| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
Luisteren en Spreken, Zwijgen en Spreken
Inhoud
Alleen maar open zijn
Naar een bloem kijken zonder ze te willen benoemen
Een mens accepteren zoals hij is.
Kijk ook eens mild naar jezelf…
Wie betaalt bepaalt.
Autisme
Na het lezen van het artikel Autisme wereldreligies moet doorbroken in de Volkskrant van 18 oktober 2003 is met het verzamelen van informatie voor het rapport ‘E i V’ daadwerkelijk een begin gemaakt. De kwintessens die in het rapport ‘E i V’ naar voren komt wordt aan de hand van een zogenaamde 'Bewustzijnsschil' geïllustreerd. De schil is uit de vijf definities Ether-paradigma, Reflexief bewustzijn, Meta-leren (het Nieuwe leren), de Hermeneutische cirkel en de Unificatietheorie (zie onderstaande middelste kwadrant) samengesteld. De hierbij gevolgde denkwijze wordt door de publicatie Het transcenderen van de conceptueel-symbolische kode van Francis Heylighens weergegeven.
Psycholoog Maurice Magnée: 'Tegenwoordig is er wél aandacht voor de hersenmechanismen die aan de basis liggen van autisme. En dat is maar goed ook, zegt hij, want autisten zijn niet asociaal. 'Ze leven in een andere werkelijkheid. En dat komt doordat hun informatieverwerkingssysteem is verstoord.'
Mensen met autisme zijn sociaal niet zo vaardig, communicatief en taalkundig niet sterk, en gedragen zich op een rigide manier.
Daarnaast zijn ze te veel gefocust op details en hebben ze te weinig oog voor het grotere geheel. Psycholoog Myriam Vandenbroucke, een collega van Magnée, laat in haar proefschrift zien dat die afwijkende waarneming te wijten is aan een verstoorde communicatie tussen bepaalde neurale netwerken in de hersenen.
Vandenbroucke ontdekte tijdens haar onderzoek dat er iets mis is met het zogeheten feedforward-feedback-mechanisme in het autistische brein. Feedforward-verbindingen lopen van de lagere, eenvoudige visuele gebieden naar de hogere, complexe gebieden; feedback-verbindingen lopen precies de andere kant op. De interacties tussen de lagere en hogere visuele gebiedjes verlopen razendsnel. Ze zorgen ervoor dat we, bijvoorbeeld, gelijktijdig iemands gezicht als geheel zien, én het moedervlekje op zijn wang.
Vandenbroucke: ‘Metingen met behulp van EEG en fMRI laten zien dat bij mensen met autisme de interacties tussen de neuronen binnen elk visueel gebied afwijken. Deze zogeheten horizontale verbindingen kunnen signalen zowel remmen als versterken. Bij autisten is de remming verstoord, waardoor het feedforward-feedback-mechanisme uit balans raakt. Het brein is daardoor wellicht slechter in staat informatie te groeperen, iets wat nodig is om een globaal overzicht te krijgen (Volkskrant 10 mei 2008).’
Dialectiek (Dichotomieën)
Dialectiek is in het algemeen gezegd ofwel een redeneervorm die door middel van het gebruik van tegenstellingen naar waarheid probeert te zoeken, dan wel een metafysica, volgens welke zowel het denken als de wereld verandert c.q. zich ontwikkelt, ten gevolge van tegenstellingen (Hegel, Marx en navolgers). Het begrip heeft een lange geschiedenis in de traditie van het westerse denken die nog steeds meeweegt in de betekenis.
In de klassieke tijd was het nog meer dan tegenwoordig een argumentatievorm. Het woord dialectiek gaat terug op het Griekse dialegomai, "converseren", evenals dialoog en dialect ("spreektaal"). Zeno (van Elea) wordt door Aristoteles de uitvinder van de dialectische kunst genoemd maar in zeer brede kring wordt Aristoteles zelf beschouwd als de meester of stichter van de dialectiek, temeer omdat het begrip dialectiek zelf al snel bijna geheel samenviel met dat van de (formele) logica (die van Aristoteles afkomstig is). Kant hanteerde een transcendentale dialectiek en in de tijd van Hegel en Marx kreeg het begrip er een aparte betekenis bij.
Inhoud en Vorm (Geest en Lichaam, Individueel en Collectief, Steen der wijzen, Recursie)
In Nederland wordt het Rijnlands model meer en meer door het Angelsaksische neoliberalisme vervangen. De fout die steeds opnieuw gemaakt wordt is dat het er bij risicobeheersing niet om gaat het recht van de sterkste te laten domineren. Machtscontrole is op angst gebaseerd. De kredietcrisis laat zien dat er slechts van kortetermijn-winst sprake is. De toezichthoudende rol van de overheid schiedt ernstig tekort. Het rapport 'E i V' gaat er vanuit dat juist een grotere betrokkenheid van alle burgers tot de beste resultaten leidt. Op dit moment neemt de sociale ongelijkheid alleen maar toe.
Eerder hebben Adorno en Horkheimer (Frankfurter Schule) kanttekeningen bij de bevrijdingsbelofte van de Verlichting geplaatst.
Ludwig Heyde boek ‘Het gewicht van de eindigheid’ p. 115, Adorno en Horkheimer (Sociale filosofie):
Dialektiek der Aufklärung, biedt een soort omgekeerde Hegeliaanse filosofie van de geschiedenis.
De geschiedenis is niet het proces van vooruitgang in het vrijheidsbewustzijn. Ze is daarentegen het proces van toenemende onderdrukking, marginalisering en tenslotte eliminatie van het individu.
De negatie van het vrije individu die in het verhaal vertolkt wordt, is wezenlijk voor de geschiedenis van het Westen.
Het adagium ‘u vraagt, wij draaien’ van veel politici staat diametraal tegenover de zienswijze van God. In vers 33 (p. 10) vinden we de juiste manier van omgaan met God en geld: Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
Rijnlandmodel (kies: Alg. semantiek en vervolgens Zelfreferentie):
Als je een abstractieladder neemt waarin ook het niveau "afbeelding" voorkomt, dan is dus ook één van de niveaus waarop je een afbeelding kan laten werken dat van "afbeelding" zelf - je kan van je eigen afbeelding weer een afbeelding maken, enzovoort. De meeste mensen zullen dit kennen als het Droste effect: dat van de afbeelding op het cacaoblik van de gelijknamige fabrikant, waarop het blik zelf staat afgebeeld, ad infinitum - klik op het plaatje voor een animatie.
