Deze filognostische presentatie is in aanbouw

8.4.1 Spinoza en de nieuwe levensrichting

Jezus Niet mijn wil geschiede, zei hij in de tuin van Gethsémané aan het begin, ‘maar uw wil’. ‘In uw handen beveel ik mijn geest’ zijn zijn laatste woorden.
Baruch de Spinoza: Toch kan de natuur niet worden weerstreefd en behoudt ze haar vaste en onveranderlijke orde.
Toch worden harten niet door wapenen, maar door Liefde en Edelmoedigheid overwonnen.
Ten slotte dat waarzeggers dán de meeste macht hebben uitgeoefend onder het volk en het meest te vrezen waren voor hun koningen, als de moeilijkheden voor de staat het grootst waren.
God had de dingen niet op een andere manier of in een andere volgorde kunnen maken dan Hij gedaan heeft (...) Er kan dus ook slechts één manier zijn om de natuur van de dingen te begrijpen, namelijk aan de hand van de universele wetten en regels van de natuur.
Tractatus theologico-politicus: De grote vissen eten de kleine. Dat is zoals het in de natuur toegaat. En dat is dus wat God aan 't doen is: ons allemaal zowel in standhouden als tenslotte opeten.
Albert Einstein, bezocht het Spinozahuis op 2 november 1920. Kort daarna schreef hij een gedicht,
‘Zu Spinoza’s Ethik’, dat begint met de strofe:
Wie lieb ich diesen edlen Mann
Mehr als ich mit Worten sagen kann.
Doch fuercht ich, dass er bleibt allein
Mit seinem strahlenden Heiligenschein.
Amor fati: Liefde voor het lot.
Spinoza verwoordt een soortgelijk standpunt als hij zegt:
We beschikken niet over de absolute macht om dingen buiten ons aan te passen aan onze behoeften. Niettemin moeten we kalm de dingen ondergaan die ons overkomen en die ingaan tegen ons voordeel; als we ons er van bewust zijn dat we onze plicht hebben gedaan en dat de macht waarover wij beschikken niet zover gaat dat wij die dingen hadden kunnen vermijden, en dat we een deel zijn van de Natuur, aan wier ordening wij zijn onderworpen. Als wij dat duidelijk en onderscheiden begrijpen, dan zal dát deel van ons dat begrijpen wordt genoemd en dat het beste deel van ons is, daarmee totaal tevredengesteld zijn en het zal streven te volharden in deze voldoening.
Friedrich Nietzsche: Zuerst das Nöthige – und dies so schön und vollkommen als du kannst! "Liebe das, was nothwendig ist" – amor fati dies wäre meine Moral, thue ihm alles Gute an und hebe es über seine schreckliche Herkunft hinauf zu dir.
Als eerste het nodige - en dit zo mooi en volmaakt als je kunt! "Heb datgene lief, wat noodzakelijk is" - amor fati dat was mijn moraal, doe hem (het Fatum) al het goede aan en verhef het boven zijn verschrikkelijke herkomst naar jezelf.

In 1929 antwoordde Einstein, op de vraag of hij in God geloofde: ‘Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in de wetmatige harmonie van het heelal, en niet in een God die zich bemoeit met het lot en de handelingen van mensen.’

Ethica ('Persoonlijkheid en Individualiteit')

Spinoza: Maar vóór alles is het nodig een middel te ontdekken om het verstand gezond te maken en het, voor zover dit aanvankelijk gaat, te zuiveren, opdat het de dingen op gelukkige wijze zonder dwaling en zo goed mogelijk kan begrijpen. Hieruit kan iedereen reeds zien, dat ik alle wetenschappen (de wetenschappen hebben maar één doel, waarop zij alle moeten worden gericht) op een doeleinde wil richten, te weten om, zoals ik reeds zei, de hoogste menselijke volmaaktheid te bereiken.

Spinoza, Amsterdam en de moderne Samenleving Jonathan I. Israel:
Baruch de Spinoza, naar alle maatstaven de belangrijkste Nederlandse denker, was de eerste grote filosoof in de wereldgeschiedenis die systematisch de voordelen toonde die de mensen ondervinden van democratie, volledige tolerantie en individuele vrijheid, als ook van de principes van gelijkheid en van vrijheid van denken, spreken en drukpers. Al die kernwaarden van de hedendaagse moderniteit zag hij als grondslag van een zuiver nontheologisch, dus seculier maatschappelijk en ethisch wereldbeeld. Dit maakt hem tot een vooraanstaande mijlpaal in de Amsterdamse, Nederlandse en algemene menselijke geschiedenis, maar ook in het huidige politieke debat over samenleving, onderwijs en religie.
Uit de grondslagen van het staatkundige leven, zoals hij die uitlegde, volgt, zegt Spinoza,
dat het uiteindelijke doel van de politiek niet is om te heersen, of de mensen met vrees in bedwang te houden en aan een ander ondergeschikt te maken, maar integendeel om de enkeling van vrees te bevrijden, zodat hij, voor zover dat mogelijk is, veilig leeft, dat wil zeggen, dat hij zijn natuurlijke recht om te bestaan en zich te doen gelden zonder schade voor zichzelf en voor een ander optimaal behoudt.
Het is niet, stelt hij, het doel van de politiek om de mensen van redelijke wezens tot dieren of automaten te maken, maar integendeel om ervoor te zorgen dat hun geest en lichaam veilig kunnen functioneren en dat zijzelf de vrije rede gebruiken en niet met haat, toorn of bedrog strijden, noch zich door bittere gevoelens jegens elkander laten meeslepen. Het doel van de politiek is dus in werkelijkheid de vrijheid. En dat is ook dus het doel, volgens Spinoza, van het maatschappij.
Deze gewone blindheid en onbestendigheid van alle mensen die bij- en goedgelovig zijn, is door de eeuwen heen altijd een groot probleem en een bron van gevaar geweest, niet alleen voor hen, maar voor iedereen in de maatschappij.
Het is deze onstandvastigheid’, zegt Spinoza, ‘die oorzaak is geweest van veel opstanden en verschrikkelijke oorlogen.’ ‘Zo komt het’, zegt hij, ‘dat het volk onder het mom van godsdienst er gemakkelijk toe gebracht wordt’ nu eens zijn politieke leiders als tolken van de goden te vereren, ‘dan weer ze te vervloeken en ze als een pest van het hele mensdom te verafschuwen.
Volgens Spinoza en zijn volgelingen kan de waarheid slechts worden begrepen door natuurlijke rede en op filosofische wijze; zij kan nooit en nergens worden belichaamd in theologische leerstellingen zodat hoe dan ook bepaalde geloofsovertuigingen door sommigen vurig worden geloofd, toch kan de inhoud van zulke geloofsartikelen niet veel met de waarheid te doen hebben, alhoewel in maatschappelijk opzicht dat wat de mensen geloven wel nuttig kan zijn voor de zedelijkheid in de samenleving. Dus hoewel justitie en liefdadigheid wel vrucht ervan kan opbrengen, heeft toch de waarheid zelf nauwelijks iets te doen met godsdienst, priesterschap, uitleggers van heilige boeken, kerkgenootschappen of kerkgezindten. Volgens Spinoza zijn dit allemaal alleen louter maatschappelijke verschijnselen.

Baruch de Spinoza koos ervoor in zijn boek Ethica (ethiek) de wereld te zien als sub specie aeternitas (in het licht van de eeuwigheid). Zijn hele werk werd ‘profaan, atheïstisch en godslasterlijk’ genoemd. ‘God is dood’ (God of natuur) betekent ook dat de eeuwigheid blind is. Spinoza’s ‘geloof van ontgoocheling’ in feite een vooruitziende beschrijving zou kunnen zijn van moderne wetenschap. Lichaam en geest zijn één en hetzelfde individu, nu eens opgevat onder de attributen van denken, dan weer onder de attributen van uitgebreidheid (ruimte). Lichaam en Geest zijn slechts verschillende aspecten van hetzelfde ding – Deus sive Natura (God of Natuur) ervaren we via slechts twee van Zijn oneindige attributen.

Het is mogelijk de 5 delen van het boek Ethica met behulp van kwadranten te ordenen:

Vijf cultuurdimensies Carl Jung:PersoonlijkheidBaruch de Spinoza,boek Ethica:
Geert Hofstede Microkosmos Macrokosmos
  4. Veerkrachtig2. ZorgvuldigheidDeel 1 (Geest)Deel 3
  Geest >Sterk ego1. God en mens ----3. Oorsprong aandoen.
  ||||
  Zwak ego <Ziel4. Knechtschap ----2. Oorsprong geest
  1. Emotionele3. VriendelijkheidDeel 4Deel 2 (Ziel)
  flexibiliteit   
    5. De macht van het verstand(snijpunt 1./2. en 3./4.)
      
