Deze filognostische presentatie is in aanbouw

3. Driehoek van Pythagoras en het Kompaskwadrant

In het Evangelie volgens Filippus (een tekst uit de Nag Hammadi-kruik):
God schiep de mens
en de mensen schiepen zich een god.
Zo gaat het in de wereld:
de mensen scheppen zich goden
en vereren hun scheppingen.
Waarlijk! (Zo) zouden de goden
de mensen moeten vereren!
Eliphas Levi: De logos van God is de openbaarder van de mens, en de logos (het woord) van de mens is de openbaarder van God.
Hegel: God (de universele geest) objectiveert zich als de Natuur, en stijgt daaruit weer op.
John Keeley en Franz Hartmann: Alle ziekte is een verstoring van het equilibrium (natuurlijk evenwicht) tussen positieve en negatieve krachten.
George Orwell: Sommige ideeën zijn zo fout dat alleen een heel intelligente mens daarin zou kunnen geloven.

Pythagoras en Aristoteles (Zichtbaar-Onzichtbaar, Vijf individuele - en collectieve dimensies)

Muziek kan niet tot geluidstrillingen worden gereduceerd, veroorzaakt door een specifieke omgang met stukken materie. Pythagoras heeft al onderkend dat: Een huis is meer dan een stapel bakstenen. Een melodie is meer dan een verzameling losse tonen. Een levend wezen is meer dan een verzameling cellen. Een cel is meer dan een verzameling moleculen. Emergentie (noogenesis) verwijst naar het geheel is meer dan de som van de delen.

Amuzikaal zijn is de grote uitzondering
Het is onverstandig om op muziek te bezuinigen: ze brengt meer geld op dan erin wordt geïnvesteerd (Henkjan Honing, Erik Scherder en Dick Swaab Volkskrant 18 juni 2011)
Amuzikaal zijn is in feite de grote uitzondering. Het wordt amusia genoemd en bestaat uit een verzameling erfelijke (of door een hersenbeschadiging ontstane) afwijkingen in het herkennen of reproduceren van melodieën en ritmes. Naar schatting vier procent van de mensen in het Westen heeft er in meer of mindere mate last van.
Muzikaal
Het tegenovergestelde van amusia is een extreme overgevoeligheid voor het waarnemen, onthouden en uitvoeren van muziek. Daarbij kun je denken aan kinderen met autisme of het Williams-syndroom, die een uitzonderlijk, vaak spontaan ontwikkeld talent voor muziek aan de dag leggen. Ook zijn er mensen die als gevolg van een neurologische aandoening plotseling zeer muzikaal blijken te zijn of dit juist zijn kwijtgeraakt. Het zijn allemaal uitzondelijke gevallen die je doen beseffen dat onze hersenen een speciale band met muziek hebben.
Slim
Van het luisteren naar (klassieke) muziek word je slim. Dit is een recenter misverstand dat vaak ten onrechte ingezet bij het verdedigen van het belang van muziek. Ondanks de indrukwekkende productie van boeken en cd’s rond het vermeende Mozart effect, blijkt het een marginaal, kortdurend, maar vooral een indirect effect te zijn. Niet de muziek zelf, maar de veranderde stemming blijkt het tijdelijke effect te verklaren.
Denkvermogen
Recent hersenonderzoek laat zien dat muziek een intieme relatie heeft met dieper gelegen hersengebieden die betrokken zijn het reguleren van emotie. Luisteren naar je favoriete muziek kan zelfs dopamine, een belangrijke neurotransmitter, aanmaken dat van invloed is op een sterk gevoel van welzijn. Wederom een voorbeeld dat laat zien dat onze hersenen een speciale band met muziek hebben.
Identiteit
Zowel het luisteren naar als het maken van muziek stimuleert een rijk scala van cognitieve, emotionele, sociale en culturele vaardigheden en kunnen zorgen voor intense, richtingbepalende ervaringen. Aspecten die met weinig andere middelen zo verenigd en aangewakkerd kunnen worden dan met muziek. Muziek zou pas een luxe zijn als we haar niet meer nodig hadden. Het tegendeel lijkt het geval.

Cymatic therapy
Cymatic therapy is based on the assumption that human cells, organs, and tissues have each a natural resonant frequency which changes when perturbed by illness. Cymatic therapists apply different audible frequencies and combinations of sound waves which they claim entrain malfunctioning components back to their healthy vibratory state and promote natural healing.

Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld (p. 112):
Een andere onderzoekspionier op het gebied van het menselijk bioveld is de biofysicus Fritz-Albert Popp. Samen met zijn collega’s van het International Institute of Biophysics onderzocht Popp jarenlang een ander aspect van het bioveld, bestaande uit de emissie van licht (biofotonen).

De bevindingen van Popp zijn door Herbert Fröhlich (Fröhlich coherence) en Ilya Prigogine bevestigd.

Symposium 'Muziek en het Brein'
Steeds meer wetenschappelijk onderzoek toont aan: muziek(educatie) maakt slim, sociaal, verbetert het concentratievermogen en de leerprestaties.
Met inspirerende bijdragen van Prof. Dr. Erik Scherder (hoogleraar klinische neuropsychologie), Prof. Dr Henkjan Honing (hoogleraar muziekcognitie) en Prof. Dr. Dick Swaab (arts, neurobioloog) organiseert Muziek telt! op woensdag 22 juni een symposium met als thema Muziek en het Brein. Het symposium is bedoeld voor iedereen die werkzaam is in onderwijs, wetenschap, politiek, gezondheidszorg en muziek.
Positieve effecten
Wat zijn die positieve effecten van muziek op het brein? Wanneer vinden ze plaats? En hoe ver zijn wetenschappers in hun onderzoek hiernaar? Deze vragen en meer zullen worden beantwoord door de keynote speakers. Aansluitend wordt in een forumgesprek de vertaling gemaakt naar de praktijk. Hierbij zullen diverse gasten, waaronder Aaltje van Zweden (mede-oprichter Stichting Papageno) en Tom ter Bogt (hoogleraar populaire muziek en jeugdcultuur), aanschuiven.

De Geheime Leer Deel I Samenvatting (p. 307):
‘Alles is voortgebracht door één universele scheppende krachtsinspanning. . . . Niets in de natuur is dood. Alles is organisch en leeft, en daarom blijkt de hele wereld een levend organisme te zijn.’ (Paracelsus, ‘Philosophia ad Athenienses’, vertaling van F. Hartmann, blz. 44.)

In de systeemleer staat de ‘4’ voor het terugkoppelingsmechanisme, dat op de invoer, de verwerking en de uitvoer volgt. De hemelse ‘1 2 3’ ontstaat wanneer de aardse ‘4’, het terugkoppelingsmechanisme stabiliteit creëert. Een tipje van de sluier wordt opgelicht. De driehoek van Pythagoras is nog steeds actueel. Het principe van het ultieme beheersingsmechanisme, de negentropie is al millennia bekend.

Esoterie (Hermetische axioma):

Pythagoras Drie Logoi: Spiegelsymmetrie:
VuurLucht1e Logos, Monade3e Logos, TriadeAntroposofieRudolf Steiner 
MonadeTriadeGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
TetradeDuade4. Lichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
AardeWaterTetrade2e Logos, Duade  

Éne werkelijkheid, 'Ongemanifesteerd en Gemanifesteerd':

Ongemanifesteerd Triade:Gemanifesteerde Tetrade (De Gulden Verzen van Pythagoras:)
Synthese Hans Vincent en Frank Tipler:Esoterie:
- God = Scheppende Intelligentie,De Monade symboliseerde Eenheid, de staat van zijn vóór de schepping.
God representeert het ultieme verleden (Geheugen).
- Zoon = de materiële (aardse) werkelijkheid. De ZoonDe Duade symboliseerde de eerste beweging naar schepping;
vereenzelvigt met de singulariteit van de ultieme toekomst.de splitsing van de Monade in twee polariteiten.
- Heilige geest = evolutionaire krachten in het universum.De Triade symboliseerde de vereniging van de twee polariteiten
De Geest is de verbindende singulariteit tussen hetdoor een bemiddelende hoedanigheid, de Logos of het woord.
ultieme verleden en de ultieme toekomst.
 De Tetrade Vuur, Lucht, Water en Aarde

Het is mogelijk de Tetrade, de Tetraktis van Pythagoras, de driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) en de vier oorzaken-leer van Aristoteles, met elkaar te verbinden. De tien categorieënleer van Aristoteles wordt in de publicatie Kwaliteitskundig kader toegelicht.

Pythagoras enAristoteles:  
1. Atman3. Suksma Sarira1. "wezen(lijk)-zijn" 
MonadeTriade7. bv. gezeten-zijn (positie)9. "doende-zijn" (actie)
4. Doeloorzaak ----2. Werkoorzaak5. "wààr?-zijn" (plaats)3. "hoedanig?-zijn" (kwaliteit)
|||| 
1. Stofoorzaak ----3. Vormoorzaak2. "hoe groot?-zijn" (kwantiteit)4. "met betrekking tot iets-zijn" (relatie)
TetradeDuade10. "ondergaande-zijn" (passie)8. bv. geschoeid-zijn (habitus)
4. Sthûla-sarira2. Karana Sarira 6. "wanneer?-zijn" (tijd); Snijpunt 2./3. en 4./5.

