Deze filognostische presentatie is in aanbouw

7.4.1 Een 'hoofdroute', verscheidenheid aan doorsneden

H.P. Blavatsky: … hetzij men zich naar de bloem van het oosten of naar de academies van het westen keert, het reizen langs het pad gebeurt zonder zich te bewegen. U bént het pad (De stem van de stilte).
Krishnamurti: En in die afstand, de verdeling tussen de ziener en het ding dat wordt gezien, in die verdeling ligt het gehele conflict van de mens.
Hoe meer we over 'de waarheid' praten of zelfs maar denken, hoe verder we die van ons wegduwen.
Geen enkele organisatie of georganiseerde religie kan de mens naar waarheid of naar zijn verlossing leiden.
Er bestaat geen pad naar de waarheid.
Je moet je eigen leraar en je eigen leerling zijn.
U wordt een licht voor uzelf en daarom werpt u geen schaduw op het pad van een ander of van uzelf.
Jan Börger: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voor zich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd.
Wieslav Brudzinsky: Het moeilijkst vind je de weg naar de wegwijzers.
De Reizen van de Pelgrim
“De weg zelf moet ieder alleen gaan.
Wat weet ik van jouw pelgrimstocht,
wat weet jij van de mijne?
Is dit niet juist het kernpunt
van onze overtuiging
dat ieder voor zich
in eigen wezen God leert kennen?”
Uit: Hella Haasse, De scharlaken stad, Querido, 1952, blz. 81.
György Konrád: Op de vraag naar de zin van het leven antwoordt iedereen met zijn levensloop.

Hoofdroute (Gulden middenweg, Inhoud en Vorm, Ommekeer, Absoluut en Relatief)

Pelgrims zijn ook zoekers. Dit werpt bij mij de vraag op wat het betekend zoekers of pelgrims te zijn op deze reis die wij allen aan het maken zijn.De aard van ons zoeken is afhankelijk van wat ertoe aanleiding gaf’. De eerste ‘regel’ op het pad is het zoeken naar de weg, het ontdekken van wat ons eigen pad is. Als we niet zoeken, als we ons niet realiseren dat we zoekers zijn op deze existentiële reis, dat we pelgrims zijn, dan is er ook geen richting, geen pad, geen weg. Er is geen weg totdat onze voeten het betreden hebben. Wat van het grootste belang is voor het vinden van zo’n weg, is het zoeken, het vragen. Misschien leren we, als we echte pelgrims zijn, met vragen te leven omdat we ons realiseren dat de pelgrimstocht zelf het antwoord vormt. Vragen brengen ons slechts op weg.
De magie van de pelgrimstocht, is de magie van de specifiek menselijke daad van zelfonderzoek – van voor de vraag staan wie of wat men eigenlijk is’. Dit is wat werkelijk met zoeken wordt bedoeld. Het is voor de vraag te staan wie men zelf is – dat is ons authentieke Zelf herinneren.

Ik was bang dat ik door Dawkins mijn religie kwijt zou raken (SHAHENSHAH YAQUT Volkskrant 4 oktober 2011)
In een wereld waarin religies steeds denigrerender benaderd worden, mede door Dawkins, grijpt de gelovige helaas terug naar talismannen en medicijnmannen voor een bescherming die niet enkel tegen de wetenschappelijke werkelijkheid indruist, maar ook tegen de oorspronkelijke semantiek van religies. Door deze averechtse werking valt er daarom heel wat af te dingen op de methode die Dawkins gebruikt.
Dat neemt niet weg dat zijn heroïsche opzet een duidelijke scheiding van religie en wetenschap teweeg te brengen even belangrijk is voor de atheïst als voor de godsdienstige. Dawkins trotseert lawines van haat, maakt meer vijanden dan vrienden, maar capituleert niet in zijn strijd de twee gesepareerd te houden.
Zowel wetenschap als religie zijn beter af als ze zich op hun eigen domein richten en tegelijkertijd de waarde van het andere in kunnen zien. Geen van beide zal ooit rudimentair worden in het menselijk bestaan, zolang het ene maar niet met het andere wordt verward.

Aan elke crisis liggen tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld tussen 'Politicals & Professionals', ten grondslag. De weg naar verbetering verloopt nu relatief langzaam omdat de brokkenpiloten elkaar de hand boven het hoofd houden en geen contact meer hebben met de werkvloer. De brokkenpiloten die de problemen hebben gecreëerd moeten zich nu als een ware Baron von Munchhausen aan hun eigen haren uit het moeras trekken. Door het privatiseren van het onderwijs, de wooncorporaties en de zorg heeft de overheid het stuur uit handen gegeven en dreigt de cash cow Nederland volledig te worden uitgemolken. Het zelfreinigend vermogen van de democratie gaat daardoor verloren.

De onderzoeksresultaten op het terrein van 'Nature en Nurture' bieden een kader voor het 'Incarnatie en Reïncarnatie' debat. Zelfreferentie vormt daarbij de spil. Het is en blijft allemaal mensenwerk. Centraal staat dat de toekomst wel degelijk het heden kan bepalen, hoe richten wij onze energie? Bij leven gaat het om de entelechie van Aristoteles, de emergente eigenschap zelfgelijkvormigheid. De vier oorzaken-leer van Aristoteles is nog steeds actueel. Pythagoras had de kwintessens, de onderliggende eenheid achter de verscheidenheid al te pakken, de chaos. Het zijn onze conditioneringen die bepalen hoe we de wereld zien.

Robert Dijkgraaf, en de gebroeders Erik en Herman Verlinde zijn Nederlanders die bij het uitwerken van de wiskundige modellen van de snaartheorie baanbrekend werk hebben verricht. Het is de architectuur van ons brein, het bewustzijn dat de wetenschap bepaalt en beperkt. Door de gebroken symmetrie tussen hemel en aarde wordt het bewustzijn van de mens mogelijk gemaakt.

 

Erik Verlinde ontvangt Spinozapremie voor zwaartekracht (Volkskrant 7 juni 2011)
De laatste jaren ben ik me helemaal gaan concentreren op de vraag wat zwaartekracht eigenlijk is. Het idee is dat het geen kracht is zoals die zomaar kleeft aan de materie. Zwaartekrcht is naar mijn idee iets dat voortkomt uit de organisatie en structuur van het universum. Het is een emergente grootheid, als de natheid van water: moleculen zijn niet nat, het geheel wel. Ik loop daar al tien jaar over na te denken, en het komt voor een belangrijk deel voort uit de snaartheorie waarin ik veel heb gedaan.
Wellicht zal op termijn blijken dat Erik Verlinde’s ‘zwaartekracht-informatie’ (Volkskrant 12 december 2009 en 21 mei 2011) complementair is aan het concept ‘in-formatie’ van David Bohm. Ernst Peter Fischer stelt dat de hele wereld communicatie is.

De vraag komt naar voren in hoeverre de materiële wereld, de 'natheid van water' die Erik Verlinde onderzoekt de kloof tussen de immateriële wereld van Laozi, 'De volledigheid is als water' zal overbruggen? Dit vraagstuk is analoog aan het hersenonderzoek en de controverse tussen Ramachandran en Swaab. Het rapport ‘E i V’ geeft een nieuw perspectief op een oud vraagstuk. Primair gaat het om de kwaliteit van het recept, de Nieuwe levensrichting, het AOS-concept, BON, het Vierde Model of het Nieuwe Denken. Het rapport ‘E i V’ beoogt net als deze 'probleemgestuurde' modellen probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. We zitten in ons eigen wereldbeeld gevangen. Het outside the box-denken komt centraal te staan.

De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie, het levensmysterie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Hoe selectief zijn we als waarnemer?

De Nederlandse graficus Maurits Escher heeft de penrose-driehoek vaak toegepast in zijn werk.

Robbert Dijkgraaf (NRC 27 december 2008: De architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter):
De mens is slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering . U kunt deze lus zo vaak doorlopen als u wilt, net zoals de monikken de eindeloze trap op- en aflopen in de bekende prent Klimmen en dalen van M.C. Escher – een prent die trouwens geïnspireerd was door het werk van Penrose en zijn vader.
Op het eerste hoekpunt van de driehoek staat de wetenschap. Deze is verbonden met het tweede hoekpunt waar de mens staat, de bedenker van vele nutteloze en nuttige zaken, waarvan de wetenschap er slechts één is. Op zijn beurt vormt de mens weer een verbintenis met het derde hoekpunt, de natuur, wederom als onderdeel van een groter geheel, want de natuur brengt naast de mens ontelbaar andere verschijningsvormen voort. Ten slotte wordt de natuur weer verbonden met de wetenschap, een terrein dat veel meer bestrijkt dan alleen de beschrijving van de fysieke werkelijkheid.

De waarnemer en het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. Robert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering centraal.

André de Vries De Emergentie en Evolutie van Drie Werelden (dissertatie juni 2009)
Op p. 355 worden de drie werelden (fysiek/concreet) (psychisch/mentaal) (abstract) schematisch weergegeven.
Primair gaat het om de drievoudige evolutieStoffelijk - Psychisch - Geestelijk’.

Op basis van de driehoek van Pythagoras vormen ‘Entropie en Negentropie’ een twee-eenheid (Duade). Het is de eigenschap emergentie, zelfgelijkvormigheid (wederkerigheid), die zorgt voor een drie-eenheid (Triade, (Complementariteit). Volgens de boven aangehaalde definitie van Jan Börger gaat het om een medaille met twee kanten

In essentie behandelt het rapport ‘E i V’ het mechanisme ‘en-en’/‘of-of’ (‘God en Darwin’/’God of Darwin’, ’Eenheid’/‘Gebroken symmetrie’, 'Emergentie'/'Decompositie' ('Emergence'/'Quantum decoherence'), ‘Monade’/’Duade’), de twee kanten van een medaille. Het is de ziel (psyche) die de twee kanten van een medaille met elkaar verbindt. Voor 'God en Darwin' kan ook gelezen worden 'Geloof en Rede'. Zowel Mozes Maimonides (1135 – 1204) als Raymond Lull (1232 – 1315) zijn wetenschappers, die zich al intensief hebben toegelegd op het schijnbaar onoplosbare conflict tussen geloof en wetenschappelijke kennis. Mozes Maimonides (BRES nr. 268) in zijn boek Gids der verdoolden en Raymond Lull in zijn hoofdwerk Ars Generale Ultima.