  Individueel(Kernkwadrant):Collectief (Kernkwadrant):
1. Emotionele 1. Moed >3. OvermoedigMoed >Woede, Roekeloosheid
flexibiliteit ||||
(Weloverwogen 4. Vermijden <2. WeloverwogenAngst, Onberekenbaarheid <Bedachtzaamheid
moed)     
2. Zorgvuldigheid 1. Verantwoordelijk >3. OngeorganiseerdRechtvaardige, Handelen >Dwaas, Tunnelvisie
  ||||
  4. Gedisciplineerd <2. GeorganiseerdGoddeloze, Obsessies <Wijze, Visie
      
3. Vriendelijkheid 1. Onafhankelijk >3. AutismeHart, Voelen >Harteloos, Gevoelloos
(Onafhankelijke ||||
coöperatie) 4. Dominantie <2. CoöperatieZielloos, Gedachteloos <Ziel, Denken
      
4. Veerkrachtig 1. Extravert >3. OndoordachtWelvaart, Kwantiteit >Kwantum, Onvolmaakt
(Mate van extraversie) ||||
  4. Doordacht <2. IntrovertExuberatie, Exaltatie <Welzijn, Kwaliteit          
      
  IntellectueelFilisterDe macht van het verstandof de menselijke vrijheid
5. Openstaan voor 1. Autonomie >3. NuchterMystiek >Occultisme
ervaringen ||||
(Creatieve autonomie) 4. Laissez-faire <2. Intuïtief, CreatiefLaissez-faire <Intellectueel
  BohémienKunstenaar 
      

HOOFDSTUK 9 LEVENSLEER NAAR DE BEGINSELEN VAN SPINOZA. BIERENS DE HAAN EN DE INDIVIDUALISTEN (p. 17):
De Idee is niet alleen de ware, diepere werkelijkheid, maar ook een 'transcendente realiteit': in de Idee of Levensleer zijn existentie en essentie een geworden. Uiteraard herinnert het begrip van de Idee aan Hegel, zegt ook een leerling van Bierens de Haan, die daarmee Bollands visie op Spinoza adopteert:
"Bij Hegel zijn Zijn en niet-Zijn gelijkwaardig, zoodat zijn leer het Worden als centrale gedachte heeft, terwijl bij Spinoza de nadruk op het Zijn ligt. In den Spinozistischen gedachtengang wordt het eeuwig onveranderlijke op den voorgrond gesteld; de wereld in haar verschijning aan ons is vol verandering en wisseling, doch het wezenlijke zelf verandert nimmer. Het Zijn verwerkelijkt zich in de verschijning, en het wereldproces is een zelfverwerkelijking van dit Zijn. Spinoza heeft echter het verband tusschen Zijn en Worden onvoldoende overwogen, ook al is hij niet blind voor het wordende en ook al slaat hij den innerlijken voortgang des menschen zeer hoog aan".lxxiv

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, De drie grondstellingen van de geheime leer (p. 45):
Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
Dit iets, dat tegenwoordig onbekend is in het westerse speculatieve denken, wordt door de occultisten fohat genoemd. Het is de ‘brug’ waardoor de ‘ideeën’ die in het ‘goddelijke denken’ bestaan, als ‘natuurwetten’ worden afgedrukt op de kosmische substantie.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Zij brengen fohat voort (p. 140):
(c) Omdat fohat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste rol speelt in de esoterische kosmogonie, moet hij nauwkeurig worden beschreven. Evenals in de oudste Griekse kosmogonie, die sterk verschilde van de latere mythologie, Eros de derde persoon is in de oorspronkelijke drie-eenheid: Chaos, Gaea, Eros – die overeenkomt met het kabbalistische En-Soph (want Chaos is RUIMTE, [chaino]), ‘leegte’), het grenzeloze AL, Shekinah en de Oude van Dagen, of de Heilige Geest – zo is fohat in het nog ongemanifesteerde Heelal iets anders dan in de kosmische wereld van de verschijnselen. In laatstgenoemde is hij die occulte elektrische levenskracht die, door de wil van de scheppende logos, alle vormen verenigt en samenbrengt en deze de eerste impuls geeft, die te zijner tijd wet wordt. Maar in het ongemanifesteerde Heelal is fohat dit niet, evenmin als Eros de latere schitterende gevleugelde Cupido of LIEFDE is.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 5 Fohat: kind van zevenvoudige hiërarchieën (p. 142/143):
Hij is, metafysisch opgevat, de geobjectiveerde gedachte van de goden, op een lagere trap het ‘vleesgeworden woord’ en de boodschapper van de kosmische en menselijke verbeeldingskracht: de werkzame kracht in het universele leven. In zijn secundaire aspect is fohat de zonne-energie, het elektrische levensfluïdum en het instandhoudende vierde beginsel, de levende ziel van de Natuur, om zo te zeggen, of – elektriciteit. In India wordt fohat in verband gebracht met Vishnu en Surya in de oorspronkelijke rol van de (eerste) god, want Vishnu is in de Rig Veda geen hoge god. De naam Vishnu komt van de wortel vish, ‘doordringen’, en fohat wordt de ‘doordringer’ en de maker genoemd, omdat hij de atomen vormt uit ruw materiaal6. In de heilige teksten van de Rig Veda is Vishnu ook ‘een manifestatie van de zonne-energie’, en er wordt beschreven dat hij met drie stappen door de zeven gebieden van het Heelal gaat. De vedische god heeft dus weinig gemeen met de Vishnu uit de latere tijd. Daarom zijn beide (fohat en Vishnu) in dit speciale opzicht gelijk, en is de een een kopie van de ander.
Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 175):
(b) Men moet bedenken dat fohat, de constructieve kracht van de kosmische elektriciteit, zoals men overdrachtelijk zegt, evenals Rudra aan Brahma, ‘aan het brein van de vader en de schoot van de moeder’ is ontsprongen, en zich daarna heeft gemetamorfoseerd in een mannelijk en een vrouwelijk beginsel, dat wil zeggen een polariteit, in positieve en negatieve elektriciteit. Hij heeft zeven zonen die zijn broeders zijn; en fohat is genoodzaakt telkens weer te worden geboren, als twee van zijn zoon-broeders in te nauw contact met elkaar komen – of dit nu een omhelzing of een gevecht is. Om dit te vermijden, bindt en verenigt hij degenen van ongelijksoortige aard en scheidt die met een gelijksoortig temperament. Zoals iedereen kan zien, heeft dit natuurlijk betrekking op elektriciteit die door wrijving is opgewekt, en op de wet van aantrekking tussen twee voorwerpen van ongelijke, en van afstoting tussen objecten van gelijke polariteit.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 Oorspronkelijke substantie en goddelijke gedachten (p. 358):
De manvantarische impuls begint met het opnieuw ontwaken van de kosmische verbeelding (het ‘universele denkvermogen’), terwijl tegelijkertijd en parallel daarmee de kosmische substantie voor het eerst tevoorschijn komt – deze laatste is het manvantarische voertuig van het eerstgenoemde – uit haar ongedifferentieerde toestand van pralaya. Dan weerspiegelt de absolute wijsheid zich in haar eigen ideeën; dit resulteert in kosmische energie (fohat) door een transcendentaal proces, dat het menselijke bewustzijn te boven gaat en hiervoor onbegrijpelijk is.

Blavatsky (1831 - 1891) De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
De opsomming van de stanza’s in Deel I liet zien dat de genesis2 van goden en mensen voortkwam uit een en hetzelfde punt, dat de ene universele, onveranderlijke, eeuwige en absolute EENHEID is. In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommigen de LOGOS genoemd.
2) Volgens de geleerde definitie van dr. A. Wilder is genesis, γένεσιϛ, niet voortplanting, maar ‘een komen uit het eeuwige naar de Kosmos en de Tijd’: ‘een komen van esse tot existere’, of ‘van HET ZIJN tot het zijnde’ – zoals een theosoof zou zeggen.
39: De wereld van de verschijnselen bereikt haar hoogtepunt en de weerspiegeling van alles in de MENS. Daarom is hij het mystieke vierkant – in zijn metafysische aspect – de Tetraktis, en wordt op het scheppende gebied de kubus. Zijn symbool is de uitgevouwen kubus en de 6 die 7 wordt, of de , drie dwars (het vrouwelijke) en vier verticaal; en dit is de mens, het hoogste wat de godheid op aarde bereikt; zijn lichaam is het kruis van vlees, waarop, waardoor, en waarin hij eeuwig de goddelijke logos of zijn HOGERE ZELF kruisigt en ter dood brengt.

G. De Purucker boekje Gulden Regels der Esoterische Wijsbegeerte (p. 110):
Ethica is geen conventie; moraliteit is geen conventie; ze is geworteld in de harmonie, in de centrale wetten van het Zijn; ze is gebaseerd op de structurele harmonie van het Universum zelf.

Otto B. Wiersma Spinoza, Ethica God, definities en axioma's (essentie en existentie)

Jacky Tange Bewustzijn in de 21ste eeuw: fragmenten van een inleiding.:
Het nawoord besluit met een citaat uit de "Ethica" van Spinoza :" Sed omnia preaclara tam difficilia quam rara sunt." ( maar al het grootste is even moeilijk te realiseren als het zeldzaam om vinden is )
Frankl heeft het over het heilige voorbeeld van pater Maximiliaan Kolbe, die in 1983 gecanoniseerd was voor zijn menswaardigheid in Auschwitz:
" Ge kunt natuurlijk vragen of we noodzakelijk naar 'heiligen' moeten verwijzen , zou het niet volstaan te verwijzen naar 'fatsoenlijke' mensen ( decent people ) ? Het is waar dat die in de minderheid zijn. Meer nog, zij zullen altijd een minderheid blijven. En toch zie ik daarin juist de uitdaging om die minderheid te vervoegen, want de wereld is in een slechte staat en het zal nog erger worden, tenzij elk van ons zijn best doet."
"Wat zegt Spinoza in zijn Ethica?"
schrijft Frankl in "Mans search for meaning: Expieriences in a Concentration Camp." - "Affectus, qui passio est, dessivit esse passio simulatque eus claram et distinctam formamus ideam ." Emotie, die lijden is, houdt op lijden te zijn van het ogenblik dat wij er een helder en precies beeld van vormen."
Als men hieraan al de betekenis kan meten van Damasio's bijdrage dan mag hier ook de extra meerwaarde niet verzwegen worden, die door Damasio wordt aangestipt in het meesterlijke 7de hoofdstuk van 'Gelijk van Spinoza'. Daar staat de verwoording van Spinoza's volwassen waarde-inzicht betreffende godsdienstbeleving als volgt:
"Spinoza verwierp de gedachte dat het vooruitzicht van beloning of straf een goede stimulans zou zijn voor ethisch gedrag. In een indrukwekkende brief beklaagde hij de mens die zich daardoor laat leiden."
En Damasio citeert:
"Hij ( bedoeld wordt Lambert de Velthuyzen wiens aanval op de "Tractatus Theologico - Politicus" Spinoza beantwoordt in de hier geciteerde brief aan Isaac Orobio (1671) - noot Jacky ) is een van de mensen die zijn eigen lusten zou najagen als hij daarvan niet werd weerhouden door de angst voor de hel. Hij onthoudt zich tegen zijn wil, als een slaaf, van slechte daden en gehoorzaamt aan de geboden van God en verwacht voor dat knechtschap beloond te worden met geschenken die meer bij hem in de smaak vallen dan goddelijke liefde en die, vergeleken met zijn oorspronkelijke afkeer van deugdzaamheid, groot zijn."
Ik herken hierin een parafrase op het in het soefisme zeer bekende gebed van de mystica, Rabia al Adawiyya ( 717 - 801 A.D. ):
" Aanbid ik U uit schrik voor de hel, werp er mij middenin; aanbid ik U uit verlangen naar de hemel, ontzeg hem mij."

