| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
Het nieuwe leren (Meta-Leren)
Inhoud
Baas in eigen huis en het huis ten laste van de gemeenschap.
Groupthink (Navelstaren)
De belangstelling voor het nieuwe leren hangt vermoedelijk met mijn eerste publicatie in Het Landelijke H.T.S.-orgaan van maart 1966 samen. De reactie haakte destijds in op een polemiek rond het thema H.T.S. nieuwe stijl.
Mijn kritiek had op het eenzijdige, vrijwel uitsluitend klassikaal gerichte, onderwijs betrekking.
Nu is het zo dat op scholen voor het hoger beroepsonderwijs het klassikale onderricht soms beperkt blijft tot enkele uren per week.
In mijn praktijkjaar bezocht ik een Volkshogeschool waar onder andere maatschappelijke onderwerpen in discussievorm aan de orde werden gesteld. Conclusie in het bewuste artikel was: Door actualiteiten (bijvoorbeeld de wet op het televisiebestel van minister Vrolijk) en andere onderwerpen als bijvoorbeeld leidinggeven, kunst en literatuur in discussievorm te behandelen, zal het creatief denken zeer zeker worden bevorderd alsmede spreekvaardigheid, gedachtenfomulering en mensenkennis. Terwijl het ook verruimend werkt op het maatschappelijk inzicht.
In de Samenvatting eindrapport Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen onder voorzitterschap van Jeroen Dijsselbloem staat 'Verantwoordelijke bewindslieden vertoonden een tunnelvisie': De uitvoering van het vernieuwingsproces werd gedurende de gehele jaren negentig uit handen gegeven aan externe procesmanagers. Een dergelijke constructie stond op gespannen voet met de ministeriële verantwoordelijkheid en een adequaat parlementair toezicht. De kring van beleidsmakers stond onvoldoende open voor kritiek en waarschuwingen. Eigen ervaringen in plaats van wetenschappelijk onderzoek vormden de onderbouwing van de ingezette didactische vernieuwingen. Deugdelijke pilots en experimenten ontbraken.
Jouke de Vries en Paul Bordewijk boek Rijdende treinen en gegepasseerde stations – Over Screbrenica, de kredietcrisis en andere beleidsfiasco’s.
Kennis is niet bestuurlijk neutraal, maar steeds meer een onderdeel van de politiek zelf geworden. Dat noemen Bordewijk en De Vries met een duur woord een ‘beleidsparadigma’, het geheel van diepe overtuigingen, morele veronderstellingen, technieken en vaste gewoontes waarmee bestuursproblemen plegen te worden opgelost. Buiten zo’n paradigma is over het algemeen weinig heil en wordt tegenspraak al vlot opgevat als vervelende dwarsigheid, hindermacht of rancune. Critici bevinden zich ‘buiten de politieke realiteit’, zoals de auteurs aangeven.
Door de toenemende complexiteit van de politieke vraagstukken neemt de kans op Groepsdenken toe. De Groupthink theorie van de Amerikaan Irving Janis kan tot gevolg hebben dat pas wordt opgetreden wanneer het duidelijk misloopt. Instituties kunnen een enorm probleem vormen in de zelfverwerkelijking van het individu en de ontwikkeling van een duurzame, betekenisvolle unificatie van de samenlevingen die deel uitmaken van de wereldorde. Het gewraakte Group thinking (hokjesgeest, bewustzijnsvernauwing), een tunnelvisie, houdt in dat bestuurders marionetten van het systeem kunnen worden waar ze mee willen triomferen en dat alle overige betrokkenen in de samenleving in zielloze mechanische ledepoppen neigen te veranderen. Het individualisme en de algehele hekel aan een idee van buitenaf opgelegde orde is het resultaat.
Om grip te krijgen op het verschijnsel organisatiecultuur wordt een constructieve oplossing, het duurzamere energiemanagement van een nieuwe wereldorde aangereikt; een aangepast energiemanagement in de zin van een persoonlijk en collectief beter omgaan met de energie van mensen in relatie tot zichzelf en het systeem waar ze deel van uitmaken.
In het kader van het innovatieplatform schrijft Jan Peter Balkenende (Volkskrant 3 juni 2006):
Het onderwijs staat niet alleen voor de zware opgave schooluitval te vermijden, maar zal ook leerlingen moeten uitdagen het allerbeste uit zichzelf te halen. Samen verstevigen we de basis voor 'Welvaart en Welzijn' in de toekomst.
Op alle Nederlanders van jong tot oud zal een appèl worden gedaan het beste uit zichzelf te halen en hun kennis en vaardigheden up to date te houden.
Een recent uitgebracht OESO-rapport schrijft dat het Ministerie van Onderwijs onvoldoende greep op het hoger onderwijs heeft. De OESO waarschuwt: Er is een reëel gevaar dat het onderwijs een sociale tweedeling langs culturele lijnen aan het vestigen is.
In De Gammacanon (51 en slot) toont Jaap Dronkers de sociale ongelijkheid, de asymmetrieën op aarde.
Jaap Dronkers, ‘Ruggengraat van ongelijkheid’, Elsevier 13 oktober 2007: Het streven in het onderwijs de laatste decennia was: ongelijkheid tegengaan. Gelijke mensen, gelijke kansen was het devies. Maar de afgelopen decennia is die ongelijkheid alleen maar toegenomen, volgens de socioloog Jaap Dronkers – ondanks maatregelen om dat tegen te gaan, en soms juist dóór die maatregelen. Het lijkt wel of de gunstige vernieuwingen van de eerste driekwart eeuw voor een groot deel teniet zijn gedaan door wat er de laatste 25 jaar werd ingevoerd. Dronkers bepleit het navolgen van de eerste zin van het grondwetsartikel over onderwijs: Het onderwijs heeft de voortdurende zorg van de regering.
Aleid Truijens geeft in haar column in de Volkskrant van 20 oktober een reactie op het rapport van Jaap Dronkers. Ons onderwijs vervult zijn functie als ‘hefboom’naar een beter leven beroerd. Het mechanisme van de self-fulfilling prophecy wordt bij ons op geraffineerde wijze vervolmaakt: het is bijna onmogelijk om onder de doem van lage verwachtingen uit te komen. Dankzij een heersende gelijkheidsideologie, en onder goedkeurend geknik van opeenvolgende sociaal-democratische bestuurders. Een van de oorzaken voor ongelijke kansen in het onderwijs: ‘zachte didactische methoden’, die niet het te behalen eindresultaat vooropstellen, maar de ‘ontplooiingskansen’.
In het artikel Daar gaat ons geld (Volkskrant 24 november 2007) gunt Yvonne Doorduyn het publiek een blik in de keuken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Naar aanleiding van deze publicatie kan de vraag gesteld worden in hoeverre creëren grote bureaucratische organisaties nog kwalitatieve meerwaarde?
Mede naar aanleiding van de Commissie Dijsselbloem en de kwaliteit van het onderwijs stelt Ronald Plasterk in de Volkskrant van 1 december 2007 dat: De vernieuwingen het niveau hebben verlaagd.
Arie van der Hek geeft in de Volkskrant van 2 februari 2008 een reactie. Wim Mijnen was een erkende goeroe op het gebied van de onderwijsvernieuwing. Zijn invloed op bewindslieden was groot. Het gevolg was dat de bestuurder en managers in het onderwijs, trendgevoelig als ze zijn, zich snel tot het nieuwe leren bekenden. Zo is nu eenmaal de cultuur in onderwijsland. Onderwijsambtenaren en inspecteurs zorgden ervoor dat daar geen verandering in kwam.
Hij haakt in op de column Het gedraai van de vernieuwingspolitie van Aleid Truijens in de Volkskrant van 29 januari 2008. Het is opvallend om te zien hoe snel bestuurders als Kete Kervezee en Heim Meijerink met een andere pet op van kleur veranderen.
Aleid Truijens schrijft in haar column Plasterk moet nu driest optreden over de bobo Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad (de raad voor het voortgezet onderwijs), die nu glimlachend de overwinning naar zich toetrekt. De schuld ligt volledig bij de overheid! Het was Slagter die in interviews orakelde dat vakkennis achterhaald was in onze ‘postmoderne’ tijd met ‘polyvalente’ waarden.
Yvonne Doordyun stipt in haar artikel Aan wie de macht: leraar of manager (Volkskrant 21 februari 2008) ook een uitspraak van Sjoerd Slagter ‘laat scholen bepalen wat goed is voor leerlingen’ aan.
Wederkerig altruïsme, het verschijnsel waarbij men elkaar wederzijds helpt of een gunst verleent, is een veelvuldig onderzocht onderwerp binnen de Evolutionaire psychologie. De reciprociteit van "voor wat hoort wat" is "heb uw naaste lief". Rita Smaniotto: Op basis van experimenten, simulatie-onderzoek en een heranalyse van een aantal antropologische studies naar het delen van voedsel in jagers-en verzamelaarsvolkeren concludeert Rita Smaniotto in haar proefschrift dat het "voor wat hoort wat" mechanisme niet zo wijdverspreid is als doorgaans wordt aangenomen. Volgens haar is er in veel gevallen sprake van een alternatief mechanisme, het "heb uw naaste lief" mechanisme. Dit mechanisme is vooral gericht op het welzijn van personen in iemands directe omgeving.
Creativethink
Ietje Pauw plaatst het navelstaren in een positieve context.
