| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
8.2 Vrijheid en Authentiek leiderschap
Inhoud
Zelfreflectie (Absoluut en Relatief, Nieuw paradigma, Zelfgelijkvormigheid)
Rijnlandmodel (Michel Albert):
Als je een abstractieladder (Jacobsladder) neemt waarin ook het niveau "afbeelding" voorkomt, dan is dus ook één van de niveaus waarop je een afbeelding kan laten werken dat van "afbeelding" zelf - je kan van je eigen afbeelding weer een afbeelding maken, enzovoort. De meeste mensen zullen dit kennen als het Droste effect: dat van de afbeelding op het cacaoblik van de gelijknamige fabrikant, waarop het blik zelf staat afgebeeld, ad infinitum - klik op het plaatje voor een animatie.
Maar een mogelijk nog fundamenteler geval waarin zelfreferentie tot problemen leidt, is dat van de omkering, of negatie - ook dit geval is het best beschreven in de wiskunde, of beter: de logica. De gepopulariseerde vorm van het probleem is dat van de Kretenzer die stelt dat alle Kretenzers leugenaars zijn. Dit is een zelfreferentie omdat de Kretenzer het over alle Kretenzers heeft, dus ook over zichzelf, en zijn eigen uitspraak. Hij liegt over zijn liegen, dus spreekt hij de waarheid – maar als hij de waarheid spreekt, dan liegt hij weer – enzovoort. Het duidelijkst wordt dit als je de zelfreferentie voorstelt als cirkelproces – het doorlopen van één cirkel vat je samen tot +1 – het liegen is een omkering van de waarheid, en omkering of ontkenning wordt in de logica voorgesteld door vermenigvuldigen met -1. Dan is de oorspronkelijke uitspraak van de Kretenzer +1 – na toepassing op zichzelf wordt dit -1 – pas dit weer toe op zichzelf en -1 maal -1 wordt +1, enzovoort, en het cirkelproces krijgt een voortdurend flipperende uitkomst: +1, -1, +1, -1, enzovoort. Verwarring alom, dus. En een zeer principiële vorm van verwarring – mathematicus en filosoof Bertrand Russell heeft het Kretenzer voorbeeld omgevormd tot een wiskundige vorm, door middel van het begrip "lege verzameling", en de vraag naar het bestaan van de verzameling van alle lege verzamelingen (het "niet", of de -1, zit in de definitie van "leeg": die verzameling heeft geen elementen, dus: heeft niet een element). De wiskundige puzzels die dit opriep bleken te leiden naar nieuwe begrip in de vorm dat er geen consistente vorm van logica en waarheid geconstrueerd kan worden zodra je zelfreferentie toelaat.
Een voor ons essentieel resultaat van deze wiskundige ontwikkelingen is geformuleerd door de logicus Alfred_Tarski. Deze liet zien dat er twee soorten "waarheid" zijn: die van zogenaamde "formele systemen", dat wil zeggen: systemen met vaste axioma's en regels die benoemd zijn (zeg maar: wiskunde), en die in "natuurlijke systemen", waarin die axioma's en regels niet beperkt en benoemd zijn (zeg maar: taal).
In formele systemen bestaat wel een soort waarheid, maar dat is in feite "correctheid", de betwiste uitspraak klopt al dan niet met de regels. In een natuurlijk systeem bestaat een waarheid, maar die is niet formeel bewijsbaar, dat wil zeggen: er is geen procedure op te stellen die eenduidig de waarheid van de betwiste uitspraak vaststelt. Een cruciaal aspect van het verschil tussen een formeel systeem en een natuurlijk systeem is dat het laatste altijd zelfreferenties toelaat - "waarheid" is een multi-ordinaal woord, en kan dus ook op zichzelf worden toegepast. Men kan dus bijna zeggen dat zelfreferenties het begrip "absoluut bewijsbare waarheid" onmogelijk maken. Dit soort zaken zijn uitgebreid beschreven in het populair-wetenschappelijke boek Gödel, Escher, Bach, van Douglas Hofstadter.
Willem Otterspeer boek Bolland (p. 561): Er bestaat een grote overeenkomst tussen de opvattingen van Hegel en die van Hofstadter. De ‘strange loops’ van Hofstadter vervullen dezelfde functie als bij Hegel de ‘logische Satz’, die zegt dat het negatieve tegelijk positief is. Voor beide staat de samenhang ervan met het zelfbewustzijn en de vrije wil in het het centrum van hun redenering. Maar dat was nu juist het probleem met Bolland. Hij zei dat zijn filosofie de hoogste zelfkennis verschafte. Maar hij heeft zichzelf nooit gekend.
Het boek van Hofstadter biedt mede aan de hand van koans allerlei filosofische inzichten in de keuken van de menselijke geest. De verscheidenheid aan zienswijzen van Hofstadter sluiten op het Ether-paradigma aan.
G.J.P.J. Bolland boek Zuivere rede en hare werkelijkheid
In het denken van het zuivere zijn ziet het denken van den geheelen inhoud der denkbaarheden af, om zich op deze zijne daad van uitsluiting, op het afgetrokkene denken als zoodanig te richten en zich te leeren zeggen, dat het zich aan eene uitsluiting van .... ‘niets’ in en van zichzelf heeft onderscheiden. Het zijn zonder meer is een zijn van niets; dit niets aan het zijn, aan het zijn op zichzelf, is het niets ván het zijn, dat als het niets, waarin het zijn voorondersteld en verloochend, verkeerd en genegeerd is, het zuivere ‘niet zijn’ heeten kan. Het stellend bedoelde denken blijkt een verloochenend denken; de zuivere bevestiging slaat om in de zuivere ontkenning, want het zijn zonder meer, het afgetrokkene zijn, het zuiver gedachte en gestelde zijn alzoo, is zoo zuiver, dat er zuiver niets in is. Juist daarom laat ook het zuivere zijn zich niet vasthouden; als ontkennende gesteldheid zonder meer is het gestelde of stellige ontkenning zonder meer. Het zijn zonder meer is het onmiddellijke onbepaalde, en hiervan laat zich niet eens met bepaaldheid zeggen, dat het is; het zijn is .... niet. Zuiver zijn is een met zuiver niet zijn.1) Het zijn evenwel dat niet is, is tevens het niet zijn dat is2); de waarheid van het zijn, het ware áán het zijn, is voorloopig de óvergang zonder meer, dat is het zuivere worden.3)
J. van Rijckenborgh boek De Egyptische Oer-Gnosis (p. 247):
‘Waar de Geest des Heren is, is vrijheid.’ Het Leven van den Geest, het beginsel van den Geest is vrijheid. Bij en in de Geest is nimmer dwang. Daarom dient de ziel zich in die vrijheid verder te openbaren, om dat wat haar bezielt te bewijzen. Hetgeen zich in dwang moet voegen, kan nimmer echt worden genoemd, want dat is nooit van binnenuit.
Dat kan nimmer Geest zijn, want waar de Geest is, daar is vrijheid. Alles wat wij aan leed en smart ondervinden werd en wordt dan ook, microcosmisch gezien, door ons zelf ontketend en in stand gehouden.
Het is interessant om te zien dat Science Without Bounds A Synthesis of Science, Religion and Mysticism van Arthur D'Adamo, net als de boeken van Han Marie Stiekema en het Basisproces van Edgard Jarvis' een met het rapport 'E i V' vergelijkbaar stramien bevatten. Aan de hand van een verscheidenheid aan perspectieven zal het uiteindelijk mogelijk zijn een nieuw paradigma uit te werken dat de éne werkelijkheid, de absolute waarheid beschrijft.
Willem Frankenhuis Wat is interdisciplinariteit? Een metafysisch perspectief
Aangezien ik van mening ben dat er ook zinnig gesproken kan worden over het wel en wee van de goden, over de wil zoals deze beleefd wordt en over verliefdheid als méér dan slechts het overspringen van moleculen – zelfs in termen van waar en onwaar, maar dat komt later – zou het bevrijdend zijn als de wereld ons niet dwingt tot het innemen van slechts één (materialistisch) perspectief op haar rijkdommen. De onderstaande metafysica komt tegemoet aan deze behoefte.
Perspectivisme
1. Er bestaat één wereld.
1.1. De wereld = al wat is.
2. Op de wereld zijn vele verschillende perspectieven mogelijk.
2.1. Een perspectief is een lens die een hoedanigheid van de wereld ontsluit.
2.2. Een perspectief bepaalt de hoedanigheid waarin de wereld zich toont, en daarmee dat wat is en kan zijn van al wat is.
