Deze filognostische presentatie is in aanbouw

8.3.2 Er is niets nieuws onder de zon

Paulus (Galaten hoofdstuk 2 vers 20): Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Hegel: De mens leert uit de geschiedenis dat de mens niets leert uit de geschiedenis.
Krishnamurti: En in die afstand, de verdeling tussen de ziener en het ding dat wordt gezien, in die verdeling ligt het gehele conflict van de mens.
Hoe meer we over 'de waarheid' praten of zelfs maar denken, hoe verder we die van ons wegduwen.
Geen enkele organisatie of georganiseerde religie kan de mens naar waarheid of naar zijn verlossing leiden.
Er bestaat geen pad naar de waarheid.
Het is de waarheid die vrij maakt, niet je pogingen om vrij te zijn.
Je moet je eigen leraar en je eigen leerling zijn.
De tijd is nu,
de tijd omvat … het verleden,
de toekomst is nu.
Dus de dood is nu (kies: 'uitspraken').

Waarheid ('Plato en Aristoteles', Absoluut en Relatief, Reciprociteit, Meta-leren)

Arthur Schopenhauer: Alle waarheid doorloopt drie stadia:
allereerst, wordt hij belachelijk gemaakt,
ten tweede wordt hij krachtdadig tegengewerkt,
en ten derde wordt hij geaccepteerd als vanzelfsprekend.

De basis van elk leerproces is: ‘Wat’ moeten we aan ‘Wie’, ’Wanneer’ en ‘Hoe’ leren, en ‘Waarom’ vinden we dat?
Herrmann, Jung, Kolb en Leary
Het meervoudig brein-model van Herrmann, het typologisch model van Jung, het model van leerstijlen van Kolb en de roos van Leary (en wellicht nog andere modellen) lijken ergens allemaal op elkaar.
De belangrijkste overeenkomst is dat deze modellen allemaal uitgaan van twee dimensies, waartoe verschillen tussen mensen te herleiden zijn.
- Bij Kolb is dat de dimensie concreet-abstract en de dimensie actief-passief
- Bij Herrmann is sprake van de dimensie ratio-emotie en de dimensie van orde-chaos
- Bij Jung is dat de dimensie intuïtion-sensation en de dimensie feeling-thinking
- Bij Leary is sprake van de dimensie boven-onder en de dimensie samen-tegen

Pim van Lommel: Elke gedachte die we hebben, blijkt dus een vorm van energie die eeuwig blijft bestaan. Pim van Lommel toonde aan dat verruimd bewustzijn (onbewust absoluut Bewustzijn) zonder hersenactiviteit mogelijk is. Dick Swaab, die de geest ziet als het produkt van de honderd miljard hersencellen (neuronen) die we hebben, heeft zeker voor een deel gelijk. De wet van arbeidsvermogen sluit in zich dat psychische beweging voortgebracht wordt door beweging. Daar psychische beweging slechts beweging is op het psychische gebied, een materieel gebied, heeft de psycholoog, die er niets dan stof in ziet gelijk (De Geheime Leer, Deel III, p. 601).

Pim van Lommel Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaring
Hoofdstuk 15 Er is niets nieuws onder de zon - Niets nieuws
303: Het is een eeuwenoud idee dat de ziel na de dood blijft bestaan, dat men een oordeel krijgt over hoe men geleefd heeft (de levensterugblik in de BDE) en daarna, afhankelijk van hoe men heeft geleefd, in een gelukzalige sfeer mag verblijven, of soms als straf in een angstwekkende omgeving terechtkomt.

Leen den Besten Eindeloos bewustzijn? Visie op bijna-dood ervaringen, De functie van de hersenen:
Hersenen en bewustzijn zijn onderling afhankelijk, maar mentale en emotionele processen zijn daarom nog niet identiek met of te herleiden tot hersenprocessen. Er is een wisselwerking tussen hersenen en bewustzijn. De hersenen spelen een rol bij de mogelijkheid om het dagelijks (waak)bewustzijn te ervaren. Maar ze beschikken over onvoldoende informatiecapaciteit om alle herinneringen met bijbehorende gedachten en gevoelens op te slaan en ze hebben ook niet voldoende capaciteit om opgeslagen informatie terug te vinden. Het lijkt niet juist te beweren dat het bewustzijn alleen maar het product kan zijn van hersenfuncties. Het bewustzijn beïnvloedt de werking van de hersenen zowel op korte als op langere termijn.

Om de verbindende patronen (merkwaardige lus) van de Kosmos te verklaren past Ken Wilber de filosofie van Arthur Koestler toe. Arthur Koestler bedacht de term ‘holon’ voor een entiteit die een geheel is en tegelijkertijd een deel van een ander geheel ('Monade + Duade').

Het boek Een scheurtje in de rand van de schepping van Marcelo Gleiser heeft op het fenomeen ‘Monade + Duade’ betrekking, het verschijnsel dat Meta-leren mogelijk maakt.

Al komt de vraag naar voren in hoeverre de materiële wereld, de 'natheid van water' die Erik Verlinde onderzoekt de kloof tussen de immateriële wereld van Laozi, 'De volledigheid is als water' zal overbruggen? Dit vraagstuk is analoog aan het hersenonderoek en de controverse tussen Ramachandran en Swaab. Het rapport ‘E i V’ geeft een nieuw perspectief op een oud vraagstuk. Primair gaat het om de kwaliteit van het recept, de Nieuwe levensrichting, het AOS-concept, BON, het Vierde Model of het Nieuwe Denken. Het rapport ‘E i V’ beoogt net als deze 'probleemgestuurde' modellen probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. We zitten in ons eigen wereldbeeld gevangen. Het outside the box-denken komt centraal te staan.

De praktische bruikbaarheid van het onderscheid tussen een relatieve en een absolute wereld komt in de psychologie van Roberto Assagioli naar voren. In zijn boek Psychosynthese wijst Assagioli er op dat we gedachten en emoties hebben, maar niet onze gedachten en emoties zijn. Gedachten en emoties komen en gaan, het zijn de steeds veranderende inhouden van ons bewustzijn. Het is net als met goed en kwaad, wijsheid en dwaasheid, zij hebben een relatief karakter. Het centrum van ons bewustzijn wordt gezien als een wit scherm waarop de verschillende beelden, de zogenaamde schaduwen van ons bewustzijn worden geprojecteerd. Plato geeft in zijn allegorie van de grot al een vergelijkbaar beeld. Volgens Plato is dat wat wij doorgaans beschouwen als de werkelijkheid slechts een zwakke afschaduwing van de échte werkelijkheid: de wereld van de ideeën. Deze ideeën bevinden zich in Plato’s hemel of ideeënrijk: een transcendente werkelijkheid. Het is de wereld van de absolute ruimtetijd.

Socrates toont zich met zijn dialogen een evenwichtskunstenaar. Socrates is leraar noch meester. De Socratische dialoog biedt een houvast om door het stellen van de juiste vragen dichter bij de waarheid, een synthese, een oplossing te komen. Maar de kernvraag blijft of degene die het goede kent het vervolgens ook doet?
De leuze Ken u zelf, Γνωθι σεαυτον (Gnoothi seauton), leek zijn leidmotief bij de benadering van kennis over de werkelijkheid. Hoe kan iemand iets kennen, als hij zichzelf niet kent? Wie kent er dan? En wat is de waarde van zulke ongegronde kennis? Hij leek vooral zelf op zoek naar die ultieme kennis van het diepste zelf, waarzonder men niets echt kent. En als men dat kent, dan weet men tenminste wie er niets kent, en kan vandaaruit reële kennis worden opgediept.

Herodes rekende erop dat de wijzen na hun bezoek aan Bethlehem bij hem verslag zouden uitbrengen, maar toen ze niet terugkwamen, liet hij alle kleine kinderen uit deze plaats vermoorden, de zogenaamde kindermoord van Bethlehem. Jozef en Maria waren echter met Jezus gevlucht naar Egypte.

De onschuld en de waarheid worden gekruisigd (Uit het evangelie van Johannes, 18:28 - 19:22)
(18:33) Pilatus dan ging weer het paleis van de stadhouder binnen en riep Jezus en zei tot hem: "Zijt gij de koning der joden?" Jezus antwoordde: "Zegt gij dit uit uzelf, of hebben anderen u over mij verteld?"' Pilatus antwoordde: "Ben ik soms een jood? Uw eigen natie en de overpriesters hebben u aan mij overgeleverd. Wat hebt gij gedaan?" Jezus antwoordde: "Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld. Indien mijn koninkrijk een deel van deze wereld was, zouden mijn dienaren hebben gestreden opdat ik niet aan de joden overgeleverd zou worden. Maar mijn koninkrijk is nu eenmaal niet uit deze bron." Daarom zei Pilatus tot hem: "Welnu, zijt gij dan een koning?" Jezus antwoordde: ,,U zegt dat ik een koning ben, ik zeg dat niet. Hiertoe ben ik geboren en hiertoe ben ik in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid. Een ieder die aan de zijde van de waarheid staat, luistert naar mijn stem. Pilatus zei tot hem: "Wat is waarheid?"

Wat is waarheid?
Kort voor Jezus' kruisdood kwam Hij tegenover een Romein te staan die zich, onder druk gezet door een ziedende menigte, wanhopig afvroeg wat dan toch wel die waarheid mocht zijn waar Jezus over sprak. In Johannes 18:38 vinden we deze gebeurtenis:
“Pilatus zei tot Hem: 'Wat is waarheid?' En na dit gezegd te hebben, kwam hij weer naar buiten tot de Joden en zei tot hen: 'Ik vind geen schuld in Hem'”.
De vraag naar de waarheid die Pontius Pilatus hier aan Jezus stelde was niet slechts een vraag die door een in het nauw gedreven Romein werd gesteld, maar een vraag die door alle eeuwen heen heeft geklonken. Zijn vraag was een reactie op de uitspraak van Jezus in Joh. 18:37: “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem”. Dit is één van die dingen waarop Jezus tijdens Zijn rondwandeling op deze aarde het felst werd aangevallen. De waarheid die Jezus verkondigde was het evangelie van het Koninkrijk Gods en dit vatte Hij samen in Matth. 18:11: “Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden”.

