Deze filognostische presentatie is in aanbouw

5.3 Synthese

Helena Blavatsky:
Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
 

Het zelf (Verticale as, Verborgen 5e Dimensie, Ruimte en Tijd, Middenweg)

Roberto Assagioli boek Pschychosynthese (p. 31):
(1) de ogenschijnlijke dualiteit, het schijnbaar bestaan van twee zelven in ons; het lijkt inderdaad alsof er twee zelven in ons bestaan, omdat het persoonlijke zelf zich gewoonlijk niet bewust is van het andere Zelf, en zelfs zover gaat dat het het bestaan ervan ontkent; het andere, het ware Zelf daarentegen is latent, en openbaart zich niet rechtstreeks aan ons bewustzijn;
(2) de werkelijke eenheid en het unieke karakter van het Zelf; in werkelijk bestaan er geen twee zelven, geen twee onafhankelijke en aparte, afgescheiden eenheden; het Zelf is één; het openbaart zichzelf in verschillende graden van gewaar-zijn en zelfverwerkelijking; de afspiegeling schijnt op zichzelf te bestaan, maar heeft in werkelijkheid geen autonome, eigen inhoud; zij is, met andere woorden, geen nieuw, ander licht, maar een projectie van haar lichtende bron.
Roberto Assagioli bespreekt op p. 32 de route, de verschillende stadia, om tot een harmonische innerlijke eenheid te komen.

'Inzicht', is de intuïtief opdagende lichtflits en blootlegging van de waarheid van vergankelijkheid, het lijden en de onpersoonlijke of niet-substantiële aard van alle fysieke en mentale verschijnselen van het bestaan.
Zelfbewustzijn is een hinderpaal voor waar inzicht.

De ziel is de centrale schakel tussen geest en materie. Met de psyche kunnen we de éne werkelijkheid leren ervaren. Het gaat er om te leren in het debat de rechter - en linkerhersenhelft, de non-verbale wijsheid en het verbale verstand, in te schakelen. Het reflexieve bewustzijn, het samenspel van de linker – en de rechterhersenhelft, is voor het creëren van balans verantwoordelijk. De zintuigen zijn de schakel tussen lichaam en geest.

WILLIAM Q. JUDGE boek De Oceaan van Theosofie, hoofdstuk Psychische wetten, krachten en verschijnselen:
De mens wordt door de meesters van wijsheid als het hoogste voortbrengsel van het hele evolutiestelsel beschouwd, en weerspiegelt alle vermogens van de natuur in zich, hoe verbazingwekkend of hoe verschrikkelijk die misschien ook zijn; juist omdat hij zo’n spiegel is, is hij mens.

De unificatietheorie zal uiteindelijk over het verschijnsel bewustzijn uitsluitsel geven. Eerder hebben Amit Goswami en Arthur Young aangegeven dat bewustzijn de basis van alle bestaan is. Om het bewustzijn toe te lichten wordt zowel gebruik gemaakt van het oude reflexieve ‘Macrokosmos = Microkosmos’ model van de esoterie als van de nieuwe doorsnede ‘Sensation, Awareness, Experience, Self-awareness, reflection en First-person experience’ van Francis Heylighen. De processen die zich binnen een deel afspelen kunnen door de eigenschappen van het geheel worden verklaard. De éne werkelijkheid zit holistisch in elkaar.

Synthese vindt door reflectie, wisselwerking via het Verticale (Causaal non-dualistische) en Horizontale (Grof subtiele) bewustzijn plaats. Het driehoekige diagram van Roberto Assagioli toont dat synthese met name via het verticale bewustzijn plaats vindt.

De verticale as door het centrum van het Ei van Assagioli symboliseert de door Maslow genoemde Derde Weg in de psychologie. De humanistische psychologie van Maslow gaat er van uit dat je de mens niet moet reduceren tot een door driften bepaald wezen, dat net als een dier reageert. De mens moet je ook niet zien als een wezen dat zich alleen door externe factoren, belonen en straffen, laat motiveren. De natuur van ieder mens is er op gericht zijn talenten tot ontplooiing te brengen. Voor de humanistische psychologie staat het menselijk zijn centraal, is juist de subjectieve informatie relevant.

 

In de 4e fase (psychologie van Maslow) wordt bekwaamheid een automatisme. In de '5e fase' groeien we als het ware in onze bekwaadheid. We respecteren ons zelf, maar gaan ook voor onze medemens.
Stanislav_Grof was, samen met Abraham Maslow en Anthony Sutich, mede-founding father van de transpersoonlijke psychologie, die – als uitbreiding van de humanistische psychologie – ook ruimte biedt aan ervaringen van religieuze en spirituele aard.

Joost van der Leij legt in zijn boek ONBEPERKT JEZELF de relatie tussen NLP en het Enneagram. Het is ook mogelijk NLP met het boek De Ether Bestaat! en het rapport 'E i V' te verbinden. Het rapport maakt gebruik van het TOTE-model, dat in het boek Essenties van NLP (p. 88, 92) van Lucas Derks & Jaap Hollander wordt besproken. De cirkel is rond.