(Kijkend door een lens die ... x vergroot zien wij uitsluitend cellen. Deze lens ontsluit dus een beperkt deel van al wat is, namelijk dat deel wat als cel kan zijn.)
3. Om perspectieven hiërarchisch te kunnen ordenen, met als parameter de mate waarin ze ons meer vertellen over de wereld, is een criterium nodig.
(Zoals: het perspectief dat ons de meest precieze voorspellingen oplevert, of de minst gecompliceerde verklaringen, of het best de belevingen van mensen kan duiden, is het perspectief dat ons het meest vertelt over de wereld.)
3.1. Criteria zijn altijd contingent, dat wil zeggen: niet noodzakelijk maar wel mogelijk.
3.2. Maar hoe kunnen we bepalen welk criterium perspectieven daadwerkelijk ordent naar de mate waarin ze ons meer vertellen over de wereld? Ook daarvoor is een (contingent) criterium nodig.
4. Er bestaat geen noodzakelijke grond op basis waarvan perspectieven hiërarchisch geordend kunnen worden, met als parameter de mate waarin ze ons meer vertellen over de wereld.
Deductie is een beproefde methode om perspectieven hiërarchisch te ordenen. Het brengt een recursiefproces tot uitdrukking. Arthur D'Adamo geeft in zijn boek Science Without Bounds A Synthesis of Science, Religion and Mysticism (p. 67, 68 en 69) een aardige illustratie van deze methode.
The Table Illustration
The things we see around us all have a common basis. They are all different manifestations of the same "fundamental entity." Yet they all seem very different from one another. Wood seems very unlike water; metal seems very unlike oil. They certainly don't appear to be different manifestations of a single substance. How can wood and water, metal and oil, all be manifestations of a single universal
essence? We'll illustrate by taking a simple physical object, a wooded table, and following the path to its essential essence.
Imagine a wooden table.
What is it? - A table.
How old is it? - Let's suppose you recall the date the table came into existence. Suppose you made the table on your last birthday. So the number of days the table has been in existence can be counted.
What's the table made of? - "Wood" is one answer. In one sense the table is made of wood. In another sense, it's made of its parts, its components - a top and four legs. But more than components are needed to make a table. The components must have the proper relation to each other. Disassemble the table - cut the top in half and pile on the legs - and the components no longer form a table. They
merely form a pile of wood. True, the pile contains the pieces of a table. But the pile is not itself a table. The parts are still wood, however.
What is it even if it's rearranged? - Wood.
So what is it? - A table made of wood.
How old is it? - Let's suppose the tree was cut, the lumber created, a month before your last birthday. As a table, it has existed since your last birthday. As wood it has existed a month longer.
What is wood made of? - Once . . . it was thought that the content of a solid was what determined its characteristics: what made diamonds hard, leather tough, iron magnetic and copper conductive. . . . Today we know that many of the properties of a solid are determined by its structure: by the way the material's basic building blocks - its atoms - are ordered, and by the way they join together. ([L02],99).
Like the table, wood also consists of parts: various atoms (such as carbon, hydrogen, and oxygen) form wood molecules. And, like the table, the atoms must have a particular relation to each other to make a wood molecule.
Things like the table that are created by a particular arrangement of components are called "component things" or "component objects." The table is a component object because it's formed by a particular arrangement of its components or parts. Wood molecules are component objects, too. In fact, words themselves are component objects. The word "are", for instance, is a component object because it's created by a particular arrangement of components, its letters. Rearrange the letters and we get "era", an entirely different word. Similarly, rearrange the atoms in wood and we get a different molecule. Furthermore, a component object ceases to exist when its components are rearranged. Rearrange its letters and the word "are" ceases to exist. Rearrange its atoms and a wood molecule ceases to exist. Yet the atoms continue to exist.
What is it even if it's rearranged? - Atoms.
So what is it? - A table made of wood made of atoms.
How old is it? - Most of the atoms have been in existence for millions or billions of years. Most atoms were created in supernova explosions a long time ago, and have existed as atoms ever since.
What are atoms made of? - Atoms are made of components, various subatomic particles, such as neutrons, protons, and electrons.
Every atom has the same basic internal structure, and the protons, neutrons and electrons in any one atom are identical to those in any other atom. ([L02],10).
Again, the components - the protons, electrons, neutrons, etc. - must be in proper relation to each other to form a particular kind of atom. If the atom's subatomic particles are rearranged, then that atom ceases to exist and other atoms are formed. For example, ([L02],170) if the subatomic components of an uranium atom are suitably rearranged, the uranium atom ceases to exist and two barium atoms come into existence.
What is it even if it's rearranged? - Subatomic particles.
So what is it? - A table made of wood made of atoms made of subatomic particles.
How old is it? - While it's possible to create protons and neutrons, most of the table's neutrons, protons, electrons, and other subatomic particles are billions of years old.
What are subatomic particles made of? - Neutrons and protons are composed of fundamental particles; the electron is itself a fundamental particle. In 1990, there were three known families of
fundamental particles. Moreover, just as family members may be male or female, fundamental particles in any of these three families may be classed as quark or lepton.
What is it even if it's rearranged? - Fundamental particles.
So what is it? - A table made of wood made of atoms made of subatomic particles made of fundamental particles.
How old is it? - Perhaps billions of years.
What are fundamental particles made of? - Energy. The E of Einstein's famous E = mc2 composes fundamental particles. If a particle's energy is "rearranged", then the particle ceases to exist and
other particles are created.
What is it even if it's rearranged? - Energy.
So what is it? - A table made of wood made of atoms made of subatomic particles made of fundamental particles made of energy.
How old is it? - Isaac Asimov, a well-known science writer:
In a way, of course, we might argue that the energy of the universe (including matter, as one form of energy) has always existed and always will exist since, as far as we know, it is impossible to create energy out of nothing or destroy it in nothing. This implies, we can conclude, that the substance of the universe - and therefore the universe itself - is eternal. ([A11],184).
What is energy made of? - As far as we know, energy has no components, no parts which compose it. It's not made of any other thing. It's made of itself.
What is it even if it's rearranged? - Energy, as far as we know, cannot be disassembled or rearranged.
So what is it? - Energy.
How old is it? - It's eternal.
Volgens het atoommodel van Bohr houden de elektronen van een atoom zich op in een aantal schillen rondom de kern (Periodiek systeem/Elektronenconfiguratie), die een verschillend energieniveau hebben.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 701):
Ze zeggen dat wat door Leibniz collectief monaden wordt genoemd – ruw bezien, en elke onderverdeling even buiten beschouwing latend27 – kan worden verdeeld in drie verschillende menigten die, geteld vanaf de hoogste gebieden, ten eerste bestaan uit ‘goden’ of bewuste, spirituele ego’s; de intelligente architecten die werken volgens het plan van het goddelijke denkvermogen. Dan komen de elementalen of monaden, die collectief en onbewust de grote universele spiegels vormen van alles wat in verband staat met hun respectievelijke gebieden. Tenslotte de atomen of stoffelijke moleculen, die op hun beurt worden bezield door hun bewust waarnemende monaden, zoals ook iedere cel in een menselijk lichaam wordt bezield. (Zie de laatste bladzijden van Deel I.)
Golven bleken niet slechts deeltjes te zijn, maar deeltjes ook golven! Het verschijnsel ’Golven en Deeltjes’ geeft een wetenschappelijke basis aan het boek Zonder grenzen van Ken Wilber. Het rapport 'E i V' toont aan dat de wetmatigheden, de vier oorzaken-leer, die Aristoteles onderkende nog steeds actueel zijn. De doeloorzaken zijn zowel ‘beginpunt als eindpunt’, ’alpha en omega’ en hebben op energie, de 'oerbron' (oerstof, akasha, fohat) betrekking.
Friedrich Engels Aantekeningen bij de Anti-Dühring Over de oerbeelden van het mathematische oneindige in de werkelijke wereld
Atomen gelden trouwens bepaald niet als iets eenvoudigs of als zeer kleine ons bekende deeltjes van de materie. Afgezien van de chemie zelf, die steeds meer geneigd is aan te nemen dat atomen een ingewikkelde samenstelling hebben, beweert het merendeel van de fysici dat de wereldether, die zorgt voor de licht- en warmtestraling ook uit discrete deeltjes bestaat, die echter zo klein zijn dat ze zich tot de chemische atomen en fysische moleculen verhouden als deze laatste tot de mechanische massa’s, d.w.z. als d2x tot dx. Hier hebben we dus volgens de nu gangbare voorstelling over de opbouw van de materie ook een tweedegraadsdifferentiaal voor ons en niets verhindert eenieder die daar behagen in schept te ver onderstellen dat er in de natuur ook nog analogieën voor de d3x, d4x enz. moeten zijn.