H.R. Opdenberg Het oneindig gevarieerde heelal
Het zou ook kunnen dat levens- en bewustzijnsvormen ons overal omringen, vanaf de meest primitieve stoffelijke vormen tot aan de wereldziel van een melkwegstelsel toe. Het menselijk denken is geen uitzondering maar een uitvloeisel van de algemene wet, een van de ontelbare vormen waarin deze zich uit. De mysticus en denker Spinoza schreef:
Wat het menselijk denken betreft, geloof ik dat het ook een deel is van de natuur, want volgens mij bestaat er in de natuur een oneindige denkkracht . . . Verder ga ik ervan uit dat het menselijk denken identiek is met deze kracht. Brief aan Henry Oldenburg (1665) # 32, van Vloten ed.

Voor Spinoza waren geest en stof parallelle kenmerken van God of Substantie, de grote essentie van het heelal die in de theosofische literatuur soms svabhavat wordt genoemd, de oernatuur, geest-substantie. Svabhavat (van Sanskriet sva, ‘zelf’ en bhu, ‘worden’) betekent het zelf-wordende. Er kan niets bestaan of het is een uitvloeisel van de eeuwige activiteit van deze oernatuur. Er kan niets bestaan, zei ook Spinoza, behalve deze Substantie en het zich ontvouwen van haar kenmerken. De ‘schepping’ had dan ook geen begin en heeft geen einde; alle dingen komen voort uit het grenzeloze en zullen dus eeuwig voortgaan – theosofische gedachten die we ook in het neoplatonisme en het gnosticisme tegenkomen.

Spinoza in 'Filosofie in een notendop'
De hoofdstukken over de Griekse filosofie (Plato’s ideeënleer en Aristoteles’ vormleer) en die van de Middeleeuwen zijn voor een Spinozafan te lezen als een goede inleiding op Spinoza. Interessant vond ik om te lezen dat juist door het Arabisch het onderscheid tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan) door Avicenna scherper dan het in het Grieks mogelijk was, geformuleerd kon worden.
Sub specie aeternitatis (in het licht van de eeuwigheid).
Onlangs bracht Wim Klever via de website bij dit weblog een tekst uit over: De eeuwigheid der dingen, waarin hij laat zien hoe Flavius Josephus, Uriel da Costa en Spinoza alledrie de “eeuwigheid van het tijdelijke [erkennen] overeenkomstig het inzicht van onze eenheid met de hele natuur.” Zoals Spinoza het ziet: wij en de dingen zijn als modi van het Oneindige, het Oneindige/zus of het Oneindige/zo, onveranderlijk en onvergankelijk. Ik noteer daarbij: in onze existentie vergankelijk, in onze essentie onvergankelijk.

Drie domeinen (Blauwdruk: ’Mercabah, Tetraëder en Dodecaëder’)

De Triade symboliseert de eenheid der tegendelen (Complementariteit).
Atma-Buddhi-Manas (Geest, hogere ongemanifesteerde Zelf) in de mens wordt door de drie Logoi {'Brahma, Vishnu en Shiva' (‘Scheppen, Onderhouden en Vernietigen’) of 'Vader, Zoon en Heilige Geest' of 'Isis, Osirus en Horus'} in de Kosmos weerspiegeld (Weerkaatsing, Toverlantaarn, Tetragrammaton). Alles in het universum ontstaat als gevolg van de interacties van polaire tegenstellingen, de dualiteit in de gemanifesteerde werkelijkheid.

Sociale Driegeleding is een beweging, die er naar streeft het maatschappelijk leven in drie autonome geledingen te herordenen. Zij onderscheidt in de maatschappij drie levenssferen:
1. het geestesleven (cultuur),
2. het rechtsleven, en
3. het economisch leven.

Monisme: Een middenweg tussen fysisch en psychisch monisme vormt neutraal monisme. Een neutraal monist zegt dat alle verschijnselen weliswaar van één type zijn, maar een aan ons nog onbekend type, dat fundamenteler is dan dat van lichaam of geest. De aspecten lichaam en geest die wij van de wereld kennen zouden dan slechts uiterlijke manifestaties van dit type van gebeurtenis zijn. Denk hierbij als metafoor bijvoorbeeld aan een televisietoestel, dat zowel geluid als beeld voortbrengt, maar zelf geen van twee is.
Spinoza's Deus sive natura is een neutraal monisme. In zijn visie is het universum één geheel en alles is goddelijk. God ís het universum. Spinoza hangt geen attributief monisme aan! Alles is weliswaar één, maar het heeft oneindig veel aspecten. Wij kennen er daar maar een paar van (materie, geest), maar de wereld kan zich in principe op ontelbaar veel manieren aan ons manifesteren.
Spinoza zou waarschijnlijk toegestemd hebben zijn standpunt een neutraal monisme te noemen. Ook ' monadologie kan zo worden opgevat.
Popper definieerde de "Drie werelden theorie". Jurgen Habermas benoemde drie domeinen van de werkelijkheid. De filognosie maakt van de drie geaardheden het zelf, ego en wijsheid gebruik. De theosofie onderzoekt het trio wetenschap, filosofie en religie.

Triade These + Antithese = Synthese (1 + 1 = 3):Spinoza:Popper:Habermas:Filognosie:Theosofie:
Monade; Monotheïsme; Monisme; Het EneGodConceptenSubjectiefWijsheidReligie
Duade; Dualisme; Dualiteit; Geest-stofNatuurNatuurwetenschapObjectiefEgoWetenschap
Triade; Christendom, Triniteit; Hegeliaanse filosofie ErvaringIntersubjectiefZelfFilosofie
Evolutie en InvolutieÉne werkelijkheidGrote Wet (De wet)Negenenveertig, ‘Gulden middenweg’Recursie (1)
De Ander centraalWet van analogie‘Zo Boven zo Beneden’'Waarnemer en Waargenomene'Spiegelsymmetrie (2)
'Aether en Ether'Wet van harmonie‘Wederkerigheid’Atoom en LevensatoomComplementariteit (3)

De 4e dimensie scheidt verleden en toekomst, de ruimte-tijd spiegelsymmetrie. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie (spiegelneuron) de scheidslijn ('Membraan') tussen de micro- en de macrokosmos is op een hoger aggregatieniveau (superspiegelneuron) kandidaat voor de verborgen 8e ('cyclisch universum'), die een ommekeer mogelijk maakt. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden.

ZwaartekrachtHermeneutische Cirkel (1 + 7)Essentie (Monadisch1)Gebroken symmetrie'Globale brein en Cybernetica'
TijdsymmetrieEnergie en Materie (2 + 6)Functie2 (Spiritueel)4e DimensieWet van analogie (2)
 Materie-bewustzijn  Gelijkvormigheid
SpiegelsymmetrieEnergie en Tijd (3 + 5)Existentie (Psychisch)5e DimensieWet van harmonie (3)
MateriesymmetrieRuimte en Tijd (4)Begrensde (Fysiek)Zeven zintuigenÉne werkelijkheid (1)

1) Voor deze kolom wordt verwezen naar het boek Joodse Mysterie-traditie en Theosofie (p. 90) van A.J.H. van Leeuwen.

2) De functie van de psyche heeft betrekking op de wederkerigheid tussen complementaire werkwoorden ‘Scheppen en Vernietigen’ (Trimurti), 'Verschijnen en Verdwijnen', 'Aantrekken en Afstoten', 'Ontvouwen en Invouwen', ‘Zaaien en Oogsten’, 'Geven en Ontvangen', 'Voelen en Denken', 'Vechten en Vluchten', 'Slapen en Waken', 'Luisteren en Spreken', 'Lezen en Schrijven’ en brengt de fractale zelfgelijkvormigheid (‘Entropie en Negentropie’, 'Golven en Velden'), symmetrie op elke schaal tot uitdrukking.

Het is de ziel (tussennatuur), de schakel tussen 'Geest en Lichaam', die 'Bewust of Onbewust' voor 'Balans of Onbalans', 'Evolutie en Involutie' ('Evolutie of Devolutie') zorgdraagt.

Twee denkstromingen die eerder een poging hebben gedaan het Lichaam-geestprobleem (kip-en-eiprobleem) te verklaren zijn het monisme en het dualisme. De middenweg van Spinoza's Deus sive natura (God of Natuur) is een neutraal monisme. Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het Hoe of Wat (of-of) denken te doorbreken. Het kan komen doordat zij in een kringverhouding tot elkaar staan: zonder A kan B niet tot stand komen, maar zonder B ontstaat A niet.