Het model van Robert Dilts bestaat uit de hiërarchie van 6 logische niveaus. Iedereen leeft, bewust of onbewust tegelijkertijd op de 6 niveaus. Het model gaat er vanuit dat zaken van een niveau op de onderliggende niveaus doorwerken. De kernvraag is op welk niveau is er een probleem?
Modelregels:
- Een hoger niveau organiseert de informatie op onderliggende niveaus.
- Verandering op een lager niveau kan verandering op een hoger niveau teweeg brengen.
- Verandering op een hoger niveau zal veranderingen op lagere niveaus teweeg brengen.
- De oplossing ligt nooit op het niveau waar het probleem wordt geconstateerd.
- Om een oplossing te vinden is het noodzakelijk om naar een hoger niveau te gaan.
- De hoogste drie niveaus zijn abstract en naar binnen gericht. De laagste drie niveaus worden steeds meer concreet en van buitenaf meer waarneembaar.
- Als gedrag en vermogens in de pas lopen met wat op hogere niveaus wordt nagestreefd is er van integratie sprake: alle niveaus werken samen en ondersteunen elkaar.

Marli Huijer En nu de echte seksuele bevrijding
Het geslacht dat iemand bekleedt in de maatschappij (gender), en de daarbij behorende gedragspatronen, worden geconstrueerd door wat Butler in navolging van taalfilosoof John Austin performativiteit noemt. Er is een bepaald repertoire aan handelingen dat maakt dat iemand de rol van man of vrouw krijgt toebedeeld. Omdat die handelingen cultureel bepaald zijn en die cultuur aan het individu vooraf gaat, is het onmogelijk gedrag te vertonen dat niet in de hokjes mannelijk en vrouwelijk uiteenvalt.

'Identificatie en Disidentificatie' (Verticaal - en Horizontaal bewustzijn, Sutratman)

De oefening disidentificatie wordt in het boek Psychosynthese van Assagioli toegelicht (p. 132):
De eerste stap is om met overtuiging vast te stellen en zich bewust te worden van het feit: ‘Ik heb een lichaam, maar ik bén niet mijn lichaam’.
De tweede stap gaat over het besef: ‘Ik heb een gevoelsleven, maar ik ben niet mijn emoties of mijn gevoelens’.
De derde stap bestaat erin dat we gaan beseffen: Ik heb een intellect, maar ik bén niet dat intellect’.

Deze techniek van Assagioli laat zien dat gedachten en gevoelen verschijnen en verdwijnen, slechts een levensyclus van micro(nano)seconden hebben.
Karel Scholten Verslag van de lezing over psychosynthese.

Mary Anderson Meditatie-Diagram van Blavatsky:
Een volgend element is nu aan de meditatie toegevoegd: we moeten ons uitbreiding in ruimte en de oneindigheid voorbij tijd voorstellen, met of zonder zelfidentificatie. Afhankelijk van onze aard kunnen we ons dus uitbreiding in ruimte (grenzeloze Ruimte) en oneindigheid in tijd (Eeuwigheid of Duur) objectief voorstellen, waarbij we onszelf buiten beschouwing laten, of subjectief, waarbij we voelen dat we zelf grenzeloze ruimte en oneindige tijd zijn. De laatstgenoemde benadering herinnert ons aan de methode zoals deze uiteengezet wordt in Yoga of Light van Geoffrey Hodson. Door alles wat bekend is los te laten, komen we datgene wat niet gekend kan worden nabij.
Ik ben niet het fysieke lichaam
Ik ben het hogere Zelf
Ik ben niet de emoties
Ik ben het hogere Zelf
Ik ben niet het denkvermogen
Ik ben het hogere Zelf
Derhalve ben ik onbegrensde ruimte, ik ben oneindigheid. Deze aanpak is gevaarlijk als we bewust of onbewust de persoonlijkheid identificeren met het hogere Zelf. Maar we zullen dit niet doen als we in staat zijn de nadere instructie van HPB op te volgen: ‘Er is geen kans op zelfbedrog, wanneer de persoonlijkheid geheel vergeten wordt.’ De Meditatie begint zo met inspirerende denkbeelden, waarmee zij, zoals we zullen zien, ook eindigt.

Artikel van Peter Giesen over hoogleraar Abram de Swaan in de Volkskrant van 20 januari 2007.
De socioloog Abraham de Swaan wijst op het mechanisme identificatie versus ‘desidentificatie’. Als mensen zich als groep aaneensluiten, sluiten ze anderen uit. Dat zijn twee kanten van eenzelfde proces. Het is ook moeilijk een collectief te analyseren waar jezelf deel van uitmaakt. Voor je het weet laat je je op sleeptouw nemen door je eigen emoties. Dan ga je praten in simplificaties, over “de” islam die niet door “de“ Verlichting is gegaan. Dat overkomt islam critici als Herman Philipse en Afshin Ellian. Terwijl die in hun eigen vak toch tot de top behoren.

Eckhart Tolle: Iedere handeling die vanuit het nu ontstaat, zal precies juist zijn.
Eckhart Tolle (PRANA nr. 176 dec/jan 2009): Ego verbreekt de natuurlijke gegevenheid van ‘eenheid, heelheid, een Zijn, verbonden Zijn’ en schept de illusie van afgescheidenheid. Dit vanuit het subject-object bewustzijn opererende ‘ego’ is de kern van ons lijden.

De kwintessens van het rapport 'E i V', het Meta-leren berust op het bewustzijn van bewustzijn (helicopterview, Top down perspective).
Het innerlijke bewustzijn (zelfbewustzijn, reflexief bewustzijn, bewustzijn van bewustzijn) is een levenscyclus (Huwelijksquaterniteit) die in het universele bewustzijn ligt besloten. Bewustzijn manifesteert zich door een levensyclus. Er bestaat niet alleen bewust en onbewust, maar ook het verschijnen en verdwijnen van het bewustzijn. Het bewustzijn is continu aan verandering onderhevig. Religies leggen op het innerlijke universum de nadruk.