Ietje Pauw De kunst van het navelstaren De didactische implicaties van de retorisering van reflectieverslagen op de pabo Een exploratieve studie
Uit onvrede met en verbazing over de wijze waarop studenten hun reflectieverslagen schreven, heb ik als centrale vraag van mijn onderzoek geformuleerd: hoe kan ik het schrijven van reflectieverslagen door pabostudenten op een hoger niveau brengen?\\
De beantwoording van deze centrale vraag vereist de voorafgaande beantwoording van een drietal deelvragen:
1. Wat is reflecteren?
2. Wat zijn de kenmerken van een reflectieverslag?
3. Hoe ziet een tentatieve didactiek van het schrijven van reflectieverslagen eruit?
Op grond van een zeer nauwkeurige retorische analyse van het taalgebruik van bestaande omschrijvingen van reflecteren presenteer ik als antwoord op mijn eerste deelvraag een voor de onderwijspraktijk van de lerarenopleiding bruikbare omschrijving:
Reflecteren is nadenken over wat je op wat voor manier gedaan hebt in onderwijsleersituaties en waarom je dat op deze manier gedaan hebt, met het doel tot (nieuwe) inzichten te komen; inzichten in/over jezelf en je eigen leren en ontwikkeling, in relatie tot de maatschappij waarin je leeft; inzichten in/over je leerlingen en hun leren en ontwikkeling in relatie tot de maatschappij waarin je leeft; inzichten die handvatten bieden voor verbetering.
De beantwoording van de tweede deelvraag Wat zijn de kenmerken van een reflectieverslag? leidt mij tot een grondige excursie naar aspecten van klassieke en moderne (communicatieve) retorica. Ik heb het verslag geïnterpreteerd als de weergave van een denkproces n.a.v. een gebeurtenis of een reeks gebeurtenissen, met een strakke opbouw en een professioneel taalgebruik, dat zich manifesteert in woordkeuze, zinsbouw, gebruik van narratieve (c.q. expressieve), argumentatieve en deliberatieve verbale strategieën. Voor het reflectieverslag leidt dat tot een opbouw die, naast de gebruikelijke structuurelementen opening, inleiding, samenvatting en conclusie, als kern een drietal elementen bevat: de weergave van een gebeurtenis of reeks gebeurtenissen in de klas in de vorm van een vertelling, de weergave van het commentaar op elementen uit die gebeurtenis(sen), en het ontwerpen van een scenario voor toekomstige activiteiten. Als ideaalmodel schets ik het narratieve essay.
Een student moet leren reflecteren in de zin van zorgvuldig en levendig vertellen wat er gebeurd is in de klas, commentaar leveren op opvallende elementen uit die gebeurtenis en plannen maken voor de toekomst, een scenario. Om die vaardigheden aan te leren heb ik een tentatieve didactiek voor het schrijven van reflectieverslagen ontwikkeld die gebaseerd is op twee pijlers: de narratieve strategie en de argumentatieve strategie. Inventiotechnieken zijn essentieel hierbij. Vertelling, commentaar en scenario zijn niet lineair geschakeld, ik gebruik hiervoor de metafoor van de cakewalk die ook van toepassing is op de retorische taken inventio, dispositio en elocutio bij de constructie van het uiteindelijke resultaat: het reflectieverslag.
Cultuuroverdracht (Geest en Lichaam, 'Wijsheid en Dwaasheid', Analogie)
De eindfase van de aanleg van grote spoorwegprojecten als de Betuweroute en de HSL-Zuid is aan Rijkswaterstaat opgedragen.
De vraag die gesteld kan worden is in hoeverre hangen de veel besproken debacle’s Enron, Parmalat, Ahold, Shell, Betuwelijn en HSL, de vernieuwingen in het onderwijs (Het Nieuwe Leren) en de kredietcrisis met de organisatiecultuur samen? Elk probleem heeft specifieke kenmerken, maar er kan ook van een generiek patroon worden gesproken. In bedrijven waar het misgaat wordt vaak het spel van de 'dubbele’, de verborgen agenda gespeeld. Het betekent zoveel dat een persoon eerst voor zijn eigenbelang kiest, dan voor het belang van zijn collega's, vervolgens voor het echelon boven hem en pas tot slot voor het belang van het bedrijf. Veel managers zitten in een netwerk van corruptie. Het zijn de zwakke managers, de 'carrièremanagers' met een groot ego, die dreigen en intimideren om hun gelijk te behalen. De 'carrièremanagers' spelen echter weer in en zijn als het ware de marionet van het echelon boven hen. Er bestaat een natuurlijke neiging van leidinggevenden naar het benoemen van klonen van zichzelf. Daarentegen staan managers met een sterk ego wel open voor een debat.
Alleen het plaatsen van de wereldvraagstukken in de juiste context maakt het mogelijk probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. Daarvoor is het eerst nodig deze context te begrijpen. Aan de hand van het 5D-denkkader en symbolische beelden is het mogelijk te laten zien hoe verschillende concepten in de universele context met elkaar samenhangen. Cultuuroverdracht dient op de imitatie van Plato en niet op intimidatie betrekking te hebben.
De beschavingstransformatie die in het holos tijdperk plaats vindt bouwt op eerdere transformaties voort. De drie dimensies maken het mogelijk om het bewustzijn eindeloos te verruimen en te vernieuwen. Welke dimensie laten we in het leven een centrale rol spelen? De singulariteit van het oneindige bewustzijn is een inzicht dat op een andere manier de samenhang en de totaliteit weergeeft.
De algemene relativiteitstheorie veronderstelt verder voor het huidige heelal minstens twee soorten singulariteiten: het centrum van een zwarte gaten en zogeheten naakte singulariteiten, dat wil zeggen de zichtbare tegenhangers van zwarte gaten (zonder gebeurtenissenhorizon). Van het bestaan van dit laatste verschijnsel is men niet geheel overtuigd, maar er zijn sterke aanwijzingen dat er behalve zwarte gaten inderdaad ook naakte singulariteiten bestaan.
In het rapport ‘E i V’ worden in het bijzonder dichotomieën beschreven.
J. krishnamurti Een wereld in CRISIS leven in onzekere tijden (p. 41):
Het denken is mechanisch, leidt tot een mechanistische filosofie, mechanistische fysica en het denken heeft mensen verdeeld in ‘ik’ en ‘niet-ik’, ‘wij’ en ‘zij’, hindoes, boeddhisten, communisten, socialisten, jongeren en ouderen, hippies, bourgeois, de gevestigde orde enzovoort. Al die structuur is het gevolg van het denken.
133/134: Deze kwestie, goed en kwaad in conflict met elkaar, bestaat al vijftigduizend jaar of langer. In de oude grottekeningen in Frankrijk en andere delen van de wereld ziet u goed en kwaad altijd in gevecht met elkaar. En de uitkomst van die strijd wordt beschouwd als de hoogste moraliteit. Goed kan nooit verband houden met kwaad. Liefde kan niet in verband staan met haat, met woede, met jalouzie. Als ze op die manier verband houdt, is het geen liefde; dan maakt ze deel uit van genot, verlangen enzovoort.
En is het zaad, leven zonder enig conflict, diep geplant in het diepe dal van de hersenen waar de grond veel rijker is dan de grond van de aarde? En van hieruit kan het groeien, het antwoord, het besluit, de actie die eruit voortkomt.
Dit was bekend aan iedere hoge Ingewijde in ieder tijdperk en in ieder land: 'Ik en mijn Vader zijn een,' zei Jezus (Joh.x.30). 7. Als hij gedwongen wordt te zeggen, elders (xx.17): 'Ik ga op tot mijn Vader en uw Vader', betekende dat hetgeen juist gezegd is. Het was eenvoudig om aan te tonen dat de groep van zijn discipelen en volgelingen die zich tot Hem aangetrokken voelden, tot dezelfde Dhyani Boeddha, 'Ster', of 'Vader' behoorden, alweer van hetzelfde planetenrijk en divisie als Hij. Het is de kennis van deze occulte lering die uitdrukking kreeg in de recensie van 'The Idyll of the White Lotus', toen de heer T. Subba Row schreef: 'Iedere Boeddha ontmoet bij zijn laatste inwijding alle grote adepten die het Boeddhaschap bereikt hebben gedurende de voorgaande eeuwen...iedere klasse adepten heeft zijn eigen verbond van geestelijke communie die hen samenbindt... De enige mogelijke en doeltreffende manier om in te gaan in zo'n broederschap... is door zichzelf binnen de invloedssfeer te brengen van het Spirituele licht dat uitstraalt vanuit iemands eigen Logos.
De psychosynthese van Assagioli maakt het mogelijk geest en lichaam met elkaar te verbinden. Het is het denken dat het hogere deel van het bewustzijn, het Zelf van het lagere scheidt.
Volgens Assagioli is psychosynthese geen doctrine, evenmin een psychologische ‘school’, en ook geen exclusieve methode ter vorming van de eigen persoonlijkheid, een vorm van therapie of een manier van opvoeden; we moeten het voornamelijk zien als een soort levenshouding, een streven naar integratie en synthese op ieder gebied; als een serie activiteiten, die deze synthese tot doel hebben. Niemand kan pretenderen, de enig ware vertegenwoordiger te zijn. Assagioli weigerde zich vast te leggen, organisatorisch evenmin als theoretisch; hij weigerde een bindend schema op te stellen. Psychosynthese beschouwt een conflict niet als iets definitiefs of essentieels. Zij vormt een stadium, een tijdelijke subjectieve toestand, tijdelijke fasen in het proces van groei. Zij kan worden afgewisseld – en zij wordt ook afgewisseld – met, en uiteindelijk vervangen door de echte levende ervaring van tussenmenselijke contacten, relaties en wisselwerking, door samenwerking tussen personen en tussen groepen van mensen – en zelfs door een onmerkbaar in elkaar overgaan door intuïtie, invoelingsvermogen, begrip en vereenzelviging. Een evenwichtige, krachtige persoonlijkheid laat geweld en zwakheid, opwinding en neerslachtigheid in elkaar oplossen in plaats van met elkaar te laten botsen (Roberto Assagioli boek Over de wil (p. 101/102).
Gerrit Teule start in zijn boek Wat Darwin niet kon weten zijn gezichtspunt vanuit de hardware. Het onderzoeksrapport ‘E i V’ vertrekt daarentegen ook vanuit de 'mentale software' (Geert Hofstede), het 5D-concept, namelijk de doelmatige ordening van de informatievoorziening.
