| Deze filognostische presentatie is in aanbouw |
2.4 Zwaartekracht
Kwintessens (‘Energie en Informatie’, 4e Dimensie, 5e Dimensie, Bewustzijnsevolutie)
Interview kosmoloog Marcelo Gleiser ‘Er wordt veel volslagen waanzin verkondigd’ (Vollkskrant 27 november 2010)
Hoe nieuw is eigenlijk uw idee dat complexiteit voortkomt uit onbalans en onvolmaaktheid?
Dat idee is zeker niet revolutionair. Ilya Prigogine schreef daar in de jaren tachtig al over. Maar wat ik daaraan toevoeg is het inzicht dat veel structuren in het heelal hun bestaan te danken hebben aan zeer fundamentele asymmetrieën in de natuur.
Om de natuur te begrijpen moeten we niet op zoek gaan naar perfectie, maar naar asymmetrie. Daarin ligt de sleutel van ons bestaan.
De wetenschap belooft je geen leven na de dood, maar het feit dat de atomen in jouw lichaam afkomstig zijn uit een andere ster, verbindt jou met de kosmos.
Bent u niet bang ingelijfd te worden door de zweefsector?
De behoefte aan gevoelens van spiritualiteit hoeft goede wetenschap niet uit te sluiten.
In 2011 ging de Nobelprijs voor Natuurkunde naar de Amerikanen Saul Perlmutter en Adam Riess en de Australiër Brian Schmidt.
Mysterieuze vorm
De reden dat het universum zich steeds sneller uitbreidt, is een nog mysterieuze vorm van energie. Deze |donkere energie vult maar liefst 70 procent van het totale universum. Dit is 95 procent als hierbij de nog altijd onverklaarbare onzichtbare donkere materie wordt opgeteld. De overige 5 procent bestaat uit sterrenstelsels, planeten, bloemen en mensen.
Saul Perlmutter begon in 1988 met zijn onderzoeksteam. Onafhankelijk daarvan begonnen Brian Schmidt en Adam Riess in 1994 met dezelfde zoektocht naar de verst gelegen supernova’s.
Door de afstand tot de supernova’s te meten, alsmede de snelheid waarmee ze van de aarde vandaan bewegen, hoopten de wetenschappers het lot van ons universum te bepalen.
De Amerikaanse natuurkundige Greg Landsberg speculeert over verdwijnende ruimtelijke dimensies
Doorbraak of gelul in de ruimte? (Volkskrant 25 september 2010)
Het nieuwe paradigma van Greg Lansberg is bijzonder interessant. Ook in het onderzoeksrapport ‘E i V’ komt naar voren dat de 4e dimensie speculatief is. Dimensie is al een onduidelijk begrip omdat het eerder om een concept, een perspectief, een manier van kijken naar de werkelijkheid, dus om een gezichtspunt gaat. Een driemensionale structuur kunnen we waarnemen, de verdwijnende 4e dimensie (what ever that may be) is nog nooit waargenomen.
De 4e dimensie scheidt verleden en toekomst, de ruimte-tijd spiegelsymmetrie. De complementariteit brengt de verbinding tussen verleden en toekomst tot uitdrukking. De verborgen 5e dimensie (spiegelneuron) de scheidslijn ('Membraan') tussen de micro- en de macrokosmos is op een hoger aggregatieniveau (superspiegelneuron) kandidaat voor de verborgen 8e ('cyclisch universum'), die een ommekeer mogelijk maakt. In de snaartheorie zijn energie en tijd twee complementaire grootheden.
Twee voorgestelde vormen voor donkere energie (dark energy) zijn de kosmologische constante, een constante energiedichtheid vullen van de ruimte homogeen, en scalaire velden, zoals kwintessens of moduli , dynamische hoeveelheden waarvan de energie dichtheid kan variëren in tijd en ruimte. Bijdragen van scalaire velden die constant in de ruimte worden meestal ook opgenomen in de kosmologische constante. De kosmologische constante is fysiek gelijkwaardig aan energie-vacuüm. Scalaire velden die veranderen niet in de ruimte kan worden moeilijk te onderscheiden van een kosmologische constante, omdat de wijziging kan ook uiterst langzaam.
Binnenin de kernen van de atomen zijn, over ultrakorte afstanden, twee natuurkrachten (sterke kernkracht en zwakke kernkracht) actief. De zwaartekracht en de elektromagnetische kracht zijn daarentegen twee krachten, die over langere tot super lange afstanden werkzaam zijn.
Tweede zwart gat in melkwegkern
Hét zwarte gat in onze melkweg is Sagittarius A*, een heldere radiobron in het hart van de melkweg. Deze joekel is tegen de drie miljoen keer zo zwaar als onze zon. Maillard en zijn team ontdekten IRS 13E, een ‘kleiner’ zwart gat van 1300 zonsmassa’s dat langzaamaan naar het centrale zwarte gat spiraalt. Op dit moment cirkelt IRS 13 op drie lichtjaar van het centrale zwarte gat.
Nassim Haramein versus Einstein
Zijn theorie heeft inderdaad veel weg van die van Albert Einstein (De Verenigd Veldtheorie). Echter Haramein gaat verder waar Einstein is gestopt. Zo sprak Einstein bijvoorbeeld over de gekromde ruimte als gevolg van massa; Nassim laat tijdens zijn lezing zien dat ruimte niet alleen kromt maar bovendien spint. Dit verklaart tevens bovengenoemde fenomenen, waar de gewone natuurkundige wetenschapper nog geen antwoord op gevonden heeft en die zwarte materie wordt genoemd. Bovendien heeft Nassim aan slechts twee krachten genoeg (in tegenstelling tot de huidige vier) om de ‘natuur’ te verklaren: een uitbreidende- en een samentrekkende kracht. Zijn theorie legt daarmee de basis voor een veel krachtigere en betekenisvollere wetenschap.
Herstel van een oude wetenschap
Met de baanbrekende theorie van Haramein wordt een oude wetenschap, namelijk die van de Heilige Geometrie, in ere hersteld en aangevuld met nieuwe inzichten. Haramein heeft (her)ontdekt dat Heilige Geometrie een sleutelrol vervult in een nieuwe, in opkomst zijnde postkwantumfysica. Hij laat zien hoe elementaire geometrische vormen- zoals de vijf Platonische lichamen – als het ware de kosmische bouwstenen zijn van de wereld. Haramein toont de werkelijke principes van de natuur. In zijn lezingen vertelt hij ook hoe hij tot zijn theorie is gekomen. Hij heeft namelijk uitgebreid studie gemaakt van oude beschavingen (o.a. het oude Egypte) inclusief oude geschriften (waaronder de Bijbel) en het fenomeen ‘bewustzijn’, evenals van Biologie, Scheikunde en Kosmologie.
Oratie Simon Portegies Zwart, de relevantie van de computationale astrofysica
In zijn onderzoek gebruikt Portegies Zwart grote computers om astronomische verschijnselen te begrijpen en te verklaren. Hij heeft zich vooral toegelegd op de evolutie van dubbel sterren, de vorming en evolutie van zwarte gaten en de interactie tussen de evoluerende populatie van sterren en de dynamica van die sterren.
Rondom het zwarte gat in het centrum van de Melkweg draaien miljoenen sterren. Sommige daarvan stralen in röntgenstraling. Vele van deze röntgenbronnen zijn waarschijnlijk dubbelsterren. Dit vormt een van de redenen om evolutie van dubbelsterren om een zwart gat te bestuderen.
Bram van Dijk Geleid door creativiteit: Snaartheorie (review: Jochem de Wit)
De zwaartekracht is uiteraard wel goed merkbaar: stenen vallen naar beneden. En net als de zwaartekracht kan ook de elektromagnetische kracht in het dagelijkse leven ondervonden worden. Waar bijvoorbeeld twee magneten elkaar aantrekken is de elektromagnetische kracht aan het werk. Ook zorgt
deze kracht voor de eigenschappen van stoffen, omdat de wisselwerking tussen atomen wordt veroorzaakt
door elektronen die met elkaar “communiceren” via elektromagnetisme.
De zwaartekracht lijkt dus niet te verenigen met het elektromagnetisme en de sterke en zwakke kernkrachten. Maar er zijn plekken, zoals zwarte gaten, of punten in de tijd, zoals de big bang, waar al deze krachten samenkomen. Wil je daaraan kunnen rekenen dan heb je een goed model nodig, zoals wellicht de snaartheorie.
Trouw Een kosmische klank in het zwarte gat (11 september 2003)
Ze noemen het de laagste toon in het heelal. En hij weerklinkt al drie miljard jaar in een groep sterrenstelsels die - net als het sterrenbeeld waar je het in kunt vinden - Perseus heet.


Voor de volledige ontdekking (van de etherische kracht) is het (volgens Blavatsky) enige duizenden jaren te vroeg – of zullen we zeggen honderdduizend? Zij zal pas op haar juiste plaats en tijd zijn, als de grote razende vloedgolf van hongersnood, ellende en onderbetaalde arbeid is weggeëbd – zoals zal gebeuren, wanneer gelukkig eindelijk in de rechtmatige verlangens van de velen wordt voorzien; als het proletariaat alleen in naam zal bestaan en het meelijwekkende geroep om brood, dat onverhoord door de wereld klinkt, is weggestorven.
Robert Dijkgraaf, en de gebroeders Erik en Herman Verlinde zijn Nederlanders die bij het uitwerken van de wiskundige modellen van de snaartheorie baanbrekend werk hebben verricht. Het is de architectuur van ons brein, het bewustzijn dat de wetenschap bepaalt en beperkt. Door de gebroken symmetrie tussen hemel en aarde wordt het bewustzijn van de mens mogelijk gemaakt.
De Nederlandse graficus Maurits Escher heeft de penrose-driehoek vaak toegepast in zijn werk.

Robbert Dijkgraaf (NRC 27 december 2008: De architectuur van ons brein bepaalt en beperkt de wetenschap - Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter):
De mens is slechts een onmisbare schakel in de ultieme cirkelredenering. U kunt deze lus zo vaak doorlopen als u wilt, net zoals de monikken de eindeloze trap op- en aflopen in de bekende prent Klimmen en dalen van M.C. Escher – een prent die trouwens geïnspireerd was door het werk van Penrose en zijn vader.
Op het eerste hoekpunt van de driehoek staat de wetenschap. Deze is verbonden met het tweede hoekpunt waar de mens staat, de bedenker van vele nutteloze en nuttige zaken, waarvan de wetenschap er slechts één is. Op zijn beurt vormt de mens weer een verbintenis met het derde hoekpunt, de natuur, wederom als onderdeel van een groter geheel, want de natuur brengt naast de mens ontelbaar andere verschijningsvormen voort. Ten slotte wordt de natuur weer verbonden met de wetenschap, een terrein dat veel meer bestrijkt dan alleen de beschrijving van de fysieke werkelijkheid.
Het verborgen heelal (Labyrinth VPRO Woensdag 29 februari 2012)
Maar liefst 85 procent van de massa in het heelal is zoek, en al veertig jaar breken astronomen zich het hoofd over dit kosmologische raadsel. Labyrint volgt drie onderzoekers die in een ondergronds laboratorium op zoek zijn naar die ontbrekende, donkere materie.