Fred Eijkman Verlangen naar Onsterfelijkheid hoofdstuk 6. Alles is bezield (p. 84):
Amor dei intellectualis
Spinoza onderscheidt drie soorten kennis, die in toenemende mate de waarheid kunnen onthullen:
* de kennis door middel van verbeelding, waardoor we dingen in tijd en ruimte zien in plaats van in hun eeuwig verband.
* de zuiver verstandelijke kennis, waardoor we de dingen in hun eeuwige verbanden van oorzaak en gevolg zien, los van de tijdelijke toevalligheden. Door deze kennis zijn we in staat een juiste levenshouding te vinden.
* Als vervolg op de zuiver verstandelijke kennis: de intuïtieve, directe kennis waarmee we de dingen in God zien. Deze maakt geen gebruik van redeneringen. Deze kennis wordt 'scientia intuitiva' genoemd. Ze duidt op 'onmiddellijke vertooninghe aan het verstand van het voorwerp zelve', niet op 'overtuyging van reeden'.
De naam die Spinoza geeft aan deze derde soort kennis is 'amor Dei intellectualis', als 'de redelijke liefde tot God'. Het gaat om het hoogste inzicht en om het waarachtig goede, waar Spinoza immers naar op zoek is. Eerder in de Ethica heeft hij de mens onderscheiden van het dier vanwege het feit dat hij meer mogelijkheden heeft dan het dier om invloed uitoefenen op andere subsystemen. Hij heeft, anders gezegd, meer macht. Die macht wil hij vergroten. Lichamelijk gezien spreekt Spinoza van genot of pijn, indien we onze lichamelijke macht vergroten of verkleinen. In ons geestelijke aspect gaat het om vreugde die we ervaren wanneer onze geest zich vervolmaakt of om leed bij geestelijke achteruitgang. Deze vervolmaking van de geest is het inzicht dat God en Natuur identiek zijn.
84/85: "De menselijke Geest kan niet tegelijk met het Lichaam geheel en al teniet gaan, maar er blijft iets over dat eeuwig is. (...) Wij kennen [de menselijke geest] geen duur toe, dan alleen zolang het lichaam bestaat. Daar evenwel datgene, wat met die zekere eeuwige noodzakelijkheid uit Gods wezen zelf wordt verklaard niet temin toch iets zijn moet, zal ook noodzakelijk dit iets, dat tot 's mensen Geest behoort, eeuwig zijn." (Spinoza)
Spinoza's woorden over de liefde van God tot zichzelf, waarbij het individu deel van God is vanwege zijn eigen liefde tot God, en daarmee ook van Gods liefde ontvangt, illustreren de vreugde waarmee deze eenwording gepaard gaat. Niet alleen de vreugde maakt dat eenwording met de absolute realiteit een doel van ons leven is; ook het uitgangspunt dat wij zijn voortgekomen uit en nog steeds deel uitmaken van die realiteit, onderstreept de verbondenheid tussen het individu en het goddelijke absolute. De absolute realiteit is zowel de oorzaak als het doel van ons bestaan. Door een andere opvatting van tijd, komen traditionele, lineair gebaseerde opvattingen over onsterfelijkheid als duurzaam voortbestaan - onder druk te staan. In deze opvattingen wordt tijd opgevat als eeuwigheid en als absoluut. Internet: Het is bijna symbolisch dat Spinoza zijn geld verdiende met het slijpen van lenzen. Filosofen helpen mensen het leven vanuit nieuwe perspectieven te bekijken. Eén van de grondgedachten van Spinoza's filosofie was de dingen vanuit het perspectief van de eeuwigheid te zien. Spinoza plaatst ons eigen leven in een kosmisch verband . Wij zijn slechts een minuscuul deeltje van de gehele levende Natuur. Wij maken deel uit van een reusachtig geheel dat zich over alle tijd en ruimte uitstrekt.
Spinoza zei dat alles Natuur is en hij vereenzelvigde Natuur met God. Hij zei dat God alles is, en dat alles in God is. Dit wordt het pantheïsme genoemd. Spinoza dacht dat God de wereld niet had geschapen om er buiten te staan. God is de wereld. Soms zegt Spinoza het anders: de wereld is in God is. Dit was voor zowel het Jodendom als het christendom geen gangbaar denkbeeld. De joodse Spinoza werd om zijn onorthodoxe ideeën over onsterfelijkheid vervloekt met alle vloeken uit Deuteronomium.

Sinds de jaren zestig publiceerde Popper verdere ideeën over menselijke kennis in het algemeen, en van wetenschappelijke kennis in het bijzonder. In zijn boek Objective Knowledge (1972) presenteert Popper zijn uitgangspunt van de drie 'werelden': de wereld van fysische objecten; de mentale wereld van bewustzijnstoestanden; en de wereld van ideeën in objectieve zin. Elk van die werelden bevat allerlei objecten of zijnden. Deze werelden bestaan alle drie even echt, zijn altijd van elkaar te scheiden, en moeten dus ook niet door elkaar gehaald worden: De eerste wereld is die van de materiële dingen, van alles waar de natuurwetenschappen zich mee bezig houden. Deze wereld wordt meestal als de "echte", objectieve buitenwereld gezien en is ook eigenlijk de normaalste. Ieder mens maakt, als lichaam, deel uit van en leeft in een deel van deze wereld; niet ieder mens leeft in dezelfde plaatsen en streken van deze wereld.
De tweede wereld is die van de ervaringen, gewaarwordingen, belevingen, emoties en gedachten; de binnenwereld van alles wat subjectief is. Deze wereld bestaat eigenlijk net zo echt als de buitenwereld; mensen kunnen net zo min negeren dat ze ervaren en voelen en denken als dat ze handen hebben of in een huis wonen. Ook hier geldt dat ieder mens in een deel van deze wereld leeft en dat niet ieder mens in dezelfde streken van deze wereld leeft.
De derde wereld is die van de concepten en van de inhouden van opvattingen, ideeën en abstracties: de wereld van de theoretische zijnden. Ook deze bestaat echt;
Deze 'derde wereld' is door de mens geschapen, maar tegelijkertijd vrijwel onafhankelijk van de mens. Tot deze derde wereld behoort bijvoorbeeld de taal en de wiskunde, maar daarnaast ook wetenschappelijke theorieën. De relativiteitstheorie van Einstein is een voorbeeld van zo'n theorie: het is mogelijk min of meer objectief te omschrijven wat deze theorie inhoudt, en de inhoud van deze theorie staat los van de bewustzijnstoestanden van de persoon Einstein. Popper spreekt in dit verband van de 'objectieve geest', als tegengesteld aan de 'subjectieve geest': de 'subjectieve geest' is die van de bewustzijnstoestanden van het individu, de 'objectieve geest' omvat kennis die onafhankelijk van het individu bestaat.

De Duitse filosoof Jürgen Habermas benoemde drie domeinen van de werkelijkheid, namelijk het subjectieve, het objectieve en het intersubjectieve domein.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 45):
Het ‘gemanifesteerde Heelal’ is dus doordrongen van dualiteit en deze is als het ware de essentie van zijn EX-istentie als ‘manifestatie’. Maar evenals de tegenovergestelde polen van subject en object, geest en stof, alleen maar aspecten zijn van de Ene Eenheid waarin ze tot synthese zijn gebracht, zo is er ook in het gemanifesteerde Heelal ‘dat’ wat geest aan stof, en subject aan object verbindt.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvvoudige hiërarchieën (p. 125):
Het ‘leger van de stem’ is de oervorm van de ‘menigte van de logos’ of het ‘WOORD’ van de Sepher Jezirah, dat in de Geheime Leer ‘het ene getal, voortgekomen uit geen-getal’ wordt genoemd – het Ene eeuwige Beginsel. De esoterische theogonie begint met het Ene, dat gemanifesteerd en dus niet eeuwig is in zijn aanwezigheid en in zijn bestaan, hoewel wèl eeuwig in zijn essentie; het getal van de getallen en de getelden – de laatste komen voort uit de stem, de vrouwelijke Vach, Satarupa ‘met de honderd vormen’, of de Natuur. Uit dit getal 10, of scheppende natuur, de moeder – de occulte ‘nul’ die, in verbinding met de eenheid ‘1’ (één) of de levensgeest, altijd voortbrengt en vermenigvuldigt – kwam het gehele Heelal voort.
127: (b) Vervolgens zien wij dat de kosmische stof zich verspreidt en zich tot elementen vormt en zich groepeert tot de mystieke vier binnen het vijfde element – ether, de bekleding van akasa, de anima mundi of moeder van de Kosmos. ‘Punten, lijnen, driehoeken, kubussen, cirkels’ en tenslotte ‘bollen’ – waarom of hoe? Omdat, zegt de Toelichting, dit de eerste natuurwet is en omdat de Natuur in al haar manifestaties meetkundig te werk gaat. Er is – niet alleen in de oerstof, maar ook in de gemanifesteerde stof van ons gebied van verschijnselen – een inherente wet ( Law of One ), met behulp waarvan de Natuur haar meetkundige vormen en later ook haar samengestelde elementen met elkaar in verband brengt, en waarin geen plaats is voor ongeluk of toeval. Het is een grondwet van het occultisme, dat er in de Natuur geen rust of ophouden van beweging voorkomt9.
9) De kennis van deze wet stelt de arhat in staat – en helpt hem – zijn siddhi’s of verschillende verschijnselen tot stand te brengen, zoals het laten uiteenvallen van de stof en het overbrengen van voorwerpen van de ene plaats naar de andere.
De Geheime Leer Deel I Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 697):
Wij moeten de lezer nu het fundamentele verschil laten zien tussen het stelsel van Leibniz en dat van de occulte filosofie, zover het gaat over de monaden; dit kan men doen aan de hand van zijn Monadologie. Men kan terecht zeggen dat als de stelsels van Leibniz en van Spinoza met elkaar in overeenstemming werden gebracht, de essentie en de geest van de esoterische filosofie tevoorschijn zouden komen. Uit de botsing van deze twee – in tegenstelling tot het stelsel van Descartes – treden de waarheden van de archaïsche leer naar voren. Beiden bestreden de metafysica van Descartes. Zijn denkbeeld van de tegenstelling van twee substanties – uitgebreidheid en het denken – die radicaal van elkaar verschilden en onderling niet herleidbaar waren, was voor hen te willekeurig en te weinig filosofisch. Leibniz maakte daarom van de twee substanties van Descartes twee eigenschappen van één universele eenheid, waarin hij God zag. Spinoza erkende maar één universele ondeelbare substantie, één absoluut al, zoals Parabrahmam. Leibniz daarentegen onderscheidde het bestaan van een veelheid van substanties. Voor Spinoza bestond slechts het ENE; voor Leibniz een oneindig aantal wezens, uit en in het Ene. Hoewel dus beiden maar entiteit erkenden, maakte Spinoza deze onpersoonlijk en ondeelbaar, terwijl Leibniz zijn persoonlijke godheid verdeelde in een aantal goddelijke en half-goddelijke wezens. Spinoza was een subjectieve, Leibniz een objectieve pantheïst; maar beiden waren met hun intuïtieve inzichten grote filosofen.
Als deze twee leringen werden verenigd en elk door de andere werd verbeterd – en als vóór alles de Ene Werkelijkheid werd ontdaan van haar persoonlijkheid – dan zou er tenslotte een ware geest van esoterische filosofie in hen overblijven; de onpersoonlijke, eigenschaploze, absolute goddelijke essentie die geen ‘wezen’ is, maar de wortel van al het zijn.
698: De werkelijkheid in de gemanifesteerde wereld is dus samengesteld uit een eenheid van eenheden, om zo te zeggen, onstoffelijk (vanuit ons standpunt) en oneindig. Deze noemt Leibniz ‘monaden’, de oosterse filosofie jīva’s – en het occultisme geeft er met de kabbalisten en alle christenen een verscheidenheid van namen aan. Ze geven voor ons, evenals voor Leibniz, ‘uitdrukking aan het heelal’23, en elk stoffelijk punt is slechts de uitdrukking als verschijnsel van het noumenale, metafysische punt.
23) ‘Het dynamisme van Leibniz’, zegt professor Lachelier, ‘zou maar weinig moeilijkheden opleveren, als bij hem de monade een eenvoudig atoom met blinde kracht was gebleven. Maar . . .’ Men kan de verbijstering van het hedendaagse materialisme volledig begrijpen!
699: ‘Voor Spinoza is de substantie dood en inactief, maar voor het scherpzinnige denkvermogen van Leibniz is alles levende activiteit en actieve energie. Met deze opvatting komt hij oneindig veel dichter bij het oosten dan iedere andere denker van zijn tijd of na hem. Zijn ontdekking dat een actieve energie de essentie van de substantie vormt, is een beginsel dat hem in directe relatie brengt met de zieners van het oosten.’
Verder kan men de atomen (of liever moleculen) van de materialistische filosofie opvatten als uitgebreidheid bezittend en deelbaar, terwijl de monaden alleen maar wiskundige punten zijn en ondeelbaar. Tenslotte – en dit is een punt waar deze monaden van Leibniz sterk lijken op de elementalen van de mystieke filosofie – zijn deze monaden representatieve wezens. Iedere monade weerspiegelt iedere andere. Iedere monade is binnen haar eigen sfeer een levende spiegel van het Heelal. En let hierop, want hiervan hangt de macht af die deze monaden bezitten, en hiervan hangt het werk af dat zij voor ons kunnen doen; terwijl zij de wereld weerspiegelen, zijn de monaden niet alleen maar passieve weerkaatsende werktuigen, maar spontaan zelfwerkend; zij brengen de beelden spontaan voort, evenals de ziel een droom. In iedere monade kan de adept daarom alles lezen, zelfs de toekomst. Iedere monade of elementaal is een spiegel die kan spreken . . .’
702: De golven en trillingen van de wetenschap worden alle door atomen voortgebracht, die hun moleculen van binnenuit tot activiteit brengen. Atomen vullen de oneindigheid van de Ruimte, en door hun voortdurende trilling zijn ze die beweging, die de wielen van het leven eeuwig laat ronddraaien. Die innerlijke werkzaamheid brengt het natuurverschijnsel teweeg dat de wisselwerking van krachten (Wederkerigheid) wordt genoemd. Maar aan de oorsprong van elk van die ‘krachten’ staat het bewuste leidende noumenon ervan – engel of god, geest of demon – heersende machten, die toch hetzelfde zijn.