Randall Niles Wat Is Er Met Mij Gebeurd - Reflecties op een reis (p. 20):
In het midden van de 18e eeuw maakte David Hume de “machine-analogie” in biologische systemen met succes ongeldig omdat we volgens hem slechts konden raden wat zich afspeelde op het moleculaire niveau. Maar de fenomenale ontdekkingen in de laatste paar decennia hebben eindelijk ondubbelzinnig aangetoond dat levende systemen in feite wel degelijk machines zijn – zelfs tot op het diepste, moleculaire niveau!
Pas in de afgelopen twintig jaar, met de komst van de moleculaire biologische revolutie en met de vooruitgang in de cybernetische- en computertechnologie (informatica), werd het eindelijk mogelijk om Hume’s kritiek te ontkrachten en eindelijk is de analogie tussen organismen en machines overtuigend geworden…in elke richting waarin de biochemicus tuurt, reizend door het bizarre moleculaire labyrinth, ziet hij apparaten en toestellen die herinneren aan onze eigen twintigste eeuwse wereld van geavanceerde technologie.
Hier is een kort overzicht van enkele voorspellingen die ik onderzocht tijdens de exercitie met mijn
Notitieboek (p. 52):
• Hij zou geboren worden uit een maagd (Jesaja 7:14 / Matteüs 1:21-23; Lucas 1:26-35)
• Hij zou in Bethlehem geboren worden (Micha 5:2 / Matteüs 2:1; Lucas 2:4-7)
• Hij zou aangekondigd worden door een gezant van de Heer (Johannes de Doper) (Jesaja 40:3-5; Maleachi 3:1 / Matteüs 3:1-3; 11:10; Marcus 1:2-3; Lucas 7:27)
• Hij zou wonderen uitvoeren (Jesaja 35:5-6; Matteüs 9:35, en door alle Evangelieboeken heen)
• Hij zou goed nieuws prediken (Jesaja 61:1-2 / Lucas 4:14-21)
• Hij zou zichzelf 173880 dagen na het decreet om Jeruzalem te herbouwen voor de eerste keer als koning presenteren (Daniël 9:25 / Matteüs 21:4-9; Marcus 11:1-10; Lucas 19:29-38)
• Hij zou Jeruzalem als koning rijdend op een ezel Jeruzalem binnengaan (Zacharia 9:9 / Matteüs 21:4-9; Marcus 11:1-10; Lucas 19:29-38)
• Hij zou een vernederende en pijnlijke dood sterven (Psalmen 22; Jesaja 53 / Matteüs 27; Marcus 15; Lucas 23; Johannes 19)
• Zijn handen en voeten zouden worden doorboord (Psalmen 22:16; / De kruisigingsverslagen van Matteüs
27; Marcus 15; Lucas 23; Johannes 19)
• Zijn beulen zouden om zijn kleren dobbelen (Psalmen 22:18; Johannes 19:23-24)
• Geen van zijn botten zouden tijdens zijn executie worden doorbroken (Psalmen 34:20; Johannes 19:32-36)
• Zijn zij zou doorboord worden (Zacharia 12:10; Johannes 19:34-37)
• Hij zou sterven met zondaars en begraven worden in de tombe van een rijk man (Jesaja 53:9; Matteüs
27:57-60)
69: Te dien tijde was er een zekere Jezus, een wijs mens, indien men hem althans een mens noemen mag; want zijn werken waren wonderbaar. Hij onderwees degenen, die graag in de waarheid onderricht wilden worden, hij werd gevolgd niet alleen door vele Joden, maar ook door vele heidenen. Deze was de Christus, die door de oversten van ons volk bij Pilatus aangeklaagd en op zijn bevel gekruisigd werd. Doch die hem bij zijn leven gevolgd hadden, verlieten hem na zijn dood niet; want hij is hun ten derden dage weer levend verschenen, gelijk de goddelijke profeten, onder meer andere wonderlijke dingen, van hem voorzegd hadden. Aan hem is het dat de christenen, die tegenwoordig nog bestaan, hun naam ontleend hebben.
Er is zeker sprake van een analogie tussen organismen en machines. Ook al zijn sinds David Hume op het moleculaire niveau meer details bekend de psychosynthese van Assagioli is een transformatieproces, waarbij in de mens de macht van het ego naar het hogere Zelf kan verschuiven. De onsterfelijkheid van de ziel, dus dat wat Kurzweil met computertechnologie denkt te bereiken is, zoals René Girard laat zien, impliciet in de mens aanwezig.
Michel Serres Rede uitgesproken ter gelegenheid van de intrede van René Girard in de Académie Française
U ontdekte de werking van de zondebok, het bindmiddel voor het collectief. U ontdekte ook dat eerste bindend mechanisme: het nabootsen, dat dominantie en dus ook onderwerping voortbrengt. Dit nabootsen ontspringt aan ons zenuwstelsel, zoals onlangs is gebleken met de ontdekking van spiegelneuronen.
Hersenen en Leren Spiegelneuron (p. 154)
Neuronen in de hersenen waarmee we de handelingen van andere personen onbewust registreren en nadoen en waarmee we ons kunnen inleven in de gevoelens van anderen.
Sander Bais Interview NRC Handelsblad, 7 november 2009):
Toen de Britse natuurkundige en schrijver C.P. Snow
in 1959 zijn beroemde essay The Two Cultures publiceerde was theoretisch fysicus Sander Bais veertien jaar.
Breking van licht (Brekingsindex) of refractie is het verschijnsel dat lichtstralen van richting veranderen als ze van het ene medium (doorzichtige stof) in het andere terecht komen. Het elementaire inzicht in de breking van licht leidde bijvoorbeeld tot lenzen, en zo tot telescopen waarmee mensen hun horizon in de ruimte steeds verder verlegden, en tot microscopen waarmee zij steeds dieper in cellen, moleculen en atomen doken. Tot zij tegen harde grenzen aanliepen. Astronomen die steeds dieper in de kosmos tuurden, en zo ook steeds verder terug reikten in de tijd, stuitten bij 13,7 miljard jaar op de oerknal.
Hij wijst ook onbetreden gebieden aan. Wat zich vlak voor, tijdens en direct na de oerknal heeft afgespeeld gaat ons verstand te boven. En we hebben geen idee hoe – nagenoeg midden tussen die allergrootste en allerkleinste schalen van de kosmos – het complexe samenspel van hersencellen het menselijk bewustzijn voortbrengt.
William A. Savage Bespiegelingen over licht en duisternis
Wanneer licht in aanraking komt met doorzichtige materie van verschillende dikte – bijvoorbeeld een prisma of een regendruppel – wordt wit licht gedifferentieerd in de bekende kleuren van het spectrum. Het prisma, dat ervoor zorgt dat de gekleurde stralen ontstaan uit de oorspronkelijke straal wit licht, is te vergelijken met een layacentrum. In de theosofische literatuur is een layacentrum een mathematisch nulpunt of enkelvoudig punt, waar energie, levenskracht of stof zich manifesteert op of uitstraalt naar het ene gebied, terwijl het tegelijk uit een ander gebied verdwijnt – zoals een substantie die neerslaat of oplost, overgaat van de ene toestand in een andere. Manifestatie komt voort uit potentialiteit: ongemanifesteerde duisternis.
Raymond Kurzweils wet van versnellende opbrengsten
In zijn essay uit 2001, 'de wet van de versnellende opbrengsten' stelt Kurzweil een generalisatie van Moore's wet voor. De wet van Moore vormt voor de meeste aanhangers van de singulariteitshypothese de basis van hun geloof in de singulariteit en beschrijft een exponentieel groeipatroon in de complexiteit van geïntegreerde halfgeleidende circuits. Kurzweil breidt dit uit en sluit technologieën van ver voor de geïntegreerde schakelingen in tot toekomstige vormen van computatie.
De futuroloog Raymond Kurzweil was maandag 4 januari 2010 wintergast bij Raoul Heertje. Nu slikt Ray Kurzweil zo’n 150 vitaminepillen per dag in zijn streven naar onsterfelijkheid - een kwestie van tijd volgens hem - en hoopt hij zijn overleden vader tot leven te wekken met gebruik van diens dna. Straks zijn er bij ons allemaal chips geïmplanteerd en het moment dat robots het van ons overnemen, is niet ver. Volgens Kurzweil zullen computers in 2029 even intelligent zijn als mensen. Is Kurzweil een krankzinnige geleerde? Wie zijn ideeën leest, zou het denken. Maar niet alles is zo vergezocht als het lijkt, en veel ontwikkelingen die Kurzweil voorspelde, kwamen uit. Bill Gates bestempelde hem tot dé expert op het gebied van de toekomst van kunstmatige intelligentie. Kurzweil is bovendien de uitvinder van een nieuwe generatie synthesizers en van uiterst bruikbare software voor dyslectici en blinden. Tijdens het idfa (19-29 november) is een documentaire over Kurzweil te zien, getiteld Transcendent Man.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel II De rassen van het ‘derde oog’ (p. 337):
Bovendien is al eerder aangetoond dat ‘natuurlijke selectie’ een zuivere mythe is, als hieraan de oorsprong van de variaties wordt toegeschreven (zie hieronder, Afdeling III, over darwinistische mechanische veroorzaking); omdat het ‘overleven van de geschiktsten’ pas kan plaatsvinden nadat er bruikbare variaties en verbeterde organismen zijn ontstaan. Waar kwamen de ‘bruikbare variaties’ vandaan die het oog ontwikkelden? Alleen uit ‘blinde krachten . . . zonder doel en zonder plan?’ Deze redenering is kinderachtig. De ware oplossing van het mysterie is te vinden in de onpersoonlijke goddelijke wijsheid, in de VERBEELDINGSKRACHT ervan – weerkaatst door de stof.
Oud-conrector Jan Jimkes (N.R.C. 12 april 2008):
Anderen in het onderwijs kropen bij de gezagsdragers op schoot, wilden hogerop, hielden zich stil. Ik kon me kwaad maken. Ik vond mijn hobby muziek interessanter.