Astronomen zouden het ’t liefst onder het tapijt willen moffelen, maar niemand kan erom heen: het grootste deel van het heelal is kwijt. De buitengebieden van veel sterrenstelsels, en de gaswolken daaromheen, bewegen zo hard dat ze eigenlijk uit de bocht moeten vliegen. Het lijkt erop alsof een onzichtbaar soort lijm ze in het gareel houdt. De onzichtbare aantrekkingskracht moet geleverd worden door een exotische vorm van materie, die in niets lijkt op wat we al kennen. Donkere materie, hebben onderzoekers het genoemd, en er moet maar liefst zes keer meer van zijn dan van gewone materie, waar sterren, stoeptegels en stervelingen van zijn gemaakt.
In een ondergronds laboratorium in het Italiaanse Gran Sassomassief zijn drie onderzoeksgroepn naarstig op zoek naar die geheimzinnige materie. Onderzoeker Patrick Decowski van het NIKHEF-instituut voor deeltjesfysica in Amsterdam probeert de donkere deeltjes te vangen in een vat gevuld met het edelgas xenon. De onderzoekers van CRESST turen naar sporen van de mysterieuze deeltjes in hun supergekoelde kristallen van calcium-wolframaat, en de onderzoekers van het DAMA-experiment hebben misschien zelfs al sporen gezien van donkere materie.
Maar volgens de Amsterdamse hoogleraar natuurkunde en Spinozalaureaat Erik Verlinde bestaat donkere materie helemaal niet. Volgens Verlinde is het hoog tijd om op een heel andere manier over ruimte, tijd en het hele universum na moeten denken. Verlinde werkt aan een nieuwe, revolutionaire theorie over de zwaartekracht. Dat is geen fundamentele kracht, zoals natuurkundigen sinds Newton hebben aangenomen, maar een bijverschijnsel van iets veel diepers, meent Verlinde. Als zijn ideeën juist zijn, leidt dat tot een ongekende aardverschuiving in de natuurkunde.
Erik Verlinde ZWAARTEKRACHT IS GEEN KRACHT (interview Volkskrant 12 december 2009)
Erik Verlinde promoveerde bij Gerard 't Hooft. Volgens Verlinde is de zwaartekracht niet wat we denken. De aantrekking tussen twee massa’s ontstaat vanzelf door informatieverschillen in de ruimte tussen de massa’s en die daarbuiten. In zijn theorie leidt Verlinde op een relatief eenvoudige manier de klassieken wetten van Newton af, als een natuurlijke aantrekking tussen massa’s. 'Dit is precies wat je nodig hebt voor een doorbraak', zegt KNAW-president Robbert Dijkgraaf.
De wetten van Newton en Einstein geven een globale beschrijving van een diepere werkelijkheid waarin informatie en energie een hoofdrol spelen, in plaats van materie en krachten.
Zwaartekracht en Verlinde
Ik weet het precieze er nog niet van, maar een Nederlandse theoretisch fysicus Prof.dr. Erik Verlinde schijnt een afleiding te hebben gegeven waaruit de zwaartekracht volgt.
Zonder gekheid nu, zwaartekracht is een gevolg van de kromming van de ruimte in de nabijheid van massa (energie) en het gebrek aan een absolute snelheid (alleen relativistische) in het heelal. Samen zorgen zij ervoor dat die kromming als zwaartekracht wordt ervaren.
Dus in mijn ogen was het al geen kracht, maar simpel een gevolg van bovengenoemde omstandigheden die als kracht wordt ervaren. En volgens mij is dat ook wat de wetenschap zegt, Erik Verlinde gaat hier wat verder op in en probeert dus nog iets specifieker te zijn.
Is de snaartheorie (string / superstring / M-theorie) de ultieme ‘Heilige Graal’ van de natuurkunde?
Vandaar dat nogal wat theoretische natuurkundigen, waaronder een aantal Nobellaureaten natuurkunde, hun twijfels hebben over de status van de snarentheorie: is het wel meer dan fantastische wiskunde? Zo stelt Martinus Veltman (Nobelprijs natuurkunde 1999): “De snaartheorie is een religie en daarom irrelevant voor de wetenschap.” Hij stelt ook dat de snaartheoretici “decennialang doorrommelen met een theorie die geen contact maakt met de werkelijkheid.”
Martinus Veltman maakt voor het standaardmodel gebruik van de C-, P- en T-symmetry. Als de regels gelijk blijven, dan heerst er blijkbaar symmetrie in het heelal. In de loop der tijd zijn er drie belangrijke symmetrieën gevonden: spiegelsymmetrie (het heelal zou gespiegeld kunnen bestaan), tijdsymmetrie (het heelal zou ook andersom in de tijd kunnen bestaan) en materiesymmetrie (elk deeltje heeft een tegendeel dat het doet verdwijnen als het dat ontmoet).
Voor het verklaren van de zwaartekracht wordt van het verschijnsel C-, P- en T-symmetry concept gebruik gemaakt.
Ervin Laszlo boek De Akasha-ervaring Wetenschap en het kosmisch geheugenveld (met bijdragen van Jude Currivan, Pim van Lommel, Swami Kriyananda, Alex Gray, Eric Pearl, Stanislav Grof, Edgar Mitchell, Larry Dossey, e.a.)
246: Net als de zintuiglijke informatie heeft de informatie die het lichaam via kwantumeffecten bereikt haar oorsprong in de ‘echte’ wereld en is daarom een afspiegeling van de gebeurtenissen en omstandigheden in die wereld. Hoewel wij in de moderne wereld van alledag gewoonlijk niet openstaan voor dit soort spontane, buiten zintuiglijke informatie, waren en zijn traditioneel levende stammen – met name hun sjamanen, medicijnmannen, profeten en spirituele leiders – er vertrouwd mee.
248: Het Akasha-veld is een veld van kwantumhologrammen, een soort supergeleidend medium. In dit veld is niets aanwezig dat de wrijvingsloze verbreiding en verstrengeling van de in het veld ontstane hologrammen kan remmen. De door objecten in tijd en ruimte uitgezonden golven creëren kwantumhologrammen die zich overal in dit veld verstrengelen, dus in tijd en ruimte. Zo ontstaan sequencen van interferentiepatronen, die culmineren in het superkwantumhologram dat de volledige integratie is van alle kwantumhologrammen. Het superkwantumhologram bevat alle informatie over alle dingen die bestaan of ooit bestaan hebben: het is het ‘hologram van het univesum’.
Ervin-Laszlo De fundamentele veranderingen in de wereld nopen ons tot een besef van verbondenheid (mei 2009).
De werkelijkheid die zich nu aandient, is volslagen nieuw. We zijn getuige van steeds heviger schokken en verrassingen, die echter geen gevolgen zijn van verblinding en onwetendheid. Het is onze werkelijkheid zelf die bezig is te veranderen. Of zoals de econoom Kenneth Boulding opmerkte: ‘Het enige wat ons niet hoeft te verrassen, is dat we voor verrassingen komen te staan.’
Verrassingen zijn inherent aan de nieuwe werkelijkheid. Niets blijft zoals het is: in alle processen treedt ‘bifurcatie’ op. Deze term, afkomstig uit de wiskunde en de chaostheorie, geeft aan dat de ontwikkelingsweg van een systeem onderhevig is aan abrupt optredende, onvoorziene veranderingen. Wij leven in een tijdsgewricht van bifurcatie waarin zich een fundamentele verandering in onze wereld voltrekt: een macroshift.
De klimaatverandering gaat gepaard met een groot aantal andere factoren, die evenzeer onderhevig zijn aan verandering, zoals het milieu, de economie, de politieke en sociale verhoudingen en de relaties tussen culturen. Het komt er allemaal op neer dat op de oude voet doorgaan ons – in meer dan één opzicht – regelrecht naar een catastrofale bifurcatie of een rampzalig omslagpunt zal voeren. Verandering is allang geen theorie meer, laat staan een optie: het is een werkelijkheid waarvan ons voortbestaan sterk afhankelijk is. Doorgaan op basis van de veronderstelling dat alles wel zo zal blijven als het is, is domweg suïcidaal.
Interessant en in dit opzicht van belang is dat ook onze kijk op de wereld bezig is te veranderen: de wetenschap zelf is bezig aan een paradigmashift, een omslag in de algemeen geaccepteerde visie van de meerderheid.
Het nieuwe paradigma geeft ons meer inzicht in de aard van kwantumsprongen in complexe systemen, niet alleen in de natuur, maar ook in de samenleving. Complexe systemen ontwikkelen zich niet geleidelijk of stap voor stap: ze zijn bij uitstek non-lineair. Ze evolueren zich slechts stapsgewijs totdat zij een evenwichtsdrempel bereiken en ineenstorten óf bifurqueren.
Ervin Laszlo boek Kwantumshift in het wereldbrein (p. 98)
Hoofdstuk 9 Het kosmisch plenum: het nieuwe fundamentele concept van de werkelijkheid.
Deze twee bewijscategorieën wijzen uit dat het wiskundige vacuümconcept van de kwantumveldtheorie geen volledige beschrijving kan zijn van wat nog algemeen (en inmiddels ten onrechte) ‘het vacuüm’ wordt genoemd.
120: Uit het nieuwe concept van de werkelijkheid laat zich ook een consequente en minimaal speculatieve theologie afleiden. In de theologie is God niet gescheiden van het scheppingsproces, maar maakt God deel uit van het universum. Gods schepping is niet het universum dat wij waarnemen en bewonen: zij bestaat uit de potenties van het universum voor zijn autocreatie.
171: De golven die zich in de ruimte voortplanten (kwantumgolven, gravitatiegolven enz.) niet rechtstreeks kunnen worden waargenomen, maar dat hun reële bestaan moet worden aangenomen op basis van complexe ketens van redeneringen.
Verstrooiing treedt op met alle soorten golven en deeltjes: elektromagnetische golven zoals licht, maar ook geluidsgolven, watergolven en kwantumgolven. Bij Comptonverstrooiing wordt kortgolvige straling verstrooid aan elektronen, die energie winnen.
Als een gravitatiegolf de antenne passeert, zal deze golf een zeer kleine fractie van zijn energie aan de bol overbrengen.
Sterrenkundigen voorspellen dat met de te verwachten gevoeligheid het mogelijk moet zijn om de signalen te kunnen meten van asymmetrische instabiliteiten in roterende enkelvoudige en dubbele neutronensterren en om botsingen van zwarte gaten en neutronensterren te zien.
Roger Penrose vat een zwart gat, het absolute niets waar de tijd stil moet staan, op als een lokaal einde van de wereld. Hij omschrijft de geboorte van ons universum als een uniek verschijnsel waarin de wetten van de fysica niet langer gelden. In het werk van M.C. Escher, met name zijn bekende litho’s 'Waterval' en 'Klimmen en Dalen', kan men de triangel van Penrose herkennen, de grafische voorstelling die spot met de wetten der natuur.
Drs FC van Dongen Het Bewustzijn als Quantum-verschijnsel Een kritiek op de tijdsbeleving: Plato over de Grot en over de Tijd....
(Onzekerheidsprincipe van Heisenberg)
10: Wat echter voor onze beschrijving van het Bewustzijn en voor onze "Kritiek" op de tijdsbeleving van belang is, is dat er volgens het Penrose-Hameroff model een BEC speelt in de microtubuli van de cellen van ons Centraal, maar ook perifeer-zenuwstelseld en dit BEC zou het natuurkundige aspect van het Bewustzijn zijn. Men zou zelfs kunnen zeggen: Het BEC in uw microtubuli "ìs" uw Bewustzijn, hoewel dit wel een erg voorlopige definitie van het Bewustzijn is.
12: Zo'n tubuline structuur, we hebben het dus over de wand van de microtubuli, moet, volgens Hameroff en Penrose, gezien worden als een Qubit; zeg maar, een rekenéénheid. Deze Qubits gaan hun schakelingen (op quantum-niveau) steeds meer synchroon ("Coherent") laten lopen tot een bepaalde kritische waarde is bereikt en dan volgt er een collaps.