Anselmus van Canterbury was de eerste die een logisch bewijs van het bestaan van God formuleerde. Dit zogeheten ontologisch godsbewijs laat zich als volgt samenvatten:
- God is, per definitie, het volmaaktste wezen dat denkbaar is. In Proslogion, hoofdstukken 2-4, wordt dit in 2 varianten verwoord: God is 'iets, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (aliquid quo nihil maius cogitari posit/potest/non valet) en God is 'datgene, groter dan hetwelk niets gedacht kan worden' (id quo maius cogitari nequit/non potest).
- Het is beter te bestaan dan niet te bestaan, dus iets wat niet bestaat kan nooit volmaakt zijn.
- Een niet bestaande God is minder volmaakt dan een bestaande.
- Dus moet God bestaan.
Dit bewijs werd in de twintigste eeuw geformaliseerd met behulp van de modale logica door Kurt Gödel.
De 1e en 4e sleutel, de 1e en 4e dimensie weerspiegelen (projectiemechanisme, co-reflectie) zich in elkaar waardoor de macrokosmos en de microkosmos met elkaar worden verbonden. De 5e sleutel (1 + 4) staat symbool voor het reflexieve bewustzijn, de wederkerigheid, de kwintessens.
De microkosmos en macrokosmos zijn door
energiestructuren van de menselijke aura en de stertetraëdervormige energiestructuren (Jan Wicherink, boek Ontheemde Zielen Ontwaken p. 95) met elkaar verbonden.
Arthur D'Adamo geeft in zijn boek Science Without Bounds A Synthesis of Science, Religion and Mysticism
104: P. Coffey and Ken Wilber also believe the God which is not a Person can't be equated with any God who is a Person. Coffey was an Irish professor of metaphysics in the centuries old Scholastic tradition; Ken Wilber is a contemporary writer. Before we see what they have to say, we'll need to examine three concepts they use: being, the Great Chain of Being, and the Absolute Being. After we discuss the concepts, we'll see how Coffey and Wilber use them. Let's begin with "being."
140: But what is triad of knower, knowing, and known?
Second-hand knowledge has three elements: the knower, the act of knowing, and the known. For example, when someone acquires second-hand knowledge of God through scripture, the "known" is the
scripture, the knowing involves reading and understanding, and the person reading the scripture is the knower.
First-hand knowledge has the same three elements: knower, knowing, known. If New York city is known, then seeing and experiencing directly is the knowing, and some person is the knower. If God is known, then the knower has direct experience of God and therefore is a mystic.
In second-hand knowledge of God, the knower's separate identity remains. Even in first-hand experience of God, also called "illumination," the knower's separate identity remains intact.
All pleasurable and exalted states of mystic consciousness in which the sense of I-hood persists, in which there is a loving and joyous relation between the Absolute as object and the self as subject, fall under the head of Illumination. ([U01],234).
In both types of knowledge, the knower remains distinct and separate from the Known. I-hood, the separate personality of the knower, remains. Even in the most intimate degrees of union -
spiritual marriage, participatory and illusory union - the triad of knower, knowing, and known remain.
Yet, many mystical traditions speak of transcending the triad.
Nicholson speaks of it when he writes the Sufi's path leads to the realization that
. . . knowledge, knower, and known are One. ([N11],29).
The Hindu sage Ramana Maharshi also speaks of it when he says that:
(d) The one displaces the triads such as knower, knowledge and known. The triads are only appearances in time and space, whereas the Reality lies beyond and behind them. ([T03],173-4),
a conclusion he bases on three insights - that Reality is:
(a) Existence without beginning or end - eternal.
(b) Existence everywhere, endless - infinite.
(c) Existence underlying all forms, all changes, all forces, all matter and all spirit. . . . ([T03],173).
377: So clocks and thermometers have attached numbers to temperature and time, transforming them into purely objective entities. Time and temperature have become operationally defined quantities.
But time and temperature are external to ourselves. Can a person's inner characteristics be measured too?
Measures of Meditative Mental States
379: A goal of Zen Buddhism is an increased yet disinterested awareness of the external world. Zen adapts, therefore, should possess such awareness in some degree. It seems that they do.
Imagine someone sitting relaxed in a quiet room. An EEG machine indicates their brain is emitting alpha, indicating their mind is in a quiet, relaxed state. There's a click, which draws their attention to the room.
Het gelijkheidsideaal is eerder aan de hand van de eigenschappen Individueel en Collectief toegelicht.
Ervin Laszlo geeft op p. 145 van zijn boek CHAOSPUNT aggregatieniveaus van verschillende biologische systemen.
De systemen op het hoogste niveau hebben als kenmerk, de grootste complexiteit gemeen. Ervin Laszlo vergelijkt complexe systemen met de kruiskatalytische systemen van Ilya Prigogine.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 85):
Om zich te bevrijden van het persoonlijke bestaan, op te gaan in en één te worden met het Absolute2 en in het volle bezit van paramartha te blijven, moet men beschikken over ‘een helder en door de persoonlijkheid niet verduisterd verstand’ en moet men ‘de verdiensten van verscheidene levens, gewijd aan het Zijn als geheel (het hele levende en bezielde Heelal) in zich hebben opgenomen’.
2) Daarom is Niet-zijn in de esoterische filosofie ‘ABSOLUUT Zijn’. Volgens haar leer is zelfs Adi-Boeddha (de eerste of oorspronkelijke wijsheid), wanneer deze is gemanifesteerd, in zekere zin een illusie, maya, want alle goden, met inbegrip van Brahma, moeten aan het eind van de ‘eeuw van Brahma’ sterven; alleen de abstractie die men Parabrahm noemt – of we die nu Ensoph of ‘het Onkenbare’ van Herbert Spencer noemen – is ‘de ene absolute’ Werkelijkheid. Het ene Enig Bestaande is ADVAITA, ‘zonder een tweede’, en al het andere is maya, leert de Advaita-filosofie.
Bhâgavata Purâna: Het Bhāgavatam behoort tot de Vishnu-purāna's. Deze oude verhalen zijn speciaal geschreven voor de gewone man die niet zo abstract kan denken en hebben tot doel het geconditioneerd zijn van de mens door de materie, het bepaald zijn door de materiële wereld, te doorbreken door het verschaffen van speciale richtlijnen voor iedere maatschappelijke geleding (varna en āśrama) zodat men een meer geestelijk bepaald leven gebaseerd op dharma kan leiden.
Bhakti yoga: Traditioneel zijn er negen stadia in het proces van bhakti yoga (bhãgavata dharma). Als men een zuivere toegewijde wordt raakt men op het pad van de emancipatie stap voor stap bevrijd van de conditioneringen van de materiële wereld.
Umberto Eco heeft het op de wereld van Hermes Trismegistos gebaseerde boek ‘De slinger van Faucoult’ geschreven.
Het boek ‘Wittgenstein’ van Etienne Kuypers geeft een interessante toelichting op de ‘Slinger van Faucoult’.
130: Om bij te dragen aan het persoonswordingsproces moet opvoeding een appèl tot authenticiteit zijn, een bewustmaken op individuele verantwoordelijkheden om zelf het bestaan in vrijheid zin te geven. Doordat in de dialectiek der leefwerelden van leraar en leerling een gezamenlijke verantwoordelijkheid ontstaat, kan het actuele gezamenlijke leven als zinvol worden ervaren om de toekomst open tegemoet te treden.
Door de secularisatie is het accent naar de uiterlijke wereld verschoven. De overheid heeft, mede onder invloed van de linkervleugel, een groot aantal charitastaken overgenomen. De rechtervleugel zorgt voor enig tegenwicht door de nadruk te leggen dat je voor je eigen daden verantwoordelijk bent.
Eerder hebben Adorno en Horkheimer (Frankfurter Schule) kanttekeningen bij de bevrijdingsbelofte van de Verlichting geplaatst.
Ludwig Heyde boek ‘Het gewicht van de eindigheid’ p. 115, Adorno en Horkheimer (Sociale filosofie):
Dialektiek der Aufklärung, biedt een soort omgekeerde Hegeliaanse filosofie van de geschiedenis.