Netelenbos zei tijdens haar verhoor precies hetzelfde als tien jaar geleden. Ze deed me denken aan zo'n apparatsjik uit de voormalige DDR, die zei dat de Berlijnse muur niet eens zo'n slecht idee was. dat hij alleen te snel was afgebroken.
Bij Netelenbos valt duidelijk de door Dijsselbloem gesignaleerde tunnelvisie te bespeuren.
Gerard Verhoef, Bolleboosjes tussen plebs (Volkskrant 16 mei 2008):
Het gebrek aan plaatsen op categorale gymnasia is geen toeval, maar het gevolg van bewust beleid. Dat had de bedoeling voordelig te zijn voor kinderen uit zwakke milieus zonder aandacht te schenken aan kinderen die slimmer zijn (ongeacht hun milieu). Voor slimmere kinderen, was de gedachte, doen we niets. Als ze al nut hebben, dan toch alleen om de zwakkere kinderen te helpen. Het beleid heeft averechts gewerkt voor de kinderen waar het om ging en ook de slimmere kinderen hebben aanzienlijke slechter onderwijs gekregen dan ze anders zouden hebben gehad. Nu zijn er ouders die naar de rechter stappen. Lijkt me terecht. Het gaat om bewust beleid dat bewust is ingezet, met bewust deze consequenties. Het was de bedoeling dat deze kinderen geen plaats zouden hebben.
Cultuuroverdracht laat zien hoe we moeten leren. 'Vmbo'ers leren niet hoe ze moeten leren' (Volkskrant 7 december 2009).
Petra Tasseron: ‘Onze ervaring als ouders van twee dochters op vmbo-basis/kader is dat ze niet leren hoe ze moeten leren. Ze lopen vier jaar rond met een lege agenda en raken eraan gewend dat er geen huiswerk gemaakt wordt. Zo kweek je vanzelf hangjongeren'.
G. Verhoef: 'Het probleem is niet dat ze niet leren leren. Het probleem is dat ze niet leren, ze kunnen er onderuit, het hoeft niet per se'.
De als het maar leuk is cultuur in het onderwijs is een rem op het leveren van echte prestaties. De vraag kan worden opgeworpen in hoeverre heeft de Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen'' onder voorzitterschap van Jeroen Dijsselbloem echt een aanzet tot vernieuwing van het onderwijs gegeven?
De bottleneck op de route hangt vaak samen met hokjesgeest. Wanneer je bereid bent het belangenspel mee te spelen krijg je een beloning.
Het principe van belonen en bestraffen staat centraal.
Het zijn de zwakke managers, de 'carrièremanagers' met een groot ego, die dreigen en intimideren om hun gelijk te behalen.
Opportunistische managers hanteren het foefje van de 'kool en de geit sparen' , grijze muizen bekennen geen kleur. Door hun standpunten abstract te formuleren is het niet mogelijk dat ze daarover later verantwoordelijkheid behoeven af te leggen. Volgens grote ego’s ligt de oorzaak van problemen altijd aan de omgeving en nooit aan henzelf. Managers met een sterk ego kunnen tegen kritiek en nemen wanneer dat wenselijk is effectieve beslissingen.
De geschiedenis leert dat de verbeeldingskracht, de complexiteit van de menselijke geest zich niet zo gemakkelijk laat beheersen. Door socialisten werd er vroeger op gewezen dat de directeur het volk arm en de pastoor ze dom hield. Nu is er ondanks de welvaart zelfs een grotere tweedeling tussen arm en rijk ontstaan. Het impliceert dat we, mede als gevolg van het uitbesteden van de moraal aan de markt, de lat lager hebben gelegd. De kredietcrisis laat zien dat de bestuurders te veel met het bemachtigen van bonussen in de weer zijn geweest en dat ze daardoor onvoldoende tijd hebben overgehouden om echt op het winkeltje te passen. Nu zorgen het onderwijs en de teloorgang van de media (Volkskrant 13 december 2008) er voor om de domheid van het volk te bevorderen en de toezichthouders, die zich met gebakken lucht bezig houden voor het eerste. Door een gebrek aan een consistent en gedeeld waardepatroon is de afstand tussen ideaal (Goede, Ware en Schone) en gesignaleerde werkelijkheid duidelijk toegenomen. De symptomen van ressentiment in de maatschappij zeggen iets over het psychosociale klimaat van deze tijd. Draait het niet juist om de discipline moraliteit? De dubbele moraal maakt het lastig om de veelheid van culturen met universele waarden te verbinden. Waarom laten we het gebeuren dat de schijnwereld in het multiculturele Nederland toeneemt?
Leraar en Leerling (Nietzsche, Individueel – en Collectief, Eenheid in Verscheidenheid)
Geert Mak (Volkskrant 20 november 2004): ‘Omdat de mentaliteit van topmanagers en topbestuurders langzaam maar zeker die van de hele samenleving wordt.’ Door zijn positie zet de manager de toon, stelt Mak. Hij bepaalt de richting die de samenleving opgaat. ‘En dat is nu totaal de verkeerde kant uit.’ Mentaliteit is volgens Mak allesbepalend.
‘Kijk naar de topambtenaren op het ministerie van Onderwijs. Daar is geen enkel besef meer van good-taxpayers’ money. Het is als in de nadagen van de Gouden Eeuw: de staatskas is een ruif waar je uit eet. Wie kan, die graait.’
Jan Verplaetse Het morele brein. Een geschiedenis over de plaats van de moraal in onze hersenen
Vandaag is het onderzoek naar het morele brein terug. Op dit ogenblik brengen specialisten wereldwijd met behulp van nieuwe beeldtechnieken hersenprocessen in kaart die ze verantwoordelijk achten voor het opwekken van morele gevoelens, het verwerven van sociale kennis of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Momenteel weet niemand welke richting dit onderzoek uitgaat. Volgt er opnieuw een ontgoocheling of volgt er een echte doorbraak waardoor menselijke moraliteit in de toekomst een medisch manipuleerbaar verschijnsel wordt?
Jan Verplaetse Het morele instinct Over de natuurlijke oorsprong van onze moraal, Samenvatting van 'Het morele instinct':
Wat is goed en wat is kwaad? Dit boek is een uitvoerig antwoord op die vraag. Het verklaart moreel en immoreel gedrag als uitdrukkingsvormen van vijf morele systemen. Vier ervan berusten op intuïties of emoties (de hechtingsmoraal, de geweldmoraal, de reinigingsmoraal, de samenwerkingsmoraal) en slechts één is rationeel (de beginselenmoraal). Deze moralen zetten mensen ertoe aan om dingen te doen of te laten, maar op diverse gronden en op verschillende manieren. Gemeenschappelijk aan alle moraal is dat die onze individuele vrijheid begrenst ten gunste van het hogere belang.
Verplaetse vertelt wat we weten over de oorsprong en de ontwikkeling van moraal. Hij laat zien dat moraal veelal berust op biologische, automatische en emotionele processen. Neurowetenschappelijke bevindingen leveren overtuigend bewijs voor de diepe verankering van moraal in het menselijk lichaam. Zo heeft de ontdekking van duidelijk gemaakt dat empathie - volgens Schopenhauer de basis van alle moraal - een neurobiologisch gegeven is.
Dit boek gaat niet over de geest van de ethiek, maar over het vlees van de moraal. Het laat zien wat de mens, waar ook ter wereld en tot welke cultuur hij ook behoort, bezit aan vermogens om met het conflict tussen eigenbelang en hoger belang om te gaan. Het verschuift de focus van culturele diversiteit naar biologische gegevenheden.
Verplaetse pleit ten slotte voor een ethiek die niet alleen rekening houdt met morele beginselen, maar ook met de vier emotiemoralen. De ethiek van de toekomst zal een evenwicht moeten vinden tussen emotie en rede.
Adriaan Bekman Aandacht voor professionele ruimte in het onderwijs Minder geklaag, meer inspiratie! Is dat mogelijk?
George Steiner beschrijft in zijn boek Het oog van de meester (De Bezige Bij, 2004), dat het enige echte leerproces zich nog altijd afspeelt tussen meesters en leerlingen. De leerling moet een weg zoeken om aan de meester voorbij te komen. De meester leidt de leerling naar de bronnen.
Zingeving
Wat is de zin voor student en docent van een onderwijssysteem dat, zo is mijn conclusie, vooral opvoedt tot geprogrammeerd handelen en afschrikt tot het opzoeken van de vrije risicovolle bewegingsruimte? Dit vraagstuk toont zich in hoe docenten en studenten oordelen over hun eigen bestaan in deze rollen.
Wanneer ik gedurende een aantal jaren met grote regelmaat studenten en docenten bevraag op hoe zij hun huidige bestaan beoordelen dan valt mij op dat het klagen over wat niet klopt de overhand heeft op de inspiratie waarmee het vak gedaan wordt. Je moet even boren wil je terecht komen bij de bron van waaruit docent en student in dit proces werken. Het gaat veel meer direct over de belastende en veeleisende situaties, de organisatie die niet klopt, de onduidelijkheid over schema’s en eisen die gesteld worden, de belastende extra arbeid met al die kwaliteit toetsen.
De werking van dit systeem toont zich mijns inziens nog eens versterkt als studenten na hun opleiding aan het werk gaan. Ze komen dan in een wereld terecht waar opeens geen belangstelling meer is voor concepten en modellen. Ze komen in een wereld terecht van concrete hiërarchische machtsverhoudingen tussen mensen waarbinnen concreet gepresteerd moet worden. Ze staan op zichzelf. Ze worden aangezet zich te voegen in het organisatie geheel, in de eigen organisatie cultuur van bedrijf en team en ook wordt tegelijkertijd eigen initiatief verwacht en ondernemend handelen. Ze komen vandaag de organisatie binnen zonder een lange termijn perspectief, zonder een lange termijn ontwikkelagenda. Ze stappen in contract banen en moeten zelf de weg zoeken naar het volgende interessante alternatief.