14: Penrose en Hameroff merken in dit verband op:
"....Quantum theory tells us that two or more particles, if once together, will remain somehow connected ("Entangled"), even when seperated by great distances. Qubits...." (onderdelen van je micritubuli) "....can interact by Quantum-entanglement, so that Quantumcomputing is able to achieve a nearly infinite parallel computational ability. Quantum-computers, if they can be constructed, will be able to solve important problems (e.g. factoring large numbers) with efficiency unattainable in classical computers....".
17: Chalmers merkt over de theorie van Penrose en Hameroff op, dat ze wat betreft het oplossen van "The Hard problem" in het zelfde schuitje zit als alle andere Bewustzijns-theoriën. Hij noemt: Crick en Koch (1990): volgens hen zou het Bewustzijn zetelen in de 35 tot 75 Hz oscillaties in de cerebrale cortex.
25: Het Bewustzijn zou volgens Bohm, vanwege deze overeenkomst, een "Pilot-Wave-achtig" verschijnsel zijn. Als we deze Bohmiaanse Quantum-benadering van het Bewustzijn naast de theoriën van Penrose en
Hameroff leggen, zijn er bepaald meer overeenkomsten tussen deze Pilot-Wave en het Bewustzijn te
noemen: Beiden spelen op Quantum-niveau, beiden bedienen zich van Niet-Lokaliteit en Entanglement, bij beiden is er, wat Bohm noemt: "Quantum-Wholeness" (in de zin van Bohr !), beiden zijn een
golfverschijnsel en ook de diverse hierboven genoemde quantitatieve benaderingen, zoals tijdsduur
(Planck-tijd) en afmetingen (Planck-lengte) enz. enz. komen overeen. Maar de belangrijkste conclusie is, dat het Bewustzijn duidelijk een vier-dimensionaal karakter heeft, dat wil zeggen op z'n minst tussen de derde en vierde dimensie in zit, en dat is tegelijkertijd onze "Kritiek" op de tijdsbeleving.
David Pratt Oerknal, zwarte gaten en gezond verstand:
Donkere materie en donkere energie terzijde gelaten, denkt men dat ruim 99% van de materie in het fysieke heelal in de plasmatoestand verkeert, waaronder sterren, de buitenatmosfeer van planeten, en het interplanetaire, interstellaire en intergalactische medium. Plasma – ook bekend als de vierde toestand van materie (naast vaste stof, vloeistof en gas) – bestaat uit ontbonden atomen, d.w.z. elektronen en ionen (atoomkernen). Het is vermeldenswaard dat, terwijl de meeste wetenschappers de zon beschouwen als een bal plasma, de theosofie zegt dat het binnenste van de zon grotendeels uit materie in de vijfde, zesde en zevende toestand bestaat – toestanden die aan wetenschappers op aarde onbekend zijn.26 Fijnere graden van fysieke materie kunnen zich dus achter het woord ‘plasma’ schuilhouden.
David Pratt David Bohm en de impliciete orde:
In de jaren dertig bezocht David Bohm het Pennsylvanië State College waar hij diepe belangstelling kreeg voor de quantumfysica, de fysica op subatomair gebied. Na zijn eindexamen bezocht hij de Universiteit van Californië, Berkeley. Tijdens deze periode werkte hij op het Lawrence Radiation Laboratory waar hij, na het behalen van zijn doctorsgraad in 1943, zijn baanbrekend werk met plasma’s begon (een plasma is een gas dat een hoge dichtheid van elektronen en positieve ionen bevat). Bohm ontdekte tot zijn verbazing dat zodra elektronen zich in een plasma bevonden, ze zich niet langer gedroegen als individuen en zich gingen gedragen alsof ze een deel van een groter en onderling verbonden geheel waren. Later merkte hij op dat hij vaak de indruk kreeg dat de zee van elektronen in zekere zin leefde.
David Pratt Kosmologie en de oerknal:
Plasma-kosmologen stellen zich een heelal voor dat door uitgestrekte elektrische stromen en krachtige magnetische velden wordt doorsneden en dat door elektromagnetisme zowel als door zwaartekracht wordt geordend en beheerst. De niet-homogene en draadvormige structuur van het heelal is geen verrassing, want vrijwel elk plasma doet van nature niet-homogene massa’s ontstaan en strengelt zich ineen tot dichte, wervelende draden en deze zijn in het laboratorium, in de zon, in nevelvlekken en in de kern van ons melkwegstelsel waargenomen. Uiterst kleine plasma’s die in het laboratorium met hoge snelheid op elkaar worden afgevuurd krimpen en strengelen zich ineen tot de sierlijke vormen van spiraalnevels en roepen het idee op dat sterrenstelsels zelf wellicht zijn voortgebracht door werveldraden op een veel grotere schaal.
Jean E. Charon - Ik leef al 15 miljard jaar Zwarte gaten en eonen
Het denken bezit echter het vermogen om in te grijpen in de 'natuurlijke' evolutie van de materie, om de onontkoombare gang van de materie naar chaos en dood enigszins te vertragen door haar een orde in te blazen die zij uit zichzelf niet kan 'scheppen'. Het denken ontleent die orde aan zijn eigen psychische kracht. In die zin hoeven we er niet voor terug te deinzen het denken de levenswijsheid te noemen die elk levend wezen vanaf het eencellig niveau ontplooit. Het tegenovergestelde van entropie noemen we negentropie ('neg' staat hierbij voor 'negatief'; het plusteken is dus veranderd in een minteken). Als we de redenering van de fysici doortrekken, mogen we zeggen dat het denken, dat wil zeggen de Geest, wordt gekenmerkt door het feit dat het zich voltrekt volgens een niet-afnemende negentropie. De orde van de gegevens die in de Geest zijn opgeslagen kan aan zichzelf gelijk blijven of zelfs toenemen, maar hij kan nooit afnemen. Als we zeggen dat de materie onder dwang van de wet van de entropie altijd evolueert naar de dood, mogen we ook zeggen dat de Geest vanwege zijn ordenende eigenschappen altijd evolueert naar het leven.
Dit lijkt allemaal misschien wat ingewikkeld, maar het is van essentieel belang dat we een zuiver onderscheid maken tussen de criteria die de Geest karakteriseren en de eigenschappen van de materie. Het feit dat de Geest evolueert volgens een niet-afnemende negentropie, waardoor hij 'ordenend' kan ingrijpen in de evolutie van de dode stof, maakt zijn belangrijkste eigenschap uit. Iedere onderzoeker die zich verdiept in het gedrag van de kleinste levende organismen, voelt dit trouwens intuïtief aan.
Jim van der Heijden Wat reïncarneert er eigenlijk? (p. 36):
Een modern natuurwetenschappelijk panpsychisme dat (onder meer) de werking van reïncarnatie kan verklaren, vinden we bij de kernfysicus Jean Charon (15). In zijn eonenhypothese (16) is het elektron het raakvlak van onze tijdruimte met die van het eon. Eonen zijn kort na de oerknal ontstaan en dragen geestelijke eigenschappen (geheugen, bewustzijn en wil) (17).
17. De eonenhypothese biedt een verklaring voor het indruisen van leven tegen de tweede wet van de thermodynamica. Die houdt kort gezegd in dat alles vervalt naar toenemende wanorde (entropie). De in het eon aanwezige wil tot orde (negentropie) maakt dat het leven dit kan omzeilen.
Uitgangspunt is de hypothese dat de zwakke en de sterke beweging in de homo sapiens interfereren met de sterke en de zwakke nucleaire krachten in het universum. Duidelijk is dat deze hypothese met betrekking tot de frequenties van ons brein en de zintuigen veel discussie zal uitlokken. Het onderzoek 'E i V' beoogt aan de hand van het 5Ddenkraam aan deze discussie een steentje bij te dragen.
Of zoals Gerrit Teule het in zijn boek WDNKW uitdrukt (p. 107): een fijnzinnige fotonenbeweging kan leiden tot grove spierbewegingen.
Een bijzonder kenmerk van elektromagnetische straling is, zoals gesteld, dat er extreem nauwkeurig afgestemd kan worden op een bepaalde golflengte/frequentie.
151: De kleine eonische tijdruimte is gevuld met een extreem heet ‘fotonengas’, dat Charon aanduidt als (black body radiation).
152/153: Eonen zijn tijdens de oerknal ‘gebakken’ en sindsdien overal in en om ons heen aanwezig. Ze zijn door onze hele zwaartekrachtruimte verspreid in een ‘verborgen’ imaginaire dimensie. Ze kunnen niet verbranden of veteren.
In onze wereld zijn er ontzettend veel elektronen, aanwezig in elk atoom. Als eonen/elektronen de dragers zijn van geest, dan is dus alle materie per definitie doortrokken van geest. Daarom spreken we in de eonenhypothese over psychomaterie. In ons heelal bestaat er niets anders dan dat.
In zijn boek WDNKW (p. 299) geeft Gerrit Teule in één tekening de absolute en relatieve ruimte weer.
Eon staat voor de absolute ruimte en atoom, molecuul, cel, lichaam en aarde voor de relatieve ruimte. Aan deze reeks kunnen het brein, sterrenstelsels en het universum worden toegevoegd. Het verschil tussen een absolute en relatieve ruimte is de levensduur. De absolute ruimte (non-lokale ruimte) heeft een eeuwige levensduur, bij de relatieve ruimte kan de levensduur zelfs vele miljarden jaren bedragen. Het universum heeft op haar beurt een langere levensduur dan een sterrenstelsel binnen het universum. Een eindig universum maakt onderdeel uit van het heelal (meta-universum). Een relatieve ruimte heeft een duidelijk beginpunt en eindpunt, alpha en omega.
Afhankelijk van temperatuur en druk kan materie zeven aggregatietoestanden (verschijningsvormen, fasen) aannemen:
- vast (s), [ Aarde]
- vloeibaar (l), [Water]
- gasvormig (g), [Lucht]
- Plasma (p), [Vuur]
- Bose-Einstein condensaat (BEC), [Ether]
- tripelpunt
- quark-gluonplasma (QGP) (vermoedelijk).
Om een energietoestand, een energieniveau (elektromagnetisme) te beschrijven maakt Paul Walrecht op zijn website van vier symbolen - , ~ , 0 , + gebruik. Paul Walrecht heeft in zijn elektrisch atoom model (kies: LDAT-Wet) het magnetisme geëlimineerd. Hij maakt gebruik van een kern van Chrisonen, Neutronen en Protonen, respectievelijk negatief geladen, nul-geladen en positief geladen, met daaromheen wentelende wisselend geladen elektronen.
Paul Walrecht koppelt in zijn model natuurkundige begrippen, de elektrische ladingen ‘- , ~ , 0 en +‘ aan de levende, biologische begrippen ‘Chrison, Elektron, Neutron en Proton‘.
Aggregatietoestanden:
- I Gassen; volk zwervend, atomen zwervend
- II Vloeistoffen; volk plaatszoekend, atomen plaatszoekend
- III Vaste Stoffen, volk plaatsgebonden, atomen plaats gebonden
- IV Plasma's; Elektronen-paren zwervend.
Ervin Laszlo boek Kosmische Visie Wetenschap en het Akasha-veld (p. 35):
De fysicus Erwin Schrödinger heeft erop gewezen dat elementaire deeltjes in de kwantumtoestand niet in een individueel gedefinieerde toestand verkeren, maar collectieve toestanden bezetten, en dat die toestanden altijd intrinsiek met elkaar ‘verstrengeld’ zijn.