Om zichzelf te kennen is bewustzijn en waarneming nodig (beide zijn beperkte vermogens die betrekking kunnen hebben op ieder onderwerp, behalve op Parabrahm). Vandaar de ‘eeuwige adem die zichzelf niet kent’.

De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
De ‘Law of One’ (zoekopdracht: Law) heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking.
Jan Wicherink (p. 194): Men zou kunnen beargumenteren dat de Oosterse spirituele tradities hun universele wijsheid niet bereikten via wetenschappelijke methoden, maar door esoterische principes zoals introspectieve meditatie. In een hogere staat van bewustzijn kregen ingewijden toegang tot de oerkennis die opgeslagen ligt in de Akasha-kronieken. Hoewel dit best waar zou kunnen zijn, geloof ik nog steeds dat er voldoende redenen bestaan om aan te nemen dat de oude vedische cultuur haar initiële wijsheid van eerdere beschavingen ontving.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer, Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 134):
De lipi-ka’s, van het woord lipi, ‘geschrift’, betekent letterlijk de ‘schrijvers’. Deze goddelijke wezens zijn op mystieke manier verbonden met karma, de wet van de vergelding, want ze zijn de griffiers of geschiedschrijvers, die op de (voor ons) onzichtbare tafelen van het astrale licht, ‘de grote beeldengalerij van de eeuwigheid’, een getrouw verslag afdrukken van iedere handeling en zelfs gedachte van de mens, van alles dat was, is of ooit zal zijn in het Heelal van de verschijnselen. Zoals in ‘Isis’ werd gezegd, is dit goddelijke en ongeziene schilderij het BOEK VAN HET LEVEN ('Akasha-kronieken').

Vyâsadeva:
4) De term filognosie of liefde voor de kennis, hier gepresenteerd als de ware kennis, kent twee equivalenten in het Sanskriet: jñâna, spirituele, geestelijke kennis en âtmatattva, de werkelijkheid of het principe van het zelf of de ziel. De term vertegenwoordigt de alomvattende logica van het spiritueel bestrijken van al de zes basisvisies (darshana's) van het menselijke, culturele respect wat betreft het

 Filognosie:G. Glas
- feitelijke (de filosofie en de wetenschap),I Methode en WetenschapTussen hoger en lager in de mens
- het principiële (de analyse en de spiritualiteit) enII Analyse en SpiritualiteitTussen innerlijk en uiterlijk
- het persoonlijke (in religieuze en politieke zin).III De Persoon en de PolitiekTussen onmiddellijkheid en middellijkheid

Eenheid en harmonie van bewustzijn is het oogmerk van deze naturalistisch/idealistische liefde waarin men, teneinde de problemen van het niet-weten tegen te gaan, van lichamelijke oefening is, van meditatie, van studie, bezinning, vertoog, gezang en dienst aan God en de medemens, overeenkomstig de natuurlijke orde van de tijd in samenhang met de ether. Het is een syncretische benadering die naar behoren iedere vorm van materialisme, politieke associatie of wetenschappelijke denkwijze, zijn eigen afgebakende plaats en missie in de samenleving toewijst. Een filognost ontleent, in het trouw en gelovig zijn met de basisbeginselen van het geweldloze mededogen, de boetvaardigheid, de reinheid en de waarachtigheid, zijn bestaan deels aan religieuze benaderingen zo verschillend als het Hindoeïsme, het gnosticisme in al zijn culturele verscheidenheid, het Boeddhisme, het Taoïsme/Confucianisme, het Universele Soefisme en het Vaishnavisme (zie verder theorderoftime. org).
31) In deze tekst wordt de term bewustzijn filognostisch gedefinieerd als een staat van zijn; een vorm of integriteit van het gewaar zijn van een zeker verschil in de tijd. Men is, modern gesproken, op een bepaalde golflengte, in een zekere tijdmodus, of in een bepaald denkmodel bewust bezig met een manier van onderscheid maken die berust op de kennis van het zelf (identificaties), het lichaam (relaties) en de cultuur (het vertoog). Aldus spreekt men van een cultureel en een natuurlijk bewustzijn (asat en sat): cultureel een relatieve en instabiele, materialistische vorm van bewustzijn die, gebaseerd op materiële motieven, de tijd manipuleert; en, natuurlijk gesproken, een meer absoluut bewustzijn gebaseerd op het respect voor de orde van de zon, de maan en de sterren zoals men die waarneemt in de hemel.
34) 'AUM dat eeuwig' heeft betrekking op het standaardgebed om tat sat dat door brahmanen wordt uitgesproken bij de uitvoering van hindoe-offers. Naast de betekenis in de tekst gegeven, betekent het: 'O AUM, die gezegende, ware en oorspronkelijke naam van God, o pranava!' Het woord sat betekent waar en werkelijk, en het woord tat betekent letterlijk 'dat' en heeft betrekking op zowel de oorspronkelijke werkelijkheid als het principe zoals in de context van het woord tattva, wat letterlijk 'die staat van zijn' betekent. Ook vindt men het terug in de uitdrukking tat tvam asi, hetgeen 'dat zijt gij' betekent, een mantra die verwijst naar de getuige en het zich vergewissen als men in meditatie de werkelijkheid onder ogen ziet zoals die is. In westerse termen zeggen we dingen als 'dat is het 'm' en 'dat is dat', hetgeen ongeveer hetzelfde inhoudt: wees tevreden met de dingen zoals ze zijn. Het latijnse woord amen, 'zo zij het', in het Christendom gebruikt, laat zich in het Sanskriet vertalen als astu, het woord voor 'laat het voor wat het is'.

