| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
1.5 De blauwdruk van het leerproces
Inhoud
Individueel leerproces (Individualiteit, Ken Uzelve, Eeuwige wederkeer, Ommekeer)
Blavatsky, Deel III (p. 456): Het Delphische gebod ‘Ken uzelve' schijnt in deze eeuw slechts voor weinigen te gelden.
In het universum is de gebroken symmetrie een gegeven. De mensheid wordt daardoor op aarde uitgedaagd voor zijn survival slimme 'en-en' oplossingen te bedenken. In essentie draait het om ‘Levensatoom en Atoom’, ‘Geest en Lichaam’, ‘These + Antithese = Synthese', de kwintessens of met andere woorden de verbeeldingskracht van de mens.
De basis van elk leerproces is: ‘Wat’ moeten we aan ‘Wie’, ’Wanneer’ en ‘Hoe’ leren, en ‘Waarom’ vinden we dat?
Het hierna geciteerde artikel van Huub Mous maakt duidelijk dat de gechiedenis zich blijft herhalen. Creativethink maakt het mogelijk dit repeterende patroon te doorbreken, de ongeordendheid van een systeem, de entropie te verminderen. Creativethink (verbeeldingskracht, ideatie, zelfgenezend vermogen), geestelijke ordening staat tegenover chaos. Creativethink, leren in het kader van de geestelijke wereld, stelt zich open voor nieuwe ervaringen, voor creativiteit. Er wordt niet op oude patronen, conditioneringen en groupthink voortgeborduurd.
Creatieve evolutie brengt de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop tot uitdrukking. Het darwinistisch evolutionisme is met deze kringloop verbonden.
'Wij, babyboomers, zijn bij de eerste afslag het spoor al bijster geraakt' (Huub Mous Volkskrant 11 oktober 2011)
Wie de hedendaagse populisten wil pareren, moet zeker niet bij de babyboomers te rade gaan: zij hebben door eigen toedoen elk recht van spreken verloren.
'Maar de tijdgeest is geen spook, geen storm, geen onafwendbare natuurkracht. Die is het product van een collectief denken en spreken. Waarom zouden mensen met een andere opvatting het bepalen van de politieke agenda en van de aard van het debat moeten overlaten aan een minderheid van vastberaden nationalisten en populisten?'
Hans Vincent: Een integrale visie op ons eigen leven als een geheel vinden we in de leer van de zelfkennis van de Indiase filosoof Jiddu Krishnamurti.
Het begrip “holisme” en het daarvan afgeleide begrip “heelheid” worden momenteel door vele filosofen en wetenschappers gebruikt, soms ook met verwijzing naar metafysische categorieën. Krishnamurti toont met het begrip aan, dat men het menselijk leven, ook op individueel niveau, niet in fragmenten kan splitsen.
Willem Otterspeer boek Bolland (p. 561): Er bestaat een grote overeenkomst tussen de opvattingen van Hegel en die van Hofstadter. De ‘strange loops’ van Hofstadter vervullen dezelfde functie als bij Hegel de ‘logische Satz’, die zegt dat het negatieve tegelijk positief is. Voor beide staat de samenhang ervan met het zelfbewustzijn en de vrije wil in het het centrum van hun redenering. Maar dat was nu juist het probleem met Bolland. Hij zei dat zijn filosofie de hoogste zelfkennis verschafte. Maar hij heeft zichzelf nooit gekend.
Het boek ‘Corpus Hermeticum’ p.203: Het is de weg van kennis die tot zelfkennis, ja tenslotte tot Gnosis leidt, een fundamentele kracht tot levensvernieuwing. ‘Het denken met het hart en het voelen met het hoofd’.
Aan de hand van de wijsheidssleutels wordt de structuur van het rapport 'E i V' belicht. Scott J. Osterhage laat in zijn artikel De zeven juwelen van wijsheid en de zeven stadia van inwijding zien dat het mogelijk is een rode draad in de geschriften van H.P. Blavatsky te onderscheiden. De bijlage Zeven wijsheidssleutels bevat een toelichting op de sleutels.
Ten 1e, die werking van de natuur – natuur in de betekenis van het volstrekte geheel van al wat is, innerlijk en uiterlijk, . . . overal – die zich in de mens manifesteert als wederbelichaming of reïncarnatie, kan in het kort worden omschreven als de verandering van zijn voertuig of lichaam wanneer zijn innerlijke toestand zich wijzigt; want door de werking van de natuur wordt hij er tenslotte toe gebracht of voelt hij de noodzaak naar een andere toestand of een andere plaats te gaan. Dit wordt dood genoemd, maar het is een andere vorm van leven.
De 2e sleutel is karma, de leer van actie en reactie. Enerzijds is karma in geen enkel opzicht fatalisme; anderzijds is het evenmin wat algemeen bekend is als ‘toeval’. Het is in wezen een leer van de vrije wil, want de entiteit die het initiatief neemt tot een beweging of een handeling — of die van geestelijke, mentale, psychische, fysieke, of andere aard is — is daarna natuurlijk verantwoordelijk voor de gevolgen en resultaten die eruit voortvloeien en die vroeg of laat terugslaan op de dader of de eerste oorzaak.
Het 3e juweel is de leer van de elkaar doordringende wezens of levens, ook de leer van de hiërarchieën genoemd, die tevens onscheidbare en elkaar overal doordringende gebieden of sferen zijn. Alles bestaat in al het andere. Er zijn in feite nergens absolute scheidslijnen, hoog noch laag, innerlijk noch uiterlijk, goed noch verkeerd, boven noch beneden. Er is in wezen niets dan een eeuwig ZIJN en een eeuwig NU.
De 4e sleutel is de leer van svabhava, de leer van de essentiële karakteristiek van een entiteit, van een geestelijke radicaal; ook de leer van zelfvoortbrenging of zelfwording in het gemanifesteerde bestaan, die een bevestiging is van onze eigen verantwoordelijkheid. Dit is de meest diepzinnige, de meest mystieke van de vier sleutels die we tot dusver hebben genoemd.
De 1e en 4e sleutel, de 1e en 4e dimensie weerspiegelen zich als het ware in elkaar waardoor de macrokosmos en de microkosmos met elkaar worden verbonden. De 5e sleutel (1 + 4) staat symbool voor het reflexieve bewustzijn, de wederkerigheid, de kwintessens.
De microkosmos en macrokosmos zijn door
energiestructuren van de menselijke aura en de stertetraëdervormige energiestructuren (Jan Wicherink, boek Ontheemde Zielen Ontwaken p. 95) met elkaar verbonden.
Het 5e juweel, evolutie of het van binnenuit ontvouwen van latente kwaliteiten, ‘is de sleutel tot zelfbewust leven en bestaan, . . . want het doel, de methode en de werking van het universele bestaan is geheel gericht op de verheffing van het lagere tot het hogere. Dit grootse werk kan nooit worden volbracht door het ‘pad voor zichzelf’ . . . te volgen’ (op. cit.).
Het 6e juweel is de leer die eveneens door twee samengestelde woorden met een tegengestelde betekenis tot uitdrukking wordt gebracht: het eerste is amritayana, een Sanskrietwoord dat ‘onsterfelijkheidsvoertuig’ of ‘wagen of drager, of beter pad van onsterfelijkheid’ betekent en betrekking heeft op de individuele mens; het andere is pratyekayana, een Sanskrietwoord met de betekenis van (in eigen woorden weergegeven) het ‘pad van ieder voor zich’.
Het laatste of het 7e juweel, naar boven geteld, wordt atmavidya genoemd, dat letterlijk ‘kennis van het zelf’ betekent.
Door middel van de Skandhas kan iedereen dingen aan zijn eigen BOEK VAN HET LEVEN toevoegen. "Cecil-Messer matrix": Men zegt dat de Boeddha voor het eerst de skandha’s illustreerde door vijf hoopjes zaad op de grond te leggen. Met betrekking tot de mensheid zijn de skandha’s kenmerkend verdeeld in vijf psychologische groepen of complexen van elementen die de individuele persoonlijkheid samenstellen.
Bij de drie guna’s tamas (these) rajas (antithese) en sattva (synthese) draait het om het principe van de ‘eenheid der tegendelen’, het overbruggen van tegenstellingen, het principe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht.
Synthese ontstaat door these + antithese. Net als de Drie-eenheid kunnen materie, ziel en geest wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden.
Synthese: Het rapport 'E i V' staat echter niet achter de samenvatting die in het artikel van Rinus Kiel wordt weergegeven.
De basis is zelfkennis. Het Ken Uzelve staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’. Er geldt nog steeds verbeter de wereld begin bij jezelf.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 32):
Zij is het ENE LEVEN, eeuwig, onzichtbaar en toch alomtegenwoordig, zonder begin of einde en toch periodiek in haar geregelde manifestaties, terwijl tussen die perioden het duistere geheim van het niet-zijn heerst; onbewust en toch absoluut Bewustzijn ('bijna-dood ervaringen'); niet te verwerkelijken en toch de ene op zichzelf bestaande werkelijkheid; inderdaad ‘een chaos voor het gevoel, een Kosmos voor de rede’. Haar ene absolute kenmerk, namelijk HETZELF, de eeuwige, onophoudelijke beweging, wordt in esoterische taal de ‘grote adem’2 genoemd, dat is de eeuwigdurende beweging van het Heelal in de zin van grenzeloze, altijd aanwezige RUIMTE. Wat bewegingloos is, kan niet goddelijk zijn. Maar er is ook in feite en in werkelijkheid niets absoluut onbeweeglijk binnen de universele ziel.
