drie woorden die in de tekst voorkomen, zijn: ספר ספר סיפור. En de rabbi zegt bij het toelichten ervan: ‘Het leert de Alhim-heid (3,1415) en Een-heid (de verhouding van de middellijn tot Alhim) door woorden (DBRIM, 41.224), waardoor er aan de ene kant oneindige uitdrukking in heterogene scheppingen is, en aan de andere kant een uiteindelijke harmonische neiging naar Een-heid’ (wat, zoals iedereen weet, de wiskundige functie van de ‘π’ van de scholen is, die de sterren van de hemel meet, weegt en telt, en ze toch door woorden herleidt tot de uiteindelijke Eenheid van het Heelal). ‘Hun uiteindelijke harmonie vervolmaakt zich in die Eenheid waardoor ze worden vastgelegd en die bestaat uit ספר ספר ספור (Boek van Al-Chazari); de rabbi laat dus in zijn eerste commentaar de jod of i uit een van de woorden weg, terwijl hij die later weer invoegt. De waarden van die ondergeschikte woorden blijken 340, 340, 346 te zijn; samen 1026, en de verdeling van het algemene woord in deze drie is geschied om deze getallen te verkrijgen, die door Temurah op verschillende wijzen voor diverse doeleinden kunnen worden veranderd.’ (Kabbala.)
45: ‘Verstandelijke waarneming’, zegt hij, ‘heeft het kosmische beginsel van het licht nodig om fysische waarneming te worden: en zo moet onze mentale cirkel zichtbaar worden door licht; of de cirkel moet voor zijn volledige manifestatie de cirkel zijn van fysische zichtbaarheid, of het licht zelf. Zulke zo geformuleerde begrippen werden de grondslag van de filosofie van het goddelijke, dat zich in het Heelal manifesteert.’
Dit is filosofie. Het is iets anders wanneer de rabbi in Al-Chazari zegt: ‘Onder s’ph-r moet worden verstaan het berekenen en wegen van geschapen lichamen. Want de berekening, door middel waarvan een lichaam in harmonie of symmetrie moet worden geconstrueerd, en met behulp waarvan de constructie op de juiste manier moet worden uitgevoerd en in overeenstemming gebracht met het ontwerp, bestaat tenslotte uit getal, uitgebreidheid, massa, gewicht; het gecoördineerde verband van bewegingen, en ook de harmonie van de muziek, moeten bestaan uit getallen, dat wil zeggen (S’ph-r) . . . Onder sippor (s’phor) moet worden verstaan de woorden van Alhim, waarbij het ontwerp van de bouw of de vorm van de constructie zich aanpast; zo werd er bijvoorbeeld gezegd: ‘Laat er licht zijn.’ Het werk ontstond naarmate de WOORDEN werden uitgesproken, d.w.z. naarmate de getallen van het werk te voorschijn kwamen.
Dit is een zonder scrupules verstoffelijken van het geestelijke.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 6 De evolutie van de 'zweetgeborenen' (p. 182/183):
De allegorie is heel scherpzinnig uitgedacht. Een groot intellect en te veel kennis zijn in het leven een tweesnijdend zwaard en kunnen zowel ten goede als ten kwade worden gebruikt. Wanneer ze worden gecombineerd met zelfzucht, maken ze van de hele mensheid een voetstuk tot verheffing van degene die ze bezit, en een middel om zijn doeleinden te bereiken; terwijl ze, aangewend voor altruïstische menslievende doeleinden, het middel kunnen worden om velen te redden. In elk geval maakt het ontbreken van zelfbewustzijn en van verstand van de mens een idioot, een beest in menselijke vorm. Brahma is mahat – het universele denkvermogen –, daarom vertonen de al te zelfzuchtigen onder de rakshasa’s de begeerte om van dat alles bezit te nemen – dus om mahat te ‘verslinden’. Het is een doorzichtige allegorie.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 10 DE GESCHIEDENIS VAN HET VIERDE RAS (p. 264):
12. ‘Veel namen heeft god hem (satan) gegeven, namen van mysterie, geheim en verschrikkelijk.’
13. ‘De tegenstander, omdat de stof zich verzet tegen de geest. De Tijd beschuldigt zelfs de heiligen van de Heer.’
28, 29, 31. ‘Vrees hem en zondig niet; spreek zijn naam sidderend uit . . . Want satan is de rechter van gods gerechtigheid (karma); hij draagt de weegschaal en het zwaard . . . Want hem zijn gewicht en maat en getal toevertrouwd.’