Een voor ons essentieel resultaat van deze wiskundige ontwikkelingen is geformuleerd door de logicus Alfred_Tarski. Deze liet zien dat er twee soorten "waarheid" zijn: die van zogenaamde "formele systemen", dat wil zeggen: systemen met vaste axioma's en regels die benoemd zijn (zeg maar: wiskunde), en die in "natuurlijke systemen", waarin die axioma's en regels niet beperkt en benoemd zijn (zeg maar: taal).
Het boek Mystiek van Bruno Borchert (p. 168): Grote mystieken zoals Boeddha en Jezus gaven als leidraad aan: het egocentrische, hebzuchtige ‘ik’ prijsgeven, vrijkomen uit begeerte, arm van geest worden.
Het ik beleeft dan zijn diepste grond niet vanuit het ik zelf, maar vanuit de andere kant van deze grond: God.
169: In Krishna en de bhakti-yoga wordt oosterse mystiek menselijk warm, in het neoplatonisme wordt de werkelijheid een schaduw van het echt Werkelijke. De technische houding toont nu haar verderfelijke keerzijde in zover de mens zich hooghartig als centrum van de kosmos waar wil maken. Zonder de nodige eerbied. Echter, alleen maar harmonie, alleen maar respect voor de natuur, alleen maar rust, alleen maar orde in zichzelf, alleen maar zich invoegen in de grote kosmische weg, dit alles zou de welvaart onmogelijk maken, evenzeer als de inzet om armoede en onrecht op te heffen.
Letterlijk betekend Merkaba (merkava) lichtvoertuig of strijdwagen. De Merkaba duikt voor het eerst op in de Bijbel. In een nogal mystieke passage beschrijft de profeet Ezechiël een ontmoeting met God. Hij ziet vier wezens in een gouden gloed, elk met vier gezichten en vier vleugels. ‘Er ging vuur heen en weer tussen de wezens, een gloeiend vuur, en er kwam bliksem uit het vuur. En zo flitsten de wezens heen en weer, als bliksemstralen.’ Elk van deze wezens heeft een wiel aan zijn voeten: ‘De wielen glansden alsof ze gemaakt waren van turkoois en ze hadden alle vier dezelfde vorm: ze leken op een wiel in een ander wiel. Ze gingen met de vier wezens mee zonder om te draaien.’ (Ezechiël 1:13b-14 en 16-17)
H.P. Blavatsky boek De SLEUTEL tot de THEOSOFIE (P. 342):
Tetragrammaton: De naam van de godheid in vier letters, in ons schrift IHVH. Het is een kabbalistische term die op een meer materieel vlak overeenstemt met de heilige pythagorische Tetraktys (Deel II, p. 526).
Antigone (Sophokles): Antigone (Gr. Ἀντιγόνη) is een klassieke tragedie van de dichter/tragicus Sophokles over Antigone uit de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen...) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten...). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.
Exodos
Op dat moment deed Haemon een poging om zijn vader te vermoorden en toen dat niet lukte, liet hij zichzelf in zijn eigen zwaard vallen.


Een variant is Narcissus die over zijn eigen spiegelbeeld gebogen stond en daarop verliefd werd en die tenslotte in het water verdronk.
Narcisme is een term uit de psychologie. Het is een vorm van gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Iemand die narcistisch gedrag vertoont, noemt men een narcist.
Het tegenovergestelde van egoïsme is altruïsme.
G.A. Barborka boek Het Goddelijke Plan, p. 91: Met inbegrip van de Hyparxis of top, ‘God’ bestaat deze hiërarchie uit tien klassen, die een tienvoudig stelsel omvatten.
De levensboom (Omraam Mikhaël Aïvanhov boek Angels and other Mysteries of The Tree of Life of G.A. Barborka boek Het Goddelijke Plan, p. 91) wordt ook gebruikt om de hemelse hiërarchie, de engelenleer van Dionysius tot uitdrukking te brengen. In een visioen nam Hildegard van Bingen ook de engelenscharen waar.
Bram Janssens
2. Ontwikkelingen in het natuurwetenschappelijk wereldbeeld, 2.1 het holografisch model.
Karl Pribram, een Amerikaanse neurochirurg van de universiteit Stanford, die de klassieker 'Languages of the Brain' heeft geschreven, beweert1 dat de hersenen wel eens als een hologram zouden kunnen werken en op die manier toegang hebben tot een groter of hoger geheel, een veld of 'holistisch frequentiegebied' dat grenzen van tijd en ruimte overschrijdt. Dit gebied kan volgens hem overeenkomen met het transcendente gebied van de eenheid-in-verscheidenheid, dat door verscheidene mystici en wijzen is beschreven en ervaren. De Engelse natuurkundige David Bohm was door onderzoekingen in het subatomaire gebied tot de conclusie gekomen dat fysische entiteiten, die in tijd en ruimte gescheiden lijken, in feite op een fundamentele manier met elkaar verbonden zijn. Er bestaat volgens hem naast de expliciete, manifeste werkelijkheid een 'ingevouwen' impliciet gebied, dat op zich één onverdeeld geheel is en dat voortdurend aan ieder expliciet deel ter beschikking staat. Het universum zou een reusachtig hologram zijn.
De vier kosmische schema’s (kies: Menu, Nr. 25.) der menselijke evolutie (vooruitgang) van Jozef Rulof kunnen ook aan de hand van kwadranten worden gerubriceerd:
| Macrokosmos | Microkosmos | ||
| Kosmische gebieden ---- | Zeven hellen | Onderste Afgrond (bovenaards) ---- | Onderste Afgrond (hel) |
| | | | | | | | |
| Stoffelijke kringloop ---- | Zeven hemelen | Bovenste Afgrond (onderaards) ---- | Bovenste Afgrond (hemels) |
Met ‘hellen’ wordt aarde bedoeld. Dankzij het dualisme op aarde kunnen wij de eenheid in de hemel ervaren.
Het artikel 'Samenvatting van de leer’ van Jakob Lorber biedt een complementair perspectief.
Om levensovertuigingen in een bredere context te plaatsen kan het kompaskwadrant worden gebruikt. Dit denkmodel vormt een schakel om de zienswijzen van Lao Zi, Heraclitus, Pythagoras, Plato, Jezus, Hegel, Spinoza, Blavatsky, Nietzsche, Jung, Assagioli, Goethe, Richard Wilhelm, Heidegger, Wittgenstein, Rudolf Steiner, Sri Aurobindo, Krishnamurti, Foucault, Habermas, Ken Wilber en Sacks te verbinden, een nieuwe visie op de werkelijkheid te scheppen.