Blavatsky, Deel III, (p. 110):
De voornaamste figuren van Pythagoras zijn het vierkant (de tetraktys), de gelijkzijdige driehoek, het punt in de cirkel, de kubus, de drievoudige driehoek. Porphyrius stelt, aangehaald door Moderatus of Gades, dat de zinnebeelden van Pythagoras al duizenden jaren vóór hem in Indië bekend waren.
P. 439 Heelal: De verbinding van duizend elementen, en toch de uitdrukking van één enkelen geest, een chaos voor de zinnen, een Kosmos voor de rede.
De mystieke tienheid [van Pythagoras] (1 + 2 + 3 + 4 = 10) is een wijze om het denkbeeld van de emanatie in het heelal weer te geven.

De nieuwe levensrichting (Steen der wijzen, Hoofdroute, Inhoud en Vorm, Nieuw paradigma)

Mahatma Gandhi: Loop liever vóór vrede dan tegen oorlog.
Max van der Stoel: Mensenrechten 'vormen de beste verdediging voor vrede en stabiliteit in de wereld.
Klaas van Egmond: Wat persoonlijke ontwikkeling is voor het individu, is ‘duurzame ontwikkeling’ voor de samenleving. Beide ontwikkelingen lopen langs dezelfde lijnen en worden aangedreven door dezelfde mechanismen.

Wat noemt men Spinozisme?
Spinozisme is een manier van 'monistisch' denken over de Natuur. Het is genoemd naar de Nederlands Joodse wijsgeer Baruch de Spinoza. In deze visie wordt Natuur in haar pure Zelfstandigheid (substantie) beschouwd door haar (niet puur zelfstandige) beschouwende uitdrukkingvormen. De met rede begiftigde mens is zo een uitdrukkingvorm. Aan deze visie kleven uiteenlopende inzichten en ethische implicaties. Soms komt in deze visie de nadruk te liggen op mystiek of religie. Maar ook kan het leiden tot zuiver wiskundige en/of natuurwetenschappelijke beschouwingen. Soms gepaard met pogingen om een antropocentrische blik te overstijgen. Meestal is er invloed op politieke, sociale en ecologische bewustwording en uiteindelijk ook op mentale gesteldheid en ethisch handelen. Veel individuen en groepen voelen zich aangesproken, zoals o.a.: dichters, theosofen, kunstenaars, natuuronderzoekers, vrijdenkers en vrijmetselaars, anarchisten, atheïsten, liberalen, socialisten, ecologen enz. Maar ook in de oudheid herkennen we deze visie in wijsgerige werken van Grieken, Romeinen, Christenen, Moslims, Joden, Hindoes, Perzen, Chinezen etc... Het is een visie op de verhouding die mens en Universum hebben, en dient zich door alle tijden en alle culturen in vele vormen aan. Na Spinoza wordt dit monisme, in haar variaties, ook wel 'Spinozisme' genoemd. De bestaande maar meestal ongekende relatie tussen mens en Al is b.v. beeldend beschreven in de Oosterse roman 'Akbar', door Van Limburg Brouwer. Deze bestseller uit het midden van de vorige eeuw is in 1984 heruitgeven.

SPINOZISME: WIJSBEGEERTE OF PROZA? Als creatieve deugden noemt Krause: de creatie van persoonlijke autonomie (een aansporing tot zelfverlichting); de creatie van autonomie voor anderen (een aansporing tot politieke rechtvaardigheid); de creatie van interacties met de totaliteit (een positieve aanvaarding van een universeel humanisme); de creatie van schoonheid (het bevorderen van kunst en cultuur); en ten slotte de creatie van een eenheidsperspectief waarin alle genoemde creaties samen worden gebracht (een pleidooi voor panentheïsme). Zijn einddoel is een humanisme: een 'mensheidsbond', de maatschappij van de 'Humanitas' - een sociaal kunstwerk dat op alle fronten en alle niveaus uitdrukking geeft aan harmonie en eenheid. Zijn kritiek op de vrijmetselarij is dat ze nog onvolkomen is; een gedachte die in Nederland het meest pregnant wordt verwoord door Polak en zijn clandestiene loge Post Nubila Lux. Apostel schrijft:
"Volgens Krause is de huidige vrijmetselarij slechts een poging met tal van onvolkomenheden: het is een geheim genootschap met een hiërarchische structuur dat niet voor iedereen toegankelijk is. Als zodanig blijft haar realisatie ver beneden haar idee!"
Ook voor Opzoomer is het dualisme van Kant een probleem. Hij overwint dat dualisme in zijn derde stadium, dat van het monistisch idealisme. De wijsbegeerte moet de mens verzoenen met de wereld en de kosmos, met God: een verzoening van menselijke tegenstrijdigheden in een hogere eenheidsband. Het is niet moeilijk hier het verzoenende, synthetische denken van Krause aan te wijzen. Hegel en Spinoza zouden, volgens Opzoomer, blijven steken in hun verzoening van God met de wereld (pantheïsme), maar Krause kent nog een hoger, kosmisch beginsel (panentheïsme). De resultaten van modern, natuurwetenschappelijk onderzoek moeten worden afgestemd op dat hogere eenheidsideaal. God openbaart zich door middel van de rede in het innerlijk van de mens - de rede biedt ons inzicht in de samenhang van de gehele werkelijkheid.

Jürgen Moltmann heeft in Leuven een eredoctoraat in de theologie gekregen. Hij is één van de meest invloedrijke protestante theologen van vandaag.
Moltmann schreef een scheppingstheologie: "God in de Schepping (1987)". Kenmerkend voor Moltmann is een bijbelse verwerking van zijn theologie. Maar we moeten even oppassen met wat we dan bedoelen met 'bijbels'. Moltmann gebruikt veel bijbelse thema's. Drewermann lijkt soms meer een profeet van Freud en Jung, Moltmann blijft dichter bij de tekst. Hij is van mening dat wij onze scheppingsleer opnieuw moeten formuleren. Dat ziet hij als de oplossing voor de ecologische crisis. Wij moeten de schepping vanuit deze crisis opnieuw doordenken. En hij wil daardoor komen tot een scheppingsleer die ook in de praktische kerkelijke ethiek op het gebied van het milieu nuttig is.
Zijn uitgangspunt daarbij is de 'oikos', Gods woontent, de 'shekinagedachte'. "De aarde is daar waar God woont. Maar God woont op meer dan de aarde". En dat brengt hem op het begrip "panentheïsme". Je hebt pantheïsme: alles is god (Baruch Spinoza); maar als er dan geen onderscheid meer is, wat is dan god? Pantheïsme ligt dan ook heel dicht bij atheïsme (er is geen god).