Persoonlijk leiderschap
Een leerkracht stoeide met het vraagstuk hoe hij de studenten zo kon disciplineren dat zij de lessen geschiedenis volgens het gevraagde systeem wilden volgen om zo te kunnen beantwoorden aan de eisen die de programma’s stelden. Het lukte hem niet daar echte stappen in te zetten. In een zelfonderzoekproces kwam hij tot het inzicht dat hij het mogelijk om moest draaien. Hoe kan ik met mijn studenten zo geschiedenis doen dat zij discipline leren? Dat bleek veel beter te werken. Het focus was niet meer het vullen van vaten wat al snel tot verveling en gedoe leidt maar was het ontbranden van een vuur.
Deze docent was erg op zijn stof en de inhoud gericht en had weinig aandacht voor het proces dat zich voltrekt tussen docent en student. Zijn inspiratie lag bij het thema en niet bij het leren van de studenten. Door de draai die hij maakte kon hij zich veel meer op het proces richten wat zich afspeelt, de studenten waarnemen in hoe zij met de stof, elkaar en hem omgaan.
Wat kan een docent doen opdat de studenten innerlijk in beweging komen en op onderzoekpad gaan? Hoe scheppen zij samen professionele ruimte?
Dat vraagt allereerst van docenten dat zij de ontmoeting met studenten aangaan. Wie ben jij, wat beweegt jou, wat is jouw vraag, wat is jouw volgende stap? Ook omgekeerd.
Vervolgens is van de docent gevraagd dat hij een origineel proces voor zijn studenten inricht waarin zij met elkaar de stof verkennen en zich eigen maken?
Een essentieel vermogen daartoe is het voeren van dialoog met de studenten. De kern van dialoog voeren is luisteren naar de ander. Wat zegt zij of doet zij, welke gevoelens zijn daarmee verbonden, wat is de wilsrichting? Door vragen te stellen die tot nadenken leiden, door initiatieven te nemen die verrassende situaties scheppen, komen de studenten in beweging. Doordat studenten zich op eigen wijze de opgedane ervaringen en inzichten bewust maken, dat documenteren en daarover verslag doen, verinnerlijken ze het geleerde en wordt dit tot eigen geestkapitaal waarmee het leven gemeesterd kan worden. Het is het persoonlijk leiderschap van de docent dat het persoonlijk leiderschap van de student doet ontvonken.
Willen we in staat zijn deze aandacht voor de docent – student relatie en dialoog te geven, dan zal daartoe de besturing en aansturing in de onderwijsinstituten een ander accent moeten krijgen.
Nu is de besturing er vooral op gericht de buitenwereld te laten zien hoe goed beantwoord wordt aan alle kwaliteitseisen die allerlei instanties stellen. Klopt het studenten dossier, worden de voorgeschreven procedures gevolgd, is de opleiding geaccrediteerd, volgen de onderwijzers alle bijscholingen enzovoort.
Wat nu nodig is, is een versterkte aandacht voor de unieke kwaliteit van de docent – student dialoog en confrontatie, voor hun gemeenschappelijke proces en resultaat, voor hun gezamenlijk ontwikkelen van de professionele ruimte. Dit vraagt de moed om aan te knopen bij de concrete personen en het concrete proces dat zich voltrekt. Om dit een goede grond te geven is er een vernieuwde aandacht nodig voor de volgende vraagstukken:
Hoe richten we een inspirerend, avontuurlijk leerproces in voor dit vak, voor dit thema? Het zoeken en scheppen van een geëigend proces voor deze inhoud.
Hoe komen docent en student in dialoog, bevragen elkaar, luisteren naar elkaar en nemen initiatieven? Het tot elkaar doordringen en elkaar in beweging brengen.
Hoe knopen we alles vast aan de biografie van docent en student opdat zij in staat zijn samen zingeving te scheppen vanuit wat meegemaakt wordt?
Wat zou het mooi zijn als docent en student het samen gaan doen. Samen onderzoeken en experimenteren, samen leerprojecten vorm geven, samen een vak leren, samen wetenschap bedrijven.
Het is de leraar die de leerling meeneemt in een proces van leren, verkennen, oefenen, experimenteren, uitvinden, reflecteren, samen dialogerend. Het is de leerling die de leraar voor verrassende vragen stelt en ook ongebruikelijk interpretaties. Dat is samen leren vanuit de echte ontmoeting leraar – leerling. Dat is het innemen van professionele ruimte op een horizontale manier.
Horizontaal leiderschap ontwikkelen
Vervolgens vertelde Adriaan Bekman wat dit praktijkonderzoek inhoudt. Hij put hierbij uit 28 jaar leidinggegeven in het NPI, wat hij tot 2005 heeft gedaan. Daarna is hij een eigen adviesorganisatie begonnen, het IMO, een internationaal instituut met 72 leden. Ook zat hij twaalf jaar in het bestuur van Zonnehuizen, waarvan acht jaar als voorzitter. Het horizontaal leiderschap staat bij zijn lectoraat aan de Stenden Hogeschool centraal.
Als algemeen principe stelde Adriaan Bekman dat je niet alleen met jezelf bezig moet zijn. Ga naar buiten, was destijds ook zijn advies aan de FAG. Diegenen floreren, die de wereld ingaan. Want er komen vragen op en je straalt wat uit.
Een tweede principe dat hij in de praktijk had ervaren, was dat sociale vraagstukken niet natuurwetenschappelijk, sociologisch, te benaderen zijn. Maar net zo min geesteswetenschappelijk. Echter wel interactief, waarbij de ziel in dialoog treedt. Zonder dat gaat het niet. Deze benadering kent ook een eigen methodologie. Namelijk dat er in het sociale geen waarde is die objectief is. Die moet steeds worden geschapen.
Rudolf Steiner zegt hierover dat deze waarden werken als een natuurwet als je ze schept. Binnen het NPI is hierover lang geworsteld. Maar het is Adriaan Bekman inmiddels duidelijk geworden dat een gezonde ontwikkeling van het sociaal organisme een ultieme schepping van de menselijke ziel is. Sociale processen spelen zich dialogisch af, waarbij ritme een realiteit is. In het sociale zijn er ook geen modellen.
Deze overwegingen brachten hem tot drie voorwaarden waaraan moet worden voldaan:
1. zijn onze processen op de klant gericht; dan pakken eventuele overheidseisen ook goed uit,
2. alles in dialoog, in vraag en aanbod; dit werkt echter ook omgekeerd: door de vraag ontstaat tevens inzicht bij jezelf,
3. biografisch passend, geënt op de eigen unieke individualiteit.
Dus een drieslag van proces, dialoog en biografie. In het kader van onderzoek noemt Bekman dit de methodologie van de evidentie. Het is ‘action research’ in het sociale: een scheppend proces/onderzoek.
Je moet er geen project van maken, heeft hij ontdekt, dan hebben mensen het alleen over anderen. Mensen moeten daarentegen de kans krijgen hun eigen verhaal over zichzelf te vertellen, dus concreet waar zij mee bezig zijn. Zulke verhalen laten de geest zien die er werkt, terwijl opvattingen alleen dat niet doen.
Reynold Chandansingh De effectiviteit van “de gewone held” Wat is bepalend voor je leiderschap?
Leiderschap is een aspect van je interactie met anderen, meer dan een op zichzelf staand aspect van jou als manager of persoon. Omdat leiding geven gebeurt tussen mensen, is leiderschap niet een set van je eigenschappen, maar het sociaal proces tussen jou en je eigen manager, collegae (peers), medewerkers, klanten, leveranciers, e.a. Een interactie waarin je beïnvloedt en beïnvloed wordt. Met een gelijkwaardige relatie, in plaats van de hiërarchische betekenis die vaak aan leiderschap wordt toegekend.
Je leiderschap is dus niet vaststaand, maar ontstaat dus altijd in context, in het moment. Als manager ben je effectiever als je de context begrijpt en accepteert, doelen daarbinnen formuleert en ruimte creëert door grenzen te verleggen. Door aansluiting bij de context, vorm geven aan een nieuwe context. Het spanningsveld van ruimte krijgen en ruimte creëren, gebruikmakend van voortschrijdend inzicht.
In de praktijk is er niet één specifiek leiderschapstype succesvoller dan de ander. De diverse typen kunnen effectief zijn, zoals uit onderzoek blijkt. In dat opzicht kun je zeggen dat de diverse managementboeken en -trainingen waardevol zijn door diverse typen te beschrijven en aan te dragen. Echter, het onderzoek gaf ook aan dat de persoonlijke invulling bepalend is en vooral in de context en het moment ontdekt zal worden (of niet). Dat is lastig en al die boeken geven daar geen “formule” voor. Het is niet anders …
Henry Mintzberg Hoe heb jij je partner gekozen? (besluitvorming)
De Canadese professor Henry Mintzberg heeft een tijdje gelezen een nieuw boek geschreven. Het heet Mintzberg on Management. Sinds het begin van zijn carriere schrijft Mintzberg over management. Hij verbaasd zich over de discrepantie tussen de theorie en de praktijk. Toen hij Managers, not MBA’s schreef, ging er een zucht van verlichting door managementland. Eindelijk, erkenning! Vele managers maakten zich al jaren ongerust. Wat ze lazen in de MBA managementboekjes kwam niet overeen met hun praktijk van brandjes blussen, improviseren en ‘de zaak draaiende houden’. Mintzberg is lekker eigenwijs en dat vinden wij in Europa wel leuk. In Amerika geniet hij minder populariteit en is hij zelfs een beetje controversieel. Dat maakt hem niet minder interessant. Op YouTube vond ik een klein clipje, waarin hij aangeeft hoe hij denkt over management en besluitvorming. Interessant materiaal!
Waar gaan we voor? De constatering van Pierre Vinken dat de evolutie in tegengestelde richting verloopt wordt in het rapport 'E i V' echter met devolutie aangeduid. De vraag komt op of bij Pierre Vinken van een universele geest sprake is. In hoeverre zijn denken en voelen, theorie en praktijk, de beide hersenhelften bij Pierre Vinken echt in balans?