De Geheime Leer, Deel I, Stanza 3 Het ontwaken van de kosmos (p. 105):
De hemelse oceaan, de aether . . . is de adem van de vader, het levengevende beginsel, de moeder, de heilige geest, . . . want deze zijn niet gescheiden, en hun vereniging is het LEVEN.'
105/106: Wij vinden hier de onmiskenbare echo van de archaïsche Geheime Leer, zoals die nu wordt uiteengezet. De laatste plaatst echter niet ‘de vader’ aan het hoofd van de evolutie van het leven – deze komt op de derde plaats en is de ‘zoon van de moeder’– maar de ‘eeuwige en onophoudelijke adem van het AL’. Het mahat (begripsvermogen, universeel denkvermogen, gedachte, enz.) verschijnt als Vishnu voordat het zich manifesteert als Brahma of Siva, zegt de Sankhya Sara (blz. 16); mahat heeft dus verschillende aspecten, evenals de logos. Mahat wordt in de eerste schepping de Heer genoemd en is in die zin het universele kenvermogen of het goddelijke denken; maar ‘het mahat dat het eerst werd voortgebracht, wordt (later) ego-isme genoemd, wanneer het als ‘ik’ wordt geboren, en dat wordt de tweede schepping genoemd’ (Anugita, Hfst. XXVI). En de vertaler (een bekwame en geleerde brahmaan, geen Europese oriëntalist) verklaart in een voetnoot (6), ‘dat wil zeggen, wanneer mahat zich ontwikkelt tot het gevoel van zelfbewustzijn – het ik – dan neemt het de naam Egoïsme aan’.
De Geheime Leer, Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 134/135):
De lipi-ka’s, van het woord lipi, ‘geschrift’, betekent letterlijk de ‘schrijvers’. Deze goddelijke wezens zijn op mystieke manier verbonden met karma, de wet van de vergelding, want ze zijn de griffiers of geschiedschrijvers, die op de (voor ons) onzichtbare tafelen van het astrale licht, ‘de grote beeldengalerij van de eeuwigheid’, een getrouw verslag afdrukken van iedere handeling en zelfs gedachte van de mens, van alles dat was, is of ooit zal zijn in het Heelal van de verschijnselen. Zoals in ‘Isis’ werd gezegd, is dit goddelijke en ongeziene schilderij het BOEK VAN HET LEVEN ('Akasha-kronieken', Noösfeer). Omdat de lipika’s het ideële plan van het heelal, op basis waarvan de ‘bouwers’ na iedere pralaya de Kosmos weer ontwikkelen, uit het passieve universele denkvermogen in de objectiviteit projecteren, zijn zij het ook die een parallel vormen met de zeven engelen van de Goddelijke Tegenwoordigheid; de christenen zien die engelen in de zeven ‘planeetgeesten’ of de ‘geesten van de sterren’. Want zij zijn de rechtstreekse schrijvers van de eeuwige Verbeeldingskracht of, zoals Plato het noemde, de ‘goddelijke gedachte’. Het Eeuwige Verslag is geen fantastische droom, want dezelfde verslagen komen voor in de wereld van de grove stof. ‘Er valt nooit een schaduw op een muur zonder daarop een blijvend spoor achter te laten, dat men zichtbaar kan maken met behulp van de daarvoor geschikte methode’, zegt dr. Draper. . . .
De Geheime Leer, Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 156/157:)
Als de onderzoeker er meer van wil weten, hoeft hij maar het visioen van Ezechiël (hfst. i) te vergelijken met wat er bekend is over het Chinese boeddhisme (zelfs in de exoterische leringen ervan), en de uiterlijke gestalte van deze ‘grote koningen’ te onderzoeken. Volgens de eerw. Joseph Edkins zijn ze ‘de deva’s die ieder het gezag hebben over een van de vier continenten waarin de hindoes de wereld verdelen’20. Elk voert een leger van geestelijke wezens aan om de mensheid en het boeddhisme te beschermen. Als men de bevoorrechting van het boeddhisme buiten beschouwing laat, zijn de vier hemelse wezens precies zoals ze worden omschreven. Ze zijn de beschermers van de mensheid en ook de werktuigen van karma op aarde, terwijl de lipika’s zich bezighouden met het hiernamaals van de mensheid. Tegelijkertijd zijn ze de vier levende wezens uit de visioenen van Ezechiël ‘die de gelijkenis van een mens hebben’ en die door de bijbelvertalers ‘Cherubijnen’, ‘Serafijnen’, enz. worden genoemd, en door de occultisten ‘de gevleugelde bollen’, ‘de vurige wielen’, en die in het hindoepantheon een aantal verschillende namen hebben. Al deze gandharva’s, de ‘zoete zangers’, de asura’s, kinnara’s en naga’s zijn allegorische beschrijvingen van de ‘vier maharadja’s’. De Serafijnen zijn de vurige slangen van de hemel, die voorkomen in een passage waarin de berg Meru wordt beschreven als: ‘de verheven massa van heerlijkheid, het eerbiedwaardige verblijf van goden en hemelse koorzangers . . . onbereikbaar voor zondige mensen . . . want het wordt bewaakt door slangen’. Zij worden de wrekers en de ‘gevleugelde wielen’ genoemd.
30) De hindoes verdelen de wereld echter in zeven continenten, zowel exoterisch als esoterisch, en hun vier kosmische deva’s zijn er acht, die het gezag hebben over de acht streken van het kompas en niet over de continenten. (Vergelijk ‘Chinese Buddhism’, blz. 216.)
158/159: De lipika’s (van wie een beschrijving is gegeven in de Toelichting op Stanza IV, no. 6) zijn de geesten van het Heelal, terwijl de bouwers alleen maar onze eigen planeetgoden zijn. Eerstgenoemden spelen een rol in het meest occulte gedeelte van het ontstaan van de Kosmos, dat hier niet kan worden gegeven. Of de adepten (zelfs de hoogste) deze orde van engelen voor wat betreft hun drie graden volledig kennen, of alleen de laagste graad daarvan, die in verband staat met de annalen van onze wereld, kan de schrijfster niet zeggen. Zij zou geneigd zijn het laatste te veronderstellen. Over de hoogste graad wordt maar één ding geleerd: de lipika’s staan in verband met karma – omdat ze dit rechtstreeks vastleggen23.
23) Het symbool voor heilige en geheime kennis was in de oudheid steeds een boom, waarmee ook een geschrift of een verslag werd bedoeld. Vandaar het woord lipika’s, de ‘schrijvers’; de ‘draken’, symbolen van wijsheid, die de bomen van kennis bewaken; de ‘gouden’ appelboom van de Hesperiden; de ‘weelderige bomen’ en plantengroei van de berg Meru, die worden bewaakt door een slang. Juno, die aan Jupiter bij hun huwelijk een boom met gouden vruchten geeft, is een andere vorm van Eva, die Adam de appel van de boom van kennis aanbiedt.
159/160: (a) De esoterische betekenis van de eerste zin van de sloka is, dat degenen die lipika’s zijn genoemd, de schrijvers van het karmische grootboek, een ondoordringbare versperring oprichten tussen het persoonlijke ego en het onpersoonlijke ZELF, het noumenon en de oerbron van de eerstgenoemde. Vandaar de allegorie. Zij omgeven de gemanifesteerde wereld van stof met de ring ‘verder niet’. Deze wereld is het (objectieve) symbool van het ENE, dat op de gebieden van de illusie is verdeeld in het vele, van Adi (de ‘eerste’) of van Eka (de ‘ene’); en dit Ene is het collectieve aggregaat of het geheel van de belangrijkste scheppers of architecten van dit zichtbare heelal.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 177/178):
Stel u daarom twee opeenvolgende reeds gevormde gebieden van stof voor, waarvan elk correspondeert met een passend stel waarnemingsorganen. We moeten toegeven dat tussen deze twee gebieden van stof een onophoudelijke circulatie plaatsvindt, en als we de atomen en moleculen van (zeg) het laagste gebied volgen bij hun transformatie in opgaande richting, dan zullen deze op een punt komen, waarop ze geheel buiten het bereik vallen van de vermogens die we op het lagere gebied gebruiken. In feite verdwijnt daar de stof van het lagere gebied voor onze waarneming in het niet – of liever, zij gaat over naar het hogere gebied; en de toestand van de stof die correspondeert met zo’n punt van overgang, moet ongetwijfeld bijzondere en niet gemakkelijk te ontdekken eigenschappen bezitten. Fohat brengt ‘zeven’ van ‘dergelijke neutrale middelpunten’15 voort, en zet de stof tot werkzaamheid en ontwikkeling aan, wanneer – zoals Milton zegt – :
‘Goede grondslagen (zijn) gelegd om op te bouwen . . .’
15) Dit is volgens ons de naam die door Keely uit Philadelphia is gegeven aan wat hij noemt de ‘etherische centra’. Keely is de uitvinder van de beroemde ‘motor’ die, zoals zijn bewonderaars hoopten, was bestemd om een omwenteling in de wereld te veroorzaken op het punt van de motorische kracht.
De Geheime Leer Deel I Stanza 6. Vervolg (p. 225/226):
Toen ‘Isis’ werd geschreven, waren de zeven beginselen van de ingewijden uit het oosten nog niet uiteengezet, maar alleen de drie kabbalistische aspecten van de half-exoterische Kabbala14. Maar deze bevatten de beschrijving van de mystieke naturen van de eerste groep Dhyan-Chohans in het regimen ignis, het gebied en ‘bestuur (of regering) van het vuur’, en die groep is verdeeld in drie klassen, samengevat door de eerstgenoemden, waardoor vier of de ‘Tetraktis’ ontstaat. (Zie de Toelichting op Stanza VII, Deel I.) Als men de Toelichtingen aandachtig bestudeert, zal men in de naturen van de engelen dezelfde opklimmende reeks vinden, nl. van het passieve naar het actieve; de laatste van deze wezens staan even dicht bij het ahamkara element (het gebied waarin egoschap of het ik-ben-gevoel zich begint af te tekenen) als de eerste bij de ongedifferentieerde essentie. De eerste zijn arupa, niet-lichamelijk; de laatste rupa, lichamelijk.