De geschiedenis is niet het proces van vooruitgang in het vrijheidsbewustzijn. Ze is daarentegen het proces van toenemende onderdrukking, marginalisering en tenslotte eliminatie van het individu.
De negatie van het vrije individu die in het verhaal vertolkt wordt, is wezenlijk voor de geschiedenis van het Westen.
Ze is het resultaat van een opmerkelijke dialectiek van de Verlichting, waarin het proces van emancipatie omslaat in zijn tegendeel. In die zin heeft de Verlichting zichzelf vernietigd. De mens heeft gepoogd zich te bevrijden van de macht van de natuur. Deze poging is echter in haar tegendeel omgeslagen. Etc.
De natuur is gedegradeerd tot louter materiaal voor technisch ingrijpen. Wat tot een ‘tweede, door de mens zelf voortgebrachte, vrije en geestelijke werkelijkheid’ moest worden (Hegel), is geworden tot iets waarin de mens zichzelf niet meer herkent. De samenleving is tot een dwangorganisatie geworden. De afhankelijkheid van de natuur is nu vervangen door een onderdrukking door de rede.
Ad_Verbrugge boek Tijd van onbehagen:
Ludwig Heyde boek Het gewicht van de eindigheid
Is er na Nietzsches woord 'God is dood' nog plaats voor God in de filosofie? God lijkt vandaag te verdwijnen in de marges van de cultuur. Wat zijn de motieven hiervan? Waarom krijgt de eindigheid zo'n gewicht dat een perspectief op God uiterst problematisch wordt? Waarom verbleekt transcendentie tot lege, onbepaalde mogelijkheid?
In dit boek wordt de stelling uitgewerkt dat een volle aanvaarding van de eindigheid van het bestaan kan leiden tot de bevestiging van God. Opvattingen die met name sinds de Verlichting ons denken, meestal onbewust, beheersen worden onder kritiek gesteld. Aansluitend op traditie (onder andere Thomas van Aquino, Anselmus, Descartes, Kant en vooral Hegel) worden 'ervaringen' ontwikkeld die het denken kan doormaken wanneer het tot zijn grenzen gaat en de vraag stelt naar de grond van al wat is. Tevens wordt getoetst in welke mate de Godsbevestiging het'uithoudt'tegenover allerlei intellectuele en existentiële uitdagingen. De aandacht gaat vooral uit naar de kritiek van Kant, de ervaringen van het kwaad en het lijden en het denken van Heidegger en Nietzsche.
Rond God bestaat een toenemende desinteresse in de filosofie. Verwonderlijk, omdat de Godsvraag aanvankelijk zo'n dominante rol speelde. Heyde, professor in de metafysiek (Nijmegen) laat zich door deze verwondering inspireren tot een grondige, boeiende studie over deze 'slijtage van het Opperwezen'. Reden is volgens hem de logica van de afwezigheid: God wordt beschouwd als zich ophoudend 'jenseits' van onze werkelijkheid, als het onbepaalde Absolute; daarvan uitgaande is alles rondom ons niet-wezenlijk en plaatst de mens zich in het centrum als enig zingevend zijnde. Daarmee is een onoverbrugbare kloof geschapen tussen al het eindige en het Absolute. Geen enkele filosofische denkbeweging of denkervaring kan haar overstijgen. Een kritische analyse van de belangrijkste Godsbewijzen uit de geschiedenis bevestigt dit. Schitterende, heldere verhandeling, die filosofische voorkennis zonder meer vooronderstelt.
Ludwig Heyde boek De maat van de mens
De dubbelzinnigheid van onze hedendaagse cultuur nodigt uit tot een hernieuwde inkeer in het wezen van de mens. Heyde geeft gestalte aan deze hernieuwde inkeer door een grondige verkenning van wat het betekent een mens te zijn.
Drie vragen staan daarbij centraal; Wat is de draagwijdte van de autonomie?
Wat is de zin van vrijheid, en wat is de reikwijdte van de menselijke transcendentie?
Het boek sluit af met een poging de maat van de menselijke subjectiviteit te bepalen in relatie tot wat er met de ultieme negatie van lijkt te zijn; de dood.
In een fascinerende en diepgravende slotbeschouwing buigt Heyde zich over het geheim van de dood.
Wat betekent het mens te zijn? Wat is de draagwijdte van zijn autonomie en de zin van zijn vrijheid? En hoe ver reikt zijn transcendentie? Dit zijn de vragen die Heyde (1941, hoogleraar metafysica en kenleer Nijmegen) verkent in deze wijsgerige bezinning op de mens en diens eindigheid. Met het christendom brak het inzicht door, dat de mens een oneindige betekenis en waarde heeft en dat vrijheid en subjectiviteit tot zijn wezen behoren. Daarmee bevestigde het de zin van het leven en van de werkelijkheid. In onze tijd is echter het zelf-zijn dominant geworden: vrijheid en autonomie kwamen centraal te staan. Riskant, stelt Heyde, want het onderwaarderen van het individu mag dan slachtoffers gemaakt hebben, het beklemtonen van individualiteit en autonomie doet dat evenzeer; de ander dreigt hier immers ervaren te worden als bedreiging voor de eigen autonomie. Zo schept Heyde evenwicht tussen te sterke nadruk op de menselijke autonomie en op de gemeenschap en haar instituties. Vooral de slothoofdstukken over eros en agapè en over de betekenis van het sterven zijn de moeite van het lezen waard.
Leo Apostel De dialectiek van de Verlichting Adorno en Horkheimer — Een paradoxale bron voor een herbeginnen
4.8. Naast het mimesis-begrip is Adorno’s tweede sleutelterm de ‘bepaalde — concrete, gedetermineerde negatie’. Om dit moeilijke begrip te verduidelijken is een historische opmerking nodig. De aanval van Adorno en Horkheimer tegen de ‘gedegradeerde’ Verlichting is een aanval van vreemdelingen, emigranten, onderdrukten gericht tegen meerderheden, similariteiten, herhalingen, identiteiten. De Joodse godsdienst is een ‘concrete negatie’ omdat de onnoembare god de totale ‘concrete desacralisator’ is. Een bepaalde concrete negatie is een negatie — door een opstand tegen, een uitschakeling — van een concrete entiteit door een andere, even particuliere. Noch universele negatie of negatie door universaliteit (boeddhisme of stoïcisme) noch universele bevestiging (pantheïsme) kunnen aanspraak maken op het statuut van concrete negatie. Ware Verlichting, als niet tot een systeem getotaliseerde concrete utopie, is de voorwaarde. Voor beide auteurs, en voor ons, kan concreetheid zowel in subject als in object, zowel in mens als in natuur bestaan maar de ‘feitelijke’ Verlichting dreigt ofwel alle negatie op te geven ofwel tot een gesloten systeem van negaties te verworden. Op p.26 geven Adorno en Horkheimer de positieve taak van de kennis aan: “het gegevene als zodanig te begrijpen, niet slechts de abstracte spatio-temporele relaties van de feiten vast te stellen die hen toelaten te worden geregistreerd, maar integendeel hen te begrijpen als oppervlakte, als gemediatiseerde conceptuele momenten die slechts tot vervulling komen in de ontwikkeling van hun sociale, historische en menselijke betekenis”. De taak van het kennen beperkt zich niet tot simpel vatten, maar is de bepaalde ontkenning van iedere onmiddellijkheid. De auteurs zijn echter beslist geen idealisten, wat je door oppervlakkige lezing van hun negatiebegrip zou kunnen denken. Zij beweren slechts dat wat wij observeren en waarover wij theoretiseren producten van onze interactie met de werkelijke wereld zijn, die wij slechts begrijpen als wij ze situeren in de systematische en historische, natuurlijke en menselijke totaliteit waaruit wij ze isoleren en als wij tegelijk het proces waarin en waardoor we dat doen situeren in de natuurgeschiedenis en de menselijke geschiedenis, zonder enige aanspraak te kunnen maken een globaal of definitief perspectief op deze twee inter-agerende geschiedenissen te hebben. Kennen is handelen, handelen is zichzelf en het object transformeren ( = negeren ) maar tegelijk daardoor zichzelf, het object en hun interrelaties ontwikkelen. Slechts deze opvatting staat ons toe tegelijk kennis als mimesis, als gedetermineerde negatie, als verzoening, verwachting en veralgemeende empathie ( = medeleven ) te begrijpen.