De Ethica vormt het hoofdwerk van Spinoza (1632-1677); zijn wijsgerig systeem wordt hier volledig ontwikkeld. Wij hebben derhalve niet te maken met een ethiek in de hedendaagse zin van het woord. Spinoza zoekt een geheel nieuwe levensrichting die een algehele breuk inhoudt met wereldbeeld en Godsbegrip van de Middeleeuwen. Spinoza biedt zijn denken aan "in meetkundige trant uiteengezet". In de 17e eeuw was dit een zeer gebruikelijke vorm voor het opzetten van betogen. Deze vertaling stamt uit 1915; in 1974 is de taal gemoderniseerd en zijn ook in de vertaling zelf wijzigingen aangebracht waardoor vooral de idealistisch-mystieke interpretatie van de vertaler werd afgezwakt. Inmiddels is een nieuwe wetenschappelijk-kritische vertaling verschenen met de oorspronkelijke Latijnse tekst en waardevolle annotaties. Daarnaast blijft deze vertaling echter zeker waardevol als vertegenwoordiger van de meer mystieke Spinoza-interpretatie.

Ethica.

Nico van Suchtelen, (vert.) boek Ethica van Benedictus de Spinoza (Sp).
Sp5: Zo besloot Spinoza, met terzijstelling van wat het redelijk denken belemmert – zoals zucht naar rijkdom, eer of genot – te onderzoeken of er dan niet iets bestond, dat de mensen een ongestoorde, verheven blijmoedigheid kon verzekeren. Zijn antwoord luidde, dat dit bestaat ‘in het bewustzijn van de eenheid van de ziel en de hele Natuur’. Spinoza heeft terdege beseft, dat zijn nieuwe levensrichting een volledige breuk met het overgeleverde middeleeuwse wereldbeeld en godsbegrip betekende. Om zijn stelling van een waarachtig en bereikbaar goed te funderen bouwde Spinoza nu in zijn Ethica tegenover de mythe van de dualiteit van godheid en geschapen natuur een principieel ander denkstelsel op.
Sp15: Onder ‘substantie’ versta ik datgene, wat op-zich-zelf bestaat en uit zichzelf moet worden begrepen; dat wil zeggen datgene, waarvan het begrip niet het begrip van iets anders, waaruit het zou moeten worden afgeleid, vooronderstelt.
Sp17: Stelling 1 Een substantie gaat van nature vòòr haar openbaringen.
Sp55: Het zal mij nu niet moeilijk vallen verder nog aan te tonen dat de Natuur geen enkel vooropgezet doel heeft en dat alle doeloorzaken niets anders zijn dan menselijke verzinselen.
Sp57: Vandaar dat zij ter verklaring van de aard van de dingen al die begrippen moesten vormen, als daar zijn het goede, het kwade, orde, verwarring, warmte, koude, schoonheid en wanstaltigheid. En daar zij zichzelf voor vrij hielden, ontsprongen hieruit wederom de begrippen lof, blaam, zonde en verdienste.
Sp58: Al datgene dan, wat tot welzijn en godsdienst leidt, hebben zij goed genoemd, wat evenwel daaraan tegengesteld is slecht.
Sp59: Wij zien dus dat alle redenen waaruit de ongeleerde massa de Natuur pleegt te verklaren, slechts vormen van verbeelding zijn, die niet de aard van enig ding, doch slechts de toestand van de verbeelding doen kennen; en aangezien deze vormen namen hebben als waren zij buiten de verbeelding bestaande wezens, noem ik ze schepselen van de verbeelding en niet van de rede, zodat alle bewijzen, die op grond van dergelijke begrippen tegen ons worden aangevoerd, gemakkelijk zijn te ontwapenen. Want de volmaaktheid van de dingen moet uitsluitend naar hun eigen aard en vermogen worden beoordeeld en dus zijn de dingen niet meer of minder volmaakt omdat zij ’s mensen zinnen strelen of beledigen, omdat zij bij de menselijke aard passen of er mee in strijd zijn.
Sp316: Het door Spinoza zelf gebezigde woord ‘Zelfstandigheid’ voor Substantie heeft in de tegenwoordige tijd een te beperkte, stoffelijke zin. Substantie is de tegenstelling van accident. Accident, een wezen dat niet op zichzelf kan bestaan, doch in een ander optreedt, daarvoor echter niet essentieel is. Ding an sich (‘ding op zichzelf’), door Kant gevormd filosofisch begrip voor de onafhankelijkheid van het kennend bewustzijn existerende werkelijkheid, waarvan ons uitsluitend het verschijnen gegeven is, terwijl zij zelf volkomen onkenbaar blijft.
Sp322: Natura naturans, God als schepping, geschapenheid, als zijn eigen openbaring, als verschijning van zichzelf, als wereld van de dingen, als Natuur in de gewonen zin.
Sp335: Nog iets duidelijker wordt Spinoza’s opvatting van eeuwigheid wanneer men haar in verband brengt met zijn (mathematisch) causaliteitsbegrip.
Sp318: ‘De zelfstandigheid staat wegens zijn natuur voor alle zijne Toevallen’ (modifications). Dit vòòrgaan is niet in tijdelijke, maar in logische zin bedoeld. Strikt genomen is de toepassing van het woord oorzaak op het volstrekte zijn niet toelaatbaar. Oorzakelijkheid geldt alleen voor een verband van verschijnselen. Maar Spinoza’s causaliteitsbegrip is niet de gewone ‘oorzaak en gevolg’-voorstelling, maar die van wiskundige afhankelijkheid, van logisch in iets anders begrepen zijn. Vandaar ook dat hij oorzaak (causa) en reden (ratio) als synoniemen gebruikt. Causa sui, zijns-zelfs oorzaak, wordt daarom ook niet gedefinieerd als iets dat zichzelf zou hebben geschapen, maar als datgene wat krachtens (om reden van) zijn eigen wezen bestaat in eeuwigheid.
Deel 1
Spinoza definieerde God als de eeuwige, oneindige (dus onpersoonlijke en enige), door en uit zichzelf bestaande substantie; en dat is voor hem in zekere zin hetzelfde als de totale Natuur (universum), waarbuiten geen andere scheppende kracht bestaat. De godsconceptie van Spinoza mist derhalve elke menselijke hoedanigheid.
Deel 2
Noch de kritiek van de Spinoza-kenner en-vertaler Dr. W. Meijer, noch een opmerking van Prof. H.T. de Graaf kunnen mij ervan overtuigen dat ik ten onrechte het woord Mens vertaalde door Geest in plaats van door Ziel (Sp322).
Op basis van het bovenste rechter kwadrant kan worden geconcludeerd dat Nico van Suchtelen geen gelijk heeft.
Deel 3
Bij deze dimensie staat de oorsprong van de gemoedsaandoeningen centraal. Spinoza doelt hier uitdrukkelijk op aandoeningen die met een lichaamsgevoel gepaard gaan (Sp329).
Deel 4
Een accent ligt op de juiste levenswijze (ervaringsproces), ‘Goed en kwaad’ (emoties), waarden en normen vormen de basis voor het doen en laten van de mens.
Deel 5
Een accent ligt op het hoe, de wijze of de weg die tot vrijheid leidt (Sp281). Begrijpen is de dingen zien in logische afhankelijkheid in plaats van in hun tijdelijke opeenvolging, zulk een begrip is even tijdloos, even eeuwig als een of andere mathematische waarheid, die ‘in God’ bestaat. Voorzover wij dus begrijpen zijn we eeuwig, hebben wij deel aan het oneindige Verstand van God (Sp335). Het heil is verbonden met een kennisniveau dat boven de ratio uitstijgt en waarop we intuïtief begrijpen hoe het concrete afhankelijk is van de ultieme bron van alles. Dit meditatieve weten leidt volgens Spinoza tot een intellectuele liefde voor God en tot een vreugdevol besef van eigen kracht en heerlijkheid. In deze ervaringen treden we als het ware buiten de tijd of beter gezegd, beleven we de eeuwigheid in de tijd. Het is niet verwonderlijk dat sommigen hier spreken van een intellectuele mystiek. Bij Martin Heidegger is het de ervaring (van het zijn) zelf.

Carl Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.

In het Oude Testament is de hemel de verblijfplaats van God. Volgens recente inzichten zit het scheppingsmechanisme in het kosmisch plenum, de kwantumverstrengeling verborgen. De conclusies in het rapport ‘E i V’ zijn juist tegengesteld aan de opinie van Jan Koster. Het is eerder de dwaasheid van epithumia, dan de wijsheid van thumos die de wereld regeert. Een oplossing ligt in het verschiet wanneer de nauwe verstrengeling tussen 'Wetenschap en Politiek' wordt doorbroken. De essentie van het rapport is dat we moeten leren ons met de natuurlijke kringlopen te verbinden.
Net als de scheiding tussen 'Kerk en Staat' dienen ook 'Politiek en Wetenschap' duidelijk van elkaar te worden gescheiden.

In het 5Ddenkraam wordt de synthese van wetenschap, religie en filosofie tot uitdrukking gebracht en berust op psychologische (stoffelijke), sociologische (verstandelijke) en filosofische (monadische) gezichtspunten. Bij dit concept gaat het om de juiste transformatie tussen binnen en buiten en vice versa. De ziel (tussennatuur), de schakel tussen 'geest en lichaam' staat daarbij voorop. Bij de individuele kant gaat het om de zelfkennis. De grote leraren van de mensheid, zoals Christus, Boeddha, Plato en Confucius, hebben over ethiek eigenlijk hetzelfde gedacht ‘Alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de Wet van de Profeten’.