In het linker kwadrant is ook de indeling volgens Subba Row (Subba Row) opgenomen. Subba Row deelt de beginselen in de mens en de kosmos op gelijke wijze in. Dit komt overeen met de weerkaatsing van de microkosmos in de macrokosmos. In het rechter kwadrant is een poging ondernomen om de tien categorieënleer van Aristoteles schematisch weer te geven.

G.A. Barborka boek Het Goddelijke Plan, p. 91: Met inbegrip van de Hyparxis of top, ‘God’ bestaat deze hiërarchie uit tien klassen, die een tienvoudig stelsel omvatten.

Het zijn wordt volgens Aristoteles bepaald door de oorzakenleer. Interessant in dit kader is PEDAGOGIEK.NET, kies thema’s, publicatie Aristoteles' oorzakenleer. De redactie is in handen van docenten en studenten van de Saxion PABO in Deventer.

De vraag van Ervin Laszlo blijft actueel hoe heeft het universum zich kunnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt kon plaatsvinden? Het lijkt mogelijk een verband te leggen tussen het standaardmodel en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te voegen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal.

In 1915 breidt Einstein zijn theorieën uit met de theorie over de zwaartekracht. Volgens deze theorie heeft de zwaartekracht de kromming van ruimte en tijd tot gevolg. Het zwaartekrachtveld van zware lichamen veroorzaakt dus een kromming van de driedimensionale ruimte en omdat in de relativiteitstheorie de tijd nooit los van de ruimte kan worden gezien, wordt ook de tijd door de aanwezigheid van massa, dus door zwaartekracht, beïnvloedt. Overal waar zich een zwaar voorwerp in de ruimte bevindt, bijvoorbeeld een ster of planeet is de ruimte en dus ook de tijd, gekromd en de kromming hangt af van de massa. In verschillende gebieden van de ruimte verloopt de tijd in een verschillend tempo. De hele structuur van de ruimtetijd is dus afhankelijk van de verdeling van de materie in het heelal. Ook het begrip “lege ruimte” heeft in de wetenschappen van het heelal, de astrofysica en de kosmologie, zijn betekenis verloren. Een van de nieuwe inzichten die hiervan een gevolg was, was het besef dat alle massa energie is. Zelfs in een onbeweeglijk voorwerp is energie opgeslagen: Dit leidde tot de beroemde formule E=mc2 , waarin c de snelheid van het licht is.