50/51: Als twee of meer torsiegolven op elkaar inwerken, integreert het daaruit voortvloeiende interferentiepatronen de informatie van alle deeltjes in het geheel. We kunnen eenvoudiger en zinvoller - zeggen dat de vortices informatie registreren over de toestand van de deeltjes waardoor ze werden gecreëerd, terwijl het interferentiepatroon de informatie registreert over het totaal van de deeltjes wier vortices elkaar hebben ontmoet.
96: Elementaire deeltjes zijn toegerust met een vorm en niveau van (proto-)bewustzijn. Tot op zekere hoogte is alle materie bewust en is geen enkel bewustzijn absoluut immaterieel. Er bestaat geen categorische scheiding tussen stof en geest.
124: De ontbrekende massa: Dit mondt uit in de bevinding dat slechts 4 procent van de materiële inhoud van het universum uit objecten van zichtbare materie bestaat, zoals spiraalnevels, sterren, planeten, interstellair stof en andere hemellichamen waarvan het bestaan met behulp van optische telescopen werd onthuld.
Daarnaast lijkt 23 procent ervan te bestaan uit baryonische ‘zwarte’ materie (protonen en neutronen in structuren die te vaag zijn om optisch waargenomen te kunnen worden), alsmede uit niet baryonische zwarte materie (exotische deeltjes als axionen, neutrino’s met massa en ‘zwak interactieve massadeeltjes’ - (Wimps = Weakly interacting massive particle). Desondanks zou er – bij een totaal van zichtbare en onzichtbare materie van 27 procent – voor maar liefst 73 procent van de inhoud van het universum geen verklaring zijn! Deze gigantische hoeveelheid lijkt geen materie te zijn, maar ‘zwarte energie’ – een eigenschap van de ruimte zelf, zeer waarschijnlijk een gevolg van de fluctuatie van virtuele deeltjes in de fundamentele oceaan van energie die fysici het ‘kwantumvacuüm’ noemen.
136: Deeltjes geven daarnaast blijk van de eigenschap die Niels Bohr omschreef als ‘complementariteit’.
139/140: De holografische wiskunde vond in 1998 een onverwacht toepassingsgebied toen Juan Martín Maldacena, destijds van Harvard University, een verklaring voor de snaartheorie probeerde te geven onder de omstandigheden van kwantumgraviteit. Hij stelde vast dat een snaartheorie veel eenvoudiger hanteerbaar is in vijfdimensionale ruimten dan in vierdimensionale. De oplossing leek glashelder: de aanname dat de vijfdimensionale ruimte in het zwarte gat feitelijk een hologram is van het vierdimensionale patroon aan het oppervlakt ervan.
159: Ze vallen inderdaad samen, met als gevolg dat we van de ‘macroscopische golffunctie’ van het organisme kunnen spreken. Met andere woorden, levend weefsel is een ‘Bose-Einstein-condensaat’, een vorm van materie waarin kwantumachtige processen – waarvan tot nu toe werd aangenomen dat ze beperkt blijven tot het microscopische domein – zich ook op macroscopische schaal voordoen. Dat dit inderdaad gebeurt, werd aangetoond in 1995, in het kader van experimenten waarvoor de fysici Eric A. Cornwell, Wolfgang Ketterle en Carl E. Wieman in 2001 met de Nobelprijs werden onderscheiden.
182: Het was Einstein die de voornaamste premisse van de naturalistische aanpak onder woorden bracht. ‘Wij zoeken’ verklaarde hij, 'naar het meest eenvoudige denkschema dat de waargenomen feiten met elkaar in samenhang brengt'.
183: Erich Jantsch maakte mij attent op het werk – en later ook de persoon – van de uit Rusland afkomstige Nobelprijsdrager en thermodynamica-expert Ilya Prigogine. Diens concept van ‘dissipatieve structuren’ die onderhevig zijn aan periodieke bifurcaties (‘tweesprongen’) leverde mij de evolutionaire dynamiek die ik nodig had. Nadat ik dit concept met Prigogine had besproken, concentreerde ik mijn werk op wat ik de ‘algemene evolutietheorie’ noemde.
192: Met het hier gepostuleerde vijfde veld [het A-veld] liggen de zaken anders: het is niet afgeleid uit een wisselwerking tussen in ruimte en tijd van elkaar gescheiden entiteiten. Zoals het door Bohm werd beschreven, grijpen tijd en ruimte in elkaar en ontplooien zich beide. Wiskundig gesproken is het vijfde veld spectraal – holografisch – georganiseerd. De organisatie ervan bestaat uit interferentiepatronen, dat wil zeggen uit de amplituden (hoeveelheden) energie die op plaatsen waar golfvormen elkaar kruisen voorhanden is (…). Het vijfde veld is dus geen verschijnsel dat eenvoudigweg kon worden afgeleid uit observaties; veeleer is het een transformatie van velden die uit waarnemingen zijn afgeleid.
Ervin Laszlo en Jude Currivan boek KOSMOS een integrale visie op de wereld
Hoofdstuk 1 Hoe ver reikt onze kennis?, Theorieën van alles – en niets? (p. 16):
De fysici zouden echter nog ontdekken dat kwantisatie, golf/deeltje-dualiteit en de intieme relatie tussen de waarnemer en het waargenomene slechts het topje van de ijsberg vormden die de kwantumwereld is.
21: In de kwantumfysica geldt dat de gravitatiekracht wordt overgedragen door een deeltje met een massa nul, het graviton. De ontdekking dat het laagste trillingsgetal van snaren zo’n deeltje beschrijft, was een krachtige stimulans voor de zich ontwikkelende theorie.
Het branenuniversum (p. 21):
Om de betekenis van branen te doorgronden, moeten we de aandacht richten op een van de meest extreme omgevingen van de kosmos, het zwarte gat (Wimps Weakly interacting massive particle).
23/24: Opmerkelijk genoeg werd de rol van bewustzijn in de relatie tussen enerzijds de waarnemer en anderzijds het gedrag van kwantums en de relatieve aard van de ruimtetijd in het gunstigste geval genegeerd of in het ergste geval zelfs buitenspel gezet. In de hoofdstroom van de moderne wetenschap duurt deze situatie nog altijd voort.
De integrale werkelijkheid (p. 24):
We hebben al gezien hoe de non-lokaliteit van kwantumentiteiten – de verstrengelde aard van twee identieke elementaire deeltjes – aantoont dat het universum een geheel is waarin alles met alles samenhangt. Het is een ‘heel’.
Hoofdstuk 2 Krachten en wetten, Emergentie (p. 38):
Balancerend op de snijkant tussen orde en wanorde ondergaat een systeem in kritsche toestand voortdurend een kringloop binnen stabiliteitsgrenzen die door het archetypische patroon dat eraan ten grondslag ligt, de attractor, worden bepaald.
Universele cycli (p. 29):
Hoewel de wetenschap er tot dusverre de voorkeur aan heeft gegeven deze onontkoombare logica te negeren, zullen we, naarmate we dieper in de fundamentele geheimen van de natuur doordringen, net als Einstein worden geconfronteerd met ordening en harmonie als manifestaties van de kosmische Geest in ons universum. Deze openbaringen verlangen niet van ons dat we een keus maken tussen óf een intelligent scheppingsplan óf lukrake evolutie, maar wel dat we de ogen opnen voor een co-creatief ontwerp voor evolutie. Wat wij waarnemen – letterlijk verborgen in het volle zicht – is Einsteins concept van een kosmische Geest aan het werk.
Hoofdstuk 3 Relativiteit, Yin en yang (p. 41):
Op deze stromende drempel tussen licht en donker, tussen positief en negatief, voltrekt zich wat wij 'co-creativiteit' noemen.
Verborgen symmetrieën (p. 44/45):
Het verschijnsel van symmetriebrekingen wordt overal in de natuur aangetroffen.
Om de geheimen in de natuur af te leiden uit de kennis van de relaties in de symmetrieën staat bekend als de gauge theory (ijktheorie).
De oud-Griekse meetkundigen onderzochten al pakweg 2500 jaar geleden zulke dualiteiten die elkaar weerspiegelen in de zogeheten platonische veelhoeken (polyeders), vijf regelmatige veelvlakken waarvan zij geloofden dat het de archetypische bouwstenen van materie waren – de vijf klassieke elementen aarde, water, lucht, vuur en ether.
Deeltjes en golven (p. 45):
Tegenhangers die elkaar weerspiegelen en niet los van elkaar bestaan, maar elkaar aanvullen (ze zijn complementair), komen overal in de natuur voor.
Harmonie in co-creatie (p. 51):
De contouren van een alomvattend model van de kosmos als de integrale werkelijkheid zal ons duidelijk worden hoe de allesdoordringende aard van non-lokale connecties, ontstegen aan de bekende grenzen van tijd en ruimte, ons aanspoort tot de erkenning dat wij niet alleen de muziek van de schepping zijn, maar ook de musici die haar spelen en de componisten die haar co-creëren.
Hoofdstuk 4 Akasha en de hele-wereld, Entropie en evolutie (p. 55):
Het is mogelijk ‘bits’ – de fundamentele data-eenheid – op te tellen, te vermenigvuldigen of zelfs te ontkennen zonder er energie voor te gebruiken of de entropie van het universum te vergroten. Er is echter één – nogmaals, één – handeling die warmte genereert en de entropie van het universum doet toenemen: het wissen van informatie.
Alleen deze handeling – in een computergeheugen, een stel menselijke hersenen of het universum in zijn geheel – kost energie. Omkeerbare operaties leiden niet tot toename van de entropie. Onomkeerbare doen dat wel, en uitwissen is onomkeerbaar. Het is misschien pijnlijk, maar verlies is de stuwkracht achter de evolutie.
Het kwantumvacuüm (p.55):
Het voortgaande onderzoek van dit kwantumvacuüm heeft aangetoond dat het de ziedende matrix is van zogeheten virtuele energieën en deeltjes die zo snel in het materiële bestaan verschijnen en er weer uit verdwijnen dat ze geen netto-effect hebben op de totale energie van het universum. Momenteel wint echter het inzicht veld dat de oergrond van het manifeste universum niet eenvoudigweg zo’n primordiaal energieveld is, maar in wezen een volledig geïntegreerd informatieveld: Einsteins kosmische Geest!
Hoever zijn we nu? (p. 66):
- De lichtsnelheid binnen de ruimtetijd, in combinatie met de realiteit van non-lokale connectie buiten ruimtetijd, stelt de hele-wereld in staat haar eigen innerlijke relaties te verkennen en haar eigen processen te genereren.
Ons zevende zintuig (p. 77/78):
Hoewel we de input van onze vijf fysieke zintuigen kennen, bieden de subtielere signalen die we voortdurend uitzenden en ontvangen ons de diepere percepties die we ons ‘zesde zintuig’ noemen, omdat ze zich aan de radar van ons waakbewustzijn onttrekken. De non-lokale vermogens die ons toegang verschaffen tot alle informatie die zich buiten tijd en ruimte bevindt – door de bioloog Rupert Sheldrake ons ‘zevende zintuig’ genoemd – bewijzen echter dat wij inherent verbonden zijn met het A-veld, het allesdoordringende informatiesubstraat dat overeenkomt met wat wij de kosmische Geest noemen.
Innerlijk weten (p. 78):
De vroegchristelijke mystici werden gnostici genoemd, een woord dat is ontleend aan het Griekse gnosis genoemd, een woord dat ‘innerlijk weten’ betekent. Misschien is dit ook de beste beschrijving voor de complexe perceptiematrix waaraan wij ons op ons ego gebaseerde weten van wie we zijn en hoe onze relatie met de wereld, is ontlenen. De beperkingen van zuiver rationele kennis worden pas verruimd door innerlijk weten.