Uit de volgende percentages blijkt dat niet de inhoud van de presentatie maar de kracht van de retoriek, doorslaggevend is. Trias politica der retorica: Inhoud (7%), Woordkeus/toon (35%) en Performance, acteren/lichaamstaal (58%). Het succes van het betoog wordt veel meer bepaald door de verpakking van het verhaal, dan door de inhoud. Presenteren is naast informeren en enthousiasmeren voor een belangrijk deel entertainen. Of de boodschap overkomt, wordt maar door een zeer klein deel bepaald door wat de spreker zegt. Een succesvolle 'verkoop' hangt vooral af van lichaamstaal met inbegrip van het stemgeluid. Het verhaal daadwerkelijk weten te verpakken met de nodige schwung. De belangrijkste informatie is non verbaal. Dus er een goede show van maken. Je kunt het point of excellence bereiken, namelijk wanneer je zeker bent van jezelf, erin slagen authentiek te zijn. Je hart laten spreken. Je stem met je gevoelens, je hart verbinden. Van de presentatie een echte voorstelling maken. Er komt spanning in het verhaal door afwisseling, door melodieus stemgebruik (intonatie, luidheid, nadruk) of retorische middelen (vragen, ponerende uitspraken, voorbeelden, citaten, paradoxen). Spanning brengt u aan door pauzes. Breng gevoelens tot uitdrukking. Open vragen stellen. Eventueel dialoog met het publiek. Vragen of interrupties zijn geschenken. Effectieve communicatie is veel met weinig woorden zeggen. Doordraven betekent dat je weinig met veel woorden zegt. Krachtige, beschrijvende en positieve woorden zijn essentieel.
Grote mensen zijn luisteraars, kleine mensen praters. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Voor een chef is het veel belangrijker dat hij goed kan luisteren. Leiders besteden meer tijd aan, advies te vragen dan advies te geven. Wat zou ik hiervan denken als ik niet de spreker, maar een van de toehoorders was? Verplaats je in de belevingswereld van je publiek? Balans aanbrengen tussen luisteren en spreken. Niet bang zijn om aan het publiek vragen te stellen. Het spelelement is een belangrijk onderdeel van een presentatie. Probeer de luisteraars in je verhaal te betrekken. Toehoorders actief in het betoog betrekken, bijvoorbeeld door vragen te stellen, meningen te peilen, prikkelende stellingen te poneren en de zaal uit te dagen. Niet alleen maakt dat de luisteraars actiever, ook voor jezelf is het prettig als er een uitwisseling van ideeën tot stand komt. De spanning valt dan sneller van je af, waardoor je weer losser overkomt. Wanneer je luistert met je hart , luister je zonder oordeel, zonder verwachtingen en zonder meningen. Actief luisteren omvat zowel verbaal als non-verbaal gedrag. Beproef u eigen opvattingen op hun deugdelijkheid door vragen te stellen. De juiste informatie en suggesties krijgt u wanneer u de juiste vragen stelt. In de kwaliteit van de vragen die je stelt ligt je eigen kwaliteit besloten. Er zijn culturen waarin het als een grotere kunst gezien wordt de juiste vraag te stellen dan het juiste antwoord te vinden. Daarin wordt men vooral gerespecteerd om de kwaliteit van de vraag die men stelt. Het antwoord is minder belangrijk, omdat men weet dat er geen eenduidig antwoord is. Er zijn geen antwoorden, alleen vreselijk veel vragen die gesteld moeten worden, en op zijn best een paar pogingen tot antwoorden die misschien het proberen waard zijn.
Verhemelte: In de spraak worden velaren gevormd door de tong tegen het zachte gehemelte aan te duwen. Het zachte gehemelte kan verder, in tegenstelling tot het harde gehemelte, ook omhoog worden bewogen. Wanneer een zanger op deze manier de verbinding tussen zijn neusholte en keelholte afsluit, produceert hij een hoger geluid dan gewoonlijk; dit wordt de kopstem genoemd. Ook bij het slikken sluit het zachte verhemelte de verbinding tussen neusholte en keelholte af. In alle andere gevallen is deze verbinding open voor de ademhaling.
VICTOR J ZAMMIT 4. Instrumentale Transcommunicatie (ITC)
George Meek: 'Voor de eerste keer in 8000 jaar kan er nu met zekerheid gezegd worden dat onze geest, ons geheugen, onze persoonlijkheid en onze ziel de fysieke dood zullen overleven.'
Sinds ongeveer 1980 hebben onderzoekers beweerd dat er contact is gemaakt met overledenen via de telefoon, de radio, de televisie, antwoordapparaten, faxapparaten en computers.
Deze meer recentere vorm van contact wordt Instrumentale Transcommunicatie genoemd (ITC) of uitgebreide ITC of zelfs Trans dimensionale communicatie. Het is zeer belangrijk als bewijsmateriaal omdat het contact zich herhaaldelijk voordoet in laboratoria over de hele wereld, en onderhevig is aan strikte wetenschappelijke voorwaarden.
Dr. S. Rorke with J. Hale The Strange Story of SPIRICOM: A Comprehensive Investigation of Claims Made For The World’s First Electronic Spirit Communication System
John G. Fuller: This is a strange story. It is either true, or it is not. That determination has to be left up to the reader.
Zelfreferentie, het proces van herhaling wordt met het Droste-effect, het verschijnsel recursie in verband gebracht.
Arthur D'Adamo Science Without Bounds A Synthesis of Science, Religion and Mysticism (p. 360):
For a Consciousness aware of only Itself there's no duality. It has temporarily become unconscious of the body, heart, and mind. It knows only Itself. The triad of knower, knowing, known disappear since Consciousness is all three. A Consciousness aware of only Itself has escaped from duality and ceased to be aware of entities with only relative existence. Such an Awareness is in a self-referential state. Self-referential states and processes naturally lead to infinity, physically, mathematically, and logically.
An example of a physically self-referential state or process occurs when an audio speaker's output is (usually inadvertently) fed back into a microphone. A feedback loop is established where output becomes input becomes output, etc. - each time passing through the amplifier and getting louder. If the amplifier's electronics allowed, this self-referential physical process would eventually produce infinite volume. Instead, the amplifier quickly reaches the limits of its electronics. The resulting, high-pitched squeal is familiar to anyone who has ever set up a music or public address sound system.