Anaximander wijt zijn bekendheid vooral aan zijn kosmologie. Net als zijn tijdgenoten was hij op zoek naar de archè (Oud-Grieks: ἀρχή) van het universum, een eerste principe als begin van de wereld. Bij Anaximander was de ene elementaire substantie, waaruit alles was ontstaan, niet het water zoals bij Thales en ook niet een andere stof die we kennen. Geen van deze elementen zou in staat zijn om alle tegenstellingen in de natuur te kunnen verklaren. Het principe dat hij als oersubstantie poneerde was oneindige, eeuwige en tijdloze massa, die hij het apeiron (Oud-Grieks: τὸ ἄπειρον) noemde. Deze oersubstantie, die niet direct waarneembaar is, maar wel in staat is een antwoord te bieden op alle bestaande tegenstellingen, vormde de basis voor alle stoffen die wij kennen. Hij werkte zijn principe niet gedetailleerd uit, maar het principe van het apeiron werd door Anaxagoras, een leerling van Anaximander, verder uitgewerkt. Deze zag het Apeiron als een oorspronkelijke oerchaos. Ook Plato en Augustinus vatten later de theorie van Anaximander op die manier op.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 34):
Steeds weigerde Socrates te debatteren over het mysterie van het universele zijn, en toch zou niemand er ooit aan hebben gedacht hem te beschuldigen van atheïsme, behalve degenen die uit waren op zijn ondergang. Bij het aanbreken van een periode van activiteit, zegt de Geheime Leer, heeft er volgens de eeuwige en onveranderlijke wet een uitbreiding plaats van deze goddelijke essentie, van buiten naar binnen en van binnen naar buiten, en het heelal van de verschijnselen of het zichtbare heelal is het uiteindelijke resultaat van de lange keten van kosmische krachten die zo achtereenvolgens in beweging worden gebracht. Op soortgelijke manier heeft, als de passieve toestand weer intreedt, een samentrekking plaats van de goddelijke essentie en wordt het voorafgaande scheppingswerk geleidelijk en stap voor stap tenietgedaan. Het zichtbare heelal wordt ontbonden, zijn bouwstoffen worden verspreid en eenzaam en alleen hangt de ‘duisternis’ weer over de ‘afgrond’. Om een beeldspraak uit de Geheime Boeken te gebruiken, die de bedoeling nog duidelijker overbrengt: een uitademing van de ‘onbekende essentie’ brengt de wereld voort en een inademing doet deze verdwijnen. Dit proces heeft al een eeuwigheid plaatsgevonden en ons tegenwoordige heelal is er maar één uit een oneindige reeks, die geen begin had en geen einde zal hebben.’ (Zie ‘Isis Ontsluierd’ en ‘De dagen en nachten van Brahma’ in Afdeling II.)
De drie grondstellingen van de Geheime Leer (p. 46/47):
De ENE WERKELIJKHEID; haar tweevoudige aspecten in het voorwaardelijke Heelal.
Verder stelt de Geheime Leer:
(b) De eeuwigheid van het Heelal in toto als een grenzeloos gebied, periodiek ‘het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen’ en die ‘de zich manifesterende sterren’ en ‘de vonken van de eeuwigheid’ worden genoemd. ‘De eeuwigheid van de pelgrim21’ is als een oogwenk van het Zelf-bestaan (Boek van Dzyan). ‘Het verschijnen en verdwijnen van werelden is als een regelmatig getij van eb en vloed.’ (Zie Afdeling II, ‘Dagen en nachten van Brahma’.)
De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 66):
Deze ‘eeuwigheden’ behoren tot de meest geheime berekeningen, waarin, om tot het ware totaal te komen, elk getal 7x (7 tot de macht x) moet zijn, waarbij x verschilt naar gelang van de aard van de cyclus in de subjectieve of werkelijke wereld. Ieder cijfer of getal dat betrekking heeft op de verschillende cyclussen, van de grootste tot de kleinste – in de objectieve of onwerkelijke wereld – of dat deze cyclussen weergeeft, moet noodzakelijk een veelvoud van zeven zijn. De sleutel hiertoe kan niet worden gegeven, want hierin ligt het geheim van de esoterische berekeningen, en voor het maken van gewone berekeningen is hij van geen betekenis. ‘Het getal zeven’, zegt de Kabbala, ‘is het grote getal van de goddelijke Mysteriën’; het getal tien is dat van alle menselijke kennis (de decade van Pythagoras); 1000 is het getal tien tot de derde macht en daarom is het getal 7000 ook symbolisch. In de Geheime Leer zijn het cijfer en het getal 4 alleen op het hoogste gebied van abstractie het mannelijke symbool; op stoffelijk gebied is 3 het mannelijke en 4 het vrouwelijke: de verticale en de horizontale lijn in het vierde stadium van de symboliek, toen de symbolen de tekens werden van de voortbrengende krachten op stoffelijk gebied.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Aanvullende feiten en verklaringen over de bollen en de monaden (p. 206):
‘Een neerdalen van de geest in de stof, dat overeenkomt met een opgang in de stoffelijke evolutie; een wederopstijgen uit de diepste diepten van stoffelijkheid (de delfstof) naar haar status quo ante, met een daarmee gepaard gaand verdwijnen van concrete organismen – omhoog naar nirvana, het punt waar gedifferentieerde stof verdwijnt.’ (‘Five Years of Theosophy’, blz. 276.)
Het wordt dus duidelijk waarom wat in Esoteric Buddhism terecht ‘evolutiegolf’ en delfstoffen-, planten-, dieren- en mensen‘impuls’ wordt genoemd, in de vierde cyclus of Ronde bij de deur van onze bol tot staan komt. Op dit punt zal de kosmische monade (buddhi) huwen met en tot voertuig worden van de atmische straal, d.w.z. buddhi zal ontwaken tot een bewust waarnemen van atman en zo de eerste sport beklimmen van een nieuwe zevenvoudige ladder van evolutie, die haar tenslotte zal leiden tot de tiende tak (geteld van beneden naar boven) van de boom van de sephiroth, de Kroon.
Alles in het Heelal volgt de wet van de analogie. ‘Zo boven, zo beneden’; de mens is de microkosmos van het Heelal.
213/215: De laatste menselijke monade incarneerde vóór het begin van het 5de Wortelras8. De cyclus van de metempsychose is voor de menselijke monade gesloten, want we zijn in de vierde Ronde en in het vijfde Wortelras. De lezer – in ieder geval als hij het boek ‘Esoteric Buddhism’ kent – moet bedenken dat de stanza’s, die in dit Deel en in Deel II volgen, alleen spreken over de ontwikkeling in onze vierde Ronde. Laatstgenoemde is de cyclus van het keerpunt, waarna de stof, die haar dieptepunt heeft bereikt, begint omhoog te streven en met elk nieuw Ras en met elke nieuwe cyclus verder wordt vergeestelijkt. De lezer moet daarom ervoor oppassen geen tegenstrijdigheid te zien als die er niet is, want in ‘Esoteric Buddhism’ wordt gesproken over de Ronden in het algemeen, terwijl hier alleen de vierde, of onze tegenwoordige, Ronde wordt bedoeld. Toen ging het om de vorming, nu om de hervorming en de vervolmaking door evolutie.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 262/263):
De Zoroastriërs beschouwden hun Amshaspends als tweevoudige wezens (Ferouers), en pasten deze tweevoudigheid – althans in de esoterische filosofie – toe op alle geestelijke en onzichtbare bewoners van de talloze werelden in de ruimte, die waarneembaar zijn voor ons oog. In een korte verhandeling van Damascius (zesde eeuw) over de Chaldeeuwse orakels hebben wij een derde bewijs van de universaliteit van deze leer, want hij zegt: ‘In deze orakels zijn de zeven kosmocratoren van de wereld (‘de wereldzuilen’), die ook door Paulus worden genoemd, dubbel – aan de ene groep is opgedragen om de hogere werelden te besturen, de geestelijke en de sterrenwereld, en aan de andere om de werelden van stof te leiden en te bewaken.’ Dit is ook de mening van Jamblichus, die een scherp onderscheid maakt tussen de aartsengelen en de ‘archonten’. (Zie ‘De Mysteriis’, Afd. ii, hfst. 3.) Het bovenstaande kan natuurlijk worden toegepast op het verschil dat wordt gemaakt tussen de graden of orden van geestelijke wezens, en in die zin probeert de rooms-katholieke kerk het verschil te interpreteren en te onderwijzen; want terwijl de aartsengelen volgens haar leer goddelijk en heilig zijn, maakt zij hun dubbelgangers voor duivels uit27. Maar het woord ‘ferouer’ moet niet in deze zin worden opgevat, want het betekent eenvoudig het tegenovergestelde of de keerzijde van een eigenschap of hoedanigheid. Als de occultist dus zegt, dat de ‘duivel de schaduwzijde van god is’ (het kwaad, de keerzijde van de medaille), bedoelt hij niet twee afzonderlijke werkelijkheden, maar de twee aspecten of facetten van dezelfde Eenheid. Maar de beste mens die er is, zou naast een Aartsengel – zoals de theologie die beschrijft – een duivel schijnen. Dit is dan ook beslist een reden om een lager ‘dubbel’, dat veel dieper in de stof is ondergedompeld dan zijn origineel, geringer te schatten. Maar er is nog steeds weinig aanleiding hen als duivels te beschouwen, en dit is precies wat de rooms-katholieken tegen alle reden en logica in doen.
27) Deze gelijkheid van de geest en zijn stoffelijke ‘dubbel’ (in de mens is het andersom) verklaart nog beter de in dit hoek al genoemde verwarring over de naam en de individualiteit van de rishi’s en de prajapati’s en hun aantal; vooral wat betreft die van het Satyayuga en het Mahabharata-tijdperk. Zij werpt ook meer licht op wat de Geheime Leer verkondigt over de Wortel- en de Zaad-manu’s (zie Deel II, ‘Over de oorspronkelijke Manu’s van de mensheid’). Niet alleen die voorvaderen van onze mensheid, maar elk menselijk wezen, zo wordt ons geleerd, heeft zijn oervorm in de geestelijke sferen; deze oervorm is de hoogste essentie van zijn zevende beginsel. Zo worden de zeven Manu’s tot 14, waarbij de Wortelmanu de Eerste Oorzaak is en de ‘Zaadmanu’ haar gevolg; en wanneer de laatste reiken van Satyayuga (het eerste stadium) tot het heldentijdperk, worden deze Manu’s of rishi’s 21 in getal.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 302):
De beginnende monaden, die nog nooit aardse lichamen hebben gehad, kunnen geen gevoel van persoonlijkheid of EGO-isme bezitten. Omdat wat met ‘persoonlijkheid’ wordt bedoeld een beperking en een relatie inhoudt of, zoals Coleridge het definieert, ‘individualiteit die op zichzelf bestaat maar met een aard als ondergrond’, kan die term natuurlijk niet worden toegepast op niet-menselijke wezens. Maar het is een feit, door generaties van zieners volgehouden, dat geen enkel van die wezens, hoog of laag, een individualiteit of een persoonlijkheid als een afzonderlijke eenheid bezit; d.w.z. ze hebben geen individualiteit in de zin waarin een mens zegt: ‘ik ben mijzelf en geen ander’; met andere woorden, ze zijn zich niet bewust van zo’n duidelijke afgescheidenheid als mensen en dingen op aarde hebben. Individualiteit is de kenmerkende eigenschap van hun respectievelijke hiërarchieën, niet van hun eenheden; en deze eigenschappen variëren alleen met de graad van het gebied waartoe die hiërarchieën behoren: hoe dichter bij het gebied van homogeniteit en het Ene goddelijke, des te zuiverder en minder scherp omlijnd is die individualiteit in de hiërarchie. Ze zijn in alle opzichten eindig, met uitzondering van hun hogere beginselen – de onsterfelijke vonken die de universele goddelijke vlam weerkaatsen – die alleen op de gebieden van zinsbedrog geïndividualiseerd en gescheiden zijn door een differentiatie die evengoed zinsbedrog is als al het overige. Het zijn ‘levenden’, omdat zij de stralen zijn uit het ABSOLUTE LEVEN, die worden geprojecteerd op het Kosmische scherm van de illusie; wezens in wie het leven niet kan worden uitgeblust voordat het vuur van onwetendheid is uitgedoofd in diegenen die deze ‘levens’ waarnemen.
319: (d) Zijn vermogen om onze denkbeelden met elkaar te verbinden door de geheimzinnige schakel van het geheugen en om zo het begrip van het zelf of de individualiteit te doen ontstaan; enkele van haar manifestaties, wanneer zij is bevrijd van de binding aan de stof, zijn (a) helderziendheid en (b) psychometrie.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 2 De mysterietaal en haar sleutels (p. 349):
Als we hiervan uitgaan, kunnen we gemakkelijk begrijpen hoe de natuur zelf de oorspronkelijke mensheid, ook zonder de hulp van haar goddelijke leraren, de eerste beginselen van een numerieke en meetkundige symbolentaal heeft kunnen bijbrengen. Men ziet dan ook, dat in ieder archaïsch symbolisch geschrift getallen en figuren worden gebruikt om gedachten uit te drukken en vast te leggen. Ze zijn steeds dezelfde, met slechts een paar variaties, die voortkomen uit de eerste figuren. Zo werden de evolutie en het onderlinge verband tussen de mysteries van de Kosmos, van de groei en de ontwikkeling daarvan – geestelijk en stoffelijk, abstract en concreet – het eerst opgetekend in meetkundige vormveranderingen. Iedere kosmogonie begon met een cirkel, een punt, een driehoek en een kubus, tot en met het getal 9, waarna het getal werd samengesteld uit de eerste lijn en een cirkel – de mystieke decade van Pythagoras, de som van alles, die de mysteries van de hele Kosmos betreft en tot uitdrukking brengt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 467):
Dit eerste of liever ene beginsel werd ‘de cirkel van de hemel’ genoemd, weergegeven door het heilige symbool van een punt binnen een cirkel of een gelijkzijdige driehoek, waarbij het punt de logos is. Zo wordt in de Rig Veda, waarin Brahmā zelfs niet wordt genoemd, de kosmogonie voorafgegaan door de hiranyagharba, ‘het gouden ei’ en prajāpati (later Brahmā), uit wie alle hiërarchieën van ‘scheppers’ voortvloeien. De monade of het punt is het oorspronkelijke en is de eenheid waaruit het hele getallenstelsel voortkomt. Dit punt is de Eerste Oorzaak, maar aan DAT waaruit het voortvloeit of liever, waarvan het de uitdrukking, de logos is, wordt stilzwijgend voorbijgegaan. Op zijn beurt was het universele symbool, het punt binnen de cirkel, nog niet de architect, maar de oorzaak van die architect; en de laatste stond tot het punt in precies dezelfde betrekking als het punt zelf tot de omtrek van de cirkel, die volgens Hermes Trismegistus niet kan worden bepaald. Porphyrius toont aan dat de monade en de duade van Pythagoras overeenkomen met Plato’s oneindige en eindige in ‘Philebus’ – of wat Plato het ἄπειρον en πέραϛ noemt. Alleen het laatste (de moeder) is werkelijk, het eerste is de ‘oorzaak van alle eenheid en de maat van alle dingen’ (Vit. Pyth., blz. 47); zo laat men zien dat de duade (Mulaprakriti, de sluier) de moeder van de logos is en tegelijkertijd zijn dochter – d.w.z. het voorwerp van zijn waarneming – de voortgebrachte voortbrengster en de secundaire oorzaak ervan. Bij Pythagoras keert de monade naar stilte en duisternis terug, zodra deze de triade heeft ontwikkeld, waaruit de overige zeven van de 10 (tien) getallen voortvloeien die aan het gemanifesteerde heelal ten grondslag liggen.
475: Dit zal de onderzoeker helpen begrijpen waarom Pythagoras de godheid (de logos) als het centrum van eenheid en de ‘bron van harmonie’ beschouwde. Wij zeggen dat deze godheid de logos was, niet de monade, die in eenzaamheid en stilte woont, omdat Pythagoras leerde dat de eenheid, die immers ondeelbaar is, geen getal is. En daarom werd ook van de kandidaat, die zich aanmeldde voor toelating tot zijn school, verlangd dat hij als voorbereiding daarop de rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek had bestudeerd, die als de vier onderdelen van de wiskunde werden beschouwd. Dit verklaart verder waarom de pythagoreeërs beweerden dat de leer van de getallen – in de esoterie de belangrijkste – door de hemelse godheden aan de mens was geopenbaard; dat de wereld uit de Chaos tevoorschijn was geroepen door geluid of harmonie, en opgebouwd volgens de beginselen van de muzikale verhoudingen; dat de zeven planeten die het lot van de stervelingen beheersen, een harmonieuze beweging hebben ‘en intervallen die overeenkomen met die in de muziek, waardoor verschillende geluiden ontstaan, die zo volmaakt harmonieus zijn dat ze de liefelijkste melodie voortbrengen, die voor ons onhoorbaar is, alleen al door de grootsheid van het geluid, dat onze oren niet kunnen opvangen’. (Censorinus.)
In de theogonie van Pythagoras waren de hiërarchieën van de hemelse menigten en goden genummerd en werden met behulp van getallen uitgedrukt. Pythagoras had de esoterische wetenschap in India bestudeerd, daarom zeggen zijn leerlingen: ‘De monade (de gemanifesteerde) is het beginsel van alle dingen. Uit de monade en de onbepaalde duade (de Chaos) kwamen getallen voort; uit getallen, punten; uit punten, lijnen; uit lijnen, oppervlakken; uit oppervlakken, lichamen; hieruit vaste lichamen met vier elementen – vuur, water, lucht, aarde; uit al deze, omgezet (en in wisselwerking staand) en totaal veranderd, bestaat de wereld.’ (Diogenes Laertius in Vit. Pythag.)
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 13 De zeven scheppingen (p. 498/499):
(V.) De tiryaksrotas (of tairyagyonya) schepping16, die van de ‘(heilige) dieren’, die op aarde alleen overeenkomt met de schepping van de niet sprekende dieren. Wat in de primaire schepping met ‘dieren’ wordt bedoeld, is de kiem van ontwakend bewustzijn of van bewuste waarneming, dat wat flauw bespeurbaar is in sommige gevoelige planten op aarde en duidelijker in de protistische moneren17. Tijdens de eerste ronde op onze bol gaat de ‘schepping’ van de dieren vooraf aan die van de mens, terwijl in onze vierde ronde de eerstgenoemde (die van de zoogdieren) – op het stoffelijke gebied – voortkomt uit de schepping van de mens: in de eerste Ronde worden de atomen van dieren samengetrokken tot een menselijke stoffelijke vorm; terwijl in de vierde Ronde het tegenovergestelde plaatsvindt in overeenstemming met de magnetische omstandigheden die tijdens het leven waren ontwikkeld. En dit is metempsychose (zie ‘Mineral Monad’ in Five Years of Theosophy, blz. 276). Dit vijfde evolutiestadium, exoterisch ‘schepping’ genoemd, kan men zowel in de primaire als in de secundaire periode zien, in de ene als het geestelijke en kosmische, in de andere als het stoffelijke en aardse. Het is archibiosis of ontstaan van leven – ‘ontstaan’ natuurlijk voor zover het de manifestatie van leven op alle zeven gebieden betreft. In deze periode van de evolutie differentieert de absolute eeuwige universele beweging of trilling, dat wat in esoterische taal ‘de GROTE ADEM’ wordt genoemd, zich tot het oorspronkelijke, eerst gemanifesteerde ATOOM.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 627/628):
De geleerde joodse ingewijden hebben met het ‘beloofde land’ nooit alleen Palestina bedoeld, maar hetzelfde nirvāna als de geleerde boeddhisten en brahmanen – de schoot van de EEUWIGE, gesymboliseerd door die van Abraham, en door Palestina als de plaatsvervanger ervan op aarde5. De doorgang van het ZIELEN-ATOOM ‘door de zeven planeetkamers’ had dezelfde metafysische en ook fysische betekenis. Het had de laatstgenoemde betekenis wanneer werd gezegd dat het zich in de ether oploste. (Zie Isis Ontsluierd, Deel I, Engelse uitgave, blz. 297.) Zelfs Epicurus, de model-atheïst en materialist, kende en geloofde zoveel van de oude wijsheid, dat hij verkondigde dat de ziel (geheel verschillend van de onsterfelijke geest, als de eerstgenoemde daarin latent is opgesloten, zoals in elk atomair deeltje) was samengesteld uit een fijne, tere essentie, gevormd uit de gladste, rondste en fijnste atomen.
5) Geen ontwikkelde jood heeft ooit geloofd in de letterlijke betekenis van deze allegorie – namelijk dat ‘de lichamen van joden die in vreemde landen zijn begraven, in zich een zielenbeginsel bevatten dat niet kan rusten, totdat het onsterfelijke deel, door een proces dat het ‘rondwervelen van de ziel’ wordt genoemd, de heilige grond van het ‘beloofde land’ weer bereikt’. Voor een occultist is de betekenis duidelijk. Het proces werd geacht zich te voltrekken door een soort metempsychose, waarbij de psychische vonk haar weg aflegde door een vogel, een viervoetig dier, een vis en het kleinste insect. (Zie de Royal Masonic Cyclopaedia van Mackenzie.) De allegorie heeft betrekking op de atomen van het lichaam, die elk door iedere vorm moeten gaan, voordat ze alle de eindtoestand bereiken, die het eerste uitgangspunt van elk atoom is – zijn oorspronkelijke layatoestand. Maar de oorspronkelijke betekenis van gilgoolem of de ‘rondwenteling van de zielen’ was het denkbeeld van de reïncarnerende zielen of ego’s. ‘Alle zielen gaan in de gilgoolah’, in een cyclisch of rondwentelend proces; d.w.z. ze volgen alle het cyclische pad van de wedergeboorten. Sommige kabbalisten leggen deze lering zó uit, dat deze alleen maar een soort vagevuur voor de zielen van de verdorvenen betekent. Maar dat is niet juist.