GEESTELIJKE PRINCIPES voor het ontdekken van GODs WAARHEID.
1e principe: Erken dat de WAARHEID alleen van God kan komen.
2e principe: Leer hoe je Gods WAARHEID zelf kunt ontdekken.
3e Principe: Wees bereid jouw eigen WAARHEID in te leveren bij God.
4e principe: Kies er steeds weer voor in je leven om het "WAARHEIDS GEBED" te bidden.
5e principe: Maak tijd vrij om Gods WAARHEDEN te ontdekken.
6e principe: Leer zelf de stem van God verstaan.

Hegel Het absolute
De '(Wereld)geest' bereikte zijn volkomen ontplooiing bij het bereiken van "de waarheid" of 'Het Absolute' (weten).

De essentie van de lezingen van Hazrat Inayat Khan was dat alle godsdiensten uit één en dezelfde goddelijke bron voortkomen en dat alle religies uiteindelijk op dezelfde God zijn gericht. God heeft vele benamingen en elk mens beleeft God op zijn eigen manier. Dit is dan ook de centrale boodschap van Hazrat Inayat Khan. Hij legde de nadruk op het feit dat het geen nieuwe religie is maar een op zichzelf staande levenshouding, "voor hen die zoeken naar waarheid". God moet je volgens hem niet buiten jezelf zoeken, maar binnen in jezelf.

Krishnamurti: Alleen als het denken – en niet alleen het denken, maar ook het leven – volledig harmonieus is, zonder tegenstellingen. Alleen zo’n denken kan waarheid vinden, kan waarheid waarnemen. Waarheid is niet iets abstracts, waarheid is hier.

Krishnamurti zegt dan dat de mens de waarheid moet ontdekken in de spiegel van zijn omgang met anderen, door inzicht te krijgen in zijn eigen bewustzijnsinhoud, door zuiver waar te nemen, niet door verstandelijke of zelfbeschouwend analyseren. Wanneer de mens gaat beseffen hoe zijn denken werkt zal hij zien hoe het de denker onderscheidt van de gedachte, de waarnemer van het waargenomene, de ervarende van de ervaring. Hij zal dan ontdekken dat dit onderscheid een illusie is. Dan blijft alleen het zuivere waarnemen over, dat inzicht is, zonder een spoor van het verleden of van tijd. Dat tijdloze inzicht veroorzaakt een diep ingrijpende verandering in de menselijke geest.

De crux van het rapport ‘E i V’ zit in de relatie tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan), tussen het zondebokmechanisme en het marktmechanisme of met andere woorden tussen heer en slaaf (politicals en professionals) respectievelijk tussen verkoper en koper. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

Krishna zegt in de Bhagavad Gita (hoofdstuk 4 sloka’s 7 en 8, tekst René Meijer):
(7) O zoon der Veelen, waar en wanneer er ook maar een afname is van de rechtschapenheid en het onrecht overweegt, manifesteer ik mezelf op dat moment. (8) Opdat zij die dorsten naar de waarheid een leven mogen hebben en de onverlaten een halt wordt toegeroepen, verschijn ik generatie na generatie ten tonele met de bedoeling de weg van de menselijke principes van de waarheid, de zuiverheid, de boete en het geweldloze mededogen opnieuw te vestigen.

De oorspronkelijke versie van De Geheime Leer is in 1888 gepubliceerd. In de tijd van Blavatsky was het atoom het kleinste deeltje. In het atoommodel van Ernest Rutherfords en Niels Bohr speelt het elektron een centrale rol. Later is het belang van de 'Moleculaire biologie en Genetica' (neuronen, genen en genoom) in betekenis toegenomen. Het zijn in het bijzonder de boeken van Ervin Laszlo die de wetenschappelijke inzichten in DGL aanvullen. De diverse puzzelstukjes nog beter op elkaar laten aansluiten.

Al blijft de vraag van Ervin Laszlo actueel hoe heeft het universum zich kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden? Het lijkt mogelijk een verband te leggen tussen het standaardmodel en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te voegen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal.