Edwin den Boer Metafooronderzoek
1. Een duidelijk symmetrische benadering is de traditionele opvatting dat een bestaande abstracte similariteit het verband vormt tussen de letterlijke en de metaforische betekenis van een woord. Deze betekenissen worden soms als homoniem beschouwd, de metafoor meestal als 'dood'. Lakoff en Johnson (1980) sommen een reeks bezwaren op, onder andere dat er onmogelijk een abstracte overeenkomst kan bestaan die de lading dekt van een brondomein waar veel verschillende doeldomeinen bij horen, of een doeldomein waarvan verschillende aspecten worden belicht door verschillende brondomeinen. Vermoedelijk is een wederkerige abstracte similariteit juist kenmerkend voor letterlijke vergelijkingen.
PRANA De kracht van het NU nr. 162 aug/sep 2007 in het artikel Meister Eckhart, de Ware Meester van Willem Voois:
p. 67: Mens en wereld of mens en God worden tot één Godheid: het ondoorgrondelijke, in zichzelf rustende, onbeweeglijke Ene (oergond) waaruit alles is voortgekomen. De mystiek bereikt die eenheid door zowel in het subject als het obect zover door te dringen, dat het eigenlijke, wezenlijke, dat geen naam en geen inhoud meer heeft, wordt ‘ervaren’.
De neoplatonische mystiek vindt de eenheid in wat de middeleeuwse mystiek de ‘zielegrond’ of het goddelijke vonkje in de ziel noemde. Hier ligt het eigenlijk, goddelijk wezen van de mens, waarvan men niets kan zeggen, omdat het onuitsprekelijk is.
p. 70: Het Ene is een ontkenning van ontkenningen. Ieder schepsel bevat een ontkenning: er wordt ontkend dat het iets anders is. Een engel ontkent dat het een ander schepsel is, maar God bevat de ontkenning van de ontkenningen. Hij is dat Ene dat al het andere ontkent iets ander te zijn dat hemzelf. God is zelfs niet ‘een louter zijn’. ‘Als ik God ‘een zijn’ zou noemen, zou dat evenmin juist zijn … God is niet dit of dat … wie meent dat hij God kent, en hij kent dan iets, dan kent hij God niet.’ Dat wat het zijn mogelijk maakt kan het zelf niet zijn.
3e Wet van de negatie van de negatie
De negatie van de negatie (negatie).
René Meijer De discussie over de wetenschappelijke status van de psychologie laaide hoog op in het traditioneel hernieuwde zelfbesef (zie b.v. Parabirsing over van den Berg's metabletica). Wederzijdse ontkenning bleek ook hier fundamenteel voor het wetenschapsbedrijf te zijn...
Vrijheid en Onvrijheid (Creativethink, Zondebokmechanisme, Communicatie)
Alicja Gescinska boek De verovering van de vrijheid Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan Ontdek de verborgen schat van de levenskunst (recensie Dirk Verhofstadt)
Libertariërs, neoliberalen en anarcho-kapitalisten zeggen dan weer dat de vrijheid radicaal moet uitgebreid worden en pleiten zelfs voor een absolute en onaantastbare vrijheid. In feite gaat het hier om een strijd tussen negatieve en positieve vrijheid, twee begrippen die de Britse filosoof van Letse afkomst Isaiah Berlin gebruikte in zijn beruchte werk Two concepts of liberty (1958).
Negatieve vrijheid is de afwezigheid van externe dwang of inmenging zodat de mens kan doen en laten wat hij wil. Positieve vrijheid is de aanwezigheid van een concreet vermogen om te doen wat je wenst en behoort te doen. Om dat vermogen te concretiseren is er inmenging van de overheid nodig in de vorm van onderwijs, sociale voorzieningen, publieke diensten, enz.
‘Het oblomovisme (is) niet enkel een ziekte van die tijd, maar vooral ook een ziekte van onze tijd’, schrijft Gescinska. Het lijkt me een te pessimistisch beeld, zeker als ze er ook een diepe zingevingcrisis aan toeschrijft. Ik kan me niet voorstellen dat de arbeiders in de industriële periode die als robotten aan de slag waren en zich niet konden vervelen, meer levensvreugde kenden. Luiheid en verveling hebben altijd bestaan en wie de jongere generaties bezig ziet met sport, kunst, cultuur, studies en jawel, ook uitgaan, plezier maken en communiceren via sociale netwerksites beseft dat veel mensen juist te weinig tijd hebben om al hun begeertes te voldoen. Dat neemt niet weg dat Gescinska gelijk heeft dat het probleem van de verveling ook het probleem van de vrijheid is. Want wie niets doet, maakt geen gebruik van al zijn vermogens om het goede te doen. Mensen moeten dan natuurlijk wel in staat worden gesteld om hun vermogens, zeg maar hun talenten, te ontwikkelen en te gebruiken. Armoede bijvoorbeeld is in dat opzicht een concrete beperking van de vrijheid, zoals Amartya Sen en Martha Nussbaum betogen. ‘Echt vrij is bijgevolg slechts diegene die over het vermogen beschikt om die keuzes te maken die overeenstemmen met zijn morele wezen, zodat hij in zijn eigen handelen universele, menselijke waarden verwerkelijkt’, aldus Gescinska. Enkel negatieve vrijheid is dan ook niet voldoende om echt vrij te zijn.
‘Vrijheid draait altijd om wat een mens kan’, schrijft de auteur, ‘het is de overgang van wat is naar wat zou kunnen zijn, dat de mens zichzelf verwerkelijkt, zijn vrijheid verovert en zin geeft aan zijn bestaan.’
In tegenstelling tot de adepten van de absolute vrije markt (Ayn Rand), erkennen liberalen de rol van de overheid op tal van domeinen. Zo moet iedereen rechts rijden en stoppen voor een rood licht, juist om onze vrijheid mogelijk te maken. Zo moet er een systeem van sociale zekerheid bestaan om onze zieken, senioren, gehandicapten en werklozen recht op zelfbeschikking te geven. Zo moet de overheid regels opleggen inzake milieu om ook het recht op zelfbeschikking van onze toekomstige generaties te waarborgen. En zo moet de overheid de banksector reguleren, monopolies voorkomen en machtsmisbruik bestrijden. In die zin is de vrijheid zoals Gescinska stelt altijd ‘een begrensde vrijheid’.
Elk leven is risicovol en geen enkele overheid kan ervoor zorgen dat die risico’s verdwijnen (risicobeheersing). Hier is de uitspraak van de Oostenrijks-Britse dilosoof Karl Popper relevant: "De poging om de hemel op aarde te verwezenlijken, brengt steeds de hel voort."
De vrijheid van de ooievaar is de dood van de kikker. Wie kwetsbare mensen niet weerbaar maakt, niet opvoedt, geen kansen biedt, niet verzorgt, geen bescherming biedt, zorgt voor een duale samenleving met een kleine groep ‘vrijen’ en een hele grote groep ‘onvrijen’. In dat geval zouden de vrijen een voorrecht genieten. En voorrechten kunnen nooit de basis zijn van een morele samenleving. In die zin zijn we inderdaad verplicht om onze vrijheid te veroveren op diegenen die hun macht misbruiken om anderen in onvrijheid te houden.
Het probleem waar we het over hebben is dat door individualisering en secularisering het collectieve waarden - en normenpatroon is versnipperd. Iedereen gaat voor zijn eigen ‘waarheid’. Het heeft betrekking op het cultuurrelativisme – wat jij wilt, het is jouw feestje. De door de overheid breed ingevoerde marktwerking heeft het probleem, het ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’ ('Pad der Linkerhand’) alleen maar versterkt. Vroeger werd er door socialisten op gewezen dat de directeur houdt het volk arm en de pastoor houdt ze dom. Nu is er ondanks de welvaart zelfs een grotere tweedeling tussen arm en rijk aan het ontstaan en wordt door de bestuurlijke elite gepredikt dat arbeidsvoorwaarden flexibeler, lees goedkoper moeten en houdt de TV (algemene Vertrossing) het volk dom.
De door de overheid gestimuleerde marktwerking heeft een averechts effect, de valkuil van de schijnmarkt opgeleverd.
Avishai Margalit: Een man van het compromis (interview, Peter Giesen op 04 april 2009)
Margalit doceerde ooit in Oxford, waar hij sterk werd beïnvloed door de filosoof Isaiah Berlin. Nobele doelen komen vaak met elkaar in conflict, was Berlins stokpaardje. Gelijkheid gaat ten koste van vrijheid, en omgekeerd.