228/229: In de Kabbala worden de werelden vergeleken met vonken die wegvliegen van onder de hamer van de grote architect – de WET, de wet waaronder al de kleinere scheppers vallen.
Het volgende vergelijkende diagram laat zien dat de twee stelsels, het kabbalistische en het oosterse, overeenkomsten vertonen. De bovenste drie lagen zijn de drie hogere bewustzijnsgebieden, die in beide scholen alleen aan de ingewijden worden onthuld en verklaard. De onderste lagen geven de vier lagere gebieden weer – het laagste is ons gebied, of het zichtbare Heelal.
229: Deze zeven gebieden corresponderen met de zeven bewustzijnstoestanden in de mens. Het is zijn taak om zijn eigen drie hogere toestanden af te stemmen op de drie hogere gebieden in de Kosmos. Maar voordat hij dit kan proberen, moet hij de drie ‘zetels’ ervan tot leven en activiteit opwekken. En hoevelen zijn in staat zich ook maar een oppervlakkig begrip te vormen van atma-vidya (geest-kennis), of wat door de soefi’s wordt genoemd rohanee? In sloka 3 van de toelichting op Stanza VII in dit Deel zal de lezer een nog duidelijker uitleg van het bovenstaande vinden bij de bespreking van saptaparna de mens-plant. Zie ook de paragraaf met die naam in Afd. II.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 258):
3. WANNEER DE ENE TWEE WORDT, VERSCHIJNT HET ‘DRIEVOUD’ (a). DE DRIE ZIJN (verbonden tot) ÉÉN, EN HET IS ONZE DRAAD, O LANOO, HET HART VAN DE MENS-PLANT DIE SAPTAPARNA WORDT GENOEMD (b).
De Chaos wordt mannelijk-vrouwelijk, het water wordt voortgebracht door het licht, en het ‘drievoudige wezen komt als zijn eerstgeborene tevoorschijn’. ‘Osiris-Ptah (of RA) schept zijn eigen ledematen (zoals Brahma), door de goden te scheppen die zijn bestemd om tijdens de cyclus zijn fasen te verpersoonlijken’ (xvii, 4). De Egyptische Ra, die uit de DIEPTE tevoorschijn komt, is de goddelijke universele ziel in haar gemanifesteerde aspect, en hetzelfde geldt voor Narayana, de purusha,
‘verborgen in akasa en aanwezig in de ether’.
263/264: (b) De slotzin van deze sloka laat zien hoe archaïsch het geloof en de leer zijn dat de mens zevenvoudig van samenstelling is. De draad van het zijn, die de mens bezielt en door al zijn persoonlijkheden of wedergeboorten op deze aarde loopt (een verwijzing naar sutratma), de draad waaraan bovendien al zijn ‘geesten’ zijn geregen – is gesponnen uit de essentie van het ‘drievoud’, het ‘viervoud’ en het ‘vijfvoud’, die al de voorafgaande bevatten. Panchasikha is, zoals ook het Bhagavata Purana (Dl. XX, 25-28) zegt, een van de zeven kumara’s die naar Sveta-dvipa gaan om Vishnu te vereren. Wij zullen later zien welk verband er is tussen de ‘ongehuwde’ en kuise zonen van Brahma, die weigeren ‘zich te vermenigvuldigen’, en aardse stervelingen. Intussen is het duidelijk, dat ‘de mens-plant’, saptaparna, verwijst naar de zeven beginselen, en de mens wordt vergeleken met de zevenbladige plant van die naam28, die bij de boeddhisten zo heilig is.
Voor verdere bijzonderheden over saptaparna en de betekenis van het getal zeven, zowel in het occultisme als in de symboliek, wordt de lezer verwezen naar Deel II, Afdeling II, over symboliek: hoofdstukken over ‘Saptaparna’, ‘Het zevenvoudige element in de Veda’s’, enz.
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 301):
(6.) Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. We zien dat iedere uitwendige beweging, handeling, gebaar, hetzij vrijwillig dan wel mechanisch, organisch of mentaal, wordt voortgebracht en voorafgegaan door een inwendig gevoel of emotie, door wil of wilskracht, en door gedachte of verstand. Zoals er onder normale omstandigheden geen uiterlijke beweging of verandering kan plaatsvinden in het uitwendige lichaam van de mens, tenzij deze wordt opgewekt door een innerlijke impuls, afkomstig van één van de drie genoemde functies, kan dit evenmin geschieden in het uitwendige of gemanifesteerde Heelal. De hele Kosmos wordt geleid, beheerst en bezield door een bijna eindeloze reeks hiërarchieën van bewuste wezens, die elk een taak hebben te volbrengen en die – of we ze nu de ene of de andere naam geven en ze Dhyan-Chohans of engelen noemen – ‘boodschappers’ zijn, maar alleen in die zin dat ze werktuigen zijn van de karmische en kosmische wetten.
311/312: ‘Uit pradhana (oorspronkelijke substantie), beheerst door kshetrajna (belichaamde geest?), komt de evolutie van die eigenschappen voort. . . . Uit het grote beginsel mahat (universeel verstand of denkvermogen) . . . komt de oorsprong van de ijle elementen voort en daaruit ontstaan de zintuigen . . .’ (Deel I, ii.)
312: Zo kan worden aangetoond dat alle grondwaarheden van de natuur in de oudheid algemeen verbreid waren en dat de basisideeën over geest, stof en het heelal of over God, substantie en de mens dezelfde waren. Als men de twee oudste religieuze filosofische stelsels van de wereld, het hindoeïsme en het hermetisme, aan de geschriften van India en Egypte ontleent, is de overeenkomst tussen die twee gemakkelijk in te zien.
317/318: (xxix.) ‘De eerste is de . . . ‘Moeder’ (prima MATERIA). Terwijl ze zich scheidt in haar oorspronkelijke zeven toestanden, beweegt ze cyclisch naar omlaag; wanneer20 ze zich in haar LAATSTE beginsel tot GROVE STOF heeft verdicht, draait ze om zichzelf rond en bezielt met de zevende uitstraling van dat laatste beginsel het eerste en laagste element (de slang die in haar eigen staart bijt). In een hiërarchie of bestaansorde is de zevende uitstraling van haar laatste beginsel als volgt.
(a) In de mineralen, de vonk die er latent in aanwezig is en tot haar vergankelijke bestaan wordt geroepen door het POSITIEVE dat het NEGATIEVE doet ontwaken (enzovoort) . . .
20) Vergelijk de Hermetische ‘Natuur’, die ‘cyclisch afdaalt in de stof, wanneer ze de ‘hemelse mens’ ontmoet’.
De Geheime Leer Deel I, Chaos - theos - kosmos (p. 373):
En indien wordt aangetoond dat het religieuze denken van de mens al in die tijden, die door de welige groei van de overlevering aan onze blik zijn onttrokken, zich op alle delen van de aardbol in dezelfde geest heeft ontwikkeld, dan wordt het duidelijk dat die gedachte – op welke breedtegraad ook geboren, in het koude noorden of het brandende zuiden, in het oosten of het westen – werd geïnspireerd door dezelfde openbaringen en dat de mens werd grootgebracht onder de beschermende schaduw van dezelfde BOOM VAN KENNIS.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 14 De vier elementen (p. 505):
Plato heeft de vier elementen volledig gekarakteriseerd toen hij zei dat zij dat waren ‘wat de samengestelde lichamen samenstelt en ontbindt’. Daarom was de verering van de kosmos, zelfs in haar laagste aspect, nooit het fetisjisme dat de passieve uiterlijke vorm en stof van een of ander voorwerp vereert en aanbidt, maar richtte zij zich altijd op het daarin aanwezige noumenon. Vuur, lucht, water en aarde waren alleen maar het zichtbare omhulsel, de symbolen van de bezielende, onzichtbare zielen of geesten – de kosmische goden, die werden vereerd door de onwetenden en eenvoudigen en die eerbiedig werden erkend door hen die wijzer waren. De waarneembare onderafdelingen van de noumenale elementen werden op hun beurt bezield door de zogenaamde elementalen, de ‘natuurgeesten’ van lagere rangen.
De στοιχεῖα (elementen) van Plato en Aristoteles waren dus de onlichamelijke beginselen die waren verbonden met de vier grote afdelingen van onze kosmische wereld, en terecht omschrijft Creuzer dit oorspronkelijke geloof ‘. . . als een soort magie, een psychisch heidendom en een vergoddelijking van vermogens; een vergeestelijking die de gelovigen in nauw contact met deze vermogens bracht’ (Deel IX, blz. 850).
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 Leven, kracht of zwaartekracht (p. 591):
Men moet dus beslist de occulte filosofie bestuderen, voordat men begint de geheimen van de natuur alleen aan de buitenkant te onderzoeken en te zoeken, want alleen hij ‘die de waarheid over de eigenschappen van de natuur kent, en die de schepping van alle wezens begrijpt . . . , is vrij’ van het maken van vergissingen. De ‘leermeester’ zegt: ‘Als men de grote boom volkomen begrijpt, waarvan het niet-waargenomen gedeelte (de occulte natuur, de wortel van alles) de scheut is uit het zaad (Parabrahmam), die het begrijpen (mahat, of de universele, intelligente ziel) als stam heeft; waarvan de takken het grote egoïsme10 zijn, in de holten waarvan de scheuten zijn, namelijk de zintuigen; waarvan de grote (occulte of onzichtbare) elementen de bloemtrossen zijn11, de grove elementen (de grove objectieve stof), de kleinere takken, die altijd bladeren en altijd bloemen hebben . . . de boom die eeuwig is en waarvan het zaad Brahman (de godheid) is; en als men deze boom omhakt met dat voortreffelijke zwaard – de kennis (geheime wijsheid) – dan bereikt men onsterfelijkheid en werpt men geboorte en dood af.’