De Geheime Leer Deel I Inleiding (p. 20/21):
Meer dan één groot geleerde heeft verklaard dat er nooit een stichter van een religie was, hetzij Arisch, Semitisch of Turaans, die een nieuwe religie had bedacht of een nieuwe waarheid had geopenbaard. Deze stichters waren allen doorgevers, geen oorspronkelijke leraren. Zij brachten nieuwe vormen en interpretaties, terwijl de waarheden waarop deze berustten zo oud waren als de mensheid. Zij kozen één of meer van die grootse waarheden – die alleen voor de ware wijze en ziener zichtbare werkelijkheden waren – uit de vele die in het begin mondeling aan de mens bekend waren gemaakt en in de adyta van de tempels door inwijding tijdens de MYSTERIËN en door persoonlijke overdracht waren bewaard en instandgehouden – en zij openbaarden deze waarheden aan de massa. Zo ontving ieder volk op zijn beurt enkele van deze waarheden, onder de sluier van zijn eigen plaatselijke en bijzondere symboliek, die zich in de loop van de tijd ontwikkelde tot een meer of minder filosofische eredienst, een pantheon onder een mythische dekmantel. Daarom wijst dr. Legge23 erop, dat Confucius – door eerstgenoemde ‘nadrukkelijk een overbrenger en geen maker’ genoemd – een heel oude wetgever volgens de historische tijdrekening, hoewel hij in de wereldgeschiedenis als een heel moderne geleerde wordt beschouwd, het volgende zei: ‘Ik geef alleen door: ik kan geen nieuwe dingen scheppen. Ik geloof in de Ouden en daarom houd ik van hen24.’ (Geciteerd door Max Müller in zijn ‘Science of Religions’.)
25: Beide godsdiensten hebben hun bekeerlingen met het zwaard gemaakt; beide hebben hun kerken gebouwd op ten hemel reikende offeranden van menselijke slachtoffers. Boven de poort van de eerste eeuw van onze jaartelling vlamden als een noodlot de onheilspellende woorden ‘het KARMA VAN ISRAËL’. Boven de ingangen van onze eigen eeuw zal de toekomstige ziener andere woorden kunnen onderscheiden, die verwijzen naar het karma voor een handig samengestelde GESCHIEDENIS, voor opzettelijk verdraaide gebeurtenissen en voor het belasteren van grote figuren door het nageslacht, die onherkenbaar werden verminkt tussen de twee wagens van Jagannatha – kwezelarij en materialisme, waarvan de een te veel aanvaardt en de ander alles ontkent. Wijs is hij die zich aan het gulden midden houdt en die gelooft in de eeuwige rechtvaardigheid van de dingen. Zo zegt Faigi Diwan, de ‘getuige van de wonderbaarlijke toespraken van een vrijdenker die tot duizend sekten behoort’: ‘In de vergadering op de dag van de opstanding, wanneer de dingen uit het verleden zullen worden vergeven, zullen de zonden van de Ka’bah worden vergeven ter wille van het stof van christelijke kerken.’ Hierop antwoordt professor Max Müller: ‘De zonden van de islam zijn even waardeloos als het stof van het christendom. Op de dag van de opstanding zullen zowel mohammedanen als christenen de ijdelheid van hun religieuze leer inzien. De mensen strijden op aarde over de religie; in de hemel zullen ze ontdekken dat er maar één ware religie is – de verering van Gods GEEST26.’
Met andere woorden: ‘ER IS GEEN RELIGIE (OF WET) HOGER DAN DE WAARHEID’ – ‘SATYAT NASTI PARO DHARMAH’ – het devies van de maharadja van Benares, dat is overgenomen door de Theosophical Society.
De Geheime Leer Deel I Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 148):
De vraag, hoe mensen van de laatste paar eeuwen tot dezelfde denkbeelden en conclusies zijn gekomen, die tienduizenden jaren geleden in het verborgene van de adyta als grondwaarheden werden onderwezen, wordt afzonderlijk behandeld. Sommigen kwamen ertoe door de vooruitgang in de natuurwetenschap en door onafhankelijke waarneming; anderen – zoals Copernicus, Swedenborg en nog enkelen – hadden, ondanks hun grote geleerdheid, hun kennis veel meer te danken aan intuïtieve dan aan verkregen denkbeelden, die zij op de gebruikelijke manier in de loop van de studie hadden ontwikkeld13. (Zie ‘A Mystery about Buddha’.)
13: Swedenborg, die onmogelijk iets kon weten van de esoterische denkbeelden van het boeddhisme, is onafhankelijk hiervan in zijn algemene opvattingen de occulte leer dicht genaderd. Dit blijkt uit zijn verhandeling over de theorie van de draaiende bewegingen. In de vertaling ervan door Clissold, die door prof. Winchell wordt aangehaald, vinden we de volgende samenvatting: ‘De eerste Oorzaak is het Oneindige of Onbegrensde. Dit geeft het bestaan aan het eerste eindige of begrensde.’ (De logos in zijn manifestatie en het Heelal.) ‘Wat een grens voortbrengt, is analoog aan beweging. (Zie de eerste stanza hierboven.) De voortgebrachte grens is een punt, waarvan de essentie beweging is; maar omdat zij geen delen heeft, is deze essentie geen werkelijke beweging, maar slechts iets wat daarop lijkt.’ (In onze leer is het niet ‘iets verwants’, maar een overgang van eeuwige trilling in het ongemanifesteerde tot een draaiende beweging in de wereld van de verschijnselen of de gemanifesteerde wereld). . . . ‘Uit dit eerste ontstaan uitgebreidheid, ruimte, vorm, en opeenvolging of tijd. Evenals in de meetkunde een punt een lijn voortbrengt, een lijn een oppervlak, en een oppervlak een lichaam, zo neigt hier het punt naar lijnen, oppervlakken en lichamen. Met andere woorden, het Heelal is in aanleg aanwezig in het eerste natuurlijke punt . . . . de beweging, waarnaar de ingeboren neiging streeft, is cirkelvormig, omdat de cirkel de volmaaktste van alle figuren is. . . . De volmaaktste vorm van een beweging . . . moet eeuwig cirkelvormig zijn, dat wil zeggen, zij moet van het middelpunt naar de omtrek gaan en van de omtrek naar het middelpunt.’ (Aangehaald uit Principia Rerum Naturalia.) Dit is zuiver occultisme.
149: Met de ‘zes richtingen van de Ruimte’ wordt hier de ‘dubbele driehoek’ bedoeld, de samenvoeging en versmelting van zuivere geest en stof, van de arupa en de rupa, waarvan de driehoeken een symbool zijn. Deze dubbele driehoek is een teken van Vishnu, en ook Salomo’s zegel en de Sri-Antara van de brahmanen.
151: De wezenlijke eenheid van ieder bestanddeel van de samengestelde dingen in de Natuur van ster tot delfstoffenatoom, van de hoogste Dhyan-Chohan tot de kleinste infusoriën, in de meest ruime betekenis en toegepast, hetzij op de geestelijke, de verstandelijke, dan wel op de stoffelijke wereld – die eenheid is de enige fundamentele wet in de occulte wetenschap. ‘De godheid is onbegrensde en oneindige uitgebreidheid’, zegt een occult axioma; vandaar, zoals al werd opgemerkt, de naam Brahma14.
14) In de Rig Veda vinden wij de namen Brahmanaspati en Brihaspati afwisselend en als gelijkwaardig gebruikt. Zie ook de ‘Brihad Upanishad’; Brihaspati is een godheid die ‘de vader van de goden’ wordt genoemd.
De Geheime Leer Deel I Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters - De oorsprong van de mythe van satan (p. 437):
Als het onaangename kleine voorval dat volgde moest en nog steeds moet worden opgevat als de ‘erfzonde’, dan stelt dit de goddelijke vooruitziende blik van de schepper wel in een heel slecht licht. Het zou voor de eerste Adam (van hfst. 1) veel beter zijn geweest als hij òf ‘mannelijk en vrouwelijk’ òf ‘alleen’ was gelaten. Blijkbaar was de Heer God de werkelijke oorzaak van al het onheil, de ‘agent provocateur’, terwijl de slang – slechts een prototype was van Azazel, ‘de zondebok voor de zonde van (de god van) Israël’, de arme Tragos, die de straf moest ondergaan voor de blunder van zijn meester en schepper. Dit is natuurlijk alleen aan het adres van diegenen die de eerste gebeurtenissen van het drama van de mensheid in Genesis in hun dode-letter betekenis aanvaarden. Zij die deze gebeurtenissen esoterisch lezen, beperken zich niet tot fantastische speculaties en hypothesen; zij weten hoe zij de erin vervatte symboliek moeten lezen, en zij kunnen zich niet vergissen.
439: Satan vertegenwoordigt metafysisch eenvoudig het omgekeerde of de tegengestelde pool van alles in de natuur22. Hij is allegorisch de ‘tegenstander’, de ‘moordenaar’ en de grote vijand van alles, omdat er in het gehele heelal niets is dat niet twee kanten heeft – de keerzijden van dezelfde medaille. Maar in dat geval kunnen licht, goedheid, schoonheid, enz. met evenveel recht satan worden genoemd als de duivel, omdat zij de tegenstanders zijn van duisternis, slechtheid en lelijkheid.
22) In de demonologie is satan de leider van de oppositie in de hel, waarvan Beëlzebub de vorst was. Hij behoort tot de vijfde soort of klasse van demonen (waarvan er volgens de middeleeuwse demonologie negen zijn) en hij staat aan het hoofd van heksen en tovenaars. Maar zie in de tekst de ware betekenis van Baphomet, de satan met de geitenkop, die één is met Azazel, de zondebok van Israël. De Natuur is de god PAN.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 451/452):
In de Indiase filosofie behoren de Sura’s tot de eerste en stralendste goden en worden pas Asura’s wanneer de brahmaanse fantasie hen heeft onttroond. Satan heeft nooit een antropomorfe, geïndividualiseerde vorm aangenomen, voordat de mens ‘één levende persoonlijke god’ had geschapen; en toen nog slechts als noodzaak. Men had behoefte aan camouflage, een zondebok om de wreedheid, de flaters en de overduidelijke onrechtvaardigheid te verklaren, die werd bedreven door hem, aan wie men absolute volmaaktheid, barmhartigheid en goedheid toeschreef. Dit was het eerste karmische gevolg van het verlaten van een filosofisch en logisch pantheïsme, om als steun voor de luie mens ‘een barmhartige vader in de hemel’ in te voeren, van wie de daden als natura naturans, de ‘bevallige maar steenkoude moeder’, elke dag en elk uur de veronderstelling tegenspreken. Dit leidde tot de oertweelingen, Osiris-Typhon, Ormazd-Ahriman en tenslotte Kaïn-Abel en al die andere tegenstellingen.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 8 Leven, kracht en zwaartekracht (p. 591):
Maar de wetenschappers weten niets, en willen ook niets horen over het ‘zwaard van kennis’, dat door de adepten en asceten wordt gebruikt. Vandaar de eenzijdige opmerkingen van de ruimst denkenden onder hen, die zijn gebaseerd op en voortvloeien uit het overdreven belang dat wordt gehecht aan de willekeurige vertakkingen en onderverdeling van de natuurwetenschap. Het occultisme schenkt er weinig aandacht aan en de natuur nog minder. De hele reeks natuurverschijnselen komt voort uit de oorsprong van de etherākāśa, evenals het tweevoudige ākāśa voortkomt uit de zogenaamde ongedifferentieerde Chaos. Deze laatste is het primaire aspect van Mūlaprakriti, de wortelstof en het eerste abstracte denkbeeld dat men zich van Parabrahman kan vormen. De hedendaagse wetenschap kan haar hypothetisch opgevatte ether op zoveel manieren verdelen als ze wil; de werkelijke aether van de Ruimte zal altijd blijven zoals hij is.
592:Hij heeft zijn zeven beginselen, zoals al het andere in de natuur, en als er geen ether was, zou er geen geluid zijn, omdat hij het trillende klankbord in de natuur is in al haar zeven differentiaties. Dit is het eerste mysterie dat de ingewijden uit de oudheid leerden. Onze huidige normale fysieke zintuigen waren (vanuit ons huidige gezichtspunt) abnormaal in die tijd van langzaam voortgaande benedenwaartse evolutie en van val in de stof. En er was een tijd toen alles wat tegenwoordig wordt beschouwd als ‘verschijnselen’ en wat zo raadselachtig is voor de fysiologen, die nu zijn gedwongen erin te geloven – zoals gedachteoverbrenging, helderziendheid, helderhorendheid, enz.; kortom alles wat nu ‘wonderbaarlijk en abnormaal’ wordt genoemd – toen dat alles en veel meer hoorde tot de zintuigen en de vermogens die de hele mensheid bezat. Wij doorlopen echter teruggaande èn vooruitgaande cyclussen; d.w.z. terwijl we bijna tot het einde van het vierde Ras aan spiritualiteit hebben verloren wat we in fysieke ontwikkeling hebben gewonnen, verliezen wij (de mensheid) nu even geleidelijk en onmerkbaar in fysiek opzicht alles wat we in de spirituele re-evolutie terugwinnen. Dit proces moet voortgaan tot de tijd die het zesde Wortelras op één lijn zal brengen met de spiritualiteit van de tweede, al lang uitgestorven mensheid.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 9 De zonnetheorie (p. 601):
De stof is eeuwig’, zegt de esoterische leer. Maar de stof die de occultisten zich in haar laya- of nultoestand voorstellen, is niet de stof van de hedendaagse wetenschap; zelfs niet in haar meest ijle gasvormige toestand. De ‘stralende stof’ van Crookes zou stof van de grofste soort schijnen in het gebied van het begin, omdat stof zuivere geest wordt, voordat zij zelfs tot haar eerste punt van differentiatie is teruggekeerd. Als dus de adept of de alchemist eraan toevoegt dat, hoewel de stof eeuwig is, want zij is PRADHĀNA, er toch atomen worden geboren in elk nieuw manvantara of wederopbouw van het heelal, is dit niet zo’n tegenstrijdigheid als een materialist, die in niets buiten het atoom gelooft, zou kunnen denken. Er is een verschil tussen gemanifesteerde en niet-gemanifesteerde stof, tussen pradhâna, de beginloze en eindeloze oorzaak, en prakriti of het gemanifesteerde gevolg. De sloka zegt:
‘Wat de niet-geëvolueerde oorzaak is, wordt door de meest eminente wijzen nadrukkelijk pradhâna genoemd, oorspronkelijke grondslag, die zeer fijn prakriti is, nl. wat eeuwig is en wat tegelijk wel en niet is, niet anders dan een proces6.’
601/602: Wat in het hedendaagse spraakgebruik respectievelijk geest en stof wordt genoemd, is in eeuwigheid EEN als de eeuwigdurende oorzaak, en het is noch geest noch stof, maar HET – in het Sanskriet TAT (‘dat’) – alles wat is, was of zal zijn, alles wat de verbeelding van een mens zich kan voorstellen. Zelfs het exoterische pantheïsme van het hindoeïsme geeft het weer zoals geen enkele monotheïstische filosofie ooit heeft gedaan, want in verheven bewoordingen begint de kosmogonie ervan op de welbekende manier:
‘Er was geen dag en geen nacht, geen hemel en geen aarde, geen duisternis en geen licht. En er was niets anders dat door de zintuigen of door de verstandelijke vermogens kon worden waargenomen. Er was toen één Brahmâ;, in wezen prakriti (Natuur) en geest. Want de twee aspecten van Vishnu, die verschillen van zijn hoogste essentiële aspect, zijn prakriti en geest, en Brahman. Als deze twee andere ASPECTEN van hem niet langer voortbestaan maar worden opgelost, dan wordt dat aspect waaruit vorm en de rest – d.w.z. de schepping – opnieuw voortkomen, tijd genoemd, o tweemaal geborene.’
Dat wat is opgelost, of het bedrieglijke tweevoudige aspect van Dat, waarvan de essentie eeuwig EEN is, noemen we eeuwige stof of substantie (Zie Afd. II, ‘Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte’), vormloos, geslachtloos, niet waarneembaar, zelfs niet voor ons zesde zintuig of het denkvermogen7, waarin we daarom weigeren te zien wat de monotheïsten een persoonlijke, antropomorfe God noemen.
Hoe worden deze twee stellingen – ‘de stof is eeuwig’ en ‘het atoom is periodiek en niet eeuwig’ – door de hedendaagse exacte wetenschap gezien? De materialistische natuurkundige zal ze bekritiseren en er smalend om lachen.
606: De scheikunde wordt nu door de feiten gedwongen om zelfs onze voorstelling van de evolutie van de goden en atomen te aanvaarden, die zo veelbetekenend en onmiskenbaar wordt afgebeeld door de staf van Mercurius, de god van de wijsheid, en door de allegorische taal van de wijzen uit de oudheid. Een toelichting op de esoterische leer zegt:
. . . ‘Bij elk begin (elk nieuw manvantara) groeit en daalt de stam van de aśvattha (de boom van het Leven en het Zijn, de staf van Mercurius) neer uit de twee donkere vleugels van de zwaan (hamsa) van het leven. De twee slangen, de eeuwig levende en haar illusie (geest en stof), waarvan de twee koppen groeien uit de ene kop tussen de vleugels, dalen nauw ineengestrengeld af langs de stam. De twee staarten verenigen zich op aarde (het gemanifesteerde Heelal) tot één, en dit is de grote illusie, o lanoo!
607: Iedereen weet wat de staf van Mercurius is, die al door de Grieken is gewijzigd. Het oorspronkelijke symbool – met de drievoudige kop van de slang – werd veranderd in een staf met een knop, en de twee lagere koppen werden gescheiden, waardoor de oorspronkelijke betekenis wat werd vervormd. Toch is het voor ons doel de best mogelijke illustratie, deze laya-staf omstrengeld door twee slangen. De wonderbaarlijke krachten van de magische staf van Mercurius werden terecht door alle dichters uit de oudheid bezongen, en degenen die de geheime betekenis ervan begrepen, hadden daarvoor een heel goede reden.

De Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras en zijn goddelijke leermeesters - De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 469/470):
Als we nadenken over de achtereenvolgende stadia van ontwikkeling van de allegorie en het karakter van de helden, kan het mysterie worden ontraadseld. KRONOS is natuurlijk de ‘tijd’ in zijn cyclische verloop. Hij verslindt zijn kinderen – de persoonlijke goden van exoterische dogma’s daarbij inbegrepen. Hij heeft in plaats van Zeus, zijn stenen afgodsbeeld verslonden; maar het symbool is gegroeid en heeft zich in de menselijke verbeelding ontwikkeld naarmate de mensheid de dalende cyclus volgde, uitsluitend naar stoffelijke en verstandelijke – niet geestelijke – perfectie. Wanneer deze even ver is gevorderd in haar geestelijke evolutie, zal Kronos niet langer worden misleid. In plaats van het stenen beeld, zal hij de antropomorfistische fictie zelf hebben verslonden. En wel omdat de slang van wijsheid, die in de sabazische mysteriën wordt voorgesteld door de vermenselijkte logos, de eenheid van geestelijke en stoffelijke vermogens, in de tijd (Kronos) een nakomeling zal hebben verwekt – Dionysos-Bacchus of de ‘donkere Epaphos’, de ‘machtige’ – het ras dat hem ten val zal brengen. Waar zal hij worden geboren’? Prometheus volgt hem tot zijn oorsprong en geboorteplaats in zijn profetie aan Io. Io is de maangodin van de voortplanting – want zij is Isis en zij is Eva, de grote moeder9. Hij schetst het pad van de omzwervingen (van het ras) zo duidelijk als woorden kunnen uitdrukken.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 579/580):
De kabbalisten zeggen dat de ware naam van satan het omgekeerde is van die van Jehova, want ‘satan is geen zwarte god, maar de ontkenning van de witte godheid’ of het licht van de waarheid. God is licht en satan is de noodzakelijke duisternis of schaduw om dit licht te laten uitkomen, want zonder deze schaduw zou het zuivere licht onzichtbaar en onbegrijpelijk zijn3. ‘Voor de ingewijden’, zegt Eliphas Lévi, ‘is de duivel geen persoon maar een scheppende kracht, zowel ten goede als ten kwade’.
2) Wij citeren in dit verband Laing in zijn bewonderenswaardige boek Modern Science and Modern Thought (blz. 222, 3de druk): ‘Aan dit dilemma (het bestaan van het kwaad in de wereld) is niet te ontkomen, tenzij wij het denkbeeld van een antropomorfe godheid helemaal opgeven, en openlijk het wetenschappelijke denkbeeld van een ondoorgrondelijke en onvindbare Eerste Oorzaak aanvaarden, en van een heelal waarvan we de wetten kunnen opsporen, maar over de ware essentie waarvan we niets weten, en slechts een fundamentele wet kunnen vermoeden of vaag onderscheiden, die misschien de polariteit van goed en kwaad tot een noodzakelijke bestaansvoorwaarde maakt.’ Wanneer de wetenschap ‘de ware essentie’ kende in plaats van er niets over te weten, zou het flauwe vermoeden veranderen in de zekerheid dat er zo’n wet bestaat en dat deze wet met karma in verband staat.
580: Ook wat dit betreft waren de christenen zo onvoorzichtig te vergeten dat de bok tevens het slachtoffer was dat werd gekozen voor de verzoening van alle zonden van Israël, dat de zondebok inderdaad het offerdier en de martelaar was, het symbool van het grootste mysterie op aarde – de val in de voortplanting. Maar de joden hebben al lang de werkelijke betekenis vergeten van hun (voor de niet-ingewijden) belachelijke held, gekozen uit het levensdrama in de grote mysteriën die zij in de woestijn hebben opgevoerd; en de christenen hebben deze ware betekenis nooit gekend.
Eliphas Lévi probeert het dogma van zijn kerk te verklaren door middel van paradoxen en beeldspraak, maar slaagt er maar matig in, in vergelijking met de vele boekdelen die in onze negentiende eeuw door vrome rooms-katholieke demonologen zijn geschreven, goedgekeurd door en onder auspiciën van Rome. Voor de echte rooms-katholiek is de duivel of satan een werkelijkheid; het drama dat volgens de ziener van Patmos in het siderische licht werd opgevoerd – die misschien het verhaal in het Boek van Henoch wilde verbeteren – is even echt en historisch vaststaand als alle andere allegorieën en symbolische gebeurtenissen in de bijbel. Maar de ingewijden geven een verklaring die verschilt van die van Eliphas Lévi, die zich met zijn genie en scherpe verstand aan een bepaald hem door Rome voorgeschreven compromis moest onderwerpen.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan (p. 586/587):
Typhon de Egyptenaar, Python, de Titanen, de Sura’s en de Asura’s behoren alle tot dezelfde legende van geesten die de aarde bevolken. Ze zijn geen ‘demonen, aan wie is opgedragen dit zichtbare heelal te scheppen en te organiseren’, maar vormgevers (de ‘architecten’) van de werelden en de voorvaderen van de mens. Ze zijn metaforisch de gevallen engelen – ‘de ware spiegels van de eeuwige wijsheid’ (Perennial philosophy, Sanātana Dharma).
Wat is de absolute en volledige waarheid en de esoterische betekenis van deze universele mythe? De hele essentie van de waarheid kan niet van mond tot oor worden overgebracht. Er is ook geen pen die haar kan beschrijven, zelfs niet die van de engel die onze daden optekent, tenzij de mens het antwoord vindt in het heiligdom van zijn eigen hart, in de diepste diepten van zijn goddelijke intuïtie. Het is het grote ZEVENDE MYSTERIE van de schepping, het eerste en het laatste; en wie de Openbaring van Johannes leest, vindt misschien de schaduw ervan, verborgen onder het zevende zegel . . . Het kan alleen in zijn schijnbare, objectieve vorm worden afgebeeld, evenals het eeuwige raadsel van de sfinx. Toen deze laatste zich in de zee stortte en omkwam, was dat niet omdat Oedipus het geheim van de eeuwen had ontraadseld, maar omdat hij de grote waarheid voor altijd had onteerd door het eeuwig geestelijke en het subjectieve te antropomorfiseren. Daarom kunnen we het alleen geven vanuit het filosofische en intellectuele gezichtspunt, ontsloten met de respectievelijke drie sleutels – want de laatste vier van de zeven sleutels die de poorten tot de mysteriën van de Natuur wijd openen, zijn in handen van de hoogste ingewijden en kunnen niet aan de massa worden bekendgemaakt – tenminste niet in onze eeuw.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 21 Enoïchion-Henoch (p. 602):
Het ‘Boek van Henoch’ is apocrief verklaard. Maar wat is een apocrypha? Reeds uit de etymologie van het woord blijkt dat het eenvoudig een geheim boek is, d.w.z. een boek dat behoorde tot de catalogus van de tempelbibliotheken die werden bewaard door de hiërofanten en ingewijde priesters, en niet voor niet-ingewijden was bestemd. Apocrypha komt van het werkwoord crypto, κρύπτω, ‘verbergen’. Eeuwenlang werd het Enoïchion (het Boek van de ZIENER) bewaard in de ‘stad van de letteren’ en geheime boeken – het oude Kirjath-Sepher, later Debir (zie Jozua xv, 15).
603: Tenslotte is Thoth-Lunus de zevenvoudige god van de zeven dagen of de week. Esoterisch en spiritueel betekent Enoïchion de ‘ziener met het open oog’.
604: Zoals al is gezegd, betekent het Griekse Enoïchion het ‘innerlijke oog’ of de ziener; in het Hebreeuws en met behulp van de Masoretische punten betekent het de inwijder en leermeester, . Henoch is een soortnaam; bovendien is zijn legende ook die van verschillende andere profeten, joodse en heidense, met afwijkingen in de verzonnen details, terwijl de grondvorm dezelfde is. Elia wordt levend in de hemel opgenomen; en de astroloog aan het hof van Isdubar, de Chaldeeuwse Hea-bani, wordt eveneens naar de hemel verheven door de god Hea, die zijn beschermheer was, zoals Jehova dit was van Elia (de naam van Elia is in het Hebreeuws ‘God-Jah’, Jehova, ), en ook van Elihu, wat dezelfde betekenis heeft.
605/606: Dit bewijst slechts dat Henoch of het equivalent daarvan zelfs in de tijd van de latere talmoedisten een term was die ‘ziener’, ‘adept in de geheime wijsheid’, enz. betekende, zonder enige omschrijving van het karakter van de titeldrager. Als Josephus, wanneer hij over Elia en Henoch spreekt (Antiquities, ix, 2), opmerkt dat ‘er in de heilige boeken staat geschreven dat zij (Elia en Henoch) verdwenen, maar zó, dat niemand wist dat zij stierven’, dan betekent dit eenvoudig dat zij in hun persoonlijkheden waren gestorven, zoals yogi’s nog steeds in India sterven, of zelfs enkele christelijke monniken voor de wereld. Ze verdwijnen uit het gezicht van de mensen en sterven – op het aardse gebied – zelfs voor zichzelf. Een schijnbaar figuurlijke manier van spreken, maar letterlijk waar.
606: In een andere betekenis verdween Henoch, ‘hij wandelde met God en hij was er niet, want God had hem weggenomen’; deze allegorie heeft betrekking op het verloren gaan van de heilige en geheime kennis voor de mensen; want ‘God’ (of Java Aleim – de hoge hiërofanten, de hoofden van de colleges van ingewijde priesters4) nam hem weg; met andere woorden, de Henochs of de Enoïchions, de zieners en hun kennis en wijsheid werden bij de joden strikt gebonden aan de geheime colleges van de profeten, en bij de heidenen aan de tempels.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 23 De upanishads in de gnostische literatuur (p. 641):