De Geheime Leer Deel II, Stanza 12 De oorsprong van de mythe van satan (p. 427/428):
Onder de religies van het verleden moeten we in Egypte naar de westerse oorsprong van deze eredienst zoeken. De ofieten namen hun riten over van Hermes Trismegistos, en de zonnedienst stak met zijn zonnegoden over van India naar het land van de farao’s. In de goden van Stonehenge herkennen we de godheden van Delphi en Babylon, en in die van de laatstgenoemde de deva’s van de vedische naties. Bel en de draak, Apollo en Python, Krishna en Kaliya, Osiris en Typhon zijn allen één onder veel namen – waarvan Michaël en de rode draak, en Joris en zijn draak de laatsten zijn. Omdat Michaël ‘één als god’ is, of zijn ‘dubbelganger’ voor aardse doeleinden, en een van de Elohim is, de strijdende engel, is hij eenvoudig een omzetting van Jehova. Welke kosmische of sterrenkundige gebeurtenis ook het eerst aanleiding gaf tot de allegorie van de ‘oorlog in de hemel’, de aardse oorsprong ervan moet men zoeken in de tempels van inwijding en in de archaïsche crypten. Hieronder volgen de bewijzen.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 541):
Is het ons dan niet toegestaan de diepe stromen van het verleden af te dreggen en zo de grondgedachte naar de oppervlakte te brengen, die leidde tot de transformatie van de wijsheid-god, die eerst was beschouwd als de schepper van alles wat bestaat, tot een engel van het kwaad – een belachelijke gehoornde tweevoeter, half geit en half aap, met hoeven en een staart? Wij hoeven geen moeite te doen om de heidense demonen van Egypte, India of Chaldea te vergelijken met de duivel van het christendom, want zo’n vergelijking is niet mogelijk. Maar we kunnen even stilstaan en een blik werpen op de biografie van de christelijke duivel, een ongeoorloofde herdruk uit de Chaldeeuws-Joodse mythologie.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 579/580):
De kabbalisten zeggen dat de ware naam van satan het omgekeerde is van die van Jehova, want ‘satan is geen zwarte god, maar de ontkenning van de witte godheid’ of het licht van de waarheid. God is licht en satan is de noodzakelijke duisternis of schaduw om dit licht te laten uitkomen, want zonder deze schaduw zou het zuivere licht onzichtbaar en onbegrijpelijk zijn3. ‘Voor de ingewijden’, zegt Eliphas Lévi, ‘is de duivel geen persoon maar een scheppende kracht, zowel ten goede als ten kwade’.
3) Wij citeren in dit verband Laing in zijn bewonderenswaardige boek Modern Science and Modern Thought (blz. 222, 3de druk): ‘Aan dit dilemma (het bestaan van het kwaad in de wereld) is niet te ontkomen, tenzij wij het denkbeeld van een antropomorfe godheid helemaal opgeven, en openlijk het wetenschappelijke denkbeeld van een ondoorgrondelijke en onvindbare Eerste Oorzaak aanvaarden, en van een heelal waarvan we de wetten kunnen opsporen, maar over de ware essentie waarvan we niets weten, en slechts een fundamentele wet kunnen vermoeden of vaag onderscheiden, die misschien de polariteit van goed en kwaad tot een noodzakelijke bestaansvoorwaarde maakt.’ Wanneer de wetenschap ‘de ware essentie’ kende in plaats van er niets over te weten, zou het flauwe vermoeden veranderen in de zekerheid dat er zo’n wet bestaat en dat deze wet met karma in verband staat.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan (p. 586/587):
Typhon de Egyptenaar, Python, de Titanen, de Sura’s en de Asura’s behoren alle tot dezelfde legende van geesten die de aarde bevolken. Ze zijn geen ‘demonen, aan wie is opgedragen dit zichtbare heelal te scheppen en te organiseren’, maar vormgevers (de ‘architecten’) van de werelden en de voorvaderen van de mens. Ze zijn metaforisch de gevallen engelen – ‘de ware spiegels van de eeuwige wijsheid’ (Perennial philosophy, Sanātana Dharma).