In een compositie wordt een dissonant meestal gevolgd door een consonant. Dit geldt ook voor de psychologie waar cognitieve dissonantie lijnrecht tegenover cognitieve consonantie staat. De klinisch psycholoog René Meijer:
A: Instabiliteit wordt gekenmerkt door compensatie. Men zoekt zekerheid die de definitie niet biedt en projecteert de behoefte dan op wat anders: b.v. harder werken, snoepen en joggen. Gevolg ervan: stress, ontregelde leefschema's en daarmee samenhangende gestoorde nachtrust en hartvergroting en -vervetting. Door cognitieve consonantie, d.w.z. willen overeenstemmen met wat je doet of hebt, vindt je dan die compensaties fijn. Echter, omdat het de oorspronkelijke onzekerheid niet wegneemt, helpt niets echt en ontstaat systeemregressie.

Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) (in de ICD-terminologie: meervoudige persoonlijkheidsstoornis) of multipele persoonlijkheidsstoornis (MPS) is een psychische aandoening waarbij iemand afwisselend twee (of meer) van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden kan aannemen. Ten minste twee van deze persoonlijkheden nemen regelmatig het gedrag volledig over. Vaak heeft de patiënt 'gaten in het geheugen' die niet door vergeetachtigheid te verklaren zijn. Vaak weet de oorspronkelijke persoonlijkheid niets van de andere persoonlijkheden (ook wel alter ego's, alters of binnenmensen genoemd).

Absoluut en Relatief ('Scheppingsleer en Bewustzijnsevolutie', Hoofdroute, Sat en Asat)

Tegenover het aardse staat het hemelse, tegenover het relatieve staat het absolute, tegenover Chaos, Gaia en Eros staat het Goede, Ware en Schone, tegenover Asat staat Sat, tegenover Alpha staat Omega.