Hoofdstuk 6 Kosmische taal (p. 93/96):
- 1. Het relativiteits of evenwichtsprincipe
- 2. Het resolutieprincipe
- 3. Het resonantieprincipe
- 4. Het reflectieprincipe
- 5. Het veranderingsprincipe
- 6. Het keuzeprincipe en de implicaties ervan
- 7. Het conservatieprincipe
- 8. Het toelatingsprincipe
Het reflectieprincipe is in uiterste instantie een uitvloeisel van het resonantieprincipe, voorzover het bepaalt hoe de uiterlijke omstandighden in ons leven een afspiegeling vormen van de toestand in ons innerlijk – en vice versa.
Hoofdstuk 7 Coherentie, Membranen en breinen (p. 105):
Bruce Lipton is een van de biologen die pionierswerk verricht in het onderzoek naar het primaat van membranen in de vorming van biologisch leven.
106: Hoewel de DNA-code ongewijzigd blijft, ontstaan er in sommige celtypen verschillen in de manier waarop genen zich tot expressie brengen. Deze verschillen worden overgedragen naar de cellen van nakomelingen, een verschijnsel waarvoor, de naam epigenetische overerving is ingevoerd.
Organische coherentie (p. 107):
Al een van de eerste fasen in de evolutie van complexe levensvormen – de omzetting van de energie die van de zon naar de aarde stroomt en ons bekend is als fotosynthese – vereist een opmerkelijke vorm van coherentie bij bacteriën.
In levend weefsel is de aanwezigheid van kwantumcoherentie bewezen door Eric Cornell, Wolfgang Ketterle en Carl Wieman (p. 143) met experimenten waarvoor zij in 2001 de Nobelprijs kregen. Wij zijn als biologische entiteiten energetische wezens die in een continue coherente vibratie verkeren.
Het elektrische lichaam (p. 109):
Bekend is dat zenuwen overal in het menselijk lichaam energetisch (en uniform) zijn gepolariseerd: positief bij de inkomende vezel (de dendriet) en negatief bij de uitgaande vezel (het axon).
112: Een andere onderzoekspionier op het gebied van het menselijk bioveld is de biofysicus Fritz-Albert Popp. Samen met zijn collega’s van het International Institute of Biophysics onderzocht Popp jarenlang een ander aspect van het bioveld, bestaande uit de emissie van licht (biofotonen).
Hoofdstuk 8 Ervaring, Geest en stof (p. 121):
Echter, de stimuli die de stoot geven tot activiteiten in de cel, kunnen – zo tekent Bruce Lipton hierbij aan – verstoord zijn; als zodanig weerspiegelen ze onze overtuigingen over de werkelijkheid.
Hoofdstuk 8 Ervaring, Geest en stof (p. 121):
Echter, de stimuli die de stoot geven tot activiteiten in de cel, kunnen – zo tekent Bruce Lipton hierbij aan – verstoord zijn; als zodanig weerspiegelen ze onze overtuigingen over de werkelijkheid.
Emotionele intelligentie (p. 125):
In 1996 besprak de psycholoog Daniel Goleman het belang van het hart voor de manier waarop wij de wereld ervaren en ermee in wisselwerking staan.
Hoofdstuk 10 De doorbraak op gang brengen, Spiraaldynamiek (p. 147):
In hun baanbrekende boek Spiral Dynamics beschrijven Don Beck en Christopher Cowan een model van de bewustzijnsevolutie van complete culturen.
Ons pad naar heelheid (p. 150):
Als uiterlijke rijkdom innerlijke armoede moet maskeren, zal geen enkele hoeveelheid bezit deze leegte kunnen vullen.
'Affluenza' genezen
In 2005 lieten de co-auteurs John de Graaf, David Wann & Thomas H. Naylor de tweede editie van een boek verschijnen dat de titel draagt van de door hen bedachte naam voor de ziekte van extreme overconsumptie, affluenza.
Hoofdstuk 11 De integrale werkelijkheid, Eenheid in Verscheidenheid (p.158):
De interactieve, met elkaar verweven processen van de manifeste wereld voltrekken zich op alle bestaansniveaus. Ze maken het mogelijk dat de hele wereld zichzelf in de diversiteit van talloze uitdrukkingsvormen tot expressie brengt.
Hoofdsuk 14 Onze kosmische missie (p. 185/186):
Immers, wij zijn hebben niet geleefd en gehandeld als coherente wezens in harmonie met elkaar en de natuur om ons heen, maar zijn collectief ‘ontstemd’ en vervreemd geraakt.
Harry Massey en Peter Fraser DE ONDERSTE STEEN BOVEN Een revolutie in de preventieve gezondheidszorg, Hoofdstuk 3 Voorbij de illusie van Ruimte en tijd (p. 33):
De Britse onderzoeker Rupert Sheldrake heeft ook experimenten uitgevoerd die suggereren dat onmiddellijke
verplaatsing van energie over een grote afstand mogelijk is. Sheldrake heeft met zeer uitgebreid dubbelblind onderzoek aangetoond dat honden in staat zijn door middel van buitenzintuiglijke waarneming (BZW) te bepalen wanneer hun baas thuis komt. Het fenomeen BZW, zegt Sheldrake, toont aan dat velden zoals elektromagnetisme en zwaartekracht zowel menselijke als niet menselijk gevoelens met elkaar kunnen verbinden. Hij noemt dat het ‘morfogenetische veld’ of ‘M-Veld’.
Sheldrake: De derde hypothese zegt dat creativiteit
afhangt van toeval, strijd en noodzaak . . . Ze is geworteld in de voortgaande processen van de natuur. Maar tegelijkertijd komt ze voor binnen het kader van hogere systemen van orde. Nieuwe soorten ontstaan bijvoorbeeld binnen de ecosystemen; nieuwe ecosystemen binnen Gaia; Gaia binnen het zonnestelsel; het zonnestelsel binnen de melkweg; de melkweg binnen de groeiende kosmos.
Velden spelen een fundamentele rol in de moderne wetenschap: men zegt dat stof uit energie bestaat, die door velden wordt georganiseerd. ‘Velden’, zegt Sheldrake, ‘zijn in de plaats gekomen van zielen als onzichtbare, organiserende beginselen.’ Hij gaat zelfs zover dat hij het universele veld van de zwaartekracht vergelijkt met het neoplatonische idee van de wereldziel. Hoewel dit duidelijk een overdrijving is, aangezien de wereldziel iets veel hogers en spirituelers is dan de velden die bij natuurkundigen bekend zijn, kunnen de morfische gedrags- en mentale velden die door Sheldrake worden geponeerd, worden beschouwd als velden van hoger niveau en tonen enige gelijkenis met wat in het theosofisch denken de dierlijke en de menselijke ziel worden genoemd. Praktisch alle religieuze en mystieke tradities leren dat ons stoffelijk lichaam slechts het laagste niveau van onze constitutie is, en dat er een hoger deel in ons is dat de lichamelijke dood overleeft. Hoewel Sheldrake niet uitdrukkelijk de mogelijkheid van overleving en reïncarnatie overweegt, is er in zijn theorie niets dat ze uitsluit.
Currently this Gaian homeostatic balance is being pushed by the increase of human population and the impact of their activities to the environment. The multiplication of greenhouse gases may cause a turn of Gaia's negative feedbacks into homeostatic positive feedback. According to Lovelock, this could bring an accelerated global warming and mass human mortality.
The Gaia theory posits that the Earth is a self-regulating complex system involving the biosphere, the atmosphere, the hydrospheres and the pedosphere, tightly coupled as an evolving system. The theory sustains that this system as a whole, called Gaia, seeks a physical and chemical environment optimal for contemporary life.
Gaia evolves through a cybernetic feedback system operated unconsciously by the biota, leading to broad stabilization of the conditions of habitability in a full homeostasis. Many processes in the Earth's surface essential for the conditions of life depend on the interaction of living forms, especially microorganisms, with inorganic elements. These processes establish a global control system that regulates Earth's surface temperature, atmosphere composition and ocean salinity, powered by the global thermodynamic desequilibrium state of the Earth system.
Versnellings- en Gravitatiewet van Newton
Newton beschreef diffractie (buiging) van licht - het experiment met de stoffige spiegel - dat in 1801 door Thomas Young werd verklaard, al was het dan met het golfmodel.
Ter voorkoming van chromatische aberratie ten gevolge van kleurschifting, die bij breking door lenzen onvermijdelijk is, bedacht en construeerde Newton de Newton telescoop, waarvan het beginsel nog steeds toegepast wordt.
Paulrca Franck Elementaire elektriciteit:
Een reeks grondige experimenten om de beweging van de materiële ether te detecteren leidde niet tot resultaten. Michelson en Morley werden gezien als diegenen die de "ether" teniet deden. Ook al bewezen hun experimenten enkel de afwezigheid van een materiële ether! En dus niet het eventuele bestaan van de Lorentz-constante niet-materiële ether. De Maxwell vergelijkingen en het veld-concept werden als hoogste waarheid verdedigd. Na Einsteins fundamentele relativiteits theorie kort na het begin van de vorige eeuw, vervaagde de idee van een ether en het veld-concept regeerde als nooit tevoren. Inderdaad ging men zo ver in de INTERPRETATIES van Einsteins relativiteitstheorie dat men bevestigde dat men een golf kan hebben ZONDER een medium. Dat wil dus zeggen, men kan iets doen golven zonder dat er iets is om te doen golven!! Hierna kondigde men het finale einde aan van de ether-gedachte als medium zonder dat Einstein zelf zoiets ooit gesugerreerd had. En met de geboorte van Einsteins General Theory of Relativity werd zelfs massa benoemd als simpele "verbuiging" van ruimte-tijd of het vacuum, NIETS. De quantummechanica kwam en daarmee verdwenen ook zekerheid en determinatie als betekenisvolle concepten. Chaos , waarschijnlijkheid en willekeurigheid werden de heersende ideeën. Er ontstonden "waarschijnlijkheidsgolven" en "waarschijnlijkheidsvelden" alsook quantumvelden van vele soorten. Het onderling verweven geraken van deze uitgebreidheid aan concepten van de elektrodynamica duwde de idee van een eenheidsveld of een niet materiële ether nog verder in de richting van de zuivere esoterie.
Het oxymoron F=m.a
wat is er eerst
F van waar komt die
a hoe is die versnelling op zich mogelijk
Wetende dat massa gevoelig is aan snelheid; massa neemt toe als lichtsnelheid benaderd wordt.
De cultuurfilosoof Peter Sloterdijk hanteert in zijn boek Sferen voortdurend het oxymoron. Een oxymoron is een speciaal geval van de paradox: daar is wel een zekere tegenspraak aanwezig, maar bij nadere beschouwing lost die tegenspraak zich op. Bij de oxymoron blijft de spanning van het betekenisverschil echter in stand.
De Geheime Leer Deel I Stanza 7 De voorvaderen van de mens op aarde (p. 265/266):
(a) De uitdrukking ‘door de zeven werelden van maya’ heeft hier betrekking op de zeven bollen van de planeetketen en de zeven ronden of de 49 fasen van actief bestaan, die de ‘vonk’ of monade vóór zich heeft bij het begin van elke ‘grote levenscyclus’ of manvantara. De ‘draad van fohat’ is de eerder genoemde levensdraad.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 3 ‘An lumen sit corpus, nec non?’ (p. 532):
Men geeft blijk van grote minachting voor de metafysica in het algemeen en voor de ontologische metafysica in het bijzonder. Maar telkens als de occultisten hun in aantal verminderde hoofden durven opheffen, zien we dat de materialistische natuurwetenschap is doortrokken van metafysica4. Om aan te tonen dat de moderne wetenschap vrij is van zulke ‘dromen’, worden haar meest fundamentele beginselen, hoewel ze onverbrekelijk zijn verbonden met het transcendentalisme, niettemin in de doolhof van tegenstrijdige theorieën en hypothesen verdraaid en vaak genegeerd.