Ilya Prigogine heeft het vraagstuk al gesignaleerd waar bestuurders mee te maken krijgen:
'Het belangrijkste is dat we de strikte scheiding tussen twee culturen kunnen overstijgen. De geschiedenis van de westerse filosofie is een ongelukkige geschiedenis die alleen maar tot dualisme of monisme heeft geleid. In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen. Dat is wel een heel raar beeld. Het past perfect bij de eeuwenoude retoriek die wil dat de menselijke geschiedenis contingent en de natuurlijke gedetermineerd is. Hoe kan dit gecombineerd worden? Wij handelen in de natuur. Als wij contingent zijn, is de natuur het dus ook, want wij zijn een deel van de natuur.'

Henk Procee haalt in zijn boek Intellectuele passies tot slot Ladislav Hejdaneck aan:
‘Bij hem was waarheid niet zozeer de overeenstemming van een uitspraak met de werkelijkheid als wel iets anders, een lonkend perspectief. En daar werd me duidelijk dat intellectuele passies meer te maken hebben met een poging om in de waarheid te leven dan met het in de greep krijgen van de waarheid. Hij legde de diepere betekenis van het begrip ‘in de waarheid leven’ uit. Het westerse perspectief werd door hem radicaal op z’n kop gezet.
Immers, zo zei hij, de waarheid is er en ik mag erin leven. Ik ben er geen product van, ik ben er product van. Mijn optreden is niet zo belangrijk voor de waarheid, zij is belangrijk voor mij.'

Al is dan volgens Ilya Prigogine de evolutie onomkeerbaar er wordt van uitgegaan dat het mogelijk moet zijn door creativethink het zelforganiserende vermogen positief te beïnvloeden en de evolutie daarmee op een hoger plan te brengen.

De verborgen 5e Dimensie, de verticale as, Axis mundi, de Staf van Hermes, de gouden keten van Homerus, de staf van Mercurius, Sutratman, draad van Ariadne, Caduceus, Esculaap, de kosmische Lichtzuil en ook de Middenzuil van de levensboom. De Staf van Hermes wordt beschouwd als de sleutel en de weg van persoonlijke (spirituele) ontwikkeling.

Het kompaskwadrant is ontstaan door aan het 4D-denkraam van Daniel Ofman en Ken Wilber, respectievelijk de 1e en 2e dimensie, een 3e dimensie toe te voegen. Het model symboliseert een integrale denktrant. De bewustzijnsniveaus (helicopterview) worden in een psychogram (Integrale visie p. 42 figuur 3 of p. 112 figuur 14) door de 3e dimensie, de verticale as weergegeven. Het Reflexief Bewustzijn brengt als het ware verschillende abstractieniveaus van Ether (communicatie) tot uitdrukking. De lemniscaat symboliseert de reciprociteit tussen het geestelijke en het lichamelijke.

De relatie tussen het boek en het rapport, tusen de 'Triade en de Tetrade' wordt in het hoofdstuk Idealisme en Materialisme aan de hand van de systeembenadering besproken. Het kompaskwadrant symboliseert de schakel tussen hemel en aarde, het top down en bottom up gezichtspunt. Het laat zien hoe beide zienswijzen perfect op elkaar aansluiten. Het gaat er dus om de in het denken vastgeroeste 'top down hiërarchie' om te keren. Het is een handig hulpmiddel om het nieuwe perspectief op de 'theorie van alles' en het daarmee samenhangende zelfhelende mechanisme verder uit te werken.

Het mechanisme achter de 'natuurlijke selectie' wordt door de Heilige tetraktys van Pythagoras tot uitdrukking gebracht. De getallen van Pythagoras brengen een relatie, een specifieke categorie van betrekkingen tot uitdrukking. Pythagoras was een cyberneticus. De mens maakt deel uit van auto- en kruiskatalytische systemen (Ervin Laszlo).

UnificatietheorieKompaskwadrant:Drie aanzichten: Filognosie:, boek De Ether Bestaat!
RuimteKwalitatieve as2e Top down en Bottom upFilosofie en EthiekI Methode en Wetenschap
MaterieKwantitatieve as1e Segulier en RegulierPsychologie en SociologieIII Persoon en Politiek
TijdVerticale as3e Analyse en OntwerpSchepping en BewustzijnsevolutieII Analyse en Spiritualiteit

Uit de toespraak van Krishnamurti tijdens het Ommen kamp in 1929
(Ingram Smith boek Waarheid is een land zonder paden, Een reis met Krishnamurti):
Ik houd vol dat geen enkele organisatie de mens tot spiritualiteit kan voeren. Als er een organisatie voor dit doel opgezet wordt, wordt deze een kruk, een zwakheid, een onvrijheid en zal deze het individu kreupel maken en hem er van weerhouden uit te groeien tot een uniek individu, door zelf die absolute, ongeconditioneerde Waarheid te ontdekken…
Ik heb maar één doel: de mens vrij te maken, hem naar vrijheid te drijven; hem te helpen uit alle beperkingen los te breken, want alleen dat zal hem eeuwig geluk geven, zal hem de ongeconditioneerde realisatie van het zelf geven…
Wanneer deze tijdloze uitdaging direct in het bewustzijn mag werken en er niet door het bewustzijn mee wordt gewerkt, begint er een nieuwe dimensie van leven. Zoals werkend gist de vorm van voedsel verandert, zo verandert waarheid de structuur van het bewustzijn.

In welke richting mogen wij dan verwachten dat de evolutie verder gaat?
Antwoord: Hiervoor ziet Teilhard de Chardin maar één mogelijkheid. In miljarden jaren tijds heeft zij zich gericht op het ontstaan van het leven (de biogenese) en het bewustzijn (de psychogenese); nu zij zich grenzen gesteld ziet op het gebied van het individuele bewustzijn, liggen voor de noögenese de perspectieven op het collectieve vlak.

Pierre Teilhard de Chardin INLEIDING OVER HET CHRISTELIJK LEVEN
Uit het hele voorafgaande betoog wordt duidelijk dat het christendom bij uitstek een geloof in de voortgaande éénwording van de wereld in God is, en daarmee in diepste wezen universeel, organisch en 'monistisch'.
Natuurlijk heeft dit 'panchristelijke' monisme iets heel bijzonders. Omdat het universum vanuit het standpunt van de christen bezien niet op een andere wijze definitief tot eenheid zal komen dan door personalisatie van de verbindingen erin, d.w.z. onder invloed van de liefde, om die reden zal de vereniging van de schepselen in God niet kunnen worden begrepen vanuit een fusie (waarbij God voortkomt uit de samensmelting van alle elementen ter wereld of deze in tegenstelling daarmee in zich opneemt), maar vanuit een 'differentiërende' synthese (waarbij de elementen van de wereld deste meer zichzelf worden naarmate zij meer in God convergeren). Immers, de liefde die erdoor gekenmerkt wordt dat zij iemand zelf sterker maakt, heeft als specifiek effect, dat zij de schepselen nader tot elkaar brengt. In het voltooide christelijke universum (in het 'pleroma', zoals Paulus zegt) blijft God per slot van rekening niet alleen; nee, hij is alles in allen (en pâsi panta Theos ) - de eenheid in en door de verscheidenheid.

Waarom is Omega dan Christus en niet Mohammed of Boeddha of Brahman? (slotconclusie)
De god van de Islam is geen mens, hij incarneert niet. En de god van het Boeddhisme wordt bereikt door vernietiging van de veelheid, die maya (begoocheling) genoemd wordt: men wil daar het doel bereiken door de-personalisatie, net het tegendeel van wat Teilhard beschrijft.
Teilhard toont dat het geloof aan de wereld en het geloof in God in het Christendom kunnen samengaan. Christus wordt voorgesteld als de sluitsteen van het te construeren gewelf. We moeten afstappen van de statische God, en meer nadruk leggen op de Christus-Omega, de Christus-Evoluteur, de kosmische Christus. Het Mystiek Lichaam is geen dood lichaam maar verkeert in voortdurende Wording. God is dynamisch, de Vader werkt zonder ophouden, en Christus is de toegangsweg tot de noumenale wereld. Het Absolute geeft zich aan de geesten die het verbreiden; het is een eeuwig offer, een gave om niet, want dat is de Liefde.

Freek van Leeuwen maakt van het begrip zelfverwerkelijking gebruik. In zijn boek De Levensweg (p. 77, 90 en 193) past hij het cybernetische model toe. Om de wereld te veranderen gaat het nog steeds om de scholing van de individuele ziel. Of met andere woorden hoe kunnen we in de pas lopen met de Heilige Geometrie, of ook wel de driehoek van Pythagoras genoemd.

In de huidige consensus politiek staat niet de moraal, maar het belonen en bestraffen (‘carrot and stick’), het zondebokmechanisme centraal. Wanneer je je niet aan de regels van het spel houdt dan word je buitengesloten of opgesloten. Recent stond in de Volkskrant dat het aantal gevangenen in Nederland sinds 1985 is verviervoudigd. Marcel van Dam scheef er een aardige column over. Gaan we alleen voor de worst? Uitgangspunt van veel politici is dat de wetenschap, de technologie in staat is alle problemen wel op te lossen. In de politieke machtsspelletjes verschuift het accent steeds meer naar de vorm, niet naar de inhoud. Holle retoriek en het willen scoren met schijnoplossingen komen centraal te staan.

Glossarium 'Lectorium Rosicrucianum' Orde:
Orde : Er zijn twee orden : door het grote kosmische onheil dat bekend staat als de val werd het menselijke bewustzijn in twee verscheidene orden opgesplitst:
- de dialectische natuurorde, die onderworpen is aan de wet van "opgaan, blinken en verzinken"; deze vertegenwoordigt slechts één aspect van de oorspronkelijke schepping, en is afgescheiden van het geheel dat haar zin gaf; een gedeelte van de menselijke levensgolf die de verbinding met de Geest verloren is identificeert zich met deze dialectische natuur, waar de Rede afwezig is
- de andere orde - deze van de onbeweeglijke natuur - is bekend als het Oorspronkelijk Rijk, het domein der levende Zielen; alleen zij hebben toegang daartoe die "herboren zijn door water en Geest". Dit onderscheid tussen de twee orden vormt de basis van de gnostieke leer.

Levenscycli op moederaarde bestaan uit geboorte, opgaan, blinken en verzinken. De fase van blinken lijkt op dit moment in Nederland te stagneren. Alle zeilen dienen te worden bijgezet om het verouderings-, het aftakelingsproces te stoppen.

Eerder heeft Ramundus Lullus een met het Kompaskwadrant vergelijkbaar universeel model (lullistische tabel, p. 5 en 6) uitgewerkt. De kolom Relatieve principes bevat drie Triades 'Eenheid der tegendelen (Verschil) - Eendracht - Tweedracht (Tegenstrijdigheid)', 'Begin - Midden - Eind' en 'Superioriteit - Gelijkheid - Inferioriteit'. De kolom met Absolute principes bevat een link met negen Sephiroth van de levensboom. De rechter kolom noemt de aspecten wat, hoe, wanneer, wie en waarom, welke bij elk leer - cq. besluitvormingsproces relevant zijn.