Dit is de levensboom, de Aśvatthaboom; alleen na het omhakken hiervan kan de slaaf van leven en dood, de MENS, vrij worden.
10) Ahamkāra, veronderstel ik, dat ik-gevoel (of ahamschap) dat tot alle dwalingen leidt.
595: Zo schrijft prof. De Quatrefages:
‘Het is waar dat we niet weten wat leven is; maar evenmin weten we wat de kracht is die de sterren in beweging brengt . . . Levende wezens hebben gewicht en zijn daarom onderhevig aan de zwaartekracht. Ze zijn de zetel van talrijke en verschillende fysisch-chemische verschijnselen die onmisbaar zijn voor hun bestaan en die men moet toeschrijven aan de werking van etherodynamica (elektriciteit, warmte, enz.). Maar deze verschijnselen worden hier gemanifesteerd onder invloed van een andere kracht . . . Het leven staat niet vijandig tegenover de onbezielde krachten, maar het bestuurt en beheerst hun werking door zijn wetten15.’
15) The Human Species, blz. 11.
De Geheime Leer] Deel I, hoofdstuk 10 De kracht van de toekomst Haar mogelijkheden en onmogelijkheden (p. 616):
Velen noemen het bovenstaande ‘onwetenschappelijk’. Maar dat geldt voor alles wat niet door de natuurwetenschap wordt bekrachtigd en binnen strikt orthodoxe lijnen gehouden. Wat kan de wetenschap antwoorden op feiten die al aan het licht zijn gekomen en die niemand nog langer kan ontkennen, tenzij de verklaring van de uitvinder zelf wordt aanvaard? En zijn verklaringen die, zoals gezegd, van een spiritueel en occult standpunt, hoewel niet van dat van de materialistische speculatieve (exact genoemde) wetenschap, geheel orthodox zijn, zijn daarom in dit opzicht ook de onze. De occulte filosofie onthult weinig van haar belangrijkste levensmysteries.617: Er werd gezegd dat de uitvinder van de ‘zelf-motor’ was, wat in het jargon van de kabbalisten een ‘geboren magiër’ wordt genoemd. Dat hij onbewust was en zou blijven van de volledige draagwijdte van zijn vermogens en alleen maar die zou ontwikkelen die hij in zijn eigen natuur had ontdekt en vastgesteld – ten eerste, omdat hij ze toeschreef aan de verkeerde oorzaak en ze daarom nooit volledig zou kunnen ontplooien; en ten tweede, omdat het buiten zijn krachten lag aan anderen door te geven wat een vermogen inherent aan zijn bijzondere natuur was. Daarom kon het hele geheim niet voorgoed voor praktische doeleinden of gebruik op iemand anders worden overgedragen8.
8) Wij vernemen dat deze opmerkingen niet van toepassing zijn op de nieuwste ontdekking van Keely; alleen de tijd kan de grens van zijn prestaties precies aangeven.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk Mogelijke bezwaren tegen het voorafgaande - EVOLUTIE VAN DE ZOOGDIEREN. DE EERSTE VAL (p. 210/211):
Deze hedendaagse theorie was vanaf de vroegste tijden aan de wijzen en de occultisten als feit bekend en werd door hen veel filosofischer uitgedrukt. Wij citeren hier een passage uit ‘Isis Ontsluierd’ om een paar punten van vergelijking te verschaffen. In Deel I, blz. 388-9 (Engelse uitgave) werd gevraagd waarom de fysiologen met al hun grote geleerdheid niet de teratologische verschijnselen konden verklaren? Iedere anatoom die de ontwikkeling en de groei van het embryo tot ‘onderwerp van bijzondere studie’ heeft gemaakt, kan zonder veel hersenwerk mededelen wat de dagelijkse ondervinding en het getuigenis van zijn eigen ogen hem laten zien, namelijk dat tot een bepaalde periode het menselijke embryo een reproductie is van een jong kikvorsachtig dier in het stadium dat volgt op het ei – een kikkervisje. Maar geen enkele fysioloog of anatoom schijnt op het idee te zijn gekomen om op de ontwikkeling van de mens – vanaf zijn eerste stoffelijke verschijnen als kiem tot zijn uiteindelijke vorming en geboorte – de pythagorische esoterische leer van de metempsychose toe te passen, die door de critici zo verkeerd wordt uitgelegd. De betekenis van het axioma: ‘Een steen wordt een plant; een plant een dier; een dier een mens, enz.’ werd al elders gegeven in verband met de geestelijke en stoffelijke evolutie van mensen op deze aarde. Wij zullen er nu een paar woorden aan toevoegen om de zaak duidelijker te maken.
Wat is de oorspronkelijke vorm van de toekomstige mens?
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 14 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 652/653):
Dit tweevoudige stelsel werd samen met het tiental door Pythagoras uit India meegebracht. Dat dit het stelsel van de Brachmans en Iraniërs was, zoals zij door de oude Griekse filosofen worden genoemd, wordt ons bevestigd door de hele Sanskrietliteratuur, zoals de Purāna’s en de wetten van Manu. In deze ‘wetten’ of ‘verordeningen van Manu’ staat dat Brahmā eerst ‘de tien heren van het Zijn’ schept, de tien prajāpati’s of scheppende krachten; deze tien brengen ‘zeven’ andere Manu’s voort, of liever, zoals sommige handschriften zeggen, Munin (in plaats van Manūn), ‘toegewijden’ of heilige wezens: in de westerse religie de zeven engelen van de Tegenwoordigheid. Dit geheimzinnige getal zeven, geboren uit de bovenste 'driehoek', die zelf is geboren uit de top daarvan, of de stille diepten van de onbekende universele ziel (sigè en bythos), is de zevenvoudige saptaparna plant, geboren en gemanifesteerd op het oppervlak van de bodem van mysterie, uit de drievoudige wortel die diep is begraven onder die ondoordringbare bodem. Deze gedachte wordt volledig uitgewerkt in Deel I, de § ‘Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachte’, waaraan de lezer zorgvuldig aandacht moet schenken als hij het metafysische denkbeeld wil begrijpen dat in het bovengenoemde symbool is besloten.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 15 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 672):
Deze heilige getallen (3, 4, 7) zijn de heilige getallen van licht, leven en eenmaking – vooral in het tegenwoordige manvantara, onze levenscyclus, waarvan het getal zeven de bijzondere vertegenwoordiger of het factorgetal is. Dit moet nu worden aangetoond.
A Saptaparna
672/673: Dat is de naam die in het occulte spraakgebruik aan de mens wordt gegeven. Deze betekent, zoals elders is aangetoond, een plant met zeven bladeren, en de naam heeft een grote betekenis in de boeddhistische legenden. Dat was ook het geval in de Griekse ‘mythen’, waarin hij onder vermomming voorkomt. De T, of (tau), gevormd uit het cijfer 7 en de Griekse letter Γ (gamma), was (zie de § ‘Kruis en cirkel’) het symbool van het leven en van het eeuwige leven: van het aardse leven, omdat Γ (gamma) het symbool van de aarde (gaia)1 is; en van het ‘eeuwige leven’, omdat het cijfer 7 het symbool is van hetzelfde leven, verbonden met het goddelijke leven; het dubbele teken, uitgedrukt in meetkundige figuren, is:
een driehoek en een vierkant, het symbool van de zevenvoudige MENS.
Nu werd het getal zes in de oude mysteriën beschouwd als een embleem van de fysieke natuur. Want zes vertegenwoordigt de zes afmetingen van alle lichamen: de zes lijnen die hun vorm samenstellen, namelijk de vier lijnen die zich uitstrekken naar de vier hemelstreken, noord, zuid, oost en west, en de twee lijnen van hoogte en dikte, die overeenkomen met het zenit en het nadir. Terwijl dus het zestal door de wijzen op de fysieke mens werd toegepast, was het zevental voor hen het symbool van die mens plus zijn onsterfelijke ziel.
De Geheime Leer Deel III, p. 651: Skandha’s zijn de kiemen van het leven op alle zeven gebieden van het bestaan en vormen de samenheid van de subjectieve en de objectieve mens. Elke trilling die wij hebben doen ontstaan is een skandha.
De exoterische skandha’s hebben met de stoffelijke atomen en trillingen of de objectieve mens te maken, de esoterische met de innerlijke en subjectieve mens.
Radha Burnier Het licht van Boeddhi (4 september 2011)
Krishnamurti schreef:
‘Het is een uitgestrekte, cynische wereld, en cynisme kan nooit affectie, zorg en liefde tolereren. Ik ben bang dat wij die eigenschap kwijt zijn – de eigenschap mededogen. Probeer mededogen niet te analyseren; het kan heel gemakkelijk geanalyseerd worden. U kunt geen liefde analyseren. Liefde ligt niet binnen de beperkingen van het brein; omdat het brein het instrument is van gewaarwording, is het het middelpunt van alle reactie en actie, en wij proberen vrede, liefde te vinden binnen dit beperkte gebied… Het schijnt mij toe dat het belangrijk is dat u de hele structuur ziet van menselijk geweld en wreedheid, die zich uiteindelijk uitdrukt in oorlog. Als u dat volkomen ziet, dan zult u juist bij het zien daarvan het goede doen.’