4) Het hierboven geciteerde boek van Stallo, Concepts of Modern Physics, dat de levendigste protesten en kritiek heeft uitgelokt, wordt aanbevolen aan ieder die is geneigd aan deze uitspraak te twijfelen. ‘De openlijke vijandigheid van de wetenschap tegenover de metafysica’, schrijft hij, ‘heeft de meerderheid van de wetenschappelijke specialisten ertoe gebracht aan te nemen dat de methoden en de resultaten van empirisch onderzoek in het geheel niet worden beheerst door de wetten van het denken. De eenvoudigste regels van de logica, de wetten van de non-contradictie inbegrepen, worden stilzwijgend genegeerd, of openlijk verworpen . . . zij nemen hevig aanstoot aan iedere toepassing van de regel van de consistentie op hun hypothesen en theorieën . . . en zij beschouwen een onderzoek (hiervan) . . . in het licht van deze wetten als een brutale inbreuk van ‘a priori beginselen en methoden’ op de gebieden van de empirische wetenschap.
535: Daarna, tegen het eind van zijn lezing, wijst prof. Lodge erop dat de verklaring van zowel cohesie als zwaartekracht ‘moet worden gezocht in de wervel-atoomtheorie van Sir William Thomson' (Stallo).
535/536: Men hoeft niet te vragen of deze werveltheorie ook een verklaring moet geven van het neervallen op aarde van de eerste levenskiem uit een voorbijkomende meteoor of komeet (de hypothese van Sir William Thomson). Maar men zou Lodge (Luminiferous aether) kunnen herinneren aan de wijze kritiek op zijn lezing in dezelfde Concepts of Modern Physics. Gezien de hierboven aangehaalde verklaring door de Londense professor, vraagt de schrijver zich af, ‘of . . . de elementen van de werveltheorie bekende, of zelfs mogelijke ervaringsfeiten zijn? Want, als ze dat niet zijn, dan is die theorie kennelijk onderhevig aan dezelfde kritiek die zoals men zegt de veronderstelling van ACTIO IN DISTANS ongeldig maakt’ (blz. xxiv). En dan toont de bekwame criticus duidelijk aan wat ether niet is en ook nooit kan zijn, ondanks alle wetenschappelijke beweringen van het tegendeel. En zo zet hij, zij het onbewust, de deur wijd open voor onze occulte leringen.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 4 Is de zwaartekracht een wet? (p. 538/539):
Sir Isaac Newton besteedde er in het begin van zijn Principia veel zorg aan, zijn school ervan te doordringen dat hij het woord ‘aantrekking’ niet gebruikte met het oog op de wisselwerking van lichamen in fysische zin. Voor hem, zo zei hij, was het een zuiver wiskundig begrip, dat werkelijke of primaire fysische oorzaken buiten beschouwing liet. In een van de passages uit zijn Principia (Defin. 8, B.I. Prop. 69, ‘Scholium’) vertelt hij ons duidelijk, dat aantrekkingen uit fysisch oogpunt bezien, eerder impulsen zijn. In sectie XI (Inleiding) spreekt hij de mening uit dat ‘er een ijle geest is, die door zijn kracht en werking alle bewegingen van de stof bepaalt’ (zie Mod. Mater., door de eerw. W.F. Wilkinson). En in zijn derde brief aan Bentley zegt hij: ‘Het is ondenkbaar dat onbezielde ruwe stof zonder bemiddeling van iets anders dat niet stoffelijk is, en zonder onderling contact, op andere stof zou inwerken en hierop invloed zou hebben, zoals het geval moet zijn als de zwaartekracht in de zin van Epicurus tot haar wezen behoort en in haar aanwezig is . . . Dat zwaartekracht aangeboren, inherent en wezenlijk voor de stof zou zijn, zodat het ene lichaam op een afstand door een vacuüm heen op het andere lichaam kan inwerken zonder de bemiddeling van iets anders, waardoor de werking van het ene op het andere kan worden overgedragen, komt mij als zo’n grote absurditeit voor, dat ik geloof dat niemand, die op filosofisch gebied voldoende bevoegd is tot oordelen, dat ooit kan aannemen. Zwaartekracht moet worden veroorzaakt door een agens dat constant volgens bepaalde wetten werkt, maar of dit agens stoffelijk of onstoffelijk is, heb ik overgelaten aan het oordeel van mijn lezers.’
Hiervan – van de kennelijke terugkeer van occulte oorzaken op het terrein van de natuurkunde – schrokken zelfs Newtons tijdgenoten. Leibniz noemde zijn beginsel van de aantrekking ‘een onstoffelijke en onverklaarbare kracht’.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 5 De rotatietheorieën in de wetenschap - Hypothesen over de oorsprong van de zeven planeten en kometen (p. 550):
(f) ‘De zon heeft niet meer dan 15.000.000 jaar bestaan, en zal niet langer dan nog eens 10.000.000 jaar warmte uitstralen’ (lezing van Sir W. Thomson over ‘de latente dynamische theorie betreffende de waarschijnlijke oorsprong, de totale hoeveelheid warmte en de levensduur van de zon’, 1887).
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 682):
De Ruimte is de werkelijke wereld, terwijl onze wereld kunstmatig is. Zij is in haar hele oneindigheid de Ene Eenheid: zowel in haar bodemloze diepten als aan haar bedrieglijke oppervlakte; een oppervlakte bezaaid met talloze waarneembare Heelallen, stelsels en werelden als luchtspiegelingen. Voor de oosterse occultist, die eigenlijk een objectief idealist is, bestaat er in de werkelijke wereld – die een eenheid van krachten is – niettemin een ‘samenhang van alle materie in het plenum’, zoals Leibniz het zou zeggen. Dit wordt symbolisch weergegeven in de driehoek van Pythagoras.
De monaden van Leibnitz (psycho-fysisch parallellisme) lijken verdacht veel op de eonische tijdruimten of psychonen van John Eccles. In plaats van de mentale eenheid psychon past René Meijer in zijn hiërarchische deeltjestheorie (HDT) de integron toe.
René Meijer beschrijft in zijn Pamflet voor een Nieuwe Energiepolitiek, net als Ervin Laszlo, het hypothetisch elementair deeltje graviton.
Hiërarchische deeltjestheorie (HDT): De gravitonen splitsen zich bij de manifestatie van de materie in protonen en elektronen en het universele etherdeeltje, de tegenhanger van het graviton, splitst zich dan in een lokaal etherdeeltje of een naar integriteit strevend integron en een neutron dat de lokale representatie van de uitdijende oerether vormt. Zo vormen de vier elementaire deeltjes samen met de relatieve, dynamische ether dan een parallel voor de vier basiskrachten die de natuurkunde kent: de zwaartekracht (het graviton), de elektromagnetische kracht (de elektronen en protonen), de sterke kernkracht die alles bij elkaar houdt (het integron) en de zwakke kernkracht (het neutron dat steeds tot verstrooiing en verval leidt op den duur). In één adem gezegd: eerst is er de tijd, dan de werveling ervan en dan de opsplitsing ervan in de drie basisdeeltjes van de materie plus een holistisch integriteits-effect dat ook wel als het lokale etherdeeltje of integron te beschrijven is. De etherdeeltjes zijn steeds deel en geheel, zijn 'part and parcel', of holondeeltjes - naar het holon zoals het hongaarse multitalent Arhur Koestler (1905-1983) en meer recent de holist Ken Wilber het als een filosofisch begrip verdedigden.
Eloise Hart De Geheime Leer in symbolen en tekens: Symbolen hebben iets bijzonders – de manier waarop ze onze aandacht trekken, herinneringen oproepen, waarheden levend houden en onthullen zonder dat er een woord wordt gezegd. Feitelijk zijn symbolen een filosofische stenografie die is ingegrift op kleitabletten, in steen gegraveerd, op tempelmuren geschilderd en, miljoenen jaren geleden, door wijze en goddelijke wezens op het bewustzijn van de mensheid afgedrukt. Hierdoor verzekerden zij ons van leiding: we hoeven ons maar naar binnen te keren ‘waar volledige waarheid verblijft’, om aanwijzingen, oplossingen voor onze problemen, en inspiratie te vinden. Want, zoals psychiater Roberto Assagioli opmerkte, ieder symbool brengt ‘een dynamisch-psychologische lading of voltage’ voort die onze ziel stimuleert.
Helaas zijn sommige symbolen ontaard. De slang bijvoorbeeld stelde vroeger de heiligste en wijste mensen voor en de waarheden die ze hadden verworven. In Europa droeg Mercurius/ Hermes, de gevleugelde boodschapper van de goden en weldoener van de mensheid, een caduceus, een staf waarlangs twee slangen kronkelen; over de hele wereld hebben artsen die hun leven wijden aan de genezing van anderen dit symbool aangenomen. Druïden noemden zichzelf slangen, terwijl in Mexico Quetzal-Coatl, de ‘gevederde slang’, een zonnegod was. Waarom zouden goden, of elk wezen dat verder is gevorderd dan wij, worden gesymboliseerd door een slang? Misschien om aan te geven dat hun kennis de ‘drie werelden’ omvat – de zintuiglijke, verstandelijke en geestelijke – slangen doen hieraan denken omdat ze in ondergrondse holten, op land en in water, en in hoge bomen leven. Omdat ze hun huid afwerpen, wijzen ze op vernieuwing en transformatie; en door hun kronkelen op terugkerende cyclussen en de spiraalsgewijs bewegende natuurkrachten die we waarnemen in tornado’s, in wingerds die langs een stok opklimmen, in de cirkelvormige patronen van schelpen, bloemen en de grote spiraalnevel. Zelfs de ‘grote slang’, satan, kunnen we zien als een symbool van die periodieke verzoekingen en moeilijkheden die onze groei bevorderen en onze ziel wakker schudden.
Wouter Tavernier De intelligentie van de toekomst: een praktische en filosofische reflectie over de grenzen en de toekomst van de machine
J.R. Lucas was een van de personen die op wiskundige grond trachtte te bewijzen dat mensen ’meer’ waren dan computers. Hiervoor deed hij een beroep op de beroemde incompleetheidsstelling van G¨odel. Met deze constructie was hij noch de eerste (Turing voorspelde deze objectie in zijn artikel), noch de laatste (cfr. Penrose) die op grond
hiervan de suprematie van de mens poogde te staven. De redenering komt bij allemaal ongeveer op hetzelfde neer, ik citeer Lucas:
''Hoe gecompliceerd we een machine ook maken, zij zal, als het ook werkelijk een machine is, corresponderen met een formeel systeem, dat weer onderhevig is aan de procedure van Gödel om een formule te vinden die onbewijsbaar in dat systeem is. De machine zal niet in staat zijn deze fomule als waar te produceren, ook al kan de menselijke geest zien dat zij waar is. En daarom is de machine nog steeds geen adequaat model van de menselijke geest. We proberen een model van de geest te maken dat mechanisch is - in wezen ’dood’ is - maar de geest, die in feite ’levend’ is, doet het altijd iets beter dan welk formeel, versteend, dood systeem dan ook. Dank zij de Stelling van
Gödel heeft de menselijke geest altijd het laatste woord''.