Het kompaskwadrant, biedt net als het enneagram, de psychologie van Carl Jung en van Roberto Assagioli, de I Ching (boek van Rudolf Ritsema, Stephen Karcher) een mogelijkheid om het zelfbewustzijn, de zelfkennis te verruimen. Het 5D-concept laat zien dat aan deze modellen hetzelfde balansmechanisme 'Zelfregulering en Creativethink' ten grondslag ligt. Uiteindelijk gaat het er om met behulp van deze methoden een non-lokaal, een niet dualistich bewustzijn te bereiken.

Cecil Messer Skandha’s – een kwestie van leven en dood
Ofschoon de skandha’s niet-permanent zijn en steeds veranderen, zegt HPB: ‘niets… kan ooit verloren gaan uit het Skandische archief van iemands leven. Niet eens de kleinste sensatie, de nietigste actie, impuls, gedachte, indruk of daad kan verbleken of verdwijnen uit of in het Universum’ (3,415). Volgens de Boeddha: ‘wanneer de Skandha’s opkomen, blinken en verzinken om uiteindelijk te sterven, o monnik, zo wordt u steeds geboren, komt tot bloei en sterft’ (4,33).
Het derde of passieve model van de skandha’s komt voor terwijl het in Devachan ‘verblijft’. Dus is hetgeen tussen levens overblijft in een gezuiverde en ongeconditioneerde toestand: waarlijk een ‘nieuw Ego’. De skandha’s liggen in een soort passieve toestand waar geen karma geproduceerd wordt. Dus is viññana, in zijn hogere aspecten, enigszins werkzaam in Devachan. De Mahatma KH zegt dat er in Devachan ‘zuiver spirituele waarnemingen, emoties en gevoelens van het zesde beginsel zijn [boeddhi], versterkt en om zo te zeggen, vastgemetseld door een deel van het vijfde [manas], dat deel dat noodzakelijk is in Devachan voor het achterhouden van een goddelijke gespiritualiseerde notie van het ‘ik’ in de Monade [zesde en zevende beginsel]’ (1,327). Misschien zijn de skandha’s in dit derde model identiek met de zogenoemde ‘permanente atomen’ van Annie Besant of met HPB’s ‘parels van het menselijk bestaan’. Volgens HPB is wat overblijft in Devachan ‘de MONADE in verbinding met MANAS, of liever het aroma daarvan – datgene wat overblijft van elke persoonlijkheid, wanneer deze zich waardig betoond heeft en afhangt van Atma-Boeddhi, de Vlam, aan de levensdraad [d.w.z. Fohat]’(5,238). Als voorbereiding op het vertrek van de Pelgrim uit Devachan zijn de vruchten van voorbije levens, zowel zoet als bitter, bewaard gebleven en ‘wacht Karma met zijn leger skandha’s op de drempel van Devachan’ (6,86). Zij vormen een regiment van vijanden en vrienden, elk een familielid, dat klaar staat om zich aan onze entourage te hechten voor de volgende reis.