De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Mogelijke bezwaren tegen het voorafgaande - EVOLUTIE VAN DE ZOOGDIEREN. DE EERSTE VAL (p. 210/211):
Maar geen enkele fysioloog of anatoom schijnt op het idee te zijn gekomen om op de ontwikkeling van de mens – vanaf zijn eerste stoffelijke verschijnen als kiem tot zijn uiteindelijke vorming en geboorte – de pythagorische esoterische leer van de metempsychose toe te passen, die door de critici zo verkeerd wordt uitgelegd. De betekenis van het axioma: ‘Een steen wordt een plant; een plant een dier; een dier een mens, enz.’ werd al elders gegeven in verband met de geestelijke en stoffelijke evolutie van mensen op deze aarde. Wij zullen er nu een paar woorden aan toevoegen om de zaak duidelijker te maken.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De rassen met het ‘derde oog’ (p. 344):
Integendeel, wie door studie en meditatie zijn ingewikkelde paden ontwart en licht werpt op die duistere wegen, in de kronkelingen waarvan zovelen te gronde gaan tengevolge van hun onbekendheid met het labyrint van het leven, werkt ten bate van zijn medemensen. KARMA is een absolute en eeuwige wet in de gemanifesteerde wereld; en omdat er maar één Absolute kan bestaan, en dus één eeuwige altijd aanwezige Oorzaak, kan men degenen die in karma geloven niet beschouwen als atheïsten of materialisten – en nog minder als fatalisten22: want karma is één met het Onkenbare, waarvan het met zijn gevolgen in de wereld van de verschijnselen een aspect is.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de ‘gevallen engel’ in haar verschillende aspecten (p. 542/543):
Het is een bekend feit – in ieder geval bekend aan geleerde kenners van de symboliek – dat in elke grote religie van de oudheid de logos-demiurg (tweede logos), of de eerste emanatie van het denkvermogen (mahat), als het ware de grondtoon aanslaat van wat in het daaropvolgende evolutieschema de wisselwerking van individualiteit en persoonlijkheid kan worden genoemd. In de mystieke symboliek van kosmogonie, theogonie en antropogenie vervult de logos in het drama van de schepping en het zijn, twee rollen, namelijk die van de zuiver menselijke persoonlijkheid en de goddelijke onpersoonlijkheid van de zogenaamde Avatars of goddelijke incarnaties, en van de universele geest die door de gnostici Christos wordt genoemd en in de mazdeïsche filosofie de Farvarshi (of Ferouer) van Ahura Mazda. Op de lagere trappen van de theogonie hadden de hemelse wezens van lagere hiërarchieën elk een Farvarshi of een hemelse ‘dubbelganger’. Het is dezelfde, alleen meer mystieke bevestiging van het kabbalistische axioma: ‘Deus est Demon inversus’. Het woord ‘demon’ betekent hier echter, evenals bij Socrates en in de geest van de betekenis die door de hele oudheid eraan werd gegeven, een beschermgeest, een ‘engel’, niet een duivel van satanische afkomst, zoals de theologie beweert. De rooms-katholieke kerk toont haar gebruikelijke logica en consequentie door als de ferouer van Christus, Michaël aan te nemen, die ‘zijn beschermengel’ was, zoals is bewezen door Thomas4, die de prototypen van Michaël en zijn synoniemen, zoals bijvoorbeeld Mercurius, duivels noemt.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 662):
Pythagoras, die zijn wijsheid uit India had meegebracht, heeft aan het nageslacht een glimp van deze waarheid nagelaten. Zijn school beschouwde het getal 7 als een samenstelling van de getallen 3 en 4, die zij op een tweevoudige manier verklaarden. Op het gebied van de noumenale wereld was de driehoek, als eerste voorstelling van de gemanifesteerde godheid, haar beeld: ‘vader-moeder-zoon’; en het viertal, het volmaakte getal, was de noumenale, ideële wortel van alle getallen en dingen op het stoffelijke gebied.
674/5: De getallen 3 en 4 zijn respectievelijk mannelijk en vrouwelijk, geest en stof, en hun vereniging is het embleem van het eeuwige leven in de geest op zijn opgaande boog, en in de stof als het steeds herrijzende element – door voortplanting en voortbrenging. Zoals die alchemisten het uitdrukken: ‘Wanneer de drie en de vier elkaar kussen, voegt het viertal zijn middelste natuur bij die van de driehoek’ (of triade, d.w.z. het oppervlak van een van zijn vlakken wordt het middenvlak van de andere), ‘en wordt een kubus; dan pas wordt hij (de uitgevouwen kubus) het voertuig en het getal van het leven, de vader-moeder zeven.’
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 682/683):
Het viertal wordt zowel in de Kabbala als door Pythagoras als het volmaakste of liever als het heilige getal opgevat, omdat het voortkwam uit de een , de eerste gemanifesteerde eenheid, of liever de drie in één .
‘De pythagorische wereld’, zegt Plutarchus (in De anim. procr., 1027) ‘bestond uit een dubbel viertal’. Deze uitspraak bevestigt wat er werd gezegd over de keuze door de exoterische theologieën van de lagere Tetraktis. Want: ‘Het viertal van de verstandelijke wereld (de wereld van mahat) is t’agathon, nous, psyche, hyle; terwijl dat van de waarneembare wereld (van de stof)
– die eigenlijk is wat Pythagoras met het woord Kosmos bedoelde – vuur, lucht, water en aarde is. De vier elementen staan bekend onder de naam rizomata, de wortels of beginselen van alle gemengde lichamen’, d.w.z. de lagere Tetraktis is de wortel van de illusie van de wereld van de stof; en dit is het tetragrammaton van de joden en de ‘geheimzinnige godheid’ waarover de hedendaagse kabbalisten zoveel drukte maken!
683: ‘Het getal vier vormt dus het rekenkundige gemiddelde tussen de monade en het zevental, omdat het alle vermogens bevat, zowel van de voortbrengende als de voortgebrachte getallen; want van alle getallen onder de tien wordt dit uit een bepaald getal gemaakt; de verdubbelde duade vormt een viertal, en het viertal verdubbeld of uitgeslagen vormt het zevental. Twee met zichzelf vermenigvuldigd geeft vier; en weer met zichzelf vermenigvuldigd, de eerste kubus. Deze eerste kubus is een vruchtbaar getal, de grondslag van veelheid en verscheidenheid, bestaande uit twee en vier (steunende op de monade, de zevende). Zo vloeien de beide beginselen van tijdelijke dingen, de piramide en de kubus, vorm en stof, voort uit één bron, de vierhoek (op aarde), de monade (in de hemel) . . .’ (Zie Reuchlin, Cabala, I, ii.)
684: Op het getal zeven baseerde Pythagoras zijn leer over de harmonie en muziek van de sferen, waarbij hij de afstand van de Maan tot de Aarde ‘een toon’ noemde, van de Maan tot Mercurius een halve toon, vandaar naar Venus hetzelfde; van Venus tot de Zon 1 1/2 toon; van de Zon tot Mars één toon; vandaar tot Jupiter een halve toon; van Jupiter tot Saturnus een halve toon; en vandaar tot de Dierenriem (Dodecaëder) één toon; in totaal zeven tonen – de diapason harmonie. Alle melodie van de natuur is in die zeven tonen, en wordt daarom ‘de stem van de Natuur’ genoemd.
684/685: Plutarchus verklaart (de Plac. Phil., blz. 878) dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. Bij de broeders van het rozenkruis vormde de figuur van het kruis of de uitgeslagen kubus het onderwerp van een verhandeling in een van de theosofische graden van Peuvret, en werd behandeld volgens de fundamentele beginselen van licht en duisternis, of goed en kwaad .
686: Maar de pythagoreeërs beschouwden het getal zeven of de heptagoon als een religieus en volmaakt getal. Het werd ‘telesphoros’ genoemd, omdat door dit getal alles in het Heelal en de mensheid tot zijn einde, d.w.z. zijn hoogtepunt, wordt gevoerd' (Philo, de Mund. opif.). De leer van de sferen, vanaf de tijd van Lemurië tot aan Pythagoras, toont aan dat zowel de zeven krachten van de aardse en ondermaanse natuur, die onder het bestuur van de zeven heilige planeten staan, als de zeven grote krachten van het Heelal, te werk gaan en zich evolueren in zeven tonen, die de zeven noten van de toonladder zijn.
687/688: Tenslotte het volgende: er is genoeg naar voren gebracht om aan te tonen waarom de menselijke beginselen in de esoterische scholen in zeven waren en zijn verdeeld. Maak er vier van en dit zal òf een mens zonder zijn lagere aardse elementen overlaten, òf, uit een fysiek gezichtspunt beschouwd, hem tot een zielloos dier maken. Het Viertal moet het hogere of het lagere zijn, de hemelse of de aardse Tetraktis: om overeenkomstig de leringen van de esoterische oude school begrijpelijk te worden, moet de mens worden opgevat als een Zevental. Dit werd zo goed begrepen, dat zelfs de zogenaamde christelijke gnostici dit aloude stelsel overnamen (zie de § over ‘De zeven zielen’ (Deel II p. 717).