Het gaat om de reciprociteit (zie gegeneraliseerde 'reciprociteit' van Putnam) tussen beide kanten van de medaille.
Paul Frentrop portretteert Pierre Vinken als een opportunistische korte termijn denker, die niet in goed rentmeesterschap gelooft.
Hoe komen we tot een juiste beslissing in de complexe keuzemaatschappij? Ethische vraagstukken zijn keuzevraagstukken, welke beslissing nemen we in situatie A en welke in situatie B? Waardoor laten we ons bij specifieke levensvragen leiden en in hoeverre zijn we er van bewust wanneer we met twee maten meten? In het onderwijs dient aan de besluitvorming over ethische vraagstukken meer aandacht te worden besteed. Het rapport ‘E i V’ bevat hoofdlijnen hoe probleem en oplossing met elkaar zijn verbonden en biedt daarmee achtergrondinformatie voor het creëren van pasklare oplossingen.
Zorg eerst dat het geld de leerling bereikt (Presley Bergen Volkskrant 4 januari 2010)
Het staat vast dat van de ruim 30 miljard, meer dan de helft niet ten goede komt aan het primaire proces. Het is de overheid die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs. Zij weigert echter scholen te dwingen financieel transparant te zijn en daarmee schiet zij in eigen voet.
Presley Bergen laat zien hoe sterk de afgelopen vijftien jaar de bureaucratie in het onderwijs is toegenomen.
Het primaire proces in het onderwijs draait om de relatie ‘Leraar en Leerling’, de kennisoverdracht van inhoudelijke kennis. Door de schaalvergroting en de daarmee samenhangende bureaucratie in het onderwijs is deze relatie aardig onder druk komen te staan. In bureaucratische geleide organisaties staat veelal niet de klant, de leerling waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van eigen koninkrijkjes centraal. Het is een utopie te geloven dat door schaalvergroting de effectiviteit en efficiency in een dergelijke organisatie toeneemt. Het tegendeel is eerder het geval. Aan de neerwaartse spiraal, die de afgelopen decennia in het onderwijs naar voren is gekomen, is de zogenaamde marktwerking mede debet.
Inventarisatie van de knellendste problemen van het Nederlandse onderwijs (Volkskrant 29 december 2009)
Sywert van Lienden en Leonard Geluk richten zich op de toekomst. In mijn ogen is dat voor een onderwijsinstelling in zoverre relevant, dat zij leerlingen opleiden voor marktsegmenten waar voldoende vraag aanwezig is. In de meeste beroepen gaat het er om dat men een zodanig basispakket heeft verworven dat men direct inzetbaar is. In het bedrijfsleven zal men zich verder specialiseren en door education permanente nieuwe vaardigheden eigen moeten maken.
Waarom wordt in de media wel aan de mening van een nitwit als Geert Wilder uitgebreid aandacht besteed, maar nauwelijks aan de publicaties van de onderzoeksjournalisten David Simon, Bart Tromp en Marcel Metze, coryfeeën op hun vakgebied? De massamedia schromen niet om onderbuikgevoelens breed uit te meten. Onbenullige thema’s krijgen naar verhouding veel te veel aandacht. De emotie-TV viert hoogtij. Kijkcijfers dicteren het aanbod. Het streelt blijkbaar ons ego wanneer we op TV mensen zien die nog dommer, slechter, lelijker .... zijn dan wij. De TV wordt een poppenkast, waar theater hoogtij viert. Het komt er op neer dat we door selectieve informatie onze eigen vooroordelen bevestigd willen zien.
In zijn boek Counter-Democracy betoogt de Franse politicoloog Pierre Rosanvallon dat populisme een logische pendant is van een uit het lood geslagen democratie. Het dilemma is dat partijpolitici deel uitmaken van een politieke mores en daardoor niet boven die heersende cultuur staan, maar er onlosmakelijk mee verbonden zijn. Om een cultuuromslag te realiseren gaat het uiteindelijk om een integrale denktrant (de samenhang tussen de domeinen van de alfa-, béta- en gammawetenschappers) die het parochiale denken van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' overstijgt.
De geschiedenis leert dat personen als Socrates en Jezus Christus, die aan de kant van het volk staan, juist het slachtoffer worden van een politieke moord. Als het slecht gaat zoeken de ‘daders’ een ‘zondebok’. Om zelf buiten schot te blijven treedt het zondebokmechanisme in werking. Juist diegenen die niet corrupt zijn worden opgeofferd.
Samenvatting
De crux van het rapport ‘E i V’ zit in de relatie tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan), tussen het zondebokmechanisme en het marktmechanisme of met andere woorden tussen heer en slaaf (politicals en professionals) respectievelijk tussen verkoper en koper.
Tussen de verkoper en de koper, de aanbodzijde en de vraagzijde zit voor beide partijen de stem van het geweten. Uiteindelijk zijn we het allemaal zelf, die de chaos creëren. Welke leraar laten we prevaleren? Regeert een politicus als goddeloze dwaas of als rechtvaardige wijze that's the question.
Maatschappelijke vraagstukken worden niet met direct betrokkenen besproken maar ondergebracht in commissies, overlegorganen en externe adviesbureaus (6e macht) waarop burgers geen zicht hebben. In plaats van dat politici met een visie komen wordt de verantwoordelijkheid uitbesteed. De onverbeterlijkheid van de mens waar Hegel naar verwijst is niet nieuw.
De discrepantie tussen Hegel en Engels is al eerder tussen Pythagoras en Aristoteles naar voren gekomen. De fysica en de metafysica zijn complementair. De quintessens van de éne-werkelijkheid wordt met behulp van het 5D-concept en het Ether-paradigma tot uitdrukking gebracht. Het 5D-concept, de verborgen 5e dimensie heeft op levenskunst - zingevingsvragen - de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door de vergaande individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.
De middelmatigheid regeert. De zesjescultuur in Nederland is een afspiegeling van het regeringsbeleid. Je krijgt het management dat je verdient.
In het kader van Structure follows Strategy 'Wat en Hoe' (’Oorzaak en Gevolg’) draait het om de verborgen 5e dimensie Axis mundi.
Om een cultuuromslag te realiseren gaat het uiteindelijk om een integrale denktrant (de samenhang tussen de domeinen van de alfa-, béta- en gammawetenschappers) die het parochiale denken van het ’eigen koninkrijkje’, de 'bv Ego' overstijgt. Of met andere woorden het ‘Ik-kant en Wij-kant’ denken te doorbreken. Psychisch betekent het de scheidslijn, de grenzen van het dualisme tussen mens en samenleving te laten oplossen.
Het rapport 'E i V' baseert de strategie op de zes Darshana’s, een pedagogisch denkmodel. Om de continuïteit van organisaties te waarborgen het principe 'Structure follows Strategy' toepassen. De organisatiestructuur wordt in met name bureaucratische organisaties te vaak een doel op zichzelf. De bekende 4e macht kan gewenste veranderingen tegenhouden. In bureaucratische organisaties staat veelal niet de klant, waar het feitelijk om moet draaien, maar het bouwen van koninkrijkjes centraal. Om het grijze muizen circuit van managers te doorbreken de projectorganisatie centraal plaatsen.
Het mechanisme dat Aleid Truijens en Yvonne Doordyun signaleren is een oud verhaal en heeft op de bureaucratie, de Vierde Macht van Crince Le Roy betrekking.
In het algemeen bestaat er tussen bureaucratie A en bureaucratie B weinig verschil. Je hebt te maken met het fenomeen organisatiecultuur. Oplossingen die in de marktsector van toepassing zijn gelden ook in de publieke sector. Analoge problemen kunnen op analoge wijze worden opgelost.
Het zijn de opportunistische managers die de politieke machtsspelletjes in optima forma beheersen. Zij schikken zich soepel in de nieuwe rol ‘u vraagt wij draaien’ die van hen wordt verwacht. Het heeft puur op het overleven in de materiële wereld het "voor wat hoort wat" betrekking.
Door het ‘u vraagt, wij draaien’ van het cliëntelisme, de twee handen op een buik politieke manipulatieve spelletjes kan van een gesloten systeem worden gesproken waarvoor de tweede wet van de thermo dynamica geldt en waarop dus de entropie van toepassing is. Of met andere woorden in een gesloten systeem blijft de kwantiteit, de totale hoeveelheid energie gelijk, maar de kwaliteit van de totale hoeveelheid energie zal na verloop van tijd lager zijn dan ervoor. Maar gelukkig bestaat er ook negentropie.
Creativethink maakt het mogelijk de ongeordendheid van een systeem, de entropie te verminderen. Creativethink (zelfgenezend vermogen), geestelijke ordening staat tegenover chaos. Creativethink, leren in het kader van de geestelijke wereld, stelt zich open voor nieuwe ervaringen, voor creativiteit. Er wordt niet op oude patronen, conditioneringen en groupthink voortgeborduurd. Creatieve evolutie brengt de natuurlijke -, de beheers - en de vernietigende kringloop tot uitdrukking. Het darwinistisch evolutionisme is met deze kringloop verbonden.
Groupthink houdt in dat politici marionetten van het systeem kunnen worden. Het heeft tot gevolg dat pas wordt opgetreden wanneer het duidelijk misloopt. 5D legt de nadruk op feedforward besturing. Het is effectiever te voorkomen dan te genezen. Houden we ons bezig met creëren of nabootsen dat’s the question.
Het is de mens die met behulp van zijn brein, de beide hersenhelften, ‘Lichaam en Geest’, ‘Macrokosmos en Microkosmos’, ‘God en Zoon’, 'Hemel en Aarde' met elkaar verbindt.
De echte innovaties vinden op het snijvlak tussen disciplines plaats. De moraal van het verhaal wordt op het snijvlak van individu en collectief manifest. Vijand denken plaatst vaak superieur tegenover inferieur. Je wordt niet superieur door de ander als inferieur te zien.
De geschiedenis laat een diversiteit aan innovatieve, interdisciplinaire grenswetenschappers zien.