Wat is de absolute en volledige waarheid en de esoterische betekenis van deze universele mythe? De hele essentie van de waarheid kan niet van mond tot oor worden overgebracht. Er is ook geen pen die haar kan beschrijven, zelfs niet die van de engel die onze daden optekent, tenzij de mens het antwoord vindt in het heiligdom van zijn eigen hart, in de diepste diepten van zijn goddelijke intuïtie. Het is het grote ZEVENDE MYSTERIE van de schepping, het eerste en het laatste; en wie de Openbaring van Johannes leest, vindt misschien de schaduw ervan, verborgen onder het zevende zegel . . . Het kan alleen in zijn schijnbare, objectieve vorm worden afgebeeld, evenals het eeuwige raadsel van de sfinx. Toen deze laatste zich in de zee stortte en omkwam, was dat niet omdat Oedipus het geheim van de eeuwen had ontraadseld, maar omdat hij de grote waarheid voor altijd had onteerd door het eeuwig geestelijke en het subjectieve te antropomorfiseren. Daarom kunnen we het alleen geven vanuit het filosofische en intellectuele gezichtspunt, ontsloten met de respectievelijke drie sleutels – want de laatste vier van de zeven sleutels die de poorten tot de mysteriën van de Natuur wijd openen, zijn in handen van de hoogste ingewijden en kunnen niet aan de massa worden bekendgemaakt – tenminste niet in onze eeuw.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 660/661):
Dan komt het getal negen of het drievoudige drietal. Het is het getal dat zichzelf onder alle vormen en cijfers bij elke vermenigvuldiging onophoudelijk voortbrengt. Het is het teken van elke omtrek, omdat zijn waarde in graden gelijk is aan 9, nl. 3 + 6 + 0. Het is onder bepaalde omstandigheden een slecht getal, en brengt ongeluk. Terwijl het getal 6 het symbool was van onze bol, gereed om door een goddelijke geest te worden bezield, symboliseerde de 9 onze aarde, bezield door een slechte of boze geest.
Tien of de decade brengt al deze getallen terug tot eenheid, en daarmee eindigt de tabel van Pythagoras. Daarom was deze figuur – , eenheid binnen de nulhet symbool van de godheid, van het Heelal en van de mens. Dit is de geheime betekenis van ‘de sterke greep van de leeuwenklauw, van de stam van Juda’ tussen twee handen (de ‘meestergreep van de vrijmetselaars’), waarvan het gezamenlijke aantal vingers tien is.
is.
Als we nu aandacht schenken aan het Egyptische kruis of de tau, kunnen we ontdekken dat deze letter, die door de Egyptenaren, Grieken en Joden zo hoog werd vereerd, in een geheimzinnig verband staat met de decade. De tau is de alfa en de omega van de geheime goddelijke wijsheid, die wordt gesymboliseerd door de eerste en de laatste letter van Thot (Hermes). Thot was de uitvinder van het Egyptische alfabet en de letter tau stond aan het eind van de alfabetten van de Joden en de Samaritanen, die dit letterteken het ‘einde’ of de ‘vervolmaking’, ‘culminatie’ en ‘veiligheid’ noemden.
662/663: Opgevat als een samenstelling van 6 en 1, het zestal en de eenheid, was het getal zeven het onzichtbare middelpunt, de geest van alles (zie verder de toelichting op de 6), want er bestaat geen enkel lichaam waarvan de vorm door zes lijnen wordt bepaald zonder dat men daarin als middelpunt een zevende kan vinden (zie de kristallen en de sneeuwvlokken in de zogenaamde onbezielde natuur). Bovendien, zeiden zij, heeft het getal zeven alle volmaaktheid van de EENHEID – het getal van de getallen. Want, evenals de absolute eenheid ongeschapen en onverdeeld (dus getalloos) is en geen getal het kan voortbrengen, zo is dat ook met de zeven het geval: geen geheel getal onder de tien kan het voortbrengen. En de 4 levert een rekenkundige scheiding op tussen de een en de zeven, want de 4 overtreft het eerste met hetzelfde getal (drie) als het zelf door de zeven wordt overtroffen, omdat vier evenveel groter is dan een, als zeven groter is dan vier. (Uit een manuscript, zoals men veronderstelt, van ‘St. Germain’.)
‘Bij de Egyptenaren was het getal 7 het symbool van het eeuwige leven’, zegt Ragon, en hij voegt eraan toe dat daarom de Griekse letter Z, die slechts een dubbele 7 is, de beginletter is van zaō, ‘ik leef’, en van Zeus, ‘de vader van al het levende’.
Bovendien was het cijfer 6 het symbool van de aarde tijdens de ‘slaap’maanden van de herfst en de winter, en het cijfer 7 tijdens de lente en de zomer – omdat de geest van het leven haar in die tijd bezielde – de zevende of centrale bezielende kracht.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental, De tetraktis in verband met de zevenhoek (p. 675):
Zoals die alchemisten het uitdrukken: ‘Wanneer de drie en de vier elkaar kussen, voegt het viertal zijn middelste natuur bij die van de driehoek’ (of triade, d.w.z. het oppervlak van een van zijn vlakken wordt het middenvlak van de andere), ‘en wordt een kubus; dan pas wordt hij (de uitgevouwen kubus) het voertuig en het getal van het LEVEN, de vader-moeder ZEVEN.’