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn ('bijna-dood ervaringen'); niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’2 genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 78/79):
Met andere woorden, bij het uiteenzetten van deze ‘twee waarheden’ (van de vier) geloven de eerstgenoemden en houden zij vol, dat (in ieder geval op dit gebied) er alleen samvritisatya of relatieve waarheid bestaat, terwijl de laatstgenoemden het bestaan leren van paramarthasatya, de ‘absolute waarheid’13.
13) ‘Paramartha’ is zelfbewustzijn in het Sanskriet, svasamvedana of de ‘zichzelf ontledende bespiegeling’ – van twee woorden, parama (boven alles) en artha (begrijpen), terwijl satya het absolute ware zijn of esse betekent. In het Tibetaans is paramarthasatya: Dondampaidenpa. Het tegenovergestelde van deze absolute werkelijkheid of actualiteit is samvritisatya – slechts de betrekkelijke waarheid – want ‘samvriti’ betekent ‘verkeerd begrip’ en is de oorsprong van illusie, maya; in het Tibetaans Kundzabchi-denpa, ‘illusie scheppende verschijning’.
De Geheime Leer Deel I Stanza 2 Het denbeeld van differentiatie (p. 84)
(b) Men moet bedenken dat paranishpanna het summum bonum is, het Absolute en dus hetzelfde als paranirvana. Het is behalve de eindtoestand tevens die toestand van subjectiviteit die met niets anders verband houdt dan de ene absolute waarheid (paramarthasatya) op haar eigen gebied. Door die toestand verkrijgt men een juiste waardering van de volledige betekenis van Niet-zijn dat, zoals werd verklaard, het absolute Zijn is.
86: (b) De term ‘adem’ van het ene Bestaan wordt door de archaïsche esoterie alleen toegepast op het geestelijke aspect van de kosmogonie; in andere gevallen wordt deze vervangen door de overeenkomstige term op het stoffelijke gebied: beweging. Het ene eeuwige Element, of elementbevattende voertuig, is Ruimte, in elke betekenis zonder dimensie; tegelijk daarmee bestaan eindeloze duur, oer- (en dus onvernietigbare) stof, en beweging – absolute ‘eeuwigdurende beweging’: de ‘adem’ van het ‘ene’ Element. Zoals wij hebben gezien, kan deze adem nooit ophouden, zelfs niet tijdens de eeuwigheden van pralaya (zie ‘Chaos, Theos, Kosmos’ in Afdeling II).
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
De ware boeddhist, die geen ‘persoonlijke god’ en geen ‘vader’ en ‘schepper van hemel en aarde’ erkent, gelooft wel in een absoluut bewustzijn, ‘ādi-buddhi’; de boeddhistische filosoof weet dat er planeetgeesten zijn, de ‘Dhyāni-Chohans’.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 35):
‘Elke wereld heeft haar moederster en zusterplaneet. Zo is de Aarde het geadopteerde kind en de jongere broer van Venus, maar haar bewoners hebben hun eigen aard . . . Alle bewuste voltooide wezens (volledig zevenvoudige mensen of hogere wezens) worden bij hun aanvang voorzien van vormen en organismen, geheel in harmonie met de aard en toestand van de sfeer die zij bewonen.’
‘De sferen van het Zijn of levenscentra, die afgezonderde kernen zijn die hun mensen en hun dieren voortbrengen, zijn talloos; niet één heeft ook maar enige gelijkenis met haar gezellin of met enige andere van haar eigen speciale nageslacht.’
‘Alle hebben een dubbele stoffelijke en geestelijke natuur.’ (Wet van zelfontplooiing)
‘De levenskernen zijn eeuwig en altijddurend; de kernen periodiek en eindig. De levenskernen maken deel uit van het absolute. Het zijn de schietgaten van die zwarte onneembare vesting, die voor altijd is verborgen voor de blik van de mens of zelfs de Dhyani. De kernen zijn het licht van de eeuwigheid, dat daaruit ontsnapt.’
36: ‘De bezielende intelligenties, die deze verschillende kernen van het Zijn tot leven opwekken, worden zonder onderscheid door de mensen aan de andere kant van de grote bergketen19 de Manu’s, de rishi’s, de pitri’s20, de prajapati’s, enz. genoemd. Aan deze kant van die keten noemt men ze Dhyani-Boeddha’s, de Chohans, melha’s (vuurgoden), bodhisattva’s21 en nog anders. De werkelijk onwetenden noemen hen goden, de geleerde niet-ingewijden de éne God; de wijzen, de ingewijden, eren in hen slechts de manvantarische manifestaties van DAT, wat noch onze scheppers (de Dhyan-Chohans) noch hun schepselen ooit kunnen bespreken en waarover ze niets weten. Het ABSOLUTE kan niet worden omschreven en geen sterfelijk of onsterfelijk wezen heeft het tijdens de perioden van Bestaan ooit gezien of begrepen. Het veranderlijke kan het onveranderlijke niet kennen en evenmin kan het levende het Absolute Leven waarnemen.’
De mens kan dus geen wezens kennen hoger dan zijn eigen ‘voorvaderen’. ‘Evenmin moet hij ze aanbidden’, maar hij zou moeten leren hoe hij in de wereld kwam.
19) ‘Aan de andere kant van’ de grote bergketen betekent in ons geval India, omdat dit voor het Cis-Himalaja gebied [d.i. o.a. Tibet. Vert.], het Trans-Himalaja gebied vormt.
20) De term pitri’s wordt door ons in deze sloka’s gebruikt om het begrijpen ervan te vergemakkelijken, maar in de oorspronkelijke stanza’s wordt het woord niet op deze manier gebruikt; de ‘pitri’s’ hebben daar hun eigen benamingen, en ook die van ‘vaders’ en ‘voorouders’.
21) Het is onjuist om de verering van de menselijke bodhisattva’s of Manjusri letterlijk op te vatten. Het is waar dat de Mahayanaschool exoterisch leert ze zonder onderscheid te aanbidden, en dat Huien-Tsang spreekt over sommige leerlingen van Boeddha die worden vereerd. Maar esoterisch is het niet de leerling of de geleerde Manjusri persoonlijk, die eerbewijzen ontving, maar de goddelijke bodhisattva’s en Dhyani-Boeddha’s die de menselijke vormen bezielden (Amilakha, zoals de Mongolen zeggen).
46: Er heerst vaak verwarring over de eigenschappen en de stambomen van de goden in hun theogonieën, zoals die aan de wereld zijn gegeven door de half-ingewijde schrijvers, brahmaanse en bijbelse, de alfa en de omega van de geschriften van die symbolische wetenschap. Toch kon zo’n verwarring niet zijn teweeggebracht door de vroegste volkeren, de afstammelingen en leerlingen van de goddelijke leermeesters, want zowel de eigenschappen als de stambomen waren onafscheidelijk verbonden met kosmogonische symbolen, omdat de ‘goden’ het leven en het leven opwekkende ‘ziel-beginsel’ van de verschillende gebieden van het Heelal waren. Nergens en bij geen enkel volk was het toegestaan de speculatie uit te strekken tot voorbij die gemanifesteerde goden. De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
Deel II, TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 183):
‘Eerst komen de ZELFBESTAANDEN op deze aarde. Zij zijn de ‘geestelijke levens’, geprojecteerd door de absolute WIL en WET, bij de dageraad van elke wedergeboorte van de werelden. Deze LEVENS zijn de goddelijke ‘sishta’s’ (de zaad-Manu’s, of de prajapati’s en de pitri’s).’
Deel II, De oorspronkelijke manu's van de mensheid (p. 353):
In de symboliek van alle volkeren staat ‘de zondvloed’ voor chaotische ongeordende stof – de Chaos zelf – en het water voor het vrouwelijke beginsel: de ‘grote diepte’. Het Griekse Lexicon van Parkhurst zegt: ‘ Ἀρχή – (ark) komt overeen met het Hebreeuwse rasit of wijsheid . . . en (tegelijk) met het embleem van het vrouwelijke voortbrengende vermogen, de arg of arca, waarin de kiem van de natuur (en van de mensheid) zweeft of broedt op de grote afgrond van de wateren, tijdens het interval na elke wereld- (of ras-) cyclus.’ Ark is ook de mystieke naam van de goddelijke geest van het leven die zweeft boven de chaos. Maar Vishnu is de goddelijke geest als abstract beginsel en ook als de instandhouder en voortbrenger, of schenker van het leven – de derde persoon van de trimurti (die bestaat uit Brahma, de schepper, Siva, de vernietiger en Vishnu, de instandhouder). Volgens de allegorie leidt Vishnu, in de vorm van een vis, de ark van Vaivasvata Manu veilig over de wateren van de vloed.