Pieter Hilhorst Het vierde ideaal: robuustheid (Volkskrant 26 april 2011)
Taleb wijst in zijn boekje Over robuustheid twee oorzaken aan voor onze hedendaagse kwetsbaarheid. Een gevaarlijke wens tot optimalisatie en een overdreven vertrouwen in ons vermogen om risico’s goed in te schatten. De kredietcrisis is ontstaan uit de combinatie van deze twee. Wie reserves aanhield was een dief van zijn eigen portemonnee. En bankiers geloofden dat ze via ingewikkelde financiële producten de risico’s konden spreiden. In normale tijden werkt dat prima, maar in abnormale tijden gaat het faliekant fout. De rekenmodellen om risico’s in te schatten bieden geen houvast.
In een robuuste economie bestaan geen prikkels die mensen aanmoedigen tot het nemen van onverantwoorde risico’s.
Robuustheid is een radicaal ideaal. Het dwingt tot een ingrijpende koerswijziging op tal van terreinen. Maar het is wel een ideaal van een andere orde dan ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. Het vierde ideaal is eerder een voorwaarde voor de andere drie. De nieuwe leus moet daarom zijn: ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap en robuustheid’.

Bob Hoogenboom Politieke afrekeningen werken averechts (Vokskrant 18 december 2009): Een deel van de oorzaken ligt in structuren, processen en verantwoordelijkheden, maar een deel ligt ook in de grillige spelingen van het lot. Geen kritisch incident is hetzelfde. Kritische incidenten passen in de ‘zwartezwanentheorie’ van Nassim Nicholas Taleb. Kort gezegd: achteraf wordt in gebeurtenissen een orde aangebracht om daar identificeerbare oorzaken aan toe te kunnen schijven. Die ‘orde’ was er op het moment zelf niet, zeker niet voor de direct betrokkenen. Taleb spreekt over de illusie van het begrijpen van een gebeurtenis.
‘Barbertjes ophangen’ heeft een politieke (symbolische) functie. De tragiek van dergelijke ‘rituele slachtingen’ is dat dieperliggende oorzaken en constanten in het politiewerk niet wezenlijk worden geraakt. Ik begrijp de politieke realteit, maar ik ben ook geïnteresseerd in de constitutionele context van kritische incidenten. En daarin zitten duivelse dilemma’s.

Het zevenvoudige pad van Franciscus van Assisi.

Samenvatting (Duurzame samenleving)

De gebroken symmetrie zorgt voor het onderscheidingsvermogen van onze ziel en risicobeheersing om de crises van menselijke makelij te bezweren.
Het ordeningsprincipe 'Chaos en Harmonie' dat in het universum zit verscholen heeft op de chaostheorie betrekking.

Het bewustwordingsproces bestaat uit de uitwisseling tussen het vrouwelijk en het mannelijk, tussen 'Chaos, Gaia en Eros' en het 'Goede, Ware en Schone', tussen 'Chaos-Theos-Kosmos' en 'Goden-Monaden-Atomen', tussen materie en geest (geestvonkatoom), tussen lagere en hogere Triade, tussen 'chaos en harmonie', tussen navel (Epithumia) en hart (Thumos), tussen begin en het einde, tussen Alpha en Omega.

Begrijpen is volgens Spinoza de dingen zien in hun ‘logische afhankelijkheid’.
Het begrip toeval wordt in verband gebracht met ‘logische afhankelijkheid’ en ‘acausale geordendheid’ (Karma-Nemesis).
Dr. Jolande Jacobi boek De psychologie van Carl G. Jung (p. 21): Jung noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, ‘acausale geordendheid’.
Barbara Hannah boek Jung zijn leven zijn werk (p. 319): Jung toonde aan dat synchronistische gebeurtenissen slechts een specifiek voorbeeld lijken te zijn van een veel breder natuurlijk beginsel, dat hij ‘acausale geordendheid’ noemde, een modaliteit die er eenvoudigweg is, zonder oorzaak, zoals in het geval van de discontinuïteiten in de fyica (de geordendheid van energiekwantums, nucleair verval enzovoort) of de natuurlijke getallen.

Volgens Blavatsky gaat de Natuur in al haar manifestaties meetkundig te werk. In Ethica wordt Spinoza’s denken "in meetkundige trant uiteengezet".

Eindconclusie is dat Blavatsky in De Geheime Leer de oplossingsrichting (hoofdroute) van de absolute waarheid, een visie uitwerkt, die net als de nieuwe levensrichting van Spinoza nog voor 100% actueel is. Namelijk hoe kunnen we leren beter met elkaar samen te leven? Het draait dus niet om onderwijs dat primair op marktwerking is gericht, waarbij de keuzevrijheid van het individu centraal staat, maar om een individueel leerproces (Individualiteit), een onderwijssysteem dat zich op een duurzame samenleving oriënteert.

N. Beintema De kracht schuilt in de wederkerigheid - Hoe genomics en maatschappij elkaar versterken (p. 33):
Vandaag staat de gedachtewisseling in het context van ‘wederkerigheid’ tussen wetenschap en samenleving en dat is, om met Hegel en Marx te spreken, terecht: via These (het primaat van de wetenschap) en Anti-these (het primaat van de samenleving) komen we tot Synthese (wederkerigheid of co-evolutie van wetenschap en samenleving).”

De crux van het rapport ‘E i V’ zit in de relatie tussen essentie (wezen) en existentie (bestaan), tussen het zondebokmechanisme en het marktmechanisme of met andere woorden tussen heer en slaaf (politicals en professionals) respectievelijk tussen verkoper en koper. De waarheid over het zondebokmechanisme leert ons om te kijken vanuit het standpunt van de vervolgden in plaats van dat van de vervolgers.

Het is wenselijk de vicieuze cirkel van het kip-en-eiprobleem (Lichaam-geestprobleem), het Hoe of Wat (of-of) denken te doorbreken.
Twee van de grote denkstromingen die pogen het mind-body probleem op te lossen zijn het dualisme en het monisme.
Een middenweg (en-en) tussen fysisch en psychisch monisme vormt neutraal monisme. Spinoza's Deus sive natura (“God in de natuur en de natuur in God”) is een neutraal monisme.

Het hermetische axioma ‘Zo boven, zo beneden; Zo beneden, zo boven’ toont de parallel lopende ontwikkeling tussen de microkosmos en macrokosmos, tussen de mensheid en de kosmos. Aan de mysterieschool der Pythagoreeërs was al bekend hoe de éne werkelijkheid in elkaar zit. De hoofdroute is eerder door Pythagoras en later opnieuw door bijvoorbeeld Spinoza en Blavatsky onderkend.

Volgens Heinrich Heine leverde Spinoza met zijn panentheïsme de oplossing voor de tegenstelling tussen geest en lichaam.

Bij Spinoza zijn God en Natuur twee kanten van dezelfde medaille van het 'en-en'-denken. Het is de ‘intersubjectieve’ relatie van Jurgen Habermas die beide verbindt.

drs. R.H. Matzken: B. Het nieuwe paradigma in psychologie en counselling
5. De laatste jaren wint de gedachte veld, dat er een oneindig collectief bewustzijn bestaat, waaruit de mens zijn eigen archetypen naar voren haalt. Dit is de leer van Carl Gustav Jung, de zgn. diepte-psychologie, die is geworden tot een van de grondslagen van de moderne psychiatrie. Daartoe was hij als jongen tweemaal uitdrukkelijk opgeroepen door zijn alter ego, zich noemende: Geest uit de Diepte. De leer van Jung is in diepste wezen occult, d.w.z. geïnspireerd door een boze geest, die zich aan Jung voordeed als diens 'scheppingsdemon'. Deze droeg hem op om aan deze lering een wetenschappelijke status te geven, die door het toedoen van Jung geworden is tot één van de pijlers van de moderne psychiatrie. Uit het mensbeeld van Jung blijkt duidelijk de relatie met het Hindoe-denken, waarbij Atman als maya (illusie, oneigenlijk) moet opgaan in Brahman of wereldziel.

In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling onderbouwd dat de politiek niet aan de marktwerking maar aan een cultuuromslag in de collectieve sector de hoogste prioriteit had moeten geven. Verlichtingsfundamentalisme (c.q. ’marktfundamentalisten’) en moslimfundamentalisme zijn de twee kanten van één medaille, het binaire 'of-of'-denken. Er is een ommekeer in het denken nodig. Het is wenselijk dat het ‘en-en’-denken, het complementaire denken meer centraal komt te staan. De lemniscaat symboliseert dit transformatieproces. Er is behoefte aan de wijsheid van een Salomonsoordeel.

Primair draait het om de mechanismen, de wetmatigheden die aan ons gedrag ten grondslag liggen. In het bijzonder de zeven universele wetten die in het boek De Hele Olifant in Beeld van Marja de Vries worden besproken. Deze wetmatigheden kunnen we in ons voordeel, maar ook in ons nadeel aanwenden. Het is onze vrije wil die daar richting aan geeft. De kredietcrisis is mede een gevolg doordat de afgelopen decennia het publieke en het private domein volledig met elkaar verweven zijn geraakt. De marktfundamentalisten zijn als een olifant door de porseleinkast gebanjerd. Men heeft één kant van de medaille, de moraal van het verhaal volledig verwaarloosd. Een goede balans is alleen te bereiken wanneer ook met de keerzijde rekening wordt gehouden.

Wordt de islam als zondebok gebruikt om het eigen falen te maskeren?

Daniel Ofman: Een maskerkwadrant is een kwadrant dat aan de oppervlakte lijkt op een kernkwadrant, maar in realiteit precies het omgekeerde is.
Het maskerkwadrant laat zien dat we in een gesloten lus, een loop (schizofrenie) terecht kunnen komen wanneer we niet meer met onze spirituele bron zijn verbonden.

De paranoia van de marktfundamentalisten in het Westen kunnen met die van moslimfundamentalisten in het Oosten worden vergeleken. De wetmatigheden in het universum werken zodanig dat secularisering als het ware automatisch de tegenhanger fundamentalisme oproept.

Econoom Jan Pen (Volkskrant 24 december 2009): ‘Mijn opinie is minder stellig. Ik formuleer het allemaal niet zo hard meer. Ik heb wel een harde stem als het moet.’
Hij schraapt zijn keel en declameert de eerste twee strofen van Die grenadiere van Heinrich Heine.
‘Dan blijkt het grote verschil: de een wil naar zijn vrouw en zijn kind, de ander niet. Die wil soldaat blijven.'
‘Het is het meest pacifistische gedicht dat ik ken.’
Tiesse (zijn zoon): ‘Maar die ene wil blijven vechten voor de keizer.’
Jan: ‘Ja, ja, ja, het gaat om het verschil tussen die twee.’ Er valt een stilte. Niet voor het eerst, maar deze duurt langer.
Uiteindelijk zegt Jan: ‘ik herken er een ideaal in. Het ideaal van het pacifisme. Nou, hup, het is mooi geweest.’