De Geheime Leer Deel I Proloog (p. 46):
De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.
Verder stelt de Geheime Leer:
(b) De eeuwigheid van het Heelal in toto als een grenzeloos gebied, periodiek ‘het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen’ en die ‘de zich manifesterende sterren’ en ‘de vonken van de eeuwigheid’ worden genoemd. ‘De eeuwigheid van de pelgrim21’ is als een oogwenk van het Zelf-bestaan (Boek van Dzyan). ‘Het verschijnen en verdwijnen van werelden is als een regelmatig getij van eb en vloed.’ (Zie Afdeling II, ‘Dagen en nachten van Brahma’.)
21) ‘Pelgrim’ is de benaming die wordt gegeven aan onze monade (de twee in één ) gedurende haar cyclus van incarnaties. Zij is het enige onsterfelijke en eeuwige beginsel in ons, omdat zij een ondeelbaar onderdeel is van het integrale geheel – de universele geest, waaruit zij voortkomt en waarin zij aan het eind van de cyclus wordt opgenomen. Als men zegt dat zij uit de ene geest voortkomt, moet men een onbeholpen en onjuiste uitdrukking gebruiken, bij gebrek aan meer geschikte woorden in het Nederlands. De aanhangers van de Vedanta noemen haar sutratma (draad-ziel), maar ook hun uitleg verschilt iets van die van de occultisten. Het verklaren van dit verschil wordt echter aan eerstgenoemden zelf overgelaten.
46/47: Deze tweede stelling van de Geheime Leer betreft de algemene geldigheid van die wet van periodiciteit, van eb en vloed, van neergang en opkomst, die de natuurwetenschap op alle gebieden van de natuur heeft waargenomen en beschreven. Een afwisseling zoals tussen dag en nacht, leven en dood, slapen en waken is een feit dat zo gewoon is, zo volkomen algemeen en zonder uitzondering, dat het gemakkelijk is te begrijpen dat wij er een van de werkelijk fundamentele wetten van het heelal in zien.
Bovendien leert de Geheime Leer: (p. 47):
(c) De fundamentele gelijkheid van alle zielen met de Universele Overziel, die zelf een aspect is van de Onbekende Wortel; en de verplichte pelgrimstocht voor iedere ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de cyclus van incarnatie (of ‘noodzakelijkheid’) in overeenstemming met de cyclische en karmische wet gedurende het hele tijdperk.
H.P. Blavatsky: Geheime Leer Deel I, Stanza 1. De nacht van heelal (p. 71):
Maya of illusie is een element dat bij alle eindige dingen optreedt, want alles wat bestaat heeft alleen maar een relatieve en geen absolute werkelijkheid, omdat de vorm waarin het verborgen noumenon voor een waarnemer verschijnt, afhangt van zijn waarnemingsvermogen. Voor het ongeoefende oog van een barbaar is een schilderij eerst een zinloze wirwar van gekleurde strepen en klodders, terwijl een geoefend oog er onmiddellijk een gezicht of een landschap in ziet. Niets is blijvend, behalve het ene verborgen absolute bestaan dat in zichzelf de noumena van alle werkelijkheden bevat. De bestaansvormen die tot ieder gebied van het zijn behoren, tot de hoogste Dhyan-Chohan toe, hebben tot op zekere hoogte iets van schaduwen, die door een toverlantaarn op een kleurloos scherm worden geworpen; toch zijn alle dingen betrekkelijk reëel, want ook de waarnemer is een weerspiegeling, en de waargenomen dingen zijn daarom voor hem even werkelijk als hijzelf.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërachieën (p. 160):
Vandaar de allegorie. De lipika’s scheiden de wereld (of het gebied) van de zuivere geest van die van de stof. Zij die ‘afdalen en opklimmen’ – de incarnerende monaden en de mensen die streven naar loutering en die ‘opstijgen’, maar het doel nog niet geheel hebben bereikt – kunnen de ‘cirkel van het verder niet’ pas overschrijden op de dag ‘wees-met-ons’; op de dag waarop de mens zich bevrijdt van de boeien van de onwetendheid en volledig de niet-afgescheidenheid inziet van het ego binnen zijn persoonlijkheid – die hij ten onrechte als zijn eigendom beschouwt – van het UNIVERSELE EGO (anima supra-mundi) en daardoor opgaat in de Ene Essentie om niet alleen één ‘met ons’ te worden (de gemanifesteerde universele levens, die ‘EEN’ LEVEN zijn), maar juist dat leven zelf.
De pelgrimstocht van de ziel en haar ‘rust’ (p. 164/165)
De ‘grote dag WEES-MET-ONS’ is dus een uitdrukking, waarvan de enige verdienste ligt in de letterlijke vertaling ervan. Haar betekenis wordt niet zo gemakkelijk onthuld aan een publiek, dat onbekend is met de mystieke leringen van het occultisme, of liever van de esoterische wijsheid of ‘boedhisme’. Genoemde uitdrukking is eigen aan het laatstgenoemde, en even vaag voor de niet-ingewijde als die van de Egyptenaren, die deze de ‘dag KOM-TOT-ONS’31 noemden, wat identiek is met de eerste uitdrukking, hoewel het woord ‘wees’ in deze betekenis beter kan worden vervangen door ‘blijf’ of ‘rust-met-ons’, omdat het betrekking heeft op die lange periode van RUST, die paranirvana wordt genoemd. In de exoterische interpretatie van de Egyptische riten werd de ziel van iedere gestorvene – van de hiërofant tot de heilige stier Apis – een Osiris, zij werd ‘geosirifieerd’, hoewel de Geheime Leer altijd had gezegd, dat de werkelijke Osirificatie bij iedere monade pas na 3000 bestaanscyclussen plaatshad. Dit geldt ook hier. De ‘monade’, geboren uit de natuur en de essentie zelf van de ‘zeven’ (haar hoogste beginsel wordt onmiddellijk opgenomen in het zevende kosmische element), moet haar zevenvoudige omloop volbrengen door de Kringloop van het Bestaan en van de vormen, van de hoogste tot de laagste, en weer van mens tot god. Bij de drempel van paranirvana neemt zij haar oorspronkelijke essentie weer aan en wordt opnieuw het Absolute.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 231/232):
Want de archaïsche sterrenkunde en de oude wis- en natuurkunde formuleerden opvattingen die identiek waren met die van de moderne wetenschap, en een groot aantal had een meer doorslaggevende betekenis. Een ‘strijd om het bestaan’ en een ‘overleven van de geschiktsten’, zowel in de werelden boven als op onze planeet hier beneden, worden uitdrukkelijk verkondigd. Hoewel deze leer niet ‘volledig door de wetenschap zou worden verworpen’, zal zij als geheel beslist worden afgewezen. Want zij beweert dat er maar zeven uit zichzelf geboren oorspronkelijke ‘goden’ zijn, die zijn uitgestraald door de drie-enige ENE. Dit betekent met andere woorden, dat elke wereld of elk hemellichaam (altijd naar strikte analogie) uit een andere is gevormd, nadat de oorspronkelijke manifestatie aan het begin van de ‘grote eeuw’ is volbracht. De geboorte van de hemellichamen in de Ruimte wordt vergeleken met een menigte ‘pelgrims’ bij het feest van de ‘vuren’. Op de drempel van de tempel verschijnen zeven asceten met zeven brandende wierookstokjes. Daaraan ontsteekt de eerste rij pelgrims hun wierookstokjes. Daarna begint elke asceet zijn stokje om zijn hoofd rond te zwaaien en voorziet de anderen van vuur. Zo gaat het ook met de hemellichamen. Een layacentrum wordt door de vuren van een andere ‘pelgrim’ aangestoken en tot leven gewekt, waarna het nieuwe ‘centrum’ de ruimte inschiet en een komeet wordt. Pas nadat hij zijn snelheid en dus ook zijn vurige staart heeft verloren, gaat de ‘vurige draak’ een rustig en evenwichtig leven leiden als een achtenswaardige burger van de sterrenfamilie. Daarom wordt er gezegd:
Geboren in de onpeilbare diepten van de Ruimte, uit het homogene element dat de wereldziel wordt genoemd, begint elke plotseling in het bestaan geworpen kern van kosmische materie haar leven onder de meest vijandige omstandigheden.
234/235: Bovendien moeten wij bedenken dat de wet van de analogie zowel voor de werelden als voor de mens geldt en dat, evenals ‘De ENE (godheid) twee (deva of engel) wordt, en twee drie (of mens) wordt’, enz., ons ook wordt geleerd dat het stremsel (wereld-stof, ‘mind-stuff’) tot zwervers (kometen) wordt, dat deze sterren worden, en de sterren (de centra van wervelwinden) onze zon en planeten – om het kort te zeggen25.
25) Dit kan niet zo erg onwetenschappelijk zijn, want ook Descartes dacht dat ‘de planeten om hun as draaien omdat zij eens lichtgevende sterren waren, de middelpunten van wervelbewegingen’.
236: Het zojuist genoemde ‘WEZEN’, dat naamloos moet blijven, is de boom waarvan in de volgende eeuwen al de grote historisch bekende wijzen en hiërofanten, zoals de rishi Kapila, Hermes, Henoch, Orpheus, enz. zich als takken hebben afgescheiden. Als objectieve mens is hij de geheimzinnige (voor de oningewijden: de altijd onzichtbare) en toch altijd aanwezige persoon, over wie in het oosten, vooral bij de occultisten en de beoefenaars van de heilige wetenschap, de legenden algemeen verbreid zijn. Hij verandert van vorm en blijft toch altijd dezelfde. En hij is het ook die over de ingewijde adepten van de hele wereld geestelijke heerschappij uitoefent. Hij is, zoals gezegd, de ‘naamloze’ die zoveel namen heeft en van wie toch de namen en zelfs de aard onbekend zijn. Hij is de ‘Inwijder’ en wordt het ‘GROTE OFFER’ genoemd. Want, zittend op de drempel van het LICHT, kijkt hij vanuit de kring van de duisternis, die hij niet zal overschrijden, in dat licht en hij zal zijn post ook niet verlaten vóór de laatste dag van deze levenscyclus. Waarom blijft de eenzame Wachter op zijn zelfgekozen post? Waarom zit hij aan de bron van de oorspronkelijke wijsheid waaruit hij niet langer drinkt, omdat hij niets heeft te leren wat hij nog niet weet – inderdaad, noch op deze aarde, noch in haar hemel? Omdat de eenzame pijnlijk voortstrompelende pelgrims op hun weg terug naar huis tot het laatste ogenblik er nooit zeker van zijn dat zij niet zullen verdwalen in deze onmetelijke woestijn van illusie en materie die men het aardse leven noemt. Omdat hij graag aan iedere gevangene die erin is geslaagd zich te bevrijden van de boeien van het vlees en de illusie, de weg zou wijzen naar dat gebied van vrijheid en licht, waaruit hij zich vrijwillig heeft verbannen. Kortom, omdat hij zich heeft opgeofferd ter wille van de mensheid, al kunnen slechts enkele uitverkorenen van het GROTE OFFER profiteren.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 250):
(a) Deze sloka geeft uitdrukking aan het begrip – zoals elders is verklaard, rechtstreeks afkomstig uit de Vedanta – van een levensdraad, sutratma, die door opeenvolgende generaties loopt.'
263: (b) De slotzin van deze sloka laat zien hoe archaïsch het geloof en de leer zijn dat de mens zevenvoudig van samenstelling is. De draad van het zijn, die de mens bezielt en door al zijn persoonlijkheden of wedergeboorten op deze aarde loopt (een verwijzing naar sutratma), de draad waaraan bovendien al zijn ‘geesten’ zijn geregen – is gesponnen uit de essentie van het ‘drievoud’, het ‘viervoud’ en het ‘vijfvoud’, die al de voorafgaande bevatten.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 (p. 294):
Zo verlopen de cyclussen van de zevenvoudige evolutie in de zeventallige natuur: de geestelijke of goddelijke; de psychische of halfgoddelijke; de verstandelijke, die van de hartstochten, de instinctieve of cognitieve; de halflichamelijke en de zuiver stoffelijke of fysieke natuur. Deze evolueren en vorderen alle cyclisch; ze gaan op twee manieren in elkaar over, middelpuntvliedend en middelpuntzoekend; ze zijn in hun diepste essentie één, maar zeven in hun aspecten. Het laagste aspect is natuurlijk afhankelijk van en ondergeschikt aan onze vijf fysieke zintuigen. Tot dusver ging het over het individuele, menselijke, waarnemende, dierlijke en plantaardige leven; elk de microkosmos van zijn hogere macrokosmos.
295: De pelgrim, die de lange reis onbevlekt is begonnen, die steeds verder is afgedaald in de zondige stof, en zich heeft verbonden met elk atoom in de gemanifesteerde Ruimte, die elke levens- en bestaansvorm heeft doorworsteld en daarin heeft geleden, is nog maar tot de bodem van het dal van de stof gekomen, halverwege zijn cyclus, als hij zich heeft vereenzelvigd met de collectieve mensheid. Deze heeft hij naar zijn eigen beeld gemaakt. Om omhoog en huiswaarts te kunnen gaan, moet de ‘god’ nu het moeizame steile pad van het Golgotha van het Leven beklimmen. Het is het martelaarschap van zelfbewust bestaan. Zoals Visvakarman, moet hij zich aan zichzelf offeren om alle schepselen te verlossen, om uit de velen tot het Ene Leven op te staan. Dan stijgt hij inderdaad naar de hemel op, waar hij, gedompeld in het onbegrijpelijke absolute Zijn en de gelukzaligheid van paranirvana, onbeperkt heerst en vanwaar hij weer zal neerdalen bij de volgende ‘komst’, die een deel van de mensheid volgens de dode letter verwacht als de tweede advent, en een ander deel als de laatste ‘Kalki-Avatar’.
H.P. Blavatsky De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 4 Chaos - Theos - Kosmos (p. 379/380):
Chaos-Theos-Kosmos, de drievoudige godheid, is alles in alles. Daarom zegt men dat zij mannelijk en vrouwelijk, goed en kwaad, positief en negatief is: de hele reeks van tegengestelde eigenschappen. In latente toestand (in pralaya) is zij onkenbaar en wordt de onnaspeurlijke godheid. Zij kan slechts in haar actieve functies worden gekend, dus als stof-kracht en levende geest , de correlaten en het resultaat of de uitdrukking op het zichtbare gebied van de altijd ongekend blijvende uiteindelijke EENHEID.