Kees Fens Aan de slag met Freud en Frazer
Onder het werk van Hugo Claus ligt een netwerk van verbindingen met en verwijzingen naar de wereldliteratuur, Griekse mythen, religie en dan vooral de katholiek-christelijke. Aan het oppervlak wijzen signalen naar de diepte, er kan worden gepeild, en delen van de twee lagen, oppervlak en diepte, kunnen met elkaar in relatie worden gebracht en elkaar betekenis geven.
Voorwerp van de studie zijn dus een dichtbundel (een van de indrukwekkendste die Claus heeft geschreven), een toneelstuk en een roman.
De drie werken liggen ook in tijd uiteen. Het gaat de auteur om de eenheid in de verscheidenheid. En daarbij vloeit bij hem het water van de wijsheid uit twee grote bronnen: Freud en Frazer. Frazer (1854-1941) was cultureel antropoloog en letterkundige. Zijn belangrijkste werk, The Golden Bough, verscheen tussen 1890 en 1915 in twaalf delen. Het is een comparatieve studie van godsdiensten, instituties, riten van de mensheid, vanaf de oudheid. Mede door de fraaie stijl ervan heeft het schrijvers beïnvloed, Eliot en T.H. Lawrence in Engeland. Ook de literatuurstudie is erdoor beïnvloed: archetypen van thema's en motieven konden in literaire werken worden opgespoord, want het oude blijft zich in het nieuwe manifesteren. In de cultuur tellen alle jaarringen.
Dr. Willem Marie Speelman Het lichaam en zijn omgeving Bijdrage aan de franciscaanse milieuspiritualiteit
Een op de heilige Franciscus teruggaande milieuspiritualiteit heeft haar bron in zijn lichamelijkheid en haar doel in zijn Lofzang van de schepselen. De Lofzang van de schepselen is de resonantie van de ziel met de schepping. Dit resoneren is het krachtigst op punten waar de ziel zichzelf in de schepselen weerspiegeld ziet. Eloi
Leclerc schrijft over de sterren die Franciscus in zijn Lofzang ‘kostbaar’ noemt:
Als iemand graag de ‘kostbare’ sterren beschouwt hoog aan de hemel, dan bergt hij ook een of
andere schat diep in zijn ziel. Het ‘kostbare’ geschitter aan de hemel is de weerkaatsing van iets dat fonkelt in zijn innerlijk.
12: Het lichaam bemiddelt onze betrekkingen: met de omgeving, met anderen, met
onszelf en met God. De fenomenoloog Maurice Merleau-Ponty beschrijft de
waarneming als een betrekking tussen het lichaam en zijn omgeving. Ook in onze
communicatie met anderen en met onszelf speelt het lichaam een wezenlijke rol, zij
het dat het lichaam dan verbeeld is. Maar hoe functioneert ons lichaam met
betrekking tot God, op Wie onze zintuigen toch nooit enige grip kunnen krijgen?
Om te beginnen is het belangrijk te erkennen dat ons lichaam geen grip op God
kan krijgen, dat God wel herkenbaar kan zijn, maar nooit lokaliseerbaar, niet
waarneembaar, niet maakbaar, en dat we ook geen beeld van God kunnen hebben.
Franciscus zelf schrijft in zijn eerste Wijsheidsspreuk dat God Geest is en alleen in de
Geest gezien kan worden. Toch richt Franciscus zich in zijn zoektocht naar God
eerder op lichamelijke dan op geestelijke zaken.
Omgeving als milieu
Wat betekent ‘milieu’ eigenlijk en hoe verhouden we ons daarmee als lichamelijke
wezens?
Het milieu als midden
In het Franse woordenboek worden verschillende betekenissen van het woord ‘milieu’
onderscheiden. Ten eerste betekent het letterlijk het midden in: “de pen ligt op het
midden van de tafel”. Vervolgens betekent milieu het bemiddelende in: “de mens
houdt het midden tussen goed en kwaad”. En in de derde betekenis draait het perspectief van dit midden om, namelijk waar milieu staat voor de omgeving .
Christiaan Rozenkruis: Symbolisch personage uit het diepzinnige inwijdingsverhaal "De Alchemische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis" (beschikbaar bij de Rozekruis Pers), waarin het ganse proces van de transfiguratie wordt beschreven, versluierd door een allegorische taal. Het gaat over de kandidaat, die de Roos van het Bewustzijn laat openbloeien op het Kruis van zijn persoonlijkheid, en die binnendringt in het Christusmysterie der wedergeboorte.
Christian Rosenkreutz, Boedha en Franciscus van Assisi (Rudolf Steiner, Boeddha zijn rol op de planeet Mars - uit GA 130).
We moeten nu onze blik even richten op de eigenaardigheden van zo´n naar het geestelijke strevende mens als Franciscus van Assisi en zulke mensen die door de huidige cultuur in de industrie, de techniek, en de moderne ontdekkingen van deze tijd staan. Er waren vele, ook occulte personen die in hun ziel veel leed doormaakten toen ze moesten inzien dat er in de toekomst twee soorten mensen zouden moeten bestaan. Ze geloofden dat de ene klasse helemaal op het praktische leven zou gericht zijn, dat die ene klasse haar heil zou zien in het produceren van voedingsmiddelen, in het bouwen van machines enz. En de andere klasse zou die zijn waartoe mensen als Franciscus van Assisi behoren, die zich vanwege hun geestelijke leven geheel van het praktische leven afwenden. Daarom was het een belangrijk moment toen als voorbereiding van genoemde conferentie Christian Rosenkreutz in de zestiende eeuw een aantal occultisten bijeen riep, een grotere kring mensen, en hen deze twee soorten mensen die in de toekomst zouden bestaan, voor ogen hield. Eerst riep hij een grotere, later een kleinere kring om de mensen dit belangrijks te vertellen. Christian Rosenkreutz hield deze voorvergadering een aantal jaren eerder, niet omdat het hem onduidelijk was wat er moest gebeuren, maar omdat hij de mensen tot nadenken wilde aanzetten over de perspectieven van de toekomst. Hij zei om het denken te stimuleren ongeveer het volgende: Kijk naar de toekomst van de wereld; de wereld dringt aan op praktische zaken, op industrie, op spoorwegen enz. De mensen zullen net lastdieren zijn. En zij die dat niet willen zullen als Franciscus van Assisi zijn, niet geschikt voor het praktische leven, zij zullen slechts leven voor de innerlijke ontwikkeling. - Christian Rosenkreutz maakte zijn toehoorders indertijd duidelijk dat er op aarde geen middelen zijn om de ontwikkeling van deze twee klassen mensen tegen te houden. Alles wat men voor de mensen kon doen tussen geboorte en dood kon niet voorkomen dat de mensen in deze twee klassen werden verdeeld. Voor zover de omstandigheden op aarde in aanmerking komen is het onmogelijk om ervoor te zorgen dat het ontstaan van die twee klassen wordt voorkomen. Hulp kon er alleen maar komen al er een manier van opvoeden zou worden geschapen die zich niet tussen geboorte en dood afspeelde, maar tussen dood en een nieuwe geboorte.