In het boek The Emperor’s new mind gebruikt Roger Penrose veel analoge gedachten van Lucas. Hij gebruikt tevens dezelfde Gödel-redenering die mensen zouden kunnen maken, en machines niet. Hij doet echter een aanvulling op Lucas, doordat hij deze ’gave’ van de mens wijt aan de quantumfysische eigenschappen van de mens. Quantumeffecten
zouden mogelijk zijn in kleine structuren van de neuronen, nl. microtubuli. De Gödeliaanse aspecten kunnen op gelijkaardige manier beargumenteerd worden als bij Lucas. Hierbij kunnen we bovendien de bedenking maken dat, in het geval dat de mens inderdaad Gödeliaanse problemen zou kunnen oplossen aan de hand van quantumcomputing,
hiervoor nog niet bewezen is dat we geen machines kunnen maken die gebruik maken van een analoge quantumcomputing om dergelijke problemen op te lossen. Waarom zouden we zo’n soort ’machine’ dan niet kunnen namaken?
Bewijs Voor Intelligent Design
Welnu, hoe leg ik nu een verbinding tussen de organische en de anorganische wereld? “Intelligent Design” (“Intelligent Ontwerp”) is evident wanneer we een mechanische machine aan een nader onderzoek onderwerpen. Het concept en het ontwerp die inherent zijn aan een machine, of deze nou eenvoudig is of complex, zijn duidelijk. Of een machine nu van lage of hoge kwaliteit is, zijn ontwerper is zowel noodzakelijk als evident. Informatietheorie stelt dat concept en ontwerp alleen het resultaat kunnen zijn van een brein. Zelfs de lagere kwaliteit van een slecht ontworpen machine kan de noodzakelijkheid van een intelligent ontwerper niet verdoezelen.
Volkskrant 7 juni 2008: De hoogleraar Jochem van der Bij aan de universiteit van Freiburg gaat er van uit dat er geen higgsdeeltjes zullen worden gevonden. Het higgsdeeltje is cruciaal om de theorie van het standaardmodel consistent te krijgen. Volgens de theoretisch fysicus Jochem van der Bij is het denkbaar dat de nieuwe LHC-versneller een nulresultaat oplevert. Het verhaal in de Volkskrant eindigt met: Maar anderzijds is niets zien wel spannender, omdat dan de vraag is wat er dan wel aan de hand is. Dan Visser voorspelt dat in plaats van het higgsdeeltje het darkfield-deeltje ontdekt zal worden.
Dan Visser voorspelt bijvoorbeeld dat donkere energie door de aarde wordt geproduceerd en in het algemeen door versnellende objecten. De donkere-energie-kracht-formule die ik daarvoor gebruik voorspelt daarbij tevens dat donkere energie snel kan uitdijen. Daarbij kunnen bollen van 1 cm en groter ontstaan (tot zeker 10 cm). De bollen zijn, vanuit-vacuum-ontstane-negatieve-energie-bollen, waarop licht neerslaat. Licht valt namelijk onder de energie die aan zwaartekracht onderhevig is, terwijl een donkere energie-bol een afstotende energie voert. Voldoende licht dooft daarom de donkere energie-bol uit. Vandaar dat ’s avonds, bij schemer, wanneer er minder licht is, een donkere energie-bol een langere levensduur heeft. Daardoor kunnen ze waargenomen worden: Ze zijn te fotograferen met een digitale camera. Ze worden “Orbs” genoemd.
Er is ook een andere verschijningsvorm van donkere energie. Maar die is zeker controversiëler, namelijk: de verschijning van UFO’s. Mijn donkere energie-theorie voorspelt namelijk dat de quantum dynamiek herberekend kan worden. Met andere woorden, het moet theoretisch mogelijk zijn dat er lichtvoertuigen kunnen ontstaan door een speciale herberekening. Die kan opgewekt worden door donkere energie op een intelligentere wijze toe te passen dan wij kunnen. Dit kan zeker ook tot vermaterialisering leiden van UFO’s. Vaak zullen die ze een sterke lichtstraling behouden, omdat ze licht aantrekken. De meeste UFO-waarnemingen voldoen hier aan.
Zwarte energie DE MACHINA DEI or who framed Harry Human?
Het was de Engelse natuurkundige Lord Kelvin, die in 1901 verkondigde dat de meeste fysische verschijnselen nu wel verklaard waren. Afgezien van een paar lastige wolkjes (de straling van zwarte lichamen en het ontbreken van een middenstof (ether) voor lichtgolven) was de fysische hemel stralend blauw.
Op dit ogenblik zijn er twee verschijnselen die door geen enkele kosmologische theorie kunnen verklaard worden. Om de sterren samen te houden in een roterend melkwegstelsel is er te weinig massa. Daarom heeft men onzichtbare, zogenaamd "zwarte" massa ingevoerd, die bijna tienmaal zo groot zou moeten zijn als de massa van de ons bekende subatomaire deeltjes.
Het verschijnsel licht heeft de afgelopen eeuw heel wat aan het licht gebracht. Enerzijds is het licht een golf: bij projectie vanuit twee lichtbronnen kan er interferentie, tot en met uitdoving, optreden. Anderzijds is het licht een deeltje, een foton: licht oefent een druk uit. In sterren wordt er een evenwicht bereikt tussen de uitwaarts gerichte lichtdruk en de inwaarts gerichte gravitatie. Ook elektronen hebben dit duaal karakter. In feite is men tot de overtuiging gekomen dat alles een deeltje is en zich gedraagt als een golf. Een golf heeft een middenstof nodig om zich voort te planten. Het licht is een elektromagnetisch verschijnsel dat zich ook in vacuüm voortbeweegt. Lang is men op zoek geweest naar de middenstof die de golfbeweging zou dragen : de ether. Men heeft de ether gezocht maar niet gevonden. Hoewel men de beweging van een lichtgolf ook wel zonder ether kan verklaren, zouden fysici zich toch prettiger voelen, indien deze ether vooralsnog zou worden gevonden. In MAD is de ether volstrekt overbodig. In essentie is deze theorie een veldtheorie, waarbij aan elk spation een stel kenmerken verbonden is, die gestuurd worden vanuit een hogere dimensie. Een andere mogelijkheid voor licht en gelijkaardige verschijnselen is, dat we de driedimensionale doorsnede waarnemen van een vierdimensionaal verschijnsel, dat in deze dimensie wel degelijk door een middenstof wordt gedragen.
Mysterieus 'gebrul' uit de ruimte - Geluid sterker dan alle andere bronnen in het heelal bij elkaar
Zo is de mystieke formule ‘Om mani padme hum’, als men haar op de juiste manier begrijpt, niet samengesteld uit de bijna nietszeggende woorden, ‘O het juweel in de lotus’, maar ze bevat een verwijzing naar deze onverbrekelijke band tussen de mens en het heelal, die op zeven verschillende manieren wordt weergegeven en zeven verschillende toepassingen mogelijk maakt op evenzoveel gebieden van denken en handelen.
De Geheime Leer Deel II, Inleidende opmerkingen (p. 9/10):
Neem voor dit doel één voorbeeld – de berekeningen van Croll. Of er nu, zoals deze autoriteit zegt, 2.500.000 jaar zijn voorbijgegaan sinds het begin van het Tertiair of het Eoceen, zoals een Amerikaanse geoloog hem laat zeggen11, dan wel of Croll ‘vijftien miljoen jaar laat verlopen sinds het begin van het Eoceen’, zoals een Engelse geoloog12 hem aanhaalt, deze beide getallen dekken de uitspraken van de Geheime Leer13. Want die rekent vier tot vijf miljoen jaar tussen het begin en het einde van de evolutie van het vierde Wortelras op de Lemurisch-Atlantische continenten; één miljoen jaar voor het vijfde of Arische Ras tot nu toe; en ongeveer 850.000 jaar na het overstromen van het laatste grote schiereiland van het grote Atlantis - en dit alles kan dus gemakkelijk hebben plaatsgevonden in de 15.000.000 jaar die Croll aan het Tertiair toekent. Maar chronologisch gesproken is de duur van het tijdperk van secundair belang, omdat wij tenslotte bepaalde Amerikaanse geleerden hebben om op terug te vallen.
13) Sir Charles Lyell, aan wie de ‘gelukkige vondst wordt toegeschreven van de termen Eoceen, Mioceen en Plioceen’ voor de drie onderdelen van het Tertiair, had eigenlijk de leeftijd van zijn ‘geesteskinderen’ bij benadering moeten vaststellen. Maar omdat hij de duur van deze tijdperken heeft overgelaten aan de gissingen van specialisten, ontstond door die gelukkige gedachte de grootste verwarring en verbijstering. Het lijkt een hopeloze taak om een stel getallen uit het ene boek aan te halen, zonder gevaar te lopen dat dit door dezelfde schrijver in een vroeger of later deel wordt tegengesproken. Sir W. Thomson, een van de meest vooraanstaande hedendaagse autoriteiten, is ongeveer een half dozijn keer van mening veranderd over de ouderdom van de zon en de tijd van de verharding van de aardkorst. In ‘Natural Philosophy’ van Thomson en Tait worden slechts 10 miljoen jaar gegeven voor de tijd sinds de temperatuur van de aarde het verschijnen van plantenleven daarop toeliet (App. D e.v., zie ook Trans. Roy. Soc. Edin. xxiii, Pt. 1, 157, 1862, waar 847 wordt herroepen). Volgens Darwin was de schatting van Sir W. Thomson ‘een minimum van 98 en een maximum van 200 miljoen jaar sinds de verharding van de aardkorst’ (zie Ch. Gould). In hetzelfde boek (Nat. Phil.) wordt 80 miljoen jaar gegeven voor de duur van de beginnende verharding tot de tegenwoordige toestand van de wereld. En zoals al eerder is medegedeeld, verklaart Sir W. Thomson in zijn laatste lezing (1887) dat de zon niet ouder is dan 15 miljoen jaar! Intussen noemt Croll, die zijn argumenten over de grenzen van de duur van de zonnewarmte baseert op cijfers die vroeger door Sir W. Thomson zijn vastgesteld, 60 miljoen jaar voor de tijd vanaf het begin van het Cambrium. Dit geeft de liefhebbers van de exacte wetenschap hoop. Welke getallen ook door de occulte wetenschap worden gegeven, het staat vast dat ze worden bevestigd door een of andere hedendaagse geleerde die als autoriteit wordt beschouwd.
De Geheime Leer Deel II Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 46):
De grenzeloze en oneindige EENHEID bleef bij elk volk een maagdelijk verboden terrein, onbetreden door het denken van de mens, onberoerd door vruchteloze speculaties. De enige verwijzing ernaar was de vereenvoudigde voorstelling van haar eigenschap van uitzetting en samentrekking, van haar periodieke expansie of verwijding en contractie. In het Heelal met al zijn onberekenbaar vele myriaden van stelsels en werelden, die in de eeuwigheid verdwijnen en weer verschijnen, moesten de vermenselijkte machten of goden, hun zielen, tegelijk met hun lichamen uit het gezicht verdwijnen: ‘De adem die terugkeert in de eeuwige schoot, die ze uitademt en inademt’, zegt onze catechismus.
In iedere kosmogonie is er achter en boven de scheppende godheid een hogere godheid, een ontwerper, een architect, van wie de schepper slechts de uitvoerder is. En nog hoger, boven en rondom, op innerlijke en uiterlijke gebieden, is er het ONKENBARE en het onbekende, de bron en oorzaak van al deze emanaties . . .