De zo vaak in de Upanishads en de Purāna’s gebruikte woorden ‘geluid’ en ‘spraak’ kunnen bijvoorbeeld worden vergeleken met de gnostische ‘klinkers’ en de ‘stemmen’ van de donderslagen en engelen in de Openbaring. Deze vindt men ook in de Pistis Sophia en andere oude fragmenten en handschriften. Dit werd zelfs opgemerkt door de nuchtere schrijver van The Gnostics and their Remains.
Via Hippolytus, een van de eerste kerkvaders, weten we wat aan Marcus – eerder een pythagoreeër dan een christelijke gnosticus, en stellig een kabbalist – in een mystieke openbaring was meegedeeld. Er wordt gezegd dat ‘aan Marcus werd geopenbaard dat ‘de zeven hemelen’1 . . . elk één klinker lieten horen, die samen een volledige lofzang vormden’; duidelijker gezegd: ‘het geluid daarvan, dat (uit deze zeven hemelen) omlaag werd gebracht naar de aarde, werd de schepper en vader van alle dingen die op aarde zijn’. (Zie Hippolytus, vi, 48 en King, Gnostics, blz. 200.) Wanneer de occulte manier van zeggen in eenvoudiger taal wordt omgezet, staat er: ‘Nadat de zevenvoudige logos zich had gedifferentieerd in zeven logoi of scheppende machten (klinkers), schiepen deze (de tweede logos of het ‘geluid’) alles op aarde.’
641/642: Wie bekend is met de gnostische literatuur, zal zonder twijfel in de Apocalyps van Johannes een boek van dezelfde school zien. Want Johannes zegt daarin (hfst. x, 3, 4): ‘Zeven donderslagen lieten hun stemmen horen . . . en ik zou hebben geschreven . . . (maar) ik hoorde een stem uit de hemel die tegen mij zei: ‘Verzegel wat de zeven donderslagen hebben gesproken, en schrijf dat niet’.’ Hetzelfde bevel wordt aan Marcus gegeven en aan alle half en volledig ingewijden. Maar de overeenstemming van de gebruikte gelijkwaardige uitdrukkingen en van de eraan ten grondslag liggende ideeën, verraadt altijd een deel van de mysteriën. We moeten in elk mysterie dat allegorisch is geopenbaard, altijd naar meer dan één betekenis zoeken; vooral in die waarin het getal zeven en het product zevenmaal zeven of negenenveertig voorkomen.
643/643: De mysteriën van de zeven gnostische klinkers, uitgesproken door de donderslagen van Johannes, kunnen alleen worden ontraadseld door het eerste en oorspronkelijke occultisme van Aryavarta, dat door de oude brahmanen, die in Midden-Azië waren ingewijd, naar India werd gebracht. En dit is het occultisme dat wij bestuderen en zoveel als in deze bladzijden mogelijk is, proberen te verklaren. Onze leer van zeven Rassen en zeven Ronden van leven en evolutie rond onze aardketen van bollen, kan men zelfs in de Openbaring vinden4. Toen de zeven ‘donderslagen’ of ‘geluiden’ of ‘klinkers’ – één van de zeven betekenissen van elk zo’n klinker heeft rechtstreeks betrekking op onze aarde en haar zeven Wortelrassen in elke Ronde – ‘hun stemmen hadden laten horen’ – maar de Ziener hadden verboden deze op te schrijven, en hem ‘die dingen hadden laten verzegelen’ – wat deed toen de engel ‘die op de zee en op de aarde stond’? Hij hief zijn hand op naar de hemel en ‘zwoer bij hem die leeft in alle eeuwigheid . . . dat de tijd niet meer zou zijn’. ‘Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij zal beginnen te bazuinen, zal het mysterie van God (van de cyclus) zijn beëindigd’ (x, 7), wat in theosofisch spraakgebruik betekent dat, wanneer de zevende Ronde is voltooid, de tijd zal ophouden. ‘De tijd zal niet meer zijn’, wat vanzelfsprekend is, omdat pralaya zal beginnen en er niemand op aarde zal overblijven om een tijdsindeling te maken, zolang die toestand van periodieke ontbinding en stilstand van bewust leven voortduurt.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. 749/750):
Van dat alles zijn we even goed op de hoogte als van dit – dat het bovenstaande door de heel geleerde Engelse verbreider van de theorieën van Huxley en Haeckel nooit is toegepast op het genus homo. Hij beperkt zich tot klompjes protoplasma, planten, bijen, slakken en dergelijke. Maar als hij trouw wil blijven aan de theorie van de afstamming, moet hij even trouw zijn aan de ontogenese, waarin de fundamentele biogenetische wet, zoals men ons zegt, als volgt luidt: ‘de ontwikkeling van het embryo (ontogenie) is een beknopte en verkorte herhaling van de evolutie van het ras (fylogenie). Deze herhaling is des te vollediger naarmate de ware oorspronkelijke orde van evolutie (palingenese) door voortdurende overerving beter bewaard is gebleven. Anderzijds is deze herhaling minder volledig, naarmate door verschillende aanpassingen een latere oneigenlijke ontwikkeling (caenogenese) plaatshad.’ (Anthrop., 3e druk, blz. 11.)
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 4 Duur van de geologische tijdperken (p. 796):
Adam en Eva, de slang en de erfzonde, gevolgd door de verzoening door het bloed hebben te lang ons denken in de weg gestaan, en zo werd de universele waarheid opgeofferd aan de krankzinnige verwaandheid van ons, kleine mensen.
Wat zijn nu de bewijzen hiervoor? Behalve op deductie berustend bewijsmateriaal en logische redenering, bestaan er voor de niet-ingewijde geen bewijzen. Voor de occultisten, die geloven in de kennis die door talloze generaties zieners en ingewijden is verkregen, zijn de gegevens die in de geheime boeken worden geboden, volstrekt voldoende. Het grote publiek heeft echter andere bewijzen nodig. Er zijn sommige kabbalisten en zelfs sommige oosterse occultisten die, omdat zij in de mystieke boeken van de volkeren geen overeenstemmende bewijzen op dit punt vinden, aarzelen de leer te aanvaarden. Zelfs zulke ‘overeenstemmende bewijzen’ zullen al snel worden geleverd.
797/798: En dit is letterlijk waar. Want zelfs grote adepten (ingewijden natuurlijk) kunnen, hoewel ze geoefende zieners zijn, slechts aanspraak maken op grondige bekendheid met de aard en uiterlijke vorm van planeten en hun bewoners die tot ons zonnestelsel behoren. Ze weten dat bijna alle planetaire werelden bewoond zijn, maar hebben alleen toegang – zelfs in de geest – tot die van ons stelsel; en ze zijn zich ook ervan bewust hoe moeilijk het is, zelfs voor hen, om zich volledig in verbinding te stellen met alleen al de bewustzijnsgebieden binnen ons stelsel, die echter verschillen van de bewustzijnstoestanden die op deze bol mogelijk zijn, d.w.z. op de drie gebieden van de keten van bollen boven onze aarde.
799: Wetenschappelijke redeneringen en waargenomen feiten komen dus overeen met de uitspraken van de ziener en de innerlijke stem van het menselijke hart, als zij verklaren dat er leven – intelligent, bewust leven – op andere werelden dan de onze moet bestaan.
Maar dit is de grens waarbuiten de gewone vermogens van de mens hem niet kunnen brengen. Er zijn veel romantische verhalen en sprookjes, sommige zuiver fantasie, andere vol wetenschappelijke kennis, waarin wordt geprobeerd het leven op andere bollen voor te stellen en te beschrijven. Maar ze geven allemaal slechts een verminkte kopie van het levensdrama om ons heen. Het zijn òf, zoals bij Voltaire, de mensen van ons eigen ras onder een microscoop, òf het is, zoals bij De Bergerac, een bekoorlijk spel van fantasie en satire; maar we vinden altijd dat de nieuwe wereld eigenlijk slechts die is waarin we zelf leven. Deze neiging is zo sterk, dat zelfs grote niet-ingewijde zieners met een natuurlijke aanleg, indien niet geoefend, er het slachtoffer van worden; getuige Swedenborg, die zo ver gaat de bewoners van Mercurius, die hij in de geestenwereld ontmoet, in de kleding te zien zoals die in Europa wordt gedragen.
800: Wanneer we daarom ontdekken dat er in de bijbels van de mensheid wordt gesproken over ‘andere werelden’, kunnen we veilig concluderen dat deze niet alleen betrekking hebben op andere toestanden van onze planeetketen en aarde, maar ook op andere bewoonde bollen – sterren en planeten; daarbij komt dat men over deze laatste nooit speculeerde. De hele oudheid geloofde in de universaliteit van het leven. Maar geen werkelijk ingewijde ziener van enig beschaafd volk heeft ooit verkondigd dat het leven op andere sterren kon worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf van het aardse leven. Wat in het algemeen met ‘aarden’ en werelden wordt bedoeld, heeft betrekking op (a) de ‘wedergeboorten’ van onze bol na elk manvantara en een lange periode van ‘verduistering’; en (b) de periodieke en algehele veranderingen van het oppervlak van de aarde, wanneer continenten verdwijnen om plaats te maken voor oceanen, en oceanen en zeeën met geweld worden verplaatst en naar de polen gestuwd om plaats in te ruimen voor nieuwe continenten.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 7 Bewijzen voor verzonken continenten (p. 906):
De sleutel van de wijsheid die de massieve poorten opent die leiden naar de geheimen van de binnenste heiligdommen, kan alleen in haar schoot worden gevonden: en die schoot ligt in de landen die door de grote ziener van de vorige eeuw, Emanuel Swedenborg, zijn aangeduid. Daar ligt het hart van de natuur, dat heiligdom waaruit de eerste rassen van de oorspronkelijke mensheid voortkwamen, en dat de bakermat van de fysieke mens is.