Ko Burger De moraal van het lichaam
De Franse filosoof Merleau Ponty heeft in zijn werk betoogd dat het kenmerkend is voor onze tijd dat materialisme en spiritualisme, materie en geest, in elkaar overvloeien. De mens is helemaal lichamelijk, maar als we deze lichamelijkheid louter materialistisch trachten te zien, missen we de betekenisgeving. We kunnen dit uitdrukken in de paradox dat de lichamelijkheid van de mens van geestelijke aard is.
Plaatje „Der Körper als Spiegel der Seele“ (tot slot)
Wiel Smeets
4. Dionysius en andere mystici over bestaanslagen en hun geestelijke bewoners
Dionysius bespreekt de negen scharen van hemelwezens in drie triaden, beginnend bij de allerhoogste hemelwezens die in de onmiddellijke nabijheid van de Allerhoogste wonen:
- De eerste triade: de Serafijnen, de Cherubijnen en de Tronen;
- De tweede triade: de Heerschappijen, de Krachten en de Machten;
- De derde triade: de Hoogheden (Vorstendommen), de Aartsengelen en de Engelen.
Boudewijn Koole "ZEN en OOSTERS EN WESTERS DENKEN" (Jacob Boehme)
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 47/48):
Als iets absoluuts is het Ene Beginsel onder zijn twee aspecten (van Parabrahmam en Mulaprakriti) geslachtloos, onvoorwaardelijk en eeuwig. Zijn periodieke (manvantarische) emanatie – of oorspronkelijke uitstraling – is ook Een, androgyn en als verschijnsel eindig. Wanneer de uitstraling op haar beurt uitstraalt, zijn al haar uitstralingen ook androgyn, om in hun lagere aspecten mannelijke en vrouwelijke beginselen te worden. Na de pralaya, hetzij de grote of de kleine pralaya (de laatste laat de werelden in statu quo, is het eerste dat opnieuw tot werkzaam leven ontwaakt, het plastische akasa, vader-moeder, de geest en de ziel van de ether, of
het gebied op het oppervlak van de Cirkel. De Ruimte wordt vóór haar kosmische activiteit de ‘moeder’ genoemd en vader-moeder op de eerste trap van het opnieuw ontwaken. (Zie Toelichtingen, Stanza II.) In de Kabbala is zij ook vader-moeder-zoon. Maar terwijl deze in de oosterse leer het zevende beginsel van het gemanifesteerde Heelal zijn, of zijn ‘atma-buddhi-manas’ (geest, ziel en intelligentie), de triade die zich vertakt en verdeelt in de zeven kosmische en zeven menselijke beginselen, is zij in de westerse Kabbala van de christelijke mystici de triade of drieëenheid en voor hun occultisten de mannelijk-vrouwelijke Jehova, Jah-Havah. Hierin ligt het hele verschil tussen de esoterische en de christelijke drieëenheid. De mystici en de filosofen, de oosterse en de westerse pantheïsten, vatten hun aan de wereldvorming voorafgaande triade samen in de zuivere goddelijke abstractie. De orthodoxen vermenselijken haar. Hiranyagarbha, Hari en Sankara, de drie hypostasen van de zich manifesterende ‘geest van de opperste geest’ (met deze benaming begroet Prithivi – de aarde – Vishnu in zijn eerste Avatar), zijn de zuiver metafysische abstracte eigenschappen van vorming, instandhouding en vernietiging; het zijn de drie goddelijke Avastha’s (letterlijk: hypostasen) van dat wat ‘niet vergaat met de geschapen dingen’ (of Achyuta, een naam van Vishnu). De orthodoxe christen daarentegen scheidt zijn persoonlijke scheppende godheid in de drie personen van de drieëenheid en erkent geen hogere godheid.
De Geheime Leer Deel I Stanza 1 De nacht van het heelal (p. 82)
‘Geest en stof, of purusha en prakriti’, zo wordt ons geleerd, ‘zijn slechts de twee oorspronkelijke aspecten van het Ene en Ongeëvenaarde’.
De nous, die de stof beweegt, de levenwekkende ziel, die in ieder atoom zetelt en die in de mens is gemanifesteerd en latent is in de steen, heeft vermogens van verschillende graad. Dit pantheïstische denkbeeld van een algemene geest-ziel die de hele Natuur doordringt, is het oudste van alle filosofische begrippen. Evenmin was de archaeus een ontdekking van Paracelsus of van zijn leerling Van Helmont, want het is weer dezelfde archaeus of ‘vader-ether’ – de gemanifesteerde basis en bron van de ontelbare levensverschijnselen – die wordt gelokaliseerd. De hele reeks van talloze speculaties van deze soort zijn slechts variaties op dit thema, waarvan de grondtoon werd aangeslagen in deze oorspronkelijke openbaring. (Zie Afdeling II, ‘Oorspronkelijke substantie’.)
De Geheime Leer Deel I, Samenvatting (p. 304):
De hele orde van de natuur toont een voortgaande beweging naar een hoger leven. Aan de werking van de schijnbaar meest blinde krachten ligt een plan ten grondslag. Het hele evolutieproces met zijn eindeloze aanpassingen is een bewijs daarvan. De onveranderlijke wetten die de zwakke en krachteloze soorten uitroeien om plaats te maken voor de sterke, en die zorgen voor het ‘overleven van de geschiktsten’, werken alle naar het grootse doel toe, al zijn ze nog zo wreed in hun directe werking. Juist het feit dat er aanpassingen voorkomen, dat de geschiktsten inderdaad overleven in de strijd om het bestaan, toont aan dat wat ‘onbewuste Natuur’ wordt genoemd, in werkelijkheid een samenstel van krachten is, die worden gehanteerd door half-intelligente wezens (elementalen), die worden geleid door hoge planeetgeesten (Dhyan-Chohans). Deze laatsten gezamenlijk vormen het gemanifesteerde woord van de ongemanifesteerde LOGOS en vormen tegelijkertijd het DENKVERMOGEN van het Heelal en zijn onveranderlijke WET.