Pythagoras, Ammonius Saccas, Origenes, Dante Alighieri, Helena Blavatsky, Spinoza, Schelling, Nietzsche, Teilhard de Chardin, Einstein, Jung, Wittgenstein, Krishnamurti, David Bohm, Jean Charon en Ervin Laszlo zijn eminente wetenschappers die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur.
De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. Op het snijvlak van de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen ligt het gemeenschappelijke raamwerk, de Unifcatietheorie.
Het denken vindt plaats op het snijvlak, de schakel tussen de binnenwereld en de buitenwereld, tussen verleden en toekomst in het nu, tussen het individuele en het collectieve, dialectische bewustzijn, in de psyche de schakel tussen lichaam en geest.
Een ommekeer in het denken is nodig. Als we de zaken werkelijk willen veranderen dienen we aan het geestelijke kapitaal meer aandacht te besteden. In het 5D-concept zijn metafysica, het bovennatuurlijke en fysica, net als Idealisme en Materialisme de twee complementaire kanten van één medaille. Voor eenwording moeten we ons weer met de kern, de geest verbinden. Dus met de oerbron En-Soph ('Chaos, Gaia en Eros') waar alles uit voortkomt.
Het 'Goede, Ware en Schone' en 'Chaos, Gaia en Eros' zijn complementair. De Goddelijke liefde (het Schone), Eros (thumos) zorgt voor het verbinden terwijl daarentegen de keerzijde van Eros (Epithumia) voor het scheiden zorgdraagt. Eros heeft een positieve en een negatieve betekenis.
De Éne werkelijkheid heeft betrekking op de dynamische wederkerigheid (reciprociteit) tussen 'Geest en Lichaam', Zo binnen, zo buiten en Zo boven, zo beneden, van alles met alles. De schakel tussen 'Geestkunde en Natuurkunde', het zelfbewustzijn, het Reflexief Bewustzijn kan met behulp van de lemniscaat tot uitdrukking worden gebracht.
Het brein dient om zintuigelijke informatie te verwerken en zorgt voor het aansturen van zowel ons lichaam als onze geest. In het brein gaat het niet zozeer om de zenuwcellen (neuronen), maar om de verbindingen ertussen, de synapsen. Een synaps is een verbinding tussen twee neuronen waardoor een impuls kan worden overgedragen. De aardse levenscyclus van het brein laat zien dat op oudere leeftijd de verbindingen teruglopen.
De Duitse versie van de zintuigen geeft een zevenvoudige hoofdindeling. In de Nederlandse versie zijn aan de vijf bekende fysieke zintuigen ook thermoceptie, nociceptie, evenwichtszin en proprioceptie toegevoegd. Rudolf Steiner onderkende zelfs twaalf zintuigen.
Het factorgetal (factorelement, heptagoon, ‘telesphoros’) zeven correspondeert met de bewustzijnsniveaus, de scheppingskrachten en de atoommassa in groepen van zeven, maar ook met de zeven (hoofd)elektronenschillen (Periodiek systeem/Elektronenconfiguratie). Om zeven bewustzijnstoestanden te duiden maakt Ken Wilber van het "Wilber-Combs-rooster" gebruik. In de Theosofie staat het factorelement 7 symbool voor een natuurconstante.
Het is mogelijk het menselijk bewustzijn in verschillende categorieën, in verschillende klassen te verdelen. Maar het is allemaal één bewustzijn. De bron van ons bewustzijn noemen de boeddhisten het nirwana. Dit bewustzijnsniveau kan in het eeuwige nu, waar tijd niet bestaat, worden ervaren. De integrale denktrant van het 5D-concept wordt gebruikt om het bewustzijn beter te begrijpen.
Het hart, de ziel is een weerspiegeling van de anima mundi, het universele denkvermogen, de grote wereldziel. Het centrale basisprincipe is mens ken uzelve. Van de zeven chakra's (p. 9) is de vierde het hartchakra. De auteurs van Genesis schreven middels de wijsheid van het hart en niet met de kennis van het verstand. Het evolutionaire denken verklaart de verschijningsvormen, het hoe van het leven, daarentegen het evolutionaire voelen de verschijningsinhoud, het wat. Bij de snaartheorie gaat het om de kennis van het verstand. Het gaat niet om Genesis of Darwin. Het gaat namelijk om beide gezichtspunten, de complementariteit.
De bewustzijnsevolutie, de ziel, de kern van de mens heeft op de absolute ‘Ruimte en Tijd’ (Einsteins kosmische Geest!, singulier punt), de absolute existentie betrekking, daarentegen de evolutietheorie op de relatieve ‘Ruimte en Tijd’, de relatieve existentie. De kwintessens van dit verhaal draait echter om survival of the fittest. Het dilemma van het leven ligt besloten in: Waar kiezen we nu voor? Het brengt de kwintessens, de moraal van dit verhaal tot uitdrukking. In de absolute ‘Ruimte en Tijd’ ontstaat er een potentiaalverschil van nul. De potentiaal op een plaats is een natuurkundige grootheid die op een bepaalde manier samenhangt met de kracht die een deeltje op die plaats ondervindt.
Wim van den Dungen: Metafysisch kunnen we speculeren over de mogelijkheid van een 'force active' (Leibniz), of 'entelechie' (Driesch), 'élan vital' (Bergson), 'vitaal principe' (Hahnemann), 'creativity' (Whitehead), 'morfogenetisch veld' (Sheldrake), 'etherisch dubbel' (theosofie), 'ch'i' (taoïsme), 'prâ a' (yoga) of 'vitale kracht'.
Anima mundi betekent 'de ziel van ons klein heelal', de wereldziel en is een equivalent van het Akasha-veld.
In het informatie registrerende en overdragende Akasha-veld van het universum worden de correlaties tussen de micro - en macrokosmos tot stand gebracht. Het 'Hoe en Wat' in de aardse microkosmos staat tegenover het 'Wat en Hoe' in de hemelse macrokosmos.
Eenheid in verscheidenheid een holistische benadering
De meest recente manier om over conditionering te praten in de psychologie komt terug bij wat spirituele mensen al een hele tijd weten: conditionering bepaalt hoe we de wereld zien. Hoe we onze wereld organiseren wordt bepaald door waar we geboren zijn.
Bergson (p. 100), Duur en Tijd (Rechter - en Linker hersenhelft) Het eigenlijke denkproces in de hersenen, bijvoorbeeld het verwerken van indrukken die door zintuigen aangeleverd worden, is een elektrochemisch proces. Aan het einde van de zenuwcellen registreren de synapsen (te vergelijken met een zend- en ontvangststation) elektronische spanning in de cellen zelf en de cellen ernaast. Als deze spanning verandert, doordat er een impuls door een zintuig wordt aangeleverd, sturen de neurotransmitters via de synapsen chemische stoffen. Deze stoffen zorgen ervoor dat bij de onderling verbonden cellen van het hersennetwerk andere chemische stoffen in kunnen stromen, die de elektrische spanning veranderen. Op deze manier vindt er gedachtenoverdracht plaats. De synapsen zorgen voor de contacten, de communicatie tussen neuronen.
Niels Bohr heeft het fenomeen dat licht zich gedraagt of als deeltje of als golf, afhankelijk van de proefopstelling, maar nooit als beide tegelijk complementariteit genoemd. Over de dualiteit van de materie is het laatste woord wellicht nog niet gesproken maar men kan niet rond de vaststelling heen dat materie die beweegt in ruimte altijd vergezeld is van een golf omdat de ruimte-tijd rond een deeltje altijd vervormd is. Wat een waarnemer vaststelt hangt uitsluitend af van de waarnemingsmethode. Het is dus 'deeltje of golf' en 'deeltje en golf' (complementariteit of deeltjesparen).
Universele kennis, de universele wetten zijn complementair (Absoluut en Relatief) aan de natuurwetten.
De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
Wegens de eindigheid van de lichtsnelheid (relatieve tijd) kan alles in de kosmos niet met elkaar verbonden zijn.
Roberto Assagioli: Een beweging waarin alles samenhangt, het ene het andere afstoot en toch oproept, en voor het eigen zijn nodig heeft. Een voorbeeld uit de gevoelssfeer kan dit verduidelijken. Mensen die elkaar liefhebben, verliezen hun identiteit niet in hun wederzijdse liefde en toch heffen ze hun geïsoleerdheid op. Ze zijn bij zichzelf in het andere. Alle menselijke liefde, zelfs in haar hoogste transpersoonlijke aspect, kan men beschouwen als een gedeeltelijke expressie van een universeel beginsel van LIEFDE.
In de psychologie van Carl Jung speelt het projectiemechanisme een belangrijke rol.
Elke medaille heeft twee complementaire kanten, die door de spiegelsymmetrie, het projectiemechanisme tot uitdrukking wordt gebracht. De eenheid der tegendelen is het basisingrediënt in het rapport ‘E i V’. De eenheid der tegendelen brengt echter ook een tegenstelling tussen twee polen, de keerzijde tot uitdrukking. De éne werkelijkheid bestaat uit paren van tegenstellingen, ‘hemel en aarde’, ’evolutie en involutie’, 'onbewuste en bewuste', ‘collectieve en individuele' onbewuste. Het gaat er om in de menselijke geest zowel het bewuste als het onbewuste te overstijgen. Asymmetrie bestaat op aarde, maar niet bij God (Ain-Soph) in de hemel. Uiteindelijke kan het individuele bewustzijn de ware aard van het universele, kosmische, non-lokale bewustzijn niet kennen.
In de huidige consensus politiek van de kool en de geit sparen staat niet de moraal, maar het belonen en bestraffen, het zondebokmechanisme centraal. Wanneer je je niet aan de regels van het spel houdt dan word je buitengesloten of opgesloten. Recent stond in de Volkskrant dat het aantal gevangenen in Nederland sinds 1985 is verviervoudigd. Marcel van Dam scheef er een aardige column over. Gaan we alleen voor de worst? Uitgangspunt van veel politici is dat de wetenschap, de technologie in staat is alle problemen wel op te lossen. In de politieke machtsspelletjes verschuift het accent steeds meer naar de vorm, niet naar de inhoud. Holle retoriek en het willen scoren met schijnoplossingen komen centraal te staan.