Samenvatting (Wederkerigheid)

De telling van Pythagoras brengt niet alleen de ultieme symmetrie van zaaien en oogsten (reciprociteit), maar ook de in het heelal, de in de ruimte verborgen absolute eeuwige universele beweging of trilling tot uitdrukking. Muziek kan niet tot geluidstrillingen worden gereduceerd, veroorzaakt door een specifieke omgang met stukken materie. Emergentie brengt de inversie, de ommekeer van de telling van Pythagoras tot uitdrukking.

Het beginsel achter ‘Ruimte en Tijd’ is de zelfgelijkvormigheid. Zelfgelijkvormigheid van de chaostheorie brengt de weerkaatsing, het projectiemechanisme (geweten, zelfreferentie) tussen 'Leraar en Leerling' (incarnatie van God op aarde) tot uitdrukking. René Meijer De Ether Bestaat! Uiteindelijk draait het om hoe herstellen we de harmonie in de schepping?

Het ‘en-en’/‘of-of’-mechanisme, de tegenstelling tussen ‘Negentropie en Entropie’ kan met de tegenstelling tussen 'Sat-Asat' worden vergeleken. Sat is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel (Oer-chaos, oerbron, oerstof), waaruit en waardoor alles voortkomt. Sat wordt geboren uit Asat, en Asat wordt voortgebracht door Sat. Het mechanisme ‘Sat-Asat' geeft rudimentair de chaostheorie weer.

De dodecaëder en de icosaëder zijn ook tegenhangers van elkaar. Elke lijn, vlak en hoek in een Platonisch lichaam zijn identiek aan elke andere lijn, vlak of hoek uit dezelfde vorm. Met andere woorden de Platonische lichamen zijn extreem symmetrisch. Of met andere woorden de dodecaëder van Plato brengt al de supersymmetrie (SUSY) tot uitdrukking.

De rubricering in het onderzoeksrapport ‘E i V’ is op de getallensymboliek van Pythagoras gebaseerd. Om de supersymmetrie in het universum te symboliseren maakt het rapport ‘E i V’ gebruik van een pedagogisch denkmodel. Dit model is gebaseerd op de supersymmetrie tussen geest en stof. De M-theorie van Edward Witten is net als het Kompaskwadrant een multidimensionaal verklaringsmodel. De M van de M-theorie staat voor Magic, Mystery of Matrix. Het rapport ‘E i V’ heeft het liever over White Magic, Occultisme, het contrast van Black Magic.