Op haar beurt is deze drievoudige eenheid de voortbrengster van de vier oorspronkelijke ‘elementen’, die in onze zichtbare aardse natuur bekend zijn als de zeven (tot dusver vijf) elementen, die elk deelbaar zijn in negenenveertig (of zeven maal zeven) sub-elementen; er zijn er ongeveer zeventig aan de scheikunde bekend. Elk kosmisch element, zoals vuur, lucht, water, aarde, die deel hebben aan de eigenschappen en gebreken van hun beginselen, is van nature goed en kwaad, kracht (of geest) en stof, enz.; en elk is daarom tegelijk leven en dood, gezondheid en ziekte, actie en reactie. (Zie § xiv, ‘De vier elementen’.) Zij vormen altijd en voortdurend stof onder invloed van de nooit ophoudende impuls van het ENE Element (het onkenbare), dat in de wereld van de verschijnselen wordt voorgesteld door aether, of door ‘de onsterfelijke goden, die aan alles geboorte en leven schenken’.
De hindoes hebben een eindeloze reeks allegorieën om dit denkbeeld uit te drukken. In de oorspronkelijke Chaos, voordat deze werd ontwikkeld tot de zeven oceanen (sapta samudra) – symbolisch voor de zeven guna’s (voorwaardelijke eigenschappen), samengesteld uit triguna’s (sattva, rajas en tamas, zie de Purāna’s) – liggen zowel amrita (onsterfelijkheid) als visha (vergif, dood, kwaad) te sluimeren. Deze allegorie vindt men in het ‘karnen van de oceaan’ door de goden. Amrita staat boven alle guna’s, want het is ONVOORWAARDELIJK per se; maar toen het tot de schepping van de verschijnselen ging behoren, werd het vermengd met KWAAD, Chaos, met daarin latent theos , en nog voordat de Kosmos tot ontwikkeling was gekomen. We zien dus dat Vishnu – die hier de eeuwige wet voorstelt – periodiek de Kosmos tot werkzaamheid brengt; en dat hij ‘door het karnen van de oorspronkelijke oceaan (de grenzeloze Chaos) het amrita van de eeuwigheid tevoorschijn brengt, dat alleen voor de goden en de deva’s is bestemd’; en bij deze taak moet hij gebruik maken van Naga’s en Asura’s: demonen in het exoterische hindoeïsme. De hele allegorie is diep filosofisch, en we vinden deze in elk filosofisch stelsel herhaald. Plato, die de denkbeelden van Pythagoras – die deze uit India had meegebracht – volledig overnam, voegde deze samen en gaf ze uit in een meer begrijpelijke vorm dan de geheimzinnige getallen van de Griekse wijze. Zo is bij Plato de Kosmos ‘de zoon’, die de goddelijke gedachte als vader en de stof als moeder heeft (zie Plutarchus, Isis en Osiris, lvi).
Geheime Leer Deel I hoofdstuk 5 Over de verborgen Godheid, haar symbolen en tekens (p. 388):
Deze twee sephiroth, vader, abba en moeder, amona genoemd, zijn de duade of de tweeslachtige logos waaruit de andere zeven sephiroth voortkwamen. (Zie de Zohar.) Deze eerste joodse triade (sephira, chochmah en binah) is de trimurti van de hindoes.
De Geheime Leer, Deel I hoofdstuk De kracht van de toekomst Haar mogelijkheden en onmogelijkheden (p. 616):
Wat kan de wetenschap antwoorden op feiten die al aan het licht zijn gekomen en die niemand nog langer kan ontkennen, tenzij de verklaring van de uitvinder zelf wordt aanvaard? En zijn verklaringen die, zoals gezegd, van een spiritueel en occult standpunt, hoewel niet van dat van de materialistische speculatieve (exact genoemde) wetenschap, geheel orthodox zijn, zijn daarom in dit opzicht ook de onze. De occulte filosofie onthult weinig van haar belangrijkste levensmysteries. Zij laat ze als kostbare parels één voor één en wijd verspreid vallen, en alleen als zij daartoe wordt gedwongen door de evolutionaire vloedgolf die de mensheid langzaam en stil, maar gestaag naar de dageraad van het zesde Ras voert. Want als die mysteries eenmaal buiten de veilige zorg van hun wettige erfgenamen en bewaarders komen, dan houden ze op occult te zijn: ze worden publiek eigendom en moeten het risico lopen in handen van de zelfzuchtigen – van de Kaïns van de mensheid – eerder een vloek dan een zegen te worden. Maar wanneer personen zoals de ontdekker van de etherische krachtJohn Worrell Keely – , mensen met bijzondere paranormale en verstandelijke vermogens6, worden geboren, worden zij vaker wel dan niet geholpen, terwijl zij tastend hun weg zoeken; hoewel zij, aan zichzelf overgelaten, al snel het slachtoffer worden van martelaarschap en van gewetenloze speculanten. Zij worden alleen geholpen op voorwaarde dat zij niet, bewust of onbewust, een extra gevaar voor hun tijd worden: een gevaar voor de armen, die nu dagelijks door de minder rijken aan de heel rijken worden geofferd7. Dit vereist een korte uitweiding en een verklaring.
622: 'Voor de volledige ontdekking (van de etherische kracht) is het enige duizenden jaren te vroeg – of zullen we zeggen honderdduizend?' Zij zal pas op haar juiste plaats en tijd zijn, als de grote razende vloedgolf van hongersnood, ellende en onderbetaalde arbeid is weggeëbd – zoals zal gebeuren, wanneer gelukkig eindelijk in de rechtmatige verlangens van de velen wordt voorzien; als het proletariaat alleen in naam zal bestaan en het meelijwekkende geroep om brood, dat onverhoord door de wereld klinkt, is weggestorven.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 629/630):
De monade – inderdaad een ‘ondeelbaar ding’, zoals deze door Good werd omschreven, die het woord niet de huidige betekenis gaf – wordt hier weergegeven als de ātman in vereniging met de buddhi en het hogere manas. Deze drie-eenheid is één en eeuwig, want de laatstgenoemde worden na de beëindiging van al het voorwaardelijke en bedrieglijke leven in het eerstgenoemde opgenomen. De monade kan dus alleen vanaf het beginstadium van het gemanifesteerde Heelal worden gevolgd op haar pelgrimstocht en bij de wisselingen van haar tijdelijke voertuigen. In de pralaya of de periode tussen twee manvantara’s verliest zij haar naam, evenals zij deze verliest als het werkelijke ENE zelf van de mens opgaat in Brahman, in gevallen van hoge samādhi (de turīyatoestand) of een uiteindelijk nirvāna; ‘als de leerling’ in de woorden van Śankara ‘dat oer-bewustzijn, die absolute gelukzaligheid heeft bereikt, waarvan de aard de waarheid is, die zonder vorm en actie is, en zijn bedrieglijke lichaam achterlaat dat door de ātman was aangenomen, zoals een speler een (gebruikt) kledingstuk aflegt’. Want buddhi (het ānandamaya omhulsel) is alleen maar een spiegel die absolute gelukzaligheid weerkaatst; en bovendien is die weerkaatsing zelf nog niet vrij van onwetendheid, en zij is niet de opperste geest, omdat zij afhankelijk is van voorwaarden, want zij is een geestelijke modificatie van prakriti en een gevolg; alleen ātman is de enige echte en eeuwige grondslag van alles – de essentie en absolute kennis – de kshetrajña7.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 680/681):
De monade – slechts de uitstraling en weerspiegeling van het punt (logos) in de wereld van de verschijnselen – wordt, als de top van de gemanifesteerde gelijkzijdige driehoek, de ‘vader’. De linkerzijde of lijn is de duade, de ‘moeder’, die wordt beschouwd als het kwade, tegenwerkende beginsel (Plutarchus, De Placitis Placitorum); de rechterzijde stelt de zoon voor (in iedere kosmogonie ‘de echtgenoot van zijn moeder’, omdat hij één is met de top); de basislijn geeft het universele gebied van de voortbrengende Natuur weer, die op het gebied van de verschijnselen vadermoeder-zoon verenigt, zoals deze in de bovenzinnelijke wereld waren verenigd in de top. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de TETRAKTIS.
Deze transcendentale toepassing van de meetkunde op de kosmische en goddelijke theogonie – de alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis.
686: De vonken zijn de ‘zielen’ en deze zielen verschijnen volgens onze leer in de drievoudige vorm van monaden (eenheden), atomen en goden. ‘Ieder atoom wordt een zichtbare samengestelde eenheid (een molecule), en als de monadische essentie eenmaal tot het gebied van de aardse activiteit is aangetrokken, gaat deze door het mineralen-, planten- en dierenrijk en wordt een mens.’ (Esot. Catechism.) Verder ‘corresponderen god, monade en atoom met geest, denkvermogen en lichaam (ātman, manas en sthūlaśarīra) in de mens’. In hun zevenvoudige samenstelling vormen ze de ‘hemelse mens’ (zie voor deze laatste term de Kabbala); zo is de aardse mens een voorlopige weerspiegeling van de hemelse mens . . . ‘De monaden (jīva’s) zijn de zielen van de atomen en beide zijn het weefsel waarmee de Chohans (Dhyāni’s, goden) zich bekleden wanneer ze een vorm nodig hebben.’ (Esot. Cat.)
Dit slaat op de kosmische en sub-planetaire monaden, niet op de superkosmische monas (de monade van Pythagoras), zoals deze in haar synthetische karakter door de pantheïstische peripatetici wordt genoemd. De nu besproken monaden worden vanuit het standpunt van hun individualiteit behandeld, als atomaire zielen, voordat deze atomen afdalen tot een zuivere aardse vorm. Want deze afdaling in concrete stof geeft het middenpunt aan van hun eigen individuele pelgrimstocht. Terwijl ze in het mineralenrijk hun individualiteit verliezen, beginnen ze hier op te klimmen door de zeven toestanden van aardse evolutie tot dat punt, waar een nauwe aansluiting wordt bereikt tussen het menselijke en het deva (goddelijke) bewustzijn.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 711):
Hegel zegt: ‘De geschiedenis van de wereld begint met haar algemene doel, de verwezenlijking van de Idee van de geest – maar in een impliciete vorm (an sich), dat wil zeggen als Natuur; een verborgen, heel diep verborgen onbewust instinct, en het hele proces van de geschiedenis . . . is erop gericht deze onbewuste impuls tot een bewuste te maken. Terwijl zij in de vorm van een zuiver natuurlijk bestaan verschijnen, vertonen de natuurlijke wil (wat men de subjectieve kant noemt), fysiek verlangen, instinct, hartstocht, persoonlijk belang, mening en subjectieve opvatting, zich spontaan bij het eerste begin. Deze uitgebreide verzameling van wilsuitingen, belangen en activiteiten vormen de instrumenten en middelen van de WERELDGEEST om zijn doel te bereiken; om dit tot bewustzijn en verwezenlijking te brengen.
De waardevolle filosofische opmerkingen van Hegel blijken hun toepassing te vinden in de leringen van de occulte wetenschap, die aantoont dat de natuur altijd werkt met een bepaald doel, waarvan de gevolgen altijd tweevoudig zijn. Dit werd gezegd in onze eerste occulte boeken, in Isis Ontsluierd, Deel 1, blz. 34 (Engelse uitgave), met de volgende woorden:
Evenals onze planeet elk jaar eenmaal om de zon draait en tegelijk in elke vierentwintig uur één keer om haar eigen as wentelt en zo kleinere cirkels beschrijft binnen een grotere, zo wordt binnen de grote saros het werk van de kleinere cyclische perioden volbracht en opnieuw begonnen.
De omwenteling van de fysieke wereld gaat volgens de leer van de Ouden vergezeld van een soortgelijke omwenteling in de wereld van het verstand – want de spirituele evolutie van de wereld verloopt evenals de fysieke volgens cyclussen.
Zo zien we in de geschiedenis een regelmatige afwisseling van eb en vloed in het getij van de menselijke vooruitgang. De grote koninkrijken en keizerrijken van de wereld raken, nadat ze het hoogtepunt van hun bloei hebben bereikt, weer in verval, overeenkomstig dezelfde wet waardoor zij tot aanzien kwamen; totdat de mensheid, nadat ze het laagste punt heeft bereikt, zich weer doet gelden en nogmaals opklimt, waarbij volgens deze wet van cyclisch opklimmende vooruitgang, het bereikte iets hoger ligt dan het punt vanwaar zij daarvóór was afgedaald.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 714):
De voortdurende aanwezigheid in ons midden van alle elementen van strijd en tegenstelling en de verdeling van rassen, volkeren, stammen, gemeenschappen en individuen in Kaïns en Abels, wolven en lammeren, zijn de voornaamste oorzaken van de ‘wegen van de voorzienigheid’. We vormen deze talrijke kronkelwegen van ons lot dagelijks met eigen handen, terwijl we ons verbeelden dat we een spoor volgen op de koninklijke hoofdweg van fatsoen en plicht, en klagen dan dat die wegen zo ingewikkeld en duister zijn. We zijn verbijsterd over het mysterie dat we zelf hebben gemaakt en over de raadsels van het leven die we maar niet oplossen, en we beschuldigen dan de grote sfinx dat ze ons verslindt. Maar er is werkelijk geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven. Als men de wetten van harmonie overtreedt of, zoals een theosofische schrijver het uitdrukt, ‘de wetten van het leven’, moet men erop zijn voorbereid tot de chaos te vervallen die men zelf heeft voortgebracht. Want volgens dezelfde schrijver ‘is de enige conclusie waartoe men kan komen, dat deze levenswetten zichzelf wreken, en dus dat elke wrekende engel slechts een symbool van hun reactie is’.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 18 Samenvatting van de wederzijdse standpunten (p. 744/745):
En energie? U kunt toch wel de derde persoon van de drie-eenheid van uw stoffelijke heelal omschrijven?
‘DE ENERGIE IS DAT WAT ONS ALLEEN BEKEND IS DOOR HAAR GEVOLGEN.’ (Boeken over natuurkunde.)
Verklaart u dit alstublieft, want het is nogal vaag.
‘IN DE MECHANICA IS ER WERKELIJKE EN POTENTIËLE ENERGIE: WERKELIJK VERRICHTE ARBEID EN HET VERMOGEN OM DIE TE VERRICHTEN. WAT DE AARD VAN DE MOLECULAIRE ENERGIE OF KRACHTEN BETREFT: DE VERSCHILLENDE VERSCHIJNSELEN DIE DE LICHAMEN VERTONEN, BEWIJZEN DAT HUN MOLECULEN ONDER INVLOED STAAN VAN TWEE TEGENGESTELDE KRACHTEN – EEN DIE ERTOE NEIGT ZE NAAR ELKAAR TOE TE BRENGEN EN DE ANDERE ZE TE SCHEIDEN . . . DE EERSTE KRACHT IS MOLECULAIRE AANTREKKING, DE TWEEDE IS TOE TE SCHRIJVEN AAN DE vis viva OF KINETISCHE KRACHT’ . . . (Ganot, Physics.)
Inderdaad, het is de aard van deze kinetische kracht, de vis viva die we wensen te kennen. Wat is die? . . .