Individualiteit (Steen der wijzen, Vijf individuele - en collectieve dimensies, Ken uzelve)

Aristoteles: Alles wat in de ziel zit, is slechts een weerspiegeling van voorwerpen in de natuur.
Valentinus: Zelfkennis is Godskennis.
Michel de Montaigne: Elke mens draagt in zich het geheel van de menselijke conditie.

Momenteel bestaat het probleem dat langzamerhand elke monodiscipline zijn eigen werkelijkheid gaat creëren. Gelukkig biedt de schepping een mogelijkheid door schade en schande wijs te worden. In plaats van het lineaire denken dient aan het evolutionaire kringloop denken meer aandacht te worden besteed. Er bestaan meer opties om naar de wereld te kijken. Het rapport ‘E i V’ laat zien dat het uiteindelijk om het kringloopdenken (net als de mandala), de kwintessens draait. Het gaat er om te leren, de artificiële illusionaire geschapen twee-eenheid (Dualiteit), Geest en Lichaam, Religie en Wetenschap opnieuw met elkaar te verbinden. In de esoterie zijn geest en lichaam de twee toestanden van het ENE, dat noch geest noch stof is; beide zijn latent het absolute leven. Met name de interdisciplinaire benadering brengt de wetenschap een stapje verder. Biologen hebben zeker gelijk wanneer ze culturen vergelijken met plantaardige organismen, die opbloeien, rijpen, verwelken en tenslotte afsterven. De fase waarin Nederland zich bevindt begint al duidelijk minder fris te ruiken.

Zelfkennis, waarlijk begrip, speelt een belangrijke rol om terug te kunnen keren naar het Pleroma (goddelijke volheid). Wie dat mist, wordt gedreven door driften die hij niet begrijpt. De ziel heeft in zichzelf het vermogen tot bevrijding of beschadiging. In Nag Hammadi staat geschreven “Als je voortbrengt wat in je is, zal dat wat door jou wordt voortgebracht. je redden. Als je niet voortbrengt wat in je is, zal dat wat door jou niet wordt voortgebracht, je vernietigen.” De ziel is in wezen op zichzelf maar in het aardse bestaan zijn er leraren, begeleiders, toevallige mensen die een ziel op weg kunnen helpen naar het pleroma. De grote meesters van alle tijden zoals Jezus, Boeddha, Krishnamurti en vele anderen zijn nimmer verlossers maar begeleiders.

Frank Arjava Petter begrippen Persoonlijkheid en Individualiteit:
Persoonlijkheid. Theosofen maken een duidelijk en scherp onderscheid tussen de Persoonlijkheid en de individualiteit (zie aldaar), niet in diepste wezen maar in eigenschappen. Persoonlijkheid komt van het Latijnse woord persona, dat masker betekent, waardoor de acteur, de geestelijke individualiteit spreekt. De Persoonlijkheid omvat de gehele lagere mens, alle psychische, astrale en fysieke impulsen, gedachten en neigingen en wat al niet meer. Ze is de weerspiegeling van de individualiteit in de stof, maar omdat ze een stoffelijk iets is, kan ze ons omlaag voeren, ofschoon ze in wezen een weerspiegeling van het hoogste is. Als we ons bevrijden van de overheersing van de persoon, het masker, de sluier, waardoor de individualiteit handelt, dan geven we uitdrukking aan alle geestelijke en zogenaamd bovenmenselijke eigenschappen. Dat zal in de toekomst gebeuren, in de ver verwijderde aeonen van de toekomst, wanneer ieder mens een Boeddha zal zijn geworden, een Christus. Dat is de bestemming van het menselijk ras.
In het Occultisme is het onderscheid dat tussen de Persoonlijkheid en de onsterfelijke individualiteit wordt gemaakt hetzelfde als dat tussen het lagere viertal of de vier lagere beginselen van de menselijke constitutie en de drie hogere beginselen van die constitutie of de hogere triade. De hogere triade is de individualiteit; de Persoonlijkheid is het lagere viertal. De combinatie van deze twee tot een eenheid tijdens het leven op aarde brengt voort wat we nu de mens noemen. Tot het gebied van de Persoonlijkheid behoren alle karaktertrekken en herinneringen, impulsen en karmische eigenschappen van één stoffelijk leven, terwijl de individualiteit de ego van aeonen is, onvergankelijk en onsterfelijk voor de duur van een zonnemanvantara. Het is de individualiteit die door haar straal of menselijke astraal-vitale monade keer op keer reïncarneert en zich dan bekleedt met de ene Persoonlijkheid na de andere.
Individualiteit. Theosofen maken een scherp en groot onderscheid tussen de Individualiteit en de persoonlijkheid. De Individualiteit is het geestelijk-intellectuele en onvergankelijke deel van ons; onsterfelijk, tenminste voor de duur van de kosmische manvantara - onze kern, onze werkelijke essentie, de geestelijke zon in ons, onze innerlijke god. De persoonlijkheid is de sluier, het masker, en bestaat uit verschillende omhulsels van bewustzijn door middel waarvan de Individualiteit werkt.
Het woord 'Individualiteit' betekent dat wat niet kan worden gedeeld, dat wat in filosofische zin eenvoudig en zuiver is, ondeelbaar, ongecompliceerd, oorspronkelijk. Het is niet heterogeen; het is niet samengesteld; het is niet uit andere bestanddelen opgebouwd; het is het ding op zichzelf. Daarentegen zijn de tussenliggende en lagere natuur samengesteld en daarom vergankelijk; ze zijn opgebouwd uit andere elementen dan zijzelf. Strikt genomen zijn 'Individualiteit' en 'monade' identieke begrippen maar beide woorden komen van pas door het verschil in gebruik, zoals ook bewustzijn en zelfbewustzijn in wezen identiek zijn, maar toch als afzonderlijke woorden bruikbaar wegens de verschillen die erin besloten liggen. (Zie Monade).

Individuatie is het algemene begrip dat Carl Jung gebruikte voor het leren kennen van de totaliteit van de psyche en het toekennen van de centrale plaats aan het ‘Zelf’, en die niet uit te leveren aan het ego. De theosofie maakt daarentegen van het begrip individualiteit gebruik.

De zevenvoudige samenstelling van de mens, Els Reineker Leven na leven:

Het begrip individuatie van Jung kan met het begrip onpersoonlijk in de filognosie worden vergeleken.

Om het aardse met het hemelse te verbinden gebruikt de Theosofie het begrip Individualiteit, Carl Jung Individuatie en de filognosie Onpersoonlijk. Het gebruik van deze 'synoniemen' biedt een gemeenschappelijk kader waardoor het mogelijk is de authentieke projectie (het goddelijke) van het Ken uzelve te doorgronden.

Freek van Leeuwen maakt van het begrip zelfverwerkelijking (zelf-ontplooiing) gebruik. In zijn boek De Levensweg (p. 77, 90 en 193) past hij het cybernetische model toe.