Het kompaskwadrant, een spiritueel kompas beeldt, net als de platonische lichamen de driehoek van Pythagoras uit. Het kompaskwadrant licht met name het 5e element Ether, de dodecaëder van Plato uit het boek Thimaeus toe. Of met andere woorden de

Het kompaskwadrant belicht de 5e dimensie, de Communicatie (5e Chakra), de quintessens van het aardse ruimte/tijd-continuüm. De éne werkelijkheid, de Monade is de ultieme waarheid. Maar de zogenaamde middenweg heeft ook een tegenpool, de desintegratie. Het 5Ddenkraam gaat er vanuit dat elke medaille twee kanten heeft, die niet los van elkaar staan maar innig met elkaar zijn verbonden. De dialoog tussen beide zijden staat centraal. De Triade staat voor het Uw wil geschiede. Echter God’s wegen blijven ondoorgrondelijk, blijven voor het menselijk intellect een mysterie.

Bij het horizontale bewustzijn gaat het om de wederzijdse wisselwerking tussen de bewustzijnstoestanden Ego (ziel) en Zelf, het natuurlijke - en culturele bewustzijn. 'Ego (ziel) en Zelf' is een bewustzijnstoestand die in het nu plaatsvindt. Het verticale bewustzijn, Wijsheid zorgt voor de juiste beheersing tussen Ego en Zelf. Het verticale - en horizontale bewustzijn staan diametraal tegenover elkaar. De ene kant versterken betekent automatisch dat de andere kant wordt afgebouwd. Het principe van reciprociteit brengt het zelfreinigend vermogen tot uitdrukking. Dwaasheid duidt op een bewustzijnstoestand van chaos (chaostheorie) chaos tussen ziel en ego. Door een blik achter de spiegel te werpen is het mogelijk vastgeroeste patronen, chaotisch gedrag te doorbreken.

De hamvraag blijft wat is de oerbron van deze beweging of trilling? Het gaat wel degelijk om de ‘muziek der sferen’, de in de levende natuur aanwezige informatieoverdracht ('verstrengeling', 'in-formatie', psi-vermogens). In de materiële werkelijkheid lijkt alles non-lokaalbuiten ruimte en tijd – samen te hangen en elkaar wederkerig te 'in-formeren'. De getallen van Pythagoras beelden een harmonische relatie, een specifieke categorie van betrekkingen uit waarbij het geheel meer is dan de som van de delen. Goddelijke ordening op basis van het fenomeen 'Emergentie (definities van emergentie) en Decompositie'. Pythagoras geloofde in zielsverhuizing (reïncarnatie), hij was een cyberneticus (neurofeedback).

De begrippen numen, memen, mind stuff, Weltstoff of nomen bieden een handvat om de homeostase te verklaren. Ook al zouden we stofjes ontdekken die voor het terugkoppelingsmechanisme verantwoordelijk zijn dan verandert daarmee nog niet de éne werkelijkheid.

Al is dan volgens Ilya Prigogine de evolutie onomkeerbaar er wordt van uitgegaan dat het mogelijk moet zijn door creativethink het zelforganiserende vermogen positief te beïnvloeden en de evolutie daarmee op een hoger plan te brengen.
In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen. Een tunnelvisie, hokjesgeest houdt in dat bestuurders marionetten van het systeem kunnen worden.

De kernkwaliteit creativethink is het positief tegenovergestelde van chaos. Middels de ommekeer is het mogelijk ons met de natuurlijke kringloop te verbinden. Ieder initiatief, elk mens kan door het vlindereffect de zelfregulering positief beïnvloeden. Alleen door dat wat is te accepteren komt de evolutie een stapje verder.

Systemen die eigenschappen van het vlindereffect hebben, en zich dus 'chaotisch' gedragen, zijn onder meer de beurshandel en de atmosfeer. De hamvraag is wat is tijd, dus hoe wordt de Alpha en Omega van het bestaan, de kloktijd en innerlijke tijd met elkaar verbonden? Primair draait het nog steeds om niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.
Het begrip toeval wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’ (Karma-Nemesis).
Dr. Jolande Jacobi boek De psychologie van Carl G. Jung (p. 21): Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.
Barbara Hannah boek Jung zijn leven zijn werk (p. 319): Jung toonde aan dat synchronistische gebeurtenissen slechts een specifiek voorbeeld lijken te zijn van een veel breder natuurlijk beginsel, dat hij ‘acausale geordendheid’ noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, zoals in het geval van de discontinuïteiten in de fyica (de geordendheid van energiekwantums, nucleair verval enzovoort) of de natuurlijke getallen.

Het gaat er op lijken dat met de inzichten van Iain McGilchrist of van Hugo Mercier & Dan Sperber het fenomeen enantiodromie van Carl Jung wordt onderbouwd. Of met andere woorden we leren de éne werkelijkheid steeds beter te begrijpen.

Het reflexieve bewustzijn verhindert, in de woorden van Duintjer, dat hun geest 'volledig tegenwoordig' in het heden kan zijn. Door over het heden na te denken verdeelt het reflexieve bewustzijn de aandacht met name over verleden en toekomst. We kunnen het heden alleen begrijpen door over het verleden, de historische context na te denken. De ommekeer heeft als het ware op reverse engineering betrekking.

De nieuwe bewustzijntechnologie (Biomedische technologie Biomedical engineering) die subtiele lichaamssignalen meet en weergeeft op een computerscherm maakt het mogelijk om deze voorheen niet gebruikte informatie bewust te gebruiken tijdens intensieve leerprocessen. Op deze manier wordt zelforganisatie van het menselijke bewustzijn op een hoger niveau gestimuleerd en bereikt. Het is een nieuwe revolutionaire stap in het ontstaan van de kennismaatschappij.

Wat Marcelo Gleiser op p. 136 van zijn boek schrijft is juist: wiskundige relaties tussen vormen en getallen verbergen het geheim van de ultieme aard van de werkelijkheid. De verborgen code van de natuur geschreven in de perfecte vormentaal. Het wachtwoord voor deze wereld is symmetrie.

De getallensymboliek van Pythagoras wordt als een metafoor gebruikt om 'probleem en oplossing' dichter bij elkaar te brengen.

Maar in een open dynamisch systeem is het onmogelijk dat ‘Microkosmos = Macrokosmos’ blijvend identiek zijn. Een flits van geluk duurt vermoedelijk niet langer dan enkele nano-seconden. Of je nu theïst of atheïst bent we zitten in hetzelfde schuitje. In essentie draait het om hoe richten wij onze levensenergie?

De top down & bottom up wederkerigheid komt in de organisatiecultuur tot uitdrukking. Er bestaat een duidelijke overeenkomst tussen de Big Five (persoonlijkheidsdimensies) van Willem Hofstee en de vijf cultuurdimensies van Geert Hofstede, boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen. Het is niet verwonderlijk dat voor het herstel van vertrouwen de roep om kwalitatief betere toezichthouders steeds luider klinkt.

Daniel Ofman beoogt met zijn boek Bezieling en Kwaliteit in Organisaties de zelfkennis van de manager te verrijken.
Aan welke 'supertoezichthouder' of inspiratiebron (Vicar of Christ) geven we de voorkeur en welke visie van het 'Goede - Ware - Schone' wordt uitgedragen? Of met andere woorden kiezen we voor het eigen koninkrijkje, de 'bv Ego' of het koninkrijk in de hemel, het hemelse rijk?

Het gaat er nog steeds om theorie en praktijk met elkaar te laten correleren. Het rapport ‘E I V’ laat zien hoe probleem en oplossing (’Diagnose en Therapie', AOS-concept) met elkaar samenhangen. Alles wat we geven mogen we ook weer ontvangen. De ‘Law of One’ (wet van periodiciteit) heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking. Het gaat in het kwantumvacuüm (bewustzijnsveld) om twee polen (les 3 polariteit), het aardse en het hemelse, om karma en dharma. Door een cultuur van verdieping en verinnerlijking (innerlijk leiderschap) te creëren kan het verstoorde energetische evenwicht worden hersteld. Welke leraar inspireert je in het dagelijkse leven het meest of met andere woorden waar steken wij onze energie in?

Manita Overweg schrijft in haar publicatie Van Tijdbeheer naar Energiemanagement: De bedrijfscultuur is gebaat bij een ontspannen sfeer, hetgeen weer resulteert in twee andere voordelen: Er vallen minder werknemers uit omdat men graag werkt en het volhoudt! Omdat er minder medewerkers uitvallen, hoeven er minder medewerkers vervangen te worden.

Het rapport ‘E i V’ is geënt op het Yin/Yang-symbool. Dit symbool drukt naast de verstrengeling van geest en lichaam (een innerlijk karakter en een uiterlijke vorm) ook beweging uit. Het horizontaal bewustzijn (p. 122), de wisselwerking tussen Yin en Yang (Sat en Asat). Yang-energie schept yin-energie of wordt erdoor vernietigd en omgekeerd.
Verticaal of epistrofisch bewustzijn (p. 99) is een psychisch en mentale resonantie met goddelijke of universeel bewustzijn dat naar eenwording en eenheidsbeleving streeft. Het is het goddelijk of universeel bewustzijn zélf!