De Geheime Leer Deel II, stanza 4 SCHEPPING VAN DE EERSTE RASSEN (p. 107):
Maar wie van de westerse geleerden kan de occulte reden meedelen, waarom de Noorse Yggdrasil, de Asvattha van de Hindoes, de Gogard, de Helleense levensboom en de Tibetaanse Zampun één zijn met de kabbalistische sephirothboom, en zelfs met de door Ahura Mazda gemaakte heilige boom, en de boom van Eden12? Niettemin zijn de vruchten van al die ‘bomen’, hetzij Pippala of Haoma, of wel de meer prozaïsche appel, in waarheid en werkelijkheid de ‘levensplanten’. De oervormen van onze rassen lagen alle besloten in de microkosmische boom, die groeide en zich ontwikkelde binnen en onder de grote macrokosmische wereldboom13; en het mysterie wordt half onthuld in de Dirghotamas, waar wordt gezegd: ‘Pippala, de zoete vrucht van die boom waarop geesten komen die de wetenschap liefhebben en waar de goden alle wonderen verrichten.’
113/114: Hieruit blijkt dat niet alle mensen incarnaties van de ‘goddelijke opstandelingen’ werden, maar slechts enkelen van hen. Van de overigen werd het vijfde beginsel eenvoudig bezield door de daarin geworpen vonk, wat het grote verschil verklaart tussen de verstandelijke vermogens van mensen en rassen. Als de ‘zonen van mahat’, allegorisch gesproken, bij hun streven naar verstandelijke vrijheid de tussenliggende werelden niet hadden overgeslagen, dan zou de dierlijke mens nooit in staat zijn geweest vanaf deze aarde omhoog te streven en door eigen inspanning zijn einddoel te bereiken. Hij had de cyclische pelgrimstocht door alle gebieden van bestaan half, zo niet geheel, onbewust moeten afleggen, zoals in het geval van de dieren. Het is te danken aan deze opstand van het verstandsleven tegen de sombere inactiviteit van de zuivere geest, dat we zijn wat we zijn – zelfbewuste denkende mensen, met de vermogens en eigenschappen van goden in ons, zowel ten goede als ten kwade. Daarom zijn de OPSTANDELINGEN onze verlossers. Als de filosoof hierover goed nadenkt, zal hem meer dan één mysterie duidelijk worden. Alleen door de aantrekkingskracht van de contrasten kunnen de twee tegengesteldengeest en stof – op aarde worden samengevoegd en kunnen ze, gelouterd in het vuur van zelf-bewuste ervaring en lijden, voor eeuwig met elkaar zijn verenigd. Dit zal de betekenis duidelijk maken van veel tot nu toe onbegrijpelijke allegorieën, die dom genoeg ‘fabels’ worden genoemd. (Zie hieronder, ‘Het geheim van satan’.)
De Geheime Leer Deel II, stanza 10 De geschiedenis van het vierde ras (p. 276):
276: ‘Satan of Lucifer vertegenwoordigt de actieve of, zoals Jules Baissac het noemt, de ‘middelpuntvliedende energie van het Heelal’ in kosmische zin. Hij is vuur, licht, leven, strijd, inspanning, gedachte, bewustzijn, vooruitgang, beschaving, vrijheid, onafhankelijkheid. Tegelijkertijd is hij pijn, de reactie op de vreugde van de daad, en dood – de omwenteling van het leven – satan, die brandt in zijn eigen hel, voortgebracht door de heftigheid van zijn eigen stuwkracht – de expansieve ontbinding van de nevelvlek, die zich moet verdichten tot nieuwe werelden. En terecht wordt hij telkens opnieuw weerhouden door de eeuwige inertie van de passieve energie van de Kosmos – het onverbiddelijke ‘IK BEN’ – de vuursteen waaruit de vonken worden geslagen. Terecht worden hij . . . en zijn aanhangers . . . prijsgegeven aan de ‘zee van vuur’, want in de zon (in de kosmische allegorie in slechts één betekenis), de levensbron in ons stelsel, worden zij gezuiverd (ontbonden) en gekarnd om ze voor een nieuw leven (de opstanding) geschikt te maken; die zon die, als de oorsprong van het actieve beginsel van onze aarde, tegelijk het thuis en de oorsprong van de wereldlijke satan is.’
De Geheime Leer, Deel II hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 204/205):
De evolutie van de uiterlijke vorm of het lichaam rond de astrale vorm, wordt teweeggebracht door de aardse krachten, evenals in het geval van de lagere natuurrijken; maar de evolutie van de innerlijke of ware MENS is zuiver geestelijk. Nu is het niet meer een doorgang van de onpersoonlijke monade door veel en verschillende vormen van stof – hoogstens in het bezit van instinct en bewustzijn op een heel ander gebied – zoals in het geval van uiterlijke evolutie, maar een reis van de ‘pelgrim-ziel’ door verschillende toestanden, niet alleen van stof, maar van zelfbewustzijn en zelfwaarneming, of van visie door bewuste waarneming. (Zie Goden, monaden en atomen.)
De MONADE komt haar toestand van geestelijke en intellectuele onbewustheid te boven, slaat de eerste twee gebieden over – die te dicht bij het ABSOLUTE liggen om enige wisselwerking met iets op een lager gebied toe te laten – en gaat direct naar het gebied van het denken. Maar er is geen gebied in het heelal dat, in zijn bijna eindeloze gradaties van de eigenschappen van waarneming en zelfwaarneming, een grotere speelruimte of een ruimer werkterrein biedt dan dit gebied. Dit heeft op zijn beurt een geschikt kleiner gebied voor iedere ‘vorm’, vanaf de delfstoffenmonade tot het moment dat die monade zich door evolutie heeft ontwikkeld tot de GODDELIJKE MONADE. Maar zij blijft al die tijd dezelfde monade en verschilt slechts in haar incarnaties, tijdens haar steeds elkaar opvolgende cyclussen van gedeeltelijke of totale verduistering van de geest, of gedeeltelijke of totale verduistering van de stof – twee tegengestelde polen – terwijl zij opstijgt naar de gebieden van het vergeestelijkte verstand of afdaalt in de diepten van de stoffelijkheid.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk Archaïsche leringen in de purana’s en in genesis Stoffelijke evolutie (p. 287):
Omdat de mens in alle zogenaamde ‘zeven scheppingen’ is geweest, die de allegorie vormen van de zeven evolutionaire veranderingen, of de onderrassen, zoals we ze kunnen noemen, van het eerste Wortelras van de mensheid – was de MENS in deze Ronde vanaf het begin op aarde. Nadat hij in de voorafgaande drie Ronden2 door alle natuurrijken was gegaan, was zijn stoffelijke omhulsel – dat aan de temperaturen van die vroege tijdperken was aangepast – gereed om de goddelijke pelgrim te ontvangen bij de eerste dageraad van het menselijke leven, d.i. 18.000.000 jaar geleden. Pas halverwege het derde Wortelras werd aan de mens manas geschonken. Eenmaal verenigd, werden de twee en vervolgens de drie één; want hoewel de lagere dieren, van de amoebe tot de mens, hun monaden ontvingen, waarin alle hogere eigenschappen potentieel aanwezig zijn, moeten alle in sluimerende toestand blijven totdat elk ervan zijn menselijke vorm bereikt. Vóór dit stadium ontwikkelt manas (denkvermogen) zich niet in hen3.
2) ‘Volg de wet van de analogie, leren de Meesters. Atma-buddhi is tweevoudig en manas is drievoudig, omdat het eerstgenoemde twee aspecten heeft en het laatstgenoemde drie, d.i. als een beginsel per se, dat in zijn hogere aspect naar atma-buddhi streeft en in zijn lagere natuur kama volgt, de zetel van aardse en dierlijke begeerten en hartstochten. Vergelijk nu de evolutie van de Rassen, waarvan het eerste en het tweede van de aard van atma-buddhi zijn, hun passieve geestelijke nageslacht, terwijl het derde Wortelras fysiologisch en psychisch drie verschillende verdelingen of aspecten laat zien; het eerste is zonder zonden; het middelste ontwaakt tot intelligentie; en het derde en laatste is beslist dierlijk, d.i. manas dat bezwijkt voor de verleidingen van kama.
3) ‘De mensen worden pas voltooid tijdens hun derde cyclus (ras), tegen het begin van de vierde. Ze worden tot ‘goden’ gemaakt, goede en kwade, en zijn pas verantwoordelijk wanneer de twee bogen elkaar ontmoeten (na 3 1/2 ronde tegen het begin van het vijfde Ras). Ze worden zo gemaakt door de nirmanakaya (geestelijke of astrale overblijfselen) van de rudra-kumara’s, vervloekt om weer op aarde te worden geboren; d.w.z. gedoemd om op hun beurt en op natuurlijke wijze te reïncarneren in de hogere opgaande boog van de aardse cyclus.’ (Toelichting IX.)
De Geheime Leer, Deel II Aanvullende fragmenten uit een toelichting op de verzen van stanza 12 (p. 478/479):
De dag waarop men zal ontdekken dat veel, zo niet alles, van wat hier uit de archaïsche geschriften wordt gegeven, juist is, is niet ver meer. Dan zullen de kenners van de symboliek de zekerheid krijgen dat zelfs Odin of de god Wodan, de hoogste god in de Germaanse en Scandinavische mythologie, een van deze vijfendertig Boeddha’s is; en wel een van de eersten, want het continent waartoe hij en zijn ras behoorden, is ook een van de eerste. Het is inderdaad zo oud dat men in de tijd toen er een tropisch klimaat heerste waar nu eeuwige sneeuw ligt, vrijwel over droog land van Noorwegen via IJsland en Groenland kon oversteken naar de landen die nu de Hudson Baai omringen3. Evenals in de bloeitijd van de Atlantische reuzen, de zonen van de ‘reuzen uit het oosten’, kon een pelgrim een reis maken van wat in onze tijd de Saharawoestijn wordt genoemd, naar de landen die nu in droomloze slaap op de bodem van de Golf van Mexico en de Caribische Zee liggen. Gebeurtenissen die nooit anders dan in het menselijke geheugen zijn opgetekend, maar die nauwgezet van de ene generatie aan de andere en van ras tot ras werden overgedragen, zijn misschien ontelbare eeuwen lang door voortdurende overbrenging ‘binnen het boekdeel van het brein’ met meer waarheid en nauwkeurigheid bewaard gebleven dan in enig geschreven document of overlevering mogelijk was. ‘Wat deel uitmaakt van onze ziel, is eeuwig’, zegt Thackeray; en wat kan onze ziel nader zijn dan wat gebeurt bij de dageraad van ons leven?
De Geheime Leer, Deel II hoofdstuk 4 De duur van de geologische tijdperken, rascyclussen en de oudheid van de mens (p. 828):
De mens is beslist geen bijzondere schepping; hij is, evenals elke andere levende eenheid op deze aarde, het product van het geleidelijke vervolmakende werk van de Natuur. Maar dit betreft alleen het menselijke tabernakel. Dat wat in de mens leeft en denkt en die vorm, het meesterwerk van de evolutie, overleeft, is de ‘eeuwige pelgrim’, de proteïsche differentiatie in ruimte en tijd van het Ene Absolute ‘onkenbare’.
De Geheime Leer, Deel II Conclusie (p. 504/505):
Het is dus de taak en het karma van de mensheid van de nieuwe wereld – die veel ouder is dan onze oude wereld, een feit dat de mensen ook hadden vergeten – van Patala (de tegenvoeters of de onderwereld, zoals Amerika in India wordt genoemd), om de zaden te zaaien voor een toekomstig, grootser en roemrijker Ras dan alle die wij nu kennen. De cyclussen van de stof zullen worden gevolgd door cyclussen van spiritualiteit en een volledig ontwikkeld denkvermogen. In overeenstemming met de wet dat geschiedenis en rassen parallel lopen, zal de meerderheid van de toekomstige mensheid bestaan uit roemrijke adepten. De mensheid is het kind van het cyclische lot, en geen enkele van haar eenheden kan aan haar onbewuste roeping ontkomen, of zich onttrekken aan de last om met de natuur samen te werken. Zo zal de mensheid, ras na ras, haar vastgestelde cyclische pelgrimstocht volbrengen. De klimaten zullen veranderen en zijn daarmee al begonnen; het ene tropische jaar na het andere laat een onderras vallen, maar alleen om op de opgaande boog een hoger ras voort te brengen, terwijl een reeks andere minder begunstigde groepen – de mislukkingen van de natuur – evenals sommige individuele mensen, uit de menselijke familie zullen verdwijnen zonder zelfs een spoor achter te laten.
Zo is de loop van de Natuur onder de heerschappij van de KARMISCHE WET; van de altijd tegenwoordige en altijd wordende Natuur. Want, met de woorden van een wijze, die aan slechts enkele occultisten bekend is: ‘HET HEDEN IS HET KIND VAN HET VERLEDEN; DE TOEKOMST HET PRODUCT VAN HET HEDEN. EN TOCH, O TEGENWOORDIG MOMENT! WEET GIJ NIET DAT GIJ GEEN OUDER HEBT, EN OOK GEEN KIND KUNT HEBBEN; DAT GIJ EEUWIG SLECHTS UZELF VOORTBRENGT? VOORDAT GIJ ZELFS ZIJT BEGONNEN TE ZEGGEN: ‘IK BEN DE NAKOMELING VAN HET VERVLOGEN MOMENT, HET KIND VAN HET VERLEDEN’, ZIJT GIJ DAT VERLEDEN ZELF GEWORDEN. VOORDAT GIJ DE LAATSTE LETTERGREEP UITSPREEKT, ZIE! GIJ ZIJT NIET MEER HET HEDEN MAAR DIE TOEKOMST ZELF. ZO ZIJN HET VERLEDEN, HET HEDEN EN DE TOEKOMST, DE EEUWIGE LEVENDE DRIEËENHEID IN ÉÉN – HET MAHAMAYA VAN HET ABOLUTE IS.’

