Deze filognostische presentatie is in aanbouw

2. Ruimte - Tijd - Beweging

Vyâsadeva, Bhagavad Gîtâ 4: 33
Groter dan het offer van materiële dingen
is het offer van de kennis, o bestraffer van de vijand;
al dit karma bijeen, o zoon van Prithâ,
vindt zijn einde in de kennis.
Helena Blavatsky:
Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)

Ruimte

Teilhard de Chardin (p. 44) ging volkomen op in wat hij als zijn levenstaak zag: als christen de paleontologie te beoefenen en aan de wereld duidelijk te maken dat de evolutie in de schepping een zinvol, doelgericht proces is, dat van energie naar materie, van materie naar leven, van leven naar bewustzijn, van bewustzijn naar zelfbewustzijn, van zelfbewustzijn naar collectief bewustzijn voert, om ten slotte haar voltooiing te bereiken in Christus.

Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 65):
De ‘Moeder-Ruimte’ is de eeuwige, altijd aanwezige oorzaak van alles – de onbegrijpelijke GODHEID; haar ‘onzichtbare gewaden’ zijn de mystieke wortel van alle materie en van het Heelal. Ruimte is het enige eeuwige dat wij ons heel gemakkelijk kunnen voorstellen, onbeweeglijk in haar abstractie en niet beïnvloed door de aanwezigheid of de afwezigheid daarin van een objectief Heelal. Zij heeft geen afmetingen, hoe men die ook opvat, en bestaat op zichzelf. Geest is de eerste differentiatie van DAT, de oorzaakloze oorzaak van zowel . Zoals de esoterische catechismus leert, is zij noch grenzeloze leegte, noch voorwaardelijke volheid, maar beide. Zij was en zal altijd zijn. (Zie de Proloog.)
73: Het verschijnen en verdwijnen van het Heelal wordt voorgesteld als een uitademing en inademing van ‘de grote adem’, die eeuwig is en die, omdat hij beweging is, een van de drie aspecten van het Absolute is; de andere twee zijn abstracte Ruimte en duur. Als de ‘grote adem’ wordt geprojecteerd, wordt hij de goddelijke adem genoemd en wordt hij beschouwd als het ademen van de onkenbare godheid – het ene Bestaan – die als het ware een gedachte uitademt die de Kosmos wordt. (Zie Isis Ontsluierd.) Zo verdwijnt ook, als de goddelijke adem weer wordt ingeademd, het Heelal in de schoot van ‘de grote moeder’, die dan slaapt ‘gewikkeld in haar onzichtbare gewaden’.
Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 266):
‘De godheid (de altijd onzichtbare Tegenwoordigheid)’, zegt de Zohar, ‘manifesteert zich door de tien sephiroth, die haar stralende getuigen zijn. De godheid is als de zee waaruit een stroom vloeit, WIJSHEID genaamd, waarvan de wateren uitmonden in een meer dat Intelligentie heet. Uit het bekken ontspringen de zeven sephiroth, als zeven kanalen. . . . Want tien is gelijk aan zeven: de decade bevat vier eenheden (symmetrieën) en drie tweevouden ('binnen en buiten', 'zo groot, zo klein' en 'zo boven, zo beneden').’ De tien sephiroth komen overeen met de ledematen van de MENS. ‘Toen ik Adam Kadmon vormde’, laat men de Elohim zeggen, ‘schoot de geest van het Eeuwige uit zijn lichaam als een bliksemflits, die zich onmiddellijk verspreidde op de golven van de zeven miljoen hemelen, en mijn tien gloriën waren zijn ledematen.’ Maar men kan noch het hoofd noch de schouders van Adam Kadmon zien; daarom lezen wij in de Sephra Dzenioutha (het ‘Boek van het verborgen mysterie’):

In de macrokosmos draait het om de torus en in de microkosmos om de uitgevouwen kubus, die de mens symboliseert. Het zeropoint illustreert de absolute ‘Ruimte en Tijd’.

De in het rapport ‘E i V’ geïnventariseerde modellen zijn net als SUSY supersymmetrisch.
Supersymmetrie, afgekort SUSY geldt als een van de meest kansrijke uitbreidingen van het standaardmodel voor elementaire deeltjes. De snaartheorie toont slechts de materiële kant van de medaille. Op basis van de supersymmetrie wordt geconcludeerd dat de Levensboom een optie biedt om de schakel tussen de materiële - en immateriële, geestelijke kant uit te beelden. De Levensboom weerspiegelt als het ware de Snaartheorie. Dit concept is uitgewerkt met behulp van een 'bewustzijnsschil', die is opgebouwd rond de begrippen ether-paradigma, reflexief bewustzijn, meta-leren en hermeneutische cirkel (kwantummonade). De hierbij gevolgde denkwijze sluit aan op de door Francis Heylighen beschreven vijf verschillende stappen of niveaus van het bewustzijn: Sensation, Awareness, Experience, Self-awareness en First-person experience. Elke stap biedt successievelijk het kader voor de volgende stap met een hoger abstractieniveau. Ook is voor het uitwerken van dit gezichtspunt van de publicatie Het transcenderen van de conceptueel-symbolische kode van Francis Heylighen gebruik gemaakt. Het overkoepelend evolutionair-systemische wereldbeeld (ESW) van Francis Heylighen plaatst de schetsmatige opzet van het rapport ‘E i V’ in een academisch kader. Het ESW cursusmateriaal bestrijkt met betrekking tot de chaostheorie en de systeemleer dezelfde invalshoek.

René Meijer De Energiekwestie en de Orde van de Tijd - Het paradigma voor de Nieuwe Wereldorde.
Prof. Kanarev stelt dat we in de twintigste eeuw onze onderzoeksresultaten verkeerd zijn gaan interpreteren; we zijn volgens hem iets vergeten. "Tijd, ruimte en materie - het zijn de drie niet te scheiden elementen van een universum".

In het leven bewegen we ons tussen een materiële wereld en een spirituele wereld, een fundamentele dualiteit van leefwerelden. Als we een theorie van alles willen hebben, moeten deze werelden in deze hiërarchisch-structurele visie op de persoon en de materie, in dit nieuwe paradigma voor de wereldorde, worden gecombineerd zodat iedereen er een plaats in heeft, zodat een ieder gerespecteerd kan worden en conflicten daarmee beëindigd kunnen worden. De beide werelden hebben elkaar nodig en kunnen niet zonder elkaar bestaan, precies zoals de ruimte niet zonder de materie en de tijd kan bestaan en de oude natuurkunde het ook niet kan stellen zonder de antimaterie. Het geheel van de hiërarchische deeltjestheorie (HDT) laat zich dan als volgt weergeven:

Het is in feite een dubbele Tetraktys, een dubbele 1-2-4-8 versie van het pythagoreïsche 1-2-3-4 symbool voor de kosmos. In deze driehoek, die in de HDT voor zowel het manifeste als het niet-manifeste staat, toont zich de orde van het geleidelijk in opeenvolging vanuit de monade evolutionair ontstaan van de diade, de triade en de tetrade als de basisverdeling van de schepping. Respectievelijk staan die vier traditioneel voor de singulariteit van het oerbegin van het hebben van o dimensies, de eenheid; de tweevoudigheid van één dimensie, van een lijn, van de polariteit van de wereld; de drievoudigheid van twee dimensies, een plat vak, een vergelijking van polariteiten in het woord; en de viervoudigheid van het hebben van een driedimensionale wereld bestaande uit de vier basiselementen of basiskrachten der natuur. De esoterische Pythagoreërs zworen op dit symbool van de eeuwige vernieuwing zelfs een eed:
Ik zweer bij Hem die in onze zielen de heilige Tetraktys heeft geplant, de bron van de Natuur wier oorzaak Eeuwig is.
Voorwaar, bij de Tetraktys die aan onze Ziel de bron verschafte, die de wortels der immer vloeiende natuur bevat.
(Ou ma ton hameterai geneai paradonta Tetraktun, Pagan aenaou Phuseôs Rhizôma t' ekhousan).

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 31):
De ene cirkel is de goddelijke eenheid, waaruit alles voortkomt en waarnaar alles terugkeert. Zijn omtrek – een noodzakelijk begrensd symbool, gezien de beperking van het menselijke verstand – geeft de abstracte, altijd onkenbare TEGENWOORDIGHEID aan, en het vlak waarin de cirkel ligt, correspondeert met de universele ziel, hoewel deze twee één zijn. Het feit dat alleen de oppervlakte van de schijf wit is en de achtergrond zwart, toont duidelijk aan dat haar gebied de enige kennis is, hoewel nog vaag en nevelig, die de mens kan bereiken. Dit is het gebied waar de manifestaties van het manvantara beginnen, want in deze ZIEL sluimert tijdens de pralaya de goddelijke gedachte1, waarin het plan van iedere toekomstige kosmogonie en theogonie verborgen ligt.
1) Het is nauwelijks nodig de lezer er nog eens aan te herinneren dat de term ‘goddelijke gedachte’, evenals ‘universeel denkvermogen’, niet moet worden beschouwd als zelfs ook maar een vage afschaduwing van een verstandelijk proces verwant aan dat van de mens. Het ‘onbewuste’ kwam volgens Von Hartmann tot het veelomvattende scheppings-, of beter evolutionaire plan ‘door een helderziende, boven alle bewustzijn verheven wijsheid’, die in de taal van de Vedanta absolute wijsheid zou betekenen. Alleen degenen die beseffen hoe hoog de intuïtie zich bevindt boven de trage processen van het redenerende denken, kunnen zich een heel vaag begrip vormen van die absolute wijsheid die de begrippen van Tijd en Ruimte te boven gaat. Het denkvermogen zoals wij dat kennen, kan worden herleid tot bewustzijnstoestanden van verschillende duur, intensiteit, ingewikkeldheid, enz., en deze berusten uiteindelijk alle op gewaarwordingen, die weer maya zijn. Gewaarwording vooronderstelt noodzakelijk weer beperking. De persoonlijke God van het orthodoxe theïsme neemt waar, denkt en wordt beïnvloed door emoties: hij heeft berouw en voelt ‘hevige toorn’. Maar het is duidelijk dat het denkbeeld van zulke geestestoestanden de ondenkbare vooronderstelling meebrengt dat de opwekkende prikkels van buiten komen, om nog maar niets te zeggen van de onmogelijkheid om onveranderlijkheid toe te schrijven aan een wezen, van wie de emoties wisselen met de gebeurtenissen in de werelden die het bestuurt. De begrippen van een onveranderlijke en oneindige persoonlijke God zijn dus onpsychologisch en wat erger is, onfilosofisch.
41: De occulte catechismus bevat de volgende vragen en antwoorden:
‘Wat is het dat altijd is?’ ‘Ruimte, de eeuwige anupadaka12.’
‘Wat is het dat altijd was?’ ‘De kiem in de wortel.’
‘Wat is het dat altijd komt en gaat?’ ‘De grote adem.’
‘Is er dus drie keer iets eeuwigs?’ ‘Neen, de drie zijn één.
Wat altijd is, is één; wat altijd was, is één; wat altijd bestaat en wordt, is ook één: en dit is Ruimte.’
‘Verklaar dit, o lanoo (leerling).’ ‘Het Ene is een ongebroken cirkel (ring) zonder omtrek, want het is nergens en overal; het Ene is het grenzeloze vlak van de cirkel, die alleen gedurende de tijdperken van een manvantara een middellijn manifesteert; het Ene is de ondeelbare punt die tijdens die perioden nergens wordt gevonden en overal wordt waargenomen; het is het verticale en het horizontale, de vader en de moeder, de top en de basis van de vader, de twee uitersten van de moeder, dat in werkelijkheid nergens heen reikt, want het Ene is de ring en evenzo de ringen die binnen die ring zijn. Licht in duisternis en duisternis in licht: de ‘adem die eeuwig is’. Het beweegt zich van buiten naar binnen wanneer het overal is en van binnen naar buiten als het nergens is – (dat is maya13, een van de middelpunten14). Het breidt zich uit en trekt samen (uitademing en inademing). Als het zich uitbreidt, verspreidt en verstrooit de moeder zich; wanneer het samentrekt, trekt de moeder zich terug en verzamelt zich. Dit brengt de perioden van evolutie en ontbinding teweeg, manvantara en pralaya. De kiem is onzichtbaar en vurig; de wortel (het vlak van de cirkel) is koel; maar tijdens evolutie en manvantara is haar kleed koud en stralend. Hete adem is de vader die het kroost van het element met de vele gezichten (het heterogene) verslindt en die met één gezicht (het homogene) ongemoeid laat. Koele adem is de moeder, die ze ontvangt, vormt, voortbrengt en terugontvangt in haar schoot, om ze te hervormen bij de dageraad (van de dag van Brahma, of manvantara). . . .’
12) Dit betekent ‘ouderloos’; zie hierna.
13) De esoterische filosofie die ieder eindig ding als maya (of de illusie van de onwetendheid) beschouwt, moet noodzakelijk iedere planeet en ieder lichaam binnen de kosmos in hetzelfde licht zien, en wel als iets dat tot stand is gebracht en dus eindig. De uitdrukking ‘het beweegt zich van buiten naar binnen, enz.’ heeft dus in het eerste deel van de zin betrekking op de dageraad van het maha-manvantarische tijdperk, of de grote nieuwe evolutie na een van de volledige periodieke ontbindingen van iedere samengestelde vorm in de Natuur (van planeet tot molecule) in zijn uiterste essentie of element, en in het tweede deel van de zin op het gedeeltelijke of plaatselijke manvantara, dat een zonne- of zelfs een planetair manvantara kan zijn.
14) Met ‘middelpunt’ wordt een energiecentrum of een kosmisch brandpunt bedoeld; als de zogenaamde ‘schepping’ of vorming van een planeet wordt teweeggebracht door die kracht die de occultisten LEVEN noemen en de wetenschap ‘energie’, dan heeft het proces van binnen naar buiten plaats. Men zegt dat ieder atoom in zichzelf de scheppende energie van de goddelijke adem bevat. Dus, na een absolute pralaya, of wanneer het vooraf bestaande materiaal slechts bestaat Uit EEN element en de ADEM ‘overal is’, werkt laatstgenoemde van buiten naar binnen. Na een kleine pralaya daarentegen, wanneer alles in statu quo is gebleven – in een bevroren toestand, om zo te zeggen, zoals de maan – beginnen bij de eerste trilling van het manvantara de planeet of planeten hun wederopstanding tot het leven van binnen naar buiten.
47: De kernleer van de esoterische filosofie erkent geen voorrechten of bijzondere gaven van de mens, behalve die zijn eigen ego heeft verkregen door persoonlijke inspanning en verdienste gedurende een lange reeks van zielsverhuizingen en reïncarnaties. Daarom zeggen de hindoes dat het Heelal Brahma en Brahmâ is, want Brahma is in ieder atoom van het heelal, omdat de zes beginselen in de Natuur alle het resultaat zijn – de verschillend gedifferentieerde aspecten – van het ZEVENDE en ENE, de enige werkelijkheid in het Heelal, hetzij kosmisch of microkosmisch. Daarom ook worden de omzettingen (psychische, geestelijke en stoffelijke) van het zesde (Brahmâ, het voertuig van Brahma) op het gebied van manifestatie en vorm door metafysische antifrase opgevat als bedrieglijk en mayavisch.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 310):
Deze magnus limbus, of de Yliaster van Paracelsus, is eenvoudig onze oude vriend, de ‘vader-moeder’ van binnen, uit de tweede en de andere stanza’s, voordat deze in de Ruimte verscheen. Het is de universele voedingsbodem van de Kosmos, verpersoonlijkt in het tweevoudige karakter van de macro- en de microkosmos (of het Heelal en onze wereldbol)9 door aditi-prakriti, de geestelijke en de stoffelijke natuur.
9) Alleen de middeleeuwse kabbalisten pasten in navolging van de joodse kabbalisten en één of twee neoplatonisten de term microkosmos op de mens toe. De oude filosofie noemde de aarde de microkosmos van de macrokosmos, en de mens het resultaat van beide.
De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Over elementen en atomen (p. 630):
Dit is de logos (de eerste) of Vajradhara, de allerhoogste Boeddha (ook Dorjechang genoemd). Als Heer van alle mysteriën kan hij zich niet manifesteren, maar hij zendt zijn hart – het ‘diamanten hart’, Vajrasattva (Dorjesempa) – de wereld van manifestatie in. Dit is de tweede logos van de schepping, uit wie de zeven (volgens de exoterische sluier de vijf) Dhyāni-Boeddha’s voortkomen, die de aupapāduka worden genoemd, ‘de ouderlozen’. Deze Boeddha’s zijn de oorspronkelijke monaden uit de wereld van het onlichamelijke zijn, de arūpa-wereld, waarin de intelligenties (alleen op dat gebied) in het exoterische systeem geen vorm en geen naam hebben, maar in de esoterische filosofie hebben ze wel hun zeven afzonderlijke namen. Deze Dhyāni-Boeddha’s emaneren of scheppen door de kracht van dhyāna uit zichzelf hemelse Zelven – de bovenmenselijke bodhisattva’s. Deze incarneren als stervelingen aan het begin van iedere menselijke cyclus op aarde en worden in incidentele gevallen, dankzij hun persoonlijke verdienste, bodhisattva’s onder de zonen van de mensheid, waarna zij opnieuw als mānushi- (menselijke) Boeddha’s kunnen verschijnen. De aupapāduka (of Dhyāni-Boeddha’s) zijn dus identiek met de mānasaputra’s van de brahmanen, ‘de verstandgeboren zonen’ – hetzij van Brahmā, hetzij van een van de andere twee personen van de goddelijke drie-eenheid, en dus ook identiek met de rishi’s en de prajāpati’s. Zo vindt men in de Anugītā een passage, die esoterisch gelezen duidelijk hetzelfde denkbeeld en stelsel aangeeft, hoewel in een andere beeldspraak. Er staat: ‘Wat voor wezens er in deze wereld ook zijn, beweeglijke of onbeweeglijke, ze zijn de allereersten die zullen worden opgelost (bij pralaya); en daarna komt wat zich uit de elementen heeft ontwikkeld (waaruit het zichtbare Heelal is gevormd); en na de daarbij ontstane wezens, alle elementen. Zo is de trapsgewijze opklimming van de wezens. Goden, mensen, gandharva’s, piśācha’s, asura’s, rākshasa’s, allen zijn geschapen door svabhāva (prakriti, of plastische natuur), niet door daden en ook niet door een oorzaak’ – d.w.z. niet door enige fysieke oorzaak.
H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I/II, p. 682/4: Het viertal wordt zowel in de Kabbala als door Pythagoras als het volmaakste of liever als het heilige getal opgevat, omdat het voortkwam uit de een, de eerste gemanifesteerde eenheid, of liever de drie in één. Door mystieke vervorming werden ze het viertal – de driehoek werd de TETRAKTIS. De alfa en omega van de mystieke gedachte – kreeg na Pythagoras door toedoen van Aristoteles veel minder betekenis. Plutarchus verklaart dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. De natuurfilosoof Empedocles van Agrigento beschrijft de vier onveranderlijke elementen aarde, water, lucht en vuur.

Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken (p. 88):
Een andere manier om de torusvorm te bekijken is om deze te beschouwen als een vorm die perfect kan worden beschreven door een verzameling van Phispiralen. Een andere manier om de torusvorm te bekijken is om deze te beschouwen als een vorm die perfect kan worden beschreven door een verzameling van Phispiralen.
179:Links de dubbele vortex die de torus rechts creëert
Het vergt wat inbeeldingskracht, maar kijk eens naar de dubbele vortex links, lijkt dit niet op een boom? De onderste vortex vormt de wortels, de bovenste vormt het bladerdek. Dit is de boom van de kennis van goed en kwaad in de Hof van Eden. Wanneer we kijken naar het rechter plaatje dan is het vrij eenvoudig om er een appel in te herkennen, de torus heeft namelijk de vorm van een appel. De slang die Eva verleidde om de appel van de boom te eten, is de Phi-spiraal die perfect de torus beschrijft.
Het verhaal van Adam en Eva zou dus wel eens een verwijzing kunnen zijn naar de manier waarop de materiële wereld geconstrueerd wordt uit de ether! De val uit het paradijs begon toen de Eenheid van de Schepper, Zijn eeuwige bewustzijn, de ether, de eerste torusvorm voortbracht. De eerste stap in de schepping was tegelijkertijd de afscheiding van de Eenheid. De val uit het paradijs zou uitgelegd kunnen worden als de afscheiding van de Eenheid in de illusoire fysieke wereld van schijnbaar afgescheiden delen.

OPMERKINGEN:
10. Dimensies: voorstelling en verbeelding
Dimensies laten ons toe onze omgeving te beschrijven en voor te stellen: het zijn producten van onze geest en de dimensionele voorstelling van de ruimte is met zekerheid geëvolueerd van 2 naar 3 toen de astronomie zijn invloed liet gelden. De beperktheid van ons (evoluerend) voorstellingsvermogen speelt ons parten als we de 4-dimensionele ruimte-tijd van Einstein voorgeschoteld krijgen. Niettemin kunnen de 4 dimensies in een wiskundig model gegoten worden dat toelaat om de ruimte-tijd-vervormingen met tensor-algebra te berekenen, en daarbij resultaten te boeken die het Newton-model overtreffen. Door ruimtevervorming en tijdvervorming afzonderlijk te beschouwen en nadien opnieuw te integreren, slaagt voorstelling gekoppeld met verbeelding er toch in die resultaten behoorlijk te duiden.

In welke richting mogen wij dan verwachten dat de evolutie verder gaat?
Antwoord: Hiervoor ziet Teilhard de Chardin maar één mogelijkheid. In miljarden jaren tijds heeft zij zich gericht op het ontstaan van het leven (de biogenese) en het bewustzijn (de psychogenese); nu zij zich grenzen gesteld ziet op het gebied van het individuele bewustzijn, liggen voor de noögenese (zelfbewustzijn) de perspectieven op het collectieve vlak.

De boeken van Benjamin Adamah, Ervin Laszlo, Jules Ruis (website), Gerrit Teule en Jan Wicherink hebben een punt gemeenschappelijk en dat is de chaostheorie. Ook in het onderzoek ‘E i V’ is de chaostheorie als verbindende schakel naar voren gekomen.
Benjamin Adamah bespreekt in zijn boek de torus op pagina 112, Gerrit Teule op p. 149 en Jan Wicherink op p. 179.

Boek Nulpunt Revolutie van Benjamin Adamah (p. 113): Het getal nul fungeert hier als een logische dialectische scheidingswand.
Nul is de tzimtzum van Luria. In nul heeft de drie-eenheid van energie, bewustzijn en leven haar allerhoogste ‘voltage’. In het bovenstaande model is nul op te vatten als een zwart gat/oerknal-correlaat dat de ‘pomp' (tzimtzum) of het ‘hart’ (tzimtzum) vormt van de scheppingsgolf en ether of akasha in beweging zet.
Nul is vanuit een dynamisch perspectief een omslagpunt waar Dat wat geen buiten kent (positief iets; + 1) voorkomt uit de dimensieomslag van Dat wat geen binnen kent (negatief iets; - 1).

Macrokosmos en Microkosmos (Macrokosmos en Microkosmos, Wederkerigheid)

HENK DE ROEST Paulus of Menenius Agrippa? (p. 3):
De introductie van de lichaamsmetaforiek, zoals we deze in de eerste brief I aan de Korintiërs vinden, is volgens recente commentaren kenmerkend , voor de retorische argumentatie in Paulus' tijd.10 Voorbeelden of paradigmata namen hierin een belangrijke plaats in en de vergelijking met een lichaam heeft een lange geschiedenis. De microcosmos van het lichaam werd gebruikt om uit te leggen hoe eenheid kan bestaan in verscheidenheid binnen de macrocosmos van de samenleving. Bij Curtius Rufus, in zijn beschrijving van de geschiedenis van Alexander de Grote, lezen we hoe het rijk het lichaam is, de heerser het hoofd en de provincies de leden. Ook bij Plato vinden we de metafoor. Flavius Josephus schrijft over de joodse opstand, dat het lijden van het belangrijkste lid van het lichaam, i.c. Jeruzalem, het lijden van de andere delen van het land tot gevolg moet hebben.13 Philo ziet de gemeenschap van het verbond als een lichaam met leden, waarin ook proselyten kunnen worden ingelijfd, "zodat uiteindelijk ondanks de verschillende leden één uniek levend wezen bestaat". We komen deze vergelijking ook in rabbijnse literatuur tegen. Bij Seneca en Cicero vinden we de beeldspraak terug om het belang van de concordia te onderstrepen.
10) Vgl. Ben Witherington III, Conflict & Community in Corinth. A Socio-Rhetorical Commentary on 1 and 2 Corinthians. Grand Rapids 1994, 253ff.; Dale B. Martin, The Corinthian Body. New Haven , London 1995; Mary Katherine Birge, SSJ, The Language of Belonging. A Rhetorical Analysis of Kinship Language in First Corinthians. Leuven -Paris -Dudley, MA 2002, 153; Robert S. Dutch, The Educated Elite in 1 Corinthians. Education and Community Conflict in Graeco-Roman Context. London / New York 2005, 37f.

Het microkosmos/macrokosmos concept legt voor de Renaissance de centrale plaats van de mens in de schepping vast, uitgedrukt in de versregels: "Niets is wonderbaarlijker dan de mens…", als een echo doorheen de eeuwen, van Euripides over de Middeleeuwen tot bij Shakespeares Hamlet.

Het onkenbare 1e beginsel, de wisselwerking tussen DAT en DIT, de blauwdruk gaat het menselijke begripsvermogen te boven.
Het brengt de relatie tussen hemel en aarde, het ontstaan van de kosmos en van de mens (H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I en II),
Energie en Materie (energie en materie) tot uitdrukking.

De Geheime Leer Deel I, STANZA V (p. 158):
De ‘bouwers’ vertegenwoordigen de eerste ‘uit het denkvermogen geboren’ wezens, dus de oorspronkelijke rishi-prajapati’s, en ook de zeven grote goden van Egypte, van wie Osiris de voornaamste is; zij vertegenwoordigen de zeven Amshaspends van de Zoroastriërs, met Ormazd aan het hoofd, of de ‘zeven geesten van het gezicht’: de zeven sephiroth, gescheiden van de eerste triade, enz.
Na de ‘nacht’ bouwen of liever herbouwen zij ieder ‘stelsel’. De tweede groep bouwers is de architect van uitsluitend onze planeetketen, en de derde is de voorvader van onze mensheid – de macrokosmische oervorm van de microkosmos.

H.P. Blavatsky Deel II, Stanza 7 VAN HET HALFGODDELIJKE RAS TOT DE EERSTE MENSENRASSEN (p. 198):
De evolutie van de mens, de microkosmos, is analoog aan die van het Heelal, de macrokosmos. Zijn evolutie staat tussen die van de laatstgenoemde en die van het dier, waarvoor de mens op zijn beurt een macrokosmos is.
De Geheime Leer Deel II, De rassen van het derde oog (p. 327):
De mens was om zo te zeggen de voorraadschuur van alle levenszaden voor deze Ronde, zowel plantaardige als dierlijke. Evenals En-Soph ‘één is, ondanks de ontelbare vormen die in hem zijn’ (Zohar, i, 21a), is de mens op aarde de microkosmos van de macrokosmos.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het Pythagorische tiental (p. 652):
Voor hen bestond het hele metafysische en stoffelijke Heelal in, en kon het worden uitgedrukt en beschreven door, de cijfers van het getal 10, het pythagorische tiental.
Dit tiental, dat het Heelal en zijn evolutie uit de stilte en de onbekende diepten van de geestelijke ziel of anima mundi voorstelde, bood de onderzoeker twee kanten of aspecten. Het kon in het begin worden gebruikt voor en toegepast op de macrokosmos en werd dit ook, waarna het afdaalde tot de microkosmos, of de mens. Er waren dus de zuiver intellectuele en metafysische, of de ‘innerlijke wetenschap’ en de even zuiver materialistische of ‘oppervlak-wetenschap’, die beide konden worden verklaard en omvat door het tiental. Kortom, het kon worden bestudeerd uit de algemene begrippen van Plato en volgens de inductieve methode van Aristoteles. De eerstgenoemde ging uit van een veelomvattende goddelijke idee, waarbij de veelheid uit de eenheid voortkwam of de cijfers van het tiental verschenen, maar alleen om tenslotte weer te worden opgenomen en verloren te gaan in de oneindige cirkel. De laatstgenoemde steunde uitsluitend op zintuiglijke waarneming, waarbij het tiental kon worden opgevat, hetzij als de eenheid die zich vermenigvuldigt, hetzij als de stof die zich differentieert, en de studie ervan beperkt bleef tot het platte vlak; tot het kruis, of de zeven die voortkomt uit de tien – of het volmaakte getal, zowel op aarde als in de hemel.
Dit tweevoudige stelsel werd samen met het tiental door Pythagoras uit India meegebracht.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk De Tetraktis in verband met de zevenhoek (p. 682):
‘De Pythagorische wereld’, zegt Plutarchus ‘bestond uit een dubbel vierkant’.
- Het viertal van de verstandelijke wereld (de wereld van mahat) is t’agathon, nous (geestelijke ziel of denkvermogen), psyche, hyle;
- Terwijl dat van de waarneembare wereld (van de stof) - die eigenlijk is wat Pythagoras met het woord Kosmos bedoelde vuur, lucht, water en aarde is. De vier elementen staan bekend onder de naam rizomata, de wortels of beginselen van alle gemengde lichamen’, d.w.z. de lagere Tetraktis is de wortel van de illusie van de wereld van de stof; en dit is het tetragrammaton van de joden en de ‘geheimzinnige godheid’ waarover de hedendaagse kabbalisten zoveel drukte maken!
P. 684: Plutarchus verklaart (de Plac. Phil., blz. 878) dat de Achaïsche Grieken het viertal als de wortel en het beginsel van alle dingen beschouwden, omdat dit het getal van de elementen was, die alle zichtbare en onzichtbare geschapen dingen voortbrachten. Bij de broeders van het rozenkruis vormde de figuur van het kruis of de uitgeslagen kubus het onderwerp van een verhandeling in een van de theosofische graden van Peuvret, en werd behandeld volgens de fundamentele beginselen van licht en duisternis, of goed en kwaad.

Ken Wilber boek Een beknopte geschiedenis van alles (p. 301): We hebben dus: Wijsheid ziet dat het Vele het Ene is, en Mededogen ziet dat het Ene het Vele is. Of in het Oosten: Prajna (wijsheid) ziet dat Vorm Leegte is, en Karuna (Mededogen, Compassie) ziet dat Leegte Vorm is. Mededogen gaat naar alle levende wezens, zonder onderscheid. Het komt voort uit de verlichtingservaring van eenheid met alle leven. Karuna moet samengaan met wijsheid (prajna) om zijn juiste funktie te vervullen.

Sathya Sai Baba, antahkarana: Als men eenmaal zuiverheid van gedachten heeft dan kan men alles in het leven bereiken. Om de gedachten te zuiveren moet men liefde in praktijk brengen. Het licht van liefde kan nooit worden gedoofd. Als je het principe van liefde hebt ontwikkeld, zul je de drie toestanden van viswa, taijasa en prajna overstijgen en de uiteindelijke gelukzaligheid bereiken. De individuele ziel in wakende toestand wordt viswa genoemd, daar deze wordt geassocieerd met karmendriyas en jnanendriyas. In de droomtoestand wordt het taijasa (de stralende, de schitterende) genoemd vanwege de associatie met het schitterende principe van antahkarana (innerlijk instrument). In de diepe slaaptoestand heet het prajna en wordt het geassocieerd met het niveau van gelukzaligheid (de gelukzaligheids-laag).

    Rapport ‘E i V’, de natuurlijke kringloop (1 - 3 - 2 - 4):
Macrokosmos Microkosmos MacrokosmosTijd-as
Leegte ----InhoudloosInhoud >>>>Inhoudloos, leegte1. Ruimte, Wat ----3. Oneindigheid, Ruimteloosheid
|||||
Vormloos ----InhoudVormloos <<<<Vorm, Vormbaar4. Eeuwige NU ----2. Materie, Hoe
 Microkosmos  Tijd-asMicrokosmos
    5e element Ether
    (snijpunt van dediagonalen 1./2. en 3./4)

Tegenover het 5e element 'Ether staat Aether', het reflexief bewustzijn dat door de driehoek (1 + 2 + 3 + 4 = 10) van Pythagoras en de categorieënleer van Aristoteles kan worden gesymboliseerd. De categorieën worden in de publicatie Kwaliteitskundig kader opnieuw toegelicht.

Pythagoras enAristoteles:1. "wezen(lijk)-zijn" 
MonadeTriade7. bv. gezeten-zijn (positie)9. "doende-zijn" (actie)
4. Doeloorzaak ----2. Werkoorzaak5. "wààr?-zijn" (plaats)3. "hoedanig?-zijn" (kwaliteit)
|||| 
1. Stofoorzaak ----3. Vormoorzaak2. "hoe groot?-zijn" (kwantiteit)4. "met betrekking tot iets-zijn" (relatie)
TetradeDuade10. "ondergaande-zijn" (passie)8. bv. geschoeid-zijn (habitus)
   6. "wanneer?-zijn" (tijd); Snijpunt 2./3. en 4./5.

Het kwadrant rechts laat de ommekeer van beneden naar boven (1 – 2 – 3) zien. Hoe we ons dus weer met de natuurlijke kringloop kunnen verbinden.

Triade en Tetrade:Natuurlijke kringloopAccent van het aanzicht ligt op:Kernkwadrant:
- Mythos1. Oude TestamentRechtvaardigheid4. Creativethink
- Theos2. Nieuwe TestamentUniversaliteit van mensenrechten3. Zelfregulering
- Logos3. VerlichtingGelijkheid, gelijke kansen voor iedereen2. Groupthink
- Holos4. IntegratieRechtvaardigheid en Gelijkheid1. Chaos

De beginselen van de filognosie worden met de beginselen van het bahai-geloof en de theosofie vergeleken:

     BlauwdrukEvolutieplan,
Filognosie:De Ether Bestaat! Bahá'í-geloof: Blavatsky:Deel I, p. 210:
   SpiegelsGedachtegang 4Tetragrammaton
RuimteI FeitenMethode en WetenschapReligieGedachtegang 11e GrondstellingMonadisch
TijdII PrincipesAnalyse en SpiritualiteitBewustzijnGedachtegang 32e GrondstellingVerstand, Ziel
MaterieIII PersoonPersoon en PolitiekGeloofGedachtegang 23e GrondstellingStoffelijk

Om de continuïteit van het leven op aarde voor de mensheid te waarborgen gaat het primair om de eenheid der tegendelen (kwalitatieve as), de hemelse triade en de natuurlijke selectie ('Survival of the fittest'). Het ‘ieder voor zich’ is een doodlopend spoor.

Popper definieerde de "Drie werelden theorie". Jurgen Habermas benoemde drie domeinen van de werkelijkheid. De filognosie maakt van de drie geaardheden het zelf, ego en wijsheid gebruik. De theosofie onderzoekt het trio wetenschap, filosofie en religie.

Triade These + Antithese = Synthese (1 + 1 = 3):Spinoza:Popper:Habermas:Filognosie:Blavatsky:
Monade; Monotheïsme; Monisme; Het EneGodConceptenSubjectiefWijsheidReligie
Duade; Dualisme; Dualiteit; Geest-stofNatuurNatuurwetenschapObjectiefEgoWetenschap
Triade; Christendom, Triniteit; Hegeliaanse filosofie ErvaringIntersubjectiefZelfFilosofie

Ruimte-tijd spiegelsymmetrie, de ommekeer:

PythagorasEsoterie: DühringFilognosieUnificatietheorieHoofdstuk: 4.6 en 4.7
1. Monade1e Logos1e Manifestatie4e WetLemniscaatZwaartekracht2.3.1Akasha7.48.4
2. Duade2e LogosGeest-stof3e WetI FeitenTijdsymmetrie2.3Synthese, Z.P.F.7.38.3
3. Triade3e LogosHiërarchie2e WetII PrincipesSpiegelsymmetrie2.2 en 2.2.1Antithese7.28.2
4. TetradeTetraktysPeriodiciteit, Karma1e WetIII PersoonMateriesymmetrie2.1.1These7.18.1

Het principe van these, antithese en synthese geldt zowel van boven naar beneden (1 – 2 – 3) als van beneden naar boven. Het 5Ddenkraam, het Ether-paradigma (kwintessens) brengt de ommekeer tot uitdrukking. Het Ken uzelve leidt er toe dat we op chaos en groupthink grip kunnen krijgen.

Hoofdroute, levenscyclus, kringloop:

Pythagoras:Boeddhisme:Friedrich Nietzsche:Carl Jung:A. P. Fiske:
1. Monade4. ‘Gulden Middenweg’, beëindigen van ‘lijden’ZarathustraArchetype (Unus Mundus)Gemeenschapsmodel
2. Duade3. Beëindiging van ‘lijden’ÜbermenschGroeiGelijkheidsmodel
3. Triade2. Ontstaan van ‘lijden’Wil tot macht‘Dubbele natuur’, aanpassingAutoriteitsmodel
4. Tetrade1. Het ‘lijden’Eeuwige terugkeerEnantiodromie (Homeostase)Marktmodel

Complementariteit (Twee kanten van één medaille, Dualiteit, 'Spiraallijnen')

Voor de complementariteit van Bohr wordt nu het begrip dualiteit van 'Golven en Deeltjes' gebruikt. Complementariteit is de basis bouwsteen in het rapport ‘E i V’. Het meest eenvoudige denkschema gaat over symmetrie en gebroken symmetrie, over ‘en-en’ en ‘of-of’. Het ‘of-of’ ('wij' en 'zij') heeft betrekking op ‘wat onderscheidt mij van de ander’ en ‘en-en’ op de oriëntatie ‘wat verbindt ons’. Het gaat om altruïsme, niet om egoïsme. Of zoals Jan Börger het uitdrukt: De Basis van alle cultuur is de ether, d.w.z. de eenheden voorzich gedacht en de eenheden in-een gedacht en dat tegelijkertijd. Maar er is niets nieuws onder de zon, in de Bhagavad Gita wordt al over paren van tegenstellingen, polariteiten gesproken.
Het is de wereld van introspectie, van denken en voelen, van hoofd en hart. De 16e eeuwse Franse schrijver Michel de Montaigne wordt gezien als de eerste Europese schrijver die zijn eigen gedachten en gevoelens bestudeerde en tot onderwerp maakte van zijn geschriften.
De Ouroboros symboliseert de cyclische gang van de natuur van de schepping en de destructie, leven en dood, de eeuwige cyclus van vernieuwing. Er is een veelheid aan 5D-concepten en perspectieven waarop we de wereld kunnen aanschouwen, maar er is maar één waarheid, die door de eerste grondstelling naar voren wordt gebracht. De schepping van het mechanisme van de neuronen, dat aan het ‘en-en’ en ‘of-of’ ten grondslag ligt gaat ons verstand te boven.

Het ‘of-of’ bestaat bij gratie van het 'en-en', dualisme bij gratie van het non-dualisme. Schepping en bewustzijnsevolutie staan niet los van elkaar, maar vullen elkaar aan.
Het concept van de ENE WERKELIJKHEID (de ‘Werkelijkheid’ met hoofdletter W), bestaat echt. De bewustzijnsevolutie bestaat bij gratie van de scheppingsleer, het atheïsme bij gratie van het theïsme, de dood bij gratie van het leven.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 147):
3. HIJ IS HUN LEIDENDE GEEST EN LEIDER. WANNEER HIJ BEGINT TE WERKEN, SCHEIDT HIJ DE VONKEN VAN HET LAGERE RIJK (delfstoffenatomen) DIE ZWEVEN EN TRILLEN VAN VREUGDE IN HUN STRALENDE WONINGEN (gasachtige wolken) EN VORMT DAARMEE DE KIEMEN VAN WIELEN. HIJ PLAATST ZE IN DE ZES RICHTINGEN VAN DE RUIMTE, EN ÉÉN IN HET MIDDEN – HET MIDDENWIEL.
149: Met de ‘zes richtingen van de Ruimte’ wordt hier de ‘dubbele driehoek’ bedoeld, de samenvoeging en versmelting van zuivere geest en stof, van de arupa en de rupa, waarvan de driehoeken een symbool zijn. Deze dubbele driehoek is een teken van Vishnu, en ook Salomo’s zegel en de Sri-Antara van de brahmanen.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 244/245):
Uit deze tweevoudige eenheden stralen de drievoudige.
In de kosmogonie van Japan differentieert zich het zojuist genoemde ‘drievoud’, wanneer uit de chaotische massa een eivormige kern te voorschijn komt, die de kiem en het vermogen van al het universele en van al het aardse leven in zich heeft. ‘Het mannelijke aetherische’ (Yo) beginsel stijgt omhoog, en het vrouwelijke, grovere of meer stoffelijke beginsel (In) wordt in het Heelal van de substantie uitgestort, en dan treedt er een scheiding op tussen het hemelse en het aardse. Hieruit wordt het vrouwelijke, de moeder, het eerste rudimentair objectieve wezen geboren. Het is etherisch, zonder vorm of geslacht, en toch worden hieruit en uit de moeder de zeven goddelijke geesten geboren, uit wie de zeven scheppingen zullen emaneren, evenals in de Codex Nazaraeus de zeven kwaadgezinde (stoffelijke) geesten worden geboren uit Karabtanos en de moeder Spiritus. Het zou te ver gaan om hier de Japanse namen te geven, maar na vertaling staan ze in deze volgorde:
(1.) De ‘onzichtbare ongehuwde’, die de scheppende logos is van de niet-scheppende ‘vader’, of het gemanifesteerde scheppende vermogen van laatstgenoemde.
(2.) ‘De geest (of de god) van de straalloze diepten’ (van de Chaos); die gedifferentieerde materie of de wereldstof wordt; ook het delfstoffenrijk.
(3.) ‘De geest van het plantenrijk’, van de ‘weelderige plantengroei’.
(4.) Deze is tweevoudig van aard, en is tegelijkertijd ‘de geest van de aarde’ en ‘de geest van de zandvlakten’. De eerste bevat het vermogen van het mannelijke element, de laatste dat van het vrouwelijke element; samen vormen zij een samengestelde natuur.
Deze twee waren EEN; nog onbewust dat ze twee waren.
In deze tweevoudigheid waren besloten (a) het mannelijke, donkere en gespierde wezen, Isu no gai no kami; en (b) Eku gai no kami, het vrouwelijke, blonde en zwakke of tere wezen. Verder:
(5 en 6.) Geesten die androgyn of tweeslachtig waren, en tenslotte:
(7.) De zevende geest, de laatste die van de ‘moeder’ uitstraalde, verschijnt als de eerste goddelijk-menselijke vorm, die duidelijk mannelijk en vrouwelijk is. Het was de zevende schepping, evenals in de Purana’s, waarin de mens de zevende schepping van Brahma is.
248: Van de vijfde groep hemelse wezens wordt aangenomen, dat deze in zichzelf de tweeledige eigenschappen bevat van zowel de geestelijke als de stoffelijke aspecten van het Heelal; om zo te zeggen de twee polen van mahat, de universele intelligentie, en ook de tweevoudige, de geestelijke en de stoffelijke natuur van de mens. Vandaar haar getal vijf, vermenigvuldigd en tot tien gemaakt, waardoor zij wordt verbonden met Makara, het tiende teken van de Dierenriem.
266: Het hele kabbalistische getallenstelsel is gebaseerd op het goddelijke zevenvoud dat aan de triade hangt (en zo de decade vormt) en haar permutaties 7, 5, 4 en 3, die tenslotte alle in het ENE opgaan: een eindeloze en grenzeloze cirkel.\\ ‘De godheid (de altijd onzichtbare Tegenwoordigheid)’, zegt de Zohar, ‘manifesteert zich door de tien sephiroth, die haar stralende getuigen zijn. De godheid is als de zee waaruit een stroom vloeit, WIJSHEID genaamd, waarvan de wateren uitmonden in een meer dat Intelligentie heet. Uit het bekken ontspringen de zeven sephiroth, als zeven kanalen. . . . Want tien is gelijk aan zeven: de decade bevat vier eenheden en drie tweevouden.’ De tien sephiroth komen overeen met de ledematen van de MENS. ‘Toen ik Adam Kadmon vormde’, laat men de Elohim zeggen, ‘schoot de geest van het Eeuwige uit zijn lichaam als een bliksemflits, die zich onmiddellijk verspreidde op de golven van de zeven miljoen hemelen, en mijn tien gloriën waren zijn ledematen.’
283/284: Kortom, hij is de ‘schepper’ of het goddelijke denkvermogen in scheppende werkzaamheid, ‘de oorzaak van alle dingen’. Hij is de ‘eerstgeborene’, over wie de Purana’s ons mededelen dat ‘mahat en stof de innerlijke en uiterlijke grenzen van het Heelal zijn’, of in onze taal, de negatieve en de positieve polen van de tweevoudige natuur (abstract en concreet), want het Purana voegt eraan toe: ‘Op deze manier – zoals de zeven vormen (beginselen) van prakriti worden geteld van mahat tot de aarde – zo keren bij het aanbreken van pralaya (pratyahara) deze zeven achtereenvolgens in elkaar terug. Het ei van Brahma (sarva-mandala) wordt opgelost met zijn zeven zones (dvipa), zeven oceanen, zeven gebieden, enz.’ (Vishnu Purana, Deel vi, hfst. iv).

In de bijlage Triade en Tetrade zijn belangrijke innovaties gerubriceerd die onze huidige maatschappij in sterke mate hebben gevormd.

De fysicus Cees Dekker stelt een intrigerende vraag in de Volkskrant van 4 maart 2006, namelijk welk model past het zuiverst op de éne werkelijkheid? Cees Dekker gaat voor de objectieve, wetenschappelijke werkelijkheid. De heer Karskens (Filosofie & praktijk nrs. 2 en 3 2006) gelooft niet in een totaliteitstheorie, de snaartheorie die de relativiteitstheorie van Einstein en de quantummechanica verbindt. Dit antwoord sluit aan op het recent in de Volkskrant door Martijn van Calmthout besproken boek ‘TROUBLE with PHYSICS’ van Lee Smolin. Snaartheoretici vergeten namelijk een principieel punt: dat tijd en ruimte zelf ook uit zo’n theorie van alles naar voren moeten komen. De snaartheorie neemt volgens Smolin ruimte en tijd als fundamentele gegevens.

Cees Dekker zegt over het boek De taal van God van Francis S. Collins: 'Dit is een boek zoals ik had willen schrijven.' (Recensie van Ben van Raaij in de Volkskrant van 20 januari 2007). De wetenschap heeft volgens Collins geen antwoord op vragen die vanouds het terrein zijn van de theologie: hoe is het heelal ontstaan, wat is de betekenis van leven? Het 5D concept laat met behulp van het kernkwadrant zien dat het dialectische proces, zowel Micro als Macro, het beste op de éne werkelijkheid van Cees Dekker aansluit.

Ken Wilber: boek De eenvoud van zijn - Omarm je ware aard
Ken Wilber raakte er - blijkens een citaat uit zijn werk One Taste - diep van doordrongen: "de natuur is de uitwendige vorm van Boeddha, de natuur is het stoffelijk lichaam van Christus: Neem, eet, want dit is mijn lichaam, neem, eet, want dit is mijn bloed" (p. 51).
"Het denkbeeld van evolutie als Eros, of de Geest-in-actie, die overal ter wereld werkzaam is door zachte overreding in de richting van liefde, zoals Whitehead het uitdrukt, verklaart in aanzienlijke mate de onverbiddelijke ontwikkeling van materie naar lichaam naar geest naar ziel naar de Geest die Zichzelf herkent. Eros, de Geest-in-actie, is een elastiek om jouw en mijn nek, dat ons allemaal terugtrekt naar huis."

Max Wildiers vergelijkt het denken over de wereld in de 12e eeuw met ons denken. Zag men de wereld met Willem van Conches toen nog statisch als een geordende verzameling van dingen, thans ziet men haar - steunend op evolutieleer, relativiteitstheorie en quantumfysica - veeleer dynamisch in de gebeurtenissen, die door tijd-ruimtelijke relaties met elkaar zijn verbonden. Wildiers gaat uitvoerig in op de procesfilosofie van de Britse wiskundige Alfred North Whitehead, waarin de werkelijkheid als een scheppende voortgang ('creative advance') en God als de factor wordt voorgesteld, die de zelfcreativiteit en autonomie van de wereld handhaaft.

Wildiers laat ons in zijn hele beschouwing zien, dat wij op een trap van evolutie zijn beland, waarop de wereldbeschouwing van de middeleeuwen met zijn mystiek, van het moderne positivisme (dat het heil van de mensheid ophing aan de triomf van de wetenschap) en van het christendom niet langer tegenstrijdig, maar integendeel juist als elkaar aanvullend (complementair) kunnen worden gezien. Daarbij beperkt hij zich niet tot de thans overheersende Westerse cultuur, die gekenmerkt lijkt te zijn door de "passie van de macht" (blz.70), maar schenkt hij ook aandacht aan onderstromen, die vaak door Oosterse culturen worden gevoed. Met Karl Popper en Gibson Wilson wijst hij voorts op 'het paradigma van de schoonheid', dat 'het paradigma van de macht' lijkt af te lossen en op de toenemende belangstelling voor klassieke muziek, die dat zou kunnen bevestigen.

G. de Purucker boek Bron van het Occultisme
We zien dus dat denkvermogen of bewustzijn, duur of abstracte tijd, en ruimte fundamenteel één zijn; maar als gevolg van de beperkingen, teweeggebracht door het ontstaan van wezens en entiteiten die tijdens de manifestatie allemaal beperkt zijn, hebben we de verschijningsvormen of maya – of beter gezegd mahamaya – van duur die is opgesplitst in tijdsperioden, abstracte ruimte die is verdeeld in ruimtelijke eenheden, en op een vergelijkbare manier drukt kosmisch denkvermogen of bewustzijn zich uit in stromen van kleinere bewustzijnen of bewuste wezens, die zich uitstrekken van de meest verheven goddelijke wezens tot de meest stoffelijke entiteiten in de werelden van de stof. Deze illusoire verdelingen of zich manifesterende levensstromen brengen de verschillen en de verbazingwekkende verscheidenheid teweeg in onze omgeving, en wekken daardoor in ons de maya of illusie dat de voortschrijdende tijd één ding is, dat ruimte iets totaal anders is, en het bewustzijn in essentie weer iets anders.
Zo komt het dat duur zowel identiek is met ruimte als met kosmisch denkvermogen. Toch is zelfs dit mysterie der mysteries, ruimte-denkvermogen-duur, het product of het beeld dat ons hoogste intellect heeft van dat onuitsprekelijke mysterie dat het naamloze of dat wordt genoemd. We zien bovendien dat verleden en toekomst, op de juiste manier begrepen, samensmelten tot ‘het eeuwige nu’.

Einstein ontwikkelde zijn theorie van de relativiteit deels op basis van het mislukken van het leveren van een experimenteel bewijs van de ether. Maar de ether bestaat! En Einstein gaf dat later in 1920 ook aan in zijn nieuwe theorie van de ether. Daarin legt hij uit dat de ether de ruimte is met bepaalde eigenschappen. Twee recent over dit thema verschenen boeken zijn het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn van Ervin Laszlo en een boek dat in de publiciteit minder aandacht heeft gekregen De Ether bestaat! van René Meijer. Ervin Laszlo baseert zijn boek op recent wetenschappelijk onderzoek op het terrein van met name non-lokaliteit, terwijl daarentegen René Meijer teruggaat naar de filosoof der filosofen Vyâsadeva. Het is een thema dat ook uitgebreid in De Geheime Leer van Blavatsky ter sprake komt. Hierbij sluit ik graag aan op wat Louis Tiessen (jrg. 15 nr. 2) zegt: Een ander plan dat naast onze wereld bestaat, een onzichtbare krachtige werkelijkheid, namelijk de mythen. De website ‘E i V’ is een aanzet om mede op basis van de chaostheorie (chaostheologie) de oude geschiedschrijving met nieuwe wetenschappelijke inzichten te verbinden. Bestaat de ether is een vraag die niet zo lastig is te beantwoorden. Akasha, ether staat voor de oerbron, de eeuwige bron van leven. Echter op aarde zal een perpetuum mobile niet worden uitgevonden. Bij levensprocessen draait het om de Weltstoff van Teilhard de Chardin, de memen van Richard Dawkins, de geest-substantie svabhavat (Akasha) in de Theosofie.

René Meijer boek De Ether Bestaat (p. 20, 21):
Lorentz moet gelijk gehad hebben met zijn, door ons op deze site dan ook gerespecteerde, lokale, ware-tijdklokken gericht op de ether en niet Einstein met zijn uitzondering daarop die voortkwam uit de ontkenning van de ether. Je kan beweren dat de tijd absoluut relatief is en dat er een tijdwet is die stelt dat de tijd, en alles wat er mee samenhangt, altijd anders moet zijn omdat het element van beweging er eigen aan is, maar het simpelweg eindeloos manipuleren van de tijd als een afhankelijke variabele en zo van een uitzondering een regel maken, is toch zeker een vorm van ontkenning wat betreft het met alle materie onderworpen zijn aan de tijd als een onafhankelijke grootheid, die, behalve scheppend en handhavend, ook evident destructief is.
De einsteiniaanse misvatting lijkt, met het serieus nemen van de kritiek, te bestaan uit het verwarren van snelheid met verandering. Snelheid is niet een absolute waarde, zoals de heilige drie basiselementen van de natuurkunde, te weten ruimte, tijd en materie dat wel zijn. Met de tijdruimte die de materie toont, zijn het die drie elementen die als de natuurkundige heilige drie-eenheid van God elkaar definiëren en niet tot iets anders te herleiden zijn. Bij de filosoof D. Hume (1711 - 1776) in Het Menselijk Inzicht, heten ze uitgebreidheid, massa en beweging en bij Vyâsadeva, akas'a, prakriti en kâla. Ze vormen elkaars voorwaarde in de schepping, de een is niet denkbaar zonder de ander.
De tijd is het leven, de beweging van de materie in de ruimte. De ruimte is de tijdsafstand, het fenomeen van de zwaartekracht, tussen materiële voorwerpen. De materie is het electromagnetische effect van de werking van de tijd op de potentie van de uitdijende ruimte, de tijd die bij de wet van reactie van lineair cyclisch werd en zo in tegenstelling de zwaartekracht, de oerpotentie dus, omvormde tot materie (zij het niet geheel, blijkens het niet kunnen vinden van de z.g. onzichtbare 'donkere materie', die volgens 5.20: 38 in de Bhâgavata Purâna drie kwart van de schepping beslaat). De hele schepping is een permutatie van de begrippen 'Ruimte, Tijd en Materie'.
143: De postmoderne filosoof Jacques Derrida (1930-2004) sprak van deconstructie als het gaat om het waarderen van interpretatie-gevoelige menselijke bestaansvormen of 'teksten' zoals hij dat noemt: een ieder ziet erin wat hij maar wil en het zou onmogelijk zijn om zo tot een volledig en samenhangend begrip en dito maatschappij te komen. Hij heeft gelijk dat enkel boeken niet volstaan en ook gezamenlijk respect oefenend teksten nooit helemaal een alomvattend of samenhangend beeld opleveren. En het is ook zeker zo dat in een depressie zonder een duidelijk doel voor ogen er inderdaad sprake is van een letterlijke deconstructie van het tijdsbeeld van de waarnemer. De depressieve mens is gestoord in de drievoudige aard van de tijd: het verleden ziet zwart, de toekomst is onzichtbaar en het heden is onaangenaam. Hij kweekt als cultureel instituut een no-future generatie van mensen die lijden onder wat psychologen als Martin Seligman 'aangeleerde hulpeloosheid' noemen, een geestesziekte van de zelfbetwijfeling waarin er geen soelaas meer is van een absolute referentie waar we God tegen zouden kunnen zeggen en waar we ons aan kunnen optrekken.
144: Ook al is het inderdaad, vanwege het paradigmatisch gebonden zijn, moeilijk materieel aan te tonen, toch bestaat de ether dus gewoon als we eenmaal weten waarom we het in dat verband moeten hebben over het krachtveld van de melkweg dat bestaat als een vast referentiekader. De tijd bleek niet absoluut te zijn in de snelheid van veranderen met het licht, maar de tijd was wel absoluut in de kwaliteit van het veranderen zelf. Zoals Herakleitos (535-447 B.C.) het zei: alles is in beweging, panta rhei. En zo is de relativistische depressie, die na Nietzsche in het politieke tijdperk woekerde in onvermogen verkerend om Marx' atheïstische, sociale idealisme te overtreffen, dan ontmaskerd als een vorm van gehechtheid in weerwil van die verandering, in weerwil van het absolute gezag van ons dynamische Vadertje Tijd en Zijn heilige ether, de feitelijke godheid der klassieken die door Nietzsche zo dood werd verklaard als de gemiddelde, mechanische tijd van de, vanuit deze visie bezien, hopeloos verouderde klok. Zelfs een schooljongen kan de fysici van het gevallen en al te lineair opgezette standaardtijd-paradigma nu al de les lezen. Zo slaagde de begenadigde jongeman Peter Lynds (geb. 1975) daar in 2003 in, door, vóór Consoli's interpretatie van Düsseldorf reeds, te stellen dat er geen afzonderlijke tijdsmomenten zijn, maar dat er alleen een continue verandering bestaat die je absoluut zou kunnen noemen. Het cynisme verder, de hondse variant van de bijtende spot, is naast het isolationisme en de paranoia van autarkieën als Hitler-Duitsland en het Cambodja van Pol Pot nooit een succesvolle staatsopvatting gebleken, maar vormt meer een geestelijke aandoening van zich al dan niet sociopatisch afreagerende, als een cactus zo stekelige, depressieve mensen die in hoofdzaak interessant zijn voor behandelende psychologen en psychiaters.

De nazi's vielen Jung overigens ook aan, want Jung had ingezien én uitgebreid beschreven hoe zij hun eigen schaduw projecteerden op de joden, en zij waren daar niet bepaald van gediend.
Het gaat bij dit veranderingsproces om de wisselwerking, de overdracht tussen micro en macro, individu en collectief. Het individu beïnvloedt de gemeenschap en de omgeving beïnvloedt het individu. Hoe virulent de chemie tussen leider en volk kan zijn tonen de voorbeelden uit het verleden van de totalitaire ideologieën van Stalin en Hitler.

Vyâsadeva: (Voetnoten)
11) De zes kenmerken van de volheid of het geluk waar we het in de filognosie over hebben worden, zoals reeds gesteld in notitie 7, afgeleid van de drie basiselementen van de schepping: tijd (kâla), ruimte (âkâs'a) en materie (prakriti). Met het manifeste en niet-manifeste van deze basiselementen komen we uit op het volledige van Zijn volheid: intelligentie en kennis als de manifestatie van de ruimte, als de afspiegeling van het ruimtebesef, terwijl de macht van de ether de ongeziene beweger is in het voorbije. Waar schoonheid en harmonie het manifeste van God vormen in de materiële wereld, is boete de niet-manifeste leidraad van de getuige der bovenzinnelijkheid die niet wordt gezien.
16) Asaph is de hebreeuws/westerse naam voor Vyâsa. Het betreft dezelfde persoon als degene die vermeld wordt als de auteur van dit Lied van God, dit Lied van Geluk, deze Bhagavad Gîtâ, die filognostisch ook wel Godbijeen wordt genoemd, naar Vyâsadeva, hij die de verzen van God bijeenbracht. Sommigen twijfelen over deze naam omdat iedere wijze die de wijsheid bijeenbrengt Vyâsa kan worden genoemd. Maar in het Vaishnavisme is men overtuigd van zijn identiteit als zijnde Krishna Dvaipâyana Vyâsadeva, of ook wel Bâdarâyana - hij die verblijft te Badarikâ, een meditatieoord in de Himalaya's vernoemd naar de jujubebomen die daar groeien.
26) De term ether (âkâs'a) moet men zich op dit punt herinneren in de meest moderne zin van het woord, nl. als relativistisch: als het causale en zwaartekrachtveld dat in zijn werking verschilt naar gelang de ruimte die ermee beschreven wordt, d.w.z. een lokale, elementaire of planetaire ruimte, een universele galactische ruimte, en de kosmische of tijdruimtelijk bepaalde oerexpansie van onze materiële werkelijkheid. Het is zowel de doener als de degene die niet handelt in de zin van een niet-betrokken gelijkheid. Dit herinnert men zich vedisch als de drie soorten van Vishnu: Mahâ-vishnu of Kâranodakas'âyî-vishnu, Garbodakas'âyî-vishnu en Ksîrodakas'âyî-vishnu. Vishnu moet worden beschouwd als de representatie van het element van de ether, net zoals de ether moet worden gezien als een manifestatie van Zijn werkelijkheid als de oorspronkelijke integriteit van God uit wie al het andere zijn bestaan vond, zo bevestigt de Bhâgavata Purâna (2.5: 25 en 11.5: 19).

Bram Maljaars: Gaan nieuwe wetenschap en oude mystiek voortaan samen?, 6. Tot Slot: De eerste intelligente menselijke beschavingen, die zich bewust bezig hielden met wetenschap, zoals ondermeer de beschavingen van het oude China en het oude Egypte dateren uit de periode vanaf 4000-3000 jaar voor Christus. In de periode daarna ontwikkelde de wetenschap en vooral de implementatie ervan in het dagelijkse leven, zich relatief langzaam. Pas de laatste eeuwen zien we een versnelde ontwikkeling van wetenschappelijke inzichten en de toepassing ervan in nieuwe technologie. De laatste 50 jaar van het tweede millennium zien we zelfs een extreem snelle ontwikkeling van nieuwe wetenschappelijke inzichten en de toepassing ervan in ons dagelijkse leven. Vele geleerden verwachten dat we met dit tempo van ontwikkeling in de komende decennia naar een soort climax van wetenschappelijke ontwikkeling zullen groeien. De wetenschap waarover we het dan hebben, is echter nog steeds de wetenschap die gebaseerd is op de erkende traditionele bewijsvoering. De wetenschap van het verstand, van het rationele denken, met als oorsprong de Griekse wijsgeren. Mijn verwachting is echter dat zich nog een ontwikkeling zal voordoen. Namelijk een evolutie van het wetenschappelijk denken zelf. Mede geïnspireerd door ontwikkelingen zoals de relativiteitstheorie en de quantumtheorie zal er binnen afzienbare tijd een nieuw vorm van wetenschappelijk denken gaan ontstaan, waarbij traditionele wetenschap gebaseerd op het rationele denken en spirituele inzichten gebaseerd op intuïtie en gevoel naar elkaar toe zullen groeien.

Spiegelsymmetrie (Speciale relativiteitstheorie)

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 691):
Laat de lezer deze ‘monaden’ van Leibniz eens in gedachten houden – elke monade is een levende spiegel van het heelal en weerspiegelt elke andere – en deze opvatting en omschrijving vergelijken met bepaalde door Sir William Jones vertaalde Sanskrietstanza’s (śloka’s), waarin wordt gezegd dat de scheppende bron van het goddelijke denkvermogen, . . . ‘verborgen in een sluier van dichte duisternis, spiegels van de atomen van de wereld vormde en een weerspiegeling van zijn eigen gezicht op elk atoom wierp . . .’.

Elementaire deeltjes (Elementaire deeltjes): De speciale relativiteitstheorie zegt dat waarnemers die zich ten opzichte van elkaar bewegen, gebeurtenissen in omgekeerde volgorde kunnen zien plaats vinden. In zeker opzicht gedragen antideeltjes die terugreizen in de tijd zich als gewone deeltjes die vooruit door de tijd bewegen, en gewone deeltjes die teruggaan in de tijd zijn equivalent aan antideeltjes die vooruit door de tijd reizen.
Deze verwisseling is een ruimte-tijd spiegelsymmetrie. In 1956 voorspellen Lee en Yang enkele merkwaardige eigenschappen, die niet bij andere wisselwerkingen voorkomen, deze werden in 1957 door Wu experimenteel bevestigd: de zwakke processen blijken niet spiegelsymmetrisch te verlopen (de pariteit is niet behouden en er is evenmin symmetrie met processen waarbij de deeltjes door hun antideeltjes worden vervangen.

Weerspiegelingstheorie Deel I: MARX EN HET MARXISME: NAAR EEN THEORIE VAN HET BEWUSTZIJN
Weerspiegelingstheorie Deel II: HET ‘ONWARE’ BEWUSTZIJN

Essay Kenneth: Wat is de aard van deze wereld? Hier treden we een rijk binnen, verklaart Swedenborg, waar de "essentie" van onszelf wordt onthuld, en waar wij - en anderen - onszelf met vlijmscherpe nauwkeurigheid kunnen zien zoals we werkelijk zijn. De dood verandert niets maar onthult alles over ons. Dit is overigens slechts één van de vele punten van overeenkomst tussen Swedenborgs leer en de resultaten van het bijna-dood-onderzoek, hetgeen aangeeft dat veel mensen een gedetailleerd "levensoverzicht" hebben waarin hen niet slechts wordt getoond hoe ze hebben geleefd, maar ook de innerlijke betekenis en motivatie van hun handelingen, en het effect ervan op anderen. Kortom, we treden bij het sterven een wereld binnen waar onze innerlijke essentie de "omgeving" wordt waarin we ons bevinden. Uiteindelijk, zegt Swedenborg, "keert iedereen na zijn dood terug tot zijn eigen leven." Iemand die onaardig was en voor zichzelf heeft geleefd, welke uiterlijke vorm zijn leven ook had, zal er achter komen dat hij van dat soort leven zal blijven houden, afgesneden van het Goddelijke licht. Anderzijds zal iemand die waarachtig voor anderen heeft geleefd en voor wie het bestaan van het Goddelijke centraal stond in zijn leven, reeds in de hemel zijn, zo verzekert Swedenborg, en ook na de dood doorgaan met het ervaren van het hemelse licht en zich in het gezelschap bevinden van gelijkgestemden. Hoe het ook zij, iedereen zal, volgens Swedenborg, "een afspiegeling van zijn aandoeningen of van zijn liefde zijn." Zo is het, als we Swedenborgs leer volgen, dat we onze hemel en hel nu al bouwen, en er ook al in leven, afhankelijk van onze handelingen in de wereld.

Samenvatting

In het rapport ‘E i V’ draait het primair om de drie krachten, die in het boek Also sprach Zarathustra tot uitdrukking worden gebracht.

De oplossingsrichting, die in De Geheime Leer van Blavatsky wordt uitgewerkt omvat al de Theorie van alles.

De Theosofie (TV) steunt op de drie grondbeginselen het onkenbare eerste beginsel, het tweede beginsel 'Periodiciteit' (law of one van Zaaien en Oogsten) en het derde beginsel van de 'Hiërarchieën'. Het 1e, 2e en 3e grondbeginsel van de theosofie hangen samen met ruimte, tijd en materie (deeltjes).

De ‘Law of One’ heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking. Het gaat echter in het kwantumvacuüm (bewustzijnsveld) om twee polen (les 3 polariteit), het aardse en het hemelse, om 'karma en dharma', 'karma en akarma', het Ene.

De gemanifesteerde 'Ruimte (energie, Ether-paradigma), Materie en Tijd' vormen volgens Albert Einstein net als de ongemanifesteerde Drie-eenheid een goddelijke Triade (John Consemulder p. 140: universele drie-eenheid van oorzaak, beweging en materie). Het bevat de basis om het verschijnsel bewustzijn te kunnen verklaren. Het Kompaskwadrant wordt daarbij als eenvoudig denkschema, het zogenaamde 5Ddenkraam gebruikt.

Het kompaskwadrant is een handig denkmodel om de bipolariteit in het universum uit te beelden.

Het kompaskwadrant laat zien dat er niets nieuws onder de zon is, alleen accenten verschuiven in de tijd. Het model maakt duidelijk dat onze zenuwcellen als ontvangst-, verwerk- en zendstation, als schakel tussen binnenwereld en buitenwereld (tussen geest en lichaam) voor informatie - en cultuuroverdracht kunnen fungeren. Bewustzijnsontwikkeling opent de deur voor het onbegrensde reservoir van creatieve energie.

Het atoommodel kan als symbool worden gebruikt om te illustreren hoe de energiebron (kwantumverstrengeling) kan worden bereikt. In het atoommodel van Bohr houden de elektronen van een atoom zich op in zeven schillen rondom de kern (Periodiek systeem/Elektronenconfiguratie), die een verschillend energieniveau hebben. Negatief geladen elektronen houden de positief geladen protonen in evenwicht.
Wanneer chemische elementen gerangschikt worden volgens hun atoommassa openbaart zich een periodiciteit in de eigenschappen (In werkelijkheid gaat het niet zo zeer om de atoommassa maar om het atoomnummer, maar de atoomnummers waren in de tijd van Mendelejev nog niet bekend. Voor de ordening maakt dat echter weinig verschil).

Het getal negenenveertig symboliseert de verstrengelde hiërarchie, de wederkerigheid tussen de Microkosmos en Macrokosmos.

In de microkosmos staat '7*7' (negenenveertig chakra's) voor de relatie zevenvoudige samenstelling van de mens met de Skandha’s c.q. (zeven zintuigen).

Het rapport ‘E i V’ heeft ook een 7*7 structuur (negenenveertig). Deze structuur verbindt als het ware de zevenvoudige samenstelling van de planeten met de zevenvoudige samenstelling van de mens. De structuur in het rapport bestaat uit de Delen I t/m VII en de 'Triade en Tetrade' doorsnede van elk Deel afzonderlijk.

Prof. Kanarev: "Ruimte, Tijd en Materie - het zijn de drie niet te scheiden elementen van een universum".

In de absolute ruimte (het ongemanifesteerd heelal), het multidimensionale energieveld vinden de interacties plaats tussen de te onderscheiden, maar niet te scheiden Drie-eenheid 'Ruimte, Tijd en Materie'.

De monaden van Leibnitz (psycho-fysisch parallellisme) lijken verdacht veel op de eonische tijdruimten of psychonen van John Eccles. In plaats van de mentale eenheid psychon past René Meijer in zijn hiërarchische deeltjestheorie (HDT) de integron toe.

De ongemanifesteerde drie tweevouden ('binnen en buiten', 'zo groot, zo klein' en 'zo boven, zo beneden')’ en vier eenheden (symmetrieën) worden door de drie Logoi en de weerspiegeling (vierde niveau van de driehoek van Pythagoras) weergegeven, respectievelijk de Ongemanifesteerd Triade: en de Gemanifesteerde Tetrade (De Gulden Verzen van Pythagoras).

Aurelius Augustinus geeft een ingenieuze definitie van de Drie-eenheid:
Heilige Drie-eenheid kan men misschien beter de ene God noemen, uit Wie, door Wie, in Wie alle dingen zijn. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn elk afzonderlijk God en vormen samen één God. Elk van hun is een volledige substantie en samen zijn ze één substantie. De Vader is noch de Zoon noch de Heilige Geest, de Zoon noch de Vader noch de Heilige Geest, de Heilige Geest is noch de Vader noch de Zoon, maar de Vader is alleen Vader, en de Zoon alleen Zoon en de Heilige Geest alleen Heilige Geest. Alle drie hebben ze dezelfde eeuwigheid, dezelfde onveranderlijkheid, dezelfde majesteit, dezelfde macht. In de Vader is de eenheid, in de Zoon de gelijkheid, in de Heilige Geest het harmonieuze samengaan van eenheid en gelijkheid. Alle drie zijn één door toedoen van de Vader, gelijk door toedoen van de Zoon, verbonden door toedoen van de Heilige Geest.