Elders schreef hij:
‘Tot er een radicale verandering plaatsvindt en wij alle nationaliteiten, ideologieën, religieuze scheidingen uitwissen, en een wereldwijde verbondenheid scheppen – innerlijk, voorafgaand aan het organiseren van de uiterlijke – zullen we doorgaan met oorlogvoeren. Wanneer u anderen kwaad doet of doodt, hetzij in woede of door georganiseerde moord die oorlog genoemd wordt, vernietigt u, die de rest van de mensheid vormt, uzelf.’
Alle ware religieuze leringen gaan over tederheid, onschuld en liefde jegens alle levende wezens. Het ideale regeringsstelsel is er één die religie in deze zin steunt, door activiteiten en industrieën te stimuleren die vriendelijke en onzelfzuchtige gevoelens en gedachten bevorderen. Het verbond tussen politici en de geestelijkheid is verwerpelijk en schadelijk omdat hun doelstellingen zelfzuchtig en sektarisch zijn. Maar rechtvaardige leiders en ‘filosofenkoningen’ kunnen beleid formuleren dat de ontwikkeling van deugd bevordert en dat leidt tot het pad van goede wil en universele liefde.
Daniel Goleman (Stockton, 7 maart 1946) is een Amerikaans psycholoog. Hij introduceerde als eerste voor een breed publiek het begrip emotionele intelligentie (EQ).
| Cindy Wigglesworth | Onderzoeksrapport 'E i V', Intelligentie (Intelligent Design): | Evolutie ('Evolutie en Involutie'): |
| SQ - Spiritual Intelligence | 'Creativiteit en Wijsheid' | SQ - Spiritual intelligence (Danah Zohar, SI) |
| EQ - Emotional Intelligence | Tijdymmetrie, evolutie van de identiteit (cultuursociologie) | EQ - Emotionele intelligentie |
| IQ - Logical and verbal | Spiegelsymmetrie (waarnemer van IQ, intelligentiemeting) | IQ - Verstandelijke evolutie |
| PQ - Physical Intelligence | Materiesymmetrie (evolutiepsychologie, culturele psychologie) | PQ - Stoffelijke evolutie |
| Triade | Chaostheorie | Hoofdstuk 1.5.1 en | 8.4.1 (Drie domeinen) | Rapport ‘E i V’: | |
| 1e Sleutel | Iteratie (cyclische ronde) | Recursie | Tijdsymmetrie | Filosofie | Hoofdstuk 7 en 8 |
| 2e Sleutel | Gelijkvormigheid (Symmetrie) | Spiegelsymmetrie | (Karma-Nemesis) | Sociologie | Hoofdstuk 6 |
| 3e Sleutel | Gebroken symmetrie | Complementariteit | Materiesymmetrie | Psychologie | Hoofdstuk 5 |
Uitgangspunt is dat de drie eigenschappen van fractals - iteratie (Recursie), zelfgelijkvormigheid (Wederkerigheid) en gebroken dimensie ('Hemel en Aarde', 'Macrokosmos en Microkosmos') – met de 1e, 2e en 3e grondstelling (1e, 2e en 3e wijsheidssleutel, 1e, 2e en 3e Logos) van de theosofie overeenkomen.
G. Barborka boek Het Goddelijke plan - Menswording en Evolutie
Pagina 590: Het thema 'E i V' komt in het hoofdstuk 'Hoe het Ene het Vele wordt' ter sprake.
596/597: De paragraaf Een lijst van met gelijkwaardige termen bevat een overzicht van de synoniemen: Akasha, Universele denkvermogen, Fohat, Drie Logoi.
610: EROS = FOHAT.
De vergelijking van Fohat in de ongeopenbaarde stadia van een Heelal (Pralaya) en Fohat in openbaring (Manvantara) met Eros en Cupido werpt licht op een interessant punt in de Griekse mythologie. Cupido was werkelijk de stralende, gevleugelde god van de liefde in het oude Rome en voor die tijd werd hij in Griekenland op dezelfde wijze bezien onder de naam Eros, die altijd in het gezelschap van zijn moeder Venus (Aphrodite), de godin van de liefde, verkeerde.
610: In deze vroegste drieëenheid zijn dus Chaos (of veeleer Chaino), Chaia en Eros (Chaos, Gaea, Eros) gelijk in betekenis aan Parabrahman (De éne werkelijkheid, Ain-Soph), Mûlaprakriti (p. 602: Voor – kosmische – wortel – substantie) en Fohat (p. 607). Zij vertegenwoordigen dus die stadia van een heelal, die aan de openbaring ervan vooraf gaan.
627: De tweede Logos is de ‘brug’ tussen de ongeopenbaarde Logos (Nârâyana) en de geopenbaarde logos. Īśvara staat voor de ongeopenbaarde Logos en Īśavara voor de geopenbaarde logos.
G. de Purucker boek Fundamentals of the Esoteric Philosophy Hoofdstuk 33
DE LEVENSGOLF EN DE ZEVEN ELEMENTEN. DE ESOTERISCHE FILOSOFIE ZOALS DIE DOOR DE STOïCIJNEN WERD ONDERWEZEN.
Deze levensgolf doorloopt in totaal zeven keer de zeven bollen van onze planeetketen, gaat eerst cyclisch omlaag langs de schaduwboog door al de zeven elementen van de kosmos heen, waarbij ze in elk hiervan ervaring opdoet; elke entiteit van de levensgolf, van welke graad of soort ze ook is, geestelijk, psychisch, astraal, mentaal, goddelijk, gaat steeds verder en verder en verder omlaag totdat ze op het diepste punt van de boog, wanneer het midden van de vierde ronde is bereikt, het einde voelt van de neerwaartse impuls. Dan begint de opwaartse impuls. Volgens de stoïcijnse leer gaat alles stap voor stap terug naar het goddelijke, opnieuw door de elementen heen, waarbij het lagere in het hogere wordt teruggetrokken totdat tenslotte de grote cyclische ronde is voltooid en de rondtrekkende wezens de godheid weer binnengaan, waarbij de mens zich in de voorste rijen bevindt. Zoals al eerder werd gezegd, begint de ‘mens’ zijn evolutionaire tocht als een niet-zelfbewuste godsvonk en beëindigt hij deze als een zelf-bewuste god.
Horatius' werken vertonen een heel verscheiden thematiek. Naar de inhoud is zijn oeuvre in hoofdzaak een lofzang op wat hij de aurea mediocritas (gulden middenweg) noemt. Beschermd en gesteund door Maecenas verheerlijkt Horatius, overeenkomstig de geest van die tijd, de zegeningen van het nieuwe regime van keizer Augustus. Zijn filosofie wordt wel eens weergegeven met de woorden carpe diem ('pluk de dag'), hetgeen hem stempelt tot een aanhanger van het hedonisme (filosofische leer die stelt dat het zinnelijke genot de drijfveer en het doel van het menselijke handelen is). Men mag daarbij echter niet vergeten dat bij Horatius het genot aan de rede ondergeschikt bleef. Hij was eerder een gematigd epicurist, die zowel de mondaine genoegens van de grootstad als de rust van het landelijke leven wist te appreciëren.
Samenvatting
Theosofie (TV) is op de drie grondbeginselen, het onkenbare eerste beginsel, het tweede beginsel 'Periodiciteit' (law of one van Zaaien en Oogsten) en het derde beginsel van de 'Hiërarchieën' gebaseerd. Het 1e, 2e en 3e grondbeginsel van de theosofie correleren met ruimte, tijd en materie (deeltjes).
De sleutel tot zelfbewust leven berust op het inzicht te beseffen dat beelden slechts ideeën zijn die zich in elkaar spiegelen en in feite een eenheid vormen.
De 4e sleutel is de leer van svabhava, het betreft het unieke karakter (4. Veerkrachtig) van ieder wezen en klasse van wezens.
Volgens Kees van Lieshout, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de katholieke universiteit Nijmegen, wordt extraversie bepaald door de wijze waarop mensen worden geactiveerd. Er is een duidelijk verschil tussen introverte en extraverte types bij prikkels uit de omgeving. Van Lieshout brengt liever een ander onderscheid aan tussen overcontrolers, undercontrolers, en veerkrachtige individuen. De veerkrachtige houden het (gulden) midden tussen beide extremen. De biologische bepaaldheid van persoonlijke eigenschappen verklaart mede de verschillen tussen mannen en vrouwen. Overcontrolers zijn relatief vaak vrouwen, undercontrolers relatief vaak mannen.
De stertetraëder combineert de mannelijke en de vrouwelijke energie. De mate van extraversie brengt het complementariteitsprincipe tot uitdrukking.
De ultieme blauwdruk van het leerproces (‘Avatar’, oerbron) blijft in de schepping verborgen. Wel is het mogelijk voor de mensheid van kennis uit de oerbron gebruik te maken. Het is met behulp van meditatie of gebed mogelijk om orde te scheppen in de chaos. Het is een illusie te geloven dat we de schepping kunnen beheersen. Het geloof in een nieuwe toren van Babel, met de huidige kredietcrisis als gevolg, is daar een duidelijk voorbeeld van.
De natuur werkt langs analogische lijnen. Macrocosmische processen zijn analoog aan microcosmische processen. Op deze manier, door toepassing van de meester-sleutel van de analogie, worden de zeven juwelen van wijsheid toegepast.
Het derde juweel betreft de leerstelling van hiërarchieën (ook wel bekend als de leerstelling van de emanaties - zie lit. 7).