681: Het getal zeven, als een samenstelling van 3 en 4, is dus het factorelement in elke oude religie, omdat het het factorelement in de natuur is. Het gebruik ervan moet worden gerechtvaardigd, en er moet worden aangetoond dat zeven het getal par excellence is, want sinds het verschijnen van Esoteric Buddhism zijn vaak bezwaren gemaakt en is vaak twijfel geuit over de juistheid van deze bewering.
682: Het viertal wordt zowel in de Kabbala als door Pythagoras als het volmaaktste of liever als het heilige getal opgevat, omdat het voortkwam uit de een, de eerste gemanifesteerde eenheid, of liever de drie in één. Toch is de laatstgenoemde altijd onpersoonlijk, geslachtloos, onbegrijpelijk geweest, hoewel binnen de mogelijkheden van de hogere mentale waarnemingen.
Want: ‘Het viertal van de verstandelijke wereld (de wereld van mahat) is t’agathon, nous, psyche, hyle; terwijl dat van de waarneembare wereld (van de stof) – die eigenlijk is wat Pythagoras met het woord Kosmos bedoelde – vuur, lucht, water en aarde is. De vier elementen staan bekend onder de naam rizomata, de wortels of beginselen van alle gemengde lichamen’, d.w.z. de lagere Tetraktis is de wortel van de illusie van de wereld van de stof; en dit is het tetragrammaton van de joden en de ‘geheimzinnige godheid’ waarover de hedendaagse kabbalisten zoveel drukte maken!
683: ‘Het getal vier vormt dus het rekenkundige gemiddelde tussen de monade en het zevental, omdat het alle vermogens bevat, zowel van de voortbrengende als de voortgebrachte getallen; want van alle getallen onder de tien wordt dit uit een bepaald getal gemaakt; de verdubbelde duade vormt een viertal, en het viertal verdubbeld of uitgeslagen vormt het zevental. Twee met zichzelf vermenigvuldigd geeft vier; en weer met zichzelf vermenigvuldigd, de eerste kubus. Deze eerste kubus is een vruchtbaar getal, de grondslag van veelheid en verscheidenheid, bestaande uit twee en vier (steunende op de monade, de zevende). Zo vloeien de beide beginselen van tijdelijke dingen, de piramide en de kubus, vorm en stof, voort uit één bron, de vierhoek (op aarde), de monade (in de hemel) . . .’ (Zie Reuchlin, Cabala, I, ii.)
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 684/685):
Plutarchus verklaart (de Plac. Phil., blz. 878) dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. Bij de broeders van het rozenkruis vormde de figuur van het kruis of de uitgeslagen kubus het onderwerp van een verhandeling in een van de theosofische graden van Peuvret, en werd behandeld volgens de fundamentele beginselen van licht en duisternis, of goed en kwaad.
‘De begrijpelijke wereld komt op deze manier voort uit het goddelijke denkvermogen (of eenheid). De Tetraktis die zich bezint op haar eigen essentie, de eerste eenheid, voortbrengster van alle dingen, en op haar eigen begin, zegt het volgende: eenmaal een, tweemaal twee, en onmiddellijk verrijst er een viertal, met op zijn top de hoogste eenheid, en wordt een piramide, waarvan de basis een vlak vierkant is, dat overeenkomt met een oppervlak waarop het stralende licht van de goddelijke eenheid de vorm van onlichamelijk vuur voortbrengt, als gevolg van de afdaling van Juno (stof) naar lagere dingen. Daaruit komt essentieel licht voort, dat niet brandt maar verlicht. Dit is de schepping van de middenwereld, die de Hebreeën het Opperste noemen, de wereld van de (hun) godheid. Zij wordt Olympus genoemd, geheel en al licht en vol afzonderlijke vormen, waar de zetel van de onsterfelijke goden is, ‘deūm domus alta’, waarvan de top EENHEID is, de muur drie-eenheid en het oppervlak viereenheid.’ (Reuchlin, Cabala, blz. 689.)
686: Maar de pythagoreeërs beschouwden het getal zeven of de heptagoon als een religieus en volmaakt getal. Het werd ‘telesphoros’ genoemd, omdat door dit getal alles in het Heelal en de mensheid tot zijn einde, d.w.z. zijn hoogtepunt, wordt gevoerd (Philo, de Mund. opif.). De leer van de sferen, vanaf de tijd van Lemurië tot aan Pythagoras, toont aan dat zowel de zeven krachten van de aardse en ondermaanse natuur, die onder het bestuur van de zeven heilige planeten staan, als de zeven grote krachten van het Heelal, te werk gaan en zich evolueren in zeven tonen, die de zeven noten van de toonladder zijn.

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 3691 keer bekeken.