Zo staan ook rechtvaardigheid en vrede op gespannen voet met elkaar, stelt Margalit. Wie rechtvaardigheid nastreeft, zal doorgaans geen vrede vinden. En wie vrede wil sluiten, moet veelal onrechtvaardigheid op de koop toenemen. Na de Tweede Wereldoorlog offerde het Westen Oost-Europa aan de Sovjet-Unie. Dat was onrechtvaardig, zoals de inwoners van Boedapest in 1956 merkten. Toch zullen slechts weinig westerlingen dit compromis hebben betreurd.
‘Het compromis wordt vaak te zoet en te gemakkelijk voorgesteld’, zegt Margalit, in een raspend Engels dat aan Shimon Peres doet denken (‘zér ar srieoptions’). ‘Maar het is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Waarom moet ik me aanpassen aan jouw overtuigingen die volgens mij verkeerd zijn? Waarom moet ik iets opgeven waarvan ik geloof dat het waar is? Waarom moet ik een compromis sluiten als ik geloof dat ik gelijk heb?’
Het antwoord ligt voor de hand: vrede. Niet alleen voor de oorlog, maar ook voor de vrede moeten we offers brengen, zegt Margalit. ‘Voor vrede moeten we veel opgeven. Maar niet alles. Dat is het hele punt’, stelt hij. Compromises and Rotten Compromises zal niet alleen een pleidooi voor het compromis zijn, maar ook een poging om de grens vast te leggen. Wanneer is een compromis verrot?
Vrijheid van meningsuiting wordt vaak beschouwd als een integraal concept in democratieën. De vrijheid om zonder angst voor vervolging je mening te kunnen uiten staat expliciet vermeld in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Het oprekken van de vrijheid van meningsuiting door de PVV laat zien dat het echte probleem in Nederland is dat het steeds meer gaat over de vorm in plaats van over de inhoud. In plaats van de eeuwenoude beginselen als gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid te accentueren viert de afleidingsmanoeuvre van het vijandbeelddenken hoogtij. De politiek probeert eerder zoveel mogelijk de status-quo te handhaven, dan op de mondiale problemen te anticiperen. Hoe lang laten we nog toe dat politici de boel traineren?
Godsdienstvrijheid is een van de klassieke grondrechten. Het houdt in dat men de vrijheid heeft zelf te kiezen om tot een godsdienst toe te treden en deze te belijden en beoefenen. Het is een van de rechten uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van geboden en voorschriften. (artikel 18)
De geschiedenis leert dat de verbeeldingskracht (ideatie), de complexiteit van de menselijke geest zich niet zo gemakkelijk laat beheersen. Door socialisten werd er vroeger op gewezen dat de directeur het volk arm en de pastoor ze dom hield. Nu is er ondanks de welvaart zelfs een grotere tweedeling tussen arm en rijk ontstaan. Het impliceert dat we, mede als gevolg van het uitbesteden van de moraal aan de markt, de lat lager hebben gelegd. De kredietcrisis laat zien dat de bestuurders te veel met het bemachtigen van bonussen in de weer zijn geweest en dat ze daardoor onvoldoende tijd hebben overgehouden om echt op het winkeltje te passen. Nu zorgen het onderwijs en de teloorgang van de media (Volkskrant 13 december 2008) er voor om de domheid van het volk te bevorderen en de toezichthouders, die zich met gebakken lucht bezig houden voor het eerste. Door een gebrek aan een consistent en gedeeld waardepatroon is de afstand tussen ideaal (Goede, Ware en Schone) en gesignaleerde werkelijkheid duidelijk toegenomen. De symptomen van ressentiment in de maatschappij zeggen iets over het psychosociale klimaat van deze tijd. Draait het niet juist om de discipline moraliteit? De dubbele moraal maakt het lastig om de veelheid van culturen met universele waarden te verbinden. Waarom laten we het gebeuren dat de schijnwereld in het multiculturele Nederland toeneemt?
Dubbele moraal verwijst naar het feit dat veel mensen, bewust of onbewust, met twee maten meten, wat zich soms uit in selectieve verontwaardiging.
Net als elke organisatie is ook de overheid een afspiegeling van de maatschappij. De dubbele moraal is een andere manier om het spel van de 'dubbele’, de verborgen agenda tot uitdrukking te brengen.
Bij Pontius Pilatus is ook in zekere zin van een dubbele moraal sprake.
Door aan het kruis te sterven neemt de Zoon voor de zonden van de mensheid de schuld op zich.
Jezus wordt Zondebok: Op de verlosser, de wereldverbeteraar wordt de schuld afgeschoven. Uiteindelijk geeft Pilatus toe aan de wens van het volk en 'wast zijn handen in onschuld'.
Pontius Pilatus-syndroom, 'Wat wil het volk?' slaat op schuld afschuiven.
| Oude Testament (Kernkwadrant): | Nieuwe Testament: | Nietzsche: | |||
| Verlossing | Pontius Pilatus | (Maskerkwadrant): | |||
| Wijze >>>> | Goddeloze | God ---- | Heilige geest | Heer >>>> | Heerser |
| | | | | | | | | | | | |
| Dwaas <<<< | Rechtvaardige | Satan ---- | Zoon | Vijand <<<< | Slaaf (gelijke) |
| Zondebok | Verlosser | Slachtoffer |
In zijn essaybundel Bezielende Verbanden behandelt de Amerikaanse historicus James Kennedy de gezondheid van de Nederlandse samenleving. In hoeverre zijn we nog tolerant? Zijn we als land wel voorbereid op onze verantwoordelijkheden voor de 21e eeuw? En weten we überhaupt nog wel wie we zijn?
De belangrijkste conclusie in Bezielende Verbanden: Nederland anno 2010 is een land dat in strijd is met zichzelf. Het beeld van Nederland als vaandeldrager van tolerantie, progressie en verdraagzaamheid is volledig opgelost. In het Nederland dat we zien in de utopische Postbank-reclame uit de jaren negentig herkent niemand zich meer. Maar de tekst van het begeleidende nummer kennen we nog allemaal:
Vijftien miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
Woorden als een wollen deken. Maar de vanzelfsprekendheid en veiligheid van weleer heeft plaatsgemaakt voor herbezinning, die gepaard gaat met politiek en maatschappelijk tumult en onzekerheid over het bepalen van onze houding tegenover de rest van de wereld. Kennedy: “We hebben sinds de jaren zestig het imago van multicultureel en progressief, een voorbeeld voor de rest van de wereld op het gebied van homohuwelijk en euthanasie. Tot problemen die zich eerst alleen elders voordeden zich ook ineens in ons land gingen voordoen.”
Daarmee snijdt Kennedy de grote omslag aan die Nederland gekend heeft: de moord op Pim Fortuyn in 2002. Daarmee kwam in één klap een einde aan het beeld van Nederland als verdraagzaam land. Jarenlang sluimerende onrust bij de bevolking kwam naar boven, en er moest ruim baan gemaakt worden voor een radicale bekering. Snelle integratie van allochtonen werd een hot item, het begrip 'waarden en normen' eveneens, en de nationale geschiedenis werd opgerakeld en in kaders geplaatst. Gevolg: niets in Nederland was meer vanzelfsprekend. Ineens moet er geknokt worden voor de eigen overtuiging. Gedogen was uit.
Kennedy: “Een belangrijke oorzaak hiervan is de Nederlandse concensuscultuur. We moesten het altijd maar met elkaar eens zijn, waardoor echte discussie niet mogelijk was en lastige vragen niet mochten worden gesteld. Een 24/7 debatcultuur was niet wenselijk. Concrete stappen werden niet ondernomen. Daardoor slaat op cruciale momenten de vlam in de pan.”
Nederland is een onzeker land geworden met behoefte aan duidelijkheid, handhaving en morele waakzaamheid. Hoe dat precies goed moet komen kan ook Kennedy niet met zekerheid zeggen, maar maakt zich wel sterk voor het serieus nemen van de burger door de overheid, en het stimuleren van het debat. Want alleen dan, zo denkt Kennedy, kan er een visie ontwikkeld worden voor een toekomst waarin Nederland weer weet wie ze is.
Vrijheid in de filosofie van de geest is een concept rond kernvragen als: Bestaat menselijke vrijheid en zo ja, wat is het dan precies?
Ingram Smith boek Waarheid is een land zonder paden, Een reis met Krishnamurti (p. 117):
Krishnamurti: Dit zien is het heden en dit zien heeft geen morgen – en het verleden is verdwenen. Deze lege, stille toestand is zonder verleden of toekomst. Dit oplossen van het verleden is transformatie, vrijheid. Deze perceptie maakt het gehele verleden vrij en het altijd nieuwe heden is.\\
162: Interviewer: En waar vindt u waarheid?