De snaartheorie verbindt de Relativiteitstheorie met de Quantummechanica, de macrokosmos met de microkosmos.
Het woord religieus komt van het latijnse woord religare, dat verbinden betekent. Religare betekent dat je iets uit het zichtbare verbindt met het onzichtbare, dat je het materiële verbindt met het geestelijke. Anders gezegd: religie is de verbinding tussen hemel en aarde. We noemen een ervaring religieus, als je in iets aards een stukje hemel ervaart. Je hoort aardse muziek, maar het klinkt als hemelse muziek. Je ziet een schilderij, gemaakt van verf dat met mensenhanden via penselen op canvas is aangebracht, maar je ziet door die materie heen een diepe geestelijke werkelijkheid. Je leest een gedicht, mensenwoorden, maar in dat gedicht spreekt iets bovenaards je aan.
Het wiskundige model van de chaostheorie maakt het mogelijk het wiskundige model van Pythagoras nog beter te leren begrijpen.
Hierocles of Alexandria heeft de Gulden Verzen van Pythagoras van commentaar voorzien.
Wij kunnen ons alleen van onze neiging tot het lagere ontdoen door de kracht die opwaarts leidt, door ons geheel over te geven aan God, door ons volledig te bekeren tot de goddelijke wet (G. Barborka p. 175).
De 'Gulden Verzen' die aan de grote Griekse wijsgeer worden toegeschreven, zijn een synthese van de pythagorische levenswijze: de uitgangspunten voor een dagelijks gedrag dat tot 'vergoddelijking' of de spirituele opgang van de zielepersoonlijkheid leidt.
10. De Tetraktis werd vaak voorgesteld als een driehoek van tien punten.
De tien punten van de vier niveaus van het symbool vertegenwoordigen schepping en werden door de pythagoreeërs als volgt verstaan:
1. De Monade symboliseerde Eenheid, de staat van zijn vóór de schepping.
2. De Diade symboliseerde de eerste beweging naar schepping; de splitsing van de Monade in twee polariteiten.
3. De Triade symboliseerde de vereniging van de twee polariteiten door een bemiddelende hoedanigheid, de Logos of het Woord, of het filosofische kwik van de Hermetici.
4. De Tetrade symboliseerde de werkelijke schepping van het stoffelijke universum door de vier elementen vuur, lucht, water en aarde, van de Ouden.
Om de waarheid te achterhalen is er volgens Pythagoras - in verband met de supersymmetrie in de schepping - geen complexe wiskunde nodig. Om de 10 dimensies weer te geven is de gebruikte wiskunde van het metrieke stelsel eenvoudiger dan bij de snaartheorie.
The Tetractys represented the organization of space. Of met andere woorden om de schepping, de éne werkelijkheid te duiden maakt Pythagoras gebruik van een wiskundig model.
Ilya Prigogine is een van de belangrijkste grondleggers van een ander wiskundig model, namelijk de chaostheorie dat gebruikt wordt om dynamische systemen te onderzoeken. Voor wie denkt in termen van ongekende mogelijkheden, waarschijnlijkheden is de natuur, het hele universum beter te begrijpen. Er is geen natuurwet die voor de eurocrisis een oplossing biedt. Het draait nog steeds om 'Ken uzelve'.
Een informaticus is een wetenschapper die met behulp van computers (hardware + software) de informatiebehoefte en informatievoorziening optimaal met elkaar verbindt. Daarentegen is een esoteriscus een wetenschapper die met behulp van De Geheime Leer (Lichaam en Geest) beoogt ‘Luisteren en Spreken’ optimaal met elkaar te verbinden.
De bevindingen van het onderzoeksrapport 'E i V' borduren voort op:
Erwin Schrödinger knows that this statement is open to misconception and tries to clarify it. The main principle involved with "order-from-disorder" is the second law of thermodynamics, according to which entropy only increases. Schrödinger explains that living matter evades the decay to thermodynamical equilibrium by feeding on negative entropy.
The book Quantum Aspects of Life notably addresses questions of quantum physics, biophysics, nanoscience, quantum chemistry, mathematical biology, complexity theory, and philosophy that are inspired by the 1944 seminal book What Is Life? by Erwin Schrödinger.
Ilya Prigogine stelt: De ervaring van de pijl van de tijd en van de creativiteit is waar het in het leven om draait en we zijn zeker nog lang niet toe aan een kwantitatieve theorie van spontane zelforganisatie.
De basis voor zelfregulering (4.1.2.1. Het principe van de tegendelen) is zelfkennis. Het Ken Uzelve staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’. Er geldt nog steeds verbeter de wereld begin bij jezelf. Het ontstaan van spontane zelfordening uit chaos wordt emergentie genoemd.
Het ‘en-en’/‘of-of’-mechanisme, de tegenstelling tussen ‘Entropie en Negentropie’ kan met de tegenstelling tussen 'Sat-Asat' worden vergeleken. Sat is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel (Oer-chaos, Prima Materia, oerbron, oerstof), waaruit en waardoor alles voortkomt. Sat wordt geboren uit Asat, en Asat wordt voortgebracht door Sat. Het mechanisme ‘Sat-Asat' (Karma-Nemesis) brengt de eigenschap emergentie van de chaostheorie al tot uitdrukking.
De dodecaëder en de icosaëder zijn ook tegenhangers van elkaar. Elke lijn, vlak en hoek in een Platonisch lichaam zijn identiek aan elke andere lijn, vlak of hoek uit dezelfde vorm. Met andere woorden de Platonische lichamen zijn extreem symmetrisch. Of met andere woorden de dodecaëder van Plato brengt de keerzijde van de supersymmetrie (SUSY) in de natuurkunde tot uitdrukking.

Platonische lichamen
Binnen een pentagoon kan een pentagram worden getekend. In het centrum van het pentagram ontstaat een nieuw pentagoon. Het recursieproces brengt de manifestatie van de zelfgelijkvormigheid (wederkerigheid) tot uitdrukking.
Op aarde zal het onkenbare, ongemanifesteerde eerste beginsel leven, een perpetuum mobile nooit worden gevonden, cq. kunnen worden gecreëerd. De bron van de blauwdruk van het heelal, van de innovatieve geestelijke structuur blijft verscholen.
Het patroon van de schepping zit verscholen in de 'ongemanifesteerde en de gemanifesteerde' werkelijkheid. De lemniscaat, de tijdsymmetrie verbindt de triade met de tetrade (triade en tetrade). De antroposofie van Steiner is nog steeds actueel.
De oudste mimesistheorie is van Plato, de stichter van de oudste Academie. De mimesistheorie van Plato is onderdeel van zijn Ideeën-leer, die de wereld verdeelt in een zintuiglijke en een geestelijke wereld. De geestelijke wereld is werkelijk, de zintuiglijke is een illusie, want veranderlijk. Men moet zich volgens Plato richten op het geestelijke en streven naar de hoogste wijsheid, namelijk die van het Goede, het Ware en het Schone.
In een overzicht zijn de 10 dimensies en de zeven sleutels weergegeven. De 4e dimensie scheidt verleden en toekomst, de ruimte-tijd spiegelsymmetrie. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie (spiegelneuron) de scheidslijn ('Membraan') tussen de micro- en de macrokosmos is op een hoger aggregatieniveau (superspiegelneuron) kandidaat voor de verborgen 8e ('cyclisch universum'), 9e en de 11e dimensie, die een ommekeer mogelijk maakt.
Pim Blomaard: Steiner poogde de tegenstelling te overbruggen die het denken van zijn tijd beheerste. De wereldbeschouwingen lopen aan het eind van de negentiende eeuw zeer uiteen: hard materialisme en verheven metafysica strijden om de voorrang. De eerste richting eist een natuurwetenschappelijke onderzoeksmethode terwille van objectieve kennis (empiristisch positivisme), de tweede een reflexieve methode terwille van een onwankelbaar fundament (idealistische bewustzijnsfilosofie).
Rudolf Steiner De wetenschap van de geheimen der ziel Herkomst en bestemming van de mens (Vertaald en toegelicht door Wijnand Mees)
Heden en toekomst van de kosmische ontwikkeling
Verleden, heden en toekomst zijn niet geschakeld in de trant van: eerst wordt het verleden in het heden verwerkt en dan ontstaat
daaruit de toekomst. In Steiners visie zijn heden, verleden en toekomst grootheden die op een geheimzinnige wijze direct wederkerig met elkaar in verbinding staan, zoals voelen, willen en denken in de mens. Dit wordt al duidelijk door het feit dat hij in het hoofdstuk ‘Slaap en dood’ beschrijft dat de tijd zich in het leven na de dood ‘omkeert’ en de mens zijn leven terugleeft. De tijdsstroom loopt dus niet alleen van het verleden via het heden richting toekomst, hij loopt ook in omgekeerde richting. Ook kunnen we ons het heden als uitgangspunt voorstellen waarvan verleden en toekomst uitgaan.
Vilayanur Ramachandran Zo werkt ons brein echt – Wat fouten in de hersenen ons leren
Ramachandran gaat ervan uit, dat de lezer belangstelling heeft voor wetenschap en nieuwsgierig is naar de menselijke natuur. Voor hen is dit boek: een goed gefundeerd en leesbaar populair wetenschappelijk werk, dat beslist niet simplificeert. Het is een bijdrage aan de grootse poging om de code van het menselijk brein te kraken. In Een korte inleiding door je brein (p. 36-45) geeft hij een overzicht van de anatomie van de hersenen, waarin 100 miljard zenuwcellen (neuronen) met elkaar praten. Bij uitval van diverse geestelijke of lichamelijke functies stelt de neurowetenschapper – via diverse door de schrijver genoemde technieken – vast hoe de samenwerking tussen neuronen verloopt en welke conclusies men daaruit kan trekken omtrent hun functie. Zo gaat Ramachandran uitvoerig in op de functie van spiegelneuronen. Het niet-oplichten van spiegelneuronen bij scanning van 'autisten' wordt logisch verklaard vanuit hun functie: niet alleen het vermogen om het conceptuele standpunt van anderen in te nemen, maar ook om jezelf te zien zoals anderen jou zien. Zijn stelling is dan ook: Bewustzijn van anderen en zelfbewustzijn zijn samen als duo geëvolueerd, wat geleid heeft tot de ik-jou-wederkerigheid, die zo kenmerkend is voor de mens (p. 152/153).