G. de Purucker boek De Hiërarchie van Medogen (24): De gehele structuur van de Kosmos of Natuur is overal trapsgewijs opgebouwd, en is gebaseerd op ‘analogieën’en ‘herhalingen’. Er zijn nergens ‘absoluten’, en alles is volstrekt relatief ten opzichte van al het andere.

Absolute, Het: Een term die helaas vaak verkeerd wordt gebruikt en ook wordt misbruikt, zelfs in theosofische geschriften. Het is in de westerse wijsbegeerte een gangbaar woord waarmee het volstrekt onvoorwaardelijke wordt aangeduid; maar dit gebruik doet de etymologie van het woord geweld aan, en is ook in strijd met de wijze waarop sommige scherpzinnige en nauwlettende denkers zich ervan bedienen, zoals bijvoorbeeld Sir W. Hamilton in zijn Discussions, derde druk, blz. 13, voetnoot, die het woord 'Absoluut' op de juiste wijze blijkt te gebruiken, zoals theosofen zouden moeten doen, en wel in de betekenis van 'voltooid', 'volmaakt', 'volledig'. Sir W. Hamilton merkt op: 'Het Absolute staat lijnrecht tegenover en is het tegengestelde van het Oneindige' (zie aldaar). Deze laatste uitspraak is juist, en in zorgvuldig opgestelde theosofische geschriften zou het woord 'Absoluut' moeten worden gebruikt zoals Sir W. Hamilton dat doet, nl. in de betekenis van dat wat is bevrijd, losgemaakt, volmaakt, voltooid.

De Geheime Leer Deel II Stanza 6 Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 177):
Het laatstgenoemde heeft echter niet meer persoonlijk belang in hen of hun scheppingen, dan de zon in de zonnebloem en haar zaden, of in de plantengroei in het algemeen. Het is bekend dat zulke actieve ‘scheppers’ bestaan en men gelooft in hen omdat de innerlijke mens in de occultist ze waarneemt en voelt. De laatstgenoemde zegt dat een ABSOLUTE godheid, die onvoorwaardelijk en zonder relaties moet zijn, niet tegelijkertijd als een actieve, scheppende, ene levende god kan worden gedacht, zonder onmiddellijk dat ideaal te verlagen30. Een godheid die zich manifesteert in Ruimte en Tijd – deze twee zijn eenvoudig de vormen van DAT wat het Absolute AL is – kan slechts een onderdeel van het geheel zijn.
30) Het begrip en de definitie van het Absolute volgens kardinaal Cusa kunnen alleen het westerse denken bevredigen, dat zonder het zelf te weten, gedurende lange eeuwen van scholastieke en theologische sofisterij gevangen was gehouden en was gedegenereerd. Maar deze ‘Recente filosofie van het Absolute’, die door Sir W. Hamilton tot Cusa werd teruggevoerd, zou de scherper metafysische geest van de hindoe-Vedantakenner nooit bevredigen.

De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. 756):
Een ‘theorie’ is eenvoudig een hypothese, een speculatie, en geen wet. Het anders te zeggen is slechts een van de vele vrijheden die wetenschappers tegenwoordig nemen. Zij verkondigen iets absurds en verbergen dat dan achter het schild van de wetenschap. Elke gevolgtrekking uit een theoretische speculatie is niets anders dan een speculatie gebaseerd op een speculatie. Sir W. Hamilton heeft al aangetoond dat het woord theorie nu ‘in een heel ruime en oneigenlijke betekenis’ wordt gebruikt . . . , ‘dat het verwisselbaar is met hypothese, en hypothese wordt gewoonlijk toegepast als een ander woord voor gissing, terwijl de woorden ‘theorie’ en ‘theoretisch’ eigenlijk moeten worden gebruikt als tegenstelling van de termen praktijk en praktisch ’.

Relativiteit: De moderne wetenschappelijke leer van de Relativiteit is, ondanks haar begrensdheid en mathematische beperkingen, voor de theosofische onderzoeker van buitengewoon veel betekenis, omdat ze de metafysica in de fysica introduceert, breekt met de zuiver speculatieve gedachte dat bepaalde dingen absoluut zijn in een zuiver relatief heelal, en ons doet terugkeren tot een onderzoek van de natuur zoals de natuur is, en niet zoals wiskundige theoretici tot nu toe stilzwijgend hebben aangenomen dat ze is. De leer van de Relativiteit met haar grondgedachte van relatieve in plaats van absolute begrippen is juist, maar dat betekent niet dat een theosoof de gevolgtrekkingen van Einstein of van zijn volgelingen noodzakelijkerwijs aanvaardt. Deze laatste kunnen waar zijn of niet, de tijd zal het leren. In ieder geval is Relativiteit niet waarvoor ze vaak ten onrechte wordt gehouden - louter de leer dat 'alles relatief' is, wat zou betekenen dat er nergens iets fundamenteels of werkelijks bestaat, waaruit andere dingen voortvloeien; met andere woorden, dat er geen wezenlijke of fundamenteel goddelijke en geestelijke achtergrond van het zijn bestaat. De Relativiteitstheorie is een vage aanduiding, een benadering van een zeer, zeer oude theosofische lering - de leer van mâyâ (zie aldaar).