Krishnamurti: Alleen als het denken – en niet alleen het denken, maar ook het leven – volledig harmonieus is, zonder tegenstellingen. Alleen zo’n denken kan waarheid vinden, kan waarheid waarnemen. Waarheid is niet iets abstracts, waarheid is hier.
Trân-Thi-Kim-Diêu: artikel De verticale verbinding van verleden en heden Vrijheid sluit bewustzijn van het ‘nu’ in en meer zorg voor anderen. … en in de slotconclusie: Binnen het bewustzijn groeit het Universum. Binnen het bewustzijn groeien mensen. De twee innerlijke groeiprocessen bevorderen elkaar wederzijds en bloeien in een ontmoeting die men kent als het realiseren van Waarheid. … Er is slechts eeuwig leven in het NU.
René van Wissen en Sander Boon: Politieke stromingen worden ingedeeld in links en rechts, maar de echte tegenstelling zit in dwang versus vrijheid. Mensen kunnen niet vrij zijn in een samenleving gebaseerd op dwang.
Anna Lemkow, ‘Een naschrift over de samenhang tussen Religie, eeuwige Wijsbegeerte, Wetenschap en Samenleving’:
Ieder van ons is zowel het produkt van een lange evolutionaire reis als een zelforganiserende, zelfevoluerende deelnemer
aan het onophoudelijke proces van ontwikkeling. Sommigen hebben dat ontwikkelingsproces een Goddelijk Plan genoemd – een Goddelijk Plan dat onbepaald is wat betreft de gedetailleerde uitvoering ervan maar niet in zijn aard en richting.
De westerse cultuur heeft individuele vrijheid bovenaan staan, maar vrijheid met welk doel? Ons verkeerde idee van
vrijheid is dat vrijheid bestaat in de ongelimiteerde bevrediging van persoonlijke behoeften. Dit type ‘vrijheid’ leidt in
werkelijkheid tot diepgaande onvrede, en komt in feite neer op gebondenheid aan de behoefte aan genot. Vrijheid kan vanzelfsprekend niet aan iemand worden geschonken, al helemaal niet door regeringen. Vrijheid betekent het vermogen
om te kiezen, maar keuzen moeten gebaseerd zijn op kennis. Ieder individu moet dus een mate van vrijheid verwerven door de hogere wetten van zijn of haar aard te volgen en tot uitdrukking te brengen. Want, zoals we eerder betoogden, vrijheid en noodzakelijkheid of wetmatigheid vormen een paar van onafscheidelijke polariteiten.
Het toppunt van vrijheid, dat in de religieuze tradities onder verschillende namen bekend staat – zoals verlichting, bevrijding, nirvana, moksha, satori – wordt beschreven als een ervaring waarin de betrokkene zich verbonden voelt met alle andere wezens en met alles wat bestaat. Het is een toestand waarin degene die de ervaring heeft zijn of haar lot gelijkstelt aan dat van anderen.
Étienne de La Boétie: Het zijn altijd maar vier of vijf mensen die de tiran staande houden. Altijd is het zo geweest dat vijf of zes mensen de aandacht van de tiran hebben, die uit zichzelf naar hem zijn toegegaan of die hij heeft laten komen om medeplichtig te zijn aan zijn wreedheid, de gabbers bij zijn pleziertjes, de pooiers van zijn wellusten en de deelgenoten van de buit van zijn plunderingen. Deze zes hebben zeshonderd anderen onder zich die meeprofiteren. En de zeshonderd zijn voor hen hetzelfde als de zes voor de tiran.
Deze zeshonderd hebben zesduizend anderen onder zich, die ze in staatsdienst hebben verheven en aan wie ze het bestuur van provincies of het beheer van de duiten hebben gegeven, opdat zij de handlangers van hun gierigheid en wreedheid zijn en wanneer het moment is gekomen bovendien zoveel kwaad aanrichten dat zij alleen door hun bescherming wetten en straf kunnen ontduiken. Groot is de nasleep van dit alles.
En wie zich wil vermaken met het ontwarren van dit netwerk, zal zien dat niet zesduizend, maar honderdduizenden, miljoenen zich met die draad aan de tiran vasthouden. Het komt kortom hierop neer: door gunsten of winsten of doorgegeven voordelen die men deelt met de tirannen, bestaan er bijna evenveel mensen voor wie de tirannie profijtelijk schijnt te zijn als mensen voor wie de vrijheid aangenaam zou wezen.
Jos Verhulst Vrijheid, democratie & secessie:
Toch is de mens van nature vrijheidslievend. Vrije mensen zullen niet spontaan kiezen voor onderwerping aan een of andere tiran. De hamvraag luidt dus: waar komt die gehoorzaamheid vandaan? Het kan niet anders of de onderworpenheid moet aangepraat zijn. De burgers gehoorzamen de tiran omdat zij geloven dat ongehoorzaamheid onmogelijk of onwenselijk is. De la Boétie vermeldt hiervoor drie mechanismen, die tesamen een uitputtende verklaring bieden voor dit merkwaardige fenomeen.
Een eerste mechanisme functioneert op positieve wijze. Mensen die leven in een tiranniek regime gaan al gauw geloven dat dit regime onmisbaar en onvermijdelijk is. Voer een parlementair regime in waarbij de wetten verplicht gemaakt worden door partijverkozenen, herhaal voortdurend dat dit systeem “een democratie” is, en na een tijd weten de meesten niet beter. Het mechanisme dat hier speelt is de gewenning (11).
Een tweede mechanisme functioneert op aanvullende negatieve wijze, via distractie. De burgers krijgen erzatz geestelijk voedsel aangeboden van de tiran om hun aandacht bezet te houden en te vullen op een wijze die voor de tiran ongevaarlijk is. Het is het principe van de spelen: de tiran deelt douceurtjes uit, die hem geliefd en populair maken, en ervoor zorgen dat een groot deel van het publiek zich met hem en niet met zijn critici gaat identificeren (12).
Maar deze twee instrumenten volstaan volgens de la Boétie geenszins om de tiran in het zadel te houden. Het eigenlijke geheim (13) van het machtsbehoud van de tiran schuilt in een derde techniek: de creatie, rondom de tiran, van een piramide van medeplichtigen die in afnemende mate objectief belang hebben bij de handhaving van de tirannie (14).
Volgens Immanuel Kant (1724 – 1804) handel je pas autonoom wanneer jouw intenties absoluut zuiver zijn. Kant stelt onafhankelijk en vrijheid tegenover afhankelijkheid en slaafsheid. Hij denkt dualistisch in uitersten.
In 1789 klonk de leuze vrijheid, gelijkheid en broederschap van de Franse revolutie.
Joseph Dietzgen (1828 – 1888) gaat er vanuit dat de vrijheid van het individu niet zuiver individueel, maar slechts in sociale kameraadschap kan worden bereikt.
Het fundament wordt zichtbaar gemaakt waarop de creatielemniscaat, die in het boek Bezieling en Kwaliteit in Organisaties van Daniel Ofman wordt besproken, rust. Aan het fenomeen organisatiecultuur wordt daarmee zowel in de breedte als in de diepte handen en voeten gegeven. Er wordt mee bereikt dat het mogelijk is op de organisatiecultuur en de sturing van de complexe veranderingsprocessen meer grip te krijgen. In een cyclisch proces, met regelmatige feedforward en feedback besturing, kunnen aan innovaties meer inhoud en vorm worden gegeven.
De focus van vernieuwingen ligt te veel op de kwantiteit in plaats van op de kwaliteit. Wantrouwen en angst leiden er toe dat mensen zich terugtrekken in de eigen groep, met uitsluiting van anderen. Bij het Meta-leren (Het Nieuwe Leren) gaat het meer om afleren dan om aanleren. Door ingesleten conditioneringen, gehechtheid, dogma's te laten oplossen is het mogelijk dat we met meer vertrouwen naar de toekomst kijken, we ons meer met het creatieve beginsel verbinden.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 1. De nacht van het heelal (p. 82):
Om opnieuw Hegel aan te halen, die met Schelling praktisch de pantheïstische opvatting aanvaardde van periodieke Avatars (bijzondere incarnaties van de wereldgeest in de mens, zoals men die aantreft bij alle grote religieuze hervormers): . . . ‘het wezen van de mens is geest . . . alleen door zich van zijn eindigheid te ontdoen en door zich over te geven aan zuiver zelfbewustzijn bereikt hij de waarheid. De Christus-mens, als mens in wie de eenheid van de god-mens verscheen (de identiteit van het individuele met het universele bewustzijn, zoals dit wordt geleerd door de aanhangers van de Vedanta en sommige van de Advaita), heeft door zijn dood en in het algemeen door zijn geschiedenis, zelf de eeuwige geschiedenis van de geest uitgebeeld – een geschiedenis die ieder mens in zichzelf moet verwezenlijken om als geest te kunnen bestaan.’ Philosophy of History, Engelse vertaling van Sibree, blz. 340.