H.P. Blavatsky, Deel III, (p. 235):
235: Derhalve is het niet het Ene en Onbeperkte “Beginsel”, noch zelfs de weerkaatsing daarvan, dat schept, maar slechts de “de zeven Goden” zijn het, die het heelal vormen uit de eeuwige stof, tot objectief leven gewekt doordien de Ene Werkelijkheid zich daarin weerspiegelt.
412: De “zeven beginselen” zijn natuurlijk de openbaring van één ondeelbare geest, doch eerst aan het eind van het manwantara, en wanneer zij op het gebied van de Ene Werkelijkheid weder verenigd worden treedt de eenheid aan de dag; gedurende de tocht van de “pelgrim” heeft elke weerkaatsing van die ondeelbare Ene Vlam, de aanzichten van de ene eeuwige geest etc.

Het Absolute AL overstijgt Ruimte en Tijd, goed en kwaad, de keerzijde van de medaille.

De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die met behulp van de lemniscaat en het Reflexief Bewustzijn tot uitdrukking wordt gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.

Het zevenvoudige pad van Franciscus van Assisi.

Samenvatting (Levenskunstenaar, Geestelijke gezondheid)

Angela Merkel: Terugdringen van het tekort en economische groei zijn twee kanten van dezelfde medaille. (Volkskrant 21 mei 2012)
Primair draait het echter om: Een nieuw evenwicht tussen het superkapitalisme en humanitaire waarden. (Marcel van Dam Volkskrant van 19 mei 2012)

Iedereen met MBO boekhouden weet dat je met wat gegoochel met de hefboomwerking verlies in winst kan veranderen. De zakenbanken Goldman Sachs, JP Morgan (J.P. Morgan Chase lijdt twee miljard verlies – ‘falen top geen incident’) en financiële adviseurs verdienen aan het creatief boekhouden een goed belegde boterham. Goldman verdiende aan de Griekse deals 300 miljoen dollar aan provisie (Volkskrant 17 februari 2010).

De illusiecultuur van de zeepbel, de aardse trimurti is de inverse van de hemelse Trimurti. Banken zorgen voor het scheppen van geld en een zakenbank á la Goldman Sachs, Lehman Brothers en banken die ongeremd geld in dubieuze waardepapieren hebben gestoken of bankemployees als Nick Leeson (Barings Bank), Jérôme Kerviel (Société Générale) of ex-zakenman en -belegger Bernard Madoff voor het vernietigen.
Of in de woorden van Bolkestein: de lotgevallen van de euro zijn ‘een goed voorbeeld van politiek wensdenken dat nuchter economisch denken overvleugeld’ (Volkskrant 3 december 2011).

Frits Bolkestein heeft gelijk wanneer hij stelt: In der Beschränkung zeigt sich der Meister. Hij heeft ongelijk wanneer hij vindt dat politieke filosofen altijd achter op de geschiedenis en de politieke ontwikkelingen lopen.
Bolkestein is het niet eens met Barber die een soort Derde Weg probeert te vinden die noch jihad noch McWorld is. Maar die derde weg is er niet volgens Bolkestein: McWorld is namelijk onlosmakelijk met de democratie verweven.

De paranoia van de marktfundamentalisten in het Westen kunnen met die van moslimfundamentalisten in het Oosten worden vergeleken. Fundamentalisme is op haar beurt weer een reactie op het secularisme.

Het verschijnsel dat Erasmus in zijn boek Lof der zotheid signaleert lijkt verdacht veel op problemen die zich nu in de publieke marktsector (gezondheidzorg, onderwijs en sociale woningbouw) voordoen.

Stelling: Voor een juiste balans tussen individuele en collectieve belangen dienen net als 'Kerk en Staat' het 'publieke en private' domein duidelijk door een derde domein (‘bron van harmonie’) van elkaar te worden onderscheiden. Het privatiseren van de publieke sector komt er in feite op neer dat de overheid in eigen doel schiet. Door het stuur uit handen te geven los je geen problemen op.

Sinds Machiavelli weten we dat voor politicals geldt ‘het doel heiligt de middelen’. Het boek De heerser bevat een leidraad hoe een cultuuromslag op een gewelddadige manier te realiseren. Om een cultuuromslag, een paradigmawisseling op een harmonische manier te verwerkelijken gaat het uiteindelijk om een integrale denktrant (de samenhang tussen de domeinen van de alfa-, bèta- en gammawetenschappers) die het parochiale denken, de symboolpolitiek van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' overstijgt. Het probleem daarbij is dat de praktijk leert dat het gedrag van mensen niet gemakkelijk valt te veranderen.

DeGeheime Leer Deel 2 Stanza 12 Het vijfde ras. Goddelijke leermeesters - De ‘vloek’ vanuit een filosofisch gezichtspunt (p. 474):
Er is in de natuur één eeuwige wet, die er altijd naar streeft tegenstellingen te vereffenen en een uiteindelijke harmonie teweeg te brengen. Dankzij deze wet, waardoor de geestelijke ontwikkeling de stoffelijke en zuiver intellectuele verdringt, zal de mensheid worden bevrijd van haar valse goden en zal zij tenslotte DOOR ZICHZELF ZIJN VERLOST.

Het onderzoeksrapport ‘E i V’ laat zien dat het er nog steeds gaat om de regels van het spel van het wederzijds respect, Ethic of reciprocity - de Gulden Regel Wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook de ander niet - , er is niets nieuws onder de zon.

Het artikel Geen crisis, maar 'evidence based happiness'? van de klinisch psycholoog Erik Mertens bevat een commentaar op het boek Geluk van Leo Bormans. De drie wegen, die op basis van het boek Het Leven van Quintus Fixlein van Jean Paul (1763 - 1825) worden besproken sluiten in mijn optiek nauw op het thema Neer - Opgaande causatie aan.

Zonder de input van de mysterietaal, die zich op het snijvlak tussen de microkosmos en macrokosmos bevindt is religie ondenkbaar. Maar ook voor het bereiken van het punt omega, de output blijft religie relevant.

De Theorie van alles heeft op de evolutie van onze zielen, die uiteindelijk in het omegapunt, het Koninkrijk van God zullen convergeren, betrekking. Het probleem van het ego (twéé kanten van een medaille), de Unificatietheorie omvat al de Theorie van alles, de oplossingsrichting, die in De Geheime Leer van Blavatsky wordt uitgewerkt.