René Meijer: Laten we deze fundamentele gedachtengang voor het nieuwe paradigma (Ether-paradigma) nog een keer doorlopen: in het begin van de schepping is er eerst het niets, 'het slapen van God' zeg maar, dan is er 'wakker' de lineaire tijd van de uitdijende tijdruimte: de donkere energie, de pure tijdenergie die enkel maar lineair de uitbreiding is. Dan ontstaat uit die lineaire tijd, door een verstoord evenwicht, door een gebroken symmetrie, een tegenkracht, de cyclische tijd, als een opsplitsing t.o.v. die oerether. Zo ontstaat dan vanuit de tijdruimte de driedimensionale ruimte die vol is met gravitonen of wervelingen van de cyclische tijd, pure tijdwervelingen dus van de oerether. Deze laatste fase van lichtmanifestatie is wat in de tijdlijn wordt weergegeven van het kosmisch bestel zoals de huidige wetenschap die zich die voorstelt. Daarin is er manifestatie vanaf het begin en is de donkere energie er pas later. Maar in een hiërarchische visie zoals hier gepresenteerd gaan er fasen aan vooraf en gaat de donkere energie vooraf aan de manifestatie. Deze gaat van E=T.e2 naar E=T.d2: de tijd die expandeert (e2) wordt eerst driedimensionaal (d2). Dan pas materialiseert vervolgens de materie zich als een verdere opsplitsing van de gravitonen in de universele (secundaire) ruimte: ze vormen dan de lokale ethersferen van de gekromde (tertiaire) ruimte.
Zo vormen de vier elementaire deeltjes samen met de relatieve, dynamische ether dan een parallel voor de vier basiskrachten die de natuurkunde kent: de zwaartekracht (het graviton), de elektromagnetische kracht (de elektronen en protonen), de sterke kernkracht die alles bij elkaar houdt (het integron) en de zwakke kernkracht (het neutron dat steeds tot verstrooiing en verval leidt op den duur). In één adem gezegd: eerst is er de tijd, dan de werveling ervan en dan de opsplitsing ervan in de drie basisdeeltjes van de materie plus een holistisch integriteits-effect dat ook wel als het lokale etherdeeltje of integron te beschrijven is. De etherdeeltjes zijn steeds deel en geheel, zijn 'part and parcel', of holondeeltjes - naar het holon zoals het hongaarse multitalent Arhur Koestler (1905-1983) en meer recent de holist Ken Wilber het als een filosofisch begrip verdedigden.

Samenvatting

De humanistische psychologie van Maslow, het Ei van Assagioli en het metamodel in NLP brengen het 1e, 2e en 3e grondbeginsel van de theosofie tot uitdrukking. Maslow belicht in het bijzonder het 1e grondbeginsel ‘het onkenbare’, namelijk transcendentie, dat wat de mens overstijgt. De transpersoonlijke psychologie van Roberto Assagioli legt de nadruk op synthese, het 2e grondbeginsel verschijnen en verdwijnen (identificatie en disidentificatie) en bij NLP komt de systeemhiërarchie, het 3e grondbeginsel duidelijk naar voren. Het boek Psychosynthese van Roberto Assagioli laat duidelijk zien dat hij zich door de theosofie heeft laten inspireren. Zowel zijn moeder als zijn vrouw waren theosoof.

De verticale as door het midden van het Ei van Assagioli symboliseert de door Maslow genoemde zelfrealisatie, de Derde weg in de psychologie of de weg van het universele soefisme?. Door dis-identificatie is het mogelijk dat we ons met de ware identiteit, het hogere zelf verbinden. De psychosynthese van Assagioli is een transformatieproces, waarbij in de mens de macht van het ego naar het hogere Zelf verschuift. Het maakt het laten oplossen van conditioneringen mogelijk.

De transpersoonlijke psychologie van Roberto Assagioli sluit op de humanistische psychologie van Maslow aan. Op de verticale as plaatst Assagioli zachtheid tegenover sereniteit, juiste waardetoekenning tegenover spirituele waardigheid, praktisch realisme tegenover duidelijk waarnemen van de werkelijkheid, evenwichtige krachtige persoonlijkheid tegenover spirituele energie.

De behoeftehiërarchie van Maslow laat zien dat het in het leven niet alleen draait om materiële, maar ook om immateriële behoeften. Het gaat om welvaart, bijvoorbeeld het levensmiddelenpakket, maar ook om welzijn een gezonde lucht- en waterkwaliteit. Het leven is geen kosten/baten analyse.

Later in zijn leven bracht Maslow nog enkele veranderingen aan in zijn hiërarchie. Hij besefte dat er binnen de zelfontplooiing nog onderverdelingen te maken waren. Deze onderverdelingen tonen echter een grote verwantschap en lopen vloeiender in elkaar over dan de onderliggende die duidelijke afbakeningen hebben. Tegen het einde van zijn leven voegde Maslow nog een achtste trap toe; die van het transcendente.

De Triade symboliseert deze achtste stap, de eenheid der tegendelen (Complementariteit).
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton).

 

Het model van Robert Dilts bestaat uit de hiërarchie van 6 logische niveaus. Iedereen leeft, tegelijkertijd op de 6 niveaus. Het model gaat er vanuit dat zaken van een niveau op de onderliggende niveaus doorwerken. De kernvraag is op welk niveau is er een probleem?
Modelregels:
- Een hoger niveau organiseert de informatie op onderliggende niveaus.
- Verandering op een lager niveau (macht van het ego) kan verandering op een hoger niveau (hogere Zelf) teweeg brengen.
- Verandering op een hoger niveau zal veranderingen op lagere niveaus teweeg brengen.