313: Dit wordt tegengesproken door dezelfde Trismegistos, die zegt: ‘Het is onmogelijk van God te spreken. Want het lichamelijke kan het niet-lichamelijke niet uitdrukken. . . . Dat wat noch lichaam, noch gestalte, vorm of materie heeft, kan niet door de zintuigen worden bevat. Ik begrijp het, Tatios, ik begrijp het, wat onmogelijk kan worden omschreven – dat is God.’ (Physical Eclogues, Florilegium van Stobaeus.)
Het is duidelijk dat deze twee passages elkaar tegenspreken en daaruit blijkt (a) dat een aantal generaties van mystici van allerlei soort onder het algemene pseudoniem van Hermes schreven en (b) dat een groot onderscheidingsvermogen nodig is vóór men een Fragment als esoterische lering aanvaardt, alleen omdat het onmiskenbaar oud is. We gaan nu het bovenstaande vergelijken met een soortgelijke aanroeping uit de hindoegeschriften, die ongetwijfeld even oud, zo niet veel ouder is. Hier is het Parasara, de Arische ‘Hermes’, die Maitreya, de Indiase Asclepios, onderwijst en Vishnu als drievoudig wezen aanroept.
‘Eer aan de onveranderlijke, heilige, eeuwige verheven Vishnu, die één universele aard heeft, de machtige over alles; aan hem die Hiranyagarbha, Hari en Sankara is (Brahma, Vishnu en Siva), de schepper, de instandhouder en de vernietiger van de wereld; eer aan Vasudeva, de bevrijder (van zijn aanbidders); aan hem van wie de essentie zowel enkelvoudig als veelvoudig is; die zowel ijl als lichamelijk is en zowel een geheel vormt als niet een geheel vormt; eer aan Vishnu, de oorzaak van de uiteindelijke verlossing, de oorzaak van de schepping, van het bestaan en van het einde van de wereld; die de wortel van de wereld is en die uit de wereld bestaat.’ (Vish. Purana, Deel I.)
314: ‘Werkelijkheid bestaat niet op aarde, mijn zoon, en kan daar niet bestaan. . . . Niets op aarde is werkelijk, er is slechts schijn. . . . Hij (de mens) is als mens niet werkelijk, mijn zoon. Het werkelijke bestaat alleen in zichzelf en blijft wat het is. . . . De mens is vergankelijk en hij is daarom niet werkelijk, hij is maar schijn en schijn is de hoogste illusie.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 7 De dagen en nachten van Brahmâ (p. 409):
Terwijl de occultisten uit het oosten zeven manieren van interpretatie hebben, hebben de joden er maar vier – namelijk de werkelijk-mystieke, de allegorische, de morele en de letterlijke of pashut. De laatstgenoemde is de sleutel van de exoterische kerken en is geen bespreking waard. Hier volgen een aantal zinnen die, als men ze leest met behulp van de eerste of mystieke sleutel, de onderlinge gelijkheid laten zien van de grondslagen van de opbouw van elke Schrift. Zij komen voor in het voortreffelijke boek van T. Myer over de kabbalistische boeken die hij goed schijnt te hebben bestudeerd. Ik citeer woordelijk. ‘B’raisheeth barah elohim ath hashamayem v’ath haa’retz' – d.w.z. ‘In het begin schiep(en) de god(en) de hemelen en de aarde’; (wat betekent:) de zes sephiroth van de opbouw10, waarboven B’raisheeth staat, behoren allen Beneden. Het schiep er zes (en) op deze berusten alle dingen. En die zijn afhankelijk van de zeven vormen van de schedel, tot aan de waardigheid van alle waardigheden. En de tweede ‘aarde’ blijft buiten beschouwing en daarom is er gezegd: ‘En uit haar (die aarde), die de vloek onderging, kwam zij voort.’ . . . ‘Zij (de aarde) was zonder vorm en leeg; en duisternis was over het aangezicht van de diepte, en de geest van de elohim . . . ademde (me’ racha ’phath) – d.w.z. zweefde, hing boven, bewoog zich. . . . Dertien berusten op dertien (vormen) van de waardigste waardigheid. Zesduizend jaren berusten op (worden genoemd in) de eerste zes woorden. Het zevende (duizendtal, het millennium) boven haar (de gevloekte aarde) is dat wat sterk is uit zichzelf. En zij werd in twaalf uur (een . . . Dag) geheel verwoest, zoals er staat geschreven. . . . In het dertiende zal Zij (de godheid) alles herstellen . . . en alles zal worden hernieuwd zoals tevoren; en al die zes zullen voortduren . . . enz.’ (Qabbalah, blz. 233, uit Siphrah Dzeniuta, hfst. i, par. 16, s. 9.)
10) De ‘bouwers’ uit de stanza’s.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 Het Wereld-ei (p. 393):
Bij de Grieken wordt het orfische ei beschreven door Aristophanes; het maakte deel uit van de Dionysische en andere mysteriën; tijdens deze werd het wereld-ei gewijd en werd de betekenis ervan verklaard; Porphyrius toont aan dat het een voorstelling van de wereld is.
394/395: Als men rekening houdt met deze cirkelvorm en met de ‘|’ die voortkomt uit de ‘ ’ of het ei, of het mannelijke uit het vrouwelijke in het androgyne, is het vreemd een geleerde te horen zeggen dat de oude Ariërs het tientallige stelsel niet kenden – omdat de oudste Indiase handschriften geen spoor daarvan vertonen. Omdat 10 het heilige getal van het heelal was, was het geheim en esoterisch, zowel de één als de nul, of zero, de cirkel. Bovendien zegt professor Max Müller dat ‘de beide woorden cipher (nul) en zero, die hetzelfde betekenen, afdoende bewijzen dat onze cijfers van de Arabieren zijn overgenomen’. Cipher is het Arabische ‘cifron’ en betekent leeg, een vertaling van het Sanskrietwoord voor niets, ‘śūnya’, zegt hij2. De Arabieren hadden hun cijfers uit Hindostan, en maakten zelf nooit aanspraak op de ontdekking ervan. Wat de pythagoreeërs betreft, hoeven wij slechts de oude manuscripten van Boëthius’ Geometrie, geschreven in de zesde eeuw, te raadplegen om onder de getallen van Pythagoras de 1 en de nul te vinden, als de eerste en laatste cijfers. En Porphyrius, die de Moderatus van Pythagoras aanhaalt, zegt dat de getaltekens van Pythagoras ‘hiëroglifische symbolen waren, door middel waarvan hij denkbeelden verklaarde over de aard van de dingen’, of de oorsprong van het heelal.