Het lijdensverhaal laat net als de Vier Edele Waarheden van het Boeddhisme zien dat het juist om de ethiek, de moraal van het verhaal draait. Het onderzoeksrapport ‘E i V’ plaatst ‘De blijde boodschap’ in een nieuw perspectief.
Het fundamentele beginsel van moraliteit verhief Immanuel Kant tot zijn befaamde categorische imperatief. Er is niets nieuws onder de zon.
Kwantumverstrengeling is een fenomeen uit de kwantummechanica waarbij twee of meer natuurkundige objecten zodanig verbonden zijn, dat het ene object niet meer volledig beschreven kan worden zonder het andere specifiek te noemen - ook al zijn de beide objecten ruimtelijk gescheiden ('non lokaal').
Een foton is een voorbeeld van een kwantum. Een foton is de kleinst mogelijke eenheid van licht. Voor fotonen geldt hetzelfde als voor neutronen, synapsen, gedachten en gevoelens ze verschijnen en verdwijnen. Door de fragmentatie van de wetenschap raken de relaties tussen vakgebieden als biologie, psychologie en filosofie onderbelicht.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 73):
Het verschijnen en verdwijnen van het Heelal wordt voorgesteld als een uitademing en inademing van ‘de grote adem’, die eeuwig is en die, omdat hij beweging is, een van de drie aspecten van het Absolute is; de andere twee zijn abstracte Ruimte en duur. Als de ‘grote adem’ wordt geprojecteerd, wordt hij de goddelijke adem genoemd en wordt hij beschouwd als het ademen van de onkenbare godheid – het ene Bestaan – die als het ware een gedachte uitademt die de Kosmos wordt. (Zie Isis Ontsluierd.) Zo verdwijnt ook, als de goddelijke adem weer wordt ingeademd, het Heelal in de schoot van ‘de grote moeder’, die dan slaapt ‘gewikkeld in haar onzichtbare gewaden’.
Met behulp van de systeembenadering wordt de verbinding tussen de aardse en de hemelse werkelijkheid in beeld gebracht. De cybernetica toont een sluitstuk van de puzzel. Het laat zien hoe integratie cq. desintegratie daadwerkelijk kan worden bereikt. Karma is niet het onontkoombare lot, het zijn nog altijd mensen die besluiten om de ‘trekker’ (trekkermechanisme) over te halen. Door gerichte feedforward besturing kunnen grote schommelingen worden vermeden.
Om onze waarneming, leergedrag, opmerkzaamheid, logisch redeneren, herinneren, dromen te verklaren vergelijkt Prof. van Peursen in zijn boek Cultuur in stroomversnelling uit 1975 de werking van de hersenprocessen met het zogenaamde ‘trekkermechanisme’.
De ongrijpbare patronen, schakelnetwerken van Prof. van Peursen correleren met de spiegelneuronen van Marco Iacoboni.
In de systeemleer staat de ‘4’ voor het terugkoppelingsmechanisme, dat op de invoer, de verwerking en de uitvoer volgt. De hemelse ‘1 2 3’ ontstaat wanneer de aardse ‘4’, het terugkoppelingsmechanisme stabiliteit creëert. Een tipje van de sluier wordt opgelicht. De driehoek van Pythagoras is nog steeds actueel. De contouren van het ultieme ordeningsprincipe zijn al millennia bekend.
Uit het in de hobbysfeer uitgevoerde onderzoek naar het verschijnsel organisatiecultuur is als belangrijkste conclusie naar voren gekomen dat het nuttig is om management by trial and error aan te vullen met management by learning. Om het zelfregulerende vermogen van markten te herstellen dient de overheid zich meer op het gelijkheids- en gemeenschapsmodel van A.P. Fiske toe te leggen. De eenzijdige nadruk op het marktmodel, het marktdenken veroorzaakt de problemen.
Een principe dat Adriaan Bekman in de praktijk had ervaren, was dat sociale vraagstukken niet natuurwetenschappelijk, sociologisch, te benaderen zijn. Maar net zo min geesteswetenschappelijk. Echter wel interactief, waarbij de ziel in dialoog treedt. Zonder dat gaat het niet. Deze benadering kent ook een eigen methodologie. Namelijk dat er in het sociale geen waarde is die objectief is. Die moet steeds worden geschapen.
In het kwadrant van Ofman vertegenwoordigt de negatieve as de gemanifesteerde werkelijkheid, de tegenstelling, het verdeeld-zijn op aarde, de identificatie met het afgescheiden bestaan en de positieve as de ongemanifesteerde werkelijkheid, het één-zijn, de complementariteit, de absolute waarheid in de hemel. Het principe van complementariteit dat al door Heraclitus naar voren is gebracht heeft op de ‘eenheid der tegendelen’ ('These + Antithese = Synthese', Trimurti) het overbruggen van tegenstellingen betrekking.

Een transactie brengt in de transactionele analyse het principe van complementariteit tot uitdrukking.
Transactie: Een eenheid van sociale omgang (Aktie - Reactie)
In communicatie : A laat wat zien, horen, voelen = Transactionele Prikkel, B zal dan iets zeggen, doen, etc. = Transactionele Reactie.
TA is de onderzoek methode van deze ene (gehele) transactie ; Ik doe jou iets, en jij doet iets terug', EN de bepaling welk deel van het veelzijdig individu de boventoon voert'. Door middel van TA wordt tevens de informatie gerangschikt die is verkregen door deze transacties te analyseren en te ontleden in woorden die per definitie dezelfde betekenis hebben voor iedereen die die woorden gebruikt. Overeenstemming m.b.t. woorden en/of uitdrukkingen, samen met de overeengekomen betekenis, zijn een key' tot wederzijds begrip en communicatie.
De vraag komt naar voren inhoeverre neigen managers als Kete Kervezee, Heim Meijerink en Sjoerd Slagter richting "voor wat hoort wat" of richting "heb uw naaste lief"?
Zie ook:
Boeken
- Jouke de Vries en Paul Bordewijk Rijdende treinen en gegepasseerde stations – Over Screbrenica, de kredietcrisis en andere beleidsfiasco’s.
- Bart Tromp De wetenschap der politiek: verkenningen
- lrving Janis Victims of Groupthink
- J. krishnamurti Een wereld in CRISIS leven in onzekere tijden
- Adriaan Bekman Horizontaal leiderschap Onderzoek naar leiderschap in organisaties
- Adriaan Bekman De mens als bron voor leiderschap
- Adriaan Bekman Kernkwaliteiten van leidinggeven Het horizontale perspectief
- Eric Rassin Waarom ik altijd gelijk heb, Over tunnelvisie
- Pim van Lommel Eindeloos Bewustzijn – Wetenschappelijke visie op bijna-dood ervaringen
- John Consemulder BLAUWDRUK de multidimensionale werkelijkheid van creatie en manifestatie
Externe Links:
- Doublethink
- Frank Visser KLAAR OM TE WENDEN? Afscheid ex-SER voorzitter Herman Wijffels opgeluisterd door Don Beck en Ervin Laszlo
- Hans Stolp Uittreksels Esoterie
- Rita Schilling Hildegard van Bingen Bazuin van het levende Licht
- De crisis en de kunst van het loslaten………… Beter presteren door slimmer delegeren!
- De crisis en de kunst van het loslaten (2) Hoe kijkt generatie Einstein er naar?
- Zintuigen Sinn (Wahrnehmung)
- Ton van Rietbergen Universitair onderwijs was vroeger veel slechter dan tegenwoordig (Volkskrant 12-01-2011)
- Adriaan Bekman Aandacht voor professionele ruimte in het onderwijs Minder geklaag, meer inspiratie! Is dat mogelijk?
- Arnold Fellendans Tunnelvisie
- Arnold Fellendans De 'Dreamcode' als middel tegen hokjesgeest
- Arnold Fellendans Een nieuwe duurzame economie Over paradigma's en andere vormen van hokjesgeest
- Ietje Pauw De kunst van het navelstaren De didactische implicaties van de retorisering van reflectieverslagen op de pabo Een exploratieve studie
- Tom Luken DE (ON)MOGELIJKHEID VAN NIEUW LEREN EN ZELFSTURING
- Tom Luken Gaat leren leren de leerling boven de pet? Over de (on)mogelijkheid van creatief-sociaal leren in het voortgezet onderwijs
- Aleid Truijens Wie niks weet, is ook op internet een sukkel
- Rutger Bults Een onderzoek naar de implementatie van competentiegericht leren binnen zelfsturende teams
- Luc Zonnenberg De mimetische theorie en de ontwikkelingen in het onderwijs
- Pieter Hilhorst: Schets van de nieuwe schoolstrijd
- E. Verbiest: Collectief leren in schoolorganisaties
- Wilfred Rubens Van competentiegericht leren naar integrale beroepsvorming
- Oratie: René van Hezewijk digitaal onderwijs bekeken vanuit de evolutionaire psychologie.
- Plato's inleiding tot de schoonbegeerte (en andere publicaties)
- Promotie onderzoek Patrice van de Vorst: mijn te onderzoeken stelling is: Er is een biologische of anatomische grondslag voor het ontstaan van het menselijk bewustzijn en de menselijke moraal. Deze komt voort uit de evolutionaire veranderingen in de geslachtsorganen van de soort Homo.
- Samenvatting Sociale Psychologie
- Gert-Jan Hospers Met minder computers meer kans op Twentse Einsteins
- Moet Netelenbos nog boeten?
- Leraren
- Jacky Tange Bewustzijn in de 21ste eeuw: fragmenten van een inleiding.
- Václav Havel Het wonder van het Zijn: onze mysterieuze onderlinge afhankelijkheid (Antropisch principe)
- Het nieuwe leren
Categorie: Definities | Auteurs: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 10 jan. 2008 2145 keer bekeken.