De verticale as (Axis_mundi, de Staf van Hermes, de staf van Mercurius, Sutratman, De Caduceus, Esculaap, de verborgen 5e Dimensie) toont ook de middenzuil van de levensboom. De Staf van Hermes wordt beschouwd als de sleutel en de weg van persoonlijke (spirituele) ontwikkeling.

In het rapport ‘E i V’ wordt de relatie ‘Absoluut en Relatief’ aan de hand van Ain-Soph (Parabram, éne Werkelijkheid) en het Ether-paradigma (Het paradigma van de relatieve ether) verklaart. De relatie ‘Absoluut en Relatief’ berust op het principe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht en heeft op de ‘eenheid der tegendelen’ ('These + Antithese = Synthese', Trimurti) het overbruggen van tegenstellingen betrekking.

Hoe komen we los van onze conditioneringen (nurture)?
Er dient wel degelijk met de keerzijde van de evolutietheorie rekening te worden gehouden dat er van doelgerichtheid, entelechie, een blauwdruk in de natuur sprake is. Volgens Jared Diamond zijn religies uitgevonden om mensenmassa’s in bedwang te houden. Om de kwaliteit van de besluitvorming in organisaties te verbeteren dient niet het Angelsaksisch model, maar het Rijnlands model centraal te worden geplaatst. Er is behoefte om aan religie opnieuw inhoud te geven. Of met andere woorden het is wenselijk dat aan de bekende emotionele, mentale en lichamelijke dimensies een spirituele dimensie wordt toegevoegd.

Het ‘5Ddenkraam’ geeft mede op basis van het open systeem concept een aanzet hoe verschillende psychologische zienswijzen (Assagioli, Jung, Maslow en Berne) met elkaar samenhangen. Juist het combineren van verschillende zienswijzen maakt het mogelijk het fenomeen mens vanuit een holistisch perspectief beter te leren begrijpen.
Het ‘5Ddenkraam’ laat zien dat de lemniscaat, “Zo boven, Zo beneden”, hemel en aarde, het geestelijke en het stoffelijke met elkaar verbindt.
5D toont een derde aanzicht en laat zien hoe de kloof tussen de binnen - en de buitenwereld kan worden verkleind. Op deze manier is het mogelijk een gelukkiger, een natuurlijker balanssituatie te creëren. De psycholgie van Roberto Assagioli en de humanistische psychologie van Maslow brengen dit aspect met name in beeld. Het verticale bewustzijn, het verticale denken staat met het transformeren van inspiratie en materie in verband.

SisyPhus De MultiVersele Creatie door Negentropie in correlatie met de vier niveau's van de Ka-Ba-Lah.
Hoe kan ik dit nu in relatie zetten met de "zelforganisatie" van het DNA, dat wat de "Unieke Blauwdruk" van elk levend wezen maakt, dus ook de mens? Uit de godsdienstige overleveringen blijkt een gemeenschappelijk beeld te bestaan, dat "God" of "Goden" de Mens naar zijn beeld heeft gemaakt. Deze overlevering is niet zomaar fantasie, want als het "niet waar" was - dan zouden we het zelf moeten gaan verzinnen en waarom zouden we dat nou doen of laten doen: ten dele is het deceptie, met een "ongemanifesteerde waarheid": archief! Dus, die "goden" hebben wat weg van de mensen, de eigenschappen van die "goden" vinden we terug in de mensen! Dus, het kan zijn dat de "DNA-eigenschappen" van die "goden" terug te vinden zijn in de huidige samenstelling van de mens. Als we de esotherische literatuur goed volgen, blijkt dat "YHWH" de "oppergod" is en het "monotheïsme" (monisme) afdwingt en dus geen "andere god" mag er aanbeden worden dan hem.

Het zelfbewustzijn en het non-lokale bewustzijn zijn complementair. Het betekent uiteindelijk dat Geest en Lichaam, geesteswetenschappers en natuurwetenschappers gelijkwaardig aan elkaar zijn. De mens kan polariseren omdat er polariteiten bestaan.
In een compositie wordt een dissonant meestal gevolgd door een consonant.
Dit geldt ook voor de psychologie waar cognitieve dissonantie lijnrecht tegenover cognitieve consonantie staat.

Plato's Ideeën wereld:
Volgens Plato is dat wat wij doorgaans beschouwen als de werkelijkheid slechts een zwakke afschaduwing van de échte werkelijkheid: de wereld van de Ideeën. Deze ideeën bevinden zich in Plato’s hemel of Ideeënrijk: een transcendente werkelijkheid waar geen tijd of ruimte bestaat. In de allegorie van de grot brengt Plato een bepaalde visie op de werkelijkheid naar voren: idealisme. Kenmerkend voor Plato’s idealisme is dat de abstracte wereld van de Ideeën meer realiteit bezit dan de materiële wereld van de tastbare dingen.
Roberto Assagioli, boek ‘Psychosynthese’, p. 29: Het bewuste zelf of ‘Ik’ (centrum, centraal punt in het ‘ei’ van Assagioli): Vanuit een bepaald gezichtspunt kan men dit verschil vergelijken met het verschil dat er bestaat tussen het witte, verlichte scherm (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton), èn de verschillende beelden die erop geprojecteerd worden. …zij vereenzelvigen zichzelf met die opeenvolgende golvingen, met de steeds veranderende inhouden van hun bewustzijn (identificatie versus dis-identificatie).

Zie ook:

Boeken:

  • De Geheime Leer Deel I
  • Assagioli Over de Wil
  • Assagioli Psychosynthese
  • G. de Purucker De Hiërarchie van Medogen

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 6718 keer bekeken.