De levensboom is niet alleen een scheppingsmodel op macrokosmisch niveau, maar ook een pedagogisch denkmodel op microkosmisch niveau. Dit universele denkmodel kan op het levenspad van de mens een ommekeer teweeg brengen. In de levensboom (kompaskwadrant) verloopt de schepping, de involutie van boven naar beneden. De 'ommekeer', de evolutie van beneden naar boven.

Blavatsky, Deel III (p. 456): Het Delphische gebod ‘Ken uzelve' schijnt in deze eeuw slechts voor weinigen te gelden.

De chaos in het leven is vaak een gevolg van het feit dat de mens een vat vol tegenstrijdigheden is. De basis voor een evenwichter en consistenter geheel is zelfkennis. Het Ken Uzelve staat voor het Ene en het vele, voor ‘Eenheid in Verscheidenheid’.
Meditatie, stilte stelt ons in staat dichter bij de eigen kern te komen, te her-inneren. Het onderbewustzijn geeft op onze vragen antwoord. Het Ken uzelve is de sleutel tot ons hart. Het brengt ons in verbinding met de schepper. De vrucht is het herkenbare product van de boom. Aan de vruchten herkent men de boom; en zo is dat wat een mens in zichzelf en in de wereld voortbrengt het product van zijn eigen boom.

Het was Goethe die meer dan wie dan ook een heldhaftige poging heeft gewaagd de wetenschap te integreren met de traditionele wijsheid.
Een wetenschap van de gehele persoon, de basis voor een ééngeworden cultuur. Het verenigen van de tegenstellingen gebeurt op een hoger niveau.
Carl Jung spreekt in dit kader van het “Gegensatzprinzip” en Goethe van “Die geeinte Zweinatur”.

Het rapport E i V beoogt aan het gezichtspunt van Ervin Laszlo een steentje bij te dragen. Dit aanvullende inzicht is niet alleen door E-learning tot stand gekomen, maar berust ook op het dualisme, tegenstellingen en de binaire code van machinetalen. Voor het delen van kennis is internet een uniek medium. In tegenstelling tot computers werken onze hersenen niet op basis van de digitale, binaire code maar op een analoge (wet van analogie) manier.

Een vraag die in het kader van het rapport ‘E i V’ kan worden gesteld is hoe correleren de membranen (brane cosmology) in de macrokosmos (M-theorie) met de membranen in de microkosmos, de celbiologie. In beide gevallen is van creatie en destructie sprake. Er wordt van uitgegaan dat het antwoord met Brahma (God als Schepper), Vishnu (God als Onderhouder) en Shiva (God als Transformerende Entiteit) van de hindoeïstische Drie-eenheid samenhangt. De gemanifesteerde werkelijkheid (de drie vormen van Vishnu) staat tegenover de ongemanifesteerde Trimurti.

De wiskundige Benoît Mandelbrot stelt dat de werkelijkheid veel beter met zijn fractale geometrie kan worden beschreven. Het is net als met de telling van Pythagoras zeker een manier om op de complexe werkelijkheid grip te krijgen.

De éne werkelijkheid bestaat uit paren van tegenstellingen. Asymmetrie bestaat op aarde, maar niet bij God (Ain-Soph) in de hemel. ‘Begrip en onbegrip’, ‘orde en wanorde’, ‘negentropie en entropie’, ‘analoog en digitaal', ‘logische afhankelijkheid en acausale geordendheid’, ‘collectieve en persoonlijke onbewuste’, 'psychoanalyse en psychosynthese', 'evolutie en involutie', 'microkosmos en macrokosmos', 'individueel en collectief', ‘hemel en aarde’ kunnen niet los van elkaar worden gezien.

Het rapport ‘E i V’ maakt, net als Jurgen Habermas, van drie domeinen van de werkelijkheid gebruik. Het derde domein heeft op de relatie 'Intersubjectief' tussen subjectief en objectief betrekking. Deze relatie, de psyche wordt aan de hand van het 5D-concept en het Ether-paradigma' toegelicht. Dit gezichtspunt maakt het mogelijk de levenscycli op aarde beter te beheersen.

Gedachte-experiment nog verder uit te werken.
Op basis van de eerder genoemde vijf kenmerken, de persoonlijkheidsdimensies kunnen we zeggen: Jezus was een mystieke intellectueel, een rechtvaardige wijze, die met hart en ziel, met moed en bedachtzaamheid koos voor welzijn en welvaart van de mensheid.

Het in hoofdstuk 1.6. besproken zondebokmechanisme laat zien dat Jezus een verlicht persoon was, die de egospelletjes van de elite door had.

Het onderzoeksrapport ‘E i V’ draagt een methodologisch karakter. Het biedt een universeel referentiekader, namelijk de ‘bewustzijnsschil’ om aan de unificatietheorie handen en voeten te geven. Of met andere woorden te laten zien hoe de 'Kwantumshift in het wereldbrein' geleidelijk plaatsvindt. Door het zelfbewustzijn maken we deel uit van onze eigen evolutie. Waar kiezen we voor evolutie of devolutie? Het is net als met Geest en Lichaam, hemel en aarde, Zo boven, Zo beneden, top down en bottom up, deductief en inductief. Het zijn de twee complementaire kanten van een medaille, het is de psyche, de schakel tussen geest en lichaam waar het in de Kwantumshift, de Unificatietheorie echt om draait. Alleen het plaatsen van de wereldvraagstukken in de juiste context maakt het mogelijk probleem en oplossing dichter bij elkaar te brengen. Daarvoor is het eerst nodig deze context te begrijpen. Aan de hand van het 5D-denkkader en symbolische beelden is het mogelijk te laten zien hoe verschillende concepten in de universele context met elkaar samenhangen. Cultuuroverdracht heeft op de imitatie van Plato, een 'intelligent ontwerp' op basis van Waarheid, Schoonheid en het Goede betrekking en niet op intimidatie.

De eerste op 23 september 1983 gehouden Van der Leeuw-Lezing Een onderzoek naar de koppige dwaasheid van regeerders door Barbara Tuchman:
Door Plato zijn er al voorzetten gedaan, een uitverkoren klasse tot beroepsbestuurders op te leiden. In een rechtvaardige maatschappij zouden dan mensen uit de heersende klasse bij de verstandigen en wijzen in de leer moeten om in de kunst van het regeren onderricht te krijgen.
Het Meta-leren heeft op survival of the fittest, de waarden en normen betrekking.
In de op 30 oktober 2009 gehouden Van der Leeuw-Lezing haalt Alain de Botton een oud paard van stal.

De Vijf Fasen van het Yin/Yang-symbool laten zien dat het primair om 10 Dimensies (10 relaties) gaat. De 5 relaties die de bollen met elkaar verbinden, een pentagoon toont de natuurlijke -, de scheppende kringloop, de oerbron, terwijl de 5 interne relaties een pentagram de beheers - en de vernietigende kringloop uitbeelden. Het multidimensionale bewustzijn maakt het mogelijk dat we ons met de scheppende kringloop, de goddelijke sferen verbinden.

Universele kennis, de universele wetten zijn complementair aan de natuurwetten.
De belangrijkste Universele Wet is de Wet van Eén, die stelt dat alles in de kosmos met elkaar verbonden is.
Wegens de eindigheid van de lichtsnelheid kan alles in de kosmos niet met elkaar verbonden zijn.

De ‘Law of One’ heeft op het verschijnsel karma, de 2e grondstelling betrekking. Het gaat echter in het kwantumvacuüm (bewustzijnsveld) om twee polen (les 3 polariteit), het aardse en het hemelse, om karma en dharma.

De discrepantie tussen Hegel en Engels is al eerder tussen Pythagoras en Aristoteles naar voren gekomen. De fysica en de metafysica zijn complementair. De quintessens van de éne-werkelijkheid wordt met behulp van het 5D-concept en het Ether-paradigma tot uitdrukking gebracht. Het 5D-concept, de verborgen 5e dimensie heeft op de levenskunst, de zingeving van het leven betrekking. Voor de mens is de evolutie geen blind proces zonder enige bedoeling. Door het accent op individualisering komen de mensen wel steeds losser van de zingeving, het Goede, Ware en Schone en de van oudsher stabiele sociale netwerken in de maatschappij te staan.

De geschiedenis leert dat personen als Socrates en Jezus Christus, die aan de kant van het volk staan, juist het slachtoffer worden van een politieke moord. Als het slecht gaat zoeken de ‘daders’ een ‘zondebok’. Om zelf buiten schot te blijven treedt het zondebokmechanisme in werking.

Wim van den Dungen: Het licht is 'neutraal'. Wijsheid is 'positief', d.w.z. brengt iets voort. Begrip is 'negatief'; 'spiegel', 'matrix', 'grote zee' of 'baarmoeder' waarin de Wijsheid een zaadje plant.
De verticale as van het kompaskwadrant staat voor het verticale bewustzijn. Het slaat op het bewustwordingsproces, de synergie die tot stand komt door de wisselwerking tussen chakra’s. De chakra`s vormen de verbindingsschakels tussen de ons omringende energie en de energiebanen in ons lichaam. Voor het bereiken van evenwicht speelt de 6e chakra, het beheerscentrum van de hypothalamus en de hypofyse een belangrijke rol: Je bewustzijn is een spiegel voor het Goddelijk Zijn.
De Skandha’s brengen de spiegelsymmetrie en ‘Ruimte en Materie’ ('Energie en Materie') de complementariteit tot uitdrukking.
Er zijn in de mens drie hoofdmiddelpunten: hart, hoofd en navel, waarvan twee ten opzichte van elkaar + of – zijn, al naar het betrekkelijke overwicht van de middelpunten (Blavatsky, Deel III, p. 647).

Zie ook:

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 1401 keer bekeken.