Roberto Assagioli boek Pschychosynthese (p. 31):
(1) de ogenschijnlijke dualiteit, het schijnbaar bestaan van twee zelven in ons; het lijkt inderdaad alsof er twee zelven in ons bestaan, omdat het persoonlijke zelf zich gewoonlijk niet bewust is van het andere Zelf, en zelfs zover gaat dat het het bestaan ervan ontkent; het andere, het ware Zelf daarentegen is latent, en openbaart zich niet rechtstreeks aan ons bewustzijn;
(2) de werkelijke eenheid en het unieke karakter van het Zelf; in werkelijk bestaan er geen twee zelven, geen twee onafhankelijke en aparte, afgescheiden eenheden; het Zelf is één; het openbaart zichzelf in verschillende graden van gewaar-zijn en zelfverwerkelijking; de afspiegeling schijnt op zichzelf te bestaan, maar heeft in werkelijkheid geen autonome, eigen inhoud; zij is, met andere woorden, geen nieuw, ander licht, maar een projectie van haar lichtende bron.
Roberto Assagioli bespreekt op p. 32 de route, de verschillende stadia, om tot een harmonische innerlijke eenheid te komen.

ABC’s van Gedrag
Het gedrag maakt deel uit van eindeloos wederkerige interactie onder de genetica van een individu, gedragsgeschiedenis en omgevingscontext waarin het gedrag wordt uitgevoerd.

Het probleem is dat we allemaal meer of minder met autisme (conditioneringen, beperkingen) zijn behept. Gedrag wordt vooral bepaald door de omstandigheden in de buitenwereld (nurture) te veranderen.

Simon Vinkenoog: De eenheid in oneindige verscheidenheid. De macro- en de microkosmos, en wij mensen precies in het midden daarvan aanwezig.

Kies: 'Alchemie' en 'Ralph Metzner' etc.
Kies: 'Geschiedenis' en 'Islam, de onbegrepen religie, Rene Derkse 1988'
Kies: 'WereldInBeweging' Sri Aurobindo

De universele polariteit is voor een levenskunstenaar van bijzondere betekenis. Voor een gelukkig, harmonisch en succesrijk leven zijn ideale liefdesbetrekkingen met een partner onontbeerlijk. Zij berusten op het oeroude besef dat iedere genezing een zelfreiniging is. Een proces dat zich in het bewustzijn voltrekt.

De relatie tussen macro en micro, de reciprociteit berust op het Hermetisch Axioma Zo boven, zo beneden; Zo beneden, zo boven of de uiterlijke werkelijkheid is een weerspiegeling van de innerlijke werkelijkheid en vice versa. Filosofisch wordt de ziel bezien als een psyche of spiegel van het zelf bestaande uit rede, geest en verlangens.
P. 58: De wetten die in de kosmos gelden, gelden evenzeer in de psyche, omdat de psyche ‘puur natuur’ is. Met andere woorden, de psyche is een microkosmisch onderdeel van de macrokosmos. Om deze reden duidde Jung het collectieve onbewuste aan als de objectieve psyche.

Aan elke crisis liggen tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld tussen 'Politicals & Professionals', ten grondslag. Door de nauwe 'verstrengeling' tussen de 'eerste, tweede en derde macht' en de 'vierde, vijfde en zesde macht' verloopt de weg naar verbetering nu contraproductief omdat de brokkenpiloten elkaar de hand boven het hoofd houden en geen contact meer hebben met de werkvloer. Het zelfreinigend vermogen is verloren gegaan. De brokkenpiloten die de poblemen hebben gecreëerd moeten zich nu als een ware Baron von Münchhausen aan hun eigen haren uit het moeras trekken. Met de door de overheid geïntroduceerde marktwerking dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken.

René Girard, La Violence et le Sacré (Nederlandse vertaling door Michel Perquy: God en Geweld. Over de oorsprong van mens en cultuur)
Aan het slot van dit hoofdstuk brengt Girard het antropologisch tekort van Freud ter sprake en de psychoanalyse. Het was geniaal van Freud om de vadermoord en de incest aan te wijzen als iets essentieels in de menselijke cultuur, maar verder kwam hij niet. Hij heeft het mis als hij de misdaden van de zondebok (vadermoord en incest met de moeder in de Oedipusmythe) ziet als het verborgen verlangen van elke mens en er dus de sleutel van elk individueel menselijk gedrag in ziet. Elke misdaad in de mythe is een zinspeling op iets anders dan zichzelf. De vadermoord en de incest moeten veralgemeend worden. Ze staan voor het absolute punt van de offercrisis, ze trekken een scherm op voor de eindeloze wederkerigheid van het geweld, de crisis die wordt weggemoffeld en op de zondebok wordt afgewenteld. In de mythe wordt de angst voor het absolute en vernietigende geweld verdrongen. De mensen zouden niet kunnen leven met het besef van deze dreiging. Girard besluit: We kunnen Freud dus beschouwen als een stap naar de onthulling van een verdrongen iets dat wezenlijker is dan het zijne en dat hij tastend poogt te benaderen; maar het absolute geweld blijft nog verborgen door bepaalde vormen van nog steeds sacrificiële miskenning.

Volgens Cialdini zijn er zes factoren die kunnen bijdragen tot het aannemen van een bepaalde houding of het onderschrijven van een bepaalde overtuiging. Hier volgt een overzicht.
Reciprocity - People tend to return a favor, thus the pervasiveness of free samples in marketing. In his conferences, he often uses the example of Ethiopia providing thousands of dollars in humanitarian aid to Mexico just after the 1985 earthquake, despite Ethiopia suffering from a crippling famine and civil war at the time. Ethiopia had been reciprocating for the diplomatic support Mexico provided when Italy invaded Ethiopia in 1935.
c) de behoefte aan wederkerigheid en compromis (Mercurius)
De Marsfunctie leidt onvermijdelijk tot situaties van spanning en strijd, en dit roept op zijn beurt weer de logische noodzaak op van een nieuwe functie of tendens, namelijk de tendens tot wederkerigheid en compromis. Deze tendens noemen we de Mercuriusfunctie. Mercurius is de god van de handel, doch ook handel is slechts een voorbeeld van een ruimer principe, namelijk de menselijke tendens tot wederkerig gedrag. Mensen dragen het principe van de wederkerigheid in zich. Caldini schrijft: "Alle samenlevingen onderschrijven de norm volgens dewelke individuen een tegenprestatie moeten leveren voor hetgeen zij ontvingen" (`All societies subscribe to a norm that obligates individuals to repay in kind what they have received').

Het EPR-experiment illustreert een dichotomie. 'Dichotomie en Complementariteit' kunnen niet zonder elkaar. Het brengt de wederkerigheid, het is zoals het is (Antropisch principe), de supersymmetrie in het universum tot uitdrukking. Of met andere woorden het draait om het fenomeen zelfreferentie en zelfreflectie. De Ouroboros is het symbool voor zelfreferentie. Het is en blijft allemaal mensenwerk. De éne werkelijkheid heeft op de twee zijden van de medaille betrekking. Mensen moeten bereid zijn over hun eigen schaduw te springen.

Marco Iacoboni schrijft in het boek Het spiegelende brein (p. 129):
Samen met de theoretische beschouwingen uit het begin van dit hoofdstuk doen al deze gegevens vermoeden dat spiegelneuronen van belang zijn voor mijn analogie van de medaille met de twee zijden, waarin de ene zijde het zelf is en de andere zijde … eh… de ander.
Het heeft geen enkele zin de twee zijden van een medaille te scheiden.

Human sexuality Nature vs nurture debate
Recent studies on human sexuality have highlighted that sexual aspects are of major importance in building up personal identity and in the social evolution of individuals:

Human sexuality is not simply imposed by instinct or stereotypical conducts, as it happens in animals, but it is influenced both by superior mental activity and by social, cultural, educational, and normative characteristics of those places where the subjects grow up and their personality develops. Consequently, the analysis of sexual sphere must be based on the convergence of several lines of development such as affectivity, emotions, and relations.

Deleuze and Guattari, in their 1972 Anti-Oedipus, discuss how sexuality is a powerful force that invests all social activities:

Familialism maintains that sexuality operates only in the family [...] the truth is that sexuality is everywhere: the way a bureaucrat fondles his records, a judge administers justice, a business causes money to circulate; the way the burgeoisie fucks the proletariat; and so on. And there is no need to resort to metaphors, any more than for the libido to go by way of metamorphoses. Hitler gave the fascists a hard-on. Flags, nations, armies, banks give a lot of people hard-ons.

Voor Jung betekent eros de religieuze drift, voor Freud de seksuele drift. Alles heeft zijn tegenstelling, aardse begeerte inbegrepen.
Carl Jung legt een accent op de schaduwzijde en Roberto Assagioli op de verborgen keerzijde, de lichtzijde. In het rapport ‘E i V’ wordt een grote verscheidenheid aan aggregatieniveaus uitgewerkt.

Peter Louter Epigenetische verkenningen. Over giraffen, conceptie en de lust tot vrijheid.
Epigenese bestond al langere tijd als theoretisch model. Een Noors onderzoek waarin genetische veranderingen werden beschreven bij kinderen van ouders die een periode van voedselgebrek hadden doorgemaakt, was het eerste aantoonbare bewijs voor het bestaan van epigenese.
Epigenese is een autonoom proces. Het onttrekt zich aan ons bewustzijn. Onze percepties zijn echter via een nog onbekend proces van invloed op de genetische uitrusting van het nageslacht.
In dit verband is het interessant om naar de verschillen tussen generaties te kijken. De rond en tijdens de tweede wereldoorlog geboren generatie kenmerkte zich door een bepaalde vrijheidsdrang die zich tijdens hun volwassenwording in de zestiger jaren keerde tegen de heersende patriarchale cultuur. Deze vrijheidsdrang deed zich in grote delen van Europa voor.
Epigenese kan problematisch zijn zoals het Noorse onderzoek aantoonde. De kinderen van ouders die een hongerperiode hadden doorstaan, verwekten kinderen die door hun leefwijze later meer dan gemiddeld leden aan ziekten als diabetes, obesitas en hart- en vaataandoeningen. Ze werden voorbereid op een verwachte levenssituatie die inmiddels was verdwenen.