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen Iao en Jehova en hun verband met het kruis en de cirkel (p. 612):
Er is in dit boek herhaaldelijk gezegd dat aan ieder religieus en filosofisch symbool zeven betekenissen zijn verbonden, en elk daarvan heeft betrekking op haar bijbehorende gedachtengebied, d.w.z. zuiver metafysisch of astronomisch; psychisch of fysiologisch, enz. Deze zeven betekenissen en hun toepassingen zijn op zichzelf genomen al moeilijk genoeg te weten te komen; maar de interpretatie en het juiste begrip ervan worden tienmaal raadselachtiger wanneer men, in plaats van ze in samenhang of als achtereenvolgens uit elkaar voortvloeiend te zien, elk of één van deze betekenissen aanvaardt als de enige verklaring van het hele symbolische denkbeeld.
627: De Geheime Leer zegt ons dat alles in het heelal, en ook het heelal zelf, tijdens zijn periodieke manifestaties wordt gevormd (geschapen) door versnelde BEWEGING, in werking gesteld door de ADEM van de altijd onbekend blijvende kracht (in elk geval onbekend aan de tegenwoordige mensheid) binnen de wereld van de verschijnselen. De geest van leven en onsterfelijkheid werd overal gesymboliseerd door een cirkel: vandaar dat de slang die in haar staart bijt, de cirkel van wijsheid in oneindigheid voorstelt.
De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 4 De duur van de geologische tijdperken, rascyclussen en de oudheid van de mens (p. 817):
Het hele verschil ligt hierin: de hedendaagse wetenschap plaatst haar materialistische theorie van oerkiemen op aarde en van de laatste levenskiem op deze bol, van de mens en al het andere, tussen twee lege ruimten. Waar komt de eerste kiem vandaan, indien zowel spontane generatie als de tussenkomst van krachten vanbuiten, nu absoluut worden verworpen? Sir W. Thomson zegt ons dat kiemen van organisch leven in een meteoriet naar onze aarde kwamen. Dit brengt ons niets verder en verplaatst slechts de moeilijkheid van deze aarde naar de veronderstelde meteoriet.
Emanatieleer, Emanationisme: (Lat., emanare, uitvloeien, uitstromen) Wijsgerig-godsdienstige opvatting, volgens welke de eindige dingen krachtens een zich met noodzakelijkheid voltrekkend proces uit het hogere, het oerwezen, d.i. God, voortkomen. Het ontstaan der dingen is dus de zelfontplooiing van de godheid; zij blijven ook bij hun emaneren besloten binnen de godheid, maar zij boeten aan volmaaktheid in, naarmate zij verder van de bron verwijderd zijn. Tegelijk is de wezensovereenkomst tussen God en de wereld oorzaak, dat de dingen en in het bijzonder de mens van nature streven naar de terugkeer in en de mystieke eenwording met de godheid. De emanatieleer is m.n. kenmerkend voor het neoplatonisme en zij heeft sinds Plotinus vele filosofen geboeid. Men kan haar beschouwen als een tussenvorm tussen pantheisme en scheppingsleer.
In de uitspraak van Simon Vinkenoog: De eenheid in oneindige verscheidenheid. De macro- en de microkosmos, en wij mensen precies in het midden daarvan aanwezig staat de mens voor de ziel, de schakel tussen het aardse lichaam en de hemelse geest, tussen natuur en God. Synthese ontstaat door these + antithese. Net als de Drie-eenheid kunnen materie, ziel en geest wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden.
De geschiedenis leert dat de oplossing van de unificatietheorie al millennia bekend is. Er is niets nieuws onder de zon. Het hangt er alleen maar vanaf hoe je het probleem formuleert. In het rapport ‘E i V’ wordt de stelling onderbouwd dat op het snijvlak van de natuurwetenschappen en de geesteswetenschappen het gemeenschappelijke raamwerk van de Unifcatietheorie ligt. Het recursiefproces, de oerbron van leven is een groot mysterie.
Er bestaat een koppeling, een terugkoppelingsmechanisme tussen het Individuele en het Collectieve bewustzijn. Bewustzijnsontwikkeling vindt als het ware op de grenslijn tussen binnen en buiten plaats. De keuze-vrijheid die we hebben ligt als het ware op deze grenslijn verborgen.
Er wordt van uitgegaan dat Numen, Memen, Mind stuff of Nomen een indicatie geven hoe feedback cq. feedforward mogelijk kan worden gemaakt. Of gaat het misschien om 'De'.?
'De': de werking van Tao in de wereld, je laten leiden door Tao, deugd (waarden) of kracht. 'De' is de universele produktieve werking van het tao. Deugden zijn een vorm van materie. De is tegengesteld aan negatief Karma uit het verleden. De is een witte substantie die niet iets spiritueels is. Het is volledige materiële existentie. De bestaat buiten iemands lichaam. 'De' verwijst naar het vermogen om Tao te verwezenlijken, om te worden zoals je bedoeld bent.
Rini Sips beschrijft in de samenvatting een proces dat voortvloeit uit een samenwerkingsovereenkomst die twee ruimte-tijdsystemen hebben gesloten. Dat proces zou gekarakteriseerd worden door een coördinatenstelsel, dat per definitie een eenmalige gebeurtenis beschrijft. Een coördinatenstelsel van een proces zou informatie bevatten die pertinent is voor de overeenkomst die het gesloten heeft met de wereld. Ik verwacht de capaciteiten aan te treffen die zijn gegeven om de functie te vervullen. De lijst van basiselementen omvat inmiddels:
- het punt in ruimte en tijd van het begin van de samenwerkingsovereenkomst;
- het eigen ruimte-tijdsysteem, de binnenwereld van het proces daar en toen en
- het ruimte-tijdsysteem, de buitenwereld van het proces daar en toen, waartussen de overeenkomst is gesloten.
Rini Sips: Zelfbeheersing, afhankelijk temidden van wisselende doelen
Het ervaringsmateriaal dat de twee eerste groepen van dynamische eigenschappen hebben opgeleverd kan aanleiding zijn voor de mens tot overweging en onderzoek. Daartoe dient de derde groep van dynamische eigenschappen. We hebben ook hier weer te maken met twee assen met elk hun polen van fysieke en geestelijke aspecten die dwars op elkaar staan in hun ofwel op de buitenwereld gericht zijn, ofwel op de eigen innerlijke wereld.
Het ervaringsmateriaal dat de twee eerste groepen van dynamische eigenschappen hebben opgeleverd kan aanleiding zijn voor de mens tot overweging en onderzoek. Daartoe dient de derde groep van dynamische eigenschappen. We hebben ook hier weer te maken met twee assen met elk hun polen van fysieke en geestelijke aspecten die dwars op elkaar staan in hun ofwel op de buitenwereld gericht zijn, ofwel op de eigen innerlijke wereld.
Een mens is in staat om na te denken over gebeurtenissen en ze te plaatsen in een kader, hun achtergrond, hun geschiedenis, de cultuur waarbinnen ze zijn ontstaan, kan leren ontdekken hoe anderen dachten of waarom zij zo handelden. Een mens is in staat om zijn vrees voor afhankelijkheid en angst voor onvrijheid om te zetten in zekerheid en zelfsturing. Hij kan determinisme, dat dingen gebeuren omdat ze een doel hebben en dus moeten gebeuren, accepteren als consequentie van zijn bestaan als deelnemer aan de ontwikkeling van het totale bewustzijn. Hij kan begrijpen dat vrije wil een stuurbaar sentiment is, afhankelijk van de tijdgeest, zoals 'mooi' of 'leuk' en 'wellness'.
De drie onderdelen van dialectiek toegepast door het menselijk systeem zijn dus:
1) zoeken naar je evenwicht in een eindeloos beweeglijke en vaak verwarrende omgeving om je autonomie te bewaren,
2) speels uitdagend en uitgedaagd proberen om wederzijds waarden bloot te leggen voor het onderbouwen van respect, en
3) je ervaringen samenbrengen met kennis en inzicht om je eigen centrale punt, je waarheid, te vinden en je functie en het contract met het organisme waarvan je deel uitmaakt te bevestigen in verantwoordelijk naar je eigen waarheid handelen. Ik kan me haar werking nu ruimtelijk en op verschillende tijdschalen voorstellen.
Edgard Jarvis plaatst zijn boek Het Basisproces op Internet. In het hoofdstuk Een visie op het heelal: laat Edgard Jarvis, net als 5D zien dat de zwaartekracht als stuwende kracht achter de eenheidsstreving zit. Ze is een van de factoren in de vorming van instrumenten die de densiteit van de energie doen toenemen. Ik citeer daarom enkele natuurkundige kenmerken van de zwaartekracht. Deze naam wordt voor hemellichamen gebruikt. Haar belangrijkste kosmische rollen:
Onder 'Uitdijend en Samentrekkend' Heelal vestigt ook Edgard Jarvis de aandacht op het fenomeen zwarte energie en anti-zwaartekracht.
Het basisproces van Edgard Jarvis bevat een stramien dat met het rapport ‘E i V’ kan worden vergeleken.
| Basisproces: | 5Ddenkraam: | Kompaskwadrant: | |
| 1. Gemeenschappelijk element | Eenheid in Ruimte en Tijd | Lemniscaat | Monade |
| 2. Evenwichtsstreving | Eenheid der tegendelen | Verticale as | Duade |
| 3. Contraststreving | Tegendelen | Kwalitatieve as | Triade |
| 4. Gelijkheidsstreving | Tegenstellingen | Kwantitatieve as | Tetrade |
Bij de gelijkheidsstreving gaat het om wat Roberto Assagioli dis-identificatie versus identificatie noemt. Hoofdstuk Jezus van Nazareth: Jezus houdt Thomas voor: hij die zichzelf niet heeft gekend, heeft niets gekend. Maar hij die zichzelf heeft gekend, heeft ook kennis over de diepte van het Al verkregen. Het is interessant om te zien dat Edgard Jarvis met een analoge doorsnede komt. Net als bij het kernkwadrant, de levensboom en het enneagram staat het thema ken uzelf centraal. Het wiel wordt opnieuw uitgevonden.
Scott E. Forbush ontdekte de verrassende omgekeerde evenredigheid tussen zonne-activiteit en kosmische straling. Meer zonne-activiteit werkt dus verminderend op de kosmische straling! Minder straling betekent minder opwarming. Dit fenomen is al lange tijd bij wetenschappers bekend. Het wordt de Forbush daling genoemd, naar de Amerikaanse fysicus Scott E. Forbush, die in de 30’er en 40’er jaren van de vorige eeuw kosmische straling bestudeerde. Als de kosmische stralen de bovenste atmosferische lagen raken, produceren zij secundaire deeltjes, die de grond kunnen bereiken. Door zijn metingen aan deze deeltjes, merkte hij op, in tegenstelling tot wat men dacht, dat de kosmische straling verminderde als de zonne-acitviteit groot was. De reden is eenvoudig: Als zonnevlekken exploderen, stoten zij enorme wolken van hete gassen uit, weg van de zon. Deze wolken, die men CME’s (coronale massa uitstoten) noemt, bevatten niet alleen gassen maar ook magnetische velden, flarden magnetisme die weggerukt worden van de zon door de explosie. Magnetische velden buigen geladen deeltjes af, dus als een CME langs de Aarde schiet, dan worden ook de elektrisch geladen kosmische stralen meegesleurd, die anders de Aarde zouden bereiken. Dit heet Forbush daling.
Categorie: Artikelen | Rapport | Auteur: Harry Nijhof
Deze pagina werd sedert 16 dec. 2007 4985 keer bekeken.