John P. Van Mater De evolutie van de mensheid en haar beschavingen
William Q. Judge schrijft dat ‘de natuur voor geen ander doel bestaat dan de ervaring van de ziel’, woorden die het kosmische proces in het kort weergeven. Temidden van de opkomst en het verval van rassen is de gemeenschappelijke basis dat alle wezens zielen zijn op het pad van ontplooiing. De grootste en meest permanente bijdragen van de moderne tijd zouden wel eens kunnen zijn de wereldwijde poging de individuele mensenrechten uit te breiden en de gehele mensheid samen te brengen in een broederschap van weloverwogen wederkerigheid. Van alle beschavingen die we kennen en die hun licht langs de horizon van de tijd hebben doen stralen, is de onze wellicht uniek in haar algemene besef van wat iedere mensenziel toekomt. De strijd zelf die zich voordoet, weerspiegelt het geestelijk ontwaken dat bij alle mensen plaatsvindt; en deze druk van onderaf doorbreekt de belemmerende korst van tirannie, formalisme en orthodoxie, zoals ontkiemende zaden zich een weg banen door de aarde.
Eloise Hart Krishna: kind-held, goddelijk leraar
In hindoegeschriften wordt grote waarde gehecht aan deze wederkerigheid van het omhoogreiken van de mens en het omlaagreiken van de goden. Ze beschrijven hoe de goden er vreugde in vinden het geopenbaarde leven te scheppen, te onderhouden en er deel aan te hebben en dat hun deelname vreugde betekent voor allen die meedoen met het ‘spel’.
Over gedachten, liefde en haat (Bron: De Chakra’s - Mgr. C. W. Leadbeater - 1959 Tweede Druk Uitgeverij der Theosofische Vereniging Nederland)
De normale betrekking tussen man en vrouwen die tussen broeders en zusters verschaft ons het veld om de openbaringen van liefde tussen gelijken te bestuderen. Wij zien Liefde zich tonende als wederkerige tederheid en wederkerig vertrouwen, als achting, eerbied en begeerte om te behagen, als een vermogen om de wensen van anderen vlug te begrijpen en de poging deze te vervullen; als grootmoedigheid en verdraagzaamheid. De elementen aanwezig in de liefdeaandoeningen van meerderen tot minderen, worden hier gevonden, maar in dit geval zijn ze wederkerig. Dus kunnen wij zeggen, dat het gemeenschappelijke kenmerk van Liefde tussen gelijken Begeerte naar Wederkerige hulp is.
INTRODUCTIE TOT EEN NIEUW MODEL ESOTERISCHE ASTROLOGIE
Graden binnen één cluster zijn met elkaar verbonden en resoneren met elkaar. Er is wederkerige informatie en verstrengeling. Geometrische patronen die gevormd worden door hemellichamen binnen de gradenclusters, hebben invloed op het leven van iedereen. Ieder patroon heeft zijn unieke betekenis.
Beschouw een gradencluster als een netwerk van energieën en als één krachtveld of informatieveld.
Tom de Booij 11. Het Droste blikje en de vijfster als fractals


Het is mogelijk de éne werkelijkheid vanuit nieuwe gezichtspunten te belichten. Het rapport 'E i V' wil aantonen dat de kwintessens van het verhaal echter gelijk blijft. De structuur van de eeuwige wederkeer impliceert een Droste-effect. Dit proces van zelfverwijzing heet recursie.
Paul Revis: Terwijl bij het dier de intentionaliteit 'uitwaaiert' naar de dingen, 'verdampt', als het ware opgeslokt wordt door de wereld, buigt zij zich in de menselijke reflectie op zichzelf terug. Het menselijk bewustzijn kan zich zelfs op het eigen denken richten: ik denk, dat ik denk...dat ik denk... dat ik denk, enz. Het lijkt op de ontdekking van een kind, dat - starend naar een cacaoblik van Droste - voor het eerst de repeterende breuk, de oneindige reeks ontdekt: op het blik staat een verpleegster met een dienblad, op het dienblad staat hetzelfde blik met dezelfde verpleegster en hetzelfde dienblad, enz. Zo 'spiegelt' het bewustzijn zich in zichzelf en komt Descartes tot zijn 'cogito ergo sum'.
Jules Ruis: De rode draad door alle informatie is het woord 'fractal', een sterk groeiend begrip, dat naar verwachting de komende jaren ons leven en werken op vele fronten zal gaan beïnvloeden. Een klassiek voorbeeld van fractale structuur is de set van in elkaar passende Russische poppetjes, matruschka's genoemd. 'Fractals' zijn (van origine wiskundige) objecten van een ongekende schoonheid bestaande uit zich steeds herhalende patronen.
De kwintessens van het 'E i V' verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is. Dus de wederkerigheid die er bestaat tussen ‘Chaos, Gaia en Eros’ op aarde en de bron van het 'Goede, Ware en Schone' in de hemel te benadrukken. Praktisch betekent dit een ommekeer in het denken, een paradigmawisseling om beide met elkaar te verenigen.
De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de wederkerigheid tussen Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, die met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking wordt gebracht. Om de éne werkelijkheid te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik.
De stelling wordt onderbouwd dat de éne werkelijkheid, het fenomeen bewustzijn, weten wat leven nauw precies is, niet kan worden gemeten. Het mysterie van het leven begint wanneer een eicel en een zaadcel elkaar ontmoeten. De blauwdruk van dit nieuwe leven wordt dan een feit.
De oerbron En-Soph, het mysterie van leven, staat buiten de levensboom. In een flits (godsvonk, bewustzijnstoestand) kunnen we God (eenheidsbewustzijn) ervaren. Het eenheidsbewustzijn is het punt waarin de micro - en de macrokosmos met elkaar correleren en van waaruit het universum manifest wordt als schepping.
Sutratman toont de verticale as, de verborgen 5e dimensie, het Ether-paradigma.
Naast Ether worden verwante begrippen als nulpuntveld, prana, levenskracht, Tetragrammaton, anima mundi, wereldziel, wereldgeest,
eenheidsbewustzijn, De, ki, Chi, Kundalini, psi-vermogens, Akasha-veld, Zero Point Field (Z.P.F.), Aether, vril en tachyonenergie gebruikt.
De éne werkelijkheid heeft net als bij Ayurveda op de "kennis van het leven", de oerbron En-soph betrekking. De oerbron manifesteert zich door het eeuwige nu, de 5e Dimensie.
De verticale as (Axis_mundi, de Staf van Hermes, de staf van Mercurius, Sutratman, De Caduceus, Esculaap, de verborgen 5e Dimensie) toont ook de middenzuil van de levensboom. De Staf van Hermes wordt beschouwd als de sleutel en de weg van persoonlijke (spirituele) ontwikkeling.
Het basisprincipe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht heeft op de ‘eenheid der tegendelen’ ('These + Antithese = Synthese', Trimurti) het overbruggen van tegenstellingen betrekking.
In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden. Uiteindelijk draait het om de vraag hoe kijken we tegen de primaire energiebron, de oerbron aan?
Het Ether-paradigma gaat echter niet van de materie, maar van de keerzijde, de ruimte ('energie'), de 'leegte' (tzimtzum) uit.
Het lijkt er op dat de aanhangers van de evolutietheorie voor het Higgsdeeltje gaan en de mensen met een spirituele inslag voor het spanningsveld tussen twee polen, de reciprociteit. In supersymmetrie heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner.
Edward Witten is een Amerikaans wiskundig natuurkundige die de M-theorie als onderzoeksgebied heeft. De M-theorie is een poging tot een overkoepelende beschrijving van de verschillende bestaande snaartheorieën. Wat Edward Witten op het terrein van de natuurkunde heeft verricht komt overeen met wat Blavatsky voor de vergelijkende Godsdienstwetenschappen heeft gepresteerd. Zowel De Geheime Leer als de modellen van Edward Witten maken van supersymmetrie gebruik. Maar de werkelijkheid is dat er ook van een gebroken symmetrie kan worden gesproken. Het is de chaostheorie die de eigenschap gebroken symmetrie uitwerkt.
Het debat over bestaat er nu wel of niet een vrije wil is analoog aan de controverse tussen theïsten en atheïsten. Zowel atheïsten als de wetenschappers die stellen dat er geen vrije wil bestaat sluiten het bestaan van een ziel of geest uit. Deze aanname is slechts een geloof in eigen hypothese en geen bewezen zaak. Of met andere woorden sinds in 1988 De Geheime Leer verscheen staan de wetenschappers wat betekent het mens te zijn - zijn we door God bezield of zijn we omhooggevallen apen - nog steeds diametraal tegenover elkaar.