Epigenetica beweegt zich op het snijvlak tussen nature (aangeboren) en nurture (maakbare eigenschappen).
De term epigenetica duidt op de studie van omkeerbare erfelijke veranderingen in de genfunctie die optreden zonder wijzigingen in de sequentie (volgorde van de basenparen) van het DNA in de celkern. Het is ook de studie van de processen die de zich ontplooiende ontwikkeling van een organisme beïnvloeden. In beide gevallen wordt bestudeerd hoe gen-regulerende informatie die niet in DNA-sequenties wordt uitgedrukt toch van de ene generatie (cellen of organismen) op de andere wordt overgedragen - dat wil zeggen (afgaand op het Griekse prefix), 'bijkomend bij' of 'supplementair aan' de genetische informatie die in het DNA gecodeerd zit.
Relatie tot de omgeving in ruimte en tijd:
Uit onderzoek is gebleken dat een hypothese die door de Britse professor Marcus Pembrey werd geopperd, als zouden omgevingstoestanden een invloed hebben op de overdraagbaarheid, inderdaad bevestigd wordt. Dit onderzoek gebeurde aan de hand van een Zweedse studie samen met professor Lars Olov Bygren die hem hierop gewezen had. Uit gegevens en cijfers van een ruim en compleet Zweeds bevolkingsregister kon worden aangetoond dat perioden van relatieve hongersnood bij een eerste generatie systematisch een significante uiting van diabetes bij de derde generatie tot gevolg had.

Zo epigenetica 'nature en nurture' verbindt zo legt Weltstoff (Memetica) een relatie tussen de genen van het DNA en de hersencellen (neuronen), tussen genetica en celbiologie. Een "succesvolle" meme past zich steeds en gemakkelijk aan, aan de veranderende tijden en omstandigheden. Sommigen zien de secularisatie van bepaalde richtingen in de christelijke godsdienst als een teken van een succesvolle meme. Een "starre" en moeilijk veranderende godsdienst zal volgens deze memetheorie versplinteren in een "succesvol" geseculariseerd deel en (talloze) kleine afsplitsingen.

Hersenonderzoek: Het pleidooi van Geert Dales wordt onderbouwd door het wetenschappelijk onderzoek van Prof. Jelle Jolles, hoogleraar Hersenen, Gedrag & Educatie. Tijdens de jaaropening gaf hij antwoord op de vraag of hbo-onderwijs goed inspeelt op de nieuwe inzichten in het brein van jongeren. Volgens Jolles heeft de hoge uitval in het eerste en tweede jaar inderdaad onder meer te maken met het gebrek aan structuur die hen in die periode geboden wordt. Deze structuur hebben ze – gegeven de fase in de neuropsychologische ontwikkeling waarin ze zitten - wel degelijk nodig.

Het primaire proces in het onderwijs draait om de relatie ‘Leraar en Leerling’, de kennisoverdracht van inhoudelijke kennis. Door de schaalvergroting en de daarmee samenhangende bureaucratie in het onderwijs is deze relatie aardig onder druk komen te staan. In bureaucratische geleide organisaties staat veelal niet de klant, de leerling waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van eigen koninkrijkjes centraal. Het is een utopie te geloven dat door schaalvergroting de effectiviteit en efficiency in een dergelijke organisatie toeneemt. Het tegendeel is eerder het geval. Aan de neerwaartse spiraal, die de afgelopen decennia in het onderwijs naar voren is gekomen, is de zogenaamde marktwerking mede debet.

Han Marie Stiekema DE SCHOOT VAN HET UNIVERSUM - De Oermoeder als Uiteindelijke Werkelijkheid
Hoofdstuk 11 MATRITALK Samenzijn in de Grote Moeder
Vraag: Is Zelfverwerkelijking daarmee van de baan?
HMS: Er zijn twee benaderingswijzen: het hebverlangen en het Zijnsverlangen. In het eerste geval wil je dingen naar je toehalen, in het tweede geval verlang je deel van het Geheel te zijn. Het unieke van de Grote Moeder is, dat je haar niet kunt bereiken of verwerkelijken. Zij leert je daarom je ambities los te laten. Is op een gegeven moment je "ontvangenis onbevlekt", dan kan het Licht in jou geboren worden.

Het mechanisme, het samenspel van de toevallige verschillen en natuurlijke selectie (‘Het toeval stelt voor, de natuurlijke selectie beslist’) wordt door de Heilige tetraktys van Pythagoras tot uitdrukking gebracht. De getallen van Pythagoras brengen een relatie, een specifieke categorie van betrekkingen tot uitdrukking. Pythagoras was een cyberneticus. De mens maakt deel uit van auto- en kruiskatalytische systemen (Ervin Laszlo).

Om de wereld te veranderen gaat het nog steeds om de scholing van de individuele ziel. Of met andere woorden hoe kunnen we in de pas lopen met de Heilige Geometrie, of ook wel de driehoek van Pythagoras genoemd. We moeten ons ervan bewust worden dat we de schepper van onze eigen realiteit zijn. De driehoek van Pythagoras bevat de blauwdruk van het universum en brengt het reflexieve bewustzijn (5D-concept, Kwintessens) tot uitdrukking.

Waarden en Genade

Vóór de komst van Christus plachten de profeten de religie te prediken als de wet van hun vaderland en krachtens het ten tijde van Mozes gesloten verbond. Na de komst van Christus echter predikten de apostelen haar als de universele wet aan alle mensen, uitsluitend krachtens het lijden van Christus. Onder het woord Gods wordt de ware religie verstaan.
Johannes: Hij was in de wereld en de wereld heeft hem niet gekend.

Kees Voorhoeve: Hoe meer we ons openstellen voor de Goddelijke Bron van ons bestaan, hoe meer we de levensopdracht om brug te zijn tussen Licht en Duisternis kunnen verwezenlijken. In de praktijk blijkt echter dat het evenwicht tussen Licht en Duisternis moeilijk te realiseren is. We hebben steeds de neiging uit balans te raken en ons vanwege de zondeval te identificeren met de Duisternis.
Tenslotte
We kunnen meewerken aan de verlossing zodat de zin van het leven tot uitdrukking kan komen. De zin van het leven betekent voor mij de taak van Adam op te pakken en het paradijs te herstellen. Dan kan onze levensopdracht brug te zijn tussen hemel en aarde en mee te werken aan een harmonieus en volledig leven in samenhang met de kosmos, de natuur en de medemens werkelijk vrucht dragen.

Bijbelse kritiek op het ennegram: Naranjo leerde dat ieder van de negen persoonlijkheden ÈÈn van de negen gezichten van Jezus was.
De verticale as gaat door het snijpunt van de materiële - en de immateriële as. De verticale as stelt als het ware de verbinding voor tussen de ‘aardse’ materiële as en de ‘hemelse’ immateriële as. Het verticale bewustzijn laat zien dat er een weg is om de afstand tussen de onvolmaaktheid op aarde en de volmaaktheid in de hemel te verkleinen.

Mr H.A.J. Leeuwens (destijds directeur Van Ede & Partners) in Intermagazine november 1986: ‘Als het slecht gaat willen de 'politici' elkaar niet beschuldigen en dan treedt de mythe van het onschuldige lam in werking. Politieke dieren zitten in een netwerk van corruptie. Juist de enige die niet corrupt is wordt opgeofferd.
Het verhaal van Adonis behoort tot de traditie van zoenoffers, vergelijkbaar met het verhaal van Pasen.
Zoenoffer: In het traditionele christendom wordt aangenomen dat Christus de plaats heeft ingenomen van de zondebok en tegelijk, in de rol van hogepriester en onschuldig zondeloos 'lam', zichzelf heeft opgeofferd voor de zonde van de gehele mensheid. In de Rooms-Katholieke Kerk geldt de Mis ook als onbloedige hernieuwing van dit éne zoenoffer van Jezus Christus aan het kruis.

Zorgbestuurders massaal de laan uit (Volkskrant 24 juli 2008):
Gemiddeld zitten bestuurders van bijvoorbeeld ziekenhuizen, thuiszorginstellingen, of verpleeghuizen drie jaar op hun post. Dat meldt NVZD, de vereniging van bestuurders in de gezondheidszorg.
Sierk ter Horst doet via zijn adviesbureau MC3 aan conflictbemiddeling en hielp zeventien ontslagen zorgbestuurders met ‘rouwverwerking’ en het vinden van een nieuwe baan.
Volgens Ter Horst komt 80% van de ontslagen bestuurders snel weer aan het werk, juist door de hoge omloopsnelheid in de top van de zorg. Toch noemt hij de bestuurderscarrousel onwenselijk. ‘Er is bijna geen tijd om nieuw beleid uit te zetten. De concurrentiepositie van de zorginstellingen verzwakt. Uiteindelijk heeft dat gevolgen voor de kwaliteit van de zorg.’

Het zondebokmechanisme:
De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

Het zondebokmechanisme:
De theologische constructie fixeerde het brute geweld van de moord op de profeet Jezus tot een noodzakelijke en heilzame gebeurtenis: de zondebok die de wereldschuld draagt en heilmiddel ('pharmakon') wordt, vrede sticht met God - op grond van dit zoenoffer kan God vergeven - en vrede onder de mensen ­- de verering van dit lam brengt mensen tot elkaar. De gewelddaad heeft een heilzaam effect op God en op de gemeenschap, een verrassende sanctionering van het zondebokmechanisme!

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 6422 keer bekeken.