2) Een kabbalist zou eerder zijn geneigd te geloven dat, zoals het Arabische cifron was ontleend aan het Indiase śūnya, niets, ook de joodse kabbalistische sephiroth (sephrim) waren ontleend aan het woord cipher, niet in de zin van leegte, maar het tegenovergestelde – in de zin van schepping door getal en graden van ontwikkeling. En de sephiroth zijn 10 of .
Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 8 De lotus als universeel symbool (p. 417):
‘Hetzelfde werd aangeduid door de lotus, die groeide in de wateren van de Nijl. Zijn manier van groeien maakte hem bijzonder geschikt als symbool van de voortplanting. De lotusbloem, die als gevolg van haar rijping de draagster is van het zaad voor de voortplanting, gaat door het vruchtwater, dat is de rivier de Nijl, heen, en is door middel van een lange koordvormige stengel, de navelstreng, met behulp van een placenta-achtige hechting verbonden met moeder aarde, of de schoot van Isis. Niets kan eenvoudiger zijn dan dit symbool, en om de bedoeling ervan volkomen duidelijk te maken, wordt er soms een kind bij afgebeeld dat in de bloem zit of eruit tevoorschijn komt5. Zo worden Osiris en Isis, de kinderen van Chronos, of de eindeloze tijd, door de ontwikkeling van hun natuurkrachten in deze voorstelling de ouders van de mens onder de naam Horus. . . .’ (zie § 10, ‘Deus Lunus’.)
5) In de Indiase Purāna’s worden Vishnu, de eerste, en Brahmā, de tweede logos, of de ideële en de praktische schepper, respectievelijk voorgesteld als degene die de lotus manifesteert en degene die eruit tevoorschijn komt.
Deel I, hoofdstuk 9 De maan, deus lunus, phoebe (p. 423):
Voor deze ‘vaders’ – zoals Origenes of Clemens Alexandrinus – was de maan het levende symbool van Jehova: de schenker van leven en dood, de beschikker over het bestaan in onze wereld. Want al was Artemis Luna in de hemel, en bij de Grieken Diana op aarde, die heerste over geboorte en leven, bij de Egyptenaren was zij Hekat (Hecate) in de hel, de godin van de dood, die heerste over magie en bezwering. Meer nog: als de verpersoonlijkte maan, waarvan de verschijnselen drievoudig zijn, is Diana-Hecate-Luna de drie in één. Want zij is Diva triformis, tergemina, triceps – drie hoofden op één hals, zoals ook Brahmā-Vishnu-Siva. Daarom is zij de oervorm van onze drie-eenheid, die niet altijd geheel mannelijk is geweest. Het getal zeven, dat in de bijbel zo op de voorgrond treedt en zo wordt geheiligd in zijn zevende (sabbath) dag, kwam uit de oudheid tot de joden en vond zijn oorsprong in het viervoudige getal 7, besloten in de 28 dagen van de maanmaand, waarvan elk zevental wordt gekarakteriseerd door een kwartier van de maan.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 9 De zeven scheppingen (p. 491):
Er werd ook zo’n ‘onderscheid gemaakt’, maar niet zoals Irenaeus het voorstelt. De gnostici hadden een hoger en een lager zevental in de hemel, en een derde aards zevental op het gebied van de stof. IAO, de mysteriegod en de bestuurder van de maan, zoals wordt aangegeven in het schema van Origenes, was het hoofd van deze hogere ‘zeven hemelen’5 en dus identiek met het hoofd van de maanpitri’s, de naam die zij gaven aan de Dhyan-Chohans van de maan. ‘Zij verzekeren dat deze zeven hemelen intelligent zijn en zij spreken erover als over engelen’, schrijft dezelfde Irenaeus; en hij voegt eraan toe dat zij Iao daarom Hebdomas noemen, terwijl zijn moeder ‘Ogdoas’ werd genoemd, omdat zij, zoals hij uitlegt, ‘het getal bewaarde van het eerstgeboren en primaire achttal van het pleroma’. (Ibid., dl. 1, v. 2.)
5) Alleen hoger dan de geesten of ‘hemelen’ van de aarde.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Is de zwaartekracht een wet? (p. 542):
Maar om het pleit te winnen, moeten de occultisten in de eerste plaats de geloofwaardigheid van de wet van de zwaartekracht, van ‘de zwaartekracht, de koningin en heerseres van de stof’, in iedere vorm onderzoeken. Om dit op doeltreffende manier te doen, moet men zich de hypothese in zijn vroegste vorm voor de geest halen. Om te beginnen, was Newton de eerste die deze ontdekte? Het Athenaeum van 26 januari 1867 bevat enige bijzondere informatie over dit onderwerp. Er staat dat ‘men stellig kan aantonen dat Newton al zijn kennis over de zwaartekracht en haar wetten heeft ontleend aan Boehme, bij wie de zwaarte- of aantrekkingskracht de belangrijkste eigenschap van de Natuur is’ . . .
Want volgens hem ‘toont zijn (Boehme’s) systeem ons het innerlijke van de dingen, terwijl de hedendaagse natuurwetenschap tevreden is met het kijken naar het uiterlijke’. Verder: ‘de wetenschap van de elektriciteit, die nog niet bestond toen hij (Boehme) schreef, wordt (in zijn geschriften) voorzien; niet alleen beschrijft Boehme alle tegenwoordig bekende verschijnselen van die kracht, maar hij geeft ons zelfs de oorsprong, het ontstaan en de geboorte van de elektriciteit zelf, enz.’
Newtons diepzinnige geest las gemakkelijk tussen de regels door en doorgrondde de mystieke weergave van de spirituele gedachte van de grote ziener. Hij dankt zijn grote ontdekking dus aan Jacob Boehme, het troetelkind van de genii (nirmānakāya’s), die over hem waakten en hem leidden, en over wie de schrijver van het bedoelde artikel zo terecht opmerkt dat ‘elke nieuwe wetenschappelijke ontdekking zijn diepe en intuïtieve inzicht in de geheimste werking van de natuur bewijst’. En nadat hij de zwaartekracht had ontdekt, moest Newton, om de werking van de aantrekking in de ruimte mogelijk te maken, bij wijze van spreken elke fysieke hinderpaal vernietigen, die in staat was de vrije werking ervan te belemmeren. Hiertoe behoorde onder andere de ether, hoewel hij meer dan een voorgevoel had van het bestaan ervan. Omdat hij voorstander was van de deeltjestheorie, was er volgens hem een absoluut vacuüm tussen de hemellichamen . . .
Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 676):
Op dit punt is de materialistische wetenschap onverbiddelijk. Om haar standpunt te ondersteunen, gooit zij haar eigen axiomatische wet van uniformiteit in de natuurwetten, die van de continuïteit en de hele logische volgorde van analogieën in de evolutie van het zijn, omver. Men laat de massa’s niet-ingewijden geloven dat het hele bijeengebrachte getuigenis van de geschiedenis, dat aantoont dat zelfs de atheïsten van de oudheid, zoals Epicurus en Democritus, in goden geloofden, onwaar was; en dat filosofen als Socrates en Plato, die het bestaan ervan verkondigden, enthousiasten en dwazen waren die zich vergisten. Als we onze opvattingen alleen op historische gronden baseren, op gezag van talloze eminente wijzen, neoplatonisten, mystici van alle eeuwen, vanaf Pythagoras tot de grote wetenschappers en professoren van deze eeuw die, als zij ‘goden’ verwerpen, toch in ‘geesten’ geloven, moeten we dan zulke autoriteiten als even zwakzinnig en dwaas beschouwen als de een of andere rooms-katholieke boer, die gelooft in zijn eens menselijke heilige of de aartsengel Michaël, en tot deze bidt?
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 10 De mystiek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 610):
Het is bekend dat Origenes, Clemens en de rabbi’s toegaven dat de Kabbala en de Bijbel versluierde en geheime boeken waren; maar weinigen weten dat de esoterie van de kabbalistische boeken in hun tegenwoordige omgewerkte vorm eenvoudig een nieuwe en nog slimmer bedachte sluier is, die over de oorspronkelijke symboliek van deze geheime boeken is geworpen.
Het voorstellen van de verborgen godheid door de omtrek van een cirkel, en van de scheppende kracht (mannelijk en vrouwelijk, of het androgyne WOORD) door de middellijn erdoorheen, leidt tot een van de oudste symbolen. Op dit denkbeeld waren alle grote kosmogonieën gebouwd.
613: . . . Dit is zijn (Gods) naam, en de som van de samenstellende waarden 21, 501 en 21 bedraagt 543, of eenvoudig een vorm van de cijfers in de naam van Mozes . . . maar nu zo gerangschikt dat de naam 345 wordt omgekeerd en als 543 wordt gelezen. . . . Als dus Mozes vraagt: ‘Laat mij uw gezicht of heerlijkheid zien’, antwoordt de ander terecht en naar waarheid: ‘Gij kunt mijn gezicht niet zien’ . . . maar gij zult mij van achter zien (de ware betekenis, hoewel niet de juiste woorden); omdat het omgekeerde en de achterkant van 543 de voorkant van 345 is – ‘ter controle en voor een juist gebruik van een reeks getallen om bepaalde grootse uitkomsten te krijgen, en voor dat doel worden zij in het bijzonder gebruikt’. De geleerde kabbalist voegt eraan toe: ‘Bij andere vormen van het getal zagen zij elkaar van aangezicht tot aangezicht. Het is vreemd dat wanneer wij 345 en 543 bij elkaar optellen, we 888 (Hoger denken) krijgen, de gnostische kabbalistische waarde van de naam Christus, die Jehoshua of Jozua was. En zo geeft ook de verdeling van de 24 uren van de dag drie achten als quotiënt. . . . Het belangrijkste doel van dit hele stelsel van getalcontroles was om de exacte waarde van het maanjaar in de natuurlijke maat van de dagen voor altijd te bewaren.’
627: De geest van leven en onsterfelijkheid werd overal gesymboliseerd door een cirkel: vandaar dat de slang die in haar staart bijt, de cirkel van wijsheid in oneindigheid voorstelt. Hetzelfde geldt voor het sterrenkundige kruis – het kruis binnen een cirkel, en de bol met daaraan twee vleugels, die vervolgens de heilige scarabeus van de Egyptenaren werd, waarvan alleen al de naam het geheime denkbeeld aangeeft dat ermee is verbonden.
628: De onbelichaamde intelligenties (de planeetgeesten of scheppende krachten) werden altijd voorgesteld in de vorm van cirkels. In de oorspronkelijke filosofie van de hiërofanten waren deze onzichtbare cirkels de prototypische oorzaken en bouwers van alle hemelbollen, die hun zichtbare lichamen of omhulsels waren en waarvan zij de zielen waren. Het was in de oudheid ongetwijfeld een algemeen verbreide leer. ( Ezechiël , hfst. 1.)
628/629: Het visioen van de profeet Ezechiël herinnert sterk aan deze mystiek van de cirkel, toen hij een wervelwind zag waaruit ‘een wiel op de aarde’ kwam, waarvan het maaksel ‘als het ware een wiel in het midden van een wiel was’ (hfst. i, de verzen 4-16) . . . ‘want de geest van het levende schepsel was in de wielen’ (v. 20).
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk De Mysteriën van het zevental (p. 678):
De maan is de gids van de occulte kant van de aardse natuur, terwijl de zon de regelaar en de factor van het gemanifesteerde leven is (zie ook Deel I, Afdeling II); en deze waarheid is voor de zieners en adepten altijd duidelijk geweest. Jacob Boehme, die de nadruk legde op de fundamentele leer van de zeven eigenschappen van de eeuwigdurende moeder Natuur, bewees daardoor dat hij een groot occultist was.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 26 De mysteriën van het zevental (713)
Voor christenen en gelovigen zou deze verwijzing naar Zacharia en vooral naar de brief van Petrus (1 P. ii, 2-5) voldoende moeten zijn. In de oude symboliek wordt de mens, in het bijzonder de innerlijke spirituele mens, ‘een steen’ genoemd. Christus is de hoeksteen, en Petrus noemt alle mensen ‘levendige’ (levende) stenen. Daarom kan een ‘steen met zeven ogen’ slechts betekenen wat we zeggen, d.i. een mens van wie de samenstelling (of ‘beginselen’) zevenvoudig is.
Categorie: Definities
Deze pagina werd sedert 25 febr. 2008 12579 keer bekeken.