De overtuigingen theïst en atheïst, links en rechts, kunnen naast elkaar bestaan. De ene overtuiging is niet per se beter dan de andere. Complexe maatschappelijke vraagstukken kunnen alleen dan effectief worden opgelost wanneer de krachten van de verschillende politieke richtingen, dus zowel van de seculiere als van de reguliere wereld worden gemobiliseerd (eenheid der tegendelen). De discussies die nu mede in het kader van het nieuwe boek ‘God als misvatting’ van Richard Dawkins zich afspelen zijn niet echt interessant. De discussie beperkt zich tot de biologische evolutie. De manifesten van de atheïst Herman Philipse en de theïst Willem Ouweneel op Internet laten zien dat beide partijen diametraal tegenover elkaar staan. Veelzeggend is dat geen van beide al een doorslaggevend bewijs heeft gevonden. Relevanter is volgens Ervin Laszlo de vraag hoe heeft het universum zich kunnnen ontwikkelen tot een toestand waarin de biologische evolutie überhaupt heeft kunnen plaatsvinden.
Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn de metafysica, het bovennatuurlijke en de fysica, ‘Geestkunde (levensbeschouwing) en Natuurkunde’, Bewustzijnsevolutie en Evolutietheorie de twee complementaire kanten van één medaille. Een ommekeer in het denken is nodig.
Het 5D-concept laat net als de levensboom en het enneagram zien dat het goede nieuws is dat er een zelfregulerend (zelfreinigend, zelfgenezend, zelfhelend) vermogen in het universum zit ingebakken. Het gaat er om de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren.
De definitie unificatietheorie begint met het vraagstuk van het ego. Het ego heeft alles met keuzebewustheid, de levenskwaliteit te maken. De filognosie integreert het westerse denken met de Vedische filosofie, de essentie van de Islam inbegrepen.
Het is het evolutionisme, de Unificatietheorie en Snaartheorie, die de beschaving een stapje verder brengen. Het is de ziel (psyche, reflexieve bewustzijn) of met andere woorden het projectiemechanisme, de spiegelsymmetrie die beide met elkaar verbindt. Het gaat er om dat we leren ons met de natuurlijke kringloop te verbinden.
De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Op het snijvlak van de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen ligt het gemeenschappelijke raamwerk, de Unifcatietheorie.
De innerlijke structuur van de mens is analoog, komt met de innerlijke structuur van de macrokosmos overeen.
Het historische raamwerk, de geschiedenis van de mensheid laat belangrijke innovaties zien die onze huidige maatschappij in sterke mate hebben gevormd. Zonder een duidelijke koers uit te zetten is het niet mogelijk om het schip ook op de langere termijn drijvende te houden. Door ons te veel op een kant van de medaille te oriënteren dreigt bij een licht briesje het bootje nu al om te slaan. Bij regeren gaat het nog steeds om vooruitzien.
Het Ether-paradigma gaat echter niet van de materie, maar van de keerzijde, de ruimte ('energie'), de leegte (tzimtzum) uit.
Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat het misloopt wanneer de moraal buiten het verkoopverhaal wordt gehouden. Er is niets nieuws onder de zon.
Technologie zal uiteindelijk de wereld niet redden. Het gaat in eerste instantie om de keerzijde van de medaille. Mannen geloven in technologie, vrouwen daarentegen in de keerzijde.
Volgens Ervin Laszlo is het kwantumvacuüm de oerbron van geest en materie.
Ervin Laszlo bespreekt in zijn boek Het Akasha-veld, Verbinding en geheugen in kosmos en bewustzijn de relatie tussen de micro - en macrokosmos, René Meijer in zijn boek De Ether Bestaat aan de hand van 3 aanzichten, 6 gezichtspunten (Darshana's).
Fred Matser boek Net als jij ben ik EEN VAN DE MILJARDEN expressies van de schepping op deze aarde, Ervin Laszlo (p. 348):
Het geëvolueerde bewustzijn van één individu kan zich op die manier verbreiden en groeien; en als het weerklank vindt in het denken van een geheel nieuwe cultuur, kan het heel de beschaving naar een hoger plan tillen. Dit moet een wereldomvattende verheffing zijn, want de (over)heersende beschaving – de mechanistische, manipulerende en versplinterende beschaving van het industriële tijdperk – is al wereld omvattend. Toch behoeft de nieuwe beschaving - anders dan de huidige – niet monolithisch te zijn. Zij kan streven naar eenheid, onder het aanmoedigen van verscheidenheid, en zo organisch en ‘systematisch’ tegelijk zijn. Dit zijn de principiële inzichten die de grondslag vormen waarop de Club van Boedapest steunt. Zij komen tot uiting in het tweeling motto van de Club ‘Je kunt de wereld veranderen’ en ‘Op naar een wereldomvattende beschaving’.
De door Fred Matser in zijn boek geformuleerde zeven sleutelprincipes voor persoonlijke en planetaire transformatie sluiten op de zeven wijsheidssleutels aan.
Mgr. Everard de Jong (GAMMA: jrg. 16 nr. 2- juni 2009) stelt in zijn publicatie Verklaart de biologie God of verklaart God de biologie? de vraag: waarom geen herinvoering van het teleologische denken in de biologie? De Jong verwijst naar de vier oorzaken-leer van Aristoteles en hoe deze grondlegger van de biologie de epistemologie van de teleologie onderbouwt (p. 21).
Een omissie in zijn publicatie is dat hij niet aan een voor de R.K belangrijke wetenschapper als de zalig verklaarde Raymond Lull refereert. Raymond Lull reikt met zijn Ars generalis ultima een methode aan om eenheid onder alle mensen, volkeren en geloofsovertuigingen op aarde te bewerkstelligen. Raymond Lull gebruikt, net als Thomas van Aquino, in plaats van de vier oorzaken-leer de tien categorieënleer van Aristoteles.
Zie ook:
Boeken:
- Amartya Sen Identity and Violence The illusion of destiny
- Amartya Sen Inequality Reexamined
- Samuel Huntington Botsende beschavingen
- Paul Davies & P.C.W. Davies The Cosmic Blueprint New Discoveries in Nature's Creative Ability to Order the Universe
- Derek Abbott, Paul C. W. Davies, & Arun K. Pati Quantum Aspects of Life
- H.P. Blavatsky Isis ontsluierd Een sleutel tot de mysteries van oude en moderne wetenschap en religie
- Jan Wicherink Ontheemde Zielen Ontwaken
- Alain de Botton Status angst
- The Book of Abramelin
- Charles Poncé Kabbalah
- John Consemulder BLAUWDRUK de multidimensionale werkelijkheid van creatie en manifestatie
- John Consemulder Occulte en wetenschappelijke aspecten van geluid, licht en geometrie: implicaties voor heling, energiewerk, verbondenheid en het geestlichaam debat.
- Han Marie Stiekema De Oorspronkelijke Traditie The Great Learning Visioen van een Nieuwe Cultuur
- Han Marie Stiekema DE SCHOOT VAN HET UNIVERSUM - De Oermoeder als Uiteindelijke Werkelijkheid
- Han Marie Stiekema De Zelfsoevereine Samenleving
- Paul Gilding The Great Disruption
- Vilayanur Ramachandran Zo werkt ons brein echt – Wat fouten in de hersenen ons leren (recensie)
- Frédéric Lenoir Frédéric Lenoir Socrates, Jezus, Boeddha drie leermeesters
- Lynne McTaggart De verbinding (recensie)
Externe Links
- The Wisdom of Crowds
- Wisdom of the crowd
- Collective intelligence
- Frédéric Lenoir (video)
- Gerard Driehuis "De planeet is niet meer te redden, het einde van het winkelen nabij" (Paul Gilding)
- Integrale politiek
- Geert Hofstede Het Kader om Cultuur Te beoordelen
- Thijs Prent Dualiteit in de evolutie
- Chaos (cosmogony) (Prima Materia)
- Anima mundi Engelse versie
- Jan Oegema De toekomst der religie is begonnen (Trouw 14 november 2005)
- Leo Apostel De dialectiek van de Verlichting Adorno en Horkheimer — Een paradoxale bron voor een herbeginnen
- Een geschiedenis van het postmodernisme (1992)
- De Oermoeder
- George Coyne Interview (1/7) Richard Dawkins
- John Algeo Pioniers in een nieuw denkgebied over het thema ‘De Theosofische Vereniging: nog altijd in de voorhoede’ (over de Bhagavad-gita)
- Kees Voorhoeve DE ZONDEVAL en DE VERLOSSING Een Kabbalistische Interpretatie
- De Tora als blauwdruk
- H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I en II
- Scott J. Osterhage De zeven juwelen van wijsheid en de zeven stadia van inwijding
- Freek van Leeuwen: onderscheidt, net als het 5D-concept ‘Geest - Ziel - Lichaam’. 5D sluit op zijn boek De Levensweg aan en maakt van zijn ‘verklarende woordenlijst’ gebruik.
- Sathy Sai Baba
- Sathy Sai Baba Organisatie Nederland
- Niveaus van het zelf Goddelijke toespraak, gehouden door Bhagavan Sri Sathya Sai Baba, ter gelegenheid van Maha Shivaratri op 4 maart 2000 te Prasanthi Nilayam
- Philippe Barbier Wetenschap van de ziel
- Gottfried de Purucker Drie stadia van het zien van Waarheid
- Pleroma
- Reïncarnatie
- De stem van Gene Zijde
- Theosofie
- 1e, 2e en 3e grondbeginsel
- Thijs Prent Dualiteit in de evolutie
- Statische elektriciteit
- Masonic media agents
- Gerard Sierksma Een kleine stap naar het oneindig grote
- Geloof (Wederkerigheid)
- WEDERKERIGHEID (RÉCIPROCITÉ - RECIPROCITY - ) (DIVERSITEIT - VICE VERSA) - LEVENSBESCHOUWING
- John Van Mater, jr. Kosmische blauwdruk
- Virtù
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 730 keer bekeken.