Tao: De subtiele oorsprong van het universum; de onbevattelijke oerenergie (Oerstof) van het universum; de schepping is de expansie en polarisatie van tao in yin en yang. Het taoïsme, dat op vernieuwing en verjonging is gericht, kreeg altijd invloed in de perioden dat de gevestigde orde van een keizerrijk in verval raakte.

Synthese ontstaat wanneer ‘binnen en buiten’ samenvloeien. Op zo’n moment is een mens volledig in evenwicht. De aardse vicieuze cirkel, het wiel van oorzaak en gevolg, wordt doorbroken. De vrije wil geeft richting aan deze sturing. In de natuur geldt het complementariteitsprincipe. Het is de spiegelsymmetrie, die de tegenstellingen van het bewustzijn tot uitdrukking brengt.

Het mechanisme these + antithese = synthese van Hegel biedt een handvat om met name de psychosynthese (het 'verticale, non-lokale bewustzijn') van Roberto Assagioli te doorgronden.

In overdrachtelijke zin kan met kruistocht elke ideologisch gemotiveerde, heftige poging om verandering te bewerkstelligen, aangeduid worden, al dan niet met een positieve of negatieve connotatie.

Ego heeft een positieve, thumos en een negatieve, epithumia connotatie.

De vraag die gesteld kan worden is in hoeverre hangen de veel besproken debacle’s Enron, Parmalat, Ahold, Shell, Betuwelijn en HSL, de vernieuwingen in het onderwijs (Het Nieuwe Leren), de kredietcrisis en vanaf begin 2010 een eurocrisis met de organisatiecultuur samen?

Het is allemaal minder complex dan het lijkt. De moraal van het verhaal draait om ‘Goed en Kwaad’, ‘Belonen en Straffen’. Maar de geschiedenis leert dat het oplossen van het vraagstuk van ‘Goed en Kwaad’ uiterst complex is. De afgelopen decennia hebben te veel managers zich met het doorschuiven van problemen bezig gehouden. De hamvraag is of je voor 'oplossen of doorschuiven' van problemen riant wordt beloond? De in de afgelopen decennia door de overheid breed ondersteunde marktwerking is de kern van veel vraagstukken. Door het stuur uit handen te geven los je geen problemen op. Marktdenken berust enkel op het principe van belonen en straffen. Het verdeelt de wereld in winners en losers.

Het correlatieve denken gaat van het ‘en-en’ en het ‘of-of’ denken uit. Beide manieren van denken staan niet los van elkaar, maar zijn door de verticale dimensie onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dialoog staat tegenover polarisatie, tolerantie tegenover intolerantie, positieve identificatie tegenover vervreemding. Het kompaskwadrant laat zien hoe probleem en oplossing met elkaar samenhangen. Problemen kunnen alleen effectief worden opgelost wanneer met de relatie tussen beide zijden van een medaille rekening wordt gehouden. Verandering en revolutie gaan niet zonder strijd en komen niet zonder offers tot stand.

In het ingenieuze, reflexieve model “Macrokosmos = Microkosmos” van de esoterie, wordt antahkarana gezien als de fictieve schakel tussen de binnenwereld en de buitenwereld, de innerlijke wereld en de uiterlijke wereld. Bewustzijnsontwikkeling vindt op de grenslijn tussen binnen en buiten, in het nu tussen verleden en toekomst plaats. We leven in het nu (De Geheime Leer deel I, p. 67).
Het eigenlijke bewustzijn is tussen Kama en Manas begonnen. Manas staat voor het denkvermogen en het zefbewustzijn.

Microkosmos = Macrokosmos duidt op een statische toestand, een evenwichtstoestand van het bewustzijn, een flits van geluk. Het verticale bewustzijn kan voor balans (1 + 1 = 3, 'These + Antithese = Synthese'), maar ook voor onbalans zorgen. De ‘Drie stadia van het zien van Waarheid' tonen hoe de Waarheid kan worden doorgrond. De aarde, de vierheid is uit de drieheid ontstaan. Door het proces op aarde in omgekeerde volgorde te laten verlopen is het mogelijk het onderbewustzijn met de kennis van het hart te beïnvloeden, naar de Monade terug te keren.

Eduard Schuré geeft in zijn boek De grote Ingewijden (p. 217/223) een heldere beschrijving van de Monade, Duade, Triade en Tetrade. De geest van het esoterisch Boeddhisme steunt ook op de wijsheid van Pythagoras. De leer van Laozi en Confucius uit China is nauw met de filosofie van Pythagoras verweven. Het is namelijk ook op de drie kringlopen 'Scheppen, Behouden en Vernietigen' (Trimurti) gebaseerd. Dit komt ook naar voren wanneer de vijf-elementenleer van de Traditionele Chinese Geneeskunde met de boeddhistische invalshoek wordt vergeleken. Pythagorisme is de term die gebruik wordt om de esoterische en metafysische opvattingen van Pythagoras en diens volgelingen te benoemen.

Pythagoras verdeelde de dualiteiten in apeiron (Anaxagoras) en peras (einde).

Het is mogelijk een verband te leggen tussen de Unificatietheorie en de driehoek van Pythagoras. Het is een aanzet, niet om vanuit de natuurkunde, maar met name vanuit de geestkunde verschillende disciplines in één model samen te brengen. Het ontstaan en de eerste ontwikkeling van de mensheid heeft zich niet op aarde maar in de geestelijke wereld afgespeeld. De relatie tussen geest (ongemanifesteerde, hogere Zelf) en lichaam, de ziel staat nog steeds centraal.

John Consemulder BLAUWDRUK de multidimensionale werkelijheid van creatie en manifestatie (p. 98):
Waarschijnlijk heeft Pythagoras deze zeven hele noten ook herondekt en was de kennis van de Wet van het Octaaf al eerder aanwezig.
108: De hele microstructuur is gevuld met harmonieuze relaties. Zelfs de nucleïnezuurdraden van DNA worden over hun gehele lengte precies door de pythagorische tetraktys gestructureerd, dat wil zeggen door de viervoudigheid van de octaafruimte (octaaf, kwint, kwart en grote seconde).

Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat Pythagoras met zijn wiskunde (1 + 2 + 3 + 4 = 10) de kwintessens van de zichzelf herhalende patronen van interferentie al te pakken had.

De Geheime Leer, Deel III (p. 446): Nee, nimmer mogen de geleerden de ware oplossing der metafyschische scherpzinnigheden van de Boeddhistische letterkunde in haar dode letter hopen te vinden. In de ganse oudheid hebben alleen de Pythagoreërs ze grondig begrepen, en juist op de (voor de gemiddelde oriëntalist en materialist) onbegrijpelijke abstracties van het Boeddisme heeft Pythagoras de voornaamste stellingen zijner wijsbegeerte gebouwd.

Het is de mens die met behulp van zijn brein, de beide hersenhelften, 'Lichaam en Geest', 'Macrokosmos en Microkosmos', 'God en Zoon', 'Hemel en Aarde' met elkaar verbindt.

De esoterie gaat er vanuit dat de aardse werkelijkheid kan worden veranderd door de hemelse werkelijkheid als positief evenbeeld te gebruiken.

De natuurfilosoof Empedocles van Agrigento beschrijft de vier onveranderlijke elementen aarde, water, lucht en vuur.

De vier oorzaken-leer van Aristoteles biedt een kader, om de samenhang tussen 4 elementen, de 5e dimensie, de kwintessens weer te geven. Aristoteles verenigt ‘theorie en praktijk’.
Tot slot: als mijn interpretatie van de theorie en de praktijk van teleologische verklaringen in Aristoteles juist is, dan is de verklarende functie van doeloorzaken significant anders dan traditioneel wordt gedacht. Doeloorzaken oefenen geen ‘mysterieuze kracht’ uit vanuit de toekomst, maar functioneren daarentegen juist bijna letterlijk als eindpunten en grenzen van processen. Ze vormen de beginpunten van wetenschappelijk onderzoek. Dit betekent niet dat doeloorzaken slechts een heuristische functie hebben: omdat doeloorzaken deel zijn van de conclusie die in een wetenschappelijk bewijs wordt gedemonstreerd, demonstreert het bewijs het bestaan van natuurlijke teleologie.

Eerder heeft Ramundus Lullus een vergelijkbaar universeel model (lullistische tabel, p. 5) uitgewerkt. De kolom Relatieve principes bevat drie Triades 'Eenheid der tegendelen (Verschil) - Eendracht - Tweedracht (Tegenstrijdigheid)', 'Begin - Midden - Eind' en 'Superioriteit - Gelijkheid - Inferioriteit'.
De kolom met Absolute principes bevat een link met negen Sephiroth van de levensboom.