De moraal van het verhaal is dat we uiteindelijk zelf de vormgevers zijn van de 'leer van de laatste dingen'. Deze in oorsprong westerse term verwijst in christelijke, joodse en islamitische religies naar wat wordt omschreven als het einde van de wereld of het einde der tijden.

De tijdgeest wordt door het individuele consumentengedrag, het consumentisme en het collectieve stemgedrag tot uitdrukking gebracht.

Philosophers, scientists, and educators that have proposed theories of spiritual evolution include Schelling, Hegel, Max Théon, Helena Petrovna Blavatsky, Henri Bergson, Rudolf Steiner, Sri Aurobindo, Jean Gebser, Pierre Teilhard de Chardin, Owen Barfield, Arthur M. Young, Edward Haskell, E. F. Schumacher, Erich Jantsch, Clare W. Graves, Alfred North Whitehead, Terence McKenna, P.R. Sarkar and contemporaries William Irwin Thompson, Brian Swimme, and Ken Wilber.

Bij leven gaat het om doelgerichtheid (telos, entelechie), de vier oorzaken-leer van Aristoteles, de emergente eigenschap zelfgelijkvormigheid. Elke nanoseconde veranderen wij bewust of onbewust de wereld. Door in verbinding te blijven met het zelforganiserend principe, de negentropie, de blauwdruk van het leven is het mogelijk de chaos te bedwingen. In Prigogines ogen was de tijd van de zekerheden definitief voorbij. Meer nog, hij zag onzekerheid als een bron van rijkdom. Daarmee demonstreerde hij een rotsvast geloof in de kracht van de mens. Net zoals Karl Popper noemde hij zich de waarschijnlijk meest optimistische pessimist.

Stelling: Zaken lopen mis wanneer in de politiek de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden. Of met andere woorden daar waar het meeste behoefte aan is wordt in de struisvogelpolitiek het minste aandacht aan besteed.

Het boek Lof der zotheid van Erasmus (27 oktober 1466, 1467 of 1469(?) - 12 juli 1536) is een nieuwe versie van de De goddelijke komedie van Dante (14 mei en 13 juni 1265 – 13/14 september 1321).

Paul Zwollo: Men realiseert zich dat achter het woord Waarheid een hele wereld verborgen ligt. Dat niemandsland te ontdekken, dat onbetreden gebied binnen te geen, is de taak en het voorland van ieder mens op zijn lange pelgrimstocht.
Er is inderdaad een manier om de menselijke geest los te maken van de boeien en ketenen van zijn lager ik, zodat hij vrij, als een pelgrim van planeet en van planeet naar de zon kan trekken, voor hij in zijn aardse lichaam terugkeert dat hij tijdelijk had verlaten.

Net als in water (zie Laozi), zit er in het universum een zelfhelend vermogen ingebakken. Het gaat er om dat we voorkomen dat we het chaospunt van Ervin Laszlo bereiken. Het omslagpunt dat de natuur zich nog maar zeer langzaam zal herstellen. Het rapport Eenheid in Verscheidenheid wil aan de hand van het kompaskwadrant aantonen dat het er in het leven om gaat de menselijke ziel met de natuur ('materie') en de cultuur ('geest') te verbinden. De ziel als schakel tussen lichaam en geest.

De éne werkelijkheid, de basis van de gnostieke leer bestaat uit een aardse en een hemelse orde. Maatschappelijke problemen kunnen alleen effectief worden opgelost wanneer de aardse politieke orde bereid is zich met de hemelse orde te verbinden.

De Axis mundi is de metafoor van het leven als pelgrimage. Maar staat ook symbool voor de tijd, de tijdloosheid van het nu, en het contrapunt dat naar de eeuwigheid leidt.

De basis van elk leerproces is: ‘Wat’ moeten we aan ‘Wie’, ’Wanneer’ en ‘Hoe’ leren, en ‘Waarom’ vinden we dat?

Het rapport E i V beoogt, net als de bewustzijnsfilosofie, aan het gezichtspunt van Ervin Laszlo een steentje bij te dragen. Dit aanvullende inzicht is niet alleen door E-learning tot stand gekomen, maar berust ook op het verschijnsel Complementariteit en de binaire code. Voor het delen van kennis is internet een uniek medium. Opvallend is echter dat nu informatie zo gemakkelijker toegankelijk is, het algemene kennisniveau eerder af- dan toeneeemt.

In de huidige consensus politiek van de 'Kool en de Geit' sparen staat niet de moraal, maar het belonen en bestraffen, het zondebokmechanisme centraal. Het lijdensverhaal laat net als de Vier Edele Waarheden van het Boeddhisme zien dat het juist om de ethiek, de moraal van het verhaal draait. Het onderzoeksrapport ‘E i V’ plaatst ‘De blijde boodschap’ in een nieuw perspectief.

Cultuuroverdracht (de blijde boodschap) heeft op de imitatie van Plato, een 'intelligent ontwerp' op basis van Waarheid, Schoonheid en het Goede betrekking en niet op intimidatie. Plato zet de natuurfilosofie in zijn werk Timaeus uiteen.

De Koran leidt tot wat het meest waar is en brengt de gelovigen die daden van rechtschapenheid verrichten de blijde boodschap dat hen een grote beloning wacht. (17:2)
De Koran heeft andere namen, die elk een aspect ervan beschrijven en daarom als een van zijn eigenschappen beschouwd kunnen worden, zoals: Het Boek, Het Onderscheid, de Herinnering, het Advies, het Licht, de Leiding, de Genezende, de Edele, het Boek in Paren, de Moeder van het Boek, De Waarheid, de Waarschuwing, de Blijde Boodschap, het Geleidelijk Geopenbaarde Boek, de Kennis en de Duidelijke.

Universele kennis, de universele wetten zijn complementair aan de natuurwetten.
De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
Wegens de eindigheid van de lichtsnelheid kan alles in de kosmos niet met elkaar verbonden zijn.

De ‘Law of One’ heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking. Het gaat echter in het kwantumvacuüm (bewustzijnsveld) om twee polen (les 3 polariteit), het aardse en het hemelse, om dharma en karma.

De controverse tussen Hegel en Engels is al eerder tussen Pythagoras en Aristoteles naar voren gekomen. De natuurwetenschappen en geesteswetenschappen, fysica en de metafysica zijn complementair. De quintessens van de éne-werkelijkheid wordt met behulp van het 5D-concept en het Ether-paradigma tot uitdrukking gebracht. Het 5D-concept, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.

De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
De ware boeddhist, die geen ‘persoonlijke god’ en geen ‘vader’ en ‘schepper van hemel en aarde’ erkent, gelooft wel in een absoluut bewustzijn, ‘ādi-buddhi’; de boeddhistische filosoof weet dat er planeetgeesten zijn, de ‘Dhyāni-Chohans’.

Op basis van de zeven wijsheidssleutels ligt het ‘Waarom’ van de schepping, de cyclische evolutie voor de mens vast. Voor het herstel van het evenwicht speelt het spiegelneuron daarbij een cruciale rol.

De levensboom is niet alleen een scheppingsmodel op macrokosmisch niveau, maar ook een pedagogisch denkmodel op microkosmisch niveau. Dit universele denkmodel kan op het levenspad van de mens een ommekeer teweeg brengen. In de levensboom (kompaskwadrant) verloopt de schepping, de involutie van boven naar beneden. De 'ommekeer', de evolutie van beneden naar boven.

Het Grote Mysterie van het leven kan alleen als Niet-Zijn geduid worden. Alles hangt in een groot ecologisch systeem met elkaar samen. Doel van het bewustwordingsproces (emanatieproces, evolutieproces) is om met het Mysterie tot eenheid te komen, een duurzame relatie met de natuur op te bouwen. Karma kan echter goede of slechte resultaten opleveren.

Ellen Comhaire Moraliteit tussen vrijheid en determinisme. Een filosofisch onderzoek naar de causaliteit van altruïsme en egoïsme.
De centrale vraag die ik wil onderzoeken, is of altruïsme ooit losstaat van egoïsme. Altruïsme en egoïsme zijn termen die voornamelijk begrepen worden in het kader van motivaties, intenties en doelstellingen. Wat leidt ons in de keuzes die we maken en die uiteindelijk ons gedrag bepalen? Hoe komt het dat we doen wat we doen? Uitgaande van een materialistisch standpunt – met een amorele kosmos – moeten we op zoek gaan naar de manier waarop wij mensen zelf waarden creëren en onderscheiden. Hierbij maak ik een onderscheid tussen de onbewuste (als het ware automatische) en de bewuste mechanismen.

Willem Mastenbroek Het oerconflict in organisaties, De dynamiek van “Hoog versus Laag”:
Binnen veel organisaties speelt de spanning ‘hoog’ versus ‘laag’. Ik noem dit wel eens het ‘oerconflict’ omdat het bijna altijd de onderlinge verhoudingen onder druk zet. Deze kennis verklaart veel, oa het vastlopen van veranderingen en allerlei geharrewar in organisaties.

Wies Kuiper (Prana december 2008/januari 2009): De waarheid, die onbegrensd is, zonder voorwaarden, via geen enkel pad bereikbaar, kan niet worden georganiseerd; noch zou er wat voor een organisatie dan ook mogen worden gevormd om mensen er langs een bepaald pad naartoe te dwingen. Pas als je dit begrijpt, zul je inzien dat het onmogelijk is om een geloof te organiseren. Geloof is een puur individuele zaak die je niet kunt of mag organiseren. Als je dat wel doet, wordt het levenloos, het verstart, het wordt een credo, een sekte, een godsdienst die aan anderen moet worden opgelegd. De waarheid wordt dan iets bekrompens, een stuk speelgoed voor zwakkelingen, voor hen die slechts af en toe in gewetensnood zijn. Waarheid kan niet omlaag gehaald worden, het is eerder zo dat het individu zich moet inspannen om omhoog te klimmen.

H.J. Witteveen (Prana december 2008/januari 2009): Het gaat er dus om de spiegel van ons bewustzijn om te draaien: van buiten naar binnen, zodat wij bewust kunnen worden van ons ware wezen dat een uitstraling is van het Goddelijke licht dat door de hele schepping schijnt.

God staat voor iets dat alle denken te boven gaat. God staat voor wat absoluut trancendent en immanent is.

De éne werkelijkheid, de bewustzijnsschil bestaat uit zes niveaus.
Om het pedagogische gezichtspunt te duiden maakt het rapport ‘E i V’ van de vijf schakels 4. Ether-paradigma, 5. Reflexief bewustzijn, 6. Meta-leren 7. Hermeneutische cirkel en Unificatietheorie gebruik.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 514 keer bekeken.