De Geheime Leer Deel II, Edens, slangen en draken (p. 230):
Maar dit is niet het Eden uit Genesis; en ook niet de kabbalistische Hof van Eden. Want het eerstgenoemde – Eden Illa-ah – is in één betekenis wijsheid, een toestand zoals die van nirvana, een paradijs van gelukzaligheid; terwijl het in een andere betekenis betrekking heeft op de verstandelijke mens zelf, die het Eden bevat waarin de boom van de kennis van goed en kwaad groeit: op de mens als kenner daarvan.
| Tetraktys | Metafysica, | Esoterie: | De zevenvoudige samenstelling der planeten: | Fysica | ||
| Monade | 1e Logos: | Het Ene, Akasha | 1./7 | A/G | Wereld der archetypen; | Zwaartekracht |
| Duade | 2e Logos: | Geest-Stof | 2./6. | B/F | Intellectuele (verstandelijke) of scheppende wereld; | Tijdsymmetrie |
| Triade | 3e Logos: | Ether | 3./5. | C/E | Astrale of formatieve wereld (de vormende wereld); | Spiegelsymmetrie |
| Tetrade | Vuur, Lucht, | Water en Aarde | 4. | D | Stoffelijke wereld | Materiesymmetrie |
Sathya Sai Baba, antahkarana: Als men eenmaal zuiverheid van gedachten heeft dan kan men alles in het leven bereiken. Om de gedachten te zuiveren moet men liefde in praktijk brengen. Het licht van liefde kan nooit worden gedoofd. Als je het principe van liefde hebt ontwikkeld, zul je de drie toestanden van viswa, taijasa en prajna overstijgen en de uiteindelijke gelukzaligheid bereiken. De individuele ziel in wakende toestand wordt viswa genoemd, daar deze wordt geassocieerd met karmendriyas en jnanendriyas. In de droomtoestand wordt het taijasa (de stralende, de schitterende) genoemd vanwege de associatie met het schitterende principe van antahkarana (innerlijk instrument). In de diepe slaaptoestand heet het prajna en wordt het geassocieerd met het niveau van gelukzaligheid (de gelukzaligheids-laag).
| Rapport ‘E i V’, de natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4): | |||||
| Macrokosmos | Microkosmos | Macrokosmos | Tijd-as | ||
| Leegte ---- | Inhoudloos | Inhoud >>>> | Inhoudloos, leegte | 1. Ruimte, Wat ---- | 3. Oneindigheid, Ruimteloosheid |
| | | | | | | | | | | |
| Vormloos ---- | Inhoud | Vormloos <<<< | Vorm, Vormbaar | 4. Eeuwige NU ---- | 2. Materie, Hoe |
| Microkosmos | Tijd-as | Microkosmos | |||
| 5e element Ether | |||||
| (snijpunt van de | diagonalen 1./2. en 3./4) | ||||
Tegenover 'Ether staat Aether', het reflexief bewustzijn dat door de driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) van Pythagoras en de categorieënleer van Aristoteles, kan worden gesymboliseerd. De categorieën worden in de publicatie Kwaliteitskundig kader opnieuw toegelicht.
| Pythagoras en | Aristoteles: | 1. "wezen(lijk)-zijn" | ||
| Monade | Triade | 7. bv. gezeten-zijn (positie) | 9. "doende-zijn" (actie) | |
| 4. Doeloorzaak ---- | 2. Werkoorzaak | 5. "wààr?-zijn" (plaats) | 3. "hoedanig?-zijn" (kwaliteit) | |
| | | | | | | | | |
| 1. Stofoorzaak ---- | 3. Vormoorzaak | 2. "hoe groot?-zijn" (kwantiteit) | 4. "met betrekking tot iets-zijn" (relatie) | |
| Tetrade | Duade | 10. "ondergaande-zijn" (passie) | 8. bv. geschoeid-zijn (habitus) | |
| 6. "wanneer?-zijn" (tijd); Snijpunt 2./3. en 4./5. |
Het kwadrant rechts laat de ommekeer van beneden naar boven (1 – 2 – 3) zien. Hoe we ons dus weer met de natuurlijke kringloop kunnen verbinden.
In naam van de vrijheid wordt in Amerika de democratie afgebroken.
Het gevoel voor vrijheid wordt door de retoriek rond het begrip 'veiligheid' overschaduwd. De babyboomers zijn de uitvinders van de individualisering. In hun enthousiasme hebben ze de sociale cohesie in de samenleving zeer ernstige schade berokkend. Politici in deze tijd zijn bang om impopulair te worden gevonden (Tony Judt, Volkskrant 6 juli 2008).
| Kompaskwadrant: | Culturele evolutie (filosofie) | Reciprociteit: | Innovaties: | Principes: | Ethiek: | Hoofdstuk | |
| 4. Lemniscaat | Zo beneden, Zo boven | Wat | Unificatie | 7.4 | 8.4 | ||
| 3. Verticale as | Kompaskwadrant | Hoe | Duurzaamheid | Broederschap | Integratie | 7.3 | 8.3 |
| 2. Kwalitatieve as | 7. Filosofie en 8. Ethiek | Wat | Kerk en Staat | Vrijheid | Vrijheid | 7.2 | 8.2 |
| 1. Kwantitatieve as | 5. Psychologie en 6. Sociologie | Hoe | Democratie | Gelijkheid | Rechtvaardigheid | 7.1 | 8.1 |
| Triade en Tetrade: | Natuurlijke kringloop | Accent van het aanzicht ligt op: | Kernkwadrant: |
| - Mythos | 1. Oude Testament | Rechtvaardigheid | 4. Creativethink |
| - Theos | 2. Nieuwe Testament | Universaliteit van mensenrechten | 3. Zelfregulering |
| - Logos | 3. Verlichting | Gelijkheid, gelijke kansen voor iedereen | 2. Groupthink |
| - Holos | 4. Integratie | Rechtvaardigheid en Gelijkheid | 1. Chaos |
Door de verlichting is het accent op gelijke kansen voor iedereen komen te liggen. De kwalitatieve as heeft in het kompaskwadrant betrekking op gerechtigheid, rechtvaardigheid.
We moeten er net als het antropisch principe van uitgaan dat de dingen zijn zoals ze zijn, het leven, het ontwerp is zoals het is. In dit kader is het interessant te verwijzen naar de 'De vier wie-vragen' Genen zijn niet belangrijker dan organismen (Richard Dawkins, NRC Handelsblad 22 mei 2004). De vierde vraag gaat over de zin van het leven, de waarde van ons gedrag om te overleven. Om de continuïteit van het leven op aarde voor de mensheid te waarborgen gaat het primair om de eenheid der tegendelen (kwalitatieve as), de hemelse triade en de natuurlijke selectie ('Survival of the fittest'). Het ‘ieder voor zich’ is een doodlopend spoor.
Ervin Laszlo, boek Bezielde kosmos Nieuwe wetenschappelijke visie op leven en bewustzijn in het universum, Inleiding door Dr. H.J. Witteveen (oud-minister van Financiën):
Wetenschappers komen tot het opmerkelijke inzicht dat het heelal een levend en samenhangend geheel is, een concept dat de herinnering oproept aan een oeroude visie die onderdeel was van alle traditionele beschavingen: die van een 'bezielde' kosmos. Dat beeld doet recht aan iets waar in deze moderne tijd weinig plaats voor was, zeker niet in de wetenschap. Ervin Laszlo is ervan overtuigd dat wij een deel zijn van de ander en van de natuur. Alleen zijn wij een bewust deel van de kosmos, een wezen waardoor de wereld zichzelf kan leren kennen. Dit inzicht is de basis voor een diep besef van de zin van ons leven en een goede richtingwijzer nu we op een belangrijk kruispunt staan in de geschiedenis van de mensheid.
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 3491 keer bekeken.