Raymond Lull reikt echter al met zijn Ars generalis ultima een methode aan waardoor het mogelijk wordt de hele werkelijkheid, in een flits, godsbeeld te ervaren. Raymond Lull gebruikt het uitgebreide model van Aristoteles, dat niet vier, maar tien categorieën toepast.

De levensboom, de I Ching en de doorsnede van Ramundus Lullus hebben gemeen dat ze zowel op micro - als op macroniveau levenscycli, transformatie -, bewustwordings -, leerprocessen in kaart brengen.

Plutarchus onderscheidt de lagere en hogere Tetraktis (Deel II p. 682/683), de aardse en hemelse Tetraktis (p. 688). Samen vormen deze de lemniscaat (Lorenz Attractor), die het aardse met het hemelse verbindt.

Voor fotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, synapsen, gedachten en gevoelens ze verschijnen en verdwijnen.
Een synaps is een verbinding tussen twee neuronen waardoor een impuls kan worden overgedragen.

Het is het reflexieve bewustzijn, het zelfbewustzijn dat mensen kenmerkt.
Marco Iacoboni boek Het spiegelende brein (p. 15): De ontdekking van spiegelneuronen voor de psychologie wel eens dezelfde betekenis kon hebben als de ontdekking van DNA voor de biologie.
Het boek van Marco Iacoboni geeft een wetenschappelijke verklaring van de ziel bezien als een psyche of spiegel van het zelf (hogere Zelf).

Epigenetica beweegt zich op het snijvlak tussen nature (aangeboren) en nurture (maakbare eigenschappen).
Zo epigenetica 'nature en nurture' verbindt zo legt Weltstoff (memen) een relatie tussen de genen van het DNA en de hersencellen (neuronen), tussen genetica en celbiologie.

Het zijn bestaat volgens Plato uit een (fenomenale) veranderlijke wereld en een (noumenale) onveranderlijke wereld. Immanuel Kant maakte het onderscheid tussen de onkenbare noumenale werkelijkheid en de kenbare fenomenale werkelijkheid. Kant denkt ook dualistisch in uitersten.

Het gemanifesteerde is in de kern gebaseerd op dualiteit, want er kan geen enkele dynamiek zijn zonder polariteit, zonder de voortdurende wisselwerking van de positieve en negatieve aspecten. De Jungiaanse psychologie maakt van het concept van de ‘schaduw’ als een element van het onbewuste, complementair aan het ‘licht’ van het Zelf gebruik . Dit is in principe hetzelfde concept als de ‘tegenstander’.

Carl Jung maakt voor zijn werk gebruik van de ‘huwelijksquaterniteit’. In de Tetrade, de huwelijksquaterniteit van Carl Jung zijn het bewuste en het onbewuste onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met behulp van de systeembenadering, een regelkring is het mogelijk bewuste beslissingsprocessen weer te geven. De homeostase brengt voor een individu de keerzijde, de onbewuste as in beeld.
In het 5D-concept wordt op de homeostase van een sociaal systeem de nadruk gelegd.

Het artikel ‘Evolutie of Schepping’ van Brunhild Krüger in GAMMA maart 2009 sluit perfect op het concept animus/anima van de 'huwelijksquaterniteit' aan. Volgens Krüger moet het ‘streven naar harmonie’ van Teilhard de Chardin, het ‘vrouwelijke denken’ met het typisch mannelijk-bipolaire denken (óf-óf benadering) worden verbonden.
Theïsten en atheïsten kissebissen over details. Het gaat er om dat mannen leren de ‘vrouwelijke’ kant in de evolutie niet te verhullen.

Man en Vrouw gelijk? Net als rechtse en linkse politici zijn mannen en vrouwen wel gelijkwaardig maar ongelijk. Het feminisme heeft ongetwijfeld een belangrijke bijdrage geleverd dat meisjes nu beter scoren op school. De uitkomst wordt in sterke mate bepaald door het etiket dat er door de maatschappij wordt opgeplakt. Met welke bril kijken we naar de werkelijkheid en de maatschappelijke ordening die daarvan een gevolg is? Het rapport ‘E i V’ stoelt op een in de systeemleer bekende regel ‘Garbage in - garbage out’, voor het secularisme ‘Zaaien en Oogsten’.

Door de wisselwerking tussen twee complementaire principes (Yin en Yang) is er sprake van een periodieke, cyclische beweging van uitademing en inademing, van emanatie en immanatie van het hoogst onkenbare. De werking van de zwaartekracht verbindt de Macro - met de Micro Ruimte-Tijd en heeft op de spiegelsymmetrie betrekking.

Aristoteles, leerling van Plato heeft beschreven dat het er in het leven om gaat het juiste midden te vinden tussen twee extremen. Het menselijk verstand begrijpt de dingen slechts door contrast. In alles ligt het tegendeel besloten. Kortom, het dualisme is een kunstmatig door het denken aangebrachte scheiding, die in feite niet bestaat. De ‘Gulden middenweg’, is een bewustwordingsproces, dat er van uitgaat dat de waarheid in het midden ligt.
Mede door toedoen van Aristotes kwam het accent op de waarneembare buitenwereld te liggen.
Blavatsky stelt dat de alfa en omega van de mystieke gedachte –na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis kreeg.

De oplossing van de unificatietheorie wordt niet gevonden in het elementaire deeltje maar in de ruimte die de elementaire deeltjes van elkaar scheidt.

Deze stelling is gebaseerd op De Geheime Leer, Deel I p. 563: ‘De kracht is daarom niet in het atoom maar in de ruimte die de atomen van elkaar scheidt (neutrale centrum, eros = fohat).

Volgens Plato is Eros (chaos) onze reactie op schoonheid.

Blavatsky en Ouspensky (enneagram) laten onder meer aan de hand van de Griekse mythologie zien welke universele structuur in het universum zit verborgen. De theosofie maakt van drie uitgangspunten, het 1e, 2e en 3e grondbeginsel gebruik.

Darwin’s Evolutietheorie - Natuurlijke Selectie
Hoewel Darwin's Evolutietheorie een relatief jong archetype is, bestaat het evolutionaire wereldbeeld zelf al sinds de oudheid. Griekse filosofen in de oudheid, zoals Anaximander, postuleerden een ontwikkeling van leven uit niet-leven en de evolutionaire afkomst van de mens uit dieren. Charles Darwin voegde slechts iets nieuws toe aan een oude filosofie -- een plausibel mechanisme genaamd "natuurlijke selectie". Natuurlijke selectie werkt om voordelige genetische mutaties te behouden en te accumuleren.

Om de denktrant van grote spirituele leraren te verbinden, een nieuwe visie op de werkelijkheid te scheppen kan het kompaskwadrant als schakel worden gebruikt. Alleen samen kunnen we er uitkomen. We zitten in het zelfde schuitje. Het kompaskwadrant kan een ijkpunt, één spiritueel motief vormen voor veranderende sociale structuren, de gemeenschappelijke kern van de multiculturele samenleving en de Europese - en wereldcultuur.

De kredietcrisis leert dat de kwantitatieve modellen van het CPB geen rekening houden dat een mens meer is dan een koel en calculerend wezen, maar zich vooral door emoties en angsten laat leiden. De basis van de economische ordening is op eenvoudige rekensommen gebaseerd. Wereldwijd is de invoer van alle landen gelijk aan de uitvoer van allen, 'Invoer + Uitvoer' = 0. Het exportoverschot van het ene land is het import – en de schuldenberg – van de ander. Artificiële intelligentie leert dat het veel lastiger is om met kwalitatieve parameters, de kwalitatieve relaties rekening te houden.

Het 5Ddenkraam, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de eigen evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.

De drie ruimtelijke dimensies van het kompaskwadrant, de kubus of bol laten zien hoe het mogelijk is om het bewustzijn eindeloos te verruimen en te vernieuwen. De singulariteit van het oneindige bewustzijn is een inzicht dat op een andere manier de samenhang en de totaliteit weergeeft. Welke dimensie laten we in het leven een centrale rol spelen?

De 1e, 2e en 3e Logos corresponderen met de punten (2), (3) en (4) van de samenvatting van Blavatsky De Geheime Leer Deel I, p. 46). Het punt (1) van Blavatsky verwijst naar de éne Werkelijkheid, Ain-soph. Deze samenvatting van Blavatsky beschrijft de hogere Tetraktis.

De lemniscaat symboliseert het leerproces tussen het geestelijke en het lichamelijke, de binnenwereld en de buitenwereld. De éne werkelijkheid heeft net als bij Ayurveda op de "kennis van het leven", de oerbron betrekking. De lemniscaat verbindt het aardse met het hemelse, de eeuwige kringlopen.

Bram Moerland: Gnosis en Christusbewustzijn Wij hebben als mens twee naturen.
Er is hier een grote verwantschap met het boeddhistische begrip 'boeddha-natuur'. Elk mens, alle wezens en alle dingen hebben boeddha-natuur, leert het boeddhisme. Het spirituele pad van het boeddhisme heeft als doel het bewustzijn van de individuele mens te verenigen met zijn eigen boeddha-natuur, die tegelijk ook de boeddha-natuur is van de ganse werkelijkheid.

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 861 keer bekeken.