| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
2.4 Zwaartekracht
Eeuwige beweging (Materiële- en Immateriële wereld', 'Ether en Aether', Wederkerigheid)
In het rapport ‘E i V’ staat niet de discussie ‘Geest of Stof’, 'Aristoteles of Descartes', what’ s in a name centraal, maar de wederkerigheid (reciprociteit) tussen beide, het 'en-en'/'of-of' mechanisme, de kwintessens. De ether definitie van Jan Börger representeert de basisbouwsteen, ’Complementariteit en Gebroken symmetrie’ (asymmetry), de 'positieve- en negatieve as' van het kernkwadrant van Daniel Ofman.
Kwantummechanisch is elke materie golf of deeltje, deeltje of golf. Het is materie of antimaterie (prof.dr. Paul Hellings) , het is steeds ongrijpbaar, onvoorspelbaar. Elk deeltje is een grote zee van mogelijkheden zowel wat plaats als wat vorm betreft.
De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.
Engelien Scholtes boek De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli:
Wolfgang Pauli vatte de relatie tussen psyche en materie op als een spiegelsymmetrie.
De wereldklok is gebaseerd op het uitsluitingsprincipe van Pauli, een kwantummechanisch principe dat stelt dat twee identieke fermionen niet dezelfde kwantumtoestand mogen bezetten.
Diracs oplossing hiervoor was gebaseerd op het uitsluitingsprincipe van Pauli. Elektronen zijn fermionen en gehoorzamen dit principe, waardoor het onmogelijk is er twee van op eenzelfde energieniveau te hebben.
Roodverschuiving en Blauwverschuiving (Dopplereffect):
Roodverschuiving in de astronomie en de natuurkunde is het verschijnsel dat het spectrum van uitgezonden licht of andere elektromagnetische straling bij ontvangst naar "rood" verschoven is, dat wil zeggen in de richting van de langere golflengten (lagere frequenties). Het tegengestelde effect, waarbij een verschuiving naar de kortere golflengten - naar "blauw" - plaatsvindt, heet blauwverschuiving. Roodverschuiving treedt op als gevolg van het dopplereffect wanneer de bron en de waarnemer zich van elkaar verwijderen en als gevolg van een sterk gravitatieveld waar de straling zich doorheen voortplant.
Reinout Guepin NATUURMENS VIKTOR SCHAUBERGER ‘vrije energie’ –een andere techniek is mogelijk
Een energiebron die oneindig is, vrijwel gratis, en milieuvriendelijk… Een utopie? Volgens de gangbare natuurkundige wetten wel. Maar wat als deze wetten niet onder alle omstandigheden zouden blijken te gelden? Door de menselijke geschiedenis heen zijn er steeds mensen geweest die geprobeerd hebben de energie die de natuur laat groeien, te gebruiken voor de aandrijving van mechanieken. Deze droom leefde weer op in het Wenen van rond de eeuwwisseling - 1900. Verschillende uitvinders claimden apparaten te hebben uitgevonden die aangedreven werden door een nog onbekende energiebron.
Natuurmens Viktor Schauberger
Eén van deze uitvinders was de Oostenrijker Viktor Schauberger (1875-1958). Geboren in een familie van boswachters ontwikkelde hij een grote liefde voor de natuur. In het bijzonder voor het water. Uren kon bij een beek zitten dagdromen, zonder ooit verveeld te raken. Ook zijn scherpe intuïtie had hij klaarblijkelijk geërfd van zijn familie. Op een dag, zittend bij een beek, ontdekte hij dat hij zijn bewustzijn mee kon laten gaan met het water. Zijn bewustzijn verliet zijn lichaam, maar bij terugkeer kon hij zich de diepe inzichten die hij opgedaan had nog levendig herinneren.
Gerrit Teule: boek Chaos en Liefde, de kern van geest, leven en evolutie
De eonenhypothese luidt in het kort als volgt. Het oorzakelijke verband tussen geest en lichaam, en tussen geest en stof in het algemeen, is van elektromagnetische aard, waarbij een scala van subtiele elektromagnetische trillingen en trillingsfrequenties wordt gebruikt. Dit innige elektronische verband tussen geest en lichaam, diep verborgen in wat door Charon "psychomaterie" werd genoemd, is ook de basis voor alle biochemie en i.h.b. voor ons immuniteitssysteem, onze enige en laatste bescherming tegen ziekte en dood; het draagt al onze evolutie-ervaring en overlevingskennis met zich mee en is vergelijkbaar met de omstreden "morfogenetische velden", hier aangeduid als de "eonische matrix". De overweldigende complexiteit, precisie en kracht van dit levende systeem, diep binnenin onszelf maar ook in iedere huismus of grasspriet, is van een indrukwekkende schoonheid. Het stuwt de evolutie voor zich uit in haar streven naar bewustwording.
René Meijer hoofdstuk 5 Het paradigma van de relatieve ether
De nieuwe manier van denken moet uiteindelijk de verschillende effecten die door de uitvinders werden gevonden verklaren. Er moet een antwoord gevonden worden op de vraag hoe we, naast wat we zagen in de afdeling onverklaarde fenomenen (UFO's, Graancirckels en Aliens), in één samenhangende visie de bevindingen kunnen verklaren van de besproken experimentele effecten.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 73):
De Geheime Leer verkondigt de steeds verdergaande ontwikkeling van alles, van werelden zowel als van atomen; en deze indrukwekkende ontwikkeling heeft noch een denkbaar begin, noch een einde dat men zich kan voorstellen. Ons ‘Heelal’ is er slechts één uit een oneindig aantal Heelallen, alle ‘zonen van noodzakelijkheid’, omdat zij schakels vormen in de grote kosmische keten van Heelallen, waarvan ieder zich tot zijn voorganger verhoudt als een gevolg, en tot zijn opvolger als een oorzaak.
Het verschijnen en verdwijnen van het Heelal wordt voorgesteld als een uitademing en inademing van ‘de grote adem’, die eeuwig is en die, omdat hij beweging is, een van de drie aspecten van het Absolute is; de andere twee zijn abstracte Ruimte en duur. Als de ‘grote adem’ wordt geprojecteerd, wordt hij de goddelijke adem genoemd en wordt hij beschouwd als het ademen van de onkenbare godheid – het ene Bestaan – die als het ware een gedachte uitademt die de Kosmos wordt. (Zie Isis Ontsluierd.) Zo verdwijnt ook, als de goddelijke adem weer wordt ingeademd, het Heelal in de schoot van ‘de grote moeder’, die dan slaapt ‘gewikkeld in haar onzichtbare gewaden’.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 2 Het denkbeeld van differentiatie (p. 86):
(b) De term ‘adem’ van het ene Bestaan wordt door de archaïsche esoterie alleen toegepast op het geestelijke aspect van de kosmogonie; in andere gevallen wordt deze vervangen door de overeenkomstige term op het stoffelijke gebied: beweging. Het ene eeuwige Element, of elementbevattende voertuig, is Ruimte, in elke betekenis zonder dimensie; tegelijk daarmee bestaan eindeloze duur, oer- (en dus onvernietigbare) stof, en beweging – absolute ‘eeuwigdurende beweging’: de ‘adem’ van het ‘ene’ Element. Zoals wij hebben gezien, kan deze adem nooit ophouden, zelfs niet tijdens de eeuwigheden van pralaya (zie ‘Chaos, Theos, Kosmos’ in Afdeling II).
86/87: Om zichzelf te kennen is bewustzijn en waarneming nodig (beide zijn beperkte vermogens die betrekking kunnen hebben op ieder onderwerp, behalve op Parabrahm). Vandaar de ‘eeuwige adem die zichzelf niet kent’. Het oneindige kan het eindige niet begrijpen. Het grenzeloze kan niet in betrekking staan tot het begrensde en het voorwaardelijke. Volgens de occulte leer is de onbekende en onkenbare BEWEGER, of het zelf-bestaande, de absolute goddelijke Essentie. En omdat dit absoluut Bewustzijn en absolute Beweging is – voor het beperkte gevoel van degenen die dit onbeschrijflijke beschrijven – is het onbewustheid en onbeweeglijkheid. Concreet bewustzijn kan niet als eigenschap worden toegeschreven aan abstract Bewustzijn, evenmin als de eigenschap ‘nat’ aan water – want natheid is het wezenlijke van water en de oorzaak van het nat zijn van andere dingen. Bewustzijn houdt beperkingen en kwalificaties in; iets om zich van bewust te zijn en iemand die zich ervan bewust is. Maar absoluut Bewustzijn sluit de kenner, het gekende en de kennis (Knower, Knowing, and Known) alle drie in zich, en alle drie zijn één.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 107):
Zeno, de grondlegger van de stoa, was niet de enige die leerde dat het Heelal evolueert, wanneer de oorspronkelijke substantie ervan wordt omgezet uit de toestand van vuur in die van lucht, dan in die van water, enz. Heraclitus van Efeze beweerde dat het enige beginsel dat aan alle natuurverschijnselen ten grondslag ligt, het vuur is. De intelligentie die het Heelal laat bewegen is vuur, en vuur is intelligentie. En terwijl Anaximenes hetzelfde zei over lucht en Thales van Milete (600 v. Chr.) over water, verzoent de esoterische leer al deze filosofen door aan te tonen dat, hoewel ieder van hen gelijk had, geen van hun stelsels volledig was.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De zevenvoudige hiёrarchieёn (p. 128):
128:‘De moeder is de vurige vis van het leven. Zij schiet haar kuit en de adem (beweging) verwarmt en verlevendigt deze. De korreltjes (van de kuit) worden al snel tot elkaar aangetrokken en vormen het stremsel in de oceaan (van de Ruimte). De grotere klonten smelten samen en ontvangen nieuwe kuit – in vurige punten, driehoeken en kubussen, die rijpen. Op de vastgestelde tijd scheiden enkele klonten zich af en nemen de bolvorm aan, een proces dat zij alleen kunnen uitvoeren als de andere hen niet hinderen. Daarna treedt wet no. * * * in werking. Beweging (de adem) wordt de wervelwind en brengt hen aan het draaien11.’
11) De materialistische wetenschap kan het nooit oplossen. ‘Beweging is eeuwig in het ongemanifesteerde, en periodiek in het gemanifesteerde’, zegt een occulte lering. Dit is het geval ‘wanneer warmte, veroorzaakt door het neerdalen van de VLAM in de oerstof, haar deeltjes doet bewegen, en die beweging wordt een wervelwind’. Een druppel vloeistof neemt de bolvorm aan doordat de atomen ervan om zichzelf ronddraaien in hun laatste, onoplosbare en noumenale essentie; onoplosbaar, althans voor de natuurwetenschap.
129: II. DE STEM VAN HET WOORD, SVABHAVAT, DE GETALLEN, WANT HIJ IS EEN EN NEGEN12.
12) En dit is tien of het volmaakte getal, toegepast op de ‘Schepper’, de naam die wordt gegeven aan de gezamenlijke scheppers die door de monotheïsten tot Eén worden samengevoegd, want de ‘Elohim’, Adam Kadmon of sephira – de Kroon – zijn de androgyne synthese van de 10 sephiroth die in de gepopulariseerde Kabbala het symbool van het gemanifesteerde Heelal vormen. De esoterische kabbalisten echter volgen de oosterse occultisten en scheiden de bovenste driehoek van de sephiroth (of sephira, chochmah en binah) van de rest, waardoor er zeven sephiroth overblijven. Aan de term svabhavat wordt door de oriëntalisten de betekenis gegeven van de universele plastische stof die door de Ruimte is verspreid, misschien met een half oog op de ether van de wetenschap. Maar de occultisten identificeren svabhavat met ‘VADER-MOEDER’ op het mystieke gebied (zie boven).
129/131: (b) Dit betekent dat de ‘grenzeloze cirkel’ (de nul) alleen dan een getal wordt, als een van de negen cijfers eraan voorafgaat en zo de waarde en het vermogen ervan aangeeft, waarbij het woord of de logos in vereniging met STEM en geest13 (de uiting en de bron van het Bewustzijn) de negen cijfers vertegenwoordigt en dus, met de nul, de decade vormt die het gehele Heelal in zich bevat. De triade vormt binnen de cirkel de Tetraktis of heilige vier: het vierkant binnen de cirkel is het machtigste van alle magische figuren.
(c) De ‘ene verworpene’ is de zon van ons stelsel. De exoterische voorstellingswijze hiervan is in de oudste Sanskrietgeschriften te vinden. In de Rig Veda is aditi – ‘de grenzeloze’ of oneindige Ruimte, door Max Müller vertaald door ‘het zichtbare oneindige, zichtbaar voor het blote oog (!!), de eindeloze uitgestrektheid buiten de aarde, achter de wolken, achter de hemel’ – het equivalent van ‘Moeder-Ruimte’, even oud als ‘Duisternis’. Zij wordt heel terecht ‘de moeder van de goden’, DEVA-MATRI, genoemd, omdat uit haar kosmische moederschoot alle hemellichamen van ons stelsel – zon en planeten – werden geboren. Zij wordt daarom allegorisch als volgt omschreven: ‘Acht zonen werden uit het lichaam van aditi geboren; met zeven naderde zij de goden, maar wierp de achtste, Marttanda, onze zon, weg.’ De zeven zonen, die de aditya’s worden genoemd, zijn kosmisch of astronomisch de zeven planeten; en dat de zon niet werd meegerekend, toont duidelijk aan dat de hindoes misschien een zevende planeet hebben gekend – en in feite ook kenden – zonder die Uranus te noemen14. Maar esoterisch en theologisch, om zo te zeggen, zijn de aditya’s in hun oorspronkelijke en oudste betekenis de acht, en de twaalf grote goden van het hindoepantheon. ‘De zeven staan de stervelingen toe hun woningen te zien, maar zij vertonen zich alleen aan de arhats’, zegt een oud spreekwoord; ‘hun woningen’ staat hier voor planeten.
13) ‘In vereniging met de geest en de stem’ heeft betrekking op de abstracte gedachte en de concrete stem, of de manifestatie daarvan, het gevolg van de Oorzaak. Adam Kadmon of tetragrammaton is de logos in de Kabbala. Daarom komt in laatstgenoemde deze triade overeen met de hoogste driehoek van kether, chochmah en binah. Dit laatste is een vrouwelijk vermogen en tegelijk de mannelijke Jehova, omdat het deel heeft aan de natuur van chochmah, of de mannelijke wijsheid.
14) De Geheime Leer zegt, dat de zon een centrale ster is en geen planeet. Toch kenden en vereerden de Ouden zeven grote goden, de zon en de aarde niet meegerekend. Welke ‘mysteriegod’ beschouwden ze afzonderlijk? Natuurlijk niet Uranus, die pas in 1781 door Herschel werd ontdekt. Maar kon hij niet onder een andere naam bekendstaan? De schrijver van ‘Maçonnerie Occulte’ zegt: ‘Toen de occulte wetenschappen door middel van astronomische berekeningen hadden ontdekt, dat het aantal planeten zeven moest zijn, kwamen de Ouden ertoe de zon in de toonladder van de hemelse harmonieën in te voeren en hem de lege plaats te laten innemen. Telkens wanneer zij een invloed constateerden die geen verband hield met een van de zes bekende planeten, schreven zij die daarom aan de zon toe. De fout was alleen schijnbaar van belang, maar was het voor de praktische uitkomsten niet, ook al vervingen de oude astrologen Uranus door de zon, die een betrekkelijk bewegingloze centrale ster is, die alleen om haar as draait en tijd en maat regelt, en die niet van haar ware functies is af te brengen.’ . . . De benaming van de dagen van de week is dus fout. ‘De zon-dag zou uranus-dag (Urani dies, Urandi) moeten zijn’, voegt de geleerde schrijver Ragon eraan toe.
133/134: De ‘adem’ van al de ‘zeven’ heet bhaskara (licht makend), omdat alle planeten in hun oorsprong kometen en zonnen waren. Zij ontwikkelden zich uit de oorspronkelijke Chaos (nu het noumenon van de niet oplosbare nevelvlekken) tot manvantarisch leven, door aggregatie en opeenhoping van de eerste differentiaties van de eeuwige stof, volgens de mooie zinswending in de Toelichting: ‘Zo kleedden de zonen van het licht zich in het weefsel van de duisternis.’ Zij worden allegorisch ‘de hemelslakken’ genoemd, omdat hun (voor ons) vormloze INTELLIGENTIES ongezien hun sterre- en planeethuizen bewonen en die als het ware bij hun omloop met zich meedragen, zoals slakken dat doen. De leer van een gemeenschappelijke oorsprong van alle hemellichamen en planeten werd, zoals wij zien, door de archaïsche astronomen onderwezen vóór Kepler, Newton, Leibnitz23, Kant, Herschel en Laplace. Warmte (de adem), aantrekking en afstoting – de drie grote factoren van beweging – zijn de omstandigheden waaronder alle leden van dit hele oorspronkelijke gezin worden geboren, zich ontwikkelen en sterven, om opnieuw te worden geboren na een ‘nacht van Brahma’, waarin de eeuwige stof periodiek terugkeert tot haar aanvankelijke ongedifferentieerde toestand. De sterkst verdunde gassen kunnen de moderne natuurkundige nog geen idee geven van de aard van die stof. De onzichtbare vonken van oeratomen, in het begin krachtcentra, differentiëren zich tot moleculen, en worden zonnen, die geleidelijk objectief – gasvormig, stralend en kosmisch – worden. Tenslotte geeft de ene ‘wervelwind’ (of beweging) de stoot tot de vorm en tot de eerste beweging, die wordt beheerst en onderhouden door de nooit rustende ademingen – de Dhyan-Chohans.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 147):
Deze wet van de draaiende beweging in de oerstof is een van de oudste opvattingen van de Griekse filosofie, waarvan de eerste wijzen uit de geschiedenis bijna allen waren ingewijd in de Mysteriën. De Grieken hadden haar ontleend aan de Egyptenaren en deze aan de Chaldeeën, die leerlingen waren geweest van de Brahmanen van de esoterische school. Leucippus en Democritus van Abdera – de leerling van de magi – leerden, dat deze ronddraaiende beweging van atomen en sferen al een eeuwigheid bestond12. Hicetas, Heraclides, Ecphantus, Pythagoras en al zijn leerlingen onderwezen de draaiing van de aarde om haar as, en Aryabhata van India, Aristarchus, Seleucus en Archimedes berekenden haar omwenteling even wetenschappelijk als de astronomen van tegenwoordig.
De Geheime Leer Deel I Stanza 4 De evolutie van de 'zweetgeborenen' - Enkele woorden over ‘zondvloeden’ en ‘noachs’ (p. 165):
In haar meest mystieke betekenis staat de vereniging van Svayambhuva Manu met Vach-Sata-Rupa, zijn eigen dochter (dit is de eerste ‘vergoddelijking’ van het tweevoudige beginsel waarvan Vaivasvata Manu en Ila een tweede en een derde vorm zijn), in de kosmische symboliek gelijk met het Wortel-leven, de kiem waaruit alle zonnestelsels, de werelden, engelen en de goden voortkomen. Want, zoals Vishnu zegt:
‘Uit Manu moet de hele schepping, goden, Asura’s en de mens worden voortgebracht,
Door hem moet de wereld worden geschapen, dat wat beweegt en niet beweegt . . .’
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 246):
De theorie van Darwin over de overdracht van verkregen eigenschappen wordt echter in het occultisme niet onderwezen en niet aanvaard. Het occultisme zegt dat de evolutie volgens een heel ander patroon plaatsheeft; het stoffelijke ontwikkelt zich volgens de esoterische leer geleidelijk uit het geestelijke, het verstandelijke en het psychische. Deze innerlijke ziel van de stoffelijke cel – dit ‘geestelijke plasma’, dat het kiemplasma beheerst – is de sleutel die eens de poorten moet openen van de terra incognita van de bioloog, die nu het duistere mysterie van de embryologie wordt genoemd.
247: (f) De vijfde groep is heel geheimzinnig, omdat zij in verband staat met het microkosmische pentagon, de vijfpuntige ster die de mens voorstelt.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Chaos – Theos – Kosmos (p. 377/378):
‘In de oorspronkelijke toestand van de schepping’, zegt Polier in zijn Mythologie des Indous, ‘rustte het rudimentaire heelal, verzonken in het water, in de schoot van Vishnu. Voortgekomen uit deze chaos en duisternis, dreef (bewoog) Brahmā, de architect van de wereld, gezeten op een lotusblad, op de wateren, niet in staat iets anders te onderscheiden dan water en duisternis.’ Als Brahmā deze trieste stand van zaken ziet, houdt hij ontsteld de volgende alleenspraak: ‘Wie ben ik? Waar kom ik vandaan?’ Dan hoort hij een stem5: ‘Richt uw gedachten op Bhagavat.’ Brahmā richt zich op uit zijn drijvende houding, gaat op de lotus zitten in een houding van contemplatie en peinst over de Eeuwige die, verheugd over dit blijk van vroomheid, de oorspronkelijke duisternis verdrijft en zijn verstand opent. ‘Hierna komt Brahmā als licht uit het universele ei (de oneindige chaos) tevoorschijn, want zijn verstand is nu geopend en hij zet zich aan het werk: hij beweegt zich op de eeuwige wateren, met de geest van god in zich; en in zijn hoedanigheid van beweger van de wateren is hij Vishnu of Narayana.’
378/379: In de kosmogonieën van alle volkeren vormen de ‘architecten’, samengevat in de Demiurgos (in de bijbel de ‘Elohim’) uit de Chaos de Kosmos. Ze zijn de collectieve Theos, ‘mannelijk-vrouwelijk’, geest en stof. ‘Door een reeks (yom) van grondslagen (hasoth) lieten de Alhim aarde en hemel ontstaan.’ (Gen. ii, 4.) In de bijbel is het eerst Alhim, dan Jahva-Alhim en tenslotte Jehova – na de scheiding van de geslachten in hoofdstuk iv van Genesis. Het is opmerkelijk dat de onuitsprekelijke en niet te uiten NAAM8 – het symbool van de onbekende godheid, dat alleen in de MYSTERIËN werd gebruikt – nergens, behalve in de latere of laatste kosmogonieën van ons vijfde Ras, wordt gebruikt in verband met de ‘schepping’ van het Heelal. Het zijn de ‘bewegers’, de ‘lopers’, de theoi (van θέειν, ‘lopen’), die het vormgevende werk verrichten, als de ‘boodschappers’ van de manvantarische wet, die nu in het christendom de ‘boodschappers’ (malachim) zijn geworden; en het lijkt hetzelfde te zijn in het hindoeïsme of het vroege brahmanisme. Want in de Rig Veda is het niet Brahmā die schept, maar de prajāpati’s, de ‘heren van het Zijn’, de rishi’s; het woord rishi staat (volgens professor Mahadeo Kunte) in verband met het woord bewegen, aanvoeren, wanneer ze als aardse wezens, als aartsvaders hun menigten leiden op de zeven rivieren.
381: ‘De wereldgod, eeuwig, grenzeloos, jong en oud, met een gekronkelde vorm’12 zeggen de Chaldeeuwse orakels.
Deze ‘gekronkelde vorm’ is een beeldspraak om de trillende beweging van het astrale licht uit te drukken, waarmee de oude priesters volkomen bekend waren, hoewel de naam ‘astraal licht’ door de martinisten werd uitgevonden.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 6 Het wereld-ei (p. 392/393):
De geheime leringen verklaren deze verering uit de symboliek van de voorhistorische rassen. De ‘Eerste Oorzaak’ had in het begin geen naam. Later werd zij in de verbeelding van de denkers weergegeven als een altijd onzichtbare, geheimzinnige vogel die in de Chaos een ei legde, dat het Heelal wordt. Daarom werd Brahm kalahansa genoemd, ‘de zwaan in (Ruimte en) Tijd’. Hij werd de ‘zwaan van de eeuwigheid’, die bij het begin van elk mahamanvantara een ‘gouden ei’ legt. Het stelt de grote cirkel, of voor, die zelf een symbool is voor het heelal en zijn bolvormige lichamen.
399: In de orfische hymnen ontwikkelt de Eros-Phanes zich uit het goddelijke ei, dat door de aetherische winden wordt bevrucht, waar wind ‘de geest van de onbekende duisternis’ is – ‘de geest van god’ (zoals K.O. Müller verklaart, blz. 236); de goddelijke ‘idee’, ‘waarvan wordt gezegd dat hij de aether laat bewegen’, zegt Plato.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 11 Demon est deus inversus (p. 462):
‘Heb mededogen met ons, o Heer en bescherm ons, die tot u zijn gekomen om hulp tegen de daitya’s (demonen)!’ smeken de verslagen goden. ‘Zij hebben zich meester gemaakt van de drie werelden en zich de offers toegeëigend die ons deel zijn, terwijl zij er zorg voor droegen dat de voorschriften van de Veda’s niet worden overtreden. Hoewel wij, evenals zij, delen van u zijn5. . . omdat zij zich bewegen op de paden die door de heilige schrift worden voorgeschreven . . . is het ons onmogelijk om ze te vernietigen. Gij, met uw onmetelijke wijsheid (ameyātman), onderricht ons in de ene of andere list waardoor wij de vijanden van de goden kunnen uitroeien!’
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 12 De theogonie van de scheppende goden (p. 475):
Dit zal de onderzoeker helpen begrijpen waarom Pythagoras de godheid (de logos) als het centrum van eenheid en de ‘bron van harmonie’ beschouwde. Wij zeggen dat deze godheid de logos was, niet de MONADE, die in eenzaamheid en stilte woont, omdat Pythagoras leerde dat de EENHEID, die immers ondeelbaar is, geen getal is. En daarom werd ook van de kandidaat, die zich aanmeldde voor toelating tot zijn school, verlangd dat hij als voorbereiding daarop de rekenkunde, sterrenkunde, meetkunde en muziek had bestudeerd, die als de vier onderdelen van de wiskunde werden beschouwd15. Dit verklaart verder waarom de pythagoreeërs beweerden dat de leer van de getallen – in de esoterie de belangrijkste – door de hemelse godheden aan de mens was geopenbaard; dat de wereld uit de Chaos tevoorschijn was geroepen door geluid of harmonie, en opgebouwd volgens de beginselen van de muzikale verhoudingen; dat de zeven planeten die het lot van de stervelingen beheersen, een harmonieuze beweging hebben ‘en intervallen die overeenkomen met die in de muziek, waardoor verschillende geluiden ontstaan, die zo volmaakt harmonieus zijn dat ze de liefelijkste melodie voortbrengen, die voor ons onhoorbaar is, alleen al door de grootsheid van het geluid, dat onze oren niet kunnen opvangen’. (Censorinus.)
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Is de zwaartekracht een wet? (p. 540/541):
Sindsdien hebben zij hun opvattingen verschillende keren veranderd. Maar begrijpen de wetenschappers de diepste gedachten van Newton, een van de meest spiritueel ingestelde en religieuze mensen van zijn tijd, nu beter dan toen? Dit kan men stellig betwijfelen. Men zegt dat Newton de doodsteek heeft gegeven aan de elementale wervelingen van Descartes (tussen twee haakjes, het denkbeeld van Anaxagoras tot nieuw leven gebracht), hoewel de meest recente ‘wervelende atomen’ van Sir W. Thomson in feite niet veel verschillen van de vroegere. Niettemin was Newton de eerste om plechtig te protesteren, toen zijn leerling Forbes in het voorwoord van het belangrijkste boek van zijn leermeester schreef dat ‘aantrekking de oorzaak van het stelsel was’. Wat in de geest van de grote wiskundige de schimmige, maar stevig gewortelde vorm aannam van God als het noumenon van alles1, werd door de oude (en ook hedendaagse) filosofen en occultisten ‘goden’ genoemd, of de scheppende, vormgevende krachten.
1) ‘Aantrekking’, schrijft Le Couturier, een materialist, ‘is nu voor het publiek geworden wat het voor Newton zelf was – eenvoudig een woord, een idee’ (Panorama des Mondes), omdat haar oorzaak onbekend is. Herschel zegt in feite hetzelfde, als hij opmerkt dat hij, telkens wanneer hij de beweging van de hemellichamen en de verschijnselen van aantrekking bestudeert, zich doordrongen voelt van de gedachte van ‘het bestaan van oorzaken, die voor ons achter een sluier werken en hun directe werking verbergen’ (Musée des Sciences, augustus 1856).
544: En nu wordt Vader Aether opnieuw met open armen verwelkomd en verbonden met de zwaartekracht, met alle voor- en nadelen daarvan, totdat hij, of beide, door iets anders zal worden vervangen. Driehonderd jaar geleden was er overal een plenum, daarna werd het een naargeestige leegte; weer later lieten de door de wetenschap opgedroogde oceaanbeddingen van de sterren nogmaals hun etherische golven voortrollen. Recede ut procedas moet de spreuk van de exacte wetenschap worden – in hoofdzaak ‘exact’ in de zin dat men elk schrikkeljaar ontdekt dat men niet exact is.
Maar we zullen geen ruzie maken met mannen van naam. Zij moesten voor de ruggengraat en het merg van hun correlaties en ‘nieuwste’ ontdekkingen teruggrijpen op de oudste ‘goden van Pythagoras en de oude Kanāda’ en dit kan de occultisten goede hoop geven voor hun lagere goden. Want we geloven in de voorspelling van Le Couturier over de zwaartekracht. We weten dat de dag nadert waarop de wetenschappers zelf een algehele herziening van de huidige werkwijzen van de wetenschap zullen eisen, zoals werd gedaan door Sir W. Grove, F.R.S. Tot dan kan er niets worden gedaan. Want als de zwaartekracht morgen zou worden onttroond, zouden de wetenschappers de dag daarop een of andere nieuwe manier van mechanische beweging ontdekken6.
6) Uit de boeken van Sir Isaac Newton kan men, als men ze eerlijk en onbevooroordeeld leest, telkens weer opmaken hoe hij moet hebben geaarzeld tussen zwaartekracht en aantrekkingskracht, impuls of een andere onbekende oorzaak om de regelmatige baan van de planetaire beweging te verklaren. Zie slechts Treatise on Colour (Deel III, vraag 31). Herschel vertelt ons dat Newton aan zijn opvolgers de taak overliet om uit zijn ontdekking de wetenschappelijke conclusies te trekken. Hoe de hedendaagse wetenschap het voorrecht heeft misbruikt om haar nieuwste theorieën op de wet van de zwaartekracht te bouwen, ziet men in als men bedenkt hoe diep religieus die grote man was.
546: Stel dat aantrekking en zwaartekracht moeten worden opgegeven ten gunste van de idee dat de zon een enorme magneet is – een theorie die al door enkele natuurkundigen wordt aanvaard – een magneet die werkt op de planeten, zoals men nu van de aantrekkingskracht aanneemt. Waarheen of hoeveel verder zou dat de sterrenkundigen brengen? Geen stap verder. Kepler kwam bijna 300 jaar geleden tot deze ‘merkwaardige hypothese’. Hij had de theorie van de aantrekking en afstoting in de Kosmos niet ontdekt, want die was al bekend sinds de tijd van Empedocles. Deze noemde de twee tegengestelde krachten ‘haat’ en ‘liefde’ – en dit komt op hetzelfde neer. Maar Kepler gaf een tamelijk goede beschrijving van het kosmische magnetisme. Dat zo’n magnetisme in de natuur bestaat, is even zeker als dat zwaartekracht niet in de natuur bestaat; in ieder geval niet zoals de wetenschap die onderwijst, die nooit rekening hield met de verschillende manieren waarop de tweevoudige kracht – die het occultisme aantrekking en afstoting noemt – binnen ons zonnestelsel, de atmosfeer van de aarde en daarbuiten in de Kosmos kan werken9. Dit werd door Newton zelf bewezen, want er zijn in ons zonnestelsel veel verschijnselen waarvan hij toegaf dat hij deze niet door de wet van de zwaartekracht kon verklaren.
9) ‘De trans-solaire ruimte’, zo schrijft de grote Humboldt, ‘vertoont tot nu toe geen enkel verschijnsel dat analoog is aan ons zonnestelsel. Het is een eigenaardigheid van ons stelsel, dat de materie zich hierin verdichtte tot ringvormige nevels, waarvan de kernen zich verdichten tot aardbollen en manen. Ik zeg nogmaals, iets dergelijks is tot nu toe nooit buiten ons planetenstelsel waargenomen.’ (Zie Revue Germanique van 31 dec. 1860, art. ‘Lettres et conversations d’Alexandre Humboldt’.) Het is waar dat, sinds in 1860 de nevelvlektheorie ontstond en deze beter bekend werd, enkele overeenkomstige verschijnselen buiten het zonnestelsel zouden zijn waargenomen. Toch heeft de grote man volkomen gelijk en zijn er geen aardbollen of manen – behalve in schijn – buiten ons zonnestelsel, of van dezelfde soort stof als men in ons stelsel vindt. Zo luidt de occulte leer.
547: Maar we zouden de critici van de middeleeuwse sterrenkundigen willen vragen, waarom Kepler voor het geven van dezelfde oplossing als Newton voor heel onwetenschappelijk moet worden uitgemaakt, terwijl hij zich alleen maar oprechter, consequenter en zelfs logischer toont. Wat is toch het verschil tussen het ‘almachtige wezen’ van Newton en de rectores van Kepler, zijn siderische en kosmische krachten, of engelen? Kepler wordt ook bekritiseerd om zijn ‘merkwaardige hypothese, die uitgaat van een wervelende beweging in het zonnestelsel’, om zijn theorieën in het algemeen en om zijn positieve houding tegenover Empedocles’ denkbeeld van aantrekking en afstoting en in het bijzonder van ‘zonnemagnetisme’.
548: Op deze theorie rust veel meer een taboe door de ‘geest’ die er een plaats in krijgt dan door iets anders. Herschel de oudere geloofde er ook in en verscheidene hedendaagse wetenschappers eveneens. Niettemin verklaart prof. Winchell, dat ‘in oude of moderne tijden geen hypothese is opgesteld die fantastischer is en minder in overeenstemming met de eisen van de fysische beginselen’. (World-Life, blz. 554.)
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 590/591):
Dan leest men in de Bhagavadgītā (hfst. vii) dat de godheid (of Krishna) zegt:
‘. . . Slechts enkelen kennen mij echt. Aarde, water, vuur, lucht, ruimte (of ākāśa, aether), denkvermogen, begrip en egoïsme (of de waarneming van dit alles op het gebied van de illusie) . . . Dit is een lagere vorm van mijn natuur. Weet (dat er) een andere (vorm van mijn) natuur (is), hoger dan deze, die bezield is, o jij met de machtige armen! en waardoor dit Heelal wordt ondersteund . . . Aan mij is dit alles geregen, zoals rijen parels aan een snoer (Mundakopanishad, blz. 298) . . . Ik ben de smaak in het water, o zoon van Kunti! Ik ben het licht van de zon en de maan. Ik ben . . . het geluid (‘d.w.z. de occulte essentie die aan al deze en aan de andere eigenschappen van de verschillende genoemde dingen ten grondslag ligt’, HPB), in de ruimte . . . de geurige lucht van de aarde, de schittering in het vuur . . . , enz.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 10 De kracht van de toekomst - Haar mogelijkheden en onmogelijkheden (p. 611):
Moeten wij zeggen dat kracht ‘bewegende stof’ of ‘stof in beweging’ en een manifestatie van energie is, of dat stof en kracht de gedifferentieerde aspecten van de verschijnselen zijn van de ene oorspronkelijke, ongedifferentieerde kosmische substantie?
625: Maar wat is deze ‘nieuwe kracht’, of hoe de wetenschap haar ook mag noemen, waarvan de gevolgen niet zijn te ontkennen, zoals wordt erkend door meer dan één natuurkundige, die het laboratorium van Keely heeft bezocht en persoonlijk getuige is geweest van de geweldige gevolgen. Is deze kracht ook een ‘bewegingsvorm’ in het luchtledige, omdat er afgezien van geluid geen stof is om haar op te wekken? Geluid is ongetwijfeld ook een ‘bewegingsvorm’, een gewaarwording die evenals kleur door trillingen wordt veroorzaakt. Zo zeker als we geloven dat deze trillingen de onmiddellijke oorzaak van zulke gewaarwordingen zijn, zo volstrekt verwerpen we de eenzijdige wetenschappelijke theorie dat men geen enkele factor mag beschouwen als buiten ons staand, behalve etherische en atmosferische trillingen12.
Er wordt een aantal transcendentale oorzaken in beweging gebracht – als men het zo mag zeggen – bij het optreden van deze verschijnselen waarvan, omdat ze niet in verband staan met ons beperkte waarnemingsgebied, alleen de spirituele vermogens van de adept hun bron en hun aard kunnen achterhalen en begrijpen. Het zijn, zoals Asklepios het tegenover de koning uitdrukte, ‘onlichamelijke lichamelijkheden’ – zoals die ‘in de spiegel verschijnen’, en ‘abstracte vormen’ die wij in onze dromen en visioenen zien, horen en ruiken. Wat hebben de ‘bewegingsvormen’, licht en ether hiermee te maken? Toch zien, horen en ruiken we ze en raken ze aan, dus zijn ze in onze dromen net zo werkelijk voor ons als ieder ander ding op dit gebied van māyā.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 11 Over elementen en atomen (p. 627):
De hedendaagse natuurkunde heeft, toen zij aan de Ouden haar atoomtheorie ontleende, één punt, het belangrijkste van de leer, vergeten; daarom kreeg zij alleen de schil en zal nooit tot de kern kunnen doordringen. Zij liet, toen zij de fysieke atomen overnam, het veelbetekenende feit buiten beschouwing dat van Anaxagoras tot Epicurus, de Romein Lucretius en tenslotte zelfs tot Galileo, al die filosofen min of meer in BEZIELDE atomen geloofden, niet in onzichtbare deeltjes van zogenaamde ‘redeloze’ stof. Volgens hen werd een draaiende beweging opgewekt door grotere (lees meer goddelijke en zuivere) atomen die andere atomen naar beneden trokken, terwijl de lichtere gelijktijdig omhoog werden gestuwd. De esoterische betekenis hiervan is de eeuwig cyclische neergaande en opstijgende curve van gedifferentieerde elementen door intercyclische fasen van bestaan, totdat elk opnieuw zijn uitgangspunt of geboorteplaats bereikt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 13 De moderne nevelvlektheorie (p. 652):
Met dit laatste heeft het occultisme niets te maken. De occulte kosmogonie zou zich alleen kunnen bezighouden met de theorieën van geleerden als Kepler, Kant, Oersted en Sir W. Herschel, die geloofden in een spirituele wereld, en zij zou kunnen proberen daarmee tot een bevredigend compromis te komen. Maar de opvattingen van die natuurkundigen verschilden enorm van de meest recente denkwijzen. Kant en Herschel speculeerden in hun geest over de oorsprong en de uiteindelijke bestemming, maar ook over de tegenwoordige toestand van het Heelal, gezien vanuit een veel filosofischer en psychischer standpunt. Daarentegen verwerpen de moderne kosmologie en sterrenkunde alles wat in de richting gaat van onderzoek naar de geheimen van het bestaan.
Tenslotte publiceerde dit tijdschrift in 1811 de beroemde hypothese van de eminente sterrenkundige Sir W. Herschel over de omzetting van de nevelvlekken in sterren (zie Philosophical Transactions van 1811, blz. 269 e.v.), waarna de nevelvlektheorie door de koninklijke academies werd aanvaard.
652/653: Men kan in Five Years of Theosophy op blz. 245 een artikel vinden, getiteld ‘Ontkennen de adepten de nevelvlektheorie?’ Het daar gegeven antwoord is: ‘Nee, zij ontkennen haar algemene stellingen niet, en ook niet dat de wetenschappelijke hypothesen de waarheid benaderen. Ze ontkennen slechts zowel de volledigheid van de huidige theorie, als de volkomen onjuistheid van de vele zogenaamd ‘onhoudbaar gebleken’ oude theorieën, die elkaar tijdens de laatste eeuw zo snel hebben opgevolgd.’
Dit werd destijds als ‘een ontwijkend antwoord’ betiteld. Zo’n gebrek aan eerbied voor de officiële wetenschap, zo redeneerde men, moet worden gerechtvaardigd door het aanbieden, ter vervanging van de orthodoxe speculatie, van een andere theorie, die vollediger is en met een steviger grondslag. Hierop is maar één antwoord; het is nutteloos opzichzelfstaande theorieën te geven over dingen die behoren tot een volledig en samenhangend stelsel en die, als ze van het voornaamste deel van de leringen werden losgemaakt, noodzakelijk hun essentiële samenhang zouden verliezen en dus van geen nut zouden zijn als men ze onafhankelijk zou bestuderen. Om de occulte opvattingen over de nevelvlektheorie te kunnen waarderen en aanvaarden, moet men het hele esoterische kosmogonische stelsel bestuderen. En de tijd is nauwelijks aangebroken dat men van de sterrenkundigen kan vragen om fohat en de goddelijke bouwers te aanvaarden. Zelfs de ontegenzeglijk juiste vermoedens van Sir W. Herschel, die niets ‘bovennatuurlijks’ hadden, dat de zon (misschien) overdrachtelijk een ‘vuurbol’ kan worden genoemd, en zijn vroegere beschouwingen over de aard van wat nu de wilgenbladtheorie van Nasmyth wordt genoemd – leidden ertoe dat om die grootste van alle sterrenkundigen slechts werd geglimlacht door andere, minder grote collega’s, die in zijn denkbeelden alleen maar ‘ingebeelde fantastische theorieën’ zagen en zien. Voordat men het hele esoterische stelsel zou kunnen bekendmaken en dit door de sterrenkundigen zou worden gewaardeerd, zouden zij moeten terugkeren naar enkele van die ‘verouderde denkbeelden’, niet alleen naar die van Herschel, maar ook naar de dromen van de oudste hindoesterrenkundigen, en zouden zij hun eigen theorieën moeten prijsgeven, die niet minder ‘fantastisch’ zijn omdat zij later ontstonden: in het ene geval bijna 80 jaar en in het andere geval vele duizenden jaren later. Vóór alles zouden zij hun opvattingen dat de zon vast is en gloeiend heet, moeten verwerpen; want de zon ‘gloeit’ ontegenzeglijk, maar ‘brandt’ niet. Dan wordt er met betrekking tot de opvattingen van Sir W. Herschel meegedeeld, dat die ‘objecten’, zoals hij de ‘wilgenbladeren’ noemde, de onmiddellijke bronnen van het licht en de warmte van de zon zijn.
656/657: ‘Daarom zeggen zij (de adepten) dat de grote geleerden van het westen, die . . . nagenoeg niets weten van komeetstof, middelpuntvliedende en middelpuntzoekende krachten, de aard van de nevelvlekken of de fysieke samenstelling van de zon, de sterren of zelfs de maan, onvoorzichtig zijn om met zoveel zelfvertrouwen te spreken over de ‘centrale massa van de zon’, die planeten, kometen en wat al niet de ruimte in slingert . . .’
‘Wij beweren dat hij (de zon) alleen het levensbeginsel ontwikkelt, de ziel van die lichamen, dat hij dit in ons zonnestelsel als de ‘universele levengever’ schenkt en terugontvangt . . . in oneindigheid en eeuwigheid; dat het zonnestelsel evengoed de microkosmos van de ENE macrokosmos is, als de mens dit eerstgenoemde is in vergelijking met zijn eigen kleine zonnekosmos.’
658: Heeft de nevelvlektheorie geholpen het probleem op te lossen, zelfs als zij alleen wordt toegepast op lichamen die als onbezield en stoffelijk worden beschouwd? Wij zeggen: beslist niet. Welke vorderingen heeft zij gemaakt na 1811, toen het artikel van Sir W. Herschel, dat voor het eerst feiten gaf die op waarneming waren gebaseerd en dat het bestaan van nevelvlekstof aantoonde, de ‘zonen’ van de Royal Society liet ‘juichen van vreugde’? Daarna heeft een nog grotere ontdekking de verificatie en bevestiging van de veronderstelling van Herschel door middel van spectraalanalyse mogelijk gemaakt. Laplace had de een of andere oorspronkelijke ‘wereldstof’ nodig om het denkbeeld van een voortgaande wereldevolutie en groei te bewijzen. Hier is het, zoals het tweeduizend jaar geleden werd aangeboden.
661: ‘Op zijn hoogst’, merkt C. Wolf8 op, ‘zou de nevelvlekhypothese, met W. Herschel ter ondersteuning van haar stellingen, kunnen wijzen op het bestaan van planetaire nevelvlekken in verschillende graden van verdichting, en van spiraalvormige nevelvlekken met verdichtingskernen in de uitlopers en in het centrum9. Maar de kennis over wat de nevelvlekken met de sterren verbindt, is ons nog ontzegd; en omdat we niet beschikken over rechtstreekse waarnemingen, wordt ons zelfs belet deze vast te stellen, al is het maar op grond van analogie in de scheikundige samenstelling.’
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 Krachten – bewegingsvormen of intelligenties? (p. 666):
De beweging in de gedifferentieerde stof van wat oorspronkelijk de ruimte vulde – de ruimte was – moet de oorsprong zijn geweest van de tegenwoordige bewegingen van de hemellichamen, en deze oorspronkelijke stof ‘verdichtte zich tot die lichamen en verliet zo de ruimte die nu leeg blijkt te zijn’. Met andere woorden, diezelfde stof waaruit nu de planeten, de kometen en de zon zelf zijn samengesteld, heeft, nadat zij zich in het begin tot deze lichamen had gevormd, haar inherente eigenschap van beweging bewaard; deze eigenschap, die nu in hun kernen is geconcentreerd, leidt alle beweging. Er is maar een heel kleine verandering van woorden nodig en enige aanvullingen, om hieruit onze esoterische leer te maken.
De laatstgenoemde leert dat deze oorspronkelijke prima materia, goddelijk en intelligent – de directe uitstraling van het Universele Denkvermogen, de daiviprakriti (het goddelijke licht dat voortkomt uit de logos2) – de kernen van al de ‘zelf-bewegende’ bollen in de Kosmos vormde. Zij is de bezielende, altijd aanwezige drijfkracht en het levensbeginsel, de levende ziel van de zonnen, manen, planeten en zelfs van onze aarde.
668/669: De occultisten staan in hun overtuigingen dus niet alleen. Eigenlijk zijn ze ook niet zo dwaas dat ze zelfs de ‘zwaartekracht’ van de hedendaagse wetenschap tegelijk met andere fysische wetten verwerpen en in plaats daarvan aantrekking en afstoting aannemen. Bovendien zien ze in deze twee tegengestelde krachten slechts de twee aspecten van de universele eenheid, die men ‘het zich manifesterende denkvermogen’ noemt. In deze aspecten neemt het occultisme door middel van zijn grote zieners een ontelbare menigte werkzame wezens waar: kosmische Dhyāni-Chohans, wezens waarvan de essentie in haar tweevoudige natuur de oorzaak is van alle aardse verschijnselen. Want die essentie is één in substantie met de universele elektrische oceaan, die het LEVEN is; en omdat zij, zoals gezegd, tweevoudig is – positief en negatief – zijn de emanaties van die tweevoudigheid nu op aarde werkzaam onder de naam ‘bewegingsvormen’. Want zelfs tegen het woord kracht kan men bezwaar gaan maken uit vrees dat het iemand zelfs maar in gedachten ertoe zou brengen deze van de stof te scheiden! Het tweeledige gevolg van die tweevoudige essentie wordt nu, zoals het occultisme zegt, de middelpuntzoekende en de middelpuntvliedende kracht genoemd, de negatieve en positieve polen of polariteit, warmte en kou, licht en duisternis, enz.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 17 De dierenriem en zijn ouderdom (p. 718/719):
‘Alle mensen zijn geneigd een hoge dunk van hun eigen begripsvermogen te hebben en vast te houden aan hun opvattingen’, zegt Jordan, en terecht voegt hij eraan toe: ‘En toch worden bijna alle mensen geleid door de opvattingen van anderen, niet van henzelf; en men kan met meer recht zeggen dat zij hun meningen overnemen, dan dat zij die zelf vormen.’
De Geheime Leer Deel II Stanza 4 Schepping van de eerste rassen (p. 109):
In het macrokosmische werk heeft de ‘HAMER VAN DE SCHEPPING’ met zijn vier rechthoekig omgebogen armen betrekking op de voortdurende beweging en omwenteling van de onzichtbare Kosmos van krachten. In het werk van de gemanifesteerde Kosmos en onze aarde wijst hij op de draaiing van de wereldassen en de equatoriale gordels daarvan in de cyclussen van de tijd; de twee lijnen die de swastika vormen betekenen geest en stof, terwijl de vier haken de rondgaande beweging van de cyclussen aanduiden. Toegepast op de microkosmos, de mens, laat hij deze zien als een schakel tussen hemel en aarde: de rechterhand aan het eind van een horizontale arm is opgeheven, de linkerhand wijst naar de aarde. In de Smaragden Tafel van Hermes staat op de opgeheven rechterhand het woord ‘Solve’ gebeiteld en op de linker het woord ‘Coagula’. Het is tegelijkertijd een alchimistisch, kosmogonisch, antropologisch en magisch teken, met zeven sleutels tot de innerlijke betekenis ervan. Het is niet te veel gezegd dat de ingewikkelde symboliek van dit universele en meest suggestieve van alle tekens de sleutel bevat tot de zeven grote mysteriën van de Kosmos. Geboren in de mystieke opvattingen van de oude Ariërs en door hen geplaatst op de drempel van de eeuwigheid, op de kop van de slang Ananta, vond het zijn geestelijke dood in de scholastieke interpretaties van de middeleeuwse antropomorfisten. Het is de alfa en de omega van de universele scheppingskracht, die zich ontwikkelt uit zuivere geest en die eindigt in grove stof. Het is ook de sleutel tot de cyclus van de wetenschap, goddelijk en menselijk; en wie zijn volle betekenis begrijpt, is voor altijd bevrijd van de strikken van mahamaya, de grote illusie en misleider.
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 639):
Nu is het oorspronkelijke stelsel, het dubbele teken dat ten grondslag ligt aan het denkbeeld van het kruis, geen ‘menselijke uitvinding’, want de kosmische ideatie en de geestelijke voorstelling van de goddelijke ego-mens zijn er de basis van.
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 653):
Op het hogere gebied is het getal geen getal, maar een nul – een CIRKEL. Op het lagere gebied wordt het één – een oneven getal. Elke letter van de oude alfabetten had haar filosofische betekenis en raison d’être; het getal I betekende bij de ingewijden van Alexandrië een rechtopstaand lichaam, een levende rechtopstaande mens, omdat hij het enige dier is dat dit voorrecht heeft. En door aan de I een hoofd toe te voegen, werd deze omgevormd tot een P, een symbool van vaderschap, van het scheppende vermogen; terwijl de R een ‘zich bewegende mens’ betekende, iemand die op weg is.
655: De eerste massieve figuur is het viertal, het symbool van de onsterfelijkheid. Het is de piramide: want de piramide staat op een driehoekig, vierkant of veelhoekig grondvlak en eindigt met een punt aan de top; zo brengt zij het drietal en het viertal voort, of de 3 en de 4. De pythagoreeërs onderwezen het verband en de betrekking tussen de goden en de getallen – in een wetenschap die arithmomantie wordt genoemd. De ziel is een getal, zeiden zij, en beweegt uit zichzelf en bevat het getal 4; en de geestelijke en lichamelijke mens is het getal 3, omdat het drietal voor hen niet alleen het oppervlak, maar ook het beginsel van de vorming van het stoffelijke lichaam voorstelde. Zo waren de dieren slechts drietallen, de mens alleen was een zevental, als hij deugdzaam was; een vijftal wanneer hij slecht was, want:
Het getal 5 was samengesteld uit een tweetal en een drietal; dat tweetal bracht alles met een volmaakte vorm in wanorde en verwarring. De volmaakte mens, zeiden zij, was een viertal en een drietal, of vier stoffelijke en drie onstoffelijke elementen; deze drie geesten of elementen vinden we ook in 5, als deze de microkosmos voorstelt. Deze laatste is een samenstelling van een tweevoud dat rechtstreeks in verband staat met de grove stof, en van drie geesten: ‘want 5 is de slim bedachte vereniging van twee Griekse accenten ‘, geplaatst boven klinkers die al of niet moeten worden geaspireerd. Het eerste teken ‘ wordt de ‘sterke geest’ of hogere geest genoemd, de geest van god, geaspireerd (spiratus) en geademd door de mens. Het tweede teken ’ – het lagere – is de geest van de liefde, die de secundaire geest voorstelt; het derde omvat de hele mens. Het is de universele quintessens, het levensfluïdum of het leven.’ (Ragon.)
660: Het achttal of de 8 symboliseert de eeuwige en spiraalvormige beweging van de cyclussen, de 8, ∞, en wordt op zijn beurt gesymboliseerd door de Mercuriusstaf. Het geeft de regelmatige ademhaling van de Kosmos aan, bestuurd door de acht grote goden – de zeven uit de oorspronkelijke moeder, de ene en de triade.
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 2 De voorouders die de wetenschap aan de mensheid biedt (p. 765):
Nu oppert Haeckel, terwijl hij de theorie van Darwin wijzigt, ‘op een heel aannemelijke manier’, zoals de schrijver van de Modern Zoroastrian denkt, 'dat niet de identieke atomen, maar hun bijzondere bewegingen en manier van aggregatie zo (door erfelijkheid) zijn overgebracht’.
Wanneer Haeckel of een andere wetenschapper meer wist over de aard van het atoom dan nu het geval is, zou hij de zaak niet op deze manier hebben verbeterd. Want hij zegt, in meer metafysische taal dan Darwin, precies hetzelfde. Het levensbeginsel of de levensenergie, dat alomtegenwoordig, eeuwig en onvernietigbaar is, is als noumenon een kracht en een BEGINSEL, maar als verschijnsel bestaat het uit atomen. Het is een en hetzelfde, en ze kunnen niet als gescheiden worden beschouwd, behalve in het materialisme18.
18) In ‘De transmigratie van de levensatomen’ zeggen wij, om een standpunt dat maar al te vaak verkeerd wordt begrepen nader te verklaren: ‘Het is alomtegenwoordig . . . hoewel (op dit gebied van manifestatie) vaak in een sluimerende toestand – zoals in een steen. De omschrijving die zegt dat, wanneer het verband tussen deze onverwoestbare kracht en de ene groep atomen (moleculen hadden we moeten zeggen) wordt verbroken, deze kracht onmiddellijk door andere wordt aangetrokken, betekent niet dat zij de eerste groep volledig loslaat (omdat de atomen zelf dan zouden verdwijnen); maar alleen dat zij haar vis viva of levenskracht – de energie van beweging – naar een andere groep overbrengt. Maar uit het feit dat zij zich in de volgende groep manifesteert als dat wat kinetische energie wordt genoemd, volgt niet dat deze geheel aan de eerste groep wordt onthouden; want zij is er als potentiële energie of sluimerend leven nog in aanwezig’, enz. Wat kan Haeckel nu met zijn ‘niet identieke atomen, maar hun bijzondere beweging en manier van aggregatie’ anders bedoelen dan dezelfde kinetische energie, die wij hebben verklaard? Vóór hij deze theorieën ontwikkelde, moet hij Paracelsus hebben gelezen en Five Years of Theosophy hebben bestudeerd, zonder echter de leringen behoorlijk in zich op te nemen.
Grondslagen der Esoterische Wijsbegeerte, Deel II Hoofdstuk 46 bevat een andere met het bovenste, middelste kwadrant vergelijkbaar diagram:


Dit is een heel algemeen diagram, maar het toont wel hoe de tien element-beginselen functioneren: het goddelijke, het zuiver stoffelijke en het tussenliggende viertal. Maar om praktische redenen kunnen de tien beginselen van de mens, denk ik, het best worden verdeeld zoals in het diagram hierboven.
Eerst komt natuurlijk de hoogste of goddelijke driehoek, een figuur die voor zichzelf spreekt. Vervolgens verdelen we het tussenliggende viertal in twee duaden. Bedenk alstublieft dat deze samengestelde tekening een symbolisch diagram is, dat uitsluitend wordt gebruikt om de zaak aanschouwelijk te maken. We hebben hier dus evenals eerst, bovenaan de goddelijke triade; dan de duade van de monade, ofwel âtma-buddhi. Dan de tweede of persoonlijke of astrale duade, manas en kâma. Vervolgens daaronder de omgekeerde driehoek, die slechts het voertuig, het lichaam, voorstelt – dat wil zeggen het sthûla-sarîra en het linga-sarîra en de prâna’s.
Madam Helena Petrovna Blavatsky somt ook een aantal benamingen op als refererend aan een en dezelfde zaak. Zo zouden onder meer 'de Akasha van de hindoe-adepten', 'het astrale licht van Eliphas Levi', 'het heilige vuur van Zoroaster' en 'het braambes van Mozes' naar hetzelfde verwijzen. Volgens haar vormde de Akasha als astraal licht ook de Anima Mundi. Zij identificeert Akasha met het vijfde universele kosmische beginsel, (waarvan Ether de grofste vorm is). 'In haar hoger aangezicht is zij de Ziel van de Wereld, in haar lager De Vernietiger.'
Universele ether (Blavatsky), het astrale licht, het siderische licht (Paracelsus), wereldziel of anima mundi (Plato), collectief onbewuste (C.G. Jung), alkahest of het universele oplosmiddel (alchemie), 'Great Memory' of 'Racial Memory (W.B. Yeats), 'Reflecterende Ether' (Eliphas Levi), 'Æther of the Wise' of 'Yesod' (Dion Fortune)
Samenvatting
In het 5Ddenkraam zijn 'Kosmogonie van Pythagoras en Antropogenese', de 'metafysica, het bovennatuurlijke en de fysica', 'geestkunde en natuurkunde', 'Bewustzijnsevolutie en Evolutietheorie', 'Unificatietheorie en Snaartheorie', twee complementaire kanten van één medaille. Het is het projectiemechanisme, de spiegelsymmetrie die beide met elkaar verbindt. Of met andere woorden door alleen beide kanten de ‘natuurwetenschappen + geesteswetenschappen’ – these + antithese = synthese - van de éne werkelijkheid te belichten komt de theorie van alles een stapje verder. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden.
De éne werkelijkheid is dat het universum in het menselijke bewustzijn wordt weerspiegeld. De driehoek van Pythagoras en de categorieën van Aristoteles symboliseren hoe de innerlijke wereld met de uiterlijke wereld, religie en wetenschap, 'Wat en Hoe; Hoe en Wat' met elkaar worden verbonden.
De psyche (reflexief bewustzijn) van de mens werkt als een spiegel. Het is deze spiegel die zorgt voor de golfbewegingen in de geschiedenis. Welke kant van de medaille, de aardse Tetrade (gemanifesteerde werkelijkheid) of de hemelse Triade (ongemanifesteerde werkelijkheid), laten we overheersen? Alleen wanneer we ons meer met de Triade verbinden komt de beschaving een stapje verder. Meer opties zijn er niet en dat was al bij Pythagoras (De Gulden Verzen van Pythagoras) bekend.
John Major Jenkins toont in zijn boek Het einde van de Maya-kalender 2012 de Decodering van de Maya-kosmogenesis (kosmogonie). Anderzijds maakt het wiskundige model van de chaostheorie het mogelijk het wiskundige model, de driehoek van Pythagoras te ontcijferen (‘E i V’ hoofdstuk 7.2).
Cosmogenesis is the origin and development of the cosmos. This term "Cosmogenesis" was used by Helena P. Blavatsky to describe the content of Volume I of her two-volume The Secret Doctrine, published in 1888; volume II was called "Anthropogenesis" or the origin of humanity.
Cosmogenesis is the term also used by the French Jesuit Priest and Scientist Pierre Teilhard de Chardin to describe the cosmological process of the creation of the Universe. Other processes included biogenesis and Noögenesis, culminating in an Omega Point
This principle, which describes the creation of the universe, can be detected in the Tao Te Ching (Daode Jing) as well.
Met het Zero-point field van Lynne McTaggart verwante begrippen zijn Prima Materia or Chaos (cosmogony); Aether (classical element); Etherisch dubbel (Linga Sarira); Mysterium Magnum (Paracelsus); Iliaster; Vector field Scalar field.
Materie of stof is de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd.
In de relativiteitstheorie worden massa en energie aan elkaar gelijkgesteld, aangezien massa in energie kan worden omgezet (annihilatie) en energie in massa kan worden omgezet. Het zijn dus uitwisselbare eenheden, de massa-energierelatie geeft deze weer. Het op de plasma kosmologie gebaseerde SED
(Stochastic electrodynamics) model biedt een nieuw perspectief hoe het energieniveau van atomen kan worden verhoogd (negentropie).
Wim van den Dungen Chaos
Metafysisch kunnen we speculeren over de mogelijkheid van een 'force active' (Leibniz), of 'entelechie' (Driesch), 'élan vital' (Bergson), 'vitaal principe' (Hahnemann), 'creativity' (Whitehead), 'morfogenetisch veld' (Sheldrake), 'etherisch dubbel' (theosofie), 'ch'i' (taoïsme), 'prâ a' (yoga) of 'vitale kracht'.
Chakras zijn zenuw plexussen of ineengevlochten zenuwnetwerken met talrijke communicatietakken. Elke chakra combineert een set van ruggengraatszenuwen om een specifiek gebied van het lichaam te bedienen. In Hindoe teksten is chakra een concept dat refereert naar wielachtige vortexen die volgens de Indische geneeskunde zouden bestaan aan de buitenkant van het etherische dubbel van de mens. De chakras zijn, zo zegt men, “krachtcentra” of energiespiralen die vanuit een punt op het fysieke lichaam de lagen van de subtiele lichamen doordringen in een steeds verder stijgende waaiervormige formatie. Deze roterende vortexen van subtiele materie worden aanzien als de lokale punten voor het ontvangen en doorgeven van energieën.
De ‘hemelse mens’, de gemanifesteerde logos, is hij de driehoek in het vierkant – de zevenvoudige kubus, niet de viervoudige, of het vlakke vierkant. Want in dezelfde ‘Grote heilige Vergadering’ staat geschreven: (83) ‘En hierover wensten de kinderen van Israël te weten, zoals er staat geschreven (Exodus xvii, 7): ‘Is het Tetragrammaton in ons midden, of het Negatief Bestaande?’ (Waar maakten zij onderscheid tussen microprosopus, die Tetragrammaton wordt genoemd, en macroprosopus, die ain wordt genoemd, Ain het negatief bestaande?)’9.
9) In de bijbel vereenvoudigd tot: ‘Is de Heer (!!) in ons midden, of niet?’ (Zie Exodus xvii, 7.)
De ‘hemelse mens’ (tetragrammaton) is Adam Kadmon.
Benjamin Adamah schrijft in zijn boek Nulpunt Revolutie over Adam Kadmon ons zuiver negentropische alter ego (p. 61).
Erik Verlinde ontvangt Spinozapremie voor zwaartekracht (Volkskrant 7 juni 2011)
De laatste jaren ben ik me helemaal gaan concentreren op de vraag wat zwaartekracht eigenlijk is. Het idee is dat het geen kracht is zoals die zomaar kleeft aan de materie. Zwaartekrcht is naar mijn idee iets dat voortkomt uit de organisatie en structuur van het universum. Het is een emergente grootheid, als de natheid van water: moleculen zijn niet nat, het geheel wel. Ik loop daar al tien jaar over na te denken, en het komt voor een belangrijk deel voort uit de snaartheorie waarin ik veel heb gedaan.
Wellicht zal op termijn blijken dat Erik Verlinde’s ‘zwaartekracht-informatie’ (Volkskrant 12 december 2009 en 21 mei 2011) complementair is aan het concept ‘in-formatie’ van David Bohm. Ernst Peter Fischer stelt dat de hele wereld communicatie is.
De vraag komt naar voren in hoeverre de materiële wereld, de 'natheid van water' die Erik Verlinde onderzoekt de kloof tussen de immateriële wereld van Laozi, 'De volledigheid is als water' zal overbruggen? Dit vraagstuk is analoog aan het hersenonderzoek en de controverse tussen Ramachandran en Swaab. Het rapport ‘E i V’ geeft een nieuw perspectief op een oud vraagstuk. Primair gaat het om de kwaliteit van het recept, de Nieuwe levensrichting, het AOS-concept, BON, het Vierde Model of het Nieuwe Denken. Het rapport ‘E i V’ beoogt net als deze 'probleemgestuurde' modellen probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. We zitten in ons eigen wereldbeeld gevangen. Het outside the box-denken komt centraal te staan.
De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie, het levensmysterie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Hoe selectief zijn we als waarnemer?
Al is dan volgens Ilya Prigogine de evolutie onomkeerbaar er wordt van uitgegaan dat het mogelijk moet zijn door creativethink het zelforganiserende vermogen positief te beïnvloeden en de evolutie daarmee op een hoger plan te brengen.
In navolging van Spinoza zei Einstein ooit tegen De Gaulle dat we marionetten zijn zonder dit zelf te beseffen. Een tunnelvisie, hokjesgeest houdt in dat bestuurders marionetten van het systeem kunnen worden.
Marcelo Gleiser ondersteunt als het ware de oplossingsrichting van de absolute waarheid van Blavatsky. In plaats van asymmetrie gebruikt het rapport ‘E i V’ het woord gebroken symmetrie.
Het leven is een wonder, het gaat ons begrip te boven. Voor we het 'wat en hoe' (reciprociteit) van de emergentie van het leven volledig begrijpen - waarbij we eerder in millennia dan in honderden jaren moeten denken - is het zeker nuttig de boodschap van Marcelo Gleiser (p. 299) ter harte te nemen:
"Mensen! Word wakker en red het leven, met alles wat je ter beschikking staat! Leven is zeldzaam. Vereer het, koester het, laat het voortduren, verspreid het door het universum. Dat is ons allerhoogste doel als de denkende geesten van de kosmos".
5D-concepten tonen het Hoe. De polariteit van ‘Goed en Kwaad’, het Wat zal immer een mysterie blijven. In de kern draait de beschaving om één medaille met twee kanten. Aan het ontcijferen van één kant van de éne werkelijkheid worden vele miljarden uitgegeven. De hamvraag is of het niet effectiever is miljarden te investeren in onderzoek dat gericht is op het behoud van het leven op aarde, dus om te voorkomen dat de vernietiging van biodiversiteit ongehinderd doorgaat, met de mogelijkheid van een klimaatcatastrofe in het verschiet. Of zou het ook niet beter zijn om een substantieel deel van de miljarden investeringen in de oorlogsindustrie voor het leven op aarde aan te wenden?
Om de snaartheorie (M-theorie) te beschrijven maakt Edward Witten van zowel spiegelsymmetrie als van supersymmetrie gebruik. Om de unificatietheorie te belichten past het rapport ‘E i V’ ook beide principes toe, maar belicht spiegelsymmetrie en supersymmetrie (complementariteit) vanuit een ander gezichtspunt. Dit gezichtspunt is gebaseerd op het
Standaardmodel, de C-, P- en T-symmetry. De T-symmetry wordt door de eeuwige duur, het eeuwige nu, de absolute tijd tot uitdrukking gebracht.
De M van de M-theorie staat voor Magic, Mystery of Matrix. Het rapport ‘E i V’ heeft het liever over White Magic, Occultisme, het contrast van Black Magic. Om de spiegelsymmetrie en de supersymmetrie in het universum te symboliseren maakt het rapport ‘E i V’ gebruik van een pedagogisch denkmodel, het zogenaamde Kompaskwadrant. Het Kompaskwadrant is net als de M-theorie van Edward Witten een multidimensionaal verklaringsmodel. De 10 Dimensies van het kompaskwadrant worden mede aan de hand van het Boek van de getallen verklaard. De tweede grondstelling brengt de integratie van polariteiten tot uitdrukking.
Lode Stevens Misschien nog vreemder is een versie van de Snaartheorie (superstringtheorie), de M-theorie.
In 1977 vatten de theoretische fysici alle kennis samen in het standaardmodel. Volgens dit model bestaat alle materie uit twee soorten deeltjes: quarks en leptonen. Daarnaast bevat het model nog krachtvoerende deeltjes. Er zijn zes quarks met wat wonderlijk aandoende namen up, down, charm, strange , top en bottom. Er zijn eveneens zes leptonen. Het bekendste is het elektron; daarnaast onderscheidt men nog de bosonen; het muon, het tauon, het elektronneutrino, het mounneutrino en het tauonneutrino. De quarks en leptonen worden gerangschikt in drie families. De drie families zijn kopieën van elkaar; ze verschillen alleen in massa. Gewone materie bestaat uitsluitend uit deeltjes van de lichtste familie. De andere deeltjes kunnen alleen in het laboratorium geproduceerd worden.
In de superstringtheorie, de M-theorie zijn elementaire deeltjes in feite golfachtige vibraties van uiterst dunne zogenaamde strings. Driedimensionale membranen (het ruimtelijk equivalent van een string) drijven hierin in de vijfde dimensie (tijd is de vierde dimensie). Parallele branen botsen (dit geeft een big bang) en drijven terug uit elkaar. Dit proces kan zich herhalen in een voortdurende cyclus van creatie en destructie. Maar laat ons wel wezen, alhoewel de superstringtheorie successen kent, die dan wel (nog) steeds louter theoretisch zijn, ontbreekt elk experimenteel bewijs.
De beschavingstransformatie die in het holos tijdperk plaats vindt bouwt op eerdere transformaties voort. De drie dimensies maken het mogelijk om het bewustzijn eindeloos te verruimen en te vernieuwen. Welke dimensie laten we in het leven een centrale rol spelen? De singulariteit van het oneindige bewustzijn is een inzicht dat op een andere manier de samenhang en de totaliteit weergeeft.
De algemene relativiteitstheorie veronderstelt verder voor het huidige heelal minstens twee soorten singulariteiten: het centrum van een zwarte gaten en zogeheten naakte singulariteiten, dat wil zeggen de zichtbare tegenhangers van zwarte gaten (zonder gebeurtenissenhorizon). Van het bestaan van dit laatste verschijnsel is men niet geheel overtuigd, maar er zijn sterke aanwijzingen dat er behalve zwarte gaten inderdaad ook naakte singulariteiten bestaan.
De oplossing van het vraagstuk waarmee de bewustzijnsevolutie of de natuurwet van cyclisch, evolutionair scheppen zich bezig houdt is al millennia bekend. De wisselwerking tussen geest en materie is een medaille met twee kanten, waarop zowel het Zelf-eon van Jean Charon, de bewustzijnsevolutie als de evolutietheorie van Darwin van toepassing zijn. De bewustzijnsevolutie, de ziel, de kern van de mens heeft op de absolute ‘Ruimte en Tijd’ (Einsteins kosmische Geest!) betrekking, daarentegen de evolutietheorie op de relatieve ‘Ruimte en Tijd’. De kwintessens van dit verhaal draait echter om survival of the fittest. Het dilemma van het leven ligt besloten in: Waar kiezen we nu voor? Het brengt de kwintessens, de moraal van dit verhaal tot uitdrukking. In de absolute ‘Ruimte en Tijd’ ontstaat er een potentiaalverschil van nul. De potentiaal op een plaats is een natuurkundige grootheid die op een bepaalde manier samenhangt met de kracht die een deeltje op die plaats ondervindt.
Zonder waarnemer (subject) is er geen waarneming en ook geen object. Waarnemer en waargenomene verhouden zich tot elkaar als subject tot object. Dit dualiteitsbeginsel is de veroorzaker van alle paren van tegenstelling, zoals goed, slecht, mooi, lelijk, lekker, vies, enzovoort. De aard van het (vorm)verschil tussen beiden bepaalt de reactie en een mogelijke aanpassing door de waarnemer. Het directe belang voor het maken van juiste keuzes zet aan tot een uiterst sterk vormbesef, terwijl door het verschil tussen subject en object in de beleving van de waarnemer een binnen- en een buitenwereld ontstaat.
De zoeker formuleert zijn doel. Zonder dat doel is er geen zoeker. De zoeker en het gezochte zijn één. Waarheid is de werkelijkheid van het waarnemende subject. Waarachtigheid is een uiting hiervan zolang het subject trouw blijft aan de eigen essentie. Men is spontaan, men heeft inzicht, men is vrij, enzovoort. Daar zit niets tussen, geen zelfbeeld of intellect, geen pose of inbeelding, niets.
P. Krishna VERKENNINGEN MET BETREKKING TOT DE LERINGEN VAN J. KRISHNAMURTI
De waarnemer staat niet los van het waargenomene, omdat wanneer ik naar mezelf kijk, dan is degene die naar binnen kijkt niet los van dat waarnaar hij kijkt. Ik ben niet los van de woede of het geweld, dat daar in mijn bewustzijn aanwezig is. Een eenvoudig voorbeeld van deze interactie zou zijn als je wilt zien hoe je gaat slapen. Je kijkt. Dus je ziet dat je denken vertraagt. Maar je kunt niet door en door zien hoe je in slaap valt, omdat de waarnemer, wanneer hij in slaap valt, niet meer in staat is waar te nemen! Dus er is een grote interactie tussen de waarnemer en het waargenomene. Wanneer je kijkt naar je begeerte, dan kleuren je begeerten je waarneming. Daarom is het zo moeilijk objectief te zijn. In de wetenschap is het heel eenvoudig objectief te zijn en je kunt iets herhalen en de waarnemer uitschakelen. Maar het is ook een beperking van de wetenschap dat als je de waarnemer uitschakelt, dan kan de wetenschap de waarnemer niet bestuderen! De wetenschapper bestudeert alle verschijnselen buiten hem, maar hij heeft de waarnemer daarbij uitgesloten.
Simon Vinkenoog: De eenheid in oneindige verscheidenheid. De macro- en de microkosmos, en wij mensen precies in het midden daarvan aanwezig.
De waarnemer en het waargenomene zijn uiteindelijk één en hetzelfde. Robert Dijkgraaf duidt met de mens als schakel tussen wetenschap en natuur op het fenomeen van waarnemer en waargenomene. Net als Simon Vinkenoog plaatst hij de mens in de ultieme cirkelredenering centraal.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 251):
‘Wanneer het zaad van de lichamelijke man is gestort in de vruchtbare bodem van de lichamelijke vrouw, kan dat zaad niet ontkiemen tenzij het is bevrucht door de vijf deugden (het fluïdum of de uitstraling van de beginselen) van de zesvoudige hemelse mens.’ Daarom wordt de microkosmos voorgesteld als een vijfhoek binnen de zeshoekige ster, de ‘macrokosmos’.
De éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die op basis van het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking kan worden gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.
De ‘Merkwaardige lus’ is een besturingsmechanisme dat op een niveau en tussen niveaus werkzaam is. De lus kan met de lemniscaat van het kompaskwadrant worden vergeleken. Bij ‘Verstrengelde hiërarchie’ onderscheiden we niveaus als bewust versus onbewust, kwantitatieve as versus kwalitatieve as, individueel versus collectief leerproces. Op een niveau en tussen niveaus bestaan spanningsvelden. Bij een koppel kun je spreken over de band die ontstaat, terwijl bij groepen, grotere eenheden er sprake is van een sfeer, het hangt in de lucht, een cultuur. De niveaus zijn onderling verbonden, er vindt een wisselwerking plaats. De partner waarmee je samenleeft, de groep, de cultuur waar je deel van uitmaakt spelen een belangrijke rol bij de keuzes die je bewust of onbewust in het leven maakt.
Een guna is in de Indiase filosofie en spiritualiteit een fundamentele eigenschap of hoedanigheid van de natuur. (Het woord guna, uitgesproken "goena", is Sanskriet voor "hoedanigheid".) Er zijn drie guna's die aan de basis van de gereflecteerde werkelijkheid liggen en deze op een illusoire manier als (Maya) aan ons geestesoog doen voor komen.
Degene die bevrijding van de geest zoekt, hoeft niet te proberen de ene of de andere guna aan te hangen, maar moet het middel zoeken om van alle drie tegelijk los te komen.
Drs FC van Dongen Het Bewustzijn als Quantum-verschijnsel Een kritiek op de tijdsbeleving.
Zie ook:
Boeken:
- Floris Cohen Isaac Newton en het ware weten
- John Stallo Concepts of Modern Physics
- Marcel Gleiser Een scheurtje in de rand van de schepping
- Robbert Dijkgraaf Blikwisselingen (recensie)
- Peter Woit Not Even Wrong: The Failure of String Theory & the Continuing Challenge to Unify the Laws of Physics
- Ervin Laszlo Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld
- Ervin Laszlo De Akasha-ervaring Wetenschap en het kosmisch geheugenveld
- W.J.P. Beenakker Dictaat bij het college Kwantummechanica
- Cees Dekker e.a. Geleerd & Gelovig
- Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken
- Alexander Winchell World-life: or, Comparative geology, Deel 2
- John Major Jenkins Het einde van de Maya-kalender 2012 Decodering van de Maya-kosmogenesis
- Viktor Schauberger Unsere sinnlose Arbeit-Quelle der Weltkrise
- Viktor Schauberger The Energy Evolution
- Reinout Guépin Eenoog in het land van de blinden De herontdekking van aether (Viktor Schauberger)
- Leopold Brandstätter Implosion statt Explosion (verwante boeken)
- Philip S. Callahan Exploring the Spectrum
Externe Links
- Esoteric cosmology
- Ectoplasm (paranormal, Negative entropy, Etherisch dubbel)
- Ectoplasm (cell biology)
- Aura (paranormaal)
- Exploring our Electric Universe
- Erik Verlinde Zwaartekracht (Labyrinth radio, bij DWDD)
- Johan Oldenkamp Wegschuiven van de sluier (Viktor Schauberger)
- Reinout Guepin NATUURMENS VIKTOR SCHAUBERGER ‘vrije energie’ –een andere techniek is mogelijk
- Viktor Schauberger und Implosion!
- Nulpuntenergie
- Loek Gans Instituut voor Natuurgeneeswijze en Natuurkundig Onderzoek
- Axial precession (astronomy)
- Precessie van de aardas
- Galactisch centrum
- Mayakalender
- Maya Cycles of Time
- Siderisch jaar
- Mesoamerican chronology
- History of the Americas
- Quintessence (physics)
- Scalar field theory Scalar field
- Vector field *Prima Materia or Chaos (cosmogony)
- Luminiferous aether
- Aether (classical element)
- Etherisch dubbel (Linga Sarira)
- Mysterium Magnum (Paracelsus); Iliaster
- Drielichamenprobleem
- Absolute rotation (Alexander Winchell)
- Weakly interacting massive particle
- Frame-dragging
- Thirty Meter Telescope
- Parsec
- Boogseconde
- Qubit Engelse versie
- Loop-kwantumzwaartekracht Engelse versie
- Sagittariusarm Engelse versie
- Supermassive black hole
- Stellaire zwarte gaten
- Oratie Simon Portegies Zwart, de relevantie van de computationale astrofysica
- Simon Portegies Zwart
- Intermediate-mass black hole (Simon Portegies Zwart)
- Adriaan_Blaauw
- Michiko Fujii (Kagoshima Univ./Leiden Observatory)
- Fritz-Albert Popp Coherence in Health
- Panspermie Engelse versie
- Frank Ho Onderzoek naar de Waarnemer en de Bron
- José Argüelles
- DE MAYA (DREAMSPELL) KALENDER - DEEL 1 (José Argüelles)
- Stichting Teilhard de Chardin Verwante denkers
- Wolter Keers Vier onvermogens (fragmenten uit een video registratie)
- Ervin-Laszlo De fundamentele veranderingen in de wereld nopen ons tot een besef van verbondenheid.
- Ervin Laszlo Kosmische visie
- Kosmische achtergrondstraling
- Anisotropie
- Donkere energie (Engelse versie en de Kwintessens)
- Nassim-Haramein The True History Of All Pyramids
- Relativiteit
- David Pratt Rupert Sheldrake: een theosofische evaluatie Deel 1/2: Morfische velden en het geheugen van de natuur
- Stefan Kowalczyk Kwantum zwarte gaten
- Wouter Tavernier De intelligentie van de toekomst: een praktische en filosofische reflectie over de grenzen en de toekomst van de machine
- David Pratt Oerknal, zwarte gaten en gezond verstand
- Gravitas, gepotentieerde gravitatie
- 4e Dimensie, Zwarte energie DE MACHINA DEI or who framed Harry Human?
- Recensie van Stephen Hawking & Roger Penrose, De aard van ruimte en tijd. Uitgeverij Ooievaar, Amsterdam. 3e druk, 1999, 170 bladzijden. Oorspronkelijke titel: The Nature of Space and Time. Princeton University Press, 1996.
- Hilbertruimte
- Penrose-betegeling Penrose tiling
- De wetten van Newton verklaren niets
- Klimaat: 'Kyoto is onzin’
- Hoofdstuk 59 Het kreng van Cern.
- Dubbelster
- Muon
- Atlantis (eiland)
- Lemuria_(continent)
- Piramiden van Gizeh
- Sumer
- Ur (Sumer)
- Megalithische tempels van Malta
- Babylon (stad)
- Kosmologisch principe
- Observable universe
- Dimensionless quantity
- Nemesis (hypothetical star)
- Eris (dwarf planet)
- Heliosfeer
- Joeri Knorozov
- DR. ALEXEY N. DMITRIEV PLANETOPHYSICAL STATE OF THE EARTH AND LIFE
- Vladimir Vernadsky (Noosphere)
- Nikolai Aleksandrovich Kozyrev (Kozyrev Mirror)
- Theory of History of the Nooshere
- Gaia hypothesis
- Stichting Natuur- en Implosietechnieken (Viktor Schauberger)
- Extremely low frequency
- Magnetic monopole
- Biofoton (Fritz Albert Popp)
- Ben van Tilborg Speuren naar vrije energie en het mechanisch occultisme
- Driefasige asynchrone motor
- Alexander Friedman
- Wet van Hubble
- Interstellar medium
- Jayant Narlikar
- Geoffrey Burbidge
- Fred Hoyle
- Protoplasm
- Kuipergordel
- Fluïdum
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 593 keer bekeken.