De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, multi-disciplinaire grenswetenschappers zien.
Ammonius Saccas, Origenes, Helena_Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Jung en Wittgenstein zijn coryfeeën die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze de wereldvraagstukken op te pakken.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 476):
Bij het begin van elke cyclus van 4.320.000 daalden de zeven (of volgens enkele volkeren acht) grote goden af om de nieuwe orde van zaken te vestigen en de stoot te geven tot de nieuwe cyclus. Die achtste god was de verbindende cirkel of LOGOS, in het exoterische dogma van zijn menigte afgescheiden en afgezonderd, evenals de drie goddelijke hypostasen van de oude Grieken nu in de kerken als drie afzonderlijke personen worden beschouwd.

G. de Purucker hoofdstuk De zevenvoudige zeven beginselen:
De derde sleutel is de leer van de elkaar doordringende wezens of levens, ook de leer van de hiërarchieën genoemd, die tevens onscheidbare en elkaar overal doordringende gebieden of sferen zijn. Alles bestaat in al het andere . Er zijn in feite nergens absolute scheidslijnen, hoog noch laag, innerlijk noch uiterlijk, goed noch verkeerd, boven noch beneden. Er is in wezen niets dan een eeuwig ZIJN en een eeuwig NU.

Wim van den Dungen Levensboom (Sepher Yetzirah): Tetragrammaton betreft de scheppingsformule, de 'opperste code' aangaande de oorspronkelijke regeling (en) (de Zodiac als symbool voor 'alle Tijdperken') tussen de mens op Aarde en zijn Schepper. Een menselijk bewustzijn is 'wijs' zodra het deze formule permanent mentaal uitvoert. Scheppen vraagt dus in de eerste plaats om een permanente staat van verwondering. Hierin openbaart zich dan de oorspronkelijke uniciteit van elk gegeven ogenblik (de eeuwigheid van het 'hier & nu'), waardoor (een waarheidsbarende) intuïtie mogelijk wordt. Deze is niet verbaal & niet discursief. Bijgevolg valt ze buiten de mogelijkheden van het denken. Het betreft een direct waarheidsbarende 'niet-wetende kennis'.

Ingram Smith boek Waarheid is een land zonder paden, Een reis met Krishnamurti (p. 117):
Krishnamurti: Dit zien is het heden en dit zien heeft geen morgen – en het verleden is verdwenen. Deze lege, stille toestand is zonder verleden of toekomst. Dit oplossen van het verleden is transformatie, vrijheid. Deze perceptie maakt het gehele verleden vrij en het altijd nieuwe heden is.
162: Interviewer: En waar vindt u waarheid?
Krishnamurti: Alleen als het denken – en niet alleen het denken, maar ook het leven – volledig harmonieus is, zonder tegenstellingen. Alleen zo’n denken kan waarheid vinden, kan waarheid waarnemen. Waarheid is niet iets abstracts, waarheid is hier.

Trân-Thi-Kim-Diêu: artikel De verticale verbinding van verleden en heden Vrijheid sluit bewustzijn van het ‘nu’ in en meer zorg voor anderen. … en in de slotconclusie: Binnen het bewustzijn groeit het Universum. Binnen het bewustzijn groeien mensen. De twee innerlijke groeiprocessen bevorderen elkaar wederzijds en bloeien in een ontmoeting die men kent als het realiseren van Waarheid. … Er is slechts eeuwig leven in het NU.

Voor acceptatie van de nieuwe unificatietheorie dient aan één voorwaarde te worden voldaan namelijk dat de wetenschappelijke wereld akkoord gaat dat er maar een natuurlijke tijd bestaat, de eeuwige duur, het nu, het durée van Henri Bergson. De theorie kan dan een houvast bieden voor de toekomst.

De ruimte heeft 3 dimensies, tijd is de 4e dimensie, maar ‘Ruimte en Tijd’ is de 5e dimensie.

Blavatsky Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 697):
Ruimte en Tijd' zijn één. Ruimte en tijd zijn naamloos, want ze zijn het onkenbare DAT, wat alleen kan worden gevoeld door middel van zijn zeven stralen – die de zeven scheppingen, de zeven werelden, de zeven wetten zijn’, enz. . . .

Het leven op aarde is slechts éénmaal ontstaan, maar dat betekent niet dat er geen ‘missing links’ zijn, zoals die tussen mensen en apen. Door zelfbewustzijn en cultuuroverdracht heeft de mens als geen ander dier de mogelijkheid te leren leren, dus van de natuurlijke impulsen afstand te nemen. Het vermeende superioriteitsgevoel is het probleem.

Gerald Maurice Edelman (New York City, 1 juli 1929) is een Amerikaans bioloog, die de in 1972 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde won voor z'n onderzoek naar en ontdekking van de chemische structuur van antilichamen (figuur links basisstuctuur).
Het complementsysteem speelt samen met antistoffen en fagocyten een zeer belangrijke rol bij de afweer tegen micro-organismen.

Ondanks de evolutietheorie kan de schepping niet zonder oerbron, de almachtige schepper. Het is nog steeds het universele idee achter de schepping.

Bij de evolutietheorie, de levensprocessen gaat het om genetische mutatie en natuurlijke selectie, de door Richard Dawkins ingevoerde memen.
Richard Dawkins stelt dat het ontstaan van uiterst gecompliceerde levensprocessen (bijvoorbeeld een levende cel, het proces van de fotosynthese in planten) door ‘natuurlijke selectie’ kan worden verklaard.

Voor de combinatie ‘genetica, celbiologie en memen’ kan de chaostheorie als referentiekader worden gebruikt en voor de natuurlijke selectie, de terugkoppeling de systeemleer. De natuurlijke selectie vindt in het onbewuste, de kunstmatige selectie in het bewuste plaats.
Hamvraag blijft hoe, de missing link (overgangsvorm), de verschillende soorten (materie, plant, dier en mens) zich hebben ontwikkelt?

Het boek Het spiegelende brein van Marco Iacoboni biedt een belangrijk houvast om te laten zien hoe de verschillende zienswijzen van Lao Zi, Krishna, Heraclitus, Pythagoras, Plato, Jezus, Hegel, Spinoza, Blavatsky, Nietzsche, Jung, Assagioli, Goethe, Richard Wilhelm, Heidegger, Wittgenstein, Rudolf Steiner, Sri Aurobindo, Krishnamurti, Foucault, Habermas, Ken Wilber en Sacks in het rapport ‘E i V’ met elkaar samenhangen.

Marco Iacoboni verwijst in zijn boek Het spiegelende brein in het hoofdstuk Hersenpolitiek (p. 210) naar het onderzoek van Alan Fiske. Alan betoogt dat deze vier elementaire relationele structuren en hun varianten de basis vormen voor alle sociale relaties onder alle mensen in alle culturen.
p. 127: Filosofische en ideologische posities die met name in onze westerse cultuur gangbaar zijn hebben ons blind gemaakt voor de fundamenteel intersubjectieve (Jurgen Habermas) aard van onze hersenen.

'Survival of the fittest' wordt vaak verward met 'het recht van de sterkste'. Een organisme hoeft echter niet de 'sterkste' te zijn om betere overlevingskansen te hebben dan anderen. Een betere camouflage of beter vluchtgedrag kunnen overlevingskansen vergroten en er voor zorgen dat een organisme 'the fittest' is. Het dier dat het best is aangepast aan diens omgeving en daardoor de beste overlevingskansen heeft, is de 'fittest'.
Het betekent al helemaal niet dat de 'sterkste' het morele recht heeft te doen wat hij wil met de 'zwakkere' met de motivatie dat dat nu eenmaal zo werkt in de natuur.

De natuur is gebouwd uit ruimte, tijd en 'deeltjes'.

Het Bahá'í-geloof, de Theosofie en de Filognosie maken van de drie aanzichten, de ‘natuurlijke eenheid’ tussen Ruimte, Materie en Tijd gebruik.

De P.K.N. maakt ook van het 6. Spiegelbeeld (klik korte verhalen) gebruik.

Ether is het meest verfijnde van de vijf elementen en is niet uit atomen opgebouwd. Daardoor kan het het gehele universum vullen en doordringen.

Het ‘non-lokaliteitsverschijnsel’ laat zien dat de dimensies tijd en ruimte op elementair niveau niet zouden gelden.

De davidster, de zespuntige ster is het symbool van de mens, die volgens het boek "Genesis" op de zesde dag werd geschapen.

Zie ook:

Boeken:

  • Peter Sloterdijk Mikrosphärologie en Makrosphärologie
  • René Meijer De Energiekwestie en de Orde van de Tijd - Het paradigma voor de Nieuwe Wereldorde.
  • René Meijer De Ether Bestaat
  • Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken
  • Han Marie Stiekema DE SCHOOT VAN HET UNIVERSUM De Oermoeder als Uiteindelijke Werkelijkheid
  • Christopher Holmes MICROCOSM / MACROCOSM Scientific and Mystical Views on the Origin of the Universe, the Nature of Matter & Human Consciousness
  • G. de Purucker Ruimte, tijd en duur
  • Chögyam Trungpa De mythe van vrijheid
  • Recensie van Stephen Hawking & Roger Penrose, De aard van ruimte en tijd. Uitgeverij Ooievaar, Amsterdam. 3e druk, 1999, 170 bladzijden. Oorspronkelijke titel: The Nature of Space and Time. Princeton University Press, 1996.
  • Paul Davies boek Blauwdruk van de kosmos
  • WILLIAM Q. JUDGE De Oceaan van Theosofie
  • Gerrit Teule Wat Darwin niet kon weten - Een reis naar de spirituele binnenkant van de evolutie
  • Gerrit Teule Chaos en Liefde, de kern van geest, leven en evolutie (Sigmapress, Tilburg, 2000)
    Gerrit Teule Hoe actueel is Teilhard de Chardin?
    Gerrit Teule Reïncarnatie in lengte en breedte
    Gerrit Teule Enkele gedachten over "het heilige"

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Bijlagen Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 5209 keer